Hoofdstuk 12

DE STRATEGIEËN VAN JEZUS

Jezus was geestelijk voorbereid om de werken Gods te werken en de woeste aanvallen van de vijand het hoofd te bieden. Als wij net zo voorbereid willen zijn om de vijand tegemoet te treden en hem te verslaan, moeten wij de strategieen, die Jezus in Zijn leven en bediening op aarde gebruikte, leren kennen en gebruiken.

Jezus was klaar voor de vijand.

"Gij hebt mij aangegord met kracht tot de strijd, Gij deedt onder mij bukken wie tegen mij opstonden." Psalm 18:40

BLIJF VERBONDEN MET UW TOEVOERLIJN.

Een van satans belangrijkste strategieen is u af te snijden van uw bron van kracht. Dit is een strategie die door legers in de strijd vaak benut wordt. Een partij maakt een schijnbeweging, die de troepen wegleidt van hun bevoorrading. Dan proberen zij het de tegenpartij onmogelijk te maken ammunitie en andere benodigdheden, zoals eten en drinken, te krijgen.

De zijde die afgesneden is van haar bevoorrading zal spoedig uitgeput raken en zonder ammunitie komen te zitten. Dat is het moment dat zij een gemakkelijke prooi voor de vijand worden.

Hoe dikwijls heb ik christelijke werkers, voorgangers en evangelisten, die aan de frontlinie staan, in deze strik van de vijand zien vallen. Zij raken zo verwikkeld in het zich onverdeeld en onzelfzuchtig geven aan anderen voor het werk van de Heer, dat zij vaak de stem van de Heer niet horen, Die tot hen spreekt zoals Hij tot Zijn discipelen sprak:"En Hij zeide tot hen: Komt hier en gaat (met Mij) alleen naar een eenzame plaats en rust een weinig." (Marcus 6:31)

Hoe zeer ook iemand geestelijk toegerust wordt met de kracht en zalving van de Heilige Geest, zolang hij op deze aarde verblijft, zal hij een lichaam hebben, dat beperkt is. Uw geestelijke mens kan misschien twee duizend kilometer per minuut reizen, elke nacht opblijven, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat in de weer zijn, bidden, het Woord bestuderen, de noden van anderen oplossen; maar uw lichaam zal spoedig moe worden.

"Maar als ik dat niet doe, raakt het werk niet af." Dit is zo dikwijls de instelling van mannen en vrouwen, die diep in hun hart een roeping van God op hun leven voelen. Zij denken dat zij geen moment tijd hebben om uit te rusten ... dat God niet verder kan als zij even afhaken.

Eigenlijk is dit een vorm van geestelijke trots. Gods werk ZAL doorgaan. Hij heeft alles in handen. U moet niet toestaan, dat uw daden beheerst en bepaald worden door uw persoonlijke ijver en uw medeleven voor de verlorenen. U moet uw leven laten beheersen en bepalen door Christus. U moet kunnen bepalen, wanneer uw eigen ijver u boven uw lichamelijke kracht uitduwt en wanneer u de leiding van Christus volgt. Christenen dwingen zichzelf verder te gaan dan Christus van hen vraagt, en dit is vaker wel het geval dan niet.

Christenen, die aan de frontlinie staan, voelen zich vaak schuldig als zij tijd nemen voor rust. Als God een christen een tijd van rust gunt, is dat gaan weggegooide tijd. Tijd die eraan besteed wordt met God alleen te zijn, is de kostbaarste en meest produktieve tijd, die iemand kan besteden. Deze tijd, die wij alleen met God doorbrengen, gebruikt Hij om ons lichamelijk, mentaal en geestelijk te verkwikken. Hij spreekt tot ons. Hij geeft ons nieuwe aanwijzingen. Hij geeft ons nieuw en fris manna om weer aan Gods volk door te geven.

Als wij slechts tien procent van onze voorgangers zover zouden krijgen, dat zij een week of twee de tijd namen om alleen te zijn met God - hun drukke agenda te laten voor wat hij is, met zijn eindeloze bouwprogramma's, vergaderingen, Gemeente-barbecues en andere pastorale verplichtingen - zouden wij een geestelijke explosie beleven!

Om geestelijk voorbereid te zijn, moet u naar God luisteren en Hem gehoorzamen als Hij u tot rust roept. Als u op zo'n punt in uw leven aangekomen bent, raad ik u aan naar Gods stem te horen en te GEHOORZAMEN!

(plaatje pagina 114 N.T.)

"Jezus nu, vol van de Heilige Geest, keerde terug van de Jordaan en werd door de Geest geleid in de woestijn." Lucas 4:1

WOESTIJN-ERVARINGEN BEREIDEN ONS VOOR OP DE BEDIENING.

Een van de belangrijkste strategieen, die Jezus gebruikte om satan te verslaan, was dat Hij klaar was ... Hij was te allen tijde klaar de vijand te ontmoeten. De vijand kon Hem niet verrassen.

Voor Hij Zijn aardse bediening begon ... voor Hij ook maar één wonder deed ... had Jezus een woestijn-ervaring, waarin Hij 40 dagen doorbracht in geestelijke voorbereiding - in gebed en gemeenschap met God ... Hij zocht Gods leiding ... en werd gesterkt door de Geest en IN PARAATHEID GEBRACHT!

Jezus werd door de Geest de woestijn in geleid, waar Hij 40 dagen lang tijd doorbracht in vasten en gebed.

Het Woord zegt ons niet, wat er zich in die 40 dagen allemaal voordeed. Meestal denkt men aan een tijd van verleiding, als men het heeft over de periode, die Jezus in de woestijn doorbracht. Maar het voornaamste doel, waarvoor de Geest Hem in de woestijn leidde, was, dat Hij Zich zou VOORBEREIDEN op Zijn bediening.

Het was een tijd van geestelijke voorbereiding ... een tijd waarin Hij Zich opsloot met God, zodat niets Hem kon afleiden van het horen van Gods stem.

Het was een tijd waarin Hij Zich concentreerde op het doel, waarvoor Hij in de wereld gekomen was.

Het was een tijd van toewijding ... van afleggen van alle eigen begeertes en doelstellingen.

Het was een tijd waarin Hij elke natuurlijke of door mensen ontworpen plannen terzijde legde en Gods leiding zocht.

Het was een tijd, waarin Hij gesterkt werd door de Heilige Geest.

Dit was een keerpunt in Jezus' leven. De tijd was gekomen dat Hij Zijn bediening zou beginnen. Maar, in plaats dat Hij onmiddellijk terugkeerde naar Galilea om een begin te maken met Zijn geestelijke veroveringstocht om de werken van de duivel te vernietigen, trok Hij de woestijn in om Zich geestelijk voor te bereiden.

Wee u, als u denkt, dat u, als christen, zonder geestelijke voorbereiding een overwinnend leven kunt leiden. Denk maar niet dat u de vijand in uw eigen kracht de baas kunt! Zelfs geen minuut kunt u dat.

Als Jezus het nodig achtte Zich op deze wijze geestelijk voor te bereiden op Zijn leven en bediening, durven wij dan iets anders te doen?

ALLE WAARHEID HEEFT HAAR TEGENBEELD.

God heeft meer mannen en vrouwen nodig die hetzelfde soort woestijn-ervaring doormaken, waarin zij net zoveel tijd in geestelijke voorbereiding doorbrengen als nodig is, totdat zij IN DE KRACHT VAN DE GEEST kunnen uitgaan in de steden en bevolkingsgroepen, en hun doel kennen ... IN DE WETENSCHAP ... dat God hen geroepen en gezalfd heeft om de zieken te genezen, verlossing te prediken, wonden te verbinden en de verlorenen te redden.

Jezus kende het hoogste belang van te allen tijde vervuld te zijn met de Heilige Geest, en de noodzaak altijd klaar te zijn de werken van de vijand het hoofd te bieden en te vernietigen. U moet ook uw strategie zo inrichten dat u altijd geestelijk voorbereid bent op het gevecht.

Teksten voor verdere studie:

Genesis 22:18; 26:5;

Exodus 36:1;

Numeri 3:16; 9:23; 27:20;

Deuteronomium 4:2; 4:30; 11:27; 13:4; 27:10; 28:1;

1 Samuel 2:3;

2 Koningen 18:6;

Spreuken 15:25;

Jesaja 28:11-12;

Jeremia 26:13; 38:20;

Zacharia 3:7; 12:10;

Matteus 9:16; 10:38;

Marcus 4:41; 9:33;

Lucas 14:10; 14:26; 18:14;

Johannes 8:50; 14:15-16; 14:21; 16:7; 18:37; 19:11;

Handelingen 2:39; 4:10; 5:29; 10:38; 11:15; 26:19;

Romeinen 8:13;

1 Korintiers 16:16;

2 Korintiers 7:15;

Galaten 5:16; 5:24;

2 Timoteus 2:11;

Hebreeen 11:8; 13:17;

Jakobus 4:10;

1 Petrus 2:13;

1 Johannes 3:24;

Openbaring 20:4; 22:14; Jesaja 59:19; Marcus 5:13

Jezus keerde zich tegen satan

in de wetenschap dat Hij

de Zoon van God was.

"Hij stond, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in handen gegeven had en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heenging, van de maaltijd op, en Hij legde Zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmede." Johannes 13:3-4

TREEDT DE VIJAND ONDER OGEN VANUIT EEN POSITIE VAN WETEN.

Een van de machtige strategieen, die Jezus gebruikte om satan te verslaan en in Zijn leven honderd procent overwinning te hebben was, dat Hij op de vijand afging vanuit een positie van weten.

Jezus bestreed de vijand, WETENDE, dat nederlaag onmogelijk was. In de nacht voordat Hij gekruisigd werd, wist Hij dat Zijn uur gekomen was. Hij wist dat het uur, dat door God bepaald was, de tijd, wanneer Hij de aarde zou verlaten en naar de Vader terug zou gaan, gekomen was.

Jezus wist, dat God Zijn omstandigheden in handen had. Hij wist, dat Zijn leven niet in de macht lag van de Joden of de Farizeeen of Pilatus, maar in de macht van Zijn Vader, Die geen kwade bedoelingen tegen Hem had.

Jezus zag Zijn dood niet als een tijd van nederlaag maar als een tijd van grote overwinning. Hij had Zijn discipelen rees gezegd:"De ure is gekomen, dat de Zoon des mensen moet verheerlijkt worden." (Johannes 12:23) In dit vers sprak Hij over Zijn dood. Hij onderging de pijn en het lijden aan het kruis, WETENDE, dat Hij door Zijn dood, glorie en eer aan Zijn Vader zou brengen ... dat Hij verheerlijkt en verhoogd zou worden, en een Naam boven alle namen zou krijgen.

Omdat Hij dit wist, wankelde of weifelde Hij nooit. Hij struikelde of versaagde nooit. Hij gaf nooit een teken van pijn of vrees. Hij week nooit terug. Hij wist, dat Hij de overwinning reeds had!

"Hij stond, wetende, dat de Vader Hem alle dingen in handen gegeven had en dat Hij van God uitgegaan was en tot God heenging, van de maaltijd op, en Hij legde Zijn klederen af en nam een linnen doek en omgordde Zich daarmede." Johannes 13:3-4

Jezus ging niet vol zorg naar Golgota, zich afvragend wat er ging gebeuren. Hij kon de striemen op Zijn rug en de pijn aan het kruis verdragen, omdat Hij wist, dat God Hem alle macht en autoriteit gegeven had. Niemand kon Hem Zijn leven afnemen. Hij had een legerschare engelen van de hemel kunnen roepen om Hem te verlossen.

Jezus wist, wat Hem te wachten stond en waar het toe leidde. Hij wist, dat Hij uiteindelijk met de OVERWINNING naar Zijn Vader terug zou gaan!

Jezus zei:"Ik weet vanwaar Ik gekomen ben en waar Ik heenga." (Johannes 8:14) Hij verduurde elke beproeving, elke verzoeking, elke omstandigheid IN DE WETENSCHAP dat, als Hij sprak, wat Hij ook zei, het gebeuren zou. Hij vroeg Zich niets af. Hij twijfelde niet. Hij WIST!

Jezus wist, Wie Hij was. Hij kende Zijn roeping. Hij kende de wil van God. Hij wist, waar Hij vandaan kwam. Hij wist waar Hij naartoe ging.

God wil dat U uw beproevingen, verzoekingen en omstandigheden ... ja, elke aanval van de vijand ... ondergaat vanuit DEZELFDE machtige positie van overwinning: Weten wie u bent, weten wat uw roeping is, weten wat de wil van God is, weten dat u alle macht en gezag is gegeven, WETEN dat u naar de Vader zult gaan met grote macht en autoriteit!

Hoever u ook gevorderd bent in uw wandel met God, in wat voor omstandigheden u op dit moment ook zit, God heeft een plan van overwinning voor u. Als u een nieuwe openbaring in uw geest ontvangt, over wie u bent en wat uw roeping is, zult u gaan wandelen in honderd procent overwinning!

"Hij is het beeld van de onzichtbare God, de eerstgeborene der ganse schepping, want in Hem zijn alle dingen geschapen, die in de hemelen en die op de aarde zijn, de zichtbare en de onzichtbare, hetzij tronen, hetzij heerschappijen, hetzij overheden, hetzij machten; alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen; en Hij is voor alles en alle dingen hebben hun bestaan in Hem; en Hij is het hoofd van het lichaam, de gemeente. Hij is het begin, de eerstgeborene uit de doden, zodat Hij onder alles de eerste geworden is. Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken." Kolossenzen 1:15-19

JEZUS IS ERFGENAAM VAN ALLE DINGEN.

In het Oude Testament was de naam 'eerstgeborene' een titel, die gegeven werd aan het eerste kind, dat in een gezin geboren werd. Het 'eerstgeboren' kind kreeg een bevoorrechte plaats van superioriteit.

Jezus was de 'eerstgeborene' onder alle schepselen. Als eerstgeborene van alle schepselen, had Hij zijn bestaan gehad voor de schepping. Hij was vanaf het begin bij God geweest. Door Hem was het heelal tot aanzijn geroepen. Als 'eerstgeborene' bekleedde Hij een superieure positie boven alles wat geschapen is. Als 'eerstgeborene' van de ganse schepping, stelde God Hem tot erfgenaam ... wettige eigenaar ... van alle dingen (Hebreeen 1:2). Als wettige erfgenaam van alle dingen, bekleedt Christus de hoogste plaats van macht en autoriteit in het universum.

Jezus, Die vanaf den beginne bij God was, Die de wereld tot bestaan bracht door te spreken, Die één was met God, legde Zichzelf af, ontledigde Zich van Zijn heerlijkheid ... Zijn goddelijke vermogens ... en kwam in menselijke gedaante naar de aarde.

Hij was de eniggeboren Zoon van God ... door de Heilige Geest verwekt in de schoot van een jonge maagd. Aan Maria verscheen een engel en zei:"De Heilige Geest zal over u komen en de kracht des Allerhoogsten zal u overschaduwen; daarom zal ook het heilige, dat verwekt wordt, Zoon Gods genoemd worden." (Lucas 1:35) Het onvergankelijke, onverderfelijke zaad van Jezus Christus werd door de Heilige Geest in Maria's schoot gelegd. Gods eigen leven was in dat zaad. Toen werd op de door God vastgestelde tijd de eniggeboren Zoon van God geboren. "Maar toen de volheid des tijds gekomen was, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet" (Galaten 4:4).

Jezus werd door God met een goddelijk doel in deze wereld uitgezonden. Jezus vatte niet Zelf het plan op naar de wereld te komen. Hij ontving van God deze roeping en opdracht. Jezus wist, toen Hij naar de aarde kwam, dat Hij gezonden was en Hij kende Zijn roeping (Johannes 6:38).

De eeuwige Zoon van God, het Levende Woord, werd vlees en woonde onder de mensen. Maar de mens herkende Hem niet en erkende Hem niet. Men verwierp Hem en Zijn aanspraken, dat Hij Gods Zoon was. Zij beschuldigden Hem van laster, en dat Hij een duivel had en dat Hij gek was (Johannes 10:20).

Jezus wist Wie Hij was. Hij was niet bevreesd voor de tegenstand, de bedreigingen, de pogingen om Hem te vermoorden. Hij ging door met Zijn eigen verkondiging, dat Hij de Zoon van God was, Degene Die door God in de wereld gezonden was. Verschillende keren wilden de Joden Hem stenigen, maar Hij wankelde nooit.

Op een keer, toen Jezus liep te wandelen in de zuilengang van Salomo in de tempel, kwamen de Joden om Hem heen staan. Zij vroegen Hem:"Hoe lang houdt Gij onze ziel nog in spanning? Indien Gij de Christus zijt, zeg het ons ronduit." (Johannes 10:24)

Reeds verscheidene malen had Jezus van Zichzelf verkondigd, dat Hij de beloofde Messias was. Hij had hun gezegd:"Ik ben het levende brood, dat uit de hemel nedergedaald is." (Johannes 6:51)

Op het Loofhuttenfeest zei Jezus, dat Hij het water des levens was. Hij zei:"Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke!" (Johannes 7:37) Hij had hun gezegd:"Ik ben het licht der wereld." (Johannes 8:12) En ook:"Eer Abraham was, ben Ik." (Johannes 8:58)

Zoals Jezus, de Zoon van God, gesteld is tot erfgenaam ... wettige eigenaar ... van "ALLE DINGEN" (Hebreeen 1:2), zo bent u, als een zoon van God, ook erfgenaam en wettige eigenaar van ALLE DINGEN.

"En (om)dat gij zonen zijt - God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. Gij zijt dus niet meer slaaf, doch zoon; indien gij zoon zijt, dan zijt gij ook erfgenaam door God." Galaten 4:6-7

"Nadat God eertijds vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had in de profeten, heeft Hij nu in het laatst der dagen tot ons gesproken in de Zoon, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld geschapen heeft. Deze, de afstraling zijner heerlijkheid en de afdruk van Zijn wezen, die alle dingen draagt door het woord zijner kracht, heeft, na de reiniging der zonden tot stand gebracht te hebben, Zich gezet aan de rechterhand van de majesteit in den hoge." Hebreeen 1:3

JEZUS WAS DE AFDRUK VAN GODS WEZEN.

Ofschoon Jezus geboren werd uit een vrouw, in menselijke gedaante, was Hij toch de afdruk van Gods wezen. De apostel Paulus maakte bijzondere melding van dit machtige feit in zijn brief aan de Hebreeen.

Jezus was de 'afstraling' van Gods heerlijkheid. Het woord 'heerlijkheid' geeft hier het Griekse woord 'doxa' weer, en het betekent 'alles wat God heeft en is'.

In Zijn menselijke gedaante was Jezus een weerspiegeling van Gods heerlijkheid ... alles wat Hij heeft en is. De heerlijkheid van God straalde af van en werd zichtbaar door Jezus' karakter en alles wat Hij deed.

Drie van Jezus' discipelen hadden het voorrecht een uitwendige, lichamelijke manifestatie te zien van Gods heerlijkheid, die uitstraalde en scheen vanuit Jezus' lichaam. Jezus nam Petrus, Jakobus en Johannes mee een hoge berg op om te bidden. Terwijl Hij bad, werd Zijn gedaante voor hun ogen veranderd (Matteus 17:1-6).

Zijn gezicht begon zo helder te stralen als de zon, en Zijn kleren werden wit als het licht. Mozes en Elia verschenen en begonnen met Hem te spreken. Plotseling klonk er een stem uit de hemel, die zei:"Deze is mijn Zoon, de geliefde, in wie Ik mijn welbehagen heb; hoort naar Hem!" (vers 5)

Wat moet dat een indrukwekkend gezicht zijn geweest! Vlak voor hun ogen werd Jezus' gedaante veranderd ... Zijn uiterlijke verschijning veranderde voor hun ogen!

Dat woord 'veranderd' is een sleutelwoord dat kan worden tot een machtige openbaring in UW leven. Het is de vertaling van een Grieks woord dat een VERANDERING inhoudt. Het is afgeleid van het woord 'morphi' dat duidt op 'een uitdrukking naar buiten van iemands innerlijk, die voortkomt uit iemands aard en die die aard vertegenwoordigt'.

Jezus bracht Zijn leven op aarde door als man. Hij was Gods Zoon in menselijke gedaante. Bij de transfiguratie werd Zijn uiterlijk VERANDERD. De Zoon Gods, Die de afdruk van Gods wezen was, werd zichtbaar. De heerlijkheid van God, die voortkwam uit Zijn innerlijke natuur en welke die natuur vertegenwoordigde, begon te stralen!

Toen Hij naar de Kolossenzen schreef, beschreef Paulus Jezus als 'het beeld van de onzichtbare God' (Kolossenzen 1:15). In dit vers is het woord 'beeld' de vertaling van een Grieks woord dat wijst op Christus als de ZICHTBARE vertegenwoordiging en manifestatie van God.

Terwijl Jezus Zijn leven op deze aarde als de Zoon van God in menselijke gedaante doorbracht, was Hij de AFDRUK van Gods wezen ... de zichtbare voorstelling en manifestatie van God voor de mensen. Als je Jezus zag, zag je God.

Jezus heeft gezegd:"Wie Mij aanschouwt, aanschouwt Hem die Mij gezonden heeft" (Johannes 12:45). Toen Filippus aan Jezus vroeg hem de Vader te tonen, zei Jezus tegen hem:"Ben Ik zo lang bij u, Filippus, en kent gij Mij niet? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; hoe zegt gij dan: Toon ons de Vader?" (Johannes 14:9)

Hoe was dit mogelijk? Hoe kon een Man, Die in hun midden wandelde, sprak en leefde, God zijn?

Zelfs de mannen die het dichtst bij Jezus stonden, die zagen, dat de ogen van blinden geopend en doden opgewekt werden, konden niet begrijpen hoe het mogelijk was, dat een man de AFDRUK VAN GODS WEZEN kon zijn. Pas na de opstanding begrepen Filippus en de andere discipelen ten volle, Wie Jezus was.

Als zij naar Jezus keken, zagen zij een Man ... een Man Die moe werd ... Die honger kreeg ... Die slapen moest. Zij zagen met hun ogen alleen het uiterlijke.

Toen Jezus tegen Filippus zei:"Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien," had Hij het niet over hoe Hij er uitzag ... over Zijn ogen, neus, handen of voeten. Jezus had het toen over het leven van God dat uit Zijn innerlijk wezen vloeide. Als de Zoon van God, bezat Hij leven van God de Vader, dat uit Hem stroomde ... en dat zieken genas, demonen uitwierp en zonden vergaf ... als zichtbare manifestatie van God aan de wereld.

Jezus kon tegenover blinden, kreupelen en stommen commanderen dat hun kwaal hen zou verlaten, in de wetenschap dat Hij de Zoon van God was.

Jezus kende in Zijn leven honderd procent overwinning: HIJ WIST, dat Hij de Zoon van God was, verwekt door de Vader; HIJ WIST, dat Hij de AFDRUK VAN GODS WEZEN was; en HIJ WIST, dat Hij erfgenaam was van alle dingen.

Het is Gods plan dat u uw beproevingen, verzoekingen en omstandigheden doormaakt ... elke aanval van de vijand ... vanuit deze machtige positie van TE WETEN, dat u een Zoon van God bent.

U kunt in uw leven honderd procent overwinning kennen: WETENDE, dat u een Zoon van God bent, verwekt door de Vader; WETENDE, dat God u aan het omvormen is tot de afdruk van Christus' wezen; en WETENDE, dat u een medeërfgenaam met Christus bent van alle dingen.

"Want die Hij tevoren gekend heeft, heeft Hij ook tevoren bestemd tot gelijkvormigheid aan het beeld Zijns Zoons, opdat Hij de eerstgeborene zou zijn onder vele broederen." Romeinen 8:29

ZIE UW OMSTANDIGHEDEN IN HET GEZICHT, WETENDE, DAT U EEN

ZOON VAN GOD BENT.

Zoals Jezus Christus in menselijke gedaante de AFDRUK VAN GODS WEZEN was, zo is het Gods plan dat u en ik, in onze menselijke gedaante NU de AFDRUK VAN HET WEZEN VAN CHRISTUS zullen zijn ... hier op aarde! Ja, wij zijn op dit moment zonen van God (1 Johannes 3:2).

God heeft een plan, een doel, een ontwerp en is onpartijdig. Het was Gods plan dat door Christus' dood en opstanding VELE zonen geboren zouden worden, die de afdruk van het beeld van hun oudere Broer, Jezus Christus, zouden worden en die met Hem mede-erfgenamen zouden worden.

Jezus legde Zijn goddelijkheid af, kwam naar de aarde in menselijke gedaante, werd gezalfd door de Heilige Geest, leefde een zondeloos leven, genas zieken, wierp demonen uit en versloeg satan - en liet ons hierin een voorbeeld na.

Zijn leven op aarde als de Zoon van God is een openbaring ... een exact patroon ... van wat wij, als zonen van God, moeten zijn. U bent een onderdeel van Gods plan voor de Eindtijd. Het is Zijn plan dat u de afdruk van Christus hier op aarde zult zijn. Soms valt het ons zwaar te geloven dat het mogelijk is zo'n hoge roeping te vervullen, als wij denken aan de beperkingen en zwakheden van ons vlees. Maar wij moeten ons vertrouwen nooit vestigen op ons eigen vermogen, maar in het vermogen, dat God bezit, iets, wat Hij bepaald heeft, uit te voeren!

Het soort leven waar ik van spreek is RADICAAL Christendom. Het woord 'radicaal' betekent 'in afwijking van het gebruikelijke of traditionele; extreem'. Te lang hebben wij ons verzoend met een leuter-christendom, zonder kracht en lauw, en verslagen. Wij moeten de droge, dode tradities van mensen achter ons laten en radicaal worden voor God!

Het denken van veel christenen van vandaag is geprogrammeerd op nederlaag. In plaats dat predikanten gepreekt hebben dat christenen inderdaad een leven als echte zonen van God op aarde kunnen hebben ... dat Gods plan inhoudt, dat christenen denken, wandelen, spreken en handelen als Jezus gedaan heeft ... hebben zij geleerd dat het onmogelijk is zondeloos te leven, en dat het niet zo erg is als christenen elke dag een beetje zondigen.

Veel predikanten zullen zeggen dat christenen niet op een hoog niveau van Christendom kunnen leven met constant honderd procent overwinning. Dat soort denken komt van satan zelf, die niet wil, dat wij gaan ontdekken wat de volle openbaring, van wie wij zijn in Jezus Christus, inhoudt. Hij weet wat er dan gebeurt.

Wij hebben Gods Woord teruggebracht naar het niveau van onze beleving, in plaats dat wij onze beleving hebben gebracht naar het niveau van Gods Woord! NU is de tijd gekomen dat wij moeten opstaan en onze rechtmatige positie als ware zonen van de levende God innemen.

HET IS MOGELIJK. U KUNT onder de mensen op deze aarde wandelen als een zoon van de Almachtige God. Jezus kwam om ons te tonen hoe dat er uitzag: een godvruchtig leven te leiden. Zoals Jezus op aarde wandelde als de afdruk van de Vader, net zo kunt u de afdruk van het beeld van Christus worden.

Zoals Jezus een zichtbare voorstelling en manifestatie van Gods heerlijkheid was, zo kunt u een voorstelling van de heerlijkheid van Christus zijn. Zoals Jezus een zichtbare afbeelding van God voor de mensen op aarde was, zo kunt u een afbeelding van Christus op aarde voor de mensen zijn. Dit is Gods doel en plan voor Zijn volk!

Dit WETEN ... dit geestelijk bewustzijn ... dat u een zoon van God bent, zal u de kracht en de moed geven elke omstandigheid, elke vurige pijl van de vijand zonder vrees aan te zien, WETENDE dat God u de overwinning reeds gegeven heeft.

Als u de positie verwerft van te WETEN:

* dat God u door Zijn Geest verwekt heeft ...

* dat God het leven van Christus, de alles-overwinnende, eeuwige Zoon van God, in u heeft doen geboren worden ...

* dat de volheid der Godheid in u woont ...

* dat Hij u door Zijn Geest omvormt tot het beeld van Christus ...

* dat u medeërfgenaam bent met Jezus ...

* dat alles, wat Christus bezit, van u is ...

Als dat in uw leven gebeurt, LET DAN OP! Ik heb nu al bijna medelijden met de duivel. Hij heeft geen schijn van kans!

Als u in situaties terecht komt, of omstandigheden, waarin u gewoon niet weet, wat u zeggen of doen moet, steun dan niet op uw eigen inzicht. Probeer er dan niet alleen uit te komen. Zie die omstandigheden onder ogen IN DE WETENSCHAP dat u een zoon van God bent, en IN DE WETENSCHAP dat de almachtige, alwetende Christus in u is om u Zijn wijsheid en leiding te geven.

Ontleen uw kracht aan Hem. Put kracht uit de zekere wetenschap, dat u deel uitmaakt van Gods plan voor de eindtijd. Zie uw omstandigheden onder ogen vanuit de positie van kracht, die voortkomt uit DE WETENSCHAP, dat God geen nederlagen voor u gepland heeft!

(plaatje pag.173 N.T.)

"Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun, die in Zijn naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes, noch uit de wil eens mans, doch uit God geboren zijn." Johannes 1:12-13

U BENT DOOR DE VADER VERWEKT.

Vanaf het begin der tijden heeft God een verlangen gehad. Hij verlangde ernaar een volk te hebben, dat zich in Hem zou verlustigen ... een volk, dat Hem met hun hele wezen zou liefhebben. Hij verlangde naar zonen ... zonen, die Zijn beeld en Zijn gelijkenis zouden dragen.

Terwijl Hij dit grote verlangen koesterde, ontwikkelde Hij het plan, dat zij in Zijn gezin geboren zouden worden. Hij zond Jezus in de wereld, opdat Deze de werken van de duivel zou vernietigen, ons zou verlossen en ons, als zonen van Hem, in relatie met Hem zou brengen, terwijl Zijn leven door ons zou stromen.

Jezus werd verwekt door de Vader, ontvangen door de Heilige Geest. Ongeveer tweeduizend jaar geleden kwam de Heilige Geest over de maagd Maria en Hij plaatste het onvergankelijke zaad van Jezus Christus in haar schoot. Dat heilige zaad groeide en toen het volgroeid was, werd Christus, de Zoon van God, geboren.

De mens bezit niet de macht of het recht een zoon van God te worden. Een mens kan zelfs niet tot Christus komen zonder dat de Geest van God hem of haar trekt (Johannes 6:44). U heeft niet op een dag gewoon besloten Jezus Christus als uw Verlosser te aanvaarden. Door Zijn Geest heeft Hij u getrokken.

Toen u reageerde op het trekken door de Heilige Geest en uw hele wezen overgaf aan Christus, toen ontving u de macht ... u kon er rechtmatig aanspraak op maken ... een Zoon van God te worden. U bent VERWEKT door de Vader. "Naar Zijn raadsbesluit heeft Hij ons voortgebracht door het woord der waarheid, om in zekere zin eerstelingen te zijn onder zijn schepselen." (Jakobus 1:18)

Het woord 'voortgebracht' houdt in 'het leven schenken aan; verwekken'. Door Zijn eigen wil te gebruiken, schonk God de Vader u het leven. U werd wederomgeboren uit den hoge, niet door uw eigen wil, maar door de wil van God (Johannes 1:13). Het was ZIJN WIL en Zijn plan dat u een zoon van God zou worden:"Gezegend zij de God en Vader van onze Here Jezus Christus, die ons met alle(rlei) geestelijke zegen in de hemelse gewesten gezegend heeft in Christus. Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht. In liefde heeft Hij ons te voren ertoe bestemd als zonen van Hem te worden aangenomen, door Jezus Christus, naar het welbehagen van Zijn wil ... " (Efeziers 1:3-5)

Laat u niet in verwarring brengen door het woord 'aangenomen' in dit Bijbelvers. U bent niet als zoon van God in Gods gezin aangenomen, in de zin van 'geadopteerd'. U bent als Zoon van God door Zijn Geest geboren. In dit vers betekent 'aangenomen' gewoon dat God handelend optreedt, wanneer Hij zonen in Zijn gezin plaatst.

Naar Zijn welbehagen heeft God u uitgekozen om Zijn Zoon te zijn, nog voordat de grondlegging der wereld geschied was!

"Ziet, welk een liefde ons de Vader heeft gegeven, dat wij kinderen Gods genoemd worden, en wij zijn het (ook). Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods en het is nog niet geopenbaard wat wij zijn zullen; (maar) wij weten, dat, als Hij zal geopenbaard zijn, wij Hem gelijk zullen wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is." 1 Johannes 3:1-2

ZIE SATAN IN HET GEZICHT, WETENDE DAT U EEN ZOON VAN GOD

BENT.

Net zoals Jezus, de Zoon van God, door de Heilige Geest in Maria's schoot werd ontvangen, is het leven van Jezus Christus Zelf in U door de Heilige Geest verwekt!

Naar 'het welbehagen van Zijn wil', zond God de Geest van Zijn Zoon uit om in uw hart te wonen. God heeft het leven van Christus in uw geest, die als gevolg van de zonde van Adam ooit dood was, geboren doen worden. Uw geest leeft, maar het is niet uw leven. Het is een nieuw leven. Het is het leven van Christus. "Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen." (2 Korintiers 5:17)

Als gevolg van het feit, dat dit nieuwe leven in u is, is uw oude mens dood ... u bent dood voor de zonde en levend voor God. "Dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn." (Romeinen 6:6)

Door Zijn bloed heeft Jezus u verlost, heeft Hij u gereinigd van iedere zonde. U bent rechtvaardig in Gods ogen. U bent het eigendom van Christus. U bent niet langer gebonden aan de zonde en de begeerten van het vlees. U bent bevrijd door het leven dat nu in u leeft.

De Vader heeft u niet geroepen door Zijn Geest, u gereinigd van uw zonden en u alleen gelaten om, zo goed en zo kwaad als het ging, uw leven te leiden en Hem te dienen. God heeft Zijn leven en het leven van de heilige, almachtige, eeuwige Zoon van God Zelf in u geplant. En net zoals Jezus Zijn leven op aarde leefde door de Vader, Die Hem zond en Die in Hem leefde en woonde, net zo moet u uw leven leven door Christus Die nu in u leeft en woont.

Uw fysieke lichaam kan niet leven zonder eten en voeding, en uw geest kan ook niet leven als u hem niet voedt - leven en voeding uit Christus betrekt. U moet voortdurend afhankelijk zijn van Christus, onafgebroken kracht putten uit Hem, zonder ophouden in Hem en Zijn Woord 'blijven'. En door deze eenheid met Hem zal Zijn leven in u geleefd worden.

Jezus leefde Zijn leven op aarde door de Vader Die Hem zond. Hij zei:"En die Mij gezonden heeft, is met Mij. Hij heeft Mij niet alleen gelaten ... " (Johannes 8:29) "Ik ben in de Vader, en de Vader is in Mij." (Johannes 14:10)

Jezus' woorden, Zijn daden, Zijn werken waren alle het gevolg van het feit dat de Vader in Hem woonde. Hij zei:

"De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken." (Johannes 14:10)

Omdat God u tot een van Zijn zonen gemaakt heeft, bent u nu in staat uw leven te leven door Christus, Die in u woont. En omdat de Vader in Christus woont, woont Hij ook in u! Jezus zei:"Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen." (Johannes 14:23)

Door deze eenheid ... God de Vader, Die in Christus woont, met Christus, de Zoon van God, Die in u woont ... kunt u, als zoon van God, leven als de afdruk van Christus' wezen hier op aarde.

"Want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk; en gij hebt de volheid verkregen in Hem, die het hoofd is van alle overheid en macht." Kolossenzen 2:9, 10

Jezus bad, dat wij deze eenheid met Hem zouden bereiken. Hij zei:"Opdat zij allen een zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in ONS zijn." (Johannes 17:21)

Jezus sprak in dit vers niet over de eenheid in de Gemeente. Hij bad dat u en ik in deze intieme eenheid zouden treden ... God de Vader in Christus, en Christus in ons ... waarin wij één zouden zijn in HEN. "Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot een." (Johannes 17:23) In Christus woont al de volheid der godheid. Daarom, omdat Christus in u woont, woont de godheid ... Vader, Zoon en Heilige Geest ... in u!

Kijk nu eens naar Gods doel met deze intieme eenheid:

" ... opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt." (Johannes 17:23) Als u deze intieme eenheid met Christus bereikt, waarbij u voortdurend in Hem blijft en weet dat de volheid der godheid in Hem en in u is, zal de wereld wakker worden en naar u kijken! Dan zullen zij weten dat Jezus Christus door God gezonden is, en zij zullen weten dat God de Vader van u houdt net zoals Hij van Zijn Zoon, Jezus Christus, houdt.

Als zoon van God heeft u alles gekregen om in uw leven te wandelen, spreken en leven als Jezus deed met honderd procent overwinning. U heeft gekregen 'alles wat tot leven en godsvrucht strekt'! (2 Petrus 1:3)

"In alles zijn wij in de druk, doch niet in het nauw; om raad verlegen, doch niet radeloos; vervolgd, doch niet verlaten; ter aarde geworpen, doch niet verloren; te allen tijde het sterven van Jezus in het lichaam omdragende, opdat ook het leven van Jezus zich in ons lichaam openbare." 2 Korintiers 4:8-10

VERSLA SATAN WETENDE, DAT U EEN ZOON VAN GOD BENT.

Er is in uw leven geen plaats voor nederlaag! Jezus is nooit verslagen en Hij heeft ook nooit gepland, dat u verslagen zou worden.

Weet u waarom Paulus zijn vele beproevingen en verdrukkingen kon verduren en niet verslagen werd? Omdat hij kon zeggen:"Ik weet, op wie ik mijn vertrouwen heb gevestigd." (2 Timoteus 1:12) Hij zei eigenlijk:"Ik ben ervan overtuigd ... het maakt mij niet uit of ik schipbreuk lijd, dan wel allerlei slagen en lijden heel mijn leven door moet verduren."

