Stormt het?

Als we met geestelijke ogen kijken naar wat er om ons heen gebeurt, dan kunnen we daar veel van leren.

Eigenlijk net zoals we naar het Oude Testament kunnen kijken en daar veel van leren over de geestelijke realiteit van wat er in de onzichtbare wereld om ons heen gebeurt. De strijd die er om ons heen woedt in de bovennatuurlijke wereld wordt nl. mooi uitgebeeld in de strijd te vuur en te zwaard die we in het Oude Testament zich zien voltrekken. Zoals de Israëlieten met een letterlijk zwaard moesten afrekenen met hun vijanden, zo moeten wij met de boze geesten in de hemelse gewesten afrekenen door in geloof en met het Woord van God ons leven te leven (Efeze 6:12).

Maar goed, de natuurlijke wereld van vandaag de dag: we hebben in West-Europa aan het begin van 2020 nogal te maken met stormen. En waartoe geeft dat aanleiding als je met de Geest van God leeft en je wandel met Hem vervolgt?

Er wordt in Psalm 50 (:1-3) gesproken over een storm die er rondom God woedt:

De God der goden, de HEERE, spreekt, en roept de aarde,
vanwaar de zon opkomt tot waar hij ondergaat.
2Uit Sion, de volmaakte schoonheid,
verschijnt God blinkend.
3Onze God komt en zal niet zwijgen;
voor Zijn aangezicht verteert een vuur,
rondom Hem stormt het geweldig.”

En dat doet denken aan de storm waar Elia mee te maken kreeg, nadat hij voor Achabs vrouw Izebel gevlucht was en zich in een spelonk verborgen had.

Hij had de profeten van Baäl laten doden, nadat God vuur uit de hemel had gezonden, en nadat hij Izebels woorden gehoord had dat zíj hem nu zou laten doden (1 Kon. 19:2). En hij rende weg! Maar waar het mij nu om gaat, is wat zich afspeelde in die spelonk. We pikken het verhaal op in 1 Koningen 19:9:

“Hij ging daar een grot in en overnachtte er.
En zie, het woord van de HEERE kwam tot hem,
en Hij zei tegen hem: Wat doet u hier, Elia?”

Elia zegt vervolgens hoe het gekomen is dat hij daar in die grot zit, waarop God hem uitnodigt naar buiten te gaan en op de berg te gaan staan. Vers 11b van 1 Koningen 19:

En zie, de HEERE ging voorbij,
en een grote en sterke wind,
die bergen spleet en rotsen in stukken brak,
voor het aangezicht van de HEERE uit.
Maar de HEERE was niet in de wind.
Na deze wind kwam er een aardbeving,
maar de HEERE was ook niet in de aardbeving.
12Op de aardbeving volgde een vuur,
maar de HEERE was ook niet in het vuur.
En na het vuur kwam het suizen van een zachte stilte.”

God was niet in de wind, niet in de aardbeving èn niet in het vuur, maar wèl in de zachte stilte. Bij Hem is er vrede en rust (en bovendien een overvloed aan vreugde!! Zie Psalm 16:11).

Leggen wij niet vaak een probleem dat wij meemaken, uit als van God afkomstig, dat Hij ons iets wil leren met wat we doormaken, zeg maar, met een storm waar wij in ons leven doorheen gaan? Zijn wij wel zo zeker dat het God is die het gestuurd heeft? Wellicht zijn we zelf afgeweken van de weg die Hij voor ons had?

Als wij de geestelijke wereld om ons heen als een keiharde realiteit zien, dan kunnen we ons best voorstellen dat wij, behalve dat we op aarde wandelen, ons ook in een onzichtbare wereld bevinden en daar God proberen te ontmoeten.

God naderde tot Elia, maar wij kunnen ook tot God naderen:

Nader tot God, en Hij zal tot u naderen.”
(Jakobus 4:8)

En als wij dan, in geloof, tot God genaderd zijn, dan krijgen wij te maken met de storm die om Hem heen woedt. Wij lopen door een storm waarvan wij ons afvragen: Hoe kan dat?

Waar bestaat die storm uit? Machten der duisternis die Hem altijd tegenstaan en Hem proberen te belemmeren, of misschien moet ik zeggen: die óns proberen te belemmeren, want God kunnen ze niet belemmeren.

Dus door tot God te naderen, haal je je die om Hem heen stormende machten op de hals.

En wat is dan vaak het gevolg? Wij geven op en denken: Als dàt God is …, ik náder toch tot Hem? Waarom is het dan zo moeilijk? Het is niet eerlijk!!!

Maar mensen, de geestelijke wereld is een realiteit, een keiharde realiteit! Kijk maar naar Daniël, die drie weken moest wachten op een antwoord van God omdat Michaël de boodschapper van God te hulp moest komen om door de tegenstand van het leger van satan heen te breken, en Daniël op de hoogte te stellen van wat God gezegd had (Daniël 11:12, 13).

Had God hem dat niet Persoonlijk even kunnen vertellen door Zijn Geest? Nee, dat kon Hij niet. Hij kan dat wel voor ons doen die onder het Nieuwe Verbond leven, wij worden immers geleid door Zijn Geest (Romeinen 8:14). Daniël bezat niet Gods Geest zoals wij Hem nu onder het Nieuwe Verbond bezitten.

Om een lang verhaal kort te maken: wij naderen tot God – moeten door die machten heen die om Hem heen zwermen – en moeten volhouden tot wij in het oog van de storm zijn, waar God is – en vervolgens zorgen dat wij altijd in dat oog blijven.

Moeilijk? Zeker! Het kost je wat!! Maar de beloning is dat je altijd voor Zijn aangezicht bent en wandelt.

Tegen Abraham werd gezegd dat hij voor Gods aangezicht moest wandelen (Genesis 17). En die wandel stelde hem in staat dingen voor God te doen die hij anders nooit had kunnen doen. Zoals bijvoorbeeld zijn eigen zoon offeren.

Trek geen verkeerde conclusies. God is altijd alleen maar goed en wil u zegenen, niet met moeilijkheden, ook al moet u soms door moeilijkheden heen, want die werken volharding uit en die volharding moet “volledig doorwerken, opdat u volmaakt bent en geheel oprecht, en in niets tekortschiet” (Jakobus 1:4).