Gods overwinnende leger

De voetnoten van

God’s Victorious Army Bible

van Morris Cerullo

WAT MOETEN WIJ DOEN,

OPDAT WIJ

DE WERKEN GODS

MOGEN WERKEN?

Voordat u vanaf deze pagina verder leest, een woordje vooraf.

De titel van deze pagina is gebaseerd op de vraag van de Joden aan Jezus die staat in Johannes 6:27-28:

Werk niet om het voedsel dat vergaat, maar om het voedsel dat blijft tot in het eeuwige leven, dat de Zoon des mensen u geven zal; want Hem heeft God de Vader verzegeld. 28Zij zeiden dan tegen Hem: Wat moeten wij doen, opdat wij de werken van God mogen verrichten?

Is het u al eens opgevallen dat de Here Jezus mensen niet een antwoord geeft op hun vraag, maar Hij geeft ze het antwoord dat zij nodig hebben? Dat doet Hij hier ook weer.

Ik zal vers 28 eens als volgt weergeven: “Wat moeten wij doen, opdat wij de werken van God mogen verrichten?” Dus met nadruk op de beide woordjes ‘wij’.

Denkt u dat wij Gods werken kunnen doen?

Alleen God Zelf kan Gods werken doen. Dat is toch logisch, of niet? Een mens is veel te klein, veel te beperkt, veel te onkundig om Gods werken te verrichten! Waarbij moet worden opgemerkt dat Hij ze door ons heen doet, want Hij maakt ons tot Zijn medewerkers (zie 1 Korinthe 3:9). Wat een wonderlijke God dat Hij ons inschakelt in Zijn eeuwige werk!!

Ik moet eerlijk zeggen dat ik, toen ik de titel vertaalde (en hij was ook moeilijk anders te vertalen, hoor!) wel dacht dat het zo bedoeld was: dat wij Gods werken zouden verrichten, als wij dan maar alles wat in deze studie stond, zouden doen.

Laten we eens kijken naar het voortschrijdende inzicht dat Gods Geest (Joh. 16:13) aan mensen gegeven heeft, nadat Hij gekomen was om mensen te vervullen. De apostel Paulus schreef in Filippenzen 2:13: “… want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt.” Dus: God werkt het werken in u en mij!

Wat Paulus schrijft in Efeze 2:10 werpt ook licht op dit aspect: “Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen om goede werken te doen, die God tevoren bereid heeft, opdat wij daarin zouden wandelen.” God heeft werken voorbereid, die wij vervolgens mogen doen, en wel al wandelende. Wandelen is geen ingespannen bezigheid, toch? Wij spannen ons niet in, wij wandelen!

Laten we verder studeren op Johannes 6. Jezus zegt in vers 44 van dat hoofdstuk: “Niemand kan tot Mij komen, tenzij de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke, … .” En in vers 37 had Hij al gezegd: “Alles wat Mij de Vader geeft, zal tot Mij komen, … .” Dus: de Vader trekt ons, geeft ons vervolgens aan Jezus en dan kunnen wij tot Jezus komen en in Hem geloven.

‘Geloof’ is een gave, een geschenk, het wordt gegeven. Kijk maar in Romeinen 12:3: “… koestert geen gedachten, hoger dan u voegen, maar gedachten tot bedachtzaamheid, naar de mate van het geloof, dat God elkeen in het bijzonder heeft toebedeeld.” God bedeelt geloof toe. Het is helemaal niet zo dat ik gelóóf. Als God het mij niet geeft, kan ik dat helemaal niet. Dat is waar wij in evangelisatie tegenaan lopen: mensen zeggen dat zij niet geloven omdat God het hun niet gegeven heeft om te geloven.

Zegt Paulus niet in Galaten 2:20: “Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God, … .” Tja, dat is dus verkeerd vertaald. Paulus heeft geschreven dat hij leeft door het geloof van de Zoon van God.

Christus leeft in hem, zegt hij. Maar dan leeft alles in hem wat Christus heeft, alles wat Christus kan, alles wat Christus weet (zie ook 1 Korinthe 2:16). Dan leeft Christus’ geloof dus ook in hem, en daarom kan hij leven door Christus’ geloof!

Dit is al veel langer geworden dan ‘een woordje’. Het is een studie op zich. Sorry!

Conclusie: God werkt geloof in ons, en als wij dan met dat geloof (het geloof dat Hij ons geschonken èn uitgewerkt heeft) te werk gaan, dan doen wij, in Gods Naam, Gods werken! Die ‘werken van God’ uit onze tekst van Joh. 6:28 is dus dat Hij zodanig in ons werkt dat wij in Zijn Zoon geloven. Bedenk dat onze situatie deze is: alles maar dan ook ALLES wordt van God verkregen DOOR IN ZIJN ZOON TE GELOVEN. Gods Zoon is de ENIGE BRON, met uitsluiting van alle andere, voor alles wat ik maar nodig kan hebben. Dit kan niet genoeg benadrukt worden. Op het moment dat wij dat uit het oog verliezen, steunen wij op eigen werken, persoonlijke verdienste, eigen vernuft, middelen en methodes om van God iets te verkrijgen of voor Hem iets te betekenen.

Ik stel voor dat u over de alinea hierboven gaat mediteren,
d.w.z. dat u die overdenkt en helemaal in uw standpunt
ten aanzien van God als uitgangspunt in u opneemt.

BUITEN JEZUS IS ER GEEN HOOP!
OP NIETS!!

Ik wil er helemaal voor U zijn, Jezus!!!

Als ik de onderstaande hoofdstukken met dat inzicht lees, kan er niet veel fout gaan. Bedenk altijd, naar 1 Korinthe 1:30, “… uit Hem is het, dat gij in Christus Jezus zijt, die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing, … .” Christus IS onze heiliging. Wij kunnen onze heiliging zelf niet bewerken, en Hij IS het al!!!

Geef toe: dit is een totaal ander standpunt dan verkondigd wordt door mensen die zeggen in Jezus te geloven!!!

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

Hoofdstuk 7

Hoofdstuk 8

Hoofdstuk 9

Hoofdstuk 10

Hoofdstuk 11

Hoofdstuk 12

Hoofdstuk 13

Hoofdstuk 14

Hoofdstuk 15

Misschien leest u het hele boek liever op uw tablet of smartphone?
In dat geval kunt u het hier downloaden:

Het is niet denkbeeldig dat u door de veelheid van woorden die in dit boek voorkomen,
ondanks mijn ‘woordje vooraf’,
toch verzandt in het willen doen van en
zoeken naar Gods werken in eigen kracht of vernuft.
Dit is een reëel en levensgroot gevaar!
Ik zou daarom liever het boek helemaal verwijderen van mijn website
en het alleen houden op mijn korte studie hierboven.
Maar op dat moment komt mijn vlees boven en zegt:
Maar je hebt zoveel werk hieraan gedaan.
Ga je dat nu verwijderen? Weggooien?

Desondanks kan het lezen ervan een goede training zijn
om de studie van hierboven helemaal in uw denken toe te passen
en zo het verkeerde denken uit te roeien dat
‘wij Gods werken zouden kunnen doen’.

ALLEEN GOD ZELF KAN DE WERKEN VAN GOD DOEN.
(Maar Hij wil niets liever dan ze door ons heen doen,
want Hij noemt ons Zijn medewerkers; zie 1 Kor. 3:9)