Hoofdstuk 1

WAT MOETEN WIJ DOEN OPDAT WIJ

DE WERKEN GODS MOGEN WERKEN?

Toen Jezus op aarde wandelde, bewees Hij door Zijn wonderen, dat Hij de Zoon van God was. Wij kunnen bewijsleveraars zijn door te bewijzen, dat Jezus leeft en wel door dezelfde wonderen te verrichten.

"Zij zeiden dan tot Hem:'Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?'" Johannes 6:28

WAT MOETEN WIJ DOEN OM DE WERKEN GODS TE WERKEN?

Het succes van Gods werk op aarde ligt in de handen van al diegenen die op deze vraag het antwoord vinden. Toen Jezus op aarde wandelde, bewees Hij door Zijn werken dat Hij Gods Zoon was. Ook wij kunnen het bewijs leveren, dat Jezus nog steeds leeft, en wel door dezelfde werken te doen als Hij gedaan heeft, door de werken Gods te werken.

Deze boodschap over de Bewijsleveraars--Wat moeten wij doen om de werken Gods te werken?--heb ik gekregen door twee persoonlijke ervaringen, die ik met God heb gehad. Tijdens deze aanrakingen openbaarde Hij zich op bovennatuurlijke wijze aan mij, op een manier die mijn leven en bediening, en uiteindelijk ook de aard van de wereldwijde evangelisatie totaal zou veranderen.

De eerste van deze ervaringen vond plaats in 1946, toen God tot mij kwam, toen ik nog maar een kleine jongen was en in een Joods orthodox weeshuis zat. God kwam tot mij in Zijn enorme liefde en genade om Jezus als de Messias aan mij te openbaren.

De tweede ervaring is een illustratie van het feit, dat als u ernaar verlangt de sleutels te bezitten om de werken Gods te werken, u zich moet afvragen, of u bereid bent neer te buigen bij elk altaar van Gods uitdaging. U moet zich afvragen, wat u nu eigenlijk precies in dit leven wilt. Tijdens deze tweede intieme ervaring met God, wilde Hij, dat ik precies met mijn eigen woorden weergaf, wat het verlangen van mijn hart was.

Mijn ontmoeting met God begon op een koude februari-avond in Brazilie. Ik hield net een campagne in de stad Porto Alegre op een terrein voor tentoonstellingen, en er waren ongeveer 50.000 mensen aanwezig. Ik stond nog maar tien minuten in de bediening, toen ik geheel onverwachts een snijdende pijn in mijn borstkas voelde. Ik was pas dertig, maar ik dacht dat ik een hartaanval kreeg en vroeg mij af, of ik zou sterven. Met mijn bovenlichaam voorover strompelde ik vooruit, droeg de samenkomst over aan mijn campagneleider en vertrok.

Men bracht mij naar mijn hotelkamer, waar ik mij direct op de grond liet vallen, en waar ik met gebogen hoofd vroeg: "Heer, wilt U mij thuishalen?" God antwoordde:"Mijn zoon, Ik heb dit toegelaten met een bedoeling." Terwijl de Heer nog sprak, verliet de pijn onmiddellijk mijn lichaam en ze is nooit meer teruggekomen.

Toen zei ik:"Heer, onderwijs mij alstublieft." God antwoordde mij met een heel vreemde vraag:"Morris, wat wil je met je leven doen?"

Vanuit mijn toewijding en overgave aan Gods wil, zei ik: "Heer, er is maar een ding, wat ik U voor dit leven vraag: stel mij in staat de kracht en de zalving, die U op mij en mijn bediening gelegd heeft, over te dragen en te geven aan anderen.

Weet u, waarom ik dat zei? Ik voelde een enorme aandrang met een geweldige liefde diep in mij om de wereld voor Christus te bereiken. Ik wist, dat, zelfs als ik elke dag van mijn leven zou preken, ik toch slechts een klein gedeelte van al de miljarden mensen, die op deze aarde leven, kon bereiken. Maar een heel leger bestaande uit getrainde soldaten - vol van de kracht van de Heilige Geest, gemotiveerd om hun land te bereiken voor God - zou kunnen terugkeren naar hun woonplaats, naar hun afgelegen dorpjes, en in hun land het evangelie van Jezus Christus brengen.

Uitgerekend daar, op de vloer van die hotelkamer in Porto Alegre, in Brazilie, plaatste God met grote kracht deze opdracht in mijn geest:"Mijn zoon, breng een leger voor Mij op de been!"

Deze belangrijke gebeurtenis bracht een revolutie in mij en mijn bediening teweeg, naarmate dit idee over de gehele wereld met grote kracht verwezenlijkt werd, en God mij over de hele wereld leidde van stad tot stad en van land tot land om nieuwe soldaten aan te werven voor een levenslange dienst in Gods Leger van de eindtijd. Dit enorme Leger, dat getraind en gemotiveerd is om de wereld voor Jezus Christus te bereiken, heeft voorgoed het wezen van wereldwijde evangelisatie veranderd.

"En toen Hij op weg ging, liep iemand op Hem toe, viel op de knieen en vroeg Hem: Goede meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beerven? En Jezus zeide tot hem: Waarom noemt gij Mij goed? Niemand is goed dan God alleen. Gij kent de geboden: Gij zult niet doodslaan, gij zult niet echtbreken, gij zult niet stelen, gij zult geen vals getuigenis geven, gij zult niet ontvreemden, eer uw vader en moeder. Hij zeide tot Hem: Meester, dat alles heb ik in acht genomen van mijn jeugd af. En Jezus, hem aanziende, kreeg hem lief en zeide tot hem: een ding ontbreekt u, ga heen, verkoop al wat gij hebt en geef het aan de armen, en gij zult een schat in de hemel hebben,en kom hier, volg Mij. Maar zijn gelaat betrok bij dat woord en hij ging bedroefd heen, want hij bezat vele goederen." Markus 10:17-22

WAT WILT U HET ALLERLIEFSTE IN DIT LEVEN DOEN?

Als u antwoord geeft op deze vraag, die God ook aan mij stelde, bedenk dan dat Jezus Christus uw hart kent. Telkens wanneer Hij mannen en vrouwen tegenkwam, was Hij in staat hen te doorgronden en diep in hun hart te zien. Hij kende hun motieven.

Toen de jonge man uit dit schriftgedeelte tot Jezus kwam en Hem vroeg wat hij moest doen om het eeuwige leven te beerven, zei Jezus hem, dat hij de geboden moest onderhouden. De jongeling had de geboden trouw bewaard, maar hij voelde dat er iets aan zijn leven ontbrak. Hij zei:"... Al deze dingen heb ik in acht genomen vanaf mijn jeugd; waarin schiet ik nog tekort? (Mattheus 19:20)

Jezus zag, wat er bij deze jongeling diep in de schuilhoeken van het hart was. Hij wist, dat er een onderdeel van zijn leven was, wat hij niet helemaal uit handen had gegeven. De Schrift zegt, dat deze jonge man 'bedroefd' heenging. Waarom? Omdat hij niet bereid was alles aan God toe te vertrouwen.

Uit dit verhaal leren wij, dat Jezus veel meer over ons weet dan wij over onszelf weten. Misschien lukt het ons anderen te overtuigen, en zelfs onszelf, dat het ons levensdoel is mee te bouwen aan Gods Koninkrijk, maar wij bedriegen alleen maar onszelf, als wij niet bereid zijn heel ons leven ... al onze verlangens ... heel ons gezin ... ons huis ... onze carriere ... alles en iedereen af te leggen aan Jezus' voeten.