Hij zei:"Niets daarvan weegt op tegen wat ik weet. Ik weet dat de heerlijkheid op mij wacht. Ik heb het in mij: de manifestatie van de Almachtige God en alles vervaagd bij die heerlijkheid. Ik kom door elke beproeving, elke verzoeking, elke omstandigheid heen en weet dat ik niet verslagen zal worden!"

Jezus kende nooit nederlaag, omdat Hij satan tegemoet trad en WIST, dat Hij de Zoon van de levende God was. Hij WIST, dat God in Hem was en Hem de overwinning over satan zou geven.

Het is Gods plan voor u dat u denkt, wandelt, spreekt en handelt als Jezus. Het is Zijn plan voor uw leven dat u satan aanpakt en overwint in dezelfde kracht en zalving als Jezus hem aanpakte en overwon.

Als u ziekte of kwalen op uw weg vindt in uw eigen lichaam, of in het lichaam van uw vrienden of geliefden, kunt u dat aanpakken en commanderen het lichaam te verlaten wetende, dat u een zoon van God bent en dat dezelfde machtige leven-gevende stroom van God in u woont.

Als u met de rug tegen de muur gedrukt wordt door zich opstapelende financiele problemen, hoeft u niet in paniek te raken of slapeloze nachten door te maken, omdat u zich zo'n zorgen maakt over hoe u er doorheen moet komen. U kunt die financiele problemen het hoofd bieden in het geloof en het vertrouwen en WETENDE, dat u een zoon van de levende God bent, en dat dezelfde machtige kracht, die in Christus was, toen Hij de vissen en broden vermenigvuldigde, in u is en u kan doen overwinnen!

Er is in uw leven geen ruimte voor nederlaag, omdat er een leven in u is, dat nooit nederlaag gekend heeft. Er is een leven in u, dat het heelal geschapen heeft ... dat door te spreken, de zon, de maan en de sterren geschapen heeft. Er bevindt zich een leven in u dat de zieken geneest, demonen uitwerpt en de doden opwekt.

Er is een leven in u dat satan onverschrokken tegemoet trad, hem overwon en de ziekte-, zonde- en doodsmachten vernietigd heeft. Dezelfde leven-gevende stroom die in Jezus Christus was, is in u! Toen u wederomgeboren werd, werd u een zoon van de levende God.

De meeste christenen weten tegenwoordig niet, wat dat betekent. Zij weten dat in het Woord staat, dat zij zonen van God zijn. Maar alleen als theorie ... niet als een werkelijkheid. Zij hebben nooit een volle openbaring ontvangen van wat het betekent een zoon van God te zijn.

Als gevolg daarvan leven zij onder het niveau van hun erfenis ... beneden datgene wat Gods plan voor hun leven is ... beneden datgene wat God naar Zijn plan voor hun weggelegd heeft.

"Jezus zeide tot hen: Indien God uw Vader was, zoudt gij Mij liefhebben, want Ik ben van God uitgegaan en gekomen; want Ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden." Johannes 8:42

TREEDT DE VIJAND TEGEMOET, WETENDE DAT DE VOLHEID DER

GODHEID IN U WOONT!

De Vader heeft u niet geroepen door Zijn Geest, u gereinigd van uw zonden en u alleen gelaten om, zo goed en zo kwaad als het gaat, uw leven te leiden en Hem te dienen. God heeft Zijn leven en het leven van de heilige, al-vermogende, eeuwige Zoon Zelf, in u geplant. En net zoals Jezus Zijn leven op aarde leefde door de Vader, Die Hem zond en Die in Hem leefde en woonde, zo moet ook u uw leven leven door Christus, Die nu in u leeft en woont.

Naar 'het welbehagen van Zijn wil', zond God de Geest van Zijn Zoon uit om in uw hart te wonen. God heeft het leven van Christus in uw geest, die eenmaal dood was als gevolg van de zonde van Adam, geboren doen worden. Uw geest leeft, maar het is niet uw leven. Het is een nieuw leven. Het is het leven van Christus. "Zo is dan wie in Christus is een nieuwe schepping; het oude is voorbijgegaan, zie, het nieuwe is gekomen." (2 Korintiers 5:17)

Als gevolg van het feit, dat dit nieuwe leven in u is, is uw oude mens dood ... u bent dood voor de zonde en levend voor God. "Dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn." (Romeinen 6:6)

Door Zijn bloed heeft Jezus u verlost, heeft Hij u gereinigd van iedere zonde. U bent rechtvaardig in Gods ogen. U bent het eigendom van Christus. U bent niet langer gebonden aan de zonde en de begeerten van het vlees. U bent bevrijd door het leven dat nu in u leeft.

De Vader heeft u niet geroepen door Zijn Geest, u gereinigd van uw zonden en u alleen gelaten om, zo goed en zo kwaad als het ging, uw leven te leiden en Hem te dienen. God heeft Zijn leven en het leven van de heilige, almachtige, eeuwige Zoon van God Zelf in u geplant. En net zoals Jezus Zijn leven op aarde leefde door de Vader Die Hem zond, en Die in Hem leefde en woonde, net zo moet u uw leven leven door Christus Die nu in u leeft en woont.

Uw fysieke lichaam kan niet leven zonder eten en voeding, en uw geest kan ook niet leven als u hem niet voedt - leven en voeding uit Christus betrekt. U moet voortdurend afhankelijk zijn van Christus, onafgebroken kracht putten uit Hem, zonder ophouden in Hem en Zijn Woord 'blijven'. En door deze eenheid met Hem zal Zijn leven in u geleefd worden.

Jezus leefde Zijn leven op aarde door de Vader Die Hem zond. Hij zei:"En die Mij gezonden heeft, is met Mij. Hij heeft Mij niet alleen gelaten ... " (Johannes 8:29) "Ik ben in de Vader, en de Vader is in Mij." (Johannes 14:10)

Jezus' woorden, Zijn daden, Zijn werken waren alle het gevolg van het feit dat de Vader in Hem woonde. Hij zei:

"De woorden, die Ik tot u spreek, zeg Ik uit Mijzelf niet; maar de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken." (Johannes 14:10)

Omdat God u tot een van Zijn zonen gemaakt heeft, bent u nu in staat uw leven te leven door Christus Die in u woont. En omdat de Vader in Christus woont, woont Hij ook in u! Jezus zei:"Indien iemand Mij liefheeft, zal hij mijn woord bewaren en Mijn Vader zal hem liefhebben en Wij zullen tot hem komen en bij hem wonen." (Johannes 14:23)

Door deze eenheid ... God de Vader, Die in Christus woont; Christus, de Zoon van God, Die in u woont ... kunt u, als zoon van God, leven als de afdruk van Christus' wezen hier op aarde.

"Want in Hem (Christus) blijft de gehele volheid van de Goddelijkheid (de Godheid) wonen in lichamelijke vorm - volledig uitdrukking aan de goddelijke natuur gevende. En gij zijt in Hem, vervuld zijnde en de volheid des levens ontvangen hebbende - in Christus bent ook u vervuld van de Godheid: Vader, Zoon en Heilige Geest, en u bereikt de volle geestelijke gestalte. En Hij is het Hoofd van alle macht en autoriteit ... " (Kolossenzen 2:9-10, De Uitgebreide Bijbelvertaling)

Jezus bad, dat wij deze eenheid met Hem zouden bereiken. Hij zei:"Opdat zij allen een zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in ONS zijn." (Johannes 17:21)

Jezus sprak in dit vers niet over de eenheid in de Gemeente. Hij bad dat u en ik in deze intieme eenheid zouden treden ... God de Vader in Christus, en Christus in ons ... waarin wij één zouden zijn in HEN. "Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot een." (Johannes 17:23) In Christus woont al de volheid der godheid. Daarom, omdat Christus in u woont, woont de godheid ... Vader, Zoon en Heilige Geest ... in u!

Kijk nu eens naar Gods doel met deze intieme eenheid:

" ... opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt." Als u deze intieme eenheid met Christus bereikt, waarbij u voortdurend in Hem blijft en weet dat de volheid der godheid in Hem en in u is, zal de wereld wakker worden en naar u kijken! Dan zullen zij weten dat Jezus Christus door God gezonden is, en zij zullen weten dat God de Vader van u houdt net zoals Hij van Zijn Zoon, Jezus Christus, houdt.

Als zoon van God heeft u alles gekregen om in uw leven te wandelen, spreken en leven als Jezus deed met honderd procent overwinning. U heeft gekregen "alles wat tot leven en godsvrucht strekt"! (2 Petrus 1:3)

Als zoon van God, kunt u door uw eenheid met Hem en door Zijn beloftes, deel hebben aan Zijn goddelijke natuur. Hij heeft u "kostbare en zeer grote beloften" gegeven, "opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur" (2 Petrus 1:4). In de mate dat u zich door het geloof deze beloften eigen maakt, heeft u toegang tot Zijn liefde, Zijn vreugde, Zijn vrede, Zijn geduld, Zijn gerechtigheid, Zijn wijsheid, Zijn heerlijkheid, Zijn kracht!

U bent compleet ... volmaakt gemaakt ... in Hem, met in Hem de volle rijpheid als zoon van God.

Als zoon van God bent u een erfgenaam!

"En, (om)dat gij zonen zijt - God heeft de Geest zijns Zoons uitgezonden in onze harten, die roept: Abba, Vader. Gij zijt dus niet meer slaaf, doch zoon; indien gij zoon zijt, dan zijt gij ook erfgenamen door God.

Galaten 4:6-7

ALS MEDEËRFGENAAM MET JEZUS, BENT U WETTIGE EIGENAAR VAN ALLE DINGEN!

Niet alleen bent u een zoon van God, in wie de volheid van de Godheid woont, u bent ook een erfgenaam van God.

U bent medeërfgenaam met Jezus:"Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus; immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking." (Romeinen 8:16-17)

God heeft Christus gesteld tot erfgenaam ... wettige eigenaar ... van alle dingen. De hemelen, de aarde, de koninkrijken van deze aarde en alles wat erin is ... Hij bezit dat allemaal. Als medeërfgenaam deelt u met Jezus de wettelijke rechten op alles wat Hem toebehoort. Denk daar eens over na. Alles, wat Hij heeft, is ook van u!

Op dit moment zit Jezus aan de rechterhand van de Vader. Hij is verhoogd (verheven, verheerlijkt) en heeft de Naam boven alle namen gekregen. Hij bekleedt de allerhoogste plaats van macht en autoriteit in het heelal. Als medeërfgenaam heeft u mede een plaats gekregen MET HEM (Efeziers 2:6).

Deze wereld, met alles wat erin is, behoort u toe. U heeft het wettige eigendomsrecht ontvangen van ALLE dingen ... in de hemel en op aarde.

Laat deze geweldige waarheid diep doordringen in uw geest. Gods voorraadschuur is vol en hij is van u! Geestelijke rijkdommen ... geestelijke gaven ... een leven van overvloed ... gezondheid ... voorspoed ... ALLEMAAL van u! "Hoe zal Hij, die zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen geven?" (Romeinen 8:32)

Teksten voor verdere studie:

Marcus 12:17;

Lucas 5:24;

Johannes 1:3; 5:19; 10:30; 10:36; 13:1-3; 14:24; 15:10; 16:15.

Jezus keerde zich tegen satan

in de wetenschap, dat Hij door God

geroepen en uitgezonden was.

"Daarom, heilige broeders, deelgenoten der hemelse roeping, richt uw oog op de apostel en hogepriester onzer belijdenis, Jezus, die getrouw is jegens Hem, die Hem heeft aangesteld, evenals ook Mozes getrouw was in (geheel) zijn huis." Hebreeen 3:1-2

JEZUS' KENNIS GAF HEM DE MACHT DE WIL VAN DE VADER TE DOEN.

Tijdens het grootste geestelijke conflict, dat de wereld ooit gekend heeft, kwam Jezus te staan tegenover satan, wetende dat Hij door God geroepen was. In een geweldige demonstratie van macht versloeg Jezus de satan en vernietigde Hij de werken van zonde, ziekte en dood. Hij voltooide het werk waartoe Hij uitgezonden was.

Jezus kwam niet naar de aarde, gewoon omdat Hij daar Zelf voor gekozen had. Hij nam de verantwoording voor de verlossing van de mens niet op eigen schouders. Hij werd UITGEZONDEN ... geroepen door ... en kreeg de opdracht ertoe van God. Hij kwam naar de aarde, omdat Hij koos voor gehoorzaamheid aan Zijn Vader.

Jezus werd aangesteld tot Apostel en Hogepriester. Het woord 'apostel' betekent 'iemand die uitgezonden is'. God ZOND Jezus naar de aarde als Apostel en Hogepriester. Jezus zei tegen de schriftgeleerden en Farizeeen " ... want Ik ben van God uitgegaan en gekomen; want Ik ben niet van Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden." (Johannes 8:42)

Nadat in het Oude Testament het priesterschap van Aaron was ingesteld, werd het als een overtreding beschouwd als iemand, die niet officieel als priester was ingezegend, offers bracht. Zij moesten van God een roeping hebben. Het was geen beroep dat zij besloten te kiezen, omdat hun vader priester was geweest, of omdat zij van de stam van Levi waren. Elke hogepriester moest door God geroepen worden.

Jezus verhoogde Zichzelf niet tot dit ambt als onze Grote Hogepriester. Hij nam de eer niet voor Zichzelf. Hij zei tegen de schriftgeleerden en Farizeeen:"Als Ik Mijzelf eer, betekent Mijn eer niets; mijn Vader is het die Mij eert, van wie gij zegt: Hij is onze God." (Johannes 8:54) God keurde Hem die eer waardig. "Zo heeft ook Christus Zichzelf niet de eer toegekend hogepriester te worden, maar Hij, die tot Hem sprak: Mijn Zoon zijt Gij; Ik heb U heden verwekt." (Hebreeen 5:5)

Jezus werd "door God aangesproken als hogepriester naar de ordening van Melchisedek". (Hebreeen 5:10) Hij werd met heerlijkheid en eer gekroond met als doel, dat Hij de dood zou smaken ... en het enige Offer zou worden, dat zou voldoen om ons te verlossen van onze zonden. (Hebreeen 2:7-9)

God riep Jezus, gaf Hem een goddelijke opdracht, die Hij moest vervullen, en ZOND Hem naar deze aarde.

"Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees - God heeft door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees: (Romeinen 8:3)

"Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou." 1 Johannes 3:8)

In een van de eerste geschiedenissen van na Zijn geboorte, die wij hebben over Jezus, vinden wij Hem omringd door wetgeleerden in de tempel. Zelfs toen Hij nog maar 12 was, wist Hij, Wie Hij was, wist Hij dat Hij geroepen was en Hij wist, dat Hij een opdracht te vervullen had (Lucas 2:46-49). Maria en Jozef waren voor het Paasfeest naar Jeruzalem gegaan. Toen het feest voorbij was, begonnen zij aan de thuisreis. Na één dag reizen ontdekten zij, dat Jezus niet bij de stoet was. Snel keerden zij terug naar Jeruzalem om Hem te zoeken. Na drie dagen vonden zij Hem, gezeten in de tempel en omringd door de grote leraren, terwijl Hij hen vragen stelde en naar hen luisterde. Hij zei tegen hen:"Waarom hebt gij naar Mij gezocht? Wist gij niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen mijns Vaders?" (Lucas 2:49)

Jezus wist, dat Hij door God gezonden was, en Hij werd verteerd door de begeerte in Zijn Vaders huis te zijn ... de Schriften te leren. Er was diep in Hem ook een aandrang. Jezus voelde dat Zijn tijd gekomen was. Hij zei:"Ik moet bezig zijn met de dingen mijns Vaders." (Lucas 2:49)

Jezus wist op dat moment in Zijn leven, dat Hij de Zoon van God was. Als Hij de Schriften, die profeteerden over de komst van de Messias, bestudeerde en doorlas, brandde het ongetwijfeld in Hem, omdat Hij wist, dat zij van Hem spraken. Hij wist, waarom God Hem naar de aarde gestuurd had.

Jezus was klaar. Maar Zijn ouders begrepen het niet. Hoewel Hij de Zoon van God was, onderwierp Hij Zich aan hen en was Hij hen gehoorzaam. "En zij begrepen het woord niet, dat Hij tot hen sprak. En Hij ging met hen terug en kwam te Nazaret en was hun onderdanig." (Lucas 2:50-51)

God heeft een plan, een doel, een ontwerp en Hij is onpartijdig. Niets in dit leven gebeurt toevallig.

God heeft alles in handen en dit uur was een onderdeel van Zijn plan. Hij had de 'volheid der tijden en het HOOGTEPUNT DER EEUWEN' gepland.

God heeft speciaal voor U een eindtijdsplan en -doel ontworpen, net zoals Hij dat voor Jezus deed. De apostel Paulus sprak over Gods plan met Zijn heiligen op de volgende wijze:"In Hem, in wie wij ook het erfdeel ontvangen hebben, waartoe wij tevoren bestemd waren krachtens het voornemen van Hem, die in alles werkt naar de raad van Zijn wil" (Efeziers 1:11)

De grootste roeping in uw leven is niet dokter of advocaat, timmerman of secretaresse, moeder of vader of zelfs maar een prediker van het Woord te zijn. Uw grootste roeping is een zoon van de levende God te zijn. Dat is geen beroep: het is een HEILIGE roeping (2 Timoteus 1:9); het is een HOGE roeping (Filippenzen 3:14); het is een HEMELSE roeping (Hebreeen 3:1). U maakt deel uit van een uitverkoren geslacht en een koninklijk priesterschap (1 Petrus 2:9).

In deze grote oogsttijd van het einde roept God mannen en vrouwen, die bereid zijn op te staan in Zijn kracht en Zijn wil op aarde te doen.

Jezus werd aangesteld als onze Grote Hogepriester en ontving een koninklijke opdracht Zijn leven te geven als slachtoffer ... het enige offer dat voldoende was om ons uit de handen van satan te verlossen. Hij kreeg de opdracht de werken van de duivel te vernietigen.

Als zoon van God, door God geroepen, heeft U ook een koninklijke opdracht:"Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie aan de ganse schepping." (Marcus 16:15)

God ZOND Zijn eniggeboren zoon in de wereld. Hij heiligde Hem en zegende Hem in. Hij stuurde Hem niet alleen de wereld in. Hij was in Hem. Jezus ging niet uit in Zijn eigen Naam; Hij trok de wereld in en deed Zijn werken in de Naam van Zijn Vader. God zalfde Hem met de 'dunamis' (de wonder-werkende macht) en 'exousia' (autoriteit). Hij stuurde Hem uit met een opdracht ... Zijn plan en doel ... en de macht dat uit te voeren en te vervullen.

Net zoals God Zijn Zoon, Jezus, in de wereld heeft uitgezonden, net zo heeft Jezus u in de wereld uitgezonden. Hij heeft u niet alleen en onvoorbereid in de wereld uitgezonden om alleen tegenover satan komen te staan. Hij woont in u!

Hij maakt u het 'geheimenis van Zijn wil' bekend en Zijn plan voor de eindtijd, waarin Hij u een opdracht gegeven heeft en u onderricht heeft in Zijn Naam uit te gaan. En net zoals God Jezus gezalfd heeft met de Heilige Geest, heeft Hij u gezalfd met dezelfde zalving ... dezelfde Geest ... om die opdracht uit te voeren.

Ziet u de kracht, die u bezit, om u tegen satan te keren, wetende, dat de Schepper van hemel en aarde u door Zijn Geest geroepen heeft, u een opdracht gegeven heeft, Zijn Geest in u geplaatst heeft, en u uitgezonden heeft met Zijn macht en zalving?

U zult nog in kracht toenemen naarmate u een diepere openbaring ontvangt, dat GOD MET U IS ... dat Jezus Christus, de Almachtige Zoon van God, in u is en dat Hij beloofd heeft u nooit te begeven of te verlaten (Hebreeen 13:5).

In Gods plannen voor uw leven komen geen nederlagen voor!

"Niet veel zal Ik meer met u spreken, want de overste der wereld komt en heeft aan Mij niets, maar de wereld moet weten, dat Ik de Vader liefheb en zo doe, als Mij de Vader geboden heeft. Staat op, laten wij vanhier gaan." Johannes 14:30-31

JEZUS WIST, DAT HIJ DE OVERWINNING VAN ZIJN VADER GEKREGEN HAD.

Jezus trad satan tegemoet in de wetenschap, dat Hij de overwinning reeds gekregen had, omdat Hij door God geroepen en uitgezonden was. Jezus zag het grote conflict der eeuwen onder ogen vanuit deze sterke positie van het kennen van Gods roeping voor Zijn leven en te weten, dat die roeping een doel had.

Jezus wist, dat het op strijd aanliep. Hij wist dat satan Hem wilde vernietigen. Toen Jezus geboren werd, probeerde satan Hem te verslaan door Herodes alle jongetjes tot twee jaar, zowel in Betlehem als op nabijgelegen boerderijen, te laten doden. In de woestijn probeerde satan Hem tegen te houden, nog voordat Hij Zijn bediening begon. Met de Farizeeen en schriftgeleerden als zijn instrumenten probeerde satan Hem bij verschillende gelegenheden te vermoorden.

Wetende dat Zijn uur om tegen de satan te strijden, hem te verslaan en naar Zijn Vader terug te gaan, gekomen was, riep Jezus Zijn discipelen bijeen om hen voor te bereiden op wat er ging komen.

Tijdens die laatste nacht, die Hij samen met hen doorbracht, zei Hij hun:"Niet veel zal Ik meer met u spreken, want de overste der wereld komt en heeft aan Mij niets, maar de wereld moet weten, dat Ik de Vader liefheb en zo doe, als Mij de Vader geboden heeft ... ." Johannes 14:30-31

Jezus wist, dat de overste der wereld (satan) kwam. Hij wist, dat satan alles in het werk zou stellen in zijn pogingen Gods verlossingsplan te vernietigen. De satan plaatste zich tegenover Jezus in de gedaante van de schriftgeleerden en Farizeeen ... of de boze menigte ... of de soldaten. Maar satan had zelf de strijd niet in handen. De duivel beheerste niet de situatie ... maar God!

Toen Jezus tegenover satan kwam te staan, rende Hij niet weg om Zich te verstoppen. Hij wankelde niet. Hij zei:"Nu is Mijn ziel ontroerd, en wat zal Ik zeggen? Vader, verlos Mij uit deze ure! Maar hiertoe ben Ik in deze ure gekomen. Vader, verheerlijk uw naam! Toen kwam een stem uit de hemel: Ik heb hem verheerlijkt en Ik zal hem nogmaals verheerlijken. ... Nu gaat er een oordeel over deze wereld; nu zal de overste dezer wereld buitengeworpen worden." (Johannes 12:27-28, 31)

Jezus was niet verontrust. Hij wist hoe de strijd zou eindigen. Hij zei:"De overste dezer wereld ... satan ... zal buitengeworpen worden"! Jezus zei niet, dat de overste dezer wereld aan het einde der wereld zou worden buitengeworpen. Hij zei NU.

Jezus wist dat de overwinning voor Hem was. God riep Hem om satan te verslaan. Hij had de overwinning reeds gekregen. Hij wist dat de Vader Hem alle dingen in handen gegeven had (Johannes 13:3). Hij wist, dat het conflict zou komen. Hij wist dat Hij, als onze Grote Hogepriester, Zijn leven zou afleggen. Maar Hij wist ook, dat, als Hij stierf, satan zou worden buitengeworpen en zijn werken ... en zijn macht over de mens ... gebroken zouden worden. De satan werd verslagen op Golgota!

Ja, nog steeds werkt hij vandaag op aarde. Maar zijn nederlaag bestaat erin, dat hij geen macht meer heeft over de wereld. De satan heeft geen macht meer over Gods geroepen en uitverkoren volk. Wij hebben de opdracht heerschappij te voeren (ons eigendomsrecht op te eisen) over deze aarde. De wereld is van ons!

"Zie, de ure komt en is gekomen, dat gij verstrooid wordt, een ieder naar het zijne en Mij alleen laat. En toch ben Ik niet alleen, want de Vader is met Mij." Johannes 16:32

JEZUS TRAD NIET ALLEEN OP DE VIJAND TOE.

Toen Jezus in de Hof van Getsemane gearresteerd en daarna ondervraagd en gegeseld werd, was dat geen tijd van nederlaag. Niet de satan had de zaak in de hand. Niet de schriftgeleerden en Farizeeen, die Jezus kwamen arresteren, hadden de zaak in handen. Jezus Zelf, de al-vermogende Zoon van God, had de zaak in de hand.

Op het eerste gezicht zag het er niet al te best voor Jezus uit. De mannen, die Jezus meer had liefgehad dan Zijn eigen leven ... mannen, die dagelijks met Hem gewandeld hadden, die Hem het ene na het andere wonder hadden zien doen, hadden Hem verlaten. Hij wist dat Hij voor de rechter gesleept, geslagen en gekruisigd zou worden. Alles leek erop, alsof dit een tijd van nederlaag was. Maar dat was het niet!

Dit was een grote dag van overwinning voor de hele mensheid. God had Jezus opgedragen de werken van de duivel te VERNIETIGEN en de mens te bevrijden.

Jezus kende de prijs. Hij kende Zijn roeping. Hij was aangesteld als onze Grote Hogepriester. Hij wist, dat, door Zijn leven van gehoorzaamheid en Zijn dood en opstanding, satans macht gebroken zou worden. De zonde, ziekte en de dood zouden niet meer heersen. De mens zou bevrijd worden. Er zouden vele zonen in Gods gezin geboren worden!

Jezus stond in deze grote strijd tegen satan niet alleen. De discipelen hadden Hem in de Hof verlaten. Maar toch maakte Hij deze laatste uren van pijn en doodstrijd niet alleen door. Hij hing daar niet alleen aan het kruis.

Toen zij op weg waren naar Jeruzalem had Jezus Zijn discipelen precies verteld, wat er zou gebeuren ... dat Hij meegenomen, bespot en gegeseld zou worden. Hij had hun verteld dat Hij gekruisigd zou worden en dat Hij op de derde dag uit de dood zou opstaan (Matteus 20:18-19). En toen, tijdens het laatste avondmaal, zei Jezus hun, dat zij Hem allen zouden verlaten.

Jezus zei:"Ik ben niet alleen, de Vader is met Mij!" Hij wist, dat de Vader in Hem was en dat, als Hij de wrede bespotting ... de vernedering ... de pijn ... de geseling ...zou doormaken, Zijn Vader bij Hem zou zijn.

Slechts een ogenblik leek het, of de Vader Jezus alleen gelaten had. En op dat duistere moment in Jezus' leven ... een moment van intens lijden en wanhoop ... riep Hij uit:"Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?" (Marcus 15:34) Maar had God Hem echt verlaten?

Juist voor dit doel had God Jezus in de wereld gezonden ... om voor ons tot zonde gemaakt te worden. Jezus vervulde de wil van God daar aan het kruis. Hij offerde daar bereidwillig Zichzelf als het vlekkeloze Lam van God, als een offer voor onze zonden. Hij vervulde daar het werk, waar God Hem voor gezonden had. "Maar het behaagde de HERE hem te verbrijzelen. Hij maakte hem ziek ..." (Jesaja 53:10)

Toen Hij stierf, wist Jezus, dat Zijn Vader Hem niet alleen zou laten. Hij zei:"Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest." (Lucas 23:46) Hij wist, dat God Hem op de derde dag uit de dood zou opwekken. Hij wist dat Hij met de overwinning naar Zijn Vader zou terugkeren!

"Jezus dan, alles wetende, wat over Hem komen zou, kwam naar voren en zeide tot hen: Wie zoekt gij? Zij antwoordden Hem: Jezus, de Nazoreeer. Hij zeide tot hen: Ik ben het. En ook Judas, zijn verrader, stond bij hen. Toen Hij dan tot hen zeide: Ik ben het, deinsden zij terug en vielen ter aarde. Wederom dan stelde Hij hun de vraag: Wie zoekt gij? En zij zeiden: Jezus, de Nazoreeer. Jezus antwoordde: Ik zeide u, dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, laat dezen heengaan; opdat het woord vervuld werd, dat Hij gesproken had: Wie Gij Mij gegeven hebt, uit hen heb Ik niemand laten verloren gaan." Johannes 18:4-9

GOD DEMONSTREERT ZIJN MACHT.

Het is 's avonds laat of vroeg in de ochtend. Jezus is in de Hof van Eden, waar Hij en Zijn discipelen zijn gaan bidden. Terwijl zij bidden, wordt de stilte van de nacht wreed verstoord door de boze stemmen van mannen, die in aantocht zijn.

De stemmen klinken steeds luider. Judas gaat de overpriesters en Farizeeen voor, die snel Jezus en Zijn discipelen naderen. Hun fakkels en lantaarns doen de hemel oplichten.

Stel u eens voor, dat u daar ineengehurkt zit met de discipelen kortbij u. Jezus staat op en treedt kalm toe op de gewapende soldaten. Hij kijkt ze recht aan en vraagt:"Wie zoekt gij?" (Johannes 18:4)

Zij antwoorden:"Jezus, de Nazoreeer." (vers 5)

Jezus gaat niet op de loop. Hij staat daar oog in oog met de vijand, maar weet dat Hij niet alleen is. Hij weet, dat Hij de Zoon van God is en dat de Almachtige God in Hem is.

Jezus staat daar oog in oog met de vijand en weet ... dat Hij deze verantwoordelijkheid niet alleen draagt ... dat God Hem aangesteld heeft als onze Grote Hogepriester.

Jezus staat daar en weet dat God Hem een opdracht gegeven en Hem uitgezonden heeft.

Jezus staat daar en weet dat het Gods wil is dat Hij lijden moet ... pijn ... en de dood aan het kruis ondergaan moet.

Zonder ook maar enig teken van angst, zonder aarzeling, riep Jezus met een sterke en duidelijke stem uit:"Ik ben het!"

Hij weet, Wie Hij is. Eigenlijk zegt Hij:

... Ik ben het, de Alfa en Omega!

... Ik ben het, het Levende Woord!

... Ik ben het, de Schepper van hemel en aarde!

... Ik ben de beloofde Messias! IK BEN HET!

Als Zijn stem weerklinkt, is er zulk een machtige demonstratie van Gods kracht, dat al degenen die gekomen zijn om Hem te grijpen, achteruit deinzen en op de grond vallen. Zij worden neergeslagen door de kracht van Zijn Woorden (Johannes 18:6). Petrus grijpt naar een zwaard en slaat een van de dienaren van de Hogepriester een oor af. Jezus zegt tegen hem:

"Breng uw zwaard weder op zijn plaats, want allen, die naar het zwaard grijpen, zullen door het zwaard omkomen. Of meent gij, dat Ik Mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan twaalf legioenen engelen ter zijde stellen? Hoe zouden dan de Schriften in vervulling gaan, die zeggen, dat het aldus moet geschieden? ... Doch dit alles is geschied, opdat de schriften der profeten in vervulling zouden gaan. Toen lieten al de discipelen Hem alleen en vluchtten." (Matteus 26:52-54, 56)

Petrus begreep het niet. Jezus had niemand nodig om Hem te verdedigen. Dit was geen strijd tegen vlees en bloed. Het was een botsing tussen de macht van God en die van satan ... en alleen Christus' volle gehoorzaamheid aan de goddelijke roeping kon satan overwinnen en verslaan.

"Toen Jezus dan de zure wijn genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En Hij boog het hoofd en gaf de geest." Johannes 19:30

U KUNT SATAN OVERWINNEN IN DE WETENSCHAP, DAT GOD U

GEROEPEN EN U EEN OPDRACHT GEGEVEN HEEFT.

De satan heeft Jezus niet van het leven beroofd. De schriftgeleerden en Farizeeen hebben Jezus niet van het leven beroofd. Niemand heeft Zijn leven uit Zijn lichaam geroofd. Er was geen macht die Hem van het leven kon beroven. Het werd Hem niet afgenomen, maar Hij legde het uit Zichzelf af.

Toen Jezus wist, dat heel de Schrift vervuld en heel Zijn werk volbracht was, gaf Hij Zijn geest terug aan Zijn Vader. Toen boog Hij het hoofd en gaf Hij de geest (Johannes 19:30). Jezus zei:"Het is volbracht." Eigenlijk zei Hij:"Ik ben naar de aarde gezonden met een opdracht ... DIE IS NU VOLTOOID." Ik kwam om de werken van de duivel te vernietigen ... om de mens te bevrijden van de zonde, ziekte en de dood ... DAT WERK IS NU GEDAAN! Ik was gekomen om satan te verslaan en uit te werpen ... om zijn greep over Gods volk te breken ... om hun de heerschappij over de aarde terug te geven ... HET IS VOLTOOID! De satan is verslagen.

God heeft geen nederlagen voor u gepland. U heeft te maken met een vijand, die al verslagen is! De enige macht die hij over u heeft, is de macht die u hem geeft. Jezus heeft gezegd:"Het is volbracht!" De duivel is verslagen. Hij heeft geen macht meer over uw leven.

U moet satan overwinnen en de omstandigheden van uw leven onder ogen zien:

* Wetende, dat God u geroepen heeft om Zijn zoon te zijn.

* Wetende, dat Christus u in de wereld heeft uitgezonden, zoals God Jezus in de wereld uitzond.

* Wetende, dat Christus u een opdracht gegeven heeft.

* Wetende, dat God u gezalfd heeft met dezelfde Geest, waarmee Hij Jezus gezalfd had.

* Wetende, dat u de overwinning reeds ontvangen heeft.

* Wetende, dat u niet alleen tegenover de vijand staat.

U kunt uw omstandigheden tegemoettreden in een demonstratie van Gods macht. In wat voor omstandigheden u zich nu ook bevindt, u bent niet verslagen.

Denk eens aan Jezus, de Apostel en Hogepriester in Wie wij geloven. Denk eens aan de omstandigheden waar Hij in terechtkwam. Hij rende niet weg. Hij wankelde niet. Hij zei:

"Ik ben het", en Zijn vijanden vielen neer.

Jezus heeft satan verslagen. God heeft u geroepen ... Hij heeft u door Zijn Geest verwekt. Hij heeft u tot Zijn zoon gemaakt. U mag niet wankelen. U mag niet weglopen of u verbergen voor uw omstandigheden. U mag niet zeuren en weeklagen over hoe slecht u behandeld wordt. U mag niet verbitterd raken en u afvragen waarom God dit allemaal toegelaten heeft.

U moet handelen als een zoon van God. Ga 'frontaal' tegen die omstandigheden in. Net zoals God Jezus niet alleen heeft gelaten in Zijn strijd tegen de vijand, net zo heeft Christus u niet alleen gelaten. Hij zal u de zekerheid geven om de omstandigheden in uw leven aan te pakken en de vijand, die reeds verslagen is, te overwinnen.

Teksten voor verdere studie:

Jesaja 6:8;

Marcus 16:15;

Lucas 4:18;

Johannes 7:16; 8:18; 8:29; 14:10;

Galaten 4:4.

Jezus versloeg de satan door

Zijn gehoorzaamheid tot de dood.

"Jezus dan zeide tot Petrus: Steek het zwaard in de schede; de beker, die de Vader Mij gegeven heeft, zou Ik die niet drinken?" Johannes 18:11

JEZUS GING NAAR HET KRUIS, WETENDE, DAT DE DOOD HEM NIET KON

VASTHOUDEN.

Nadat Hij satan in de Hof van Getsemane had verslagen, was Jezus bereid de uiteindelijke overwinning over satan te behalen door Zijn lijden en dood aan het kruis. Toen men Zijn handen vastbond en Hem wegleidde, was Hij klaar om DE OVERWINNING, die Hem toekwam, TE NEMEN. Het uur, dat Hij verheerlijkt zou worden, was gekomen. Jezus zag het uur van Zijn dood niet als een tijd van nederlaag.

In de ogen van de wereld was dit een tijd van nederlaag voor Jezus. De satan leek gewonnen te hebben; het was de schriftgeleerden en Farizeeen gelukt Hem ter dood te veroordelen; Zijn discipelen en volgelingen hadden Hem in de steek gelaten. Zij hadden alle hoop op de vestiging van een nieuw koninkrijk opgegeven.

Jezus zou sterven. Maar Jezus keek verder dan het kruis, verder dan de dood, naar Zijn kroon. Hij was niet vol wanhoop, Hij was niet bang. Zijn grote kracht tijdens die laatste ogenblikken op aarde was gebaseerd op het feit, dat Hij wist, dat niet satan de zaak in handen had. Hij wist, dat God alles in Zijn handen houdt. Hij kende Zijn lot. Hij wist, dat Hij zou sterven, maar Hij wist ook, dat Hij op de derde dag uit het graf opgewekt zou worden, ten hemel zou varen naar Zijn Vader en een plaats van allerhoogste macht en autoriteit zou ontvangen.

Voor de grondlegging der wereld had Hij, als de al-vermogende Zoon van God, gedeeld in de heerlijkheid van Zijn Vader. Toen Hij naar de aarde kwam, had Hij die heerlijkheid afgelegd en de gestalte van een mens aangenomen. Nu was de tijd gekomen dat Hij, als de Zoon des mensen, verheerlijkt zou worden en de Naam boven alle namen zou krijgen.

Jezus wist, dat Hij moest sterven en begraven worden, opdat Hij door Zijn dood de Bron van eeuwig leven zou worden voor al degenen, die Hem ontvingen. Hij wist, dat door Zijn dood vele zonen verheerlijkt zouden worden.

"Maar wij zien Jezus, die voor een korte tijd beneden de engelen gesteld was vanwege het lijden des doods, opdat Hij door de genade Gods voor een ieder de dood zou smaken, met heerlijkheid en eer gekroond. Want het voegde Hem om wie en door wie alle dingen bestaan, dat Hij, om vele zonen tot heerlijkheid te brengen, de Leidsman hunner behoudenis door lijden heen zou volmaken." Hebreeen 2:9-10

Hij had gewillig een gestalte van vlees en bloed aangenomen, opdat Hij door Zijn dood de duivel zou vernietigen en de mens zou bevrijden van slavernij aan de zonde. (Hebreeen 2:14-15)

Toen Hij in de wereld kwam, zei Jezus:"Slachtoffer en offergave hebt gij niet gewild, maar Gij hebt Mij een lichaam bereid; in brandoffers en zondoffers hebt gij geen welbehagen gehad. Toen zeide Ik: zie, hier ben Ik - in de boekrol staat van Mij geschreven - om uw wil, o God, te doen." (Hebreeen 10:5-7)

Daar Hij wist, dat Hij door Zijn lijden en dood de uiteindelijke overwinning over satan zou behalen, was Jezus standvastig.

"Want, gelijk door de ongehoorzaamheid van een mens zeer velen zondaren geworden zijn, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van een zeer velen rechtvaardigen worden." Romeinen 5:19

U MOET BEREID ZIJN TE GEHOORZAMEN TOT DE DOOD.

Het kruis heeft op zich geen betekenis. Jezus is niet de enige geweest, die aan een kruis gestorven is. Dood door kruisiging was bij de Romeinen een veelgebruikte methode om misdadigers terecht te stellen. De betekenis ligt in Degene, Die aan dat kruis gehangen heeft. De waarde ervan ligt in Jezus.

Het kruis en het lijden, dat Jezus verdroeg, zijn onbeschrijflijk. Het is voor ons onmogelijk de vernedering, de pijn en het lijden, dat Hij droeg, te vatten. Het natuurlijke verstand verwerpt elke gedachte aan lijden en dood. Het doet ons pijn aan Hem te denken zoals Hij daar gehangen heeft. Het doet pijn eraan te denken wat voor prijs Hij moest betalen. Wij denken liever aan de heerlijke opstanding. De discipelen verwierpen de gedachte, dat Jezus moest sterven. Zelfs nog tijdens de laatste nacht dat zij samen waren ... de nacht voor Zijn dood ... zaten zij te ruziën over wie wel de grootste zou zijn in het nieuwe koninkrijk dat Jezus zou oprichten.

Maar als wij niet bereid zijn eens heel goed en heel indringend te kijken naar Jezus' lijden en dood en niet bereid zijn één met Hem te worden in Zijn dood, zullen wij niet kunnen delen in zijn heerlijkheid.

Net zoals het, naar Gods wil, noodzakelijk was, dat Jezus bereid was, zelfs tot de dood gehoorzaam te zijn, moeten ook wij bereid zijn, gehoorzaam te zijn tot de dood. Net zoals het, naar Gods wil, noodzakelijk was, dat Jezus bereid was, de weg naar Golgota te gaan, moeten ook wij bereid zijn, in gehoorzaamheid de weg met Hem te gaan. Om dit te doen, moeten wij STERVEN AAN ONSZELF!

Onze gemeentes vandaag de dag zitten vol mensen, die begeren met Christus 'op de troon' te zitten. Net zoals Paulus willen zij Jezus kennen in de kracht van Zijn opstanding, maar daar houdt het voor hen op. Er is echter meer!

Om Christus te kennen in de kracht van Zijn opstanding, moeten wij Hem kennen in de gemeenschap aan Zijn lijden en bereid zijn gelijkvormig gemaakt te worden aan Zijn dood.

Paulus zei tegen de Romeinse gemeente:"Die Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn. Zijn wij nu kinderen, dan zijn wij ook erfgenamen: erfgenamen van God, en mede-erfgenamen van Christus." (Romeinen 8:16-17)

Wij zijn erfgenamen van God en mede-erfgenamen van Christus! Maar er is meer:"immers, indien wij delen in zijn lijden, is dat om ook te delen in zijn verheerlijking." (Romeinen 8:17)

Paulus zei tegen Timoteus:"Het woord is betrouwbaar: immers, indien wij met Hem gestorven zijn, zullen wij ook met Hem leven; indien wij volharden, zullen wij ook met Hem als koningen heersen; indien wij Hem zullen verloochenen, zal ook Hij ons verloochenen." (2 Timoteus 2:11-12)

Hij zei tegen de Romeinse gemeente:"Of weet gij niet, dat wij allen, die in Christus Jezus gedoopt zijn, in zijn dood gedoopt zijn. Wij zijn dan met Hem begraven door de doop in de dood, opdat, gelijk Christus uit de doden opgewekt is door de majesteit des Vaders, zo ook wij in nieuwheid des levens zouden wandelen. Want indien wij samengegroeid zijn met hetgeen gelijk is aan zijn dood, zullen wij het ook zijn (met hetgeen gelijk is) aan zijn opstanding; dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn; want wie gestorven is, is rechtens vrij van de zonde. Indien wij dan met Christus gestorven zijn, geloven wij, dat wij ook met Hem zullen leven. ... Zo moet het ook voor u vaststaan, dat gij wel dood zijt voor de zonde, maar levend voor God in Christus Jezus." (Romeinen 6:3-8, 11)

In deze verzen sprak Paulus niet over de uitwendige doop in water. Hij sprak over een inwendige doop ... een uiterst belangrijke eenheid met Christus, waardoor wij totaal één worden met Zijn lijden en dood ... waarbij wij onszelf dood achten voor de zonde ... waarbij onze 'oude mens', met zijn egoïstische begeertes, dood en begraven is.

Deze 'doop in de dood' vindt plaats wanneer wij wederomgeboren worden. Op het moment dat wij ons leven aan God overgeven, berouw hebben en Jezus als onze Verlosser aannemen, wordt onze oude mens aan het kruis genageld. Wat veel christenen echter niet beseffen, is, dat deze dood een VOORTDURENDE dood is.

In plaats van de werkingen van het vlees als zonde te herkennen, ze te belijden en op de Heilige Geest te vertrouwen dat Hij ze zal overwinnen, doen zij of ze er niet zijn. Zij denken dat, omdat zij dood voor de zonde zijn, er niets in hun leven is overgebleven, dat gekruisigd moet worden.

Paulus gaat verder met te zeggen dat, omdat wij onszelf dood achten voor de zonde en levend voor God, wij de verantwoordelijkheid hebben, de zonde niet in ons lichaam te laten regeren. Dat gebeurt niet vanzelf. Wij moeten daarvoor geestelijke energie aanwenden. Wij hebben de verantwoordelijkheid onze zelfzuchtige begeertes en verlangens en de lusten van het vlees dagelijks te kruisigen.

Jezus zei:"Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij." (Lucas 9:23)

Het is door deze eenheid met Hem in de gelijkvormigheid aan Zijn dood, van dag tot dag in ons dagelijks leven, dat wij worden verhoogd in de gelijkvormigheid aan Zijn opstanding.

Er zijn vandaag de dag weinig christenen, die weten wat het betekent te sterven aan zichzelf, en zelfs nog minder, die het beleefd hebben. Dit is nog een reden waarom er zo weinig kracht is in de gemeentes van vandaag. De meeste christenen willen niet sterven aan zichzelf.

Om werkelijk DOOD te zijn voor uw 'IK' ... met Christus te wandelen op de weg van gehoorzaamheid aan Gods wil, met Hem verenigd te zijn in de gemeenschap aan Zijn lijden en dood ... moet u bereid zijn alle aanspraken op uzelf op te geven. Elke dag van uw leven moet u bereid zijn UZELF te verloochenen, uw kruis op te nemen en Jezus te volgen!

Zelfs nog voordat de aarde geformeerd werd, gaf Jezus alle aanspraken op Zijn leven op. Hij koos er niet voor op eigen initiatief te komen ... Hij werd door God gezonden. Hij verkoos gehoorzaam te zijn. Hij ontledigde Zich. Hij kwam niet om Zijn eigen wil te doen. Hij zei:"Zie, hier ben Ik ... om uw wil, o God, te doen." (Hebreeen 10:7)

Gedurende Zijn hele leven en bediening volgde Jezus niet Zijn eigen begeerten. Hij zocht tijdens Zijn leven niet naar eigen eer en glorie. Hij leefde ervoor God te verheerlijken. Zijn hele leven lang bevrijdde Hij mensen uit satans macht ... bevrijdde Hij hen van de zonde, ziekte en de dood. Hij leefde om eens te sterven voor de zonden der wereld.

Op weg naar Jeruzalem kromp Jezus niet ineen en trok Hij Zich niet terug bij de gedachte aan pijn en de dood. Hij was vastbesloten Gods wil te doen ... wat het Hem ook zou kosten. In Getsemane weende, en worstelde Hij, en streed Hij tegen de machten der hel, tot Hij Zich totaal overgaf en zei:"Niet Mijn wil, maar uw wil geschiedde." (Matteus 26:39) Ten overstaan van Zijn aanklagers probeerde Jezus niet Zijn eigen leven te redden. Hij verdedigde Zich niet. Hij sloeg niet terug. Aan de geselpaal stond Hij voor ons in de plaats, en nam Hij de straf voor onze zonden op Zich. Toen Hij het zware kruis op Zijn rug droeg, strompelde Hij voort en viel Hij onder de last. Hij droeg het voor u en mij. Toen Zijn kapotgeslagen en bloedend lichaam aan het kruis hing, klampte Hij Zich niet aan Zijn leven vast, maar legde Hij het gewillig af. Dat is nu wat er bedoeld wordt met 'sterven aan jezelf'!

Als u Hem wilt kennen in de kracht van Zijn opstanding, als u een volledige demonstratie van Gods kracht in uw leven wilt zien, als u met Hem gezeten wilt zijn in de 'hemelse gewesten', moet u bereid zijn te sterven. U moet dan bereid zijn de weg naar Golgota met Hem te gaan. U moet bereid zijn de weg te gaan van gehoorzaamheid aan Gods wil. U moet bereid zijn uzelf als DOOD te beschouwen - zodat u geen rechten meer heeft, geen eigen wil meer heeft, geen eigen begeertes meer heeft.

De enige drijvende kracht, die al uw gedachten en daden moet beheersen, moet zijn het kennen en doen van Gods wil. U moet dan niet meer uw eigen wil zoeken ... uw eigen doel ... uw eigen plannen ... uw eigen ambities nastreven. U moet er dan niet meer naar streven uzelf op de voorgrond te schuiven, maar alleen nog leven om God eer en glorie te brengen.

U moet bereid zijn te riskeren, dat men u niet meer begrijpt, dat men u vervolgt, pijn doet en ongemak bezorgt, als gevolg van het doen van Gods wil. U moet bereid zijn uw leven af te leggen voor de verlorenen.

Als u bereid bent zich te identificeren met Christus' lijden en dood door in uw dagelijkse leven TE STERVEN AAN UW EIGEN 'IK', dan zult u in staat zijn Hem te kennen in de kracht van Zijn opstanding. De kracht van God komt dan vrij in uw leven en u zult elke omstandigheid, elke beproeving, elke verzoeking, die op u afkomt, in totale overwinning het hoofd kunnen bieden. Naarmate u dagelijks de weg van gehoorzaamheid aan Gods wil gaat, zult u satan kunnen aankijken, wetende dat er een kracht in u werkt, die u de eindoverwinning over hem zal geven!

"Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn. Want de wet van de Geest des levens heeft u in Christus Jezus vrijgemaakt, van de wet der zonde en des doods. Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees - God heeft, door Zijn eigen Zoon te zenden in een vlees aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest. Want zij, die naar het vlees zijn, hebben de gezindheid van het vlees, en zij, die naar de Geest zijn, hebben de gezindheid van de Geest." Romeinen 8:1-5

ALS WIJ ONS OVERGEVEN AAN DE HEILIGE GEEST, ZIJN WIJ GEEN

SLAVEN VAN DE WET MEER.

God heeft Zijn Geest in ons geplaatst, waardoor wij MACHT hebben Hem te GEHOORZAMEN en Zijn geboden te onderhouden. Als wij ons overgeven aan de Heilige Geest en door Hem bestuurd en geleid worden, kunnen wij God en Zijn Woord gehoorzamen en de eis der Wet wordt in ons vervuld.

Wij hoeven niet meer in onze eigen kracht ernaar te streven God te gehoorzamen. Wij zijn BEVRIJD OM TE GEHOORZAMEN, als wij vertrouwen op de kracht van de Heilige Geest, Die in ons werkt, en geloven dat God precies zal doen wat Hij beloofd heeft te doen, toen Hij zei:"Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar Mijn inzettingen wandelt en naarstig Mijn verordeningen onderhoudt." (Ezechiel 36:27)

Als wij voortdurend toegeven aan de Heilige Geest en door de Geest worden beheerst en geleid, zullen wij de begeertes en lusten van het vlees niet meer gehoorzamen en dan zijn wij geen slaven van de wet meer, zoals onze boven aangehaalde Bijbeltekst ook zegt. Naarmate wij voortdurend toegeven aan en geleid en bestuurd worden door de Geest, zijn wij in staat te wandelen in gehoorzaamheid en leven wij niet meer onder veroordeling en schuld. Kijk eens naar Romeinen 8:1:"Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn ... ."

Veel christenen lezen deze tekst en stoppen dan. Zij gebruiken dit vers om goed te praten, dat zij het niet zo nauw nemen met de gerechtigheid. Zij doen in hun leven, wat hun vlees van hun vraagt, en als zij een preek horen, waarin hun eigen zonde besproken wordt, wijzen zij het gesproken woord af met de woorden:"Er is geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn."

Zij misleiden zichzelf, omdat zij niet de hele Bijbeltekst toepassen. Dit vers praat niet alle daden goed van degenen, die zeggen, dat ze christenen zijn. Paulus had het hier over diegenen, die niet meer onder de veroordeling leven.

Paulus zei:"Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn. ... die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest." (Romeinen 8:1, 4)

Degenen, die aan de Heilige Geest overgegeven zijn en hun leven leiden onder de controle en de leiding van de Heilige Geest, voor die mensen is er geen veroordeling meer!

Christenen, die toegeven aan de lusten van het vlees en geleid en beheerst worden door hun vleselijke begeertes, leven onder een oordeel. Zij leven in rebellie en staan schuldig voor God. Als zij niet tot belijdenis en berouw komen en zich van hun zonde afkeren, zullen zij oogsten, wat zij gezaaid hebben. "Dwaalt niet, God laat niet met Zich spotten. Want wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. Want wie op (de akker van) zijn vlees zaait, zal uit zijn vlees verderf oogsten, maar wie op (de akker van) de Geest zaait, zal uit de Geest eeuwig leven oogsten." (Galaten 6:7-8)

"Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen, en stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God." Romeinen 6:12-13

DE KEUZE IS AAN U: GEHOORZAMEN OF NIET.

Als u tegen God rebelleert en Hem ongehoorzaam bent, is dat, omdat u daarvoor KIEST. Niemand kan u dwingen ongehoorzaam aan God te zijn. Als u rebelleert en niet in gehoorzaamheid aan Gods Woord wandelt, is dat niet, omdat u geen macht over de zonde hebt, of omdat u geen zeggenschap hebt over uw daden. Dat is, omdat u uw wil overgeeft om ongehoorzaam te zijn.

* Bewust verwerpt u Gods wil en laat u uw eigen wil gelden.

* Bewust verwerpt u Gods Woord.

* Bewust staat u op tegen God en Zijn autoriteit.

* Bewust negeert u het bloed van Jezus, dat het mogelijk heeft gemaakt, dat u macht over de zonde kunt hebben en kunt wandelen in gehoorzaamheid aan God.

In de Hof van Eden hadden Adam en Eva de keuze ... te gehoorzamen aan Gods bevel niet te eten van de vrucht van de boom der kennis van goed en kwaad en te genieten van de zegeningen, die hun in de hof geschonken waren ... OF God ongehoorzaam te zijn, hun zegeningen te verspelen en te sterven. De satan had absoluut geen macht hen tot zonde te dwingen. Adam en Eva gaven hun wil over. Zij rebelleerden ... en bewust kozen zij ervoor ongehoorzaam te zijn.

De kinderen Israëls hadden de keuze ... Gods geboden te gehoorzamen en de zegeningen, die Hij in het verbond beloofd had, te genieten ... OF niet te gehoorzamen, de beloften te verliezen en de vloek te oogsten. De kinderen Israëls gaven hun wil over. Zij rebelleerden. Zij kozen voor de ongehoorzaamheid. Zij keerden bewust God de rug toe, wezen Zijn stem af en volgden hun eigen wil. Keer op keer smeekte God Israel. Toch weigerden zij Naar Hem te luisteren; zij verhardden hun hart en, in plaats van te gehoorzamen, kozen zij hun eigen weg. Zij rebelleerden. In plaats dat zij hun erfenis grepen en de zegeningen van God in bezit namen, kozen zij voor de vloek en de dood.

U heeft ook de keuze:

OFWEL God te gehoorzamen, in de overwinning te leven, Zijn zegeningen te genieten en eeuwig leven te oogsten,

OFWEL ongehoorzaam te zijn, in de nederlaag te leven, Zijn beloftes te verliezen en gestraft te worden met eeuwige vernietiging.

Uw wil is een machtige kracht, die de loop van uw leven bepaalt. Niemand kan u uw wil afnemen. De satan kan niet over de grenzen van uw wil heengaan. Hij kan u niet doen zondigen, en hij heeft ook niet de macht u te doen ophouden met te gehoorzamen aan God. U alleen bent verantwoordelijk voor uw daden. Alleen u heeft macht over uw wil.

Aangezien de macht der zonde in ons leven gebroken is en wij de macht hebben gekregen te gehoorzamen, mogen wij niet toelaten, dat de zonde macht over ons heeft. Wij zien in onze hierboven aangehaalde Bijbeltekst, dat Paulus eigenlijk tegen de Romeinen zei:"U heeft macht over de zonde; geef de zonde geen heerschappij over u ... waardoor u gedwongen zou zijn eraan toe te geven. U heeft macht over de zonde; geef u niet langer over aan de zonde en geef u over aan God."

Paulus probeerde ons duidelijk te maken, dat WIJZELF DE KEUZE HEBBEN.

De satan heeft geen macht over onze wil en kan ons niet dwingen ongehoorzaam te zijn aan God; zijn strategie is: onze wil onder zijn controle te brengen door middel van kunstgrepen, listen, verleiding en misleiding zodat wij, door ongehoorzaamheid, onze wil aan hem overgeven. Zijn strategie is, dat hij probeert ons zover te brengen, dat wij onze wil gebruiken om te REBELLEREN ... op te staan tegen God, Zijn wil te verwerpen en onze eigen wil te doen gelden tegen Hem in.

De satan weet, dat, als hij ons zover krijgt, dat wij in rebellie en ongehoorzaamheid gaan leven, onze omgang met God gehinderd wordt, wij de verbondsbeloften van God verspelen, in de nederlaag leven en de doodstraf oogsten. WEIGER NAAR SATANS LISTEN TE LUISTEREN!

God heeft de hoogste prijs betaald. Hij zond Zijn enige Zoon, Die het u mogelijk heeft gemaakt een leven van gehoorzaamheid te leiden:"Hoe zullen wij dan ontkomen, indien wij geen ernst maken met zulk een heil." (Hebreeen 2:3)

Teksten voor verdere studie:

Deuteronomium 30:20;

Jozua 24:24;

Matteus 26:39;

Johannes 12:27;

2 Timoteus 2:11;

Hebreeen 2:9; 2:14; 5:7; 11:37.

Jezus besloot Gods wil te doen

wat het Hem ook zou kosten.

Jezus was VASTBESLOTEN ... ongeacht de kosten ... GODS WIL TE DOEN! Hij kromp niet ineen en trok Zich niet terug bij de gedachte aan pijn en de dood die Hem wachtten. Zijn denken was niet gericht op de nederlaag, maar op de eindoverwinning, die Hij wou behalen. "Om de vreugde, welke voor Hem lag, heeft Jezus het kruis op Zich genomen." (Hebreeen 12:2)

Jezus' denken was gericht op het doen van Gods wil ... het beëindigen van het werk, dat Hem was opgedragen. Hij werd geroepen en uitgezonden door God met een goddelijke opdracht ... Zichzelf als een slachtoffer te offeren ... het smetteloze Lam van God ... voor de zonden der wereld. Zijn opdracht was de werken van de duivel te vernietigen. Heel Zijn denken was gericht op dit ene doel.

Jezus had een intieme relatie met de Vader. Hij leefde in voortdurende, ononderbroken gemeenschap met Hem. Hij deed alleen, wat de Vader Hem openbaarde, dat Hij doen moest. Jezus' oor was geopend om de wil van God te horen. En als Hij hem hoorde, was Hij niet opstandig ... of ongehoorzaam. Hij luisterde nauwlettend en aandachtig en onderdanig, of Hij Gods stem hoorde. (Zie Jesaja 50:5-9)

Wat een verschil met de discipelen, die hoorden, maar het niet begrepen, of met de kinderen Israëls die niet hoorden:"Noch heeft zich vanouds uw oor geopend, want Ik wist, dat gij zeer trouweloos zijt en een overtreder heet van de moederschoot aan." (Zie Jesaja 48:8.)

Gods volk heeft vandaag horende oren nodig om de wil van God te horen en te kennen en om te gehoorzamen!

Let eens op, waarom Jezus Zijn aangezicht als een keisteen tegen Jeruzalem kon maken:

"Maar de Here HERE helpt mij, daarom werd ik niet te schande; daarom maakte ik mijn gelaat als een keisteen, want ik wist, dat ik niet beschaamd zou worden." (Jesaja 50:7)

Omdat Hij wist, dat Hij wandelde naar Gods wil, raakte Jezus niet verward en werd Hij niet ongerust. Hij wandelde naar Jeruzalem in de wetenschap dat God Hem niet alleen gelaten had ... dat God in Hem was en Hem de overwinning zou geven. In de kennis van Gods wil, wandelde Jezus over de weg naar Jeruzalem met de volgende woorden:

"Hij is nabij, die mij recht verschaft; wie wil met mij een rechtsgeding voeren? Laten wij samen naar voren treden. Wie zal mijn tegenpartij in het gericht zijn? Hij nadere tot mij." (Jesaja 50:8)

Hij stond gereed Zijn aanklagers onder ogen te komen, omdat Hij wist dat Hij onschuldig was ... omdat Hij wist, dat Hij Zijn leven geleefd had in gehoorzaamheid aan God ... omdat Hij wist, dat God Hem zou vrijspreken van alle beschuldigingen en Hem zou opwekken als de 'Heilige en Rechtvaardige' (Handelingen 3:14).

Jezus was niet opstandig. Hij was VASTBESLOTEN Gods wil te doen, wat het Hem ook aan pijn en lijden, dat Hij moest verduren, zou kosten. Hij deinsde niet terug.

"De Here HERE heeft mij als een leerling leren spreken om met het woord de moede te kunnen ondersteunen. Hij wekt elke morgen, Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen. De Here HERE heeft mij het oor geopend en ik ben niet weerspannig geweest, ik ben niet teruggedeinsd. Mijn rug heb ik gegeven aan wie mij sloegen, en mijn wangen aan wie mij de baard uittrokken; mijn gelaat heb ik niet verborgen voor smadelijk speeksel. Maar de Here HERE helpt mij, daarom werd ik niet te schande; daarom maakte ik mijn gelaat als een keisteen, want ik wist, dat ik niet beschaamd zou worden. Hij is nabij, die mij recht verschaft; wie wil met mij een rechtsgeding voeren. Laten wij samen naar voren treden. Wie zal mijn tegenpartij in het gericht zijn? Hij nadere tot mij." Jesaja 50:4-8

NEEM UW PLAATS IN MET HET VASTE BESLUIT GODS WIL TE DOEN.

De weg naar Jeruzalem was voor Jezus niet makkelijk, maar Zijn zorg omtrent de wil van de Vader hield Hem op de been. Er waren vier dingen, waardoor Hij Zijn aangezicht als een keisteen kon maken om de wil van God te doen:

1. Hij had de tong van een 'leerling' (Jesaja 50:4). Letterlijk vertaald betekent dit 'de tong van een discipel'; een getrainde tong. Jezus deed niets uit Zichzelf. Hij sprak alleen wat de Vader Hem leerde. Hij deed alleen, wat Zijn Vader Hem getoond had, dat Hij doen moest.

2. Hij had een oor om Gods wil te horen (Jesaja 50:5). Jezus had een intieme relatie met de Vader. Hij leefde in voortdurende gemeenschap met Hem. Hij bestudeerde de Schriften. Hij vastte en bad. En door die relatie openbaarde God Hem voortdurend Zijn wil. Jezus luisterde zorgvuldig en aandachtig naar Zijn wil.

3. Hij was niet weerspannig maar gehoorzaamde Gods wil (Jesaja 50:5). Zelfs tijdens de pijnlijkste en meest hartverscheurende uren van Zijn leven, onderwierp Hij Zijn eigen wil aan God.

4. Hij had het vertrouwen dat God nabij was en dat Hij Hem de overwinning zou geven (Jesaja 50:7). Hij had geen enkele twijfel. Hij was ervan overtuigd, dat God Hem zou helpen en sterken om het lijden te verdragen.

Hoe dikwijls heeft u uit frustratie bij uzelf gezegd: 'Als ik nu toch maar Gods wil kende. Als God mij alleen maar duidelijk zou tonen, wat Hij wil, dat ik met mijn leven doe, dan zou ik het doen!'

Op weg naar Jeruzalem wisten de discipelen niet, wat Gods wil was, zelfs niet nadat Jezus het hun duidelijk had gemaakt, omdat zij alleen maar bezig waren met, wat zij dachten, dat Gods wil voor hun leven was. Zij dachten, dat het Gods wil was voor Christus, dat Hij een aards koninkrijk zou oprichten, waarin zij op twaalf tronen zouden zitten om de twaalf stammen Israëls te oordelen.

Als u Gods wil voor uw leven zoekt, moet u eerst een totaalbeeld van Gods wil zien ... Zijn plan met en doel voor de mens ... en dan moet u zien, waar God u in dat plan inpast.

Gods wil voor de mens is geopenbaard in Jezus' leven en bediening. Jezus heeft gezegd:"Want Ik ben van de hemel nedergedaald, niet om mijn wil te doen, maar de wil van Hem die Mij gezonden heeft." (Johannes 6:38)

God heeft gewild, dat de werken van de duivel ... zonde, ziekte en de dood ... vernietigd zouden worden en dat de mens hersteld zou worden in zijn gemeenschap met Hem. "Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou." (1 Johannes 3:8)

Het is Zijn wil, dat er niemand verloren gaat:"De Here talmt niet met de belofte, al zijn er, die aan talmen denken, maar Hij is lankmoedig jegens u, daar Hij niet wil dat er sommigen verloren gaan, doch dat allen tot bekering komen." (2 Petrus 3:9)

Het is Zijn wil, dat de wereld gered wordt:"Want God heeft Zijn Zoon niet in de wereld gezonden, opdat Hij de wereld veroordele, maar opdat de wereld door Hem behouden worde." (Johannes 3:17)

Op de weg naar Jeruzalem maakte Jezus Zijn aangezicht tot een keisteen. Hij BESLOOT GODS WIL TE DOEN, wat het ook zou kosten. Hij was gehoorzaam tot de dood (Filippenzen 2:8) en, doordat Hij Zijn bloed gaf, werd Gods wil bekrachtigd en bevestigd.

Dat is Zijn wil ... dat alle mensen gered worden. Het is Gods wil, dat Zijn wil hier op aarde gedaan wordt. Hij heeft ons opgedragen:"Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u bevolen heb ..." (Matteus 28:19). Dat is Gods wil voor uw leven!

Wij moeten ons aangezicht tot een keisteen maken. Wij moeten BESLUITEN ZIJN WIL TE DOEN ... zielen winnen ... wat het ons ook kost. Dit moet de enige drijvende kracht (het motief) zijn achter al onze daden. Wij moeten al onze inspanningen bundelen en eerst richten op dit éne doel.

(plaatje pagina 907, O.T.)

"Hij werd mishandeld, maar hij liet zich verdrukken en deed zijn mond niet open; als een lam dat ter slachting geleid wordt, en als een schaap dat stom is voor zijn scheerders, zo deed hij zijn mond niet open." Jesaja 53:7

DE DISCIPELEN WILDEN DE HEERLIJKHEID, MAAR NIET HET KRUIS.

In grote tegenstelling tot Jezus, Die Zijn aangezicht op Jeruzalem gericht had OM DE WIL VAN GOD TE DOEN, was het aangezicht van de discipelen ook op Jeruzalem gericht, maar dan OM EEN POSITIE VAN MACHT EN EER TE ONTVANGEN.

Aan het begin van de reis had Jezus hun duidelijk Gods wil geopenbaard, dat Hij in de handen van de heidenen overgegeven zou worden, dat Hij gegeseld en gedood zou worden, en op de derde dag uit het graf zou opstaan. Zij begrepen het niet. Volgens hun was Jezus op weg naar Jeruzalem waar Hij Israel zou herstellen en een aards koninkrijk zou oprichten.

Toen zij Kafarnaum naderden, kregen zij ruzie onder elkaar (Marcus 9:33-37). Ziet u ze al lopen, hun stem verheven van boosheid:'Ik heb meer mensen gedoopt!' 'Dat kan wel zijn, maar ik heb grotere werken gedaan!' 'Ik ben de oudste ... ik verdien de eerste plaats.' 'Misschien wel, maar ik heb de meeste kennis ... ik ben de beste. Ik verdien de eerste plaats in het Koninkrijk. Ik heb de hoogste plaats verdiend.' Hun denken was gericht op de eer en de macht, en zij zagen niet dat er een prijs voor betaald moest worden, of zij wilden het niet zien.

Een eind verder op de reis kwam Petrus, toen zij Galilea verlieten en in Judea kwamen, naar Jezus met de vraag:

"... Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd; wat zal dan ons deel zijn? Jezus zeide tot hen: Voorwaar, Ik zeg u, gij, die Mij gevolgd zijt, zult in de wedergeboorte, wanneer de Zoon des mensen op de troon zijner heerlijkheid zal zitten, ook op twaalf tronen zitten om de twaalf stammen van Israel te richten." Matteus 19:27-28

Naarmate zij Jeruzalem naderden raakten zij steeds meer opgewonden bij de gedachte aan de dingen die komen gingen. Zonder Gods wil te kennen of te begrijpen waren de discipelen ervan overtuigd dat Jezus in die tijd een aards koninkrijk in Jeruzalem zou stichten. Terwijl zij naar Jeruzalem liepen, waren hun gedachten slechts gericht op de tronen, die Jezus hun beloofd had.

Het was nu ongeveer een week voordat Hij aan het kruis zou sterven. Bij twee eerdere gelegenheden had Hij gesproken over het lijden en de dood, die Hem in Jeruzalem wachtten. Nogmaals nam Hij de discipelen terzijde en zei:

"Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en schriftgeleerden en zij zullen Hem ter dood veroordelen. En zij zullen Hem overleveren aan de heidenen om Hem te bespotten en te geselen en te kruisigen, en ten derden dage zal Hij opgewekt worden." Matteus 20:18-19

Zij hoorden Jezus duidelijk over Zijn dood spreken, maar hun denken was te zeer in beslag genomen door de glorie, die zij in het nieuwe koninkrijk zouden ontvangen. Hun natuurlijke denken verwierp elke gedachte, dat Jezus pijn zou lijden en de dood zou ondergaan, of de mogelijkheid, dat zij misschien zelf gevangen, geslagen of gedood zouden worden. Het was te pijnlijk om zelfs maar aan te denken.

Na Zijn aankondiging namen Jakobus en Johannes Hem apart en zeiden:"Meester, wij wilden wel dat Gij ons deedt, wat wij U zullen vragen." Jezus zei:"Wat wilt gij, dat Ik u doen zal?"

Zij antwoordden:"Geef ons, dat wij de een aan uw rechterzijde en de ander aan uw linkerzijde mogen zitten in uw heerlijkheid."

Jezus antwoordde:"Gij weet niet, wat gij vraagt. Kunt gij de beker drinken, die Ik drink, of met de doop gedoopt worden, waarmede Ik gedoopt wordt?"

Zij verklaarden:"Wij kunnen het." (Marcus 10:35-39)

In antwoord op Jakobus' en Johannes' verzoek om de plaats van heerlijkheid en macht in Zijn koninkrijk, zei Jezus eigenlijk:'Je moet er een prijs voor betalen. Je moet in staat en bereid zijn de beker, die Ik drink, ook te drinken.'

Zonder echt te begrijpen, wat het inhield, en begerig naar de inwilliging van hun verzoek, antwoordden Jakobus en Johannes vlug:'O, ja, dat kunnen wij ... wij zijn bereid dezelfde beker te drinken'.

'Het delen van iemands beker' was een uitdrukking, die gebruikt werd voor 'het delen in iemands lot'. De 'beker', die Jezus spoedig zou drinken, was gevuld met verdriet, kwelling, pijn en de dood. Hij bevatte de zonden van de wereld. Tevens waren er de doornenkroon, de spot en hoon, de slagen, de schaamte, en de dood.

Jezus wist, dat het alleen was door Zijn gewilligheid en Zijn gehoorzaamheid aan Gods wil, wat betekende dat Hij deze beker van verdriet en lijden moest drinken, dat Hij de eindoverwinning over satan zou behalen. Hij wist, dat Gods wil alleen uitgevoerd kon worden, doordat Hij Zijn bloed vergoot.

"Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen? En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan, om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden. Want waar een testament is, moet noodzakelijk van de dood van de erflater melding gemaakt worden; een testament toch wordt alleen van kracht, indien er iemand gestorven is, daar het nog geen gevolg heeft, zolang de erflater leeft. Daarom is ook het eerste (verbond) niet zonder bloed ingewijd." Hebreeen 9:14-18

Door het vergieten van Jezus' bloed werd Gods wil geldig verklaard en bekrachtigd!

Hoewel Hij wist, wat de prijs was ... hoewel Hij wist, welk een beker van verdriet en lijden Hij moest drinken in Jeruzalem, ging Jezus toch door. Zijn oor was geopend om Gods wil te horen. Hij was niet weerspannig. Hij liep de tocht naar Jeruzalem om tegen satan aan te treden VASTBESLOTEN ... ongeacht de kosten ... OM GODS WIL TE DOEN. Jezus vervolgde toch Zijn weg naar Jeruzalem!

"Toen nam dan Pilatus Jezus en liet Hem geselen. En de soldaten vlochten een kroon van doornen, zetten die op zijn hoofd en deden Hem een purperen kleed om, en zij traden op Hem toe en zeiden: Gegroet, Koning der Joden! En zij gaven Hem slagen in het gelaat. En Pilatus kwam wederom naar buiten en zeide tot hen: Zie, ik breng Hem voor u naar buiten, opdat gij weet, dat ik geen schuld in Hem vind. Jezus dan kwam naar buiten met de doornenkroon en het purperen kleed. En (Pilatus) zeide tot hen: Zie, de mens! Toen dan de overpriesters en hun dienaars Hem zagen, schreeuwden zij en zeiden: Kruisigen, kruisigen! Pilatus zeide tot hen: Neemt gij Hem en kruisigt Hem: want ik vind geen schuld in Hem. De Joden antwoordden Hem: Wij hebben een wet en naar die wet moet Hij sterven, want Hij heeft Zichzelf Gods Zoon gemaakt. Toen dan Pilatus dit woord hoorde, werd hij nog meer bevreesd, en hij ging weder het gerechtsgebouw binnen en zeide tot Jezus: Waar zijt Gij vandaan? Maar Jezus gaf hem geen antwoord. Pilatus dan zeide tot Hem: Spreekt Gij niet tot mij? Weet Gij niet, dat ik macht heb U los te laten, maar ook macht om U te kruisigen? Jezus antwoordde: Gij zoudt geen macht tegen Mij hebben, indien het u niet van boven gegeven ware: daarom heeft hij, die Mij aan u heeft overgeleverd, groter zonde." Johannes 19:1-11

JEZUS VERDUURT DE PIJN, OMDAT HIJ WEET, DAT HIJ GEKOMEN IS OM

GODS WIL TE VERVULLEN.

De soldaten trekken Hem de kleren uit. Zij binden Hem in een voorovergebogen houding aan de geselpaal, om Zijn spieren te spannen, en zij beginnen Hem te slaan.

Ziet u Jezus daar al staan, terwijl een grote Romeinse soldaat een zweep, gemaakt van vele leren riemen met stukken scherp lood eraan, pakt en Hem begint te slaan? Bij elke slag op Zijn rug, beeft Zijn lichaam. Hij schreeuwt het uit van de pijn. De stukken metaal dringen diep in de spieren in Zijn rug en scheuren ze telkens weer open, totdat Zijn rug niet meer gelijkt op die van een mens. Elke striem, die Hij op Zijn rug ontvangt, krijgt Hij voor u en mij. Hij neemt daar onze plaats in en aanvaardt de straf voor onze zonden, onze rebellie, onze ziekten en kwalen. EN door iedere slag op Zijn rug worden wij genezen.

De soldaten maken Hem los van de geselpaal. Zij gooien Hem een purperen mantel om, terwijl Zijn rug een bloederige massa is. Zij vlechten van scherpe doornen een krans, die lijkt op een overwinnaarskroon. Wanneer zij die op Zijn hoofd zetten, dringen de doornen in Zijn hoofd. Nu begint er bloed langs Zijn gelaat naar beneden te lopen. Zij plaatsen een riet in Zijn hand als koningsscepter.

Zie Hem staan, terwijl zij Hem bespotten ... wanneer zij voor Hem buigen en uitroepen:"Gegroet, Koning der Joden!" Zij lachen Hem uit. Zij bespugen Hem. Zij nemen de staf en slaan Hem ermee op het hoofd. Na deze pijnlijke afranseling en bespotting, keert Pilatus terug naar de boze menigte buiten de rechtszaal. Hij zegt tegen hen:"Zie, ik breng Hem voor u naar buiten, opdat gij weet, dat ik geen schuld in Hem vind." (Johannes 19:4)

Dan komt Jezus verwond en bloedend, met de purperen mantel en de doornenkroon op Zijn hoofd, naar voren.

Terwijl hij op zijn rechterstoel zit, wijst Pilatus naar Jezus en zegt:"Zie de mens." (Johannes 19:5). Zie naar Hem ... de Zoon des mensen, de tweede Adam, de door God Uitverkorene en Gezondene, de Gezalfde, de Heilige Israëls, de Verlosser, de Koning der koningen en Heer der heren! Zie Hem daar staan ... de Man, die geen zonde gekend heeft ... Gods Eniggeboren Zoon. Hij is gekomen om hen van hun zonden te redden; om die reden is Hij in de wereld gekomen. Maar zij verachten en verwerpen Hem.