Om deze vraag te kunnen beantwoorden:"Wat moet ik doen opdat ik de werken Gods mag werken?", moet u op de eerste plaats weten, wat het hoogste doel in uw leven is, en dan moet u bereid zijn de prijs te betalen en alle dingen 'vuilnis' te achten. (Filippenzen 3:8-10)

Misschien willen wij wel het ene wonder na het andere verrichten, net als Petrus en Paulus. Maar ligt het doen van Gods werk ons zo na aan het hart, dat wij bereid zijn ge- stenigd, geslagen, gevangen gezet of gedood te worden voor Gods Koninkrijk?

Het eigen 'ik' te laten sterven ... totale overgave ... de vleselijke begeertes te kruisigen ... de prijs te betalen ... zijn al deze dingen nu echt nodig? JA! Al deze dingen bepalen, hoe nuttig u zult zijn in Gods Koninkrijk.

"Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst." Romeinen 12:1

ONDERWERP UW MOTIEVEN EN DOELSTELLINGEN OPNIEUW AAN EEN ONDERZOEK.

Er zou een geestelijke revolutie plaatsvinden, die de wereld op haar grondvesten zou doen schudden, als alle wedergeboren christen hun motieven en doelstellingen opnieuw zouden onderzoeken, hun begeerten zouden kruisigen, hun leven opnieuw zouden toewijden en Gods Koninkrijk zouden bouwen.

Christenen in de hele wereld hebben hun oog laten afdwalen van het eigenlijke doel in hun leven, en de Heilige Geest moet hun persoonlijk door het Woord van God opnieuw openbaren, wat dat doel in hun leven is. Wij moeten allen in Gods tegenwoordigheid treden en zeggen:"Ik wil de werken Gods werken. Wat mis ik? Toon mij, hoe ik bij dit leger kan gaan horen."

Als u betrokken bent bij een of andere soort christelijke bediening, dan heeft u misschien het gevoel, dat heel uw leven draait om Gods werk, en dat het daarom niet nodig is uzelf opnieuw aan God toe te wijden. Maar het is best mogelijk, dat wij zo druk bezig zijn met Gods werk, dat ons enthousiasme ons aanzet tot meer dan God eigenlijk voor ons leven wil. Wij verwarren dan onze goede bedoelingen met Gods wil en wij raken zo verwikkeld in goede werken, dat wij vergeten, dat het Gods kracht is, die in en door ons werkt om Zijn wil uit te voeren, en niet de onze. Als wij dan niet oppassen, begeven wij ons op gevaarlijke grond en gaan wij op onze eigen gerechtigheid steunen en worden wij te zeer afhankelijk van ons eigen 'ik' in plaats van afhankelijk te blijven van God.

(plaatje op pagina 180 N.T.)

Veel oprechte christenen hebben een brandend verlangen in het hart door God gebruikt te worden. Zij vinden, dat het een heerlijke ervaring moet zijn door God gebruikt te worden als de apostel Paulus, die de kreupele beval op te staan en te wandelen, en deze toen zag wandelen en springen, toen Gods genezende kracht zich openbaarde. Of zij zouden een preek willen houden, waardoor 5.000 mensen zich bekeren en binnen het Koninkrijk gebracht worden, of zo door God gezalfd en vol van Zijn kracht te zijn, als de apostel Petrus, dat, wanneer hun schaduw de mensen op straat raakt, dezen genezen en verlost worden.

Vele malen zijn wij bereid door God gebruikt te worden, maar ZIJN WIJ OOK BEREID DE KOSTEN TE BEREKENEN EN DE PRIJS TE BETALEN?

Petrus en Paulus betaalden die prijs, waardoor de kracht en macht van God in hun leven zichtbaar werden. Hun lichamen werden levende offers voor God, en zij hebben ons een groot voorbeeld nagelaten. Aangezien er bij God geen onderscheid des persoons is (Handelingen 10:34), is dezelfde kracht, die op Petrus en Paulus rustte, vandaag de dag ook voor u. Maar u moet bereid zijn DE KOSTEN TE BEREKENEN en DE PRIJS TE BETALEN.

"Jezus zeide tot hen: 'Mijn spijze is de wil te doen desgenen, die Mij gezonden heeft, en Zijn werk te volbrengen'." Johannes 4:34

GEEF UW WIL OVER AAN GODS WIL.

God gaf de mens bewust een vrije wil, maar desondanks behoort ons leven onszelf niet meer toe, als wij wederomgeboren zijn. Wist u dat? Als u werkelijk wederomgeboren bent door de Geest van God, sterft uw oude mens en leeft Jezus Christus Zijn Leven en Wil door uw totaal overgegeven leven heen. Als u tot Christus komt, geeft u uw wil over aan Hem. Dit betekent niet, dat al uw beslissingen automatisch genomen worden, als u christen wordt ... of dat u niets meer te zeggen heeft over uw daden ... of dat u geen eigen wil meer heeft. Nee, u verliest uw wil niet. U komt nog steeds voor de beslissing te staan om te kiezen tussen goed en kwaad. U moet echter uw wil voortdurend op een lijn houden met Gods Woord. Uw wil moet de wil van Christus worden. Zijn verlangens moeten uw verlangens worden. En Zijn doel in het leven moet uw doel worden. Wilt u door God gebruikt worden? Dan kunt u er niet omheen: dit proces van sterven aan uzelf is noodzakelijk. Het is een vereiste, als wij ware volgelingen of discipelen van Christus willen zijn (Galaten 2:20).

"Toen zeide Jezus tot Zijn discipelen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij." Mattheus 16:24

OM TE DIENEN IN GODS LEGER IS ER HONDERD PROCENT TOEWIJDING NODIG.

Er staan vele altaren langs de weg die leidt naar het antwoord op de vraag: Wat moet ik doen opdat ik de werken Gods mag werken? U zult u al voortgaande moeten toewijden, en weer opnieuw toewijden en weer opnieuw overgeven, als u het antwoord op deze vraag werkelijkheid wilt zien worden in uw leven en uw bediening.

Ik ben ervan overtuigd dat het gebrek aan zelfverloochening in het leven van christenen een van de grootste factoren is, waardoor de opmars van de gemeente tegenwoordig wordt belemmerd. U moet namelijk weten, dat deze overgave van de eigen wil - dit sterven aan zijn eigen 'ik' - een voortdurend proces is.

Veel mannen en vrouwen, die bij hun wedergeboorte een totale overgave hebben ervaren, zijn op 'een zijspoor' geraakt. Door de zorgen en de druk van het leven hebben zij hun eigen begeertes tot hoofddoel van hun leven gemaakt, en het bouwen van Gods Koninkrijk is op de tweede plaats komen te staan.

De vijand probeert Gods volk op een heel slimme manier van de totale overgave aan Gods wil af te houden, en wel door het hun moeilijk te maken bij het ontdekken van gedeeltes van hun leven, die ze misschien nog niet aan Christus hebben overgeven; of door houdingen of begeertes, die op het altaar gelegd moeten worden, voor hun bedekt te houden. Christenen hebben het niet moeilijk bij het zien en aanwijzen van problemen en struikelblokken in het leven van anderen, maar hun eigen belemmeringen onder ogen zien en belijden is veel moeilijker.

Om te kunnen dienen in Gods leger is 100 % toewijding nodig. Uw besluit om de werken Gods te werken, om voorwaarts te kunnen gaan in een demonstratie van Zijn macht, is een ernstige zaak. Een tijd van gemeenschap met God, waarin u uw hart voor Hem uitstort om uw leven opnieuw aan Hem op te dragen; een uitzuivering van uw motieven en begeertes door de Heilige Geest; een overgave aan de Geest van God, zodat Hij de hindernissen uit uw leven verwijdert; en het vaste voornemen om niet om te zien; al deze dingen zullen nodig zijn om deze 100 % toewijding te bereiken.

"En een ieder, die huizen of broeders of zusters of vader of moeder of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mijn Naam, zal vele malen meer terugontvangen en het eeuwige leven erven." Mattheus 19:29

BENT U BEREID ALLE DINGEN VOOR VUILNIS TE HOUDEN?

Voordat u in de kracht van God kunt functioneren, moet u bereid zijn te sterven, uw vleselijke begeertes te kruisigen, en gewoontes en andere onderdelen van uw leven, die gekruisigd moeten worden, over te geven. Het bouwen van Gods Koninkrijk behoort het eerste levensdoel te zijn van elke christen. U moet zich het volgende afvragen:"Hebben de zorgen van dit leven mij gehinderd bij mijn totale inzet voor de bouw van Gods Koninkrijk op aarde?"

Petrus en Paulus hebben de prijs betaald om de kracht van God in hun leven zichtbaar te maken. Bent U bereid uw leven tot een dagelijks en voortdurend offer aan God te maken?

Het is niet gemakkelijk je leven aan God toe te wijden en op te dragen. U zult beproeving op beproeving meemaken. U staan bespotting en vervolging te wachten. Maar naarmate u de veranderingen, die God uw leven zal binnenleiden, en de wijze waarop Gods kracht in en door uw leven heen wordt geopenbaard, begint te zien, zult u gaan beseffen dat er geen offer te groot is om zulk een rijk en bevredigend leven te ontvangen.

"En Hij stelde er twaalf aan, opdat zij met Hem zouden zijn en opdat Hij hen zou uitzenden om te prediken, en om macht te hebben om boze geesten uit te drijven." Markus 3:14-15

NEEM UW PLAATS IN ALS DISCIPEL.

Waar onze kerken vandaag de dag het meest behoefte aan hebben, is, dat mensen discipelen van Jezus Christus worden. De reden waarom wij deze wereld niet hebben veroverd, is, dat wij bekeerlingen hebben gemaakt en geen discipelen.

Er is een groot verschil tussen deze twee. Bekeerlingen zijn mensen, die anders zijn gaan denken over religieuze aangelegenheden. Zij zeggen, dat zij geloven, en zij hebben in onze kerkbanken plaatsgenomen om hun stoel te verwarmen, maar zij deugen niet voor het eigenlijke werk van Jezus Christus. Deze mensen brengen meer tijd door met T.V. kijken, kranten lezen en werk in de wereld te doen, dan zij ooit besteden aan gebed, aan het Woord van God of aan het winnen van verloren zielen.

Ik kan u niet genoeg waarschuwen. God roept de randfiguren toe, dat ze moeten vertrekken. God roept Zijn toegewijde kinderen op, dat ze moeten opstaan, want Hij wil appel houden. De toegewijden worden afgezonderd van de compromis-sluiters, en Gods ware Leger verheft zich!

Als u uw plaats als discipel wilt kunnen innemen, moet u weten wat een discipel is. Het woordenboek omschrijft een discipel als 'iemand die de leer van een ander onderschrijft en meehelpt te verspreiden; een overtuigde aanhanger van een stroming of enkeling'. Als u een discipel bent, wil God, dat u de wereld door Zijn ogen ziet. Hij wil, dat u uw blik op de wereld en de noden van Zijn Gemeente en uw rol daarin verruimt.

Zoals de bovenstaande Schriftplaats zegt, is de eerste plicht van een discipel 'bij Hem te zijn'. In de 'Amplified Bible' (of 'Uitgebreide Bijbelvertaling') staat: 'voortdurend bij Hem te blijven', of, om het nog anders te zeggen, 'om onafgebroken bij Hem te zijn'. Discipelen zijn geen vriendjes voor een dag. Als u de werken Gods wil werken, moet u voortdurend bij Hem zijn, met uw hart, met uw denken en met heel uw kracht. Een discipel is iemand, die niet genoeg heeft aan alleen zijn vurigheid voor de Heer.

Er zijn zeven belangrijke gebieden, waarin de ware discipel anders is dan de bekeerling. En dat zijn: LIEFDE (Markus 12:30; Johannes 3:34-35), GEHOORZAAMHEID (Johannes 14:21), TROUW (Johannes 15:5-8), VOLHARDING (1 Kronieken 16:11; Johannes 8:31), NEDERIGHEID (2 Korinthiërs 3:5), TOTALE OVERGAVE (Mattheus 10:37-38; Lukas 14:33), en HET DRAGEN VAN ZIJN KRUIS (Galaten 2:20 en 5:24).

God roept u toe, dat u uw plaats moet innemen als discipel, en Hij geeft u deze opdracht, ook al bent u met uw menselijke natuur zwak en faalt u dikwijls. Hij heeft u uitgekozen, omdat, wanneer Hij naar u kijkt, Hij u niet ziet voor wat u nu bent, maar omdat Hij ziet, wat Hij van u maken kan, als u zich aan Hem overgeeft.

"En wij allen, die met een aangezicht, waarop geen bedekking meer is, de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, veranderen naar hetzelfde beeld van heerlijkheid tot heerlijkheid, immers door de Here, die Geest is." 2 Korinthiërs 3:18

U MOET UZELF ZIEN, ZOALS GOD U ZIET.

Als wij willen leren, wat wij moeten doen om de werken Gods te werken, moeten wij een doorbraak ervaren, die ons in staat zal stellen ons oog te richten op wat God kan doen, en dan moeten wij onszelf zien zoals God ons ziet.

Het is zo belangrijk, dat wij onszelf niet onderschatten. Misschien ziet u zichzelf als een 'klein soldaatje' in Gods Grote Leger, maar er zijn een heleboel 'soldaten' nodig om een heel leger te vormen en de oorlog te winnen. Laat u nooit door de duivel wijsmaken dat u maar een onbeduidend rolletje in de Gemeente vervult. Het is uw taak God te gehoorzamen met de talenten die Hij u gegeven heeft, wat die ook zijn. Hij heeft u uitgekozen met een doel en Hij zal uw leven zo veranderen, dat u letterlijk een krachtcentrale bent voor God, waar Hij u ook plaatst. En dit kunt u alleen bereiken, als u zichzelf ziet, zoals God u ziet.

De Gemeente is niet ontstaan door mooie preken. Zij werd geboren door een demonstratie van apostolische kracht in het leven en de bediening van mannen en vrouwen die net zo menselijk waren als u en ik, en die hun oog, in plaats van op hun eigen zwakheden en mislukkingen, richtten op de kracht van Gods genade en Zijn Woord.

Als wij lezen over de grote geloofshelden, die koninkrijken onderworpen, de muilen van leeuwen toegestopt, in zwakheid kracht ontvangen, aan scherpe zwaarden ontkomen, en de kracht van het vuur gedoofd hebben, dan realiseren wij ons niet, dat ieder van hen te kampen had met dezelfde mislukkingen, dezelfde tekortkomingen, dezelfde zwakheden en dezelfde twijfels ... zij hadden dezelfde problemen, dezelfde strijd en zij hadden dezelfde verzoekingen te overwinnen als u en ik.

Als God uit de hemel neerziet op de mens, dan ziet Hij hem niet zoals hij nu is. Hij ziet datgene, wat Hij van dat leven maken kan. En u en ik zijn nog maar net begonnen onszelf te zien, zoals Hij ons ziet. De satan is buiten zichzelf van vreugde, als wij onszelf beginnen te veroordelen en op onze mogelijkheden beginnen neer te zien. Hij weet wat er staat te gebeuren, als Gods volk door openbaring eindelijk gaat inzien, wie zij zijn in Christus. Dan worden zij BEWIJSLEVERAARS, vaten vol van de kracht van God om Zijn werken te doen!

Wanneer u uw leven aan God geeft om de noden van mensen om u heen op te lossen, moet u niet zien op uw eigen onmacht en zwakheden, evenmin als op de overweldigend grote taak, die God u gegeven heeft; in plaats daarvan moet u zien op hoe overweldigend groot God is. Als u op uw zwakheden ziet, kunt u Gods mogelijkheden niet zien. Als u op uw zwakheden blijft zien, zal de duivel ze gebruiken om u te verlammen en te verslaan. U behaalt de overwinning, als u blijft zien op de GROOTHEID van uw GOD en op ZIJN MOGELIJKHEDEN. God ziet uw zwakheden juist als Zijn kans om Zijn macht en vermogen te tonen (2 Korinthiërs 12:9).

Als u afleert op uw eigen zwakheden en tekortkomingen of op tradities te zien, en u alleen nog Gods sterkte, Gods opstandingskracht, Gods wil en Gods openbaringskennis in uw leven ziet werken, dan wordt u omgevormd tot een krachtige generator, net als Petrus, Paulus, Jakobus, Johannes en de andere discipelen. Dan wordt u een BEWIJSLEVERAAR door het bewijs te leveren, dat Jezus inderdaad degene was, die Hij zei dat Hij was, het bewijs dat Hij niet dood is, het bewijs dat, wat u over Hem zegt, meer is dan een mooi verhaal, dat duizenden jaren geleden is opgeschreven. Als u in de Opperkamer bent geweest en gedoopt bent (helemaal ondergedompeld) in de Heilige Geest, stroomt dezelfde kracht die door de discipelen stroomde ook door u.

"En Hem volgde een grote schare, omdat zij de tekenen zagen, die Hij aan zieken verrichtte. En Jezus ging de berg op en zat daar neder met de discipelen. En het Pascha, het feest der Joden, was nabij. Toen Jezus dan de ogen opsloeg en zag dat een grote schare tot Hem kwam, zeide Hij tot Filippus: Waar zullen wij broden kopen, dat dezen kunnen eten? Maar dit zeide Hij om hem op de proef te stellen, want Hij wist Zelf, wat Hij doen zou. Filippus antwoordde Hem: Tweehonderd schellingen brood is voor dezen niet genoeg, als ieder een kleine hoeveelheid zou krijgen. Een van Zijn discipelen, Andreas, de broeder van Simon Petrus, zeide tot Hem: Hier is een jongen, die vijf gerstebroden en twee vissen heeft; maar wat betekent dit voor zovelen? Jezus zeide: Laat de mensen gaan zitten. Nu was er veel gras op die plaats. De mannen gingen dus zitten, ten getale van omstreeks vijfduizend. Jezus dan nam de broden, dankte en verdeelde ze onder hen, die daar zaten, evenzo de vissen, zoveel zij wensten. En toen zij verzadigd waren, zeide Hij tot Zijn discipelen: verzamelt de overgebleven brokken, opdat niets verloren ga. Zij verzamelden die dus en vulden twaalf korven met brokken van de vijf gerstebroden, die overgeschoten waren, nadat men gegeten had. Toen dan de mensen zagen, welk tekenen Hij verricht had, zeiden zij: Deze is waarlijk de profeet, die in de wereld komen zou". Johannes 6:2-14

WAAROM DE SCHAREN JEZUS VOLGDEN

Deze Bijbeltekst vormt de basis voor de leer over de BEWIJSLEVERAARS. Naar aanleiding van het wonder van het voeden van de 5.000 mannen, vrouwen en kinderen niet inbegrepen, met vijf broden en twee vissen, het lunchpakket van een jongetje, werd aan Jezus de volgende vraag gesteld:"Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?" (Johannes 6:28)

Het doel wat God met dit wonder had, wordt duidelijk in dit vers:"Toen dan de mensen zagen, welk een teken Hij verricht had, zeiden zij:'Deze is waarlijk de profeet, die in de wereld komen zou'" (Johannes 6:14).

Daarom ook wil ik telkens weer opnieuw benadrukken, dat prediken alleen nooit deze wereld zal redden. Wij hebben geen gebrek aan geweldige predikers vandaag de dag, maar kijk eens naar onze geestelijke toestand. Eén wonder - een echte, bovennatuurlijke daad van God - en 5.000 mannen beleden, dat Jezus de Profeet was, die voorzegd was.

Jezus gebruikte wonderen om de aandacht van de mensen te trekken en om te bewijzen, dat God machtig is. Denk eraan, dat alle waarheid 'parallel loopt': wat Jezus zei en deed, Zijn daden, Zijn werkwijze en datgene, wat voor Hem op de eerste plaats kwam, zijn allemaal voorbeelden voor onze daden en werkwijzen, en tonen, wat voor ons het belangrijkste moet zijn, vandaag de dag.

Als wij de voorbeelden en de werkwijzen van Jezus bestuderen, moeten wij onderzoeken, wat er in Zijn bediening op aarde het meeste in het oog springt: WONDEREN. Welke rol speelt de demonstratie van het bovennatuurlijke, wanneer de werken Gods gewerkt worden? De Bijbel is hierover heel duidelijk; er wordt klaar en duidelijk gezegd, dat de scharen Jezus volgden om de tekenen, die Hij deed. Zij volgden Hem, omdat zij zagen, dat blinden de ogen geopend werd, zij zagen de lammen lopen, zij zagen, dat doven weer konden horen. Zij zagen de wonderen en zij renden achter Jezus aan om de tekenen:"En Hem volgde een grote schare, omdat zij de tekenen zagen, die Hij aan zieken verrichtte." (Johannes 6:2)

"... maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf Gode eer, ..." Romeinen 4:20

REKEN AF MET ALLE HINDERNISSEN VAN ONGELOOF.

Als u gewapend bent met de kennis van wie u in Christus bent en hoe God u ziet, bent u bijna klaar om de werken Gods te werken. Maar eerst moet u leren, hoe u alle hindernissen van ongeloof en negativiteit, die u in vele vormen zult tegenkomen, uit de weg moet ruimen.

Deze hindernissen bestaan uit alle afleidingen en interesses, die u ervan weerhouden uw hele hart, uw hele denken en heel uw kracht aan God te geven. Het zijn de rijkdom of genoegens of zorgen die u verstikken. Het zijn alle reserves, twijfels, angsten, of gevoelens van minderwaardigheid, die u in de weg staan, waardoor u niet dat diepere niveau van gehoorzaamheid in Hem bereikt (Hebreeën 12:1).

Het kan zijn, dat u de stem van ongeloof en negativiteit hoort in het goed bedoelde advies van vrienden en geliefden, of misschien gebruikt de satan moeilijke omstandigheden in uw leven om u te ontmoedigen. Als dit gebeurt, moeten wij bewust besluiten alle inspiraties van angst en twijfel te verwerpen. Wij moeten de Heilige Geest toestaan onze emoties onder controle te nemen. Wij zijn kinderen van de levende God en ons leven wordt niet bepaald door wat wij denken of hoe wij ons voelen. Wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.

Door de kracht van de Heilige Geest, die in ons woont, bezitten wij de macht met elke hindernis van negativiteit en ongeloof, die de tegenstander voor ons opwerpt, af te rekenen. Want door deze kracht werden de discipelen later omgevormd tot onverschrokken mannen en vrouwen, die vol geloof en moedig waren, en die bereid waren nog liever hun leven af te leggen dan hun Heer te verloochenen.

Door geloof en door het Woord van God moeten wij opnieuw ons denken gaan richten. In de Bijbel staat, dat wij alle dingen vermogen in Christus, Die ons kracht geeft (Filippenzen 4:13) ... in de Bijbel staat ook, dat wij op zieken de handen kunnen leggen en zij zullen genezen (Markus 16:18) ... in de Bijbel staat verder nog, dat wij macht en autoriteit hebben gekregen over heel de legermacht van de vijand (Lukas 10:19). U moet contact leggen met deze openbaringskracht; zie uzelf zoals God u ziet en geloof Zijn Woord.

Met deze positieve kracht van Gods Woord (en niet de kracht van de 'geest' over de materie) kunt u elke hindernis van ongeloof afbreken (Hebreeën 4:12) en wel iedere keer, als deze u proberen af te leiden of tegen te houden. En als u een besluit moet nemen om ofwel te luisteren naar de stem van negativiteit en ongeloof, ofwel naar de stem van God, als Hij tot u spreekt door Zijn Woord, dan moet u uw wil gebruiken en een vast besluit nemen in uw hart, dat u de stem van God zult gehoorzamen, ongeacht wat u misschien hoort of voelt of denkt.

Als u het ongeloof en de negativiteit, die in uw leven Gods kracht blokkeren, door Hem laat weghalen, zult u in een totaal nieuwe relatie met Hem binnengeleid worden. Als u eenmaal van ganser harte de Heilige Geest toestaat Zijn werk te doen, dan zijn er geen grenzen meer en kan Hij alles van u maken wat Hij wil.

"En Hem werd het boek van de profeet Jesaja ter hand gesteld en toen Hij het boek geopend had, vond Hij de plaats waar geschreven is: De Geest des Heren is op Mij, daarom, dat Hij Mij gezalfd heeft, om aan armen het evangelie te brengen; en Hij heeft Mij gezonden om aan gevangenen loslating te verkondigen en aan blinden het gezicht, om verbrokenen heen te zenden in vrijheid, om te verkondigen het aangename jaar des Heren. Daarna sloot Hij het boek, gaf het aan de dienaar terug en ging zitten. En de ogen van allen in de synagoge waren op Hem gericht. En Hij begon tot hen te zeggen: Heden is dit Schriftwoord voor uw oren vervuld." Lukas 4:17-21

JEZUS WERD MET DE HEILIGE GEEST GEZALFD MET EEN GODDELIJK DOEL.

Jezus kwam 'opdat Hij de werken des duivels verbreken zou'

(1 Johannes 3:8). Dat was het doel van Zijn komst. Om genezing en liefde en vrede en vreugde uit te delen aan mensen die dat nodig hadden. Hij kwam naar een wereld vol kwelling en strijd en pijn en verdriet en ziekte.

Jezus kwam voor de zondaar:"Want de Zoon des mensen is gekomen om het verlorene te zoeken en te redden." (Lukas 19:10)

Jezus kwam voor de zieke en de diepbedroefde:"En allen, die Hem aanraakten, werden gezond." (Markus 6:56)

Jezus kwam voor de belasten en vermoeiden:"Komt tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven." (Mattheus 11:28)

Hoe komt het toch, dat wij denken, dat onze taak anders is, als die van de Meester? Zelfs maar in enig opzicht anders is, als die van de Meester?

Als Jezus de ervaring van de doop met de Heilige Geest nodig had om het doel, dat God met Zijn leven had, te bereiken en de duivel te verslaan, hoe komt het dan toch dat de Gemeente denkt, dat zij het met minder kunnen doen dan dezelfde zalving en kracht om de tegenwoordige strijd van alle dag tegemoet te treden?

"Daarna wees de Here nog (tweeen)zeventig aan en Hij zond hen twee aan twee voor zich uit naar alle steden en plaatsen, waar Hij zelf komen zou. En Hij zeide tot hen: De oogst is wel groot, maar arbeiders zijn er weinig. Bidt daarom de Heer van de oogst, dat Hij arbeiders uitzende in Zijn oogst. Gaat heen, zie, Ik zend u als lammeren midden onder wolven. Draagt geen beurs of reiszak of sandalen, en groet niemand onderweg. Welk huis gij ook binnentreedt, zegt eerst: Vrede zij dezen huize. En indien daar een zoon des vredes is, dan zal uw vrede op hem rusten, maar zo niet, dan zal hij tot u terugkeren. Blijft in dat huis, eet en drinkt wat men u geeft, want de arbeider is zijn loon waard. Gaat niet van het ene huis naar het andere. En als gij in een stad komt, waar men u ontvangt, eet wat u wordt voorgezet, en geneest de zieken, die er zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij gekomen." Lukas 10:1-9

WIJ MOETEN TROUW ZIJN AAN ZIJN OPDRACHT.

Jezus is gekomen om de werken van de duivel te verbreken (1 Johannes 3:8). Hij bleef trouw aan Zijn opdracht en wij moeten trouw blijven aan onze opdracht. Willen wij dit doen, dan moeten wij ons het volgende in alle ernst afvragen: Als wij te maken hebben met Gods werken en met het zichtbaar maken van de bovennatuurlijke kracht van de levende God, is dat dan slechts een oppervlakkige zaak of bestaat er ook nog zoiets als een diepere relatie?

Zolang het alleen nog maar bij onderwijzen blijft, hebben wij het nog betrekkelijk gemakkelijk, maar als wij mensen verder moeten leiden, vanuit het klaslokaal naar de arena, waar men de noodlijdende mensheid en de werken van de vijand tegenkomt, m.a.w. om theorie om te zetten in praktijk en resultaten te behalen, dat is heel wat moeilijker.

De bediening van wonderen, genezing en bovennatuurlijke tekenen behoort tot een natuurlijke, normale relatie in het Lichaam van Christus. Als de Gemeente van Jezus Christus haar opdracht trouw was gebleven, zouden wij nu in een andere wereld leven.

Jezus Christus bleef trouw aan Zijn opdracht. Hij week nooit van Zijn opdracht af. Zijn boodschap bleef altijd dezelfde:"Ik ben gekomen, opdat zij leven hebben en overvloed" (Johannes 10:10), en "om de werken van de duivel te verbreken" (1 Johannes 3:8). Hij heeft nooit tegen iemand gezegd dat het Gods wil was, dat hij lichamelijk lijden zou dragen of dat hij blind, doof, melaats, of lam moest blijven of enige andere kwaal moest dragen. Onze taak is eenvoudig die welke Jezus ons gegeven heeft en die Hij ons heeft voorgedaan: voorzien in de noden van de lijdende en verloren mensheid. Dat zijn de werken Gods. Dat is ons werk, omdat wij het verlengde van Gods handen zijn. Wij zien ons geplaatst tegenover een wereld die, meer dan ooit tevoren, vol met mensen zit, die ziek en gebroken zijn, verziekt in hun verstand, hun lichaam en hun geest.

Prediken alleen, hoe schitterend ook, zal nooit de wereld redden. De mensen wier handen de macht bezitten zich uit te strekken en de zieke, gebroken, geteisterde mensheid op te richten, zullen de mensen zijn die het antwoord hebben gevonden op de vraag:"Wat moeten wij doen, opdat wij de werken Gods mogen werken?"

God wil u de sleutel in handen geven om het bewijs te leveren. Die sleutel is de bovennatuurlijke kracht van onze God, die een God van wonderen is. Daar moeten wij ons nooit voor schamen. Wij moeten dat najagen en het gebruiken. Uit ons leven en bediening moet de kracht van God voortkomen.

"Toen riep Hij de twaalven samen en gaf hun macht en gezag over alle boze geesten en om ziekten te genezen. En Hij zond hen uit om het Koninkrijk Gods te verkondigen en genezingen te doen, en Hij zeide tot hen: Neemt niets mede voor onderweg, geen staf of reiszak, geen brood of zilvergeld, en hebt ook niet twee hemden bij u. En komt gij ergens in een huis, blijft daar en reist vandaar verder. En zijn er, die u niet willen ontvangen, gaat dan weg uit die stad en schudt het stof af van uw voeten tot een getuigenis tegen hen. Zij gingen heen en trokken de dorpen langs, overal het evangelie predikende en genezingen doende." Lukas 9:1-6

WIJ ZIJN UITGEZONDENEN, BEKLEED MET HET GEZAG VAN EEN ANDER.

Jezus demonstreerde de macht die Hij aan Zijn discipelen gaf met het wonder van de verdorde vijgeboom in Mattheus 21:19-20. Hij hoefde slechts tot de vijgeboom te spreken en te zeggen dat zij geen vrucht meer zou dragen, en het geschiedde zoals Hij zei. Direkt daarna gaf Jezus Zijn discipelen de bovenstaande grote belofte.

Hij droeg Zijn gezag over aan ons. Wij beschikken over dezelfde werktuigen als Hij ... dezelfde mogelijkheid om de werken Gods te doen.

Nu wil ik niet zeggen, dat wij allemaal maar moeten uitgaan en in het wilde weg zieken moeten gaan genezen of demonen uitwerpen. Wat ik wel wil zeggen, is, dat wij door angst, twijfel en remmingen op geestelijk gebied niet onze positie in Gods Koninkrijk hebben erkend, als discipelen en dienaren van de 20ste eeuw. Wij hebben ons door de vijand laten influisteren, dat wij de werken Gods niet kunnen werken, omdat wij in feite geen contact hebben met de stroom van Gods genade.

Kijk eens naar Petrus in het derde hoofdstuk van Handelingen. Hij zei:"MAAR WAT IK HEB GEEF IK U" (vers 6). Petrus had het gezag ... zag in, dat hij het had ... en gebruikte het, net als Jezus deed. Petrus sprak het Woord, toen hij zei:"In de Naam van Jezus Christus, de Nazoreeër: Wandel!" (Handelingen 3:6) DIT NU IS HETZELFDE GEZAG, DAT U EN IK GEKREGEN HEBBEN OM DE WERKEN GODS TE WERKEN!

Als eenmaal het feit tot u doordringt, dat u een persoon bent met gezag ... net als Petrus ... omdat u Gods zegel van gezag draagt ... dan heeft u de sleutels in handen.

Jezus sprak het Woord ... en het gebeurde. Petrus en de andere discipelen spraken het Woord ... en het geschiedde. Wij mogen met datzelfde gezag, met dezelfde onoverwinnelijke kracht van de Almachtige, die achter ons staat, het Woord spreken. Wij dragen niet alleen het zegel van Gods gezag op ons ... wij hebben Zijn autoriteit IN ons!

In het Grieks is het woord voor autoriteit 'exousia', wat letterlijk 'uitstijgen boven' betekent. 'Ex' betekent 'uit' of 'buiten' en 'ousia ' betekent 'zijn'. Eén schrijver heeft het uitgelegd als 'het vermogen uit te stijgen boven zichzelf'. Het wordt gebruikt om iemands autoriteit te beschrijven, die hij van een ander gekregen heeft. Het Griekse woord betekent ook nog: volledige beheersing, bovenmenselijke kracht, volledige zeggenschap.

De persoon die de autoriteit verleent, bevindt zich in zekere zin buiten zichzelf en handelt in en door de persoon, aan wie hij dit gezag verleent heeft. Ziet u hoe alomvattend en hoe machtig dit is? JEZUS HEEFT ONS BEKLEED MET ZIJN AUTORITEIT. Als je het zo bekijkt, staat Hij buiten zichzelf en is Hij IN ONS en DOOR ONS.

Op dezelfde manier staan wij buiten onszelf. Wij stijgen boven onszelf uit en wij zijn in Hem ... terwijl de Heer met ons (samen)werkt, door ons heen werkt, en de tekenen volgen daardoor.

Daarom ook waren de methodes van de discipelen zo machtig, zo doorslaggevend, zo dynamisch en zo doeltreffend. Zij hadden de sleutels gegrepen. Zij spraken het Woord. Zij traden op in de macht, de kracht en de autoriteit van God Zelf.

Een dergelijke methode kan niet falen. Zo worden de werken Gods gedaan. Dit is de verleende autoriteit waarmee u en ik uitgezonden zijn om de werken Gods te werken.

"En op de vraag der Farizeeën, wanneer het Koninkrijk Gods komen zou, antwoordde Hij hun en zeide: Het Koninkrijk Gods komt niet zo, dat het te berekenen is; ook zal men niet zeggen: zie, hier is het of daar! Want zie, het Koninkrijk Gods is bij u! Lukas 17:20-21

HET KONINKRIJK GODS IS IN U: NU!

U heeft op dit moment alles, wat u nodig heeft, in u om een bewijsleveraar te zijn ... om de werken Gods te werken. Nu is de tijd gekomen, dat u aanvaardt en erkent al hetgeen God aan u openbaart, dat Hij nu IN EN DOOR U wil doen ... niet om wie u bent, maar om Wie God is in en door u.

Waar God ook maar met kracht werkt door zijn heiligen, daar is vandaag de dag Gods Koninkrijk op aarde.

Laat u er nooit toe verleiden te denken, dat het Koninkrijk der Hemelen allen maar een plaats ver weg is, waar wij ooit een keer in een oogwenk naartoe zullen verhuizen. Dit beperkte denken bevordert alleen maar 'luilekkerland-denken', denken dat niet tot daden aanzet. Gods Leger is zich aan het mobiliseren. U moet uw plaats in dat machtige Leger innemen. Ons streven is het Koninkrijk NU openbaar te maken nu er nog tijd is.

Het is maar al te waar, dat sommige van onze vooraanstaande Kerkleiders er grote moeite mee hebben, dit feit met hun levenswandel te demonstreren vandaag de dag. 2.000 jaar geleden al heeft Jezus heel nauwkeurig enige belangrijke vragen aangaande het Koninkrijk der Hemelen voor de Farizeeën en Sadduceeën opgelost.

Naar het schijnt heerste er bij deze mannen ook al verwarring over het Koninkrijk der Hemelen:

"Wat houdt het in?",

"Waar is het?",

"Wanneer komt het?"

Lukas vertelt ons in de bovengenoemde Schriftplaats, dat het Koninkrijk van God hier is ... nu ... BINNENIN ONS!

En in Lukas 10:8-9 zegt hij:"En als gij in een stad komt ... geneest de zieken, die er zijn, en zegt tot hen: Het Koninkrijk Gods is nabij u GEKOMEN."

Dat betekent, dat wij in de wereld rondom ons moeten uittrekken en Gods Koninkrijk verkondigen aan iedereen die het wil horen en het in zijn eigen hart en leven wil ontvangen.

God werkt op machtige wijze door Zijn volk heen. Maar er is een HEEL LEGER voor nodig, willen wij de opdracht, die ons gegeven is, uitvoeren en voltooien. Eén Morris Cerullo ..., ja, zelfs duizend Morris Cerullo's zijn nog niet genoeg. God weet dat. God heeft u nodig. Hij moet van U op aan kunnen ... NU.

"Petrus nu en Johannes gingen op naar de tempel tegen het uur des gebeds, dat is het negende. En een man, die verlamd was van de schoot zijner moeder aan, zodat hij gedragen moest worden, zetten zij dagelijks bij de poort van de tempel, genaamd de Schone, om een aalmoes te vragen van de tempelgangers. Toen deze zag, dat Petrus en Johannes de tempel zouden binnengaan, verzocht hij om een aalmoes. En Petrus zag hem scherp aan, met Johannes, en zeide: Zie naar ons. En hij hield zijn blik op hen gevestigd in de verwachting iets van hen te ontvangen. Maar Petrus zeide: Zilver en goud bezit ik niet, maar wat ik heb geef ik u; in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeër: Wandel! En hij greep hem bij de rechterhand en richtte hem op, en terstond werden zijn voeten en enkels stevig, en hij sprong op en stond en liep heen en weer en ging met hen de tempel binnen, lopende en springende en God lovende. En al het volk zag hem lopen en God loven. En men herkende hem als degene, die om een aalmoes gezeten had aan de Schone Poort van de tempel; en zij werden met verbazing en ontzetting vervuld, over wat met hem gebeurd was. En toen hij Petrus en Johannes vasthield, liep al het volk rondom hen te hoop in de zogenaamde zuilengang van Salomo, vol verbazing. En Petrus zag het en antwoordde het volk: Mannen van Israël, wat verwondert gij u hierover, of wat staart gij ons aan, alsof wij door eigen kracht of godsvrucht deze hadden doen lopen? De God van Abraham en Isaak en Jakob, de God onzer vaderen, heeft Zijn knecht Jezus verheerlijkt, die gij hebt overgeleverd en verloochend ten overstaan van Pilatus, ofschoon deze oordeelde, dat men Hem moest loslaten. Doch gij hebt de Heilige en Rechtvaardige verloochend en begeerd, dat u een man, die een moordenaar was, geschonken zou worden; en de Leidsman ten leven hebt gij gedood, maar God heeft Hem opgewekt uit de doden, waarvan wij getuigen zijn. En op het geloof in Zijn naam heeft Zijn Naam deze, die gij ziet en kent, sterk gemaakt; en het geloof door Hem heeft Hem dit volkomen herstel gegeven in uw aller tegenwoordigheid. Handelingen 3:1-16

ER MOET IETS MET ONS GEBEUREN!

Petrus was een prachtig voorbeeld van een discipel, die visie kreeg voor het werken van Gods werken. De eerste keer dat hij in het openbaar sprak, na de opstanding van Jezus Christus, waren de resultaten die hij zag enorm. Er werden in een samenkomst drieduizend mensen gered (Handelingen 2:41). En dit was nog maar het begin ... de keer daarna werden er vijfduizend mannen gered ... waarvan wie weet hoeveel vrouwen en kinderen (Handelingen 4:4).

Deze geweldige resultaten werden niet met preken alleen bereikt. Petrus beschikte over de sleutels. Hij was een van de eerste dienaren Gods die de sleutels tot effectieve evangelisatie, zoals Christus Zelf dat voor hem gedaan had, toepaste.

Volgens het Bijbelgedeelte hierboven kwam Petrus een lamme tegen, die al vele jaren dag aan dag bij de poort van de tempel gezeten had. Deze man zou men kunnen nemen als een typisch voorbeeld van iemand die, met een grote nood of een diepe gebrokenheid in zijn leven of een ingewortelde zonde, al jaren aan de deur van de kerk zit zonder dat zijn probleem opgelost wordt. Ik weet bijna wel zeker, dat Petrus deze man al vaker daar had zien zitten, en hem misschien zelfs wel eens een munt had toegeworpen, als hij er een had.

Maar deze keer had Petrus iets belangrijkers als een munt, iets van veel grotere betekenis dan een medelevende glimlach. Petrus had de sleutels!

Toen Petrus deze keer langs de man liep, werd hij door iets aangegrepen ... en hijzelf greep er ook naar. Hij keerde zich naar de lamme en zei:"Ik heb geen geld, maar toch heb ik iets voor je." En toen hij dat gezegd had, nam hij de man bij de hand en trok hem overeind.

Je neemt een lamme niet zomaar bij de hand en trekt hem overeind, of je moet iets hebben ... en dan ook nog goed weten, wat dat is, wat je hebt!

Het geloof dat Petrus had, toen hij de lamme genas, was niet verbonden aan enige theologie die hij geleerd had ... of aan een lering ... of aan woorden. Het was verbonden aan de realiteit. Petrus was namelijk in de Opperkamer geweest, waar hij iets van God gekregen had. Hij had het spreken in nieuwe tongen gekregen, ja, maar hij was daar niet bij blijven stil staan. Petrus had KRACHT ontvangen! Hij had een aanraking en een zegen van de Almachtige God ontvangen. En nu kon hij wandelen op een niveau van kracht en gezag, wat hij nooit eerder had gekend.

Nu sprak Petrus het Woord en de lamme kon lopen. De godsdienstleiders ondervroegen hem en zeiden:"Hoe kan deze lamme door geloof in Jezus' Naam genezen zijn, als Jezus dood is?" Petrus antwoordde:"Hij is genezen door het geloof in de Naam van Jezus, Die gij hebt gekruisigd, maar God heeft Hem uit de doden opgewekt."

"Wilt u het bewijs, dat Jezus meer is dan een gewone man? Wilt u het bewijs, dat Jezus niet in het graf is gebleven, maar dat Hij leeft? Nu, ik lever u het bewijs: deze lamme wandelt door het geloof in de Naam van Jezus Christus, Die leeft."

Nu kon Petrus gemakkelijk tegen de mensen vertellen, dat Jezus de Zoon van God is. Hij leverde het bewijs en dat bewijs stond voor hun. En de Bijbel zegt, dat 5.000 mannen positief reageerden en wederomgeboren werden als resultaat van dit éne wonder. (Handelingen 4:4)

Wat een prachtig voorbeeld van een man, die leerde wat hij moest doen om de werken Gods te werken ...

Hij nam die sleutels mee naar de tempel ...

De nood werd opgelost ...

De mensen namen massaal Jezus aan ...

Waarom? Omdat er in de Opperkamer iets met Petrus gebeurd was. En ik zeg u in Jezus' Naam, dat, als er met Petrus iets kon gebeuren, er ook met ons iets kan gebeuren! Er kan en er moet iets met ons gebeuren.

"En Hij riep Zijn twaalf discipelen tot Zich en gaf hun macht over onreine geesten om die uit te drijven en om alle ziekte en alle kwaal te genezen. ... Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet." Mattheus 10:1, 8

AANVAARD GODS OPDRACHT OM IN ZIJN MACHT OP TE TREDEN.

Zodra God u openbaart, wie u in Christus bent, roept Hij u toe in actie te komen. Net zoals Jezus Zijn twaalf discipelen er op uitstuurde om het Evangelie te verkondigen, de zieken te genezen, doden op te wekken, en demonen uit te werpen ... net zo is deze opdracht voor u en voor mij als hedendaagse discipelen van Christus. Dit is Gods doel met uw leven en het mijne.

Wij zullen geen naties voor Jezus veroveren met 'de bediening' zoals wij haar in haar huidige krachteloze vorm kennen. Het zal ons alleen lukken, als wij het op Gods manier aanpakken. Want Hij is een volk voor Zich aan het opwekken ... een machtig leger, dat bestaat uit gelovigen, die zullen werken met de volheid van ZIJN KRACHT!

Nu moet u wel openstaan voor de waarheden van Gods visie om deze in uw geest op te kunnen nemen. Misschien moet u ideeen, die u altijd voetstoots heeft aangenomen, of vooroordelen over hoe dingen volgens u aangepakt moeten worden, opnieuw onderzoeken. Maar wees toch blij, dat u kunt openstaan voor de Geest! Dat u kunt leren de dingen te zien door Gods ogen, omdat Hij u toont, hoe HIJ de wereld ziet!

Nu is de tijd gekomen uw geloof in daden om te zetten. Geloof is een feit, maar GELOOF IS OOK EEN DAAD. De tijd is nu gekomen om op te treden in de kracht van de almachtige God, die u dient, en Zijn opdracht aan te nemen om de werken te doen, die Hij op aarde gedaan heeft. U hoeft niet ineen te krimpen bij de gedachte, dat het allemaal teveel voor u alleen zal zijn. Het gaat niet om wat u bent, maar om wat God van u maken kan! De kracht van de levende God werkt immers in en door u. Houdt uw oog gericht op Zijn kracht, en zie niet op uw zwakheden. U gaat niet in uw eigen naam, maar in de Naam van Jezus Christus, de Zoon van de enige ware God.

"Toen Hij nu Kafarnaum binnenging, kwam een hoofdman tot Hem met een bede, en zeide: Here, mijn knecht ligt thuis, verlamd, met hevige pijn. Hij zeide tot Hem: Zal Ik komen en hem gene- zen? Doch de hoofdman antwoordde en zeide: Here, ik ben niet waard, dat Gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijn knecht zal herstellen. Want ik ben zelf een ondergeschikte met soldaten onder mij, en ik zeg tot de een: Ga heen, en hij gaat heen, en tot een ander: Kom, en hij komt, en tot mijn slaaf: Doe dit, en hij doet het. Toen Jezus dit hoorde, verwonderde Hij zich en zeide tot hen, die Hem volgden: Voorwaar, Ik zeg u, bij niemand in Israël heb Ik een zo groot geloof gevonden! ... En Jezus zeide tot de hoofdman over honderd: Ga heen, u geschiedde naar uw geloof. En de knecht genas, juist op dat uur. Matteus 8:5-10

HET SOORT GELOOF DAT HET BEWIJS LEVERT.

Deze geschiedenis over een Romeinse hoofdman over honderd in het boek Mattheus toont ons de aard, het belangrijkste aspect en het overwinningsresultaat van het soort geloof dat het bewijs levert.

Daar hij, als bevelvoerend officier over honderd mannen in het Romeinse leger, een hooggeplaatste was, was hij in staat het kenmerk van gezag in anderen te herkennen. Hij kwam er in het openbaar voor uit, dat hij geloofde, dat Jezus zelfs een nog hoger gezag bezat, toen hij Hem vroeg voor zijn knecht te komen bidden, dat de verlamming met haar pijnlijke gevolgen genezen zou worden.

Met zijn verzoek toonde de hoofdman zijn erkenning, dat Jezus onder de autoriteit van Zijn hemelse Vader stond, en dat Jezus door die autoriteit de macht had om te genezen. Jezus had al gezegd, dat Hij met de man zou gaan bidden, maar nu greep Hij de gelegenheid aan om de openbare belijdenis van de hoofdman te gebruiken als voorbeeld van een groot geloof - het soort geloof, dat het bewijs levert. De genezing van de knecht was de vrucht van het geloof van de hoofdman. Zo zei Jezus het, toen Hij de knecht voor genezen verklaarde, nog terwijl zij er met elkaar over spraken (vers 13).

Als wij als Bewijsleveraars oprukken om het land door geestelijke oorlogvoering in bezit te nemen, ligt er voor ons ook een zegel van gezag te wachten. Wij staan er dan niet alleen voor. Achter ons staat Jezus; achter Jezus, Jahweh. En aan Zijn rechterhand staan alle engelen des hemels te wachten om alles te doen wat Hij gebiedt.

Nu is de tijd gekomen in deze Oogstperiode van de Eindtijd, dat wij om ons heen moeten kijken en overal om ons heen de nood moeten zien. Er is veel lijden en de enige hoop op genezing is door het reddende bloed van Jezus. Het is nu de tijd, zoals nooit tevoren, om de mate van geloof, die God ons reeds gegeven heeft, te gebruiken en daarmee in de autoriteit die ons in Christus Jezus toebehoort, wonderen te doen. Als Bewijsleveraars kunnen wij naar voren treden en bewijzen dat Jezus leeft. En in de kracht van de Heilige Geest, die ons vervult en door ons heen stroomt, kunnen wij ervoor zorgen dat de zieken genezen, de gekwelden verlost, en de verlorenen gered worden.

Teksten voor verdere studie:

Exodus 7:20; 8:6; 8:17; 8:31; 9:23; 10:13;

Richteren 15:16;

1 Koningen 13:6; 17:21; 18:37;

2 Koningen 1:10; 2:8; 2:21; 3:17; 4:34; 4:41; 6:6; 20:11;

Psalm 138:3;

Daniel 3:25; 6:22;

Matteus 6:19; 14:14; 17:20;

Marcus 6:7; 10:43; 11:23;

Lucas 14:34;

Johannes 5:30; 9:3; 12:26;

Handelingen 4:33; 7:55; 8:34; 9:34; 9:40; 11:24; 14:8-9;

Romeinen 8:12;

1 Korintiers 6:20; 16:16;

2 Korintiers 5:17;

Galaten 4:4;

Hebreeen 3:12;

1 Petrus 2:5;

1 Johannes 3:8.