De menigte heeft geen medelijden met Hem, terwijl Hij daar woordeloos staat en pijn lijdt. Zij schreeuwen:"Kruisigen, kruisigen!"

"Neemt gij Hem en kruisigt Hem: want ik vind geen schuld in Hem," antwoordt Pilatus.

Zij antwoorden:"Hij heeft Zichzelf Gods Zoon gemaakt, Hij heeft de dood verdiend!"

Als hij dat hoort, wordt Pilatus bang. Zou deze Man, Die hier voor hem staat, werkelijk Gods Zoon kunnen zijn?

Hij neemt Hem mee terug de rechtszaal in en vraagt Jezus:"Waar zijt gij vandaan?"

Jezus zegt geen woord.

"Weet Gij niet, dat ik macht heb U los te laten, maar ook macht om U te kruisigen?" vraagt Pilatus.

Jezus weet, dat Zijn leven niet in satans handen ligt. Hij weet, dat Zijn leven niet ligt in de handen van Pilatus. Hij weet, dat God alles in handen heeft, en dat het Gods wil is, dat Hij daar staat. Hij corrigeert Pilatus. Hij zegt tegen hem:"Gij zoudt geen macht tegen Mij hebben, indien het u niet van boven gegeven ware: daarom heeft hij, die Mij aan u heeft overgeleverd, groter zonde." (Johannes 19:11)

Jezus is niet bang. Hij probeert Zich niet te verdedigen of te redden. Hij staat hier geheel gewillig. Hij is hier om Gods wil te doen. Als het Lam Gods zonder smet of blaam, biedt Hij Zich gewillig aan.

Jezus keert Zich niet van Zijn weg af. Hij is niet weerspannig. Hij blijft Zijn weg naar Golgota vervolgen!

(PLAATJE PAG. 58 N.T.)

"En toen zij Hem bespot hadden, trokken zij Hem de mantel uit en deden Hem zijn klederen aan en zij leidden Hem weg om Hem te kruisigen. Toen zij heengingen, troffen zij iemand uit Cyrene aan, Simon genaamd: die presten zij om zijn kruis te dragen. En zij kwamen aan een plaats, genaamd Golgotha, dat is de zogenaamde Schedelplaats, en zij gaven Hem wijn, vermengd met gal, te drinken. En toen Hij die proefde, wilde Hij niet drinken. Nadat zij Hem gekruisigd hadden, verdeelden zij zijn klederen door het lot te werpen, en daar nedergezeten bewaakten zij Hem. En boven zijn hoofd brachten zij op schrift de beschuldiging tegen Hem aan: Dit is Jezus, de Koning der Joden. Toen werden met Hem twee rovers gekruisigd, een aan zijn rechterzijde en een aan zijn linkerzijde. En de voorbijgangers spraken lastertaal tegen Hem, schudden hun hoofd, en zeiden: Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, red Uzelf, indien Gij Gods Zoon zijt, en kom af van het kruis! Evenzo spotten de overpriesters samen met de schriftgeleerden en de oudsten en zij zeiden: Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden. Hij is Israels Koning; laat Hij nu van het kruis afkomen en wij zullen aan Hem geloven. Hij heeft Zijn vertrouwen op God gesteld; laat die Hem nu verlossen, indien Hij een welgevallen aan Hem heeft; want Hij heeft gezegd: Ik ben Gods Zoon." Matteus 27:31-43

WETENDE DAT DE MENS BEVRIJD ZAL WORDEN, HANGT JEZUS AAN HET

KRUIS EN STERFT HIJ.

Zij rukken Hem de purperen mantel van Zijn bloedende rug af en trekken Hem Zijn kleren weer aan. Zij laten het kruis op Zijn doorploegde rug vallen en duwen Hem door de straten.

Door de straten van Jeruzalem gaat Hij, zuchtend onder het zware kruis. De mensen langs de weg lachen en bespotten Hem. Enige van de vrouwen, die Hem gevolgd hadden, gaan luid wenend en klagend achter Hem aan.

Dan valt Hij aan de kant van de weg. Hij is zo zwak van het lijden, dat Hij het kruis niet meer kan dragen. Ziet u Hem daar langs de weg liggen ... met het houten kruis over Zijn lichaam heen? Het bloed stroomt uit Zijn rug. De doornenkroon ligt diep in Zijn voorhoofd gedrukt en er stroomt bloed over Zijn gezicht.

Jezus zegt geen woord. Hij verdraagt de pijn en het lijden. Zijn ogen zijn gericht op de vreugde, die voor hem gesteld is. Hij gaat op Zijn voeten staan en vervolgt Zijn weg naar Golgotha!

De soldaten leggen het kruis op Simon van Cyrenes rug, die achter Jezus aanloopt met Jezus' kruis op zijn rug, tot zij bij een plaats komen buiten de stad, die Calvarie of Golgotha heet, wat 'schedelplaats' betekent.

Als Jezus op Golgotha aankomt, willen zij Hem azijn 'vermengd met gal' laten drinken om de verschrikkelijke pijn te verzachten, die Hij tijdens de kruisiging zal ondergaan (Matteus 27:34). Maar Jezus weigert te drinken. In plaats daarvan wil Hij in volle bewustzijn het lijden, dat Hem opgelegd is, verdragen. In Getsemane had Hij Zijn eigen wil afgelegd en nu drinkt Hij uit eigen beweging de 'beker der smarten'. Hij gaat gewillig naar het kruis om te sterven ... om Gods oordeel en toorn over de zonden der wereld te dragen.

Zij kleden Hem uit. Zij leggen Hem op het kruis. De soldaten nemen de hamer en met zware slagen beginnen zij de grote ijzeren nagels in Zijn handen en voeten te slaan. De pijn is ondragelijk. Zijn hele lichaam trilt. Hij schreeuwt het uit.

Zij richten het kruis op en laten het met een enorme slag in het gat in de grond vallen.

Zie naar Hem! Hij hangt daar als een Offer voor u en mij. Hij ondergaat de pijn, de schande en vernedering van het kruis in onze plaats, opdat wij vrijgezet zullen worden van de slavernij aan de zonde ... opdat wij genezen zullen worden ... opdat wij zonen van God zullen worden ... opdat wij een plaats van macht en heerlijkheid zullen ontvangen!

Zie naar Hem! Hij lijdt zoals nooit eerder iemand heeft geleden. Hij, Die geen zonde gekend heeft, is voor ons tot zonde geworden (2 Korintiers 5:21).

Terwijl Hij daar stervende hangt, verdelen de Romeinse soldaten (zonder te weten, dat zij de profetie aangaande Jezus vervullen) Zijn kleren onder elkaar en werpen zij het lot om Zijn kleed zonder naad.

In deze laatste pijnlijke momenten valt satan aan! Hij trekt in twijfel of Jezus wel de Zoon van God is. Hij brengt Hem in verzoeking door te vragen, dat Hij van het kruis komt.

De mensen, die voorbij komen, schudden het hoofd en honen Hem. "Ha, Gij, die de tempel afbreekt en in drie dagen opbouwt, red Uzelf, kom af van het kruis!" (Marcus 15:29-30).

De overpriesters en schriftgeleerden bespotten Hem ook en zeggen onder elkaar:"Anderen heeft Hij gered, Zichzelf kan Hij niet redden. Laat de Christus, de Koning van Israel, nu afkomen van het kruis, dat wij het zien en geloven." (Marcus 15:31-32)

Op de weg naar Jeruzalem had satan, door de mond van Petrus getracht Jezus tot rebellie te brengen tegen Gods wil en Hem van het kruis af te houden (Matteus 16:22-23).

In Getsemane had satan een gemene aanval ingezet tegen Jezus om Hem tot rebellie te brengen tegen Gods wil en Hem van het kruis willen afhouden.

En nu, op het heetst van de strijd, terwijl Jezus' lichaam getergd van de pijn, en Zijn ziel gekweld, verlaten en verworpen is, probeert satan Jezus Zichzelf te laten redden.

Jezus heeft macht Zijn leven af te leggen en het weder te nemen (Johannes 10:18). Alle dingen zijn Hem in handen gegeven (Johannes 13:3). Hij zou een legioen engelen kunnen roepen om Zijn vijanden te vernietigen en Hem te bevrijden. Maar Hij weet, dat Hij moet sterven. Hij weet, dat het door Zijn dood is, dat satan vernietigd ... de mens bevrijd ... en Gods wil gedaan zal worden.

Jezus is niet weerspannig. Hij trapt niet in satans misleiding. Hij kent Gods wil. En Hij is vastbesloten Gods wil te doen en Hij heeft Zijn wil geheel en al uit handen gegeven. Hij komt niet van het kruis af. Hij hangt daar.

Wetende, dat alle dingen volgens Gods wil ... doel en plan ... vervuld zijn, roept Jezus uit:"Mij dorst!" (Johannes 19:28).

Een van de soldaten legt een spons met azijn aan Zijn mond. Ziet u Hem daar in deze laatste momenten van pijn?

Gewond, bloedend, Zijn beenderen ontwricht, uitgedroogd, hangt Hij daar. De woorden van Davids profetie zijn vervuld (Psalm 69:21-22).

Nadat Hij de azijn gedronken heeft, roept Jezus uit:"Het is volbracht!" Hij beveelt Zijn Geest in Gods handen. Hij weet, dat Hij alles gedaan heeft. Hij heeft het werk voltooid, waarvoor Hij gekomen was. Hij heeft de schaamte en het lijden aan het kruis gedragen.

Hij heeft overwonnen! De satan is verslagen! De macht van zonde, ziekte en de dood is gebroken. De mens is bevrijd ... verlost door Zijn bloed. Gods wil is vervuld.

"Hij zeide tot allen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme dagelijks zijn kruis op en volge Mij." Lucas 9:23

VOOR U KUNT DELEN IN JEZUS' HEERLIJKHEID, MOET U UW EIGEN

WIL KRUISIGEN.

God zoekt vandaag mannen en vrouwen die de weg willen gaan, die Jezus is gegaan. Hij heeft mannen en vrouwen nodig, die EEN VAST BESLUIT NEMEN ... hun aangezicht tot een keisteen maken om ... DE WIL VAN GOD TE DOEN wat het hun ook kost.

Er rust zulk een zware last op mijn hart aangaande de Gemeente in Noord-Amerika. Onze kerken zitten vol met christenen, die, als de discipelen, de glorie willen, maar niet het kruis.

Onze kerken zitten vol met zelfzuchtige christenen, die het werk van de Heer wel willen doen, zolang zij maar in de belangstelling staan ... van voren, waar ze gezien worden ... zolang de dingen maar van een leien dakje lopen. Maar als God hun vraagt iets achter de coulissen te doen, waar hun werk niet opgemerkt wordt, of misschien zelfs niet gewaardeerd wordt, willen zij niet.

Weet u, op de weg naar Jeruzalem waren er eigenlijk twee wegen. Jezus ging de weg van zelf-verloochening ... van het zoeken van Gods wil alleen. De discipelen gingen de weg van hun eigen wil en zochten alleen maar hun eigen eer.

Ik heb al zoveel christenen op weg zien gaan om Gods wil te doen. Zij ontvangen een ervaring waarin zij met de Heilige Geest vervuld worden en zij voelen dat God een groot werk voor hun heeft, maar zij worden van hun doel afgeleid. Hun ogen zijn niet meer gericht op het doen van Gods wil ongeacht de kosten, maar op HUN IK gericht.

Zij hebben een beeld van zichzelf in gedachten, waarin zij duizenden mensen bereiken met een grote genezings-, of predikings-, of leraarsbediening. Zij zien zichzelf staan voor een grote menigte en met grote kracht in de bediening staan. Zij zien zichzelf in een grote bediening van wonderen voor zieken bidden, en er staan mensen op uit hun rolstoel. Mannen en vrouwen, die geroepen zijn tot het predikingsambt richten hun oog op een grote kerk met plaats voor acht- of negenduizend ... zij richten zich op een wereldwijde bediening ... zij richten zich op de macht en de heerlijkheid ... de erkenning.

Maar als zij voor de eerste keer in de gelegenheid komen te bedienen ... lesgeven aan een zondagschoolgroep met kleine kinderen, of bidden voor bedlegerige of herstellende patienten, waar weinig erkenning aan vastzit, zien zij dat niet als Gods wil, omdat hun ogen gericht zijn op de eer en glorie en niet op het doen van Gods wil.

Er zijn andere christenen, die op weg gaan om Gods wil te doen, maar, als er beproevingen of moeilijkheden komen, rennen zij weg. Zij zeggen dan:"O, dit kan Gods wil niet zijn. Als het Zijn wil was, zou ik niet zo vervolgd worden. Als het Zijn wil was, zou het toch niet zo slecht gaan." Zij zeggen dan:"De last is mij te zwaar. Ik kan dit niet aan. Het is te moeilijk. Er zijn teveel offers en moeilijkheden. Er is toch niemand, die waardeert wat ik allemaal doe. Er moet een makkelijker manier zijn."

Denk eens na. Hoe vaak heeft u er al over gedacht om in uw eigen bediening, die God u gegeven heeft, de moed op te geven en te stoppen? Nadat u zich heeft uitgesloofd, en vaak verkeerd begrepen bent, of onopgemerkt werk gedaan heeft of geen waardering ontvangen heeft, heeft u wel eens het gevoel dat u geen stap meer kunt zetten.

Op de weg naar Jeruzalem weigerden de discipelen het kruis te aanvaarden als Gods wil. Zij wezen de gedachten aan pijn en lijden af.

Wat men u ook geleerd heeft, u moet een prijs betalen.

Niemand zal ooit weten wat voor enorme prijs ik betaald heb in de 39 jaar dat ik van natie tot natie getrokken ben. Het is niet gemakkelijk geweest. Ik ben vaak eenzaam geweest en heb vaak alleen op een hotelkamer gezeten achter een gesloten deur met mijn aangezicht ter aarde voor Gods troon, en dat vaak weken aan een stuk. Ik ben verkeerd begrepen. Dikwijls was het zo moeilijk, dat ik wilde opgeven. Ik zei dan tegen mijzelf:"Kon ik nu toch maar leven als een normaal mens." En dan kwam Gods roeping op mijn leven terug als een zware last en realiseerde ik mij dat ik geen keuze heb. Mijn leven is niet meer van mij.

Ik zou er verkeerd aan doen, als ik van u zou verwachten dat u dezelfde toewijding aan God zou doen als ik. U bent niet geroepen om te doen, wat ik doe. Maar er is toch in uw eigen leven een prijs, die u bereid moet zijn te betalen, als u wilt doen, waar God u toe geroepen heeft.

Op de weg van het doen van Gods wil moet u onthouden, dat u UW IK aan de kant moet zetten. Als ongemakken ... pijn ... nood, door het doen van Gods wil, op uw weg komen, zal het IK ... het vlees ... opstaan en een gemakkelijkere weg zoeken.

Als u niet bereid bent een te worden met het kruis, uw eigen wil te kruisigen en de weg van gehoorzaamheid aan Gods wil te gaan, wat voor beproevingen en verzoekingen er ook op uw weg komen, zult u niet delen in Zijn glorie.

De macht en kracht van God wordt in uw leven zichtbaar naar de mate, dat u bereid bent zichzelf te ontledigen en het vlees te kruisigen.

"Want wie van u, die een toren wil bouwen, zet zich niet eerst neder om de kosten te berekenen, of hij het werk zal kunnen volbrengen? Anders zouden, als hij de fundering gemaakt had, en het werk niet kon voltooien, allen, die het zagen, beginnen hem bespotten, zeggende: Die man begon te bouwen, maar hij kon het niet voltooien. Of, welke koning, die tegen een andere koning wil optrekken om met hem tot een treffen te komen, zet zich niet eerst neder om te beraadslagen, of hij in staat is met tienduizend man iemand te ontmoeten, die met twintigduizend tegen hem optrekt? En zo niet, dan zendt hij, als de ander nog veraf is, een gezantschap en vraagt om de vredesvoorwaarden. Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn."

Lucas 14:28-33

WIJ MOETEN DE KOSTEN BEREKENEN VOOR HET WINNEN VAN ZIELEN

VOOR DE HEER.

Onze ogen mogen niet gericht zijn op onze eigen verlangens en doelen ... zij moeten gericht zijn op zielen. Onze ogen mogen niet gericht zijn op het opbouwen van grote bedieningen ... maar op zielen. Onze ogen mogen niet gericht zijn op de glorie ... om onszelf een naam te maken ... maar moeten op zielen gericht zijn.

Onze ogen mogen zelfs niet gericht zijn op onze begeerte, dat Gods kracht door ons leven stroomt ... onze ogen moeten gericht zijn op zielen. Het enige doel, dat wij mogen hebben met Gods kracht, die door ons leven stroomt, is, dat er zielen voor Gods koninkrijk gewonnen worden.

Dit is een van de redenen, dat er vandaag de dag zo weinig kracht in zoveel gemeentes is. Zielen sterven en gaan naar de hel, terwijl christenen hun eigen, op zichzelf gerichte plannetjes najagen. De helft van de wereldbevolking heeft nog nooit de Naam van Jezus horen uitspreken ... zelfs nog niet een keer.

Waar zijn degenen, die uitroepen:"Geef mij zielen, of ik sterf!"?

Wij bevinden ons in de laatste uren van de tijd. Het is oogsttijd! Temidden van een verdorven en verkeerd geslacht ... met mensen, die meer van genot houden dan van God ... doet God mannen en vrouwen opstaan, die ZICH VOORNEMEN GODS WIL TE DOEN ... die al het mogelijke willen doen om zielen te winnen ... wat het hun ook kost aan offers, tijd, inspanning of geld.

God roept op tot een nieuwe toewijding aan gehoorzaamheid aan Zijn wil. Neem alstublieft de tijd om uw hart te onderzoeken om te zien of uw leven alleen gericht is op het doen van Gods wil. Is de redding van zielen uw eerste zorg? Heeft u zich voorgenomen Gods wil te doen, wat het u ook kost? Als de laatste bazuin weerklinkt en de Heer terugkomt, wilt u dan een van degenen zijn, die Hij bezig vindt met het DOEN van Zijn wil?

Als u eenmaal uw plaats heeft ingenomen door uw wil erin te zetten en het u voor te nemen ... wat het u ook kost ... zal God u gaan openbaren, waarin Hij u precies wil gebruiken om Zijn wil hier op aarde te openbaren.

De Joden vroegen om een teken ... een teken, dat Jezus inderdaad door God gezonden was. Jezus zei hun:"Indien iemand diens wil doen wil, zal hij van deze leer weten, of zij van God komt, dan of Ik uit Mijzelf spreek." (Johannes 7:17)

In feite zei Jezus, dat de manier om de waarheid te weten over Hem en Zijn leer was, was het gebruiken van hun wil om Gods wil te doen. Als gevolg van het gebruiken van hun wil om Gods wil te doen, zouden zij weten ... zou hun geopenbaard worden ... dat Hij de Zoon van God was.

Bij het kennen van Gods wil is hetzelfde principe is van kracht. Naarmate u uw wil gebruikt om alles te doen, wat God u openbaart omtrent Zijn wil, zult u het WETEN ... uw geestelijke ogen zullen worden geopend.

U zult Hem in grotere mate kennen, omdat Hij Zich aan u zal openbaren.

U zult Zijn wil kennen voor uw dagelijkse leven ... hoe u moet leven, wandelen, spreken en denken.

Het vaste besluit om Gods wil te doen ... wat het u ook kost ... brengt u in de juiste relatie met God en plaatst u in de positie om verdere openbaring van God te ontvangen.

In Zijn relatie met God, nam Jezus Zijn plaats in. Hij zette Zijn wil erop om Gods wil te doen. Zijn oor was geopend om Gods wil te horen. Hij had een relatie met de Vader, waarin Hij zij aan zij met de Vader wandelde.

Jezus heeft gezegd:"Gij zult inzien, dat Ik het ben en niets uit Mijzelf doe, doch dat Ik dit spreek, gelijk de Vader Mij geleerd heeft. (Johannes 8:28) Door Zijn studie en overpeinzing van de Schriften, door Zijn gebeden en gesprekken met God, toonde de Vader Hem wat Hij moest doen en zeggen.

Een van de belangrijkste oorzaken, waarom christenen in verwarring verkeren en worstelen om Gods wil te kennen, is omdat zij een kortere weg zoeken ... een gemakkelijkere weg. Om dit soort relatie te ontwikkelen is geestelijke energie nodig. Een gemeenschap met Christus van moment tot moment is daarvoor nodig. En een zich voeden aan het Woord. Er is gebed en vasten voor nodig. En een overgave aan de Heilige Geest.

God verkiest het u Zijn wil te openbaren en wel zonder ophouden. Als u uw wil gebruikt en u voorneemt Gods wil te doen ... als u Zijn Woord bestudeert ... als u met Hem omgaat en u uw wegen voortdurend aan Hem toewijdt, zal Hij u leren wat u moet zeggen en doen ... Hij zal u stap voor stap leiden (Spreuken 3:5-6).

Wat het u ook kost, u moet een besluit nemen dat u Gods wil zult doen!

Teksten voor verdere studie:

Genesis 6:22; 22:3

Jozua 11:15

Psalm 40:8

Jesaja 53:11

Jeremia 42:6

Daniel 3:18

Marcus 14:36

1 Johannes 2:17

"En zij gingen vandaar weg en reisden naar Galilea. En Hij wilde niet, dat iemand het te weten kwam. Want Hij onderwees Zijn discipelen en zeide tot hen: De Zoon des mensen wordt overgeleverd in de handen der mensen en zij zullen Hem ter dood brengen en drie dagen na zijn dood zal Hij opstaan. Doch zij begrepen dit woord niet en durfden Hem er niet naar te vragen." Marcus 9:30-32

HET NIET KENNEN VAN GODS WIL VEROORZAAKT

ONVOORBEREIDHEID, VERWARRING EN ANGST.

Jezus' belangrijkste doel op de weg naar Jeruzalem was niet het bidden voor zieken, of zelfs om de mensen te onderwijzen. Zijn hoofddoel op de weg naar Jeruzalem was Zijn discipelen voor te bereiden door hun te openbaren, wat Gods wil was.

Jezus zei hun:"Legt gij deze woorden in uw oren, want de Zoon des mensen zal overgeleverd worden in de handen der mensen. Maar zij begrepen dit woord niet en het was voor hen verborgen, zodat zij het niet verstonden. En zij durfden Hem niet naar dit woord vragen." (Lucas 9:44-45)

Dit was de tweede keer, dat Jezus duidelijk Gods wil aan hun openbaarde. Zij hoorden, wat hij zei, en toch begrepen zij Gods wil niet. Waarom zou God Jezus overleveren in de handen der mensen om gedood te worden? Zij vroegen Jezus niet naar de uitleg, omdat zij bang waren voor de waarheid.

Vanaf dit moment op hun reis onderbraken Jezus en Zijn discipelen enige tijd hun reis in Kafarnaum, gingen Judea binnen en staken de rivier de Jordaan over.

Jezus week niet van Zijn weg af. Hij vervolgde Zijn weg naar Jeruzalem:

WETENDE, wat Gods wil was ...

WETENDE, dat Hij de Zoon van God was ...

WETENDE, dat Hij geroepen en uitverkoren was ...

WETENDE, dat Hij door de Heilige Geest gezalfd was om de werken van de duivel te verbreken ...

WETENDE, dat Hij de allerhoogste prijs zou gaan betalen,

WETENDE, dat Hij de eindoverwinning over satan zou behalen ...

WETENDE, dat Hij met macht en heerlijkheid opgewekt zou worden ...

WETENDE, dat Hij verhoogd zou worden en de Naam boven alle naam zou ontvangen ...

De discipelen, die niet wisten of begrepen, wat Gods wil was ... en niet wisten, wat er in Jeruzalem zou gebeuren ... waren in de war en bang. De angst stond hun op het gezicht te lezen. Zij vroegen zich af, wat er eigenlijk in Jeruzalem zou gaan gebeuren. Hun gedachten waren helemaal verward:"Wat bedoelde Jezus, als Hij zei, dat Hij verworpen en overgeleverd zou worden in de handen der mensen? Zou Hij dan echt sterven? Zouden zij ook gevangen en gedood worden?

Op dit moment van Zijn reis, was Jezus klaar satan tegemoet te treden en de eindoverwinning te behalen vanuit de sterke positie van HET KENNEN VAN GODS WIL.

Op de weg naar Jeruzalem trachtte Jezus Zijn discipelen voor te bereiden op de grote confrontatie, die in het verschiet lag, door hun Gods wil te openbaren. Hij wist dat satan hen zou ziften als de tarwe. Zij hoorden, wat Jezus zei, met hun natuurlijke oren, maar onderscheidden geestelijk niet, wat Jezus zei.

Als gevolg van het niet kennen en niet begrijpen van Gods wil, waren zij verward en bang ... en niet voorbereid op de komst van de vijand. Later, toen de strijd hoog oplaaide, toen Jezus in de handen van de Romeinse soldaten uitgeleverd werd, renden zij weg ... verborgen zij zich achter gesloten deuren ... en werden zij verstrooid.

Hoe reageert U, als er verzoekingen komen en satan u probeert te ziften als de tarwe? Als hij op uw geliefden of uzelf ziekte probeert te leggen, loopt u dan gauw naar het medicijnkastje? Leeft u dan in zorgen omwille van uw ziekte? Gaat u naar de huisarts en heeft u meer vertrouwen in hem en menselijk vernuft dan in Jezus Christus en de bovennatuurlijke kracht van God?

Als er ruzie en verdeeldheid in uw gezin is, waardoor het uiteen gescheurd kan worden, is er dan paniek? Als uw kinderen opstandig blijven tegen God ... drinken, drugs spuiten ... heft u dan uw handen in wanhoop omhoog? Gaat u dan urenlang zitten piekeren om een oplossing te vinden voor de problemen in uw huwelijk?

Als u kampt met grote financiele lasten ... als er niet genoeg geld is om in uw behoeften te voorzien ... als er onverwachte uitgaven zijn ... dure reparaties ... hoe reageert u dan? Bent u dan ontmoedigd? Heeft u het gevoel, alsof uw situatie uitzichtloos is?

U moet deze omstandigheden in uw leven het hoofd bieden in de wetenschap van wat Gods wil is. U moet de werken van de vijand herkennen.

Jezus bood elke situatie het hoofd vanuit de sterke positie, dat Hij Gods wil kende. Toen de melaatse naar Jezus kwam met de vraag genezen te worden, aarzelde of twijfelde Jezus niet. Hij zei:"Ik wil het, word rein." (Matteus 8:3) Hij kende Gods wil. Hij wist, dat God Hem gezonden had om de werken van de duivel te verbreken. Aangezien Hij in overeenstemming met Gods wil handelde, werd de melaatse genezen. Toen de Romeinse hoofdman over honderd tot Jezus kwam en Hem vertelde over zijn knecht, die thuis ziek te bed lag, "met hevige pijnen", reageerde Jezus onmiddellijk. Hij zei:"Zal Ik komen en hem genezen?" (Matteus 8:7)

Jezus kende Gods wil en sprak het woord van genezing volgens Zijn wil. Hij zei:"Ga heen, u geschiede naar uw geloof." (Matteus 8:13) Gods wil geschiedde. De knecht van de hoofdman werd op dat uur genezen!

Toen Hij de vrouw, die achttien jaar een geest van zwakheid had gehad, voorovergebogen zag lopen, wist Hij, dat dat het werk van de vijand was en Hij wist, dat Hij macht en autoriteit had gekregen om de werken van de duivel te vernietigen. Overeenkomstig de wil van God, zei Hij:"Vrouw, gij zijt verlost van uw zwakheid." (Lucas 13:12) Hij legde Zijn handen op haar en zij werd onmiddellijk genezen. Gods wil geschiedde!

Jezus wist, hoe Hij in zulke situaties moest reageren, omdat HIJ GEVULD was met de kennis van Gods wil.

"Daarom houden ook wij sedert de dag, dat wij dit gehoord hebben, niet op voor u te bidden en te vragen, dat gij met de rechte kennis van zijn wil vervuld moogt worden, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, om de Here waardig te wandelen, Hem in alles te behagen, in alle goed werk vrucht te dragen en op te wassen in de rechte kennis van God. Zo wordt gij met alle kracht bekrachtigd naar de macht zijner heerlijkheid tot alle volharding en geduld."

Kolossenzen 1:9-11

WEES VERVULD MET DE KENNIS VAN GODS WIL.

Het is niet voldoende 'kennis van het verstand' te hebben ... d.w.z. intellectueel te weten, wat het Woord ons openbaart als Gods wil. De discipelen hadden kennis met hun verstand. Zij probeerden Gods wil te begrijpen met hun natuurlijke denken.

Er zijn vandaag de dag veel christenen, die het Woord bestudeerd hebben en weten, welke leer erin staat, maar hun kennis van Gods wil is alleen gebaseerd op de mogelijkheden van hun eigen, natuurlijke denken. Zij weten, dat het Gods wil is, dat hun lichaam geneest ... zij weten, dat het Gods wil is, dat hun kinderen gered worden ... zij weten, dat het Gods wil is, dat hun geliefden van alcohol en drugs bevrijd worden ... zij weten, dat het Gods wil is, dat hun huwelijk hersteld wordt ... zij weten, dat het Gods wil is, dat hun behoeften vervuld worden ... maar, zoals het was bij de discipelen, die kennis is niet doorgedrongen in hun geestelijke denken waardoor zij 'weten, dat zij weten, dat zij het zeker weten.'

Het natuurlijke denken kan Gods wil niet vatten en onderscheiden. Hij moet geestelijk onderscheiden worden. Het natuurlijke denken gaat tegen de Geest in. Het is vervuld van het EIGEN IK, wereldse begeertes, ambities, en door de mens ontworpen leringen.

De apostel Paulus bad dat, de christenen in Kolosse VERVULD zouden worden met de kennis van Gods wil. Om VERVULD te worden met de kennis van Gods wil, moet ons denken voortdurend hervormd ... veranderd ... worden, en, in plaats van de zelfzuchtige, vleselijke gedachten te hebben, vernieuwd worden door het Woord. Als ons denken vernieuwd wordt, zal de Heilige Geest in staat zijn Gods wil aan ons denken te openbaren en het ermee te vullen. Als ons denken vervuld wordt met de volle kennis van Gods wil, zal dat een kracht worden, die ons leven zal beheersen. Gods wil wordt dan de stuwende kracht bij uitstek, achter al onze daden en motieven. Ook wij zullen dan als Jezus kunnen opzien naar de Vader en zeggen:"Wij zijn niet hier om onze eigen wil te doen. Wij zijn niet hier om onze eigen begeertes te doen, wij zijn hier om Uw wil te doen."

In de natuurlijke wereld is een 'wilsbeschikking' of 'testament' een wettelijk bekrachtigd document, met daarin vervat de voorwaarden en bepalingen omtrent het beheren van een bezit, dat tevens vastlegt hoe een erfenis moet worden verdeeld. Er wordt een testamentair executeur aangesteld, die belast is met de verantwoordelijkheid erop toe te zien dat het testament wordt nageleefd volgens de bepalingen van de erflater ... dat is degene, die het testament heeft laten opstellen.

Voor de grondlegging van de wereld had God een begeerte in Zijn hart. Daar in de pracht van de hemel, en omringd door de engelen, die Hem dag en nacht aanbidden, en waar alle dingen volmaakt gedaan worden naar Zijn wil, begeerde God een volk te bezitten, dat Hem gewillig zou liefhebben en dienen ... dat zich in Hem zou verlustigen ... dat Hem zou aanbidden en gehoorzamen. Hij begeerde 'zonen' te hebben, met wie Hij kon omgaan ... die Hij kon liefhebben en die Hem plezier zouden bereiden.

Uitgaande van deze begeerte en wil van Gods hart, werd er een groots plan ontworpen. Nog voordat de tijd begon, stelde Hij Zijn wil ... plan en doel ... vast aangaande de mens (1 Korintiers 2:7). Hij ontwikkelde een gedetailleerd plan, dat alles omvatte vanaf de schepping tot de voleinding der wereld en de grondvesting van een nieuwe hemel en aarde.

God bepaalde Zijn wil ... Zijn plan en doel met de mens ... en zette hem uiteen, nog voor de grondlegging der wereld. Het is voor eeuwig bepaald! Wat Hij gewild heeft, zal gebeuren! Er gebeurt niets bij toeval. God werkt "alle dingen naar de raad van Zijn wil" (Efeziers 1:11). Jezus werd aangesteld tot Testamentair Executeur van Gods wil. Overeenkomstig Zijn wil zond God Jezus uit om Zijn wil op aarde te vervullen en opnieuw in te stellen. Door Jezus' leven, dood en opstanding werd Gods wil ... plan en doel met de mens ... geopenbaard. In al Zijn daden ... het genezen van de zieken, het vergeven van zonden, het uitwerpen van demonen en het preken van Gods koninkrijk ... werd Gods wil geopenbaard.

Aan het kruis zei Jezus:"Het is volbracht" (Johannes 19:30). Gods wil was vastgesteld. Alles wat God voor de mens gepland had, werd gekocht met het kostbare bloed van Jezus.

Gods wil is ABSOLUUT. Er is geen ruimte voor vergissingen. ALLES ... niet voor 50, 75 of 90 procent ... maar voor 100 procent zal er gedaan worden, wat Hij in Zijn wilsbeschikking heeft vastgelegd. Wat Hij bepaald heeft, zal Hij ook doen.

De Bijbel is Gods wil, geopenbaard aan de mens. Zij is een wettelijk bekrachtigd document met daarin de voorwaarden en bepalingen, die gelden in het Koninkrijk van God op aarde. Zij openbaart onze erfenis als zonen van God. Zij is absoluut onfeilbaar en onaantastbaar. Zij verandert niet. Zij kan niet falen.

Door ons geboorterecht als zonen van God, zijn wij nu aangesteld als 'executeurs' van Gods wil op aarde. Net als Jezus uitverkoren en uitgezonden werd naar deze aarde om Gods wil te openbaren, te vervullen, en te vestigen, zo zijn wij uitverkoren en uitgezonden in deze wereld om Gods wil te openbaren en te vestigen.

Wees zo vervuld met de kennis van Gods wil, dat hij uw denken, uw wil en uw daden doordrenkt. Begin dan als 'executeur' van Gods wil te handelen volgens die wil, WETENDE, dat het de ABSOLUTE AUTORITEIT is ... WETENDE, dat, wat God gewild heeft, voor altijd is vastgesteld ... en dat die wil zal geschieden.

Ga de satan niet onvoorbereid tegemoet, zoals de discipelen ... verward en bang. Ga staan zoals Jezus deed, in de WETENSCHAP VAN WAT Gods WIL IS.

"Zij waren onderweg, opgaande naar Jeruzalem, en Jezus ging voor hen uit, en zij waren verbaasd en zij, die volgden, waren bevreesd. En wederom nam Hij de twaalven terzijde en begon tot hen te spreken over hetgeen over Hem zou komen: Zie, wij gaan op naar Jeruzalem en de Zoon des mensen zal overgeleverd worden aan de overpriesters en de schriftgeleerden en zij zullen Hem ter dood veroordelen. En zij zullen Hem overleveren aan de heidenen, en zij zullen Hem bespotten en Hem bespuwen en Hem geselen en doden, en na drie dagen zal Hij opstaan." Marcus 10:32-34

JEZUS WAS KLAAR OM SATAN HET HOOFD TE BIEDEN, OMDAT HIJ

GODS WIL KENDE.

Ziet u in gedachten Jezus daar op de stoffige weg lopen? Zijn ogen gericht op de horizon. Zijn voetstappen vast en zeker. Als een groot Generaal, Die Zijn soldaten naar de overwinning leidde, ging Jezus Zijn discipelen, zonder vrees en met grote vastberadenheid, voor naar Jeruzalem.

Dit was een beslissend moment in Jezus' leven. Het lot van de gehele mensheid lag in Zijn handen. Hij wist, wat Hem in Jeruzalem wachtte. Hij wist, dat Hij er naartoe ging om voor een ieder de dood te smaken. Hij was Zich ten volle bewust van de pijn, het lijden en de vernedering, die Hij in Zijn lichaam zou dragen.

Jezus zag dit beslissende uur onbevreesd onder ogen, omdat Hij wist, dat het Gods wil was. Hij wist, dat Hij door God gezonden was en gezalfd was met de Heilige Geest om de werken van de duivel te verbreken, de mens te verlossen van zijn zonden, en een nieuw koninkrijk op aarde op te richten. Hij wist ook, dat er pas een eindoverwinning over satan kon komen ... en verlossing ... als Hij Gods wil deed en het werk, wat Hem opgedragen was, voltooide. Jezus wist, dat er zonder het kruis geen overwinning kon komen en zonder Zijn dood geen heerlijkheid zou zijn.

Eigenlijk begonnen Jezus' reis naar Jeruzalem en het kruis voordat Hij naar de aarde kwam. Hij was "het Lam, dat geslacht is sedert de grondlegging der wereld" (Openbaring 13:8). Terwijl Hij wist, wat voor prijs Hij moest betalen, koos Hij er toch voor te komen ... te lijden ... en te sterven. Hij legde Zijn goddelijke vermogens af en kwam naar de aarde in de gestalte van een mens, met het ene speciale doel ... het doen van Gods wil ... om de prijs te betalen. Dat was de machtige drijfveer achter al Zijn daden.

Jezus genas de zieken, deed wonderen, wierp demonen uit, vergaf zonden, wekte doden op, onderwees in de synagoge, predikte aan de armen, allemaal volgens Gods wil.

Toen de tijd kwam, die God in Zijn wilsbeschikking bepaald had, dat Jezus sterven moest ... om de zonden van de wereld aan het kruis te dragen ... richtte Jezus Zijn oog op Jeruzalem in gehoorzaamheid aan Gods wil.

Hij en Zijn twaalf discipelen gingen op weg door de dorpen van Cesarea Filippi. Onderweg begon Jezus hun duidelijk te maken, wat Gods wil voor hun was (Marcus 8:31).

Volgens Gods wil was het noodzakelijk, dat Jezus zou lijden en sterven ... Zich als een slachtoffer voor de zonden der wereld zou geven. De Schriften hadden duidelijk Zijn verwerping, lijdensweg en dood geprofeteerd. En toch hadden de discipelen dit gedeelte van Gods wil niet aanvaard. Zij verwachtten dat Christus Israel elk moment kon herstellen en een aards koninkrijk zou oprichten, waarin zij met Hem zouden heersen en regeren (Lucas 19:11).

Petrus, die Gods wil niet kende, nam Jezus apart en probeerde Hem te overtuigen, dat Hij ernaast zat ... dat pijn, lijden en de dood niet nodig waren en niet tot Gods wil behoorden.

Jezus herkende de bron van deze verzoeking en bestrafte Petrus. Jezus wist, dat hij niet sprak overeenkomstig Gods wil, maar de wil van de mens wilde laten gelden. Hij wist, dat satan Petrus probeerde te gebruiken om de vervulling van Gods wil te verhinderen. Hij beval satan te gaan. Hij zei:"Ga weg, achter Mij, satan; gij zijt niet bedacht op de dingen Gods, maar op die der mensen." (Marcus 8:33)

Jezus week niet af, maar vervolgde Zijn weg naar Jeruzalem.

Toen zij een paar dagen verder gereisd waren, nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes mee de berg Hermon op om te bidden. Het was niet gemakkelijk langs deze weg naar Jeruzalem Zijn lijden en sterven tegemoet te gaan. Het vergde moed om door te gaan. Hij moest Zich voorbereiden op de laatste confrontatie met satan omwille van de zielen der mensen.

Terwijl Hij bad, werd Hij veranderd. De heerlijkheid Gods straalde en ging van Hem uit. Elia en Mozes verschenen en dienden Hem (Lucas 9:30-31). Waarom waren zij daar? Dit was geen toevallige ontmoeting. Zij was door God bevolen. God stuurde hen met een doel:"Dezen ... spraken over Zijn uitgang, die Hij te Jeruzalem zou volbrengen." Dit was een groot feest om de overwinning te vieren nog voor de strijd!

De satan had door Petrus willen bewerken, dat Jezus niet meer Gods wil volgde. Hij had getracht Jezus ervan te overtuigen, dat Zijn pijn, lijden en dood niet nodig waren ... dat het niet Gods wil was.

Hier op de berg de Hermon zond God Mozes en Elia om te bevestigen dat het wel Zijn wil was. Dit was de grote dag waar zij lang op gewacht hadden. De verlossing van de mens zou spoedig bewerkt worden. Zij kwamen Jezus bemoedigen en versterken ... en om te spreken over de grote overwinning, die Jezus door Zijn dood aan het kruis zou behalen. Zij waren daar om Hem te herinneren aan Zijn glorierijke opstanding en Zijn terugkeer naar de Vader in de hemel.

Jezus keerde gesterkt en bemoedigd terug van die ontmoeting op de berg, en WIST de wil van God en onderwierp Zich eraan. Hij keerde Zich niet af.

"En de Here zeide: Wie is dan de trouwe, de verstandige rentmeester, die de heer over zijn bedienden zal stellen om hun op tijd hun deel te geven? Zalig die slaaf, die zijn heer bij zijn komst zo bezig zal vinden. Waarlijk, Ik zeg u, dat hij hem over al zijn bezit zal stellen. Maar als die slaaf in zijn hart zou zeggen: Mijn heer blijft lang uit, en hij zou beginnen de slaven en slavinnen te slaan, en te eten, en te drinken, en dronken te zijn, dan zal de heer van die slaaf komen op een dag, dat hij niet weet, en hij zal hem folteren en hem in het lot der trouwelozen doen delen. Die slaaf nu, die de wil van zijn heer kende en geen toebereidselen getroffen heeft, of niet gedaan heeft naar de wil van zijn heer, zal vele slagen ontvangen. Wie echter die wil niet heeft gekend en dingen heeft gedaan, die slagen verdienen, zal er weinige ontvangen. Van een ieder, die veel gegeven is, zal veel geeist worden, en aan wie veel is toevertrouwd, van hem zal des te meer worden gevraagd." Lucas 12:42-48

UW HOOFDSTRATEGIE OM SATAN TE VERSLAAN

Wij leven in een nieuwe tijd. Er is iets gaande in het rijk van de geest. God is een volk aan het opwekken ... Hij is bezig zonen en dochters op te wekken ... die een alles overheersend doel hebben: ZIJN WIL DOEN!

Er ligt een groot karwei voor ons. Wij hebben een opdracht. Wij hebben niet onszelf uitgekozen; God heeft ons uitgekozen. Zoals God Jezus in de wereld heeft gezonden om Zijn wil op aarde te vervullen, zo heeft Christus u uitgezonden om Gods wil op aarde te vervullen. Jezus heeft gezegd:"Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u." (Johannes 20:21) Wij moeten allereerst onze plaats innemen door te WETEN wat Gods wil is.

Wat is Gods wil voor ons leven van alledag? Hoe wil God dat wij denken ... praten ... wandelen? Hoe wil God Zijn wil door ons heen op aarde bereiken? Als wij eenmaal onze plaats hebben ingenomen en Gods wil KENNEN, moeten wij ons leven daarnaar richten en een leven leiden van honderd procent gehoorzaamheid aan Zijn wil, zoals Jezus dat deed.

Deze hoofdstrategie, die Jezus gebruikte om satan te verslaan, is van het allerhoogste belang voor u persoonlijk en voor de Gemeente als geheel. Jezus komt spoedig terug voor diegenen, die bezig zijn Zijn wil te DOEN. De Geest van God roept ons op, dat wij ons moeten voorbereiden ... dat wij onze toewijding aan de gehoorzaamheid aan Zijn wil moeten vernieuwen. Wij moeten 'horen' wat de Geest zegt en gehoorzamen.

Deze feiten zouden wel eens de belangrijkste feiten kunnen zijn, die u ooit zult horen. Zij kunnen het verschil uitmaken tussen een leven in de overwinning en een leven in de nederlaag.

Net zoals Jezus, doordat Hij Gods wil kende, in staat was elke omstandigheid het hoofd te bieden, net zo heeft Hij in Zijn plan opgenomen, dat u hetzelfde doet. Het is nooit Gods bedoeling geweest, dat Zijn wil een mysterie voor u zou zijn. Hij heeft nooit gewild dat Zijn wil voor uw leven tot een bron van frustratie of verwarring zou worden. Hij heeft nooit gewild, dat er een worsteling voor nodig was, voor u Zijn wil zou vinden. God is geen onpersoonlijk Wezen, ergens boven in de lucht, Dat van u verwacht, dat u naar Zijn wil leeft, zonder dat Hij hem aan u openbaart. Hij wil niet, dat u als een blinde in het duister tast om Zijn weg voor uw leven te vinden.

God heeft Zijn wil aan ons geopenbaard door Jezus' leven, dood en opstanding. Hij heeft ons geopenbaard, hoe wij moeten leven, hoe wij moeten denken ... wandelen ... en spreken. Hij heeft geopenbaard, hoe Hij verwacht, dat wij handelen. Hij heeft geopenbaard, wat wij moeten doen.

"Niet een ieder, die tot Mij zegt: Here, Here, zal het Koninkrijk der hemelen binnengaan, maar wie doet de wil mijn Vaders, die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage tot Mij zeggen: Here, Here, hebben wij niet in uw naam geprofeteerd en in uw naam boze geesten uitgedreven en in uw naam vele krachten gedaan? En dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij werkers der wetteloosheid. Een ieder nu, die deze mijn woorden hoort en ze doet, zal gelijken op een verstandig man, die zijn huis bouwde op de rots. En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en stortten zich op dat huis, en het viel niet in, want het was op de rots gegrondvest. En een ieder, die deze mijn woorden hoort en ze niet doet, zal gelijken op een dwaas man, die zijn huis bouwde op het zand. En de regen viel neer en de stromen kwamen en de winden waaiden en sloegen tegen dat huis, en het viel in, en zijn val was groot." Matteus 7:21-27

WIJ MOETEN ONZE PLAATS INNEMEN IN GODS WIL.

Van alle krachtige strategieen, die Jezus gebruikte om satan te verslaan, was er een de ALLERBELANGRIJKSTE STRATEGIE, waardoor Hij de EINDOVERWINNING over satan behaalde.

Door deze strategie kwam in Jezus' leven Gods kracht vrij, waarmee Hij de werken van de duivel kon verbreken. Deze strategie gaf Jezus de overwinning, toen Hij middenin de grootste beproeving van Zijn leven zat.

Deze strategie brak de macht van de dood, terwijl Hij in het graf lag, en wekte Hem op met kracht. Door deze strategie kon Jezus satan verslaan en de mens verlossen van de zonde. Deze strategie had tot gevolg, dat Hij verhoogd werd en de Naam boven alle namen kreeg. Jezus KENDE de wil van God en leefde in volkomen onderworpenheid en gehoorzaamheid daaraan.

Deze zelfde strategie ... het KENNEN en DOEN van Gods wil ... zal:

* Gods kracht in uw leven vrijmaken om heerschappij te voeren over zonde, ziekte en heel de legermacht van de vijand.

* u onder elke omstandigheid ... elke beproeving ... elke verzoeking, die u tegenkomt ... doen overwinnen.

* u de eindoverwinning over satan geven.

* u de geweldige beloning van een verheerlijkt lichaam en de ingang in het Koninkrijk der hemelen brengen.

En er zonder zult u het niet halen! Zo simpel ligt dat. Als u niet deze zelfde strategie gebruikt, die Jezus ook gebruikte, van het KENNEN en DOEN van Gods wil, zal satan u onder de voet lopen. U zult de ene mislukking na de andere meemaken. U zult verslagen worden.

Negentig procent van Gods volk van vandaag sukkelt maar wat aan ... en kan op elk moment instorten ... omdat zij Gods wil niet kennen. Zij zijn verward. Zij kennen niet het verschil tussen het volgen van hun eigen wil en het volgen van Gods wil. Zij wandelen in geestelijke onwetendheid.

Het rijk van satan bloeit! Omdat zij Gods wil niet kennen, zijn veel christenen kwetsbaar geworden. Als zij oog in oog met de vijand staan, zijn zij bang. Zij worden zenuwachtig. Zij twijfelen. Zij weten niet, wat zij doen moeten. Zij steunen op hun eigen vlees.

Omdat zij Gods wil niet kennen, leven veel christenen niet volgens Gods wil. Zij wandelen in rebellie. Wij leven in een tijd waarin christenen hun eigen zin doen ... wandelen naar hun eigen wil ... denkende dat zij recht wandelen voor Gods aangezicht, denkende dat zij het wel halen straks, als zij naar de hemel willen.

Jezus heeft ons duidelijk gezegd, dat diegenen, die Gods wil DOEN, naar de hemel gaan. Hij probeert de zaak, waar het eigenlijk om gaat, niet te omzeilen. Hij probeert de waarheid niet fijner voor te stellen dan zij is, of gemakkelijker te aanvaarden, door te zeggen:"Zolang je maar tot Mij bidt en 'zegt' en 'beweert' dat Ik je Heer ben", of "Zolang je maar op Mij vertrouwt en gelooft, dat Ik je Heer ben, ga je naar de hemel." Hij heeft gezegd, dat degenen, die de wil doen van Zijn Vader, Die in de hemel is, naar de hemel zullen gaan.

Jezus komt terug voor diegenen, die Hij wakende vindt ... die voortdurend zoeken Gods wil te doen en hem DOEN. In de gelijkenis van de tien maagden werden de vijf, die hun lampen niet in orde hadden gebracht en wier lampen niet brandden, achtergelaten.

In een gelijkenis over Zijn wederkomst zei Jezus:"Die slaaf nu, die de wil van zijn Heer kende en geen toebereidselen getroffen heeft, of niet gedaan heeft naar de wil van zijn heer, zal vele slagen ontvangen." (Lucas 12:47)

Hij, die doet de wil van de Vader, ontvangt eeuwig leven (1 Johannes 2:17). Het achterlaten van uw eigen wil en het doen van de wil van God is een vereiste en geen vrije keuze- mogelijkheid. Wij moeten dit niet licht opvatten. Het wordt van ons geeist!

Teksten voor verdere studie:

Jozua 1:8

Jeremia 9:24

Efeziers 1:5

Jakobus 1:18

(plaatje pagina 210 N.T.)

Jezus nam Zijn plaats van overwinning in door zich te vernederen.

"Gij noemt Mij Meester en Here, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het. Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen; want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, een slaaf staat niet boven zijn heer, noch een gezant boven zijn zender. Indien gij dit weet, zalig zijt gij, als gij het doet. Johannes 13:13-17

NEEM UW PLAATS IN ALS SLAAF VAN CHRISTUS.

Tijdens het Laatste Avondmaal stond Jezus op van tafel, legde Zijn bovenkleed af, sloeg een handdoek om Zijn middel (wat in die dagen gebruikelijk was voor een slaaf), goot water in een kom en begon van elk van de discipelen de voeten te wassen. Wat moet er een stilte gevallen zijn onder de discipelen, toen Hij voor hen knielde en hun de voeten begon te wassen. Zij hadden ruzie zitten maken over wie de grootste in het Koninkrijk der hemelen zou zijn. En nu vernederde de Almachtige Zoon van God Zich tot de positie van een slaaf. Ongetwijfeld herinnerden zij zich, terwijl Hij hun de voeten waste, wat Hij hun op de weg naar Jeruzalem gezegd had:"Gelijk de Zoon des mensen niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen. (Matteus 20:28)

Toen Jezus bij Simon Petrus kwam, stelde Petrus Hem de vraag:"Here, wilt Gij mij de voeten wassen?"

Jezus antwoordde:"Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het later verstaan."

Petrus zei:"Gij zult mijn voeten niet wassen in eeuwigheid!"

"Indien Ik u niet was, hebt gij geen deel aan Mij," antwoordde Jezus.

Simon Petrus zei:"Here, niet alleen mijn voeten, maar ook de handen en het hoofd!" (Johannes 13:6-9)

Toen Jezus klaar was met het wassen van de voeten, trok Hij Zijn bovenkleed weer aan en nam weer Zijn plaats aan tafel in.

Deze uiterlijke daad, waarin Jezus Zijn kleed uittrok, de plaats van een slaaf innam en Zijn discipelen de voeten waste, stelt symbolisch voor, wat Hij deed, toen Hij Zich ontledigde, de gestalte van een mens aannam, en de reiniging van de zonde bewerkte, die zou plaatsvinden, als gevolg van Zijn dood aan het kruis.

Jezus had Zich VERNEDERD ... al Zijn goddelijke vermogens afgelegd ... en had de gestalte van een slaaf aangenomen. Zijn wil was geheel opgegaan in de wil van God. Hij had gewandeld in gehoorzaamheid aan God. Nu was de tijd gekomen, dat Hij, als Dienstknecht, Zijn leven zou afleggen als losprijs voor de zonden van de mens.

Jezus vertelde hun:"Nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen." Jezus had het niet over een uiterlijke daad van het wassen van iemands voeten. Hij trachtte hun te leren, hoe belangrijk het was, dat zij zich vernederden, dat zij anderen dienden ... en niet een te hoge dunk hadden van zichzelf. Als Hij, hun Heer en Meester, bereid was geweest hun de voeten te wassen, zou geen enkele daad van dienstbaarheid hun te laag zijn.

Hij zei:"Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb." Jezus, de Koning der koningen en Heer der heren, kwam niet om ergens op een troon in een koninklijk paleis te zitten. Ofschoon Hij God was, koos Jezus er gewillig voor een dienstknecht te worden ... om te voorzien in de noden van de mens. Hij behoorde Zichzelf niet toe. Als slaaf, Wiens wil totaal uitgeleverd was aan de wil van Zijn Meester, had Jezus Zijn leven totaal uit handen gegeven om de mens te kunnen redden.

Jezus gebruikte dit voorbeeld van het wassen van de voeten om Zijn discipelen te leren dat zij bereid moesten zijn zich te vernederen en slaven te worden ... zij moesten bereid zijn hun leven totaal op te geven om anderen te redden. Zij mochten niet zoeken naar eigen eer, maar moesten bereid zijn om alleen te leven voor Gods eer, zoals Hij dat gedaan had.

Net zoals Jezus Zich moest VERNEDEREN, voordat Hij Zich kon onderwerpen aan God en in gehoorzaamheid aan Zijn wil kon wandelen, moet u zich ook VERNEDEREN, voordat u in gehoorzaamheid aan Zijn wil kunt wandelen.

Paulus zei tegen de Filippenzen:"Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was" (Filippenzen 2:5). Jezus zei:"Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb." (Johannes 13:15)

U moet uw plaats innemen om de eindoverwinning over satan te behalen door u eerst te VERNEDEREN en een slaaf van Jezus Christus te worden:

* Uw moet uw wil totaal verliezen en overgeven aan Jezus Christus.

* U mag geen enkele taak in het werk van de Heer beneden uw stand achten.

* U moet geen oog meer hebben voor uw eigen leven ... uw interesses en begeertes ...

* U mag geen goedkeuring of erkenning van mensen meer nastreven, maar alleen leven om God te verheerlijken.

* U mag uw leven niet meer beschouwen als het uwe en u moet bereid zijn uw leven totaal op te geven om anderen te redden.

Als u zich vernedert zoals Jezus Zich vernederde, en net als Jezus de plaats van een slaaf inneemt, zult u satan en de omstandigheden in uw leven in de ogen kunnen zien vanuit een positie van KRACHT!

Omdat Jezus Zich vernederde en gehoorzaam werd tot de dood, gebeurde er iets. Omdat Hij Zich VERNEDERDE en gehoorzaam was, verhoogde God Hem tot een positie van macht en autoriteit aan Zijn rechterhand en gaf Hij Hem de Naam die boven alle namen is.

Omdat Hij Zich VERNEDERDE en gehoorzaam was aan de wil van God, ontving Jezus de Naam, waardoor Hij tegen de macht van de vijand kon opstaan en de vijand Hem niet kon tegenspreken. Omdat Hij Zich VERNEDERDE en gehoorzaam was, kon Jezus, toen Hij tegenover de vijand stond, een beroep doen op alle hemelse hulpbronnen om de eindoverwinning tegen de satan behalen.

"Zo is het onder u niet. Maar wie onder u groot wil worden, zal uw dienaar zijn, en wie onder u de eerste wil zijn, zal uw slaaf zijn; gelijk de Zoon des mensen niet gekomen is om Zich te laten dienen, maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen." Matteus 20:26-28

JEZUS VERNEDERDE ZICH EN WERD EEN SLAAF.

Toen Jezus naar de aarde kwam, stond Hij er niet op, dat Hij een behandeling als van een koning kreeg. Hij nam de houding aan van een dienstknecht, een slaaf.

Het woord voor dienstknecht is afgeleid van het Griekse woord 'doulos' wat 'binden' betekent. Het betekent 'iemand die aan een ander gebonden is'; een persoon wiens wil is opgegaan in die van een ander; een slaaf, die zozeer is toegewijd aan de belangen van zijn meester, dat hij zijn eigen belangen en begeertes vergeet.

Jezus vernederde Zich en nam de gestalte van een mens aan en werd een slaaf. Zijn eigen wil werd helemaal 'opgeslokt' door Gods wil. Hij zocht niet Zijn eigen weg of wil. Hij was zo geheel toegewijd aan het vervullen van Gods wil, dat Hij Zijn eigen leven uit het oog verloor. Hij achtte Zichzelf onbelangrijk (als niets).

Als dienstknecht ... slaaf ... van God, was Jezus 'gebonden' aan God. Zijn enige doel in het leven was God te verheerlijken. Hij verhoogde Zichzelf niet. In plaats daarvan erkende Hij, dat Hij van God afhankelijk was. Hij zei:"Ik kan van Mijzelf niets doen." (Johannes 5:30); "De Zoon kan van Zichzelf niets doen, of Hij moet het de Vader zien doen." (Johannes 5:19); "De Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken." (Johannes 14:10); "Ik zoek niet mijn eer." (Johannes 8:50).

Terwijl Hij de wil van de Vader kende, dat Hij moest lijden en sterven, ging Jezus de weg naar Jeruzalem als een dienstknecht ... als een slaaf. Hij had Zijn leven lang anderen geholpen. Als dienstknecht van God wist Hij, dat Zijn leven niet van Hemzelf was, maar dat het van God was en van degenen, voor wie was gekomen om voor te sterven.

Als slaaf van God had Jezus de wil van Zijn Meester ten uitvoer gebracht. Hij had zieken genezen ... blinde ogen geopend ... de lammen weer laten lopen ... dove oren geopend ... en doden opgewekt.

In schril contrast met Jezus' grote nederigheid en begeerte om anderen te dienen, zien wij het beeld van de begeerte van de gevallen mens om op de voorgrond geplaatst te worden ... om de grootste te zijn ... de beste te zijn ... om verhoogd te worden.

Jezus had Zijn discipelen verteld, dat zij met Hem op twaalf tronen zouden zitten in Zijn Koninkrijk. En terwijl zij op weg waren naar Jeruzalem, dachten zij dat het nu wel de tijd was, dat Jezus een aards koninkrijk zou oprichten, en de gedachten aan het verhoogd worden en een allerhoogste plaats van eer te ontvangen vervulden hun denken en hart en werden een bron voor veel onenigheid onderweg.

Toen zij Kafarnaum bereikten vroeg Jezus hun:"Waarover waart gij onderweg in gesprek?" (Marcus 9:33) Zij gaven geen antwoord, omdat zij zich schaamden. Zij wilden Hem niet vertellen, dat zij erover geredetwist hadden, wie de meeste was. Jezus kende hun hart. Hij riep hen bijeen en zei hun: "Indien iemand de eerste wil zijn, die zal de allerlaatste zijn en aller dienaar." (Marcus 9:35)

Zij hoorden wat Jezus zei, maar hun begeerte om de eerste te zijn was zo sterk, dat zij er over bezig bleven. Op een andere keer, nadat Jakobus en Johannes gevraagd hadden op een verhoogde plaats te mogen zitten, naast Jezus, waren de overige tien discipelen boos, 'zij namen het kwalijk' (Matteus 20:24) Zij waren boos en jaloers.

In de nacht voor Jezus Zijn leven als slachtoffer voor de zonden der wereld zou opofferen, zaten de discipelen nog steeds ruzie te maken over de vraag, wie de grootste in Zijn koninkrijk zou zijn (Lucas 22:24).

"Maar wie de grootste onder u is, zal uw dienaar zijn. Al wie zichzelf zal verhogen, zal vernederd worden en al wie zichzelf zal vernederen, zal verhoogd worden." Matteus 23:11-12

ALS U ZICH VERNEDERT, ZAL GOD U VERHOGEN EN U MACHT GEVEN

OVER DE VIJAND.

Veel christenen vandaag de dag zoeken naar een manifestatie van God in hun leven. Zij willen graag, dat Gods kracht zich zo in hun leven openbaart, dat zij autoriteit kunnen oefenen over ziekte, financiele problemen, en gezinsproblemen. Zij willen de werken Gods kunnen werken ... getuigen, zieken genezen, demonen uitwerpen. En toch hebben zij geen kracht.

Een van de belangrijkste redenen, waarom christenen vandaag de dag niet in de overwinning wandelen en de werken doen, die Christus twee duizend jaar geleden gedaan heeft, is, omdat zij niet bereid zijn Christus' voorbeeld te volgen. Zij zijn niet bereid zich te vernederen en te wandelen in gehoorzaamheid aan Gods wil. Er is een geest van dwaling in de gemeentes binnengedrongen. Er worden door de mens bedachte leringen onderwezen in vele gemeentes, waardoor christenen zichzelf verhogen en egoistisch worden.

Het Woord leert ons, dat wij ons moeten vernederen ... dat wij onbelangrijk in eigen ogen moeten worden. Jezus erkende totale afhankelijkheid van God, want Hij zei:"Ik kan van Mijzelf niets doen." (Johannes 5:30) Paulus zei tegen de gemeente te Korinte:"Mijn spreken en mijn prediking kwam ook niet met meeslepende woorden van wijsheid, maar met betoon van geest en kracht." (1 Korintiers 2:4) Paulus vertrouwde niet op zijn eigen wijsheid en talenten. Hij stelde zijn vertrouwen op de kracht van God, niet op zichzelf.

De leringen, die de mens zelf ontworpen en in de gemeentes gebracht heeft, leren christenen over de kracht van het positief denken en formules om succes te hebben.

Jezus leerde ons, dat wij ons moeten VERNEDEREN ... onszelf verloochenen ... geen oog meer moeten hebben voor ons eigen leven ... ons leven moeten inzetten om de verlorenen te redden. Hij zei:"Wie zijn leven vindt, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest om Mijnentwil, zal het vinden." (Matteus 10:39) "Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn." (Lucas 14:33) "Wie vader of moeder liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig; en wie zoon of dochter liefheeft boven Mij, is Mij niet waardig." (Matteus 10:37)

De leringen, die de mens zelf ontworpen heeft, leren christenen zich op zichzelf te concentreren en op hetgeen zij voor zichzelf kunnen verwerven door Gods beloftes te belijden en te claimen. Zij willen slechts hun vlees bevredigen. Er worden seminars en cursussen gegeven over positief belijden ... over hoe je het moeten noemen en dan opeisen; over hoe je je zelfbeeld kunt verbeteren; hoe je waardering voor jezelf kunt krijgen en liefde voor je eigen persoon. Er wordt christenen onderwezen:"Je moet eerste-klas reizen en het beste van alles gebruiken. Je bent toch een Koningskind!"

Zodoende zijn christenen zo met zichzelf bezig ... met hun problemen, ziektes, kinderen, persoonlijke verlangens, en hun eigen geestelijke welzijn ... dat er heel weinig voorrang gegeven wordt aan verloren zielen.

Het wordt tijd, dat christenen gaan inzien, dat dit een duivels plan is om ons oog te richten op onszelf, in plaats van het doen van de wil van God en zielen te winnen voor Gods Koninkrijk.

Wij mogen niet voor onszelf leven, maar moeten leven voor Hem, Die stierf en werd opgewekt omwille van ons.

(2 Korintiers 5:14, 15)

God wil, dat u genezen wordt. Hij wil, dat u een hersteld huwelijk heeft. Hij wil, dat uw kinderen verlost en bevrijd worden van de drugs. Hij wil, dat uw man of vrouw van de drank afkomt. Hij wil u graag gelukkig zien op uw werk en dat u een vruchtbare bediening heeft. Hij wil dat u het overwinningsleven leidt. God heeft geen nederlagen voor u gepland!

Maar het is heel belangrijk, dat u weet, dat de reden, waarom u moet overwinnen, geen doel op zichzelf mag worden, maar dat het bedoeld is om u in staat te stellen Gods wil te doen!

God roept Zijn volk op zich te vernederen ... hun eigen leven te vergeten. Hij zoekt naar mannen en vrouwen die bereid zijn hun eigen leven op te geven om anderen voor God te winnen ... die tijd willen geven om voorbede te doen voor verloren zielen ... die voorbij willen zien aan hun eigen behoeften en begeertes, en tijd, energie en geld willen besteden om het evangelie te verspreiden over de naties der wereld.

Het is niet voldoende Gods wil te kennen. Degenen, die Gods wil DOEN, wandelen in gehoorzaamheid en zullen eeuwig leven beerven. Jezus zei:"Want eng is de poort, en smal de weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden." (Matteus 7:14)

De enige manier om in gehoorzaamheid aan Gods wil te wandelen, is door zich eerst te vernederen voor God en bereid te zijn een dienstknecht voor allen te worden. Jezus, de Almachtige Zoon van God, vernederde Zich en werd een dienstknecht voor allen. U moet bereid zijn hetzelfde te doen.

"Vernedert u dan onder de machtige hand Gods, opdat Hij u verhoge te zijner tijd." (1 Petrus 5:6)

"En in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn."

Filippenzen 2:8-10

JEZUS BEHAALDE DE EINDOVERWINNING OVER SATAN DOOR ZICH TE VERNEDEREN.

In gehoorzaamheid aan Gods doel en plan met de mens, trad Jezus aan tegen satan en behaalde Hij de eindoverwinning. Hij verliet de hemel en kwam naar de aarde om een grote geestelijke verovering uit te voeren en Gods wil weer op aarde te vervullen.

Omdat Hij bereid was Zich te vernederen en te onderwerpen om in 100 procent gehoorzaamheid aan Gods wil te leven, was het resultaat dat er een VOLLEDIGE MANIFESTATIE VAN GOD in Zijn leven kwam en kon Hij een beroep doen op alle hemelse hulpbronnen, die er waren.

Door deze essentiele strategie van 100 procent gehoorzaamheid aan God, VERNIETIGDE Jezus de werken van satan ... brak Hij de macht der zonde, ziekte en dood! Jezus WERD de bewerker van eeuwige redding voor al degenen, die gehoorzamen! Jezus kreeg de uiteindelijke overwinning over satan ... opstanding uit de doden! Jezus steeg ten hemel in grote macht ... Hij heeft de gevangenschap gevangen genomen! Jezus werd verhoogd tot een plaats van allerhoogste macht en autoriteit! Jezus verkreeg een Naam, die is boven alle namen!

Hoe was Jezus in staat in Zijn menselijke gestalte Zijn leven in volledige en totale onderwerping aan God te leiden? Hoe kon Hij Zijn gehoorzaamheid volhouden tot het uiterste in Zijn dood aan het kruis?

Voor Hij naar de aarde kwam, moest Hij Zich VERNEDEREN. Hij was gelijk aan God. Hij bezat dezelfde goddelijke eigenschappen van almacht, alwetendheid en alomtegenwoordigheid. Hij was de Alfa en Omega - een bovennatuurlijk, oneindig Wezen zonder begin of einde. Hij was heilig, rechtvaardig en zonder smet.

Jezus was vanaf het begin bij God. "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. (Johannes 1:1-3)

Hij schiep de zon, de maan, de sterren, de aarde. Alles op aarde en in de hemel was aan Hem onderworpen. Alle engelen, met inbegrip van Lucifer, waren Hem onderworpen. Hij was bij God in de hemel toen Lucifer een derde van de engelen van God aftrok en uit de hemel geworpen werd. Jezus zei tegen de discipelen:"Ik zag de satan als een bliksem uit de hemel vallen." (Lucas 10:18)

Jezus 'heeft het Gode gelijk zijn niet als een roof geacht' (Filippenzen 2:6). Ofschoon Hij een met God was, stond Hij niet op Zijn positie van gelijkheid, maar legde het gewillig af. Hij gebruikte Zijn gelijkheid aan God niet als een kans Zichzelf te verhogen. Hij vernederde Zich door Zich te 'ontledigen' ... en legde al Zijn goddelijkheid af.

Jezus, de Schepper ... de Alfa en Omega, de

al-vermogende, al-wetende, alomtegenwoordige, oneindige, bovennatuurlijke God, de Koning der koningen en Heer der heren, de Heerser over de hemelen en de aarde ... legde al Zijn glorie af. Hij vernederde Zich en daalde neer van de heerlijkheden van de hemel naar de aarde, alwaar Hij een gestalte van vlees en bloed aannam. Degene, Die in de hemel over engelen regeerde, werd "voor een korte tijd beneden de engelen gesteld" (Hebreeen 2:9).

Hij hield niet op God te zijn, maar terwijl Hij op aarde was, maakte Hij geen gebruik van zijn goddelijke vermogens. Hoewel Hij onbegrensde bovennatuurlijke macht bezat, werd Hij als een Mens geboren en terwijl Hij op aarde was, was Hij onderworpen aan de beperkingen van de menselijke natuur. "Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond" (Johannes 1:14). Hij werd in alle dingen 'aan Zijn broeders gelijk' (Hebreeen 2:17).

Jezus' bereidheid Zich te vernederen, uit de hemel naar de aarde neer te dalen en de gestalte van een dienstknecht aan te nemen, was een belangrijke factor bij het behalen van de eindoverwinning tegen satan en de macht der zonde te vernietigen.

De zonde begon niet in de Hof van Eden. Zij begon in Lucifers hart. Hij zei:"Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten en zetelen op de berg der samenkomst ver in het noorden ... mij aan de Allerhoogste gelijkstellen." (Jesaja 14:13-14) De wortel van Lucifers zonde was hoogmoed. Hij was niet tevreden met zijn positie en begeerde gelijk te zijn aan God.

Het was die hoogmoed in zijn hart, die begeerte om verhoogd te worden en boven 'de sterren Gods' op te stijgen, waardoor hij rebelleerde tegen God. Zijn rebellie was ongehoorzaamheid en zijn ongehoorzaamheid leidde tot zijn val.

Deze zelfde volgorde ... hoogmoed, rebellie, ongehoorzaamheid ... leidde tot de val van de mens in de Hof van Eden. De satan verzocht Eva aan God ongehoorzaam te zijn door haar te zeggen, dat, als zij van de verboden vrucht aten, zij als God zouden zijn (Genesis 3:5). Eva's hoogmoed ... haar begeerte om verhoogd te worden als een god ... leidde tot haar opstand. Door Adam en Eva's ongehoorzaamheid kwam de zonde in de wereld binnen.

Lucifer had gezegd:"Ik zal opstijgen ... ik zal mijn troon verhogen ... mij aan de Allerhoogste gelijkstellen." Jezus, Die gelijk was aan God, vernederde Zich en daalde neer. Hij zei:"Zie, hier ben Ik ... om uw wil, o God, te doen." (Hebreeen 10:7)

Lucifer rebelleerde tegen God. Jezus, in de gestalte van een mens, was gehoorzaam tot de dood.

Als gevolg van Zijn hoogmoed en ongehoorzaamheid, werd Lucifer uit de hemel geworpen en werd hij veroordeeld tot de diepte der hel. Als gevolg van zijn ongehoorzaamheid werd de relatie, die de mens met God had, verbroken en werd hij een dienstknecht van satan en veroordeeld tot de dood. Door Zijn nederigheid en gehoorzaamheid bevrijdde Jezus de mens uit de slavernij aan satan, gaf Hij de mens aan God terug, en verschafte Hij hem toegang tot het eeuwige leven bij God in de hemel.

"Toen zeide Ik: zie, hier ben Ik - in de boekrol staat van Mij geschreven - om uw wil, o God, te doen. In de aanhef zegt Hij: Slachtoffers en offergaven, brandoffers en zondoffers, hebt Gij niet gewild, noch daarin een welbehagen gehad, hoewel zij naar de wet gebracht worden. (Doch) daarna heeft Hij gezegd: Zie, hier ben Ik om uw wil te doen. Hij heft het eerste op, om het tweede te laten gelden. Hebreeen 10:7-9

OMDAT HIJ BEREID WAS ZICH TE VERNEDEREN, BRAK JEZUS DE MACHT

DER ZONDE.

Jezus' bereidheid Zich te vernederen, af te dalen van de hemel naar de aarde en de gestalte van een dienstknecht aan te nemen was een zeer belangrijke factor bij het behalen van de eindoverwinning over de satan en de macht der zonde te breken.

De zonde begon niet in de Hof van Eden. Zij begon in Lucifers hart. Hij zei:"Ik zal ten hemel opstijgen, boven de sterren Gods mijn troon oprichten ... mij aan de Allerhoogste gelijkstellen." (Jesaja 14:13-14) De wortel van satans zonde was hoogmoed. Hij was niet tevreden met zijn positie en begeerde aan God gelijk te worden. En die hoogmoed, die begeerte in zijn hart om verhoogd te worden en boven 'de sterren Gods' op te stijgen, waardoor hij tot rebellie kwam tegen God. Zijn rebellie was ongehoorzaamheid en zijn ongehoorzaamheid leidde tot zijn val.

Deze opeenvolgende stappen ... hoogmoed, rebellie, ongehoorzaamheid ... leidde ook tot de val van de mens in de Hof van Eden. De satan verzocht Eva om haar ongehoorzaam aan God te maken door tegen haar te vertellen, dat, als zij van de verboden vrucht zouden eten, zij als God zouden zijn (Genesis 3:5). Eva's hoogmoed ... haar begeerte verhoogd te worden als een god ... leidde tot haar rebellie. Door Adam en Eva's zonde kwam de zonde de wereld binnen.

Lucifer had gezegd:"Ik zal opstijgen ... mijn troon oprichten ... mij aan de Allerhoogste gelijkstellen." Jezus, Die aan God gelijk was, vernederde Zich en daalde neer naar de aarde. Hij zei:"Zie, hier ben Ik ... om uw wil, o God, te doen." (Hebreeen 10:7)

Lucifer rebelleerde tegen God. Jezus was in Zijn gestalte als een mens gehoorzaam tot de dood. Als gevolg van zijn hoogmoed en ongehoorzaamheid werd de satan uit hemel geworpen en veroordeeld tot de diepten der hel.

Als gevolg van de ongehoorzaamheid van de mens, werd zijn relatie met God verbroken en werd hij een slaaf van satan en veroordeeld te sterven.

Door Zijn nederigheid en gehoorzaamheid bevrijdde Jezus de mens van slavernij aan satan, herstelde Hij de mens bij God, en gaf Hij hem toegang tot het eeuwige leven bij en met God in de hemel.

Teksten voor verdere studie:

2 Kronieken 12:6; 30:11; 32:26; 33:12; 34:27

Job 22:29

Psalm 9:12; 34:2; 69:32

Spreuken 6:3; 16:19; 22:4; 29:23

Jesaja 57:15

Micha 6:8

Zacharia 9:9

Matteus 18:4

Marcus 9:35; 10:45

Lucas 2:51; 22:26

Johannes 8:50; 13:5

2 Korintiers 8:9

Hebreeen 5:8

1 Petrus 5:5-6

Jezus nam Zijn plaats in

om de overwinning te behalen

door Zich aan God te onderwerpen

"Maar Hij geeft dan ook des te grotere genade. Daarom heet het: God wederstaat de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade. Onderwerpt u dus aan God, maar biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden." Jakobus 4:6-7

JEZUS ONDERWIERP ZICH AAN GOD EN AAN DE AUTORITEITEN, DIE

GOD HAD INGESTELD.

Jezus was in staat te leven in 100 procent gehoorzaamheid aan God en de eindoverwinning over satan te behalen, door nog een andere belangrijke strategie ... Hij ONDERWIERP Zich TOTAAL aan God!

Hoe dikwijls hebben wij alleen het laatste gedeelte van dit vers aangehaald:"Biedt weerstand aan de duivel, en hij zal van u vlieden," en hebben wij de echte sleutel tot de kracht over het hoofd gezien. Wij moeten eerst bereid zijn ons te vernederen en ons te onderwerpen aan God, voordat wij de duivel kunnen weerstaan, zodat hij van ons zal vlieden.

De satan heeft in onze tijd veel christenen onder de voet gelopen, omdat zij zich niet aan God hebben onderworpen. Er is onder christenen in de gemeentes grote behoefte aan echt inzicht, in wat onderwerping eigenlijk is. De meeste christenen hebben niet het flauwste vermoeden wat het betekent, door gehoorzaamheid aan de structuur van de Gemeente, aan God en aan de plaats, die God hun gegeven heeft in hun gezin, onderworpen te zijn. Daardoor komt het, dat zij in rebellie tegen God hebben gewandeld en in hun leven nederlagen hebben geleden.

Iedere keer als een christen zich niet aan God onderwerpt en zijn eigen wil volgt, is dat rebellie en zonde:"Voorwaar, weerspannigheid is zonde der toverij en ongezeggelijkheid is afgoderij en dienen van terafim." (1 Samuel 15:23)

Er zijn twee woorden, die ons helpen te begrijpen, wat onderwerping betekent. Het ene is afgeleid van het Griekse woord 'hupotasso', wat voornamelijk gebruikt wordt in verband met het leger en dat betekent: 'van een lagere rangorde zijn, zich onderwerpen, gehoorzamen, onderworpen zijn aan'.

In het leger worden mannen, die soldaat worden en pas in de legerdienst zijn begonnen, ingedeeld onder hun sergeant. Zij moeten onderworpen zijn en hun sergeant gehoorzamen. In grote bedrijven vindt men werknemers, die staan onder afdelingshoofden en zij moeten zich aan hun afdelingshoofd onderwerpen. In de regering, in kerken en in elke organisatie vinden wij een autoriteit, waaraan wij ons moeten onderwerpen.

Het andere Griekse woord betekent 'zich overgeven aan de autoriteit of de wil van iemand anders'.

Voordat Jezus gehoorzaam kon worden aan de wil van God, moest Hij Zich vernederen en ONDERWERPEN aan God.

Jezus was aan God gelijk. Hij bezat dezelfde heerlijkheid, dezelfde macht en dezelfde autoriteit. Hij legde die heerlijkheid, macht en autoriteit af en gewillig onderwierp Hij Zich - gaf Hij Zich over - aan de wil en autoriteit van God.

God is een God met een doel, een plan, een ontwerp en Hij houdt Zich aan de wetten, die Hij ooit heeft ingesteld. Voor de grondlegging der wereld wist God, dat de mens tegen Hem zou opstaan en tegen Hem zou zondigen. Om de mens terug te brengen tot gemeenschap met Hem en hem opnieuw in de positie van het zoonschap te brengen, maakte Hij het plan Jezus te sturen, opdat Deze Zijn leven zou geven als slachtoffer voor de zonden van de mens. Hij maakte het plan, dat Jezus zou lijden en aan het kruis zou sterven.

Jezus onderwierp Zich ... gaf Zich over aan Gods wil. Hij twijfelde niet aan de noodzaak van Zijn lijden en sterven. Hij probeerde niet met een andere oplossing te komen of Zijn eigen wil te volgen. Hij onderwierp Zich aan Gods wil. Hij gaf Zijn eigen wil uit handen en was ondergeschikt aan Gods autoriteit.

Jezus' leven was een leven van ondergeschiktheid aan de Vader. Zoals God Zijn wil aan Hem openbaarde, onderwierp Jezus Zich en gehoorzaamde Hij. Door dit machtige standpunt in Zijn leven kon Hij wandelen in 100 procent gehoorzaamheid aan God. Hoewel Hij de Zoon van God was, leerde Jezus gehoorzaamheid. Hij onderwierp Zich niet alleen aan God, maar Hij onderwierp Zich zelfs aan de autoriteit, die God boven Hem stelde.

(plaatje pag. 109 N.T.)

"En zijn ouders reisden elk jaar naar Jeruzalem, op het Paasfeest. En toen Hij twaalf jaar was geworden en zij, zoals dit bij het feest gebruikelijk was, optrokken, en de feestdagen voleindigd hadden, bleef het kind Jezus bij hun terugreis te Jeruzalem achter, en zijn ouders bemerkten het niet. Daar zij vermoedden, dat Hij bij het reisgezelschap was, gingen zij een dagreis ver en zochten Hem onder de verwanten en bekenden. En toen zij Hem niet vonden, keerden zij terug naar Jeruzalem, Hem zoekende. En het geschiedde na drie dagen, dat zij Hem vonden in de tempel, waar Hij zat te midden der leraren, terwijl Hij naar hen hoorde en hun vragen stelde. Allen nu, die Hem hoorden, waren verbaasd over zijn verstand en zijn antwoorden. En toen zij Hem zagen, stonden zij versteld en zijn moeder zeide tot Hem: Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, uw vader en ik zoeken U met smart! En Hij zeide tot hen: Waarom hebt gij naar Mij gezocht? Wist gij niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen mijns Vaders? En zij begrepen het woord niet, dat Hij tot hen sprak. En Hij ging met hen terug en kwam te Nazaret en was hun onderdanig. En zijn moeder bewaarde al deze woorden in haar hart.

Lucas 2:41-52

JEZUS ONDERWIERP ZICH AAN GOD EN AAN DE AUTORITEITEN, DIE

GOD HAD AANGESTELD.

Hij was nog maar twaalf jaar, en Jezus had reeds een openbaring van God ontvangen over Zijn roeping ... Hij wist, dat Hij gezalfd was en door God gezonden om een goddelijke opdracht te vervullen. Hij wist, wie Hij was, en Hij was klaar om met het werk te beginnen, dat God Hem had opgedragen.

Wij zien Jezus als kleine jongen - God had Hem geopenbaard, dat Hij de beloofde Messias was, Degene, Die door God gezonden was om vrijlating aan de gevangenen te prediken, om de zieken te genezen, om mensen van hun zonden te reinigen - daar te midden van de grote rabbi's en leraren der wet zitten, terwijl Hij elk woord indrinkt en gretig vragen stelt. Hij was de grote Leraar, Die gezonden was om de weg tot eeuwig leven te onderwijzen en te prediken. Hij was Degene, Die uitgezonden was om Gods Koninkrijk op aarde te vestigen. Hij had Gods stem tot Zich horen spreken in een openbaring omtrent Zijn wil voor Zijn leven en Hij verlangde ernaar het werk, dat God Hem te doen gegeven had, aan te vangen.

Jezus was in Jeruzalem achtergebleven. Er waren drie dagen voorbijgegaan. Maria en Jozef hadden Hem met smart gezocht onder hun vrienden en familieleden. Tenslotte vonden zij Hem in de tempel, gezeten tussen de ouderlingen en leraren. Toen zij Hem zagen, waren zij verbaasd. (Lucas 2:41-52)

Maria was zo blij, dat Hij gezond en wel was, toen zij Hem zag, dat zij naar Hem toeliep en haar armen om Hem heen sloeg. Zij zei:"Kind, waarom hebt Gij ons dit aangedaan? Zie, uw vader en ik zoeken u met smart!" (Lucas 2:48)

"Waarom hebt gij naar Mij gezocht? Wist gij niet, dat Ik bezig moet zijn met de dingen mijns Vaders?" antwoordde Jezus. Hij kon niet begrijpen, waarom Maria en Jozef naar Hem gezocht hadden. Wisten zij dan niet, Wie Hij was? Hij was waar Hij thuishoorde, in de tempel, in het huis van Zijn Vader. Beseften zij dan niet, dat Hij een goddelijke opdracht had?

Maar Maria en Jozef begrepen het niet (Lucas 2:50-52)

Hij wist, Wie Hij was ... de Zoon van God, met een goddelijke opdracht ... en toch onderwierp Hij Zich aan de autoriteit, die God boven Hem geplaatst had. Het Woord zegt:"Hij was hun onderdanig." Hij gaf toe aan de autoriteit van Zijn ouders. Hij leerde gehoorzaamheid.

Wij kunnen ons Jezus, de Zoon van God, voorstellen als kleine jongen naast Jozef in de timmermanswerkplaats. In Zijn hart wist Hij, Wie Hij was en waar Hij toe geroepen was, maar Hij tornde niet aan Jozefs autoriteit en was niet opstandig. Hij onderwierp Zich voortdurend en was gehoorzaam.

Wij kunnen ons Jezus voorstellen, de Zoon van God, hoe Hij Zich als kleine jongen aan Maria onderwierp, en haar hielp bij huishoudelijke karweitjes. Hij was niet opstandig, maar gehoorzaam in alle dingen.

Op twaalfjarige leeftijd bleef Jezus onderdanig ... onder het gezag van Maria en Jozef ... hoewel Hij wist, dat Hij de Zoon van God was. Pas achttien jaar later begon Hij Zijn openbare bediening. Die jaren worden dikwijls de 'verborgen jaren' genoemd, en wij weten heel weinig over wat er in die tijd in Jezus leven voorviel.

Maar een ding weten wij wel. Omdat Jezus bereid was Zich te onderwerpen en aan Maria en Jozef gehoorzaam te zijn, groeide Hij in wijsheid en kennis en vond Hij goedkeuring bij de mensen en bij God. God was blij, dat Jezus Zich onderwierp aan de autoriteit, die God boven Hem gesteld had.

(Plaatje pagina 4, N.T.)

"Toen kwam Jezus uit Galilea naar de Jordaan tot Johannes, om Zich door hem te laten dopen. Maar deze trachtte Hem daarvan terug te houden en zeide: Ik heb nodig door U gedoopt te worden en komt Gij tot mij? Jezus antwoordde en zeide tot hem: Laat Mij thans geworden, want aldus betaamt het ons alle gerechtigheid te vervullen. Toen liet hij Hem geworden." Matteus 3:13-15

JEZUS TROK GODS GEZAG NIET IN TWIJFEL, MAAR ONDERWIERP ZICH.

Toen Jezus begon aan Zijn bediening, onderwierp Hij Zich in het openbaar aan God. Aan de rivier de Jordaan onderwierp Hij Zich aan de geestelijke autoriteit, die God had aangesteld.

God had Johannes de Doper aangesteld om 'de weg van de Heer te bereiden', om bekering en vergeving der zonden te prediken. God had Hem gezalfd met de Heilige Geest, terwijl Hij nog in de schoot van Zijn moeder was. Hij werd door God gezalfd om de mensen te dopen tot vergeving van zonden.

Jezus, Degene Die 'geen zonde gekend heeft', hoefde niet gedoopt te worden. Toch was Hij onderdanig aan de geestelijke autoriteit, die aan Johannes gegeven was, en Hij werd door hem gedoopt.

Gedurende Zijn gehele bediening was Jezus voortdurend onderdanig om Gods wil te doen. Als God Hem openbaarde, wat hij moest doen, boog Hij Zijn wil voor Gods autoriteit en gehoorzaamde Hij.

Jezus onderwierp Zich aan de hooggeplaatsten in het land. Op een keer, toen men tot Jezus kwam om het hoofdgeld te vragen, vroeg men Petrus:"Betaalt uw Meester het hoofdgeld niet?" Petrus antwoordde:"Zeker wel." Later vroeg Jezus aan Petrus:"Wat dunkt u, Simon? Van wie heffen aardse koningen rechten of belasting?" Van hun zonen of van de vreemden?"

"Van de vreemden," antwoordde Petrus. Jezus zei tot hem:"Zo zijn dus de zonen vrij. Maar opdat wij hun geen aanstoot geven, ga gij naar de zee, werp een vishaak uit en de eerste vis, die bovenkomt, grijp die. En wanneer gij zijn bek opendoet, zult gij een zilverstuk vinden. Neem dat en geeft het hun voor Mij en voor u." (Matteus 17:24-27)

Toen de Farizeeen Jezus vroegen, of het rechtmatig was, dat men aan Caesar belasting betaalde, zei Jezus tot hen:"Geeft dan de keizer wat des keizers is en Gode wat Gods is." (Marcus 12:17)

Toen God Hem openbaarde, dat het uur was gekomen, waarop Hij Zijn leven moest afleggen voor de zonden der wereld, onderwierp Hij Zich en maakte Hij Zijn aangezicht tot een keisteen op de weg naar Jeruzalem. (Jesaja 50:7; Lucas 18:31-33)

In Getsemane onderwierp Jezus Zich aan Gods wil. Hij gaf Zijn wil volledig uit handen en maakte die ondergeschikt aan Gods wil. Toen de schriftgeleerden en Farizeeen en de Romeinse soldaten Hem kwamen halen, stelde Hij Zichzelf in hun handen ... Hij onderwierp Zich aan hun gezag. Hij wist, dat God 'Hem alles in handen had gegeven' (Johannes 13:3). Tegen Petrus zei Hij:"Of meent gij, dat Ik mijn Vader niet kan aanroepen en Hij zal Mij terstond meer dan twaalf legioenen engelen terzijde stellen?" (Matteus 26:53) Jezus stelde Zich onderdanig op tegenover hen, die Hem kwamen arresteren, en zodoende onderwierp Hij Zich aan de wil van God.

Wetende, dat het Gods wil was, dat Hij moest lijden en sterven, was Jezus onderdanig aan Pilatus. Hij zei tegen hem:"Gij zoudt geen macht tegen Mij hebben, indien het u niet van boven gegeven ware ..." (Johannes 19:11) Door Zich aan Pilatus te onderwerpen, onderwierp Jezus Zich aan Gods wil.

Jezus liet Zich in Zijn onderwerping slaan, geselen, en bespotten. Hij stond niet kritisch tegenover God, maar onderwierp Zich. Hij klaagde niet en sprak niet tegen, maar onderwierp Zich. Hij probeerde er Zich niet tegenover God onderuit te praten, Hij onderwierp Zich. En omdat Hij Zich TOTAAL had ONDERWORPEN, Zijn wil totaal had overgegeven aan de autoriteiten, was Hij gehoorzaam tot in de dood en haalde Hij de eindoverwinning tegenover satan!

"Ieder mens moet zich onderwerpen aan de overheden, die boven hem staan. Want er is geen overheid dan door God en die er zijn, zijn door God gesteld. Wie zich dus tegen de overheid verzet, wederstaat de instelling Gods, en wie dit doen, zullen een oordeel over zich brengen." Romeinen 13:1, 2

OPSTANDIGHEID TEGEN EEN DOOR GOD INGESTELDE AUTORITEIT, IS

REBELLIE TEGEN GOD.

Net zoals het noodzakelijk was, dat Jezus bereid was Zich te onderwerpen aan de autoriteit, welke God had ingesteld, voordat Hij in gehoorzaamheid aan Gods wil kon wandelen, net zo moet ook u zich onderwerpen aan de autoriteit, welke God boven u gesteld heeft.

God heeft een gezags-hierarchie in de wereld ingesteld en Hij wil, dat wij ons niet alleen aan Hem onderwerpen, maar ook aan de gezagsdragers, die Hij heeft aangesteld.

Buiten God om is er geen autoriteit. De bestaande orde van gezag in de regering - op federaal, nationaal en stedelijk niveau - in kerken en gezinnen zijn alle door God in het leven geroepen. Dit betekent niet, dat iedereen, die op deze niveau's ook daadwerkelijk gezag draagt ... d.w.z. elke machthebber, elk staatshoofd, elke voorganger of oudste en elke diaken ... door God is aangesteld; maar wel dat God deze gezagsniveau's heeft vastgelegd.

Als u dit weet - dat God het gezag heeft ingesteld - zal u dat helpen te wandelen in gehoorzaamheid aan God. Als u eenmaal beseft, dat alle autoriteit door God in het leven is geroepen, en dat rebellie tegen de autoriteiten rebellie tegen God is, zult u voorzichtig worden met ongehoorzaamheid tegenover de gezagsdragers, die boven u gesteld zijn.

God wil, dat wij ons onderwerpen aan die autoriteit, en door dat te doen onderwerpen wij ons aan Hem. Als wij ons onderwerpen aan de wetten van het land en deze gehoorzamen, gehoorzamen wij Hem. Als wij ons onderwerpen aan degenen, die God boven ons geplaatst heeft in de gemeente ... voorgangers, leraren, oudsten ... en hen gehoorzamen, onderwerpen wij ons aan God en gehoorzamen wij Hem. Als een vrouw zich onderwerpt aan haar man en hem gehoorzaamt, onderwerpt zij zich aan God en gehoorzaamt zij Hem. Als kinderen hun ouders gehoorzamen en zich onderwerpen, onderwerpen zij zich aan God en gehoorzamen zij Hem.

Maar als wij in opstand komen tegen gezagsdragers en hen tegenspreken, rebelleren wij tegen God en brengen wij een oordeel over onszelf. Onze gemeentes vandaag de dag zitten vol met mensen, die in de nederlaag leven, omdat zij opstandig zijn en daarin wandelen. Zij hebben nooit geleerd onder autoriteit te leven. Zij hebben nooit geleerd, dat God het gezag heeft ingesteld. Zij hebben nooit geleerd, dat, als zij tegen gezag in het geweer komen, zij rebelleren tegen God. Zij hebben nooit geleerd, wat het betekent zich aan God of aan elkaar te onderwerpen.

Veel problemen in onze gemeentes van vandaag ontstaan, als een of twee leden ontevreden worden over de voorganger of iemand anders, die gezag draagt. Zij beginnen hierover met iemand anders te spreken, en al gauw is de halve gemeente besmet en wandelt zij in rebellie. Dit is in Gods ogen een zeer ernstige zaak. Aaron en Miriam brachten een klacht in tegen Mozes en God hoorde dat. Hij riep hen samen met Mozes uit de tent der samenkomst naar buiten en vroeg hun:"Niet aldus met mijn knecht Mozes, vertrouwd als hij is in geheel mijn huis. Van mond tot mond spreek Ik met hem, duidelijk en niet in raadselen, maar hij aanschouwt de gestalte des Heren. Waarom hebt gij u dan niet ontzien tegen mijn knecht Mozes te spreken?" (Numeri 12:7-8)

Door zo tegen Mozes' gezag in te spreken, tegen de knecht van God, werd Miriam geslagen met melaatsheid. Mozes vertegenwoordigde Gods gezag en toen Miriam en Aaron een woord tegen Mozes spraken, en zondigden tegen Gods overgedragen gezag, zondigden zij tegen God. Op een dag kwam Paulus voor de Raad om zijn zaak te bepleiten. Ananias, de hogepriester, beval hun, die naast hem stonden, de apostel Paulus op de mond te slaan. Paulus, die niet wist, dat het de hogepriester was, zei:"God moge u slaan, gij gewitte wand! En gij, zit gij over mij recht te spreken naar de wet, en beveelt gij tegen de wet mij te slaan?" (Handelingen 23:3) Toen hij later besefte, dat Ananias de hogepriester was, zei hij:"Ik wist niet, broeders, dat het de hogepriester was: want er staat geschreven: Van een overste uws volks zult gij geen kwaad spreken." (vers 5) Paulus wist, dat, als hij tegen Gods overgedragen gezag sprak, hij tegen God sprak.

"Daarna het einde, wanneer Hij het koningschap aan God de Vader overdraagt, wanneer Hij alle heerschappij, alle macht en kracht onttroond zal hebben. Want Hij moet als koning heersen, totdat Hij al zijn vijanden onder zijn voeten gelegd heeft. De laatste vijand, die onttroond wordt, is de dood, want alles heeft Hij aan zijn voeten onderworpen. Maar wanneer Hij zegt, dat alles onderworpen is, is blijkbaar Hij uitgezonderd, die Hem alles onderworpen heeft. Wanneer alles Hem onderworpen is, zal ook de Zoon zelf Zich aan Hem onderwerpen, die Hem alles onderworpen heeft, opdat God zij alles in allen.

1 Korintiers 15:24-28

NEEM UW PLAATS VOOR DE OVERWINNING IN DOOR U AAN GOD TE

ONDERWERPEN.

Jezus onderwierp Zich aan God. Hij boog Zijn wil voor hem en was onderdanig aan Hem. Hij gehoorzaamde God. Hij kwam naar de aarde, vernederde Zich en leidde een totaal aan God onderworpen leven. Hij onderwierp Zich, gaf Zijn wil over en was gehoorzaam tot de dood.

Omdat Hij bereid was een leven van gehoorzaamheid en onderwerping te leiden, gaf God Hem de eindoverwinning over de satan. God wekte Hem op uit de dood en Hij steeg ten hemel met achterlating van een verslagen vijand. Hij nam de gevangenschap gevangen! Hij vernietigde de macht van de zonde! Hij vernietigde de macht van ziekte! Hij vernietigde de macht van de dood!

God verhoogde Hem en gaf Hem de Naam, die is boven alle namen. Hij gaf Jezus een positie van allerhoogste macht en autoriteit ... "alle dingen zijn Hem onderworpen." Vandaag zit Hij aan de rechterhand van de Vader en wacht Hij tot Zijn vijanden tot een voetbank voor Zijn voeten gemaakt worden.

Hoewel alle dingen "onder Zijn voeten" zijn gelegd en Hem onderworpen zijn, en Hij satan heeft verslagen en de macht van zonde, ziekte en de dood vernietigd heeft, zijn zij nog niet weggedaan. Wij weten uit ervaring, dat satan vandaag nog steeds op aarde werkzaam is, ook al is hij verslagen. Mensen worden nog steeds ziek, zij zondigen nog steeds, en de mens is is nog steeds sterfelijk.

In de volheid der tijden - als alle dingen naar Gods eindtijdplan zijn vervuld - zal Jezus voorgoed de zonde uitbannen. De satan en de anti-christ zullen samen met de dood en het dodenrijk in het meer van vuur geworpen worden. Dan zal Jezus het koninkrijk overdragen aan God de Vader. Hij zal dan de allerhoogste macht en autoriteit, die Hij nu bezit, weer aan de Vader teruggeven, en Zich aan de Vader onderwerpen, opdat God alles in allen zal zijn.

Net zoals Jezus Zich moest onderwerpen en een leven van 100 procent gehoorzaamheid moest leiden, voordat Hij de eindoverwinning over de satan behaalde, net zo moet ook u zich ONDERWERPEN aan God, Die de Allterhoogste Autoriteit is.

Telkens als Hij spreekt, moet u uw eigen wil buigen en gehoorzamen. U mag niet proberen met God te debatteren, u moet uw wil aan Hem onderwerpen. Wat Hij ook van u vraagt, hoe pijnlijk het voor uw vlees ook is, doe het zonder te redetwisten of te klagen; u moet zich onderwerpen - en niet uw wil in een keer aan God over proberen te geven (en het daar dan bij laten) - maar u moet een leven van voortdurende en levenslange onderwerping aan God leiden.

Zonder deze strategie van totale onderwerping aan God zult u niet in staat zijn te denken, spreken, wandelen en leven in gehoorzaamheid aan Gods wil. Als u niet onderworpen bent aan God en aan degenen, die u omringen, zult u niet in staat zijn de andere wang toe te keren. U zult uw gedachten niet kunnen onderwerpen in gehoorzaamheid aan Christus. U zult niet in staat zijn enkel en alleen opbouwend te spreken.

Om in onderworpenheid en gehoorzaamheid aan God te wandelen moet u uw wil buigen voor het gezag, dat God heeft aangesteld. Anders wandelt u in rebellie tegen God en dat is zonde!

U moet zich onderwerpen aan het gezag van de regering:"Onderwerpt u aan alle menselijke instellingen, om des Heren wil: hetzij aan de keizer, als opperheer, hetzij aan stadhouders, als door hem gezonden tot bestraffing van boosdoeners, maar tot lof van wie goed doen. Want zo is het de wil van God, dat gij door goed te doen de mond snoert aan de onwetendheid van de onverstandige mensen, als vrijen en niet als mannen, die de vrijheid misbruiken tot dekmantel van hun kwaadwilligheid, maar als dienaren Gods." (1 Petrus 2:13-16)

U moet zich onderwerpen aan het gezag in uw gemeente:"Gehoorzaamt uw voorgangers en onderwerpt u (aan hen), want zij zijn het, die waken over uw zielen, daar zij rekenschap zullen moeten afleggen. Laten zij het met vreugde kunnen doen en niet al zuchtende, want dat zou u geen nut doen." (Hebreeen 13:17)

U moet zich onderwerpen aan het gezag in uw huisgezin:"Vrouwen, weest aan uw man onderdanig als aan de Here, want de man is het hoofd van zijn vrouw, evenals Christus het hoofd is zijner gemeente; Hij is het, die zijn lichaam in stand houdt. Welnu, gelijk de gemeente onderdanig is aan Christus, zo ook de vrouw aan haar man, in alles. (Efeziers 5:22-24)

"Kinderen, weest uw ouders gehoorzaam (in de Here), want dat is recht. Eer uw vader en uw moeder - dit is immers het eerste gebod, met een belofte - opdat het u welga en gij lang leeft op aarde." (Efeziers 6:1-3)

U moet zich onderwerpen aan het gezag op uw werk:"Slaven, gehoorzaamt uw heren naar het vlees in alles, niet als mensenbehagers om hen naar de ogen te zien, maar met eenvoud des harten in de vreze des Heren. Wat gij ook doet, verricht uw werk van harte, als voor de Here en niet voor mensen; gij weet toch, dat gij van de Here tot vergelding de erfenis zult ontvangen. Gij dient Christus als heer." (Kolossenzen 3:22-24)

Jezus VERNEDERDE Zich ... Jezus ONDERWIERP Zich ... Jezus GEHOORZAAMDE!

God wil Zich door u heen manifesteren in een grotere mate als ooit tevoren. Hij wil, dat u de omstandigheden in uw leven tegemoet kunt zien in het vertrouwen en de verzekering, dat Hij u reeds de overwinning gegeven heeft.

God wil u brengen op een grotere hoogte in uw geestelijk leven, opdat u zich aan de wil van God voor uw leven kunt onderwerpen.

Teksten voor verdere studie:

1 Samuel 12:20-21

Job 36:11

Efeziers 5:22; 6:1

Kolossenzen 3:18; 3:22

Jezus versloeg de satan

in de volheid van de Heilige Geest

(Plaatje pagina 6, N.T.)

"Terstond nadat Jezus gedoopt was, steeg Hij op uit het water. En zie, de hemelen openden zich, en hij zag de Geest Gods nederdalen als een duif en op Hem komen."

WEES VERVULD VAN DE HEILIGE GEEST TOT OVERVLOEIENS TOE.

Nadat Hij uit het water omhoogkwam, kwam de kracht van de Heilige Geest op Jezus. Hij werd totaal doordrenkt met de Heilige Geest.

Er moet altijd weer op gewezen worden, dat de doop in de Heilige Geest niet hetzelfde is als de vervulling met de Heilige Geest.

Het woord 'dopen' betekent TOTAAL ONDERDOMPELEN IN ... TOTAAL DOORDRENKEN MET ... met de Heilige Geest. Net als het glas in de tekening bovenaan deze pagina geheel ondergedompeld is in water, net zo wil God dat u geheel ondergedompeld wordt in de Heilige Geest. Hij wil dat er een voortdurende stroom van Zijn kracht van u uitgaat om de noden van degenen, die u omringen, op te lossen.

Toen Hij van de Heilige Geest sprak, zei Jezus:"Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien." (Johannes 7:38)

Om GEESTELIJK VOORBEREID te zijn op satans aanvallen, moet u niet alleen gedoopt zijn in de Geest, u moet ook vol blijven van de Geest.

Op mijn rondgang langs de natien voor mijn bediening, heb ik mensen gezien, die lijken op een zeef. Zij komen naar de samenkomst en worden vervuld, maar nog voor de volgende samenkomst is alles, wat zij ontvangen hebben, weer weg.

Misschien heeft u mensen in uw gemeente gezien, die zo zijn. De diepte van hun ervaring met de Heer en hun toewijding aan God lijkt op een achtbaan ... de ene dag op de bergtop, en de volgende dag in de put. Als er opwekking voelbaar is, zijn zij 'in de zevende hemel', maar als er strijd komt en het moeilijk wordt, liggen zij in de kreukels.

God wil, dat de Heilige Geest in een VOORTDURENDE STROOM door u vloeit, net als de Heilige Geest door Jezus stroomde in een voortdurende vloed, waardoor Hij de zieken kon genezen, demonen uitwerpen en doden opwekken.

"Doch dit alles werkt een en dezelfde Geest, die een ieder in het bijzonder toedeelt, gelijk Hij wil. Want gelijk het lichaam een is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, een lichaam vormen, zo ook Christus; want door een Geest zijn wij allen tot een lichaam gedoopt, hetzij Joden, hetzij Grieken, hetzij slaven, hetzij vrijen, en allen zijn wij met een Geest gedrenkt." 1 Korintiers 12:11-13

DE GEEST DIE JEZUS ZALFDE, IS DEZELFDE GEEST, DIE ONS ZALFT.

Zit u goed?

De Geest, Die Jezus zalfde, is dezelfde Geest, die ons zalft. Er zijn geen twee ... er zijn geen vijf verschillende Geesten. Er is er maar Een!

Er is maar een Geest ... een ware zalving van God ... met vele verschillende bedieningen.

Dezelfde Geest, Die doopt,

Overtuigt --------------- Johannes 16:1, 8-11

Geeft nieuw leven ------- Johannes 3:3, 5

Heiligt ----------------- Romeinen 15:16

Zalft ------------------- 1 Johannes 2:20, 27

Geeft kracht ------------ Handelingen 1:8

Leidt ------------------- Johannes 16:13

Troost ------------------ Johannes 14:16-26

Schenkt gaven ----------- 1 Korintiers 12:3-11

Draagt vrucht ----------- Galaten 5:22-23

Verlicht het verstand --- Efeziers 1:16-17

Onderwijst -------------- Johannes 14:26

Getuigt van Christus ---- Johannes 15:26

Verandert ons ----------- 2 Korintiers 3:18

Dezelfde Geest, Die Jezus zalfde, is ook de Geest, Die u zalft. Ja, dezelfde Geest van God!

Beseft u, wat dat betekent? Als u echt gedoopt bent met de Heilige Geest en VERVULD bent ... VOL bent en OVERSTROOMT ... zult u dezelfde autoriteit en kracht bezitten, die in Jezus' leven tot uiting kwam.

Dit maakt deel uit van Gods plan voor en doel met uw leven. Zijn plan voor uw leven houdt niet in dat u angstig ... ontmoedigd ... terneergeslagen door uw omstandigheden ... en verslagen door de duivel ... door het leven moet gaan.

God heeft geen nederlagen voor u gepland. Hij heeft geestelijke verovering en triomf voor u gepland!

Hij heeft diezelfde machtige Geest in u geplant om u te vormen en te veranderen naar het beeld van Zijn Zoon, waardoor u dezelfde wonderwerkende kracht (dunamis) vertoont als Christus bezat. Jezus zei:"Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u." (Johannes 20:21)

"Johannes antwoordde en zeide tot allen: Ik doop u met water, doch Hij komt, die sterker is dan ik, wiens schoenriem ik niet waardig ben los te maken; die zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur." Lucas 3:16

ALS U VOL WILT BLIJVEN VAN DE HEILIGE GEEST, MOET U TELKENS

WEER BIJ DE DOPER TERUGKOMEN.

God wil dat u zo'n ervaring met de Heilige Geest krijgt, dat u totaal gedoopt ... ondergedompeld ... bent in de Heilige Geest.

Hij heeft het zo gepland, dat u de vijand kunt tegemoet treden met de VOLHEID van de Heilige Geest, zoals Jezus dat deed ...

Hij heeft het zo gepland, dat dezelfde dunamis-kracht van de Heilige Geest, Die in Jezus' leven gemanifesteerd werd, ook in uw leven tot uiting komt. Niet een andere Geest, maar DEZELFDE Heilige Geest ... Gods Geest.

Hij wil dat u VOL BLIJFT van de Geest, tot overvloeiens toe.

U weet, dat, om in de VOLHEID van de Heilige Geest te wandelen, u moet sterven.

U moet zich overgeven aan de Heilige Geest.

U moet wandelen in de volle kennis van God.

Om vol te blijven en een voortdurende stroom van de Heilige Geest in uw leven te houden, moet u telkens weer tot de BRON van de leven-gevende rivier komen. Jezus is de Doper!

Hij zei tegen Zijn discipelen:"En zie, Ik doe de belofte mijns Vaders op u komen. Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den hoge." (Lucas 24:49) Hij zei:"Indien Ik heenga, zal Ik Hem tot u zenden." (Johannes 16:7)

Jezus is de Bron van de leven-gevende rivier van de Heilige Geest.

Heeft u dorst?

Heeft u een honger en een dorst diep in uw geest, dat God uw wezen totaal bezitten zal?

Wilt u gedoopt worden ... VOL ZIJN VAN en BEHEERST WORDEN door de Heilige Geest?

Zoek niet naar nieuwe tongen. Zoek niet naar kracht. Dit zijn werkingen van de Geest. De KRACHT zal komen. De GAVEN zullen komen, als u maar voortdurend tot Jezus ... de Doper ... de Bron van de leven-gevende stroom van de Almachtige God komt!

Als u tot de ervaring komt, dat u voortdurend indrinkt van de Geest, zult u tegenover de vijand gaan staan zoals Jezus deed, in de VOLHEID van de Heilige Geest.

"En zie, Ik doe de belofte mijns Vaders op u komen. Maar gij moet in de stad blijven, totdat gij bekleed wordt met kracht uit den hoge." Lucas 24:49

GOD HAD GEEN NEDERLAGEN VOOR DE EERSTE GEMEENTE GEPLAND.

Vermoeid ... angstig ... en ontmoedigd ... hadden de discipelen en andere trouwe volgelingen van Jezus zich in het geheim, achter gesloten deuren verzameld in Jeruzalem.

Toen Jezus nog bij hen was, hadden zij zich veilig gevoeld. Zij waren vol geloof geweest. Jezus had hun macht gegeven zieken te genezen, en zelfs de boze geesten moesten hen gehoorzamen (Lucas 10:17).

Ja, Jezus was inderdaad uit de doden opgestaan, zoals Hij beloofd had. Maar het was slechts een kwestie van tijd eer Hij weer zou weggaan naar de Vader in de hemel.

Maar wat zou er met hun gebeuren, nadat Jezus vertrokken was en zij alleen waren? Hoe zouden zij ermee door kunnen gaan Gods Koninkrijk verder uit te bouwen? De mensen hadden Jezus een schandelijke dood aan het kruis zien sterven. Wie zou er nu nog geloven, dat Hij de Messias was?

Wat een schouwspel van wanhoop en nederlaag!

Maar wacht even! Plotseling en te midden van deze wanhoop staat Jezus daar voor hun. Hij verschijnt in de kamer waar zij zitten (Lucas 24:36). Hij brengt hun tot kalmte en geeft hun een laatste opdracht, voor Hij ten hemel stijgt.

Terwijl zij door beproevingen en verzoekingen omringd waren, had Jezus geen nederlagen voor hun gepland. Hij beloofde dezelfde Heilige Geest op hen te zenden, Die Hij had ontvangen.

Jezeus zei hun, dat Hij de Trooster (Heilige Geest) zou zenden, Die IN HEN zou zijn en blijven.

Jezus was niet van plan Zijn discipelen alleen, en in een verzwakte positie, de aanval van de vijand te laten trotseren. Hij zou de belofte sturen ... de Heilige Geest ... om in hen te wonen. En als gevolg van de Doop in de Heilige Geest zouden zij KRACHT ontvangen.

Jezus vertelde hun niet, dat zij in de stad moesten blijven, totdat zij kippevel kregen. Hij zei niet, dat zij moesten wachten, tot zij de gave van het spreken in tongen zouden krijgen. Hij zei, dat zij de stad moesten ingaan en daar blijven, totdat zij met KRACHT uit den hoge BEKLEED zouden worden.

(Plaatje Pag. 240, N.T.)

"En terwijl Hij met hen aanzat, gebood Hij hun Jeruzalem niet te verlaten, maar te blijven wachten op de belofte van de Vader, die gij (zeide Hij) van Mij gehoord hebt. Want Johannes doopte met water, maar gij zult met de heilige Geest gedoopt worden, niet vele dagen na deze." Handelingen 1:4-5

BELEEF DE DOOP IN DE HEILIGE GEEST!

Jezus zei, dat u grotere werken zou kunnen doen, omdat Hij naar de Vader ging en Hij Hem zou vragen u een andere Trooster te zenden, "om tot in eeuwigheid bij u te zijn." (Johannes 14:16) Deze geestelijke relatie, waar ik nu over spreek, is alleen mogelijk als u gedoopt bent in de Heilige Geest.

Toen Jezus zei:"Gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt, en gij zult mijn getuigen zijn" (Handelingen 1:8), ging dat niet alleen over het spreken in nieuwe tongen. De gave van het spreken in nieuwe tongen hoorde erbij. Er is niet een tekst in de Bijbel, die het spreken in nieuwe tongen gelijkstelt aan de doop in de Heilige Geest, als u tenminste ten volle begrijpt, wat het woord 'doop' betekent.

Het woord 'gedoopt' betekent 'zonder mate'. Als u gedoopt bent in de Heilige Geest, heeft u de Geest zonder mate. Het water in de kan in de illustratie op pagina 252 stelt de Geest voor, en het glas stelt uw leven voor. Kan dit glas, uw leven dus, gedeeltelijk gevuld zijn met de Geest?

Toen u wederomgeboren werd, geschiedde dat door de kracht van de Heilige Geest. "Wat uit de Geest geboren is, is geest" (Johannes 3:6). De kracht van de Allerhoogste kwam over Maria en Gods Zoon werd vlees in haar schoot. Christus werd geboren door de kracht van de Heilige Geest (Lucas 1:35). Dat is wat er gebeurt, iedere keer wanneer iemand wederomgeboren wordt: door de Heilige Geest wordt Christus geboren in hun wezen door de kracht van de Heilige Geest. Naarmate het kind van God dichter tot God nadert en steeds meer inlevert en toewijdt, groeit de Geest in hem.

Als ik nu het deels gevulde glas zou nemen en het helemaal tot aan de rand zou vullen, zou het vol zijn, maar zou het dan gedoopt zijn? Nee, dan is het nog niet gedoopt. Er zijn veel mensen die zover gekomen zijn in hun geestelijke leven, dat zij vervuld zijn met de Geest van God, maar zij zijn nog een stap verwijderd van de kracht, waarvan God tot de discipelen sprak in de Opperkamer.

Stel u eens voor, wat er zou gebeuren, als ik het gevulde glas helemaal zou onderdompelen in de kan met water. Dan zou het gedoopt zijn 'zonder mate'. Dat is de geestelijke ervaring, die u krijgt, als u voorbijstreeft aan het punt van zegening. Als u werkelijk gedoopt bent in de Heilige Geest, bezit u de Heilige Geest zonder mate. God heeft dan volledige controle over uw leven. U zult dan de KRACHT bezitten om nog grotere (meer) werken te doen, als Jezus deed! Als dit niet zo was, zou Johannes 14:12 niet in de Bijbel staan.

Als u niet in de Heilige Geest gedoopt bent, grijp dan deze gelegenheid aan en hef, terwijl de Heilige Geest op dit moment tot uw hart spreekt, uw handen op in lofprijzing en ontvang de kracht van God, terwijl de Heilige Geest over u komt. Dompel uw totale wezen onder in, en geef u geheel over aan, de wil van God voor uw leven.

"En bedrinkt u niet aan wijn, waarin bandeloosheid is, maar wordt vervuld met de Geest." Efeziers 5:18

WORDT VERVULD MET DE GEEST.

Paulus deed geen suggestie, ... hij deed geen aanbeveling, ... dat deze eerste christenen met de Geest vervuld moesten worden. Hij gaf hun geen beleefd advies. Hij stelde hun niet voor een keuze. Het was een bevel.

Het woord 'vervuld' betekent in het Grieks 'doordringen, vervullen, bezit nemen van'.

Als een gelovige werkelijk VERVULD wordt, neemt de Heilige Geest bezit van deze persoon. Hij beheerst deze persoon. Hij brengt diens wil, denken, emoties en daden tot gehoorzaamheid en onderwerping aan het Woord van God.

Jezus was 'vol van de Heilige Geest' (Lucas 4:1). Hij wandelde 'in de Geest'. Hij 'reageerde op' en 'werd beheerst door' de Heilige Geest. Zijn denken, wil, emoties en daden waren voortdurend onder de heerschappij van de Heilige Geest. Zijn hele leven lang leefde Hij in onderworpenheid en gehoorzaamheid aan, en overeenstemming met Gods plan en doel met Zijn leven.

Omdat Jezus voortdurend wandelde in de VOLHEID van de Heilige Geest, kwam de kracht van God vrij in Zijn leven. Dat gebeurde niet automatisch, maar was een gevolg van Zijn leven van onderworpenheid en gehoorzaamheid aan God.

Onze gemeentes vandaag de dag zitten vol met christenen, die ernaar hongeren, dat Gods kracht in hun leven zal werken. Zij willen graag zien, dat de gaven van de Geest door hen heen werken. Zij begeren door God gebruikt te worden. Maar slechts zeer weinigen komen tot de ERVARING, waardoor zij dezelfde dunamis wondermacht ten toon spreiden, die in de eerste gemeente zichtbaar was.

Weet u waarom?

Omdat zij nog niet gestorven zijn.

Er kan pas een echt leven in de Geest zijn, als er eerst een sterven aan het 'eigen ik' heeft plaatsgevonden. Een christen kan onmogelijk in de volheid van de Heilige Geest leven, als hun begeertes en lusten door het vlees beheerst worden.

Wilt u in de volheid van de Heilige Geest leven, dan moet u de werkingen van het lichaam 'kruisigen' of doden.

Als u in de volheid van de Heilige Geest wilt leven, dan moet u uw denken en genegenheid op de dingen des Geestes richten.

"Want zij, die naar het vlees zijn en beheerst worden door de onheilige begeertes ervan, richten hun denken op en streven naar de dingen, die het vlees bevredigen. Maar zij, die naar de Geest zijn en (beheerst worden door de begeertes) van de Geest, richten hun denken op en zoeken de dingen, die de Heilige Geest bevredigen."

Romeinen 8:5

Als wij willen, dat de dunamis-kracht van God in ons leven vrijkomt, moeten wij bereid zijn ons leven te verliezen ... bereid zijn totaal te vergeten dat wij een eigen leven hebben. In plaats daarvan moeten wij ons leven aan Christus prijsgeven en als wij dat doen, dan zullen wij de eerste stap gezet hebben tot het wandelen in de volheid van de Geest.

Hoe diep is uw verlangen, dat dezelfde kracht en zalving van de Heilige Geest, als Jezus had, in uw leven werkt? Lees verder om te zien hoe dat mogelijk is.

"Zo zelfs, dat men de zieken op straat droeg en op bedden en matrassen legde, opdat, wanneer Petrus voorbijkwam, ook maar zijn schaduw op hen zou vallen. En ook de menigte uit de steden rondom Jeruzalem stroomde toe en bracht zieken en door onreine geesten gekwelden mede. En zij werden allen genezen. Handelingen 5:15-16

TREEDT DE VIJAND TEGEMOET IN EEN DEMONSTRATIE VAN DE

KRACHT VAN DE HEILIGE GEEST!

Zij konden niet verslagen worden ... niets kon hen tegenhouden!

De apostelen en ware gelovigen traden tegen de vijand op in de VOLHEID van de Heilige Geest. Zij keerden hun wereld letterlijk ondersteboven. Zij vertrouwden niet op door de mens bedachte technieken om de wereld te bereiken; zij vertrouwden op de Heilige Geest, Die in hen BLEEF.

Zij hadden geen radio of televisie nodig om de mensen naar zich toe te halen. De dunamis-wondermacht van God had hen omgevormd tot LEVENDE GETUIGEN van de opstandingskracht van Jezus Christus. Zij hadden een ERVARING gehad ... een persoonlijke ontmoeting ... met de Heilige Geest. Zij praatten niet alleen over Jezus Christus' macht om te behouden, te genezen en te verlossen ... zij leverden het bewijs!

Wat had Jezus Zijn discipelen gezegd, dat zij zouden ontvangen, nadat de Heilige Geest over hen uitgegoten was?

KRACHT!

Met welk doel ontvangen zij die kracht? Was het doel om de apostelen opgeblazen te maken, zodat zij konden zeggen: "Kijk eens naar ons ... kijk eens wat God ons een geweldige bediening heeft gegeven."?

Nee.

Was het doel, dat de apostelen miljoenen dollars aan gebouwen zouden uitgeven, uit lof voor de kracht van God?

Nee.

Jezus zei, dat het doel van de manifestatie van kracht was, dat zij GETUIGEN van Hem zouden zijn in de gehele wereld. En dat is precies wat de eerste gemeente deed na de Doop in de Heilige Geest.

Ziet u uw dagelijkse leven en omstandigheden onder ogen in een demonstratie van de kracht van de Heilige Geest?

Heeft u een manifestatie van de dunamis-kracht van God in uw leven, waardoor u kunt zeggen, zoals Petrus deed tegen de verlamde:"Wat ik heb, geef ik u; in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeer: Wandel!" (Handelingen 3:6)

Als u niet diezelfde kracht en zalving ervaart, heb ik nieuws voor u.

U kunt dat wel bezitten!

U denkt misschien:"Dat kan in mijn leven toch nooit gebeuren. Zoals bij Petrus en Paulus kan de kracht van God toch nooit door mij stromen. Zoals bij Jezus kan de kracht van God zeker nooit in mijn leven geopenbaard worden."

Luister niet naar de leugens, die satan u opdringt. Jezus heeft gezegd:"Grotere nog dan deze ..." (Johannes 14:12)

Dezelfde Geest, Die Jezus zalfde, zalfde ook de discipelen. En het is Gods plan, dat u diezelfde krachtige zalving zult bezitten!

"En vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op en ging naar buiten en Hij ging heen naar een eenzame plaats en bad aldaar." Marcus 1:35

WORDT VOORTDUREND VERVULD MET DE HEILIGE GEEST.

Hoe kunnen wij VOL BLIJVEN van de Heilige Geest?

Net als een meer of rivier een constante toevoer van water moet hebben, net zo moeten ook wij een voortdurende stroom van de Geest hebben, die in ons binnenstroomt.

Heeft u al eens ooit een meer of rivier van de bron afgesneden gezien? Er zijn twee mogelijkheden. Het meer of de rivier is ofwel uiteindelijk uitgedroogd, of het water is vervuild en tot stilstand gekomen. Het koele, verfrissende water dat eens bruiste van leven, verandert in een verziekte poel stinkend water!

Ditzelfde principe is werkzaam in ons geestelijk leven. Als wij worden afgesneden van onze Bron, als wij geen tijd meer besteden aan gemeenschap met God en de stromen van de leven-gevende Geest niet meer in en uit ons laten stromen, droogt ons geestelijk leven ook uit of wordt het als een poel stilstaand water.

Jezus oefende een voortdurende gemeenschap met de Vader, waardoor Hij vol van de Heilige Geest kon blijven en Hij altijd voorbereid werd op de aanvallen van satan. En als wij geestelijk voorbereid willen zijn, moeten wij ook voortdurend gemeenschap oefenen met Christus. Wij moeten in ons hart en denken gericht blijven op Hem. Wij moeten ons denken vullen met gedachten over Hem en Zijn Woord.

Om deze reden zonderde Jezus Zich af om te bidden, voor Hij Zijn werk aan het kruis verrichtte. Hij wist dat Hij VOL van de Geest moest zijn, voor Hij Zijn grootste werk verrichtte - de verlossing van de mensheid. Als de Meester dit nodig had, hoeveel te meer wij!

"En toen het dag geworden was, vertrok Hij en ging naar een eenzame plaats. En de scharen zochten Hem en kwamen tot Hem en trachtten Hem tegen te houden, opdat Hij niet van hen zou heengaan." Lucas 4:42

ZORG, DAT UW GEESTELIJKE ACCU VOL BLIJFT.

Als u vol van de Geest wilt blijven, moet u uw geestelijke accu opgeladen houden door GEESTELIJKE ACTIVITEIT. De meeste mensen denken, dat hun geestelijk leven door activiteit uitgeput raakt. Eigenlijk is het tegenovergestelde waar. Onze geestelijke accu raakt niet uitgeput door geestelijke activiteit, maar wel door PASSIVITEIT.

Wat gebeurt er, als u uw auto een week of tien dagen in de garage laat staan, en u probeert hem dan te starten? De accu is leeg. Om de accu weer op te laden moet u start-kabels gebruiken om uw accu te verbinden met de accu van een andere auto.

De meeste christenen zijn de hele week geestelijk passief. Zij zitten de hele week voor de 'hellevisie' te kijken naar hun favoriete misdaadserie, en hun Bijbel doen zij nooit open en bidden doen zij ook nooit. Als de week om is, is hun geestelijke accu leeg. De duivel valt aan en zij hebben geen macht om hem te weerstaan en autoriteit over hem te oefenen. Zij zeuren en klagen en hullen zich in zelfmedelijden. 's Zondags gaan zij naar de gemeente en verwachten dat hun geestelijke accu daar opgeladen zal worden, om zodoende te trachten weer een week door te komen.

Toen Jezus opsteeg uit de Jordaan, was Hij vol van de Heilige Geest. Zijn 'geestelijke accu' was altijd vol. Hij bleef vol tot overstromens toe door geestelijke activiteit. Hij was geestelijk voorbereid om de werken te doen, die God Hem opgedragen had en de woeste aanvallen van de vijand af te slaan.

Teksten voor verdere studie:

Jesaja 44:3

Marcus 1:9-10

Lucas 4:14

Johannes 1:33

Handelingen 4:8; 4:30-31; 6:5; 7:55; 8:15, 17; 9:17; 10:44; 11:24; 13:9; 13:52; 19:6

"Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg; doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede." Lucas 22:42

(plaatje pagina 165 N.T.)

Jezus ontledigde Zich.

"Waakt en bidt, dat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak. Wederom, ten tweeden male, ging Hij heen en bad, zeggende: Mijn Vader, indien deze beker niet kan voorbijgaan, tenzij dan dat Ik die drinke, uw wil geschiede! En toen Hij terugkwam, vond Hij hen slapende, want hun ogen waren bezwaard. En Hij liet hen daar en ging wederom heen en bad ten derden male, opnieuw dezelfde woorden sprekende." Matteus 26:41-44

JEZUS GAF ZICH TOTAAL OVER AAN GODS WIL.

In Getsemane werd Jezus geplaatst voor het laatste beslissende moment, waarop Hij ZICH TOTAAL zou ONTLEDIGEN en Zijn wil geheel en volledig aan Gods wil zou overgeven.

Op het hoogtepunt van de strijd riep Zijn menselijke natuur uit:"Vader, indien Gij het wilt, neem deze beker van Mij." Hoewel Hij de Zoon van God was, kwam Hij toch in Zijn menselijkheid voor dit lijden en deze verzoeking te staan.

"Tijdens zijn dagen in het vlees heeft Hij gebeden en smekingen onder sterk geroep en tranen geofferd aan Hem, die Hem uit de dood kon redden, en Hij is verhoord uit Zijn angst, en zo heeft Hij, hoewel Hij de Zoon was, de gehoorzaamheid geleerd uit hetgeen Hij heeft geleden." Hebreeen 5:7-8

Toen Jezus naar de aarde kwam, deed Hij dat uit gehoorzaamheid aan Gods wil. Hij ontledigde Zich. Gewillig en onzelfzuchtig legde Hij Zijn Goddelijkheid af. Hij hield niet op God te zijn maar Hij ONTLEDIGDE ZICH (Filippenzen 2:5-7)

Hij nam de gestalte van een mens aan. Op alle punten werd Hij gelijk gemaakt aan Zijn broeders (Hebreeen 2:17). In alle opzichten werd Hij verzocht als wij, doch zonder te zondigen (Hebreeen 4:15).

Als mens bezat Hij een eigen wil. Zijn hele leven had Hij voortdurend Zijn wil in gehoorzaamheid voor Gods wil gebogen en Zich eraan onderworpen. Aan het begin van Zijn bediening had Hij Zich, tijdens de doop in de Jordaan, overgegeven om Gods wil te doen. Zijn hele leven draaide slechts om dat ene doel ... het doen van Gods wil. Op weg naar Jeruzalem had Hij Zijn voorhoofd tot een keisteen gemaakt om Gods wil te doen.

In Getsemane vond er een intense strijd in Jezus' innerlijk plaats. Enerzijds wist Hij, dat het doel van Zijn komst naar de aarde was te lijden en te sterven ... voor ieder mens de dood te smaken ... de ontzagwekkende zonde- en schuldelast van de gehele mensheid op Zich te nemen.

Anderzijds ... wetende, dat men Hem spoedig zou grijpen en geselen ... aan een paal binden en slaan met leren riemen met stukken lood en scherpe botscherven eraan, tot Zijn rug doorploegd was ... wetende, dat men Hem op het hoofd zou slaan en Zijn baard zou uittrekken, totdat Zijn gezicht meer mismaakt zou zijn dan van wie ook ... wetende, dat Hij geheel zondeloos was, en toch elke verachtelijke zonde van de wereld ... haat, jaloezie, leugen, verkrachting, moord, sexuele perversie begeerte, hebzucht ... en de toorn Gods en de verwerping van Zijn aangezicht als het oordeel over die zonden zou doormaken ... dit alles wetende, riep de mens in Hem uit van deze beker gespaard te blijven.

Maar zelfs Zijn verzoek tot Zijn Vader uit dit uur verlost te worden was gebaseerd op Gods wil. Hij zei:"Vader, indien Gij WILT." Zijn wil was er niet op gericht Gods wil te weerstaan, zelfs met de dood voor ogen.

Driemaal riep Hij uit gespaard te blijven. En driemaal gaf Hij Zijn wil over. Jezus dacht niet aan Zichzelf, Zijn bezittingen, die Hij had achtergelaten, of de vreselijke pijn, die Hij zou lijden. Zijn wil was TOTAAL ONDERWORPEN aan Zijn Vader.

De derde maal overmocht Jezus in Zijn worsteling tegen satan en de machten der duisternis. Hij bereikte een laatste, beslissend moment, toen Hij, in het volle bewustzijn van de pijn en het lijden, de laatste en definitieve toewijding verrichtte:"Niet Mijn wil, maar uw wil geschiede." Hij ONTLEDIGDE Zich totaal van Zijn eigen wil ... Hij gaf alle aanspraken op Zijn leven op en onderwierp Zich om Gods wil te gehoorzamen.

Tijdens die laatste intense zielestrijd en geestelijke worsteling in Getsemane, had God Jezus niet alleen gelaten. Zijn ogen waren op Hem. En omdat Jezus bereid was Zich geheel te ontledigen en de overgave en onderwerping aan Zijn wil tot het einde toe te doen, hoorde God Zijn geroep en stuurde Hij een engel om Hem voor dat laatste uur te sterken (Lucas 22:43).

Toen stond Jezus op en maakte Hij Zijn discipelen wakker. Nu was Hij klaar om de woeste aanval van de vijand te trotseren. Er was geen terugweg meer. Hij had de positie ingenomen, waardoor Hij de grootste overwinning aller tijden kon binnenhalen!

Hij kende Gods wil.

Hij legde Zijn eigen wil af.

Hij had Zich ertoe verbonden zelfs tot in de dood gehoorzaam te zijn.

Toen Judas, de overpriesters en Farizeeen en de Romeinse soldaten Jezus grepen, rende Hij niet weg. Hij was niet bang. Hij verzette Zich niet. Petrus trok Zijn zwaard en sloeg de knecht van de hogepriester een oor af. Jezus zei tegen Petrus:"Steek het zwaard in de schede; de beker, die de Vader Mij gegeven heeft, zou Ik die niet drinken?" (Johannes 18:11)

Hij was niet opstandig. Hij week niet af. Hij vervolgde Zijn weg naar Golgotha!

"En Hij riep de schare, met zijn discipelen, tot Zich en zeide tot hen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en om des evangelies wil, die zal het behouden. Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden? Want wat zou een mens kunnen geven in ruil voor zijn leven? Want wie zich voor Mij en voor mijn woorden schaamt in dit overspelig en zondig geslacht, de Zoon des mensen zal Zich ook voor hem schamen, wanneer Hij komt in de heerlijkheid zijns Vaders, met de heilige engelen." Marcus 8:34-38

U MOET EEN HOUDING AANNEMEN, WAARIN U ZICHZELF ONTLEDIGT.

Het is van uiterst belang, dat u de volle betekenis begrijpt van de intense strijd, die Jezus die nacht in Getsemane voor u leverde, en van de overwinning die Hij behaalde.

De wortel van alle zonde is rebellie ... de handhaving, of het doen gelden van, de eigen wil. Het was rebellie ... het vasthouden aan de eigen wil boven Gods wil, waardoor Lucifer viel. En ook in de Hof van Eden was het rebellie ... het opeisen van de eigen wil in plaats van Gods wil door Adam en Eva, waardoor de mens zondigde en veroordeeld werd tot de dood.

Daar, in Getsemane, werd op dat ene beslissende moment, toen Jezus Zich ontledigde van Zijn eigen wil en Zich geheel overgaf om Gods wil te gehoorzamen, een grote overwinning behaald. Toen werd satan verslagen! De macht van zonde en dood werd toen gebroken! De mens werd verlost van de heerschappij van de eigen wil en bevrijd om Gods wil te doen.

Net zo goed als Jezus ZICH moest ONTLEDIGEN en Zijn wil overgeven, voordat Hij Gods wil kon vervullen en de eindoverwinning over satan kon behalen, net zo moet ook u zich ONTLEDIGEN, uw wil uit handen geven en moet u zich ertoe verbinden te wandelen in gehoorzaamheid aan Gods wil, voordat u de definitieve overwinning over satan kunt behalen.

Laat u niets wijsmaken. Het is onmogelijk Christus, de hoop der heerlijkheid, in u te hebben en in de Geest te wandelen zonder een TOTALE TOEWIJDING aan gehoorzaamheid en onderwerping aan Gods wil.

U kunt pas een volledige demonstratie van de kracht van God in uw leven hebben, als u bereid bent ZICH TE ONTLEDIGEN.

De weg, die Jezus ging naar Golgotha, was niet gemakkelijk. De overwinning, die Hij voor ons behaalde, was niet iets wat Hij eventjes deed ... het kostte Hem alles! Daar, in de Hof van Eden, worstelde Hij ... Hij streed en leed hevige pijn. Hij moest, in Zijn menselijke gestalte, Zijn menselijke wil in volledige en algehele onderwerping en gehoorzaamheid aan Gods wil brengen, tot in de dood.

Als profeet van God, moet ik nu alarm slaan. Onze kerkbanken zitten vandaag de dag vol met christenen, die niet beseffen, dat zij een prijs moeten betalen ... dat zij zich moeten toewijden in het volgen van Jezus. Er zijn pasgeboren christenen, die niet begrijpen, dat redding meer is dan naar voren komen in een samenkomst en eenvoudig een paar woorden nazeggen ... dat ware bekering betekent het 'eigen ik' en de eigen wil totaal en volledig achter te laten en alleen nog maar te leven om Gods wil te doen.

Wij hebben stilgestaan bij het belang van geloof. Wij hebben de nadruk gelegd op voorspoed, Gods zegeningen, wat onze rechten en voorrechten als kinderen van God zijn, het bezitten van kracht. Al deze dingen zijn belangrijk voor onze geestelijke groei.

Maar wij hebben weinig of nooit gesproken over het ene, dat Jezus van ons vraagt, als wij discipelschap willen beoefenen. Jezus heeft gezegd, dat degenen, die niet bereid zijn alles achter te laten, zijn discipelen niet kunnen zijn (Lucas 14:33). Hij zei:"En wie zijn kruis niet opneemt en achter Mij gaat, is Mij niet waardig." (Matteus 10:38)

Nadat Hij hun had uitgelegd dat Hij zou lijden en sterven en op de derde dag weer opstaan, vertelde Jezus hun, op weg naar Jeruzalem, de vereisten om Hem te volgen:"Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en volge Mij. Want ieder, die zijn leven zal willen behouden, die zal het verliezen; maar ieder, die zijn leven verliezen zal om Mijnentwil en om des evangelies wil, die zal het behouden." (Marcus 8:34-35)

Om de weg van gehoorzaamheid aan Gods wil te gaan, moet u bereid zijn u te ontledigen ... uw leven om Christus' en om des evangelies wil te VERLIEZEN. U moet bereid zijn uzelf en uw eigen belangen te NEGEREN, ze te VERLOOCHENEN en UIT HET OOG TE VERLIEZEN, en u over te geven aan de wil van God. U moet zich ontdoen van alle gedachten, alle begeertes, alle activiteiten, die u hinderen bij het doen van Gods wil.

U moet bereid zijn dagelijks en voortdurend tegen God te zeggen: "Niet mijn wil, maar de uwe geschiede".

Net als Jezus Zich ontledigde van Zijn goddelijke vermogens ... van Zijn vermogen al-wetend te zijn, Zijn vermogen alomtegenwoordig en almachtig te zijn ... net zoals Jezus Zich ontledigde van Zijn eigen wil ... net zo moet u zich ontledigen van uw begeertes. U moet zich ontledigen van uw eigen egoistische plannen. U moet zich ontledigen van uw eigen wil. U moet afstand doen van het vertrouwen op uw eigen kracht. U moet afstand doen van uw begeerte naar erkenning en complimentjes.

"Ik vermaan u dan, broeders, met beroep op de barmhartigheden Gods, dat gij uw lichamen stelt tot een levend, heilig en Gode welgevallig offer: dit is uw redelijke eredienst. En wordt niet gelijkvormig aan deze wereld, maar wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken, opdat gij moogt erkennen wat de wil van God is, het goede, welgevallige en volkomene."

Romeinen 12:2

U MOET AL UW WERELDSE OPVATTINGEN AFLEGGEN.

Wij leven vandaag de dag in een wereld, die wil en kan voorzien in alle verlangens van het vlees. Wij leven in een tijd waarin mensen meer van genot houden dan van God (2 Timoteus 3:2-4). Het leven van mannen en vrouwen draait om het IK ... hun begeertes ... hun plannen ... hun plezier. Ons leven draait om onze toekomst ... ons gezin ... onze vrienden ... ons huis ... onze carriere ... ons geluk ... en eigen bevrediging.

Hoe moeten wij ons ontledigen in een wereld, waarin alles geconcentreerd is op het 'eigen ik'? Hoe moeten wij Gods wil onderscheiden? Hoe moeten wij erachter komen of wij in rebellie wandelen ... onze eigen wil volgen in plaats van te wandelen in gehoorzaamheid aan Gods wil? Het antwoord is eenvoudig. Wij moeten de wereld ... waar de eigen wil en het eigen genoegen heersen ... verlaten.

Er zijn op dit moment vele christenen, die Gods wil niet kennen en niet doen, omdat hun denken ... houding ... begeertes ... en wil gelijkvormig aan deze wereld zijn geworden. Om de wil van God te kennen en ons leven te leiden in gehoorzaamheid aan Zijn wil, moeten wij de wereldse opvattingen, die in ons denken zitten ingeprogrammeerd eruit halen. Ons denken moet vernieuwd en hervormd worden naar Gods wil, zoals die in Zijn Woord geopenbaard staat.

Deze ontlediging van het IK is een voortdurend proces. Naargelang God u openbaart, in welke onderdelen van uw leven u uw eigen wil volgt in plaats van Zijn wil in gehoorzaamheid na te streven, moet u bereid zijn dat onderdeel aan God over te geven, zoals Jezus Zijn wil overgaf door te zeggen:"Niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede."

Zoals Hij u openbaart, welke de gebieden van uw leven zijn, waar u uw zelfzuchtige begeertes, doelstellingen en plannen stelt boven het doen van Zijn wil, moet u bereid zijn ze over te geven aan God en zeggen:"Niet mijn wil, maar de Uwe geschiede." Naarmate dat Hij u de facetten van uw leven ... bezittingen, geld, huizen, land, aanzien, maatschappelijke positie ... openbaart, die u niet bereid bent om Zijn wil en om des evangelies wil op te geven, moet u berouw hebben en zeggen:"Niet mijn wil, maar de Uwe geschiede."

Misschien zijn er familieleden, vrienden of een carriere die u laat gaan boven het doen van de wil van God. U moet bereid zijn alle aanspraken hierop op te geven en bereid zijn Christus en het doen van Zijn wil op de eerste plaats te zetten. U moet bereid zijn te zeggen:"Niet mijn wil, maar de Uwe geschiede." Jezus heeft gezegd:"Indien iemand tot Mij komt, en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broeders en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn. ... Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn." (Lucas 14:26 en 33)

Wij moeten ALLE DINGEN, die wij hebben, VERLATEN, ze VAARWEL ZEGGEN, ALLE AANSPRAKEN erop OPGEVEN, en ze ACHTERLATEN! Jezus heeft voor u de overwinning over uw eigen wil in de hof van Getsemane behaald. Hij kwam naar de aarde in de gedaante van een mens en gaf in de hof van Getsemane Zijn wil totaal over aan Gods wil. U bent bevrijd van uw eigen wil! U kunt het wel: een leven leiden van totale overgave aan Gods wil.

Als God u openbaart, in welke delen van uw leven u zich niet ontledigd heeft en welke delen u niet aan Hem heeft overgegeven, moet u kiezen ... u moet ze gewillig aan Hem onderwerpen. Als u dat doet, zal God u verhoren. Net zoals Hij Jezus verhoorde, toen Hij worstelde en pijnen leed in de hof van Getsemane en een engel stuurde, die Hem in dat uur kracht gaf, zal God u sterken en u in staat stellen uzelf te ontledigen en uw leven te verliezen omwille van Hem.

In dit laatste uur der eeuwen is God Zich een volk aan het bereiden, dat bereid is zich te ONTLEDIGEN ... hun rechten op ALLE DINGEN op te geven ... om een VOLLEDIGE en ALGEHELE overgave van hun wil aan Zijn wil te doen. U bent een van die mensen!

Teksten voor verdere studie:

Johannes 6:38

Hebreeen 2:16

1 Petrus 4:1

Jezus ging staan om satan

aan te pakken in de kracht

van Zijn Vaders Naam

"Ik ben gekomen in de naam mijns Vaders en gij neemt Mij niet aan; indien een ander komt in zijn eigen naam, die zult gij aannemen." Johannes 5:43

JEZUS TRAD OP DE VIJAND AAN MET DE STEUN VAN HEEL DE

AUTORITEIT VAN DE HEMEL.

De oorlog is gewonnen! Tweeduizend jaar geleden heeft Jezus tegen satan gestreden, hem verslagen en hem zijn macht ontnomen. De overwinning is aan ons!

Jezus heeft ons het allerhoogste wapen gegeven ... de overwinningsstrategie ... die voor 100 procent altijd werkt. Wij hebben DE NAAM, DIE IS BOVEN ALLE NAMEN! Die naam is almachtig, onverwoestbaar, onveranderlijk. HIJ KAN NIET FALEN. Daarom kunnen wij niet falen.

Jezus trad de arena van de geestelijke oorlogvoering tegen satan binnen, WETENDE, dat Hij zou winnen ... WETENDE, dat Hij satan zou verslaan ... WETENDE, dat Hij met geen mogelijkheid kon verliezen.

Er was tijdens Zijn leven zelfs niet een keer, dat Hij ook maar even twijfelde of Zich afvroeg of Hij zou falen. Toen Hij 40 dagen door satan in de woestijn werd verzocht, was Hij niet bezorgd over de vraag, of Hij wel of niet zou zwichten voor de verzoeking. Toen Hij Zijn bediening begon, dacht Hij niet aan falen. Toen Hij de zieken genas, toen Hij de wind gelastte stil te zijn, toen Hij Lazarus opwekte, toen Hij demonen uitwierp, vroeg Hij Zich niet een keer af, of, wat Hij zei, wel zou gebeuren. Hij wist, dat Hij niet zou falen.

Toen Jezus in de hof van Getsemane wist, dat het uur was gekomen, waarop Hij Zijn leven moest geven voor de zonden der wereld, vroeg Hij Zich niet af, of Hij wel de wil van God zou kunnen volbrengen. Hij wist, dat Hij niet zou falen. Aan het kruis, met de dood voor ogen, dacht Hij niet een keer, dat God Hem zou verlaten, of dat Hij verslagen zou worden. Hij wist, dat Hij niet zou falen.

Hoe wist Hij dat?

Jezus wist, dat Hij niet kon falen, omdat Hij de macht van de vijand tegemoet trad in Zijn Vaders Naam, en dat alle macht en autoriteit van de hemel achter die Naam stond.

Hoewel Hij wist, dat Hij de Zoon van God was, stelde Hij Zijn geloof en vertrouwen niet in Zichzelf. Hij zei:"De Zoon kan niets doen van Zichzelf ..." (Johannes 5:19) "Ik doe niets uit Mijzelf ..." (Johannes 8:28) Jezus wist, dat Hij op aarde tegenover satan zou komen te staan om hem te verslaan, om de macht van de zonde, ziekte en de dood te vernietigen, om de zieken te genezen, om demonen uit te werpen, om de mens zonden te vergeven in Zijn Vaders Naam.

Als Hij sprak, wist Hij, dat Hij niet in de macht en autoriteit van Zijn eigen naam sprak. Hij sprak dan in de Naam van Zijn Vader. Hij zei:"Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, die Mij heeft gezonden, heeft zelf Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet." (Johannes 12:49) Alles wat Jezus zei of deed, zei en deed Hij in de macht en autoriteit van de Almachtige God.

God riep Jezus, zalfde Hem, gaf Hem een goddelijke opdracht ... Zijn plan en doel aangaande de mens ... en stuurde Hem uit in de autoriteit van Zijn Naam.

Als Jezus Zijn hand uitstrekte om de zieken te genezen, wist Hij, dat Hij dat deed in en door de kracht van Zijn Vaders Naam. Als Hij sprak tegen de wind en de zee:"Zwijg, wees stil," wist Hij, dat Hij het deed in en door de macht van Zijn Vaders Naam. Toen Hij het legioen demonen bestrafte en hen uit de man te Gadara uitwierp, wist Hij, dat Hij dat deed in en door de macht van Zijn Vaders Naam.

Toen Hij het woord van genezing uitsprak voor de knecht van de Romeinse hoofdman:"Ga heen, u geschiede naar uw geloof." (Matteus 8:13), wist Jezus, dat Hij het sprak in en door de macht van Zijn Vaders Naam. Toen Hij riep:"Lazarus, kom naar buiten", en Hij Lazarus uit de dood opwekte, wist Hij, dat Hij het deed in en door de macht van Zijn Vaders Naam.

Er was geen twijfel ... geen struikeling ... geen gedachte aan falen. Terwijl Hij handelde in Zijn Vaders Naam, reageerden de Almachtige God en alle legerscharen der engelen van de hemel om het te doen geschieden.

"Ik heb uw naam geopenbaard aan de mensen, die Gij Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij behoorden U toe en Gij hebt hen Mij gegeven en zij hebben uw woord bewaard." Johannes 17:6

JEZUS OPENBAARDE GODS NAAM.

Tijdens Zijn leven op aarde OPENBAARDE Jezus, in Zijn menselijke gedaante, Gods Naam aan de discipelen en aan de wereld. Het woord 'manifesteren' betekent: onthullen, vertonen, zichtbaar maken, bekendmaken.

In dit vers sprak Jezus niet slechts over Zijn prediking en onderwijs omtrent Gods Naam. Iemand kan over een persoon of onderwerp onderwijzen, maar hij kan ook zijn kennis vanuit ervaring uit de eerste hand demonstreren. En dat laatste is heel iets anders als het eerste.

Door Zijn woorden en door Zijn daden openbaarde Jezus Gods Naam - maakte Hij Hem bekend. Hij maakte Gods karakter zichtbaar. Hij was een zichtbare vertegenwoordiging van al datgene, waar Gods Naam voor staat.

Tegenwoordig geven ouders hun kinderen een naam zonder daarbij na te denken. Slechts heel weinig aandacht wordt er geschonken aan wat een naam betekent, of aan de vraag, of een naam past bij de persoonlijkheid van een kind. In vroeger tijden was een naam een gewichtige zaak, omdat hij de persoon vertegenwoordigde. Namen zijn altijd heel belangrijk voor God geweest. Nadat Hij een verbond met Abram sloot, veranderde Hij diens naam in 'Abraham', wat letterlijk 'vader van een menigte' betekent (Genesis 17:5).

Jacobs naam betekent 'onderkruiper, hielelichter' wat wil zeggen 'iemand, die een ander verdringt om diens plaats in te nemen'. Nadat hij de engel tegenkwam, toen hij weigerde deze te laten gaan totdat God hem gezegend had, veranderde God zijn naam in 'Israel' wat in het Hebreeuws letterlijk 'heersend met God' of 'Gods vorst' betekent (Genesis 32:28).

Jezus veranderde Simons naam in Petrus, wat 'steen' of 'rots' betekent.

Mijn voornaam is afkomstig van het Hebreeuwse Moishe, wat 'Mozes' betekent en de letterlijke betekenis is 'uitgetrokken'.

In de hele Bijbel vinden wij vele namen, die ieder een ander aspect van Gods karakter openbaren. Om alles, wat de Naam 'Jezus' vertegenwoordigt, te kunnen begrijpen, is het belangrijk enige van de namen van God te kennen en te begrijpen en te bezien, hoe Christus Zijn Naam aan de wereld openbaarde - d.w.z. duidelijk liet zien en bekendmaakte.

YAHWEH/JEHOVAH:"De Heer, de eeuwige God, Die was, is en komen zal." Deze naam van God was zo heilig, dat de Joodse overschrijvers, die de handschriften van de Bijbel copieerden, hem zelfs niet uitspraken. Het woord "Yahweh" is afgeleid van een Hebreeuws woord, dat 'zijn' betekent.

De naam Yahweh betekent 'IK BEN' en openbaart, dat God eeuwig bestaat, altijd bestaan heeft en altijd zal bestaan ... zonder begin en zonder einde. Hij openbaart God als algenoegzaam, onveranderlijk, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

Jezus manifesteerde ... openbaarde duidelijk en maakte bekend ... Yahweh Jehovah aan de wereld. Hij was de eeuwige Zoon van God, Die vanaf het begin Zijn bestaan had bij God. "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God ... Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond (en wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd ...)" (Johannes 1:1-2, 14)

Jezus zei tot de Joden, "Eer Abraham was, ben Ik." (Johannes 8:58). Toen Jezus na de opstanding aan de discipelen verscheen, herkenden zij Jezus als de Zoon van God. Thomas gebruikte deze allerheiligste Naam van God, nadat hij de plaatsen der nagels in Jezus' handen gezien en gevoeld had. Hij zei:"Mijn Here en mijn God!" (Johannes 20:28). Als de discipelen vanaf die tijd de Christus predikten en onderwezen, gebruikten zij deze heilige Naam 'Heer' als zij Jezus bedoelden ... niet als een titel om een aardse heer en meester te beschrijven, maar om Hem aan te duiden als Godheid, de op Zichzelf bestaande God. Op dit moment is Jezus Christus 'Yahweh', de Heer, gisteren en heden en tot in alle eeuwigheid Dezelfde!

JEHOVAH-ELOHIM:"De Heer is God ... de op Zichzelf bestaande Schepper." Als Schepper noemde God Zichzelf 'Elohim', als openbaring van Zijn goddelijke majesteit en macht. "En God (Elohim) zeide: Laat ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis ..." (Genesis 1:26)

Jezus manifesteerde Zichzelf als 'Jehovah Elohim'. Over Hem schreef Paulus aan de Kolossenzen:"Want in Hem zijn alle dingen geschapen ... alle dingen zijn door Hem en tot Hem geschapen ..." (Kolossenzen 1:16). Johannes kreeg ook een openbaring over Jezus als de Schepper. Hij zei:"Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is." (Johannes 1:3)

Jezus bestond voor de grondlegging der wereld. Hij was vanaf het begin bij God de Vader en door Hem schiep God het heelal.

Toen de storm op zee woedde openbaarde Jezus Zich als 'Jehovah Elohim' toen Hij de wind en de zee beval Hem te gehoorzamen (Matteus 8:23-27).

EL SHADDAI:"De Almachtige God" ... deze naam openbaart en benadrukt, overal waar hij in het Woord voorkomt, Gods macht om Zijn volk te verlossen uit de handen van hun vijanden. Hij openbaart Zijn algenoegzaamheid en almacht, de hoogste macht over alle dingen. Het woord 'shaddai' in het Hebreeuws verwijst naar de moederborst. Dit drukt uit Gods verlangen, dat Zijn volk voeding en kracht bij Hem haalt, zoals een kind gevoed en gekoesterd wordt aan de moederborst.

Jezus manifesteerde, openbaarde Gods Naam 'El Shaddai' ... de Almachtige God ... toen Hij aan Lazarus' graf stond en gebood dat er leven in Lazarus' levenloze lichaam zou terugkeren, nadat hij vier dagen in het graf gelegen had.

Op de dag van Zijn opstanding, werd de macht van 'El Shaddai' ... de Almachtige, al-vermogende, algenoegzame God ... gemanifesteerd in Jezus' lichaam, toen Hij Hem uit de dood opwekte.

Vandaag is Jezus 'El Shaddai' ... de 'machtige' God (Jesaja 9:6). Hij is 'de opstanding en het leven' (Johannes 11:25). Hij is onze Bron van kracht en, naarmate wij in Hem blijven, putten wij kracht en voeding uit Hem.

JEHOVAH-JIREH:"De Here zal voorzien." Deze Naam openbaart het vermogen en de bereidheid van God om te voorzien in alle behoeften en noden van Zijn volk en hun alle dingen te verschaffen. God manifesteerde Zich tegenover Abraham als Jehovah-Jireh door een ram ten slachtoffer in de plaats van Izaak te verschaffen. In de woestijn voorzag Jehovah-Jireh de kinderen van Israel dagelijks van voedsel. In de woestijn openbaarde Hij Zich tegenover Elia als Jehovah-Jireh door een engel te zenden, die hem eten en drinken bracht.

Jezus manifesteerde de Naam 'Jehovah-Jireh', toen Hij de vijf broden en twee vissen vermenigvuldigde om vijfduizend mannen, de vrouwen en kinderen niet medegerekend, te voeden (Matteus 14:15-21). Toen de discipelen de hele nacht gevist en niets gevangen hadden, verschafte Jezus een visvangst (Lucas 5:4-9).

Jezus is Jehovah-Jireh, onze goddelijke Verzorger. In Hem vinden wij alles, wat wij nodig hebben. Hij heeft ons beloofd, dat wij zullen ontvangen, wat wij ook maar vragen in Zijn Naam. Hij verschaft kracht, troost en hulp, als wij dat nodig hebben. Hij is voor ons alles in alles (alles wat wij nodig hebben, in alle omstandigheden).

JEHOVAH-REPHEKA:"De Heer geneest." God identificeerde Zich tegenover de kinderen Israels als hun Geneesheer. Hij zei:"Ik, de HERE (Jehovah-Repheka), ben uw Heelmeester." (Exodus 15:26)

Jezus manifesteerde - openbaarde duidelijk en maakte bekend - Gods Naam 'Jehovah-Repheka', toen Hij van plaats tot plaats ging, en alle soorten van kwalen genas. Toen Hij blinden de ogen opende, bij doven het gehoor herstelde, de kreupelen deed lopen en allen genas, die door de duivel overweldigd waren, openbaarde Hij aan de wereld, dat God een genezende God is en dat Hij de macht bezit de werken van de vijand te vernietigen en te genezen al degenen, die op Hem vertrouwen.

Vandaag is Jezus onze Heelmeester. Door Zijn striemen ZIJN wij genezen! (Jesaja 53:5)

JEHOVAH-NISSI:"De Heer is Overwinnaar." Deze Naam openbaart God als een machtige verlosser en veroveraar, Die de vijanden van Zijn volk altijd verslaat. Toen de Amalekieten de Israelieten wilden vernietigen, stond Mozes bovenop de berg en hief hij de staf Gods op om de Israelieten eraan te herinneren, dat God voor hen streed en hun de overwinning zou geven. Nadat God hun de overwinning over de Amalekieten geschonken had, bouwde Mozes een altaar ter ere van

Jehovah-Nissi. Zolang de Israelieten Hem gehoorzaamden, versloeg God (Jehovah-Nissi) hun vijanden en maakte Hij hun tot overwinnaars.

Jezus openbaarde God als de Machtige Veroveraar. Hij trad satan tegemoet, versloeg hem, en nam hem zijn macht over ons af en Hij vernietigde de macht van zonde, ziekte en de dood.

Als wij vandaag de dag in het strijdperk treden om de aanval van de vijand het hoofd te bieden ... ziekte, financiele problemen, problemen thuis of op het werk ... kunnen wij weten, dat wij niet verslagen zullen worden, omdat Jezus, de Machtige Veroveraar, de satan verslagen heeft en ons de overwinning over hem zal geven!

"Ook gij hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u wederzien en uw hart zal zich verblijden en niemand ontneemt u uw blijdschap. En te dien dage zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in mijn naam." Johannes 16:22-23

ALLE MACHT EN AUTORITEIT, DIE JEZUS BEZIT, LIGT BESLOTEN IN ZIJN

NAAM.

Wat u de Vader vandaag ook VRAAGT in Jezus' Naam, zal geschieden. Jezus had het niet over bidden. Hij sprak niet over smeken en bedelen. Het woord 'vragen' in deze verzen in de Griekse grondtekst betekent 'een vordering van iets wat ons toekomt'. Dit betekent niet, dat wij maar moeten rondgaan en van God eisen en Hem opdragen te doen, wat wij maar willen. Wij moeten in Zijn Naam vragen wat ons rechtmatig toekomt, als gevolg van de overwinning, die Christus reeds behaald heeft.

Als u iets vraagt in de Naam van Jezus, doet u meer dan alleen maar de woorden 'in de Naam van Jezus' herhalen. Als u weet wat voor autoriteit achter de Naam staat ... de autoriteit die u toebehoort, uw wettelijk recht die Naam te gebruiken, de MACHT die in die Naam opgesloten ligt ... als u hem gebruikt, bent u niet aan het vragen of bedelen. U bent dan de macht aan het oproepen - in werking aan het stellen - om tot stand te brengen wat u verlangt. Er is geen twijfel mogelijk, dat het zal geschieden.

Toen Petrus tot de kreupele sprak:"Wat ik heb geef ik u; in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeer: Wandel!" (Handelingen 3:6); was hij niet aan het bidden, smeken of vragen. Petrus wist, dat Jezus de satan en de ziektemacht verslagen had. Toen hij de Naam Jezus uitsprak, riep hij de macht aan om de genezing tot stand te brengen ... d.w.z. stelde hij haar in werking.

Petrus bond de strijd met deze ziekte niet aan in zijn eigen kracht of in zijn eigen naam. De man werd niet genezen, omdat Petrus zo'n groot geloof bezat. De lamme werd genezen, omdat Petrus de macht en autoriteit kende, die hij in Jezus' Naam bezat en hij gebruikte die.

Als u de Naam van Jezus aanroept, dan roept u aan - stelt u in werking - de macht en autoriteit, die in die Naam opgesloten ligt, om de genezing of de verlossing ... of wat u ook nodig heeft ... te manifesteren. Als u Zijn Naam in het geloof uitspreekt, is Hij er. Hij wordt openbaar door Zijn Naam.

Net zoals Jezus geruggesteund door de hele hemel op de satan toetrad, net zo zal heel de macht en autoriteit achter die Naam staan, als u ten strijde trekt in Jezus' Naam. Als u in Jezus' Naam ten strijde trekt, staat de Grote "IK BEN", de Alfa en Omega, de Schepper, de Almachtige God, Jezus Christus, de Zoon van de Levende God naast u om te doen, wat u ook in Zijn Naam vraagt.

Als u oog in oog staat met ziekte in uw lichaam, mag u vragen wat u rechtmatig toekomt, als gevolg van de overwinning, die Jezus al behaald heeft. U hoeft helemaal niet te smeken of te bedelen. Als u genezing nodig heeft, maak er dan aanspraak op in Jezus' Naam.

Als u financiele problemen heeft en u ziet in de natuurlijke om u heen geen enkele uitweg, 'claim' dan wat u nodig heeft ... wat rechtmatig van u is ... in Jezus' Naam. Als u de Naam van Jezus uitspreekt, zal Jehovah-Jireh (uw Verzorger) daar zijn om in uw nood te voorzien. U mag wandelen in het geloof, dat het zal geschieden.

"Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, wie in mij gelooft, de werken, die ik doe, zal hij ook doen, en grotere nog dan deze, want Ik ga tot de Vader; en wat gij ook vraagt in mijn naam, Ik zal het doen, opdat de Vader in de Zoon verheerlijkt worde. Indien gij Mij iets vraagt in mijn naam, Ik zal het doen."

Johannes 14:12-14

U KUNT OP DE STRIJD AAN GAAN, GESTEUND DOOR DE HELE HEMEL.

Misschien bevindt u zich nu middenin een zware strijd: misschien is er een zware financiele nood in uw leven, wellicht is uw man of vrouw niet gered, uw huwelijksrelatie kan op springen staan, of uw familie kent de Heer niet, of vrienden of familieleden zijn verslaafd aan drugs of alcohol. Wat uw probleem ook is, hoe groot uw nood ook is, u moet bedenken, dat satan verslagen is en dat Jezus u de eindoverwinning gegeven heeft - de alvermogende, onverwoestbare, onveranderlijke Naam, die is boven alle namen.

Net als Jezus satan het hoofd bood met heel de autoriteit van de hemel, die achter Hem stond, kunt ook u uw strijd tegemoet treden, gesteund door heel de autoriteit en macht van de hemel!

Hoe moeilijk of hoe onmogelijk uw omstandigheden u ook toeschijnen, hoe lang u in het verleden ook gevast of gebeden heeft zonder merkbaar resultaat, als u eenmaal begint te beseffen welk een autoriteit en macht u toebehoren in Jezus' Naam en wat er achter die Naam schuilgaat, zult u in staat zijn de overwinning, die u toekomt, te PAKKEN.

Voordat Jezus ten hemel steeg, verzamelde Hij Zijn discipelen in de Opperkamer om ze op de strijd voor te bereiden. Hij wist, dat Hij terugging naar Zijn Vader in de hemel en Hij wilde, dat zij toegerust en voorbereid zouden zijn om het offensief van de vijand ... de beproevingen en vervolgingen ... de uitdaging om de wereld te bereiken met het evangelie ... het hoofd te bieden.

Het 'aanvalsplan' van de discipelen zou onder andere inhouden dat zij de machtige, onverwoestbare Naam van Jezus zouden gebruiken. Het was niet Jezus' plan voor hen, dat zij de ene nederlaag na de andere zouden moeten incasseren. Hij wilde niet, dat zij bang zouden worden, of door de vijand ontmoedigd of terneergeslagen uit de strijd tevoorschijn zouden komen. Wat Jezus hun vertelde, kwam hierop neer:"Wees niet bang, ontmoedigd of depressief omdat Ik jullie ga verlaten. Jullie gaan nog grotere dingen doen dan Ik gedaan heb." Hij zei hun:"Ik ga terug naar de Vader en WAT jullie OOK MAAR vragen IN MIJN NAAM, dat zal Ik voor jullie doen.

En het doel van het inwilligen van hun verlangens was, DAT DE VADER VERHEERLIJKT ZOU WORDEN DOOR DE NAAM VAN ZIJN ZOON.

Zij werden er niet op uitgestuurd om alleen met de vijand geconfronteerd te worden ... in hun eigen naam. Jezus zond hen goed VOORBEREID uit, TOEGERUST om elk probleem aan te pakken, dat zij zouden kunnen ontmoeten, terwijl heel de hemel hen steunde ... IN ZIJN NAAM!

Jezus zei hun, dat, hoewel Hij hen verliet en zij zouden wenen en zich bedroeven als een vrouw die in barensnood is, Hij hen spoedig zou weerzien en dat hun droefheid zou veranderen in vreugde. Hij zei:

"Redeneert gij hierover met elkander, dat Ik zeide: Nog een korte tijd en gij ziet Mij niet en nogmaals een korte tijd en gij zult Mij zien? ... Ook gij hebt dan nu wel droefheid, maar Ik zal u wederzien en uw hart zal zich verblijden en niemand ontneemt u uw blijdschap. En te dien dage zult gij Mij niets vragen. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt, zal Hij het u geven in mijn naam." (Johannes 16:19, 22-23)

Toen Hij die avond tot hen sprak in de Opperkamer, wist Jezus, dat Hij de volgende dag in hevige strijd met de satan verwikkeld zou raken. Hij wist, dat Hij de weg naar Golgotha zou gaan, dat Hij gegeseld, bespot en geslagen zou worden. Hij wist, dat Hij aan het kruis zou hangen en zou sterven. Hij wist, dat de discipelen ontmoedigd zouden raken en vervuld zouden worden met verdriet om Zijn dood en omdat Hij niet meer bij hun zou zijn. Maar Hij wist ook, dat het niet lang zou duren - drie korte dagen - eer Hij in triomf zou opstaan uit het graf en Hij hen zou weerzien en zij zich zouden verheugen.

Eigenlijk zei Hij: OP DIE DAG, nadat Ik uit de doden ben opgestaan ... OP DIE DAG, nadat Ik de satan heb verslagen en hem al zijn macht heb afgenomen ... OP DIE DAG, als Ik de macht van zonde, ziekte en de dood heb gebroken ... OP DIE DAG, als Ik verhoogd ben boven alle macht en heerschappij en de Naam, die is boven alle namen, heb gekregen ... wat gij de Vader OP DIE DAG ook vraagt IN MIJN NAAM, Ik zal het doen. Ik zal er achter staan. Ik zal zorgen dat het gebeurt!

Wij leven op die dag. Deze belofte behoort u en ieder wedergeboren kind van God toe. Jezus zit nu aan de rechterhand van de Vader en u heeft het wettige recht en de autoriteit om Zijn Naam te gebruiken.

Teksten voor verdere studie:

Genesis 13:4

Exodus 6:3

1 Samuel 17:45

Psalm 20:1; 44:5; 72:17

Spreuken 18:10

Jeremia 20:9

Matteus 19:17

Johannes 10:25

Jezus ging de confrontatie met

satan aan en versloeg hem

door de macht van Zijn Woord

"Want zoals de regen en de sneeuw van de hemel neerdaalt en daarheen niet weerkeert, maar doorvochtigt eerst de aarde en maakt haar vruchtbaar en doet haar uitspruiten en geeft zaad aan de zaaier en brood aan de eter, alzo zal mijn woord, dat uit mijn mond uitgaat, ook zijn; het zal niet ledig tot mij wederkeren, maar het zal doen wat mij behaagt en dat volbrengen, waartoe Ik het zend. Jesaja 55:10-11

JEZUS TWIJFELDE ZELFS NIET EEN KEER; HIJ WIST, DAT GODS WOORD

VERVULD ZOU WORDEN.

God sprak tot het volk Israel door de profeet Jesaja. Hij wilde, dat het volk wist, dat de woorden, die Hij sprak, niet dood, zonder inhoud of nutteloos waren; maar dat ze vol leven waren - het waren krachtige woorden en zij zouden opleveren wat Hij begeerde en Zijn doel op aarde vervullen.

Jezus wist, dat de woorden, welke God Hem gegeven had om uit te spreken, vol leven waren en het resultaat en het doel zouden bereiken, dat God ermee had.

In de wetenschap dat Hij een opdracht van God had en door Hem uitgezonden en gezalfd was om de werken van de duivel te VERNIETIGEN, keerde Jezus satan overal, waar Hij diens werken maar tegenkwam, het gelaat toe en oefende Hij Zijn gezag over hem uit door het woord te spreken.

Deze machtige strategie van het 'spreken van het woord' stelde Jezus, als de Machtige Strijder die Hij was, in staat satans territorium binnen te dringen, hem frontaal aan te vallen en zijn bolwerken louter met de kracht van de woorden, die uit Zijn mond kwamen, te verwoesten.

Jezus viel satan aan en versloeg hem met de macht van Zijn Woord. Jezus sprak en satan vluchtte. Jezus sprak en de wind en de zee gehoorzaamden. Jezus sprak en demonen beefden en gehoorzaamden. Jezus sprak en blinde ogen werden geopend. Jezus sprak en de lamme kon lopen. Jezus sprak en dove oren konden horen. Jezus sprak en tongen spraken. Jezus sprak en doden werden opgewekt!

Niet een keer 'bad' Jezus voor een zieke of voor iemand, die door een demoon bezeten was. Als men een zieke of iemand die op sterven lag tot Jezus bracht, bad Hij niet tot de Vader:"Indien het Uw wil is, genees dan dezen, die ziek zijn." Hij hoefde helemaal niet te smeken of te pleiten, dat God mensen, die door de macht van de duivel overweldigd waren, wilde genezen of verlossen. Hij wist, dat God wilde genezen, verlossen en bevrijden al diegenen, die onderdrukt, diepbedroefd, gekweld, en bezeten waren.

Waar Hij ook maar mensen zag, die op een of andere manier door satans macht gebonden waren, trad Hij agressief op - Hij ging de confrontatie aan. Hij stond niet met de armen over elkaar werkeloos aan de kant te wachten tot God het werk zou doen. Hij wist, dat God Hem met de Heilige Geest gezalfd had en Hem autoriteit en 'dunamis' - wonderwerkende macht -over satan gegeven had om mensen uit satans handen te redden.

Als Hij de confrontatie met de macht van de vijand aanging, sprak Jezus niet Zijn eigen woorden, maar sprak Hij de woorden, die Zijn Vader Hem opgedragen had te spreken. Hij riep:"Want Ik heb niet uit Mijzelf gesproken, maar de Vader, die Mij heeft gezonden, heeft zelf Mij een gebod gegeven, wat Ik zeggen en spreken moet. En Ik weet, dat Zijn gebod eeuwig leven is. Wat Ik dan spreek, spreek Ik zo, als de Vader Mij gezegd heeft." (Johannes 12:49-50)

Hij zei:" ... en het woord, dat gij hoort, is niet van Mij, maar van de Vader, die Mij gezonden heeft." (Johannes 14:24) "Mijn leer is niet van Mij, maar van Hem, die Mij gezonden heeft." (Johannes 7:16)

Toen Hij de woorden, die de Vader hem te spreken gegeven had, uitsprak, had Hij nooit enige twijfel en vroeg Hij Zich nooit af, of hetgeen Hij sprak zou geschieden. Hij wist, dat Hij de woorden uitsprak van de Almachtige God Jehovah, Die gezegd had:"Er zij licht; en er was licht." (Genesis 1:3) Hij wist dat Gods Woord al-vermogend was en zou geschieden!

Jezus zei tegen Zijn discipelen:" ... de woorden, die ik tot u gesproken heb, zijn geest en zijn leven." (Johannes 6:63) Precies die woorden, welke uit Jezus' mond kwamen, waren Hem gegeven door God en het waren LEVENDE woorden. De kracht om ze te doen uitkomen, lag erin opgesloten. In Zijn woorden was eeuwig leven, genezing, verlossing, vrede, geluk - alles wat God van in het begin gewild had, dat de mens op aarde zou bezitten.

Toen Jezus op de heuvel en in de synagoge onderwees, stonden de mensen "versteld over zijn leer, want zijn woord was met gezag." (Lucas 4:32) Zelfs de demonen erkenden het gezag en de macht van Zijn woorden en gehoorzaamden. Toen Jezus op een keer in een synagoge in Kafarnaum zat te leren, was er een man, die bezeten was van een onreine geest. De onreine geest riep uit:"Ha, wat hebt gij met ons te maken, Jezus van Nazaret? Zijt Gij gekomen om ons te verdelgen? Ik weet wel, wie Gij zijt: de heilige Gods." (Lucas 4:34) Jezus was niet bang of onder de indruk. Hij vertrok geen spier. Hij ging de confrontatie aan. Hij sprak het woord:"Zwijg stil en vaar uit van hem." (Lucas 4:35)

Toen Jezus deze woorden sprak, moest de onreine geest gehoorzamen. Ziet u de gezichten van de mensen al, met open mond van verbazing staan zij erbij te kijken. "Wat voor spreken is dit? Want Hij legt met gezag en macht aan de onreine geesten zijn bevelen op en zij varen uit." (Lucas 4:36)

Vele malen bracht men zieken en van demonen bezetenen tot Jezus.

"Toen het nu avond werd, bracht men vele bezetenen tot Hem; en Hij dreef de geesten uit met zijn woord en die ernstig ongesteld waren genas Hij allen, opdat vervuld zou worden, hetgeen gesproken werd door de profeet Jesaja, toen hij zeide: Hij heeft onze zwakheden op Zich genomen en onze ziekten heeft Hij gedragen." (Matteus 8:16-17)

De boze geesten stonden machteloos tegenover Jezus. Met een enkel woord van Zijn lippen wierp Hij hen uit!

Waar Jezus ook kwam, Hij ging de confrontatie niet uit de weg, maar sprak het Woord tegen de macht van de vijand en vernietigde de bolwerken van satan in het leven van de mensen. Tot de melaatse sprak Jezus het woord:" ... wordt rein" en onmiddellijk werd hij gereinigd en genezen (Matteus 8:1-4). Tot de man aan het Badwater van Betesda, die achtendertig jaar verlamd was geweest, sprak Jezus het woord:"Sta op, neem uw matras op en wandel" en onmiddellijk werd hij gereinigd en genezen (Johannes 5:8). Tot de vrouw met een geest van zwakheid, die achttien jaar verkromd was geweest, sprak Jezus het woord:"Vrouw, gij zijt verlost van uw zwakheid." Hij legde haar de handen op en onmiddellijk kwam zij overeind. (Lucas 13:12-13)

Tot de dove die moeilijk sprak, sprak Jezus het woord:"Wordt geopend," en de man zijn oren werden onmiddellijk geopend en de band zijner tong werd losgemaakt en hij sprak duidelijk (Marcus 7:31-37). Tot de blinde bedelaar sprak Jezus het woord:"Wordt ziende," en onmiddellijk werd hij ziende (Lucas 18:42). Tot de weduwe haar zoon, die gestorven was en juist weggedragen werd, sprak Jezus het woord:"Jongeling, Ik zeg u, sta op!" en de jongeman ging recht overeind zitten en begon te spreken (Lucas 7:11-16).

Gods woord is onweerstaanbaar - de allerhoogste macht in heel de schepping!

"Toen werd Jezus door de Geest naar de woestijn geleid om verzocht te worden door de duivel. En nadat Hij veertig dagen en veertig nachten gevast had, kreeg Hij ten laatste honger. En de verzoeker kwam en zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, zeg dan, dat deze stenen broden worden. Maar Hij antwoordde en zeide: Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat. Toen nam de duivel Hem mede naar de heilige stad en hij stelde Hem op de rand van het dak des tempels, en zeide tot Hem: Indien Gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf dan naar beneden; er staat immers geschreven: Aan zijn engelen zal Hij opdracht geven aangaande u, en op de handen zullen zij u dragen, opdat gij uw voet niet aan een steen stoot. Jezus zeide tot hem: Er staat ook geschreven: Gij zult de Here, uw God, niet verzoeken. Wederom nam de duivel Hem mede naar een zeer hoge berg en hij toonde Hem al de koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid, en zeide tot Hem: Dit alles zal Ik U geven, indien Gij U nederwerpt en mij aanbidt. Toen zeide Jezus tot hem: Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: de Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen."

Matteus 4:1-10

JEZUS' WOORDEN WAREN DODELIJKE WAPENS, DIE SATAN UITDREVEN.

Net als de wapens van een machtige krijgsheld, die de strijd aanbindt met de vijand, werden de woorden die uit Jezus' mond kwamen, als Hij ten strijde trok, machtige, dodelijke wapens, die doel troffen en satan uitdreven.

Een van de grootste confrontaties tussen Jezus en satan vond plaats aan het begin van Jezus' bediening. In de ontmoeting, die staat opgetekend in Matteus hoofdstuk 4, openbaart Jezus duidelijk op welke wijze wij satan in elke beproeving, bij elke verzoeking en elke aanval van de vijand het hoofd kunnen bieden met 100 procent overwinning.

Na Zijn doop in de rivier de Jordaan werd Jezus door de Geest de woestijn in geleid, waar Hij 40 dagen doorbracht in vasten en gebed, gemeenschap oefende met God, goddelijke leiding zocht, Zichzelf voorbereidde voor het werk dat Hem opgedragen was. In die periode in de woestijn kwam satan tot Jezus en vond de slag plaats. In welke vorm satan aan Jezus verscheen, is niet bekend. Maar toen satan Hem zag, herkende hij, Wie Hij was. Daar voor hem stond in menselijke gedaante de al-vermogende Zoon van God, Die vanaf het begin bij God was geweest, Die hem ook had gadegeslagen toen hij uit de hemel geworpen werd.

De satan wist, dat Jezus door God uitgezonden was met de opdracht hem te verslaan, en hij was gekomen om te proberen Hem tegen te houden bij het uitvoeren van Gods plan.

Jezus kende satan en wist, waarvoor hij gekomen was. Hij kende hem als een misleider en een leugenaar en wist, dat hij kwam om te trachten Hem te doen zondigen tegen God. Dit was geen toevallige ontmoeting en Jezus was er niet door verrast - Hij was erop voorbereid. Hij wist, dat Hij de Zoon van God was. Hij wist, dat Hij door God geroepen was om satan te verslaan. Hij wist, dat Hij gezalfd was met de kracht van de Heilige Geest. Hij wist, dat Hij daar stond in de macht en autoriteit van de Naam van de Almachtige God en dat heel de hemel achter Hem stond. "Hij legt met gezag en macht aan de onreine geesten zijn bevelen op en zij varen uit." (Lucas 4:36) 'Gezag' in het Grieks betekent 'macht uitoefenen'. 'Macht' is een vertaling van het woord 'dunamis' wat de wonderwerkende kracht of macht van God is. Samen betekenen deze woorden 'het recht de wonderwerkende macht van God uit te oefenen'.

Tot driemaal toe viel de satan Jezus aan en verzocht hij Hem tegen God te zondigen, en driemaal oefende Jezus gezag over satan door het geschreven Woord van God uit te spreken. De satan daagde Jezus uit te bewijzen, dat Hij de Zoon van God was, door een steen in brood te veranderen. Jezus sprak het Woord:"Er staat geschreven: Niet alleen van brood zal de mens leven, maar van alle woord, dat uit de mond Gods uitgaat." (Matteus 4:4) De satan daagde Jezus opnieuw uit te bewijzen, dat Hij de Zoon van God was, door Zich van het dak van de tempel naar beneden te werpen. Jezus sprak het Woord:"Er staat ... geschreven, Gij zult de Here, uw God, niet verzoeken." (Matteus 4:7)

In een laatste poging beloofde satan Hem alle koninkrijken van de wereld te geven, als Jezus alleen maar voor hem zou buigen om hem te aanbidden. Jezus wist, dat satan een leugenaar en een misleider was. Hij zette hem op zijn plaats en sprak opnieuw het Woord:"Ga weg, satan! Er staat immers geschreven: De Here, uw God, zult gij aanbidden en Hem alleen dienen." (Matteus 4:10)

Toen Jezus het geschreven Woord van God uitsprak, moest satan de aftocht blazen.

"Daarom, zo zegt de HERE, de God der heerscharen, omdat gij dit woord spreekt: zie, Ik maak mijn woorden in uw mond tot vuur en dit volk tot hout en het zal hen verteren."

Jeremia 5:14

KEER SATAN HET GEZICHT TOE EN OVERWIN HEM DOOR HET WOORD

TE SPREKEN.

Jezus ging de confrontatie met satan aan en versloeg hem door het Woord te spreken.

God wil dat u hetzelfde doet, omdat dat Zijn plan voor uw leven is. Zijn plan voor uw leven is, dat u de vijand HET AANGEZICHT TOEKEERT, waar u hem ook tegenkomt, en door het woord te spreken zijn bolwerken VERNIETIGT en hem OVERWINT in de macht en autoriteit van de Heilige Geest! God heeft Zijn Woord op aarde uitgezonden en het zal niet ledig (d.w.z. niet zonder resultaat) tot Hem wederkeren. Het was Zijn plan, dat Zijn Woord IN u zou zijn, als u het uitspreekt, en het zal zijn als een machtig wapen en de vijand uit uw leven en omstandigheden verjagen. Als u Gods Woord spreekt, zal het zijn wat God Jeremia de profeet beloofde - een verslindend vuur, dat de vijanden van God zal verteren.

Als u Gods Woord uitspreekt, zal het zijn als een verbrijzelende hamer en de hindernissen en beletsels, die satan op uw weg geplaatst heeft, afbreken:"Is niet mijn woord zo: als een vuur, luidt het woord des HEREN, of als een hamer, die een steenrots vermorzelt?" (Jeremia 23:29)

God, Die een God is met een plan, een doel, een ontwerp en zonder aanzien des persoons, heeft een plan ontworpen om u - hervormd door Zijn Geest - gelijkvormig te maken aan het beeld van Christus (Romeinen 8:29). Als Zijn plan in u wordt uitgewerkt, zult u gaan denken, wandelen en handelen als Jezus, toen Hij op deze aarde was. Als Zijn plan in u wordt uitgewerkt, zult u:

door te spreken blinde ogen geopend zien worden,

door te spreken de lammen laten lopen,

door te spreken dove oren doen horen,

door te spreken de stommen doen spreken,

met uw woord demonen onderwerpen aan uw gezag,

en met uw woord doden opwekken uit de dood. Dit is uw erfenis als zoon van de levende God! Door Christus zijn wij zonen van God geworden en hebben wij dezelfde macht en autoriteit als Jezus verkregen.

Jezus was de Zoon van de levende God, maar Hij putte niet uit Zijn goddelijke vermogens om de zieken te genezen en demonen uit te werpen. Toen Hij naar de aarde kwam, vernederde Hij Zich en ontdeed Hij Zich van Zijn vermogen almachtig, alwetend en overal tegelijk aanwezig te zijn. Hij was nog steeds goddelijk, maar Hij was God in het vlees. Jezus onderwees, genas zieken, reinigde melaatsen en wekte doden op door de kracht van de Heilige Geest. God zalfde Hem met de Heilige Geest (Lucas 3:16) en zond Hem uit, opdat Hij de werken van duivel zou verbreken.

Toen Hij nog op aarde was, zond Jezus Zijn discipelen uit in de macht en autoriteit van Zijn Naam. Hij droeg hen op:"Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit. Om niet hebt gij het ontvangen, geeft het om niet." (Matteus 10:8)

Zij keerden terug met grote blijdschap en zeiden:"Here, ook de boze geesten onderwerpen zich aan ons in uw naam." (Lucas 10:17) Dit was voor hen een doorbraak in de openbaringskennis over de kracht en autoriteit, die Jezus hun gegeven had in Zijn Naam. Zij waren niet in hun eigen kracht, die zij in zichzelf bezaten, uitgetrokken. Zij hadden niet in hun eigen kracht het woord van genezing en verlossing uitgesproken. Zij hadden eenvoudig en in het geloof gehandeld op de woorden, die Jezus tot hun gesproken had, en het was gebeurd!

Voor Zijn hemelvaart riep Jezus Zijn discipelen samen en zond hen uit om te prediken, om de natien tot Zijn discipelen te maken, om de zieken te genezen, demonen uit te werpen en doden op te wekken. Hij verwachtte van hun niet, dat zij in hun eigen natuurlijke kracht zouden uitgaan, maar wel gaf Hij hun de macht en autoriteit, die Hij had, toen Hij op aarde was. Hij zei hun in Jeruzalem te blijven en daar te wachten totdat zij "bekleed werden met kracht uit den hoge" (Lucas 24:49).

Op de eerste Pinksterdag werden 120 discipelen gedoopt in de Heilige Geest. Zij verlieten die Opperkamer met dezelfde 'dunamis', wonder-werkende macht, en dezelfde 'exousia', autoriteit, welke Jezus had. Onmiddellijk begon Petrus het Woord te spreken onder de macht en zalving van de Heilige Geest. "Zij dan, die zijn woord aanvaardden, lieten zich dopen en op die dag werden ongeveer drieduizend zielen toegevoegd." (Handelingen 2:41)

De discipelen gingen niet met de armen overeen zitten wachten, tot God al het werk zou doen. Zij traden AGRESSIEF op. Aangezien zij wisten, dat zij door de Heilige Geest gezalfd waren en autoriteit over satan hadden gekregen, GINGEN ZIJ TOT DE AANVAL OVER, overal waar zij mensen zagen, die door zijn macht gebonden waren. U moet in diezelfde kracht wandelen.

"De Geest is het, die levend maakt, het vlees doet geen nut; de woorden, die Ik tot u gesproken heb, zijn geest en zijn leven." Johannes 6:63

GOD IS NIET AFHANKELIJK VAN ONZE BEPERKTE KRACHT.

Jezus sprak het woord door de kracht en autoriteit van de Heilige Geest ... en blinde ogen werden ziende, demonen werden uitgeworpen, doden werden opgewekt. De gelovigen van de eerste Gemeente spraken het Woord door de kracht en autoriteit van de Heilige Geest en dezelfde dingen gebeurden. God wil dat u hetzelfde doet door dezelfde kracht en zalving van de Heilige Geest.

Gods Woord kan niet belemmerd of tegengehouden worden. Hij is niet afhankelijk van een geloof dat u op een of andere manier zoudt kunnen ontwikkelen. Hij is er niet afhankelijk van of u genoeg super-geloof kunt opbrengen om een wonder tot stand te brengen. Gods Woord blijft waar, ook al zijn er sommigen, die niet geloven. "Wat toch is het geval? Als sommigen ontrouw geworden zijn, zal dan hun ontrouw de trouw Gods tenietdoen? Volstrekt niet! Maar het blijve: God waarachtig en ieder mens leugenachtig ..." (Romeinen 3:3-4)

Jezus heeft het geloof, dat wonderen doet, niet beperkt tot diegenen, die een groot geloof ontwikkeld hebben. Hij heeft gezegd:"Wie in Mij gelooft, de werken, die Ik doe, zal hij ook doen." (Johannes 14:12) Hij heeft gezegd:"Indien gij een geloof hebt als een mosterzaad, zult gij tot deze berg zeggen: Verplaats u vanhier daarheen en hij zal zich verplaatsen en niets zal u onmogelijk zijn." (Matteus 17:20)

God wil, dat u spreekt tegen de bergen, die u op uw weg tegenkomt - de berg van ziekten, de berg van uw financiele noden, de berg van problemen in uw gezin - en dat zij verwijderd worden. Hij zei, dat, als u slechts een geloof hebt zo klein als een mosterdzaadje, u het zou kunnen doen!

Toen hij tot de lamme sprak:" ... in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeer: Wandel!" stond Petrus daar niet te smeken of te bedelen. Ook vroeg hij niet. Toen hij die woorden in Jezus' Naam sprak, nam hij bezit van en commandeerde hij de genezing, die die man rechtmatig toekwam door de overwinning, die Jezus behaald had over satan.

Als zoon van de levende God heeft u vandaag DEZELFDE macht en autoriteit om het Woord met kracht te spreken, zoals Jezus deed, toen Hij op aarde leefde. "Geliefden, NU zijn wij kinderen Gods." (1 Johannes 3:2); zoals Hij NU is, zijn ook wij IN DEZE WERELD!

God stuurde Zijn Woord naar deze aarde. Hij heeft ons Zijn onfeilbare, onaantastbare en eeuwige Woord gegeven. Het zal niet ledig tot Hem terugkeren. Hij heeft gewild, dat het zou toenemen en zich zou vermenigvuldigen, totdat de aarde vervuld is van de kennis des Heren (Habakuk 2:14).

De discipelen werden door iets in hen gedrongen te spreken. Zij zeiden:"Want wij kunnen niet nalaten te spreken van wat wij gezien en gehoord hebben." (Handelingen 4:20) Als bij Jeremia moet het Woord in ons worden als een brandend vuur, zodat wij het niet kunnen inhouden, maar het moeten uitspreken (Jeremia 20:9). Overal waar wij gaan, moeten wij gaan, zoals Jezus ging. Wij hebben een opdracht en een zalving en zijn door God uitgezonden om de woorden van leven en genezing en verlossing uit te spreken.

Christenen wordt vandaag de dag geleerd het Woord te belijden en uit te spreken, maar slechts weinigen ervaren dezelfde resultaten als de eerste Gemeente.

De satan kent de kracht van het Woord. Een van zijn strategieen is Gods volk te hinderen bij het uitspreken van het zuivere, onvervalste Woord van God. Dit lukt hem, omdat hij het Woord verdraait en vervalst met menselijke leerstellingen en theologieen.

'Het Woord uitspreken' is meer dan Bijbelteksten van buiten leren en herhalen. Het is niet gebaseerd op het volgen van bepaalde formules of menselijke leringen. Het doel van het 'belijden' of 'uitspreken' van Gods Woord is niet dat christenen hun eigen verlangens kunnen bevredigen en auto's, huizen en andere materiële zegeningen gaan opeisen (ofschoon God wel wil, dat u gezegend wordt). Er moet een belijdenis van het geloof zijn, maar er is meer bij betrokken dan alleen het gebruik van onze lippen om het Woord te belijden. Wij moeten onze lippen gebruiken om die woorden uit te spreken, die gezalfd zijn met de kracht, die voortkomt uit de belevenis, die voortkomt uit een openbaring, van het Woord.

Het 'uitspreken van het Woord' betreft niet alleen het spreken van het geschreven Woord van God, maar ook het uitspreken van die woorden, waar God u toe leidt om ze uit te spreken. Het gaat erom de woorden van genezing en verlossing uit te spreken, in Jezus' Naam en onder de zalving van de Heilige Geest, zoals de gelovigen van de eerste Gemeente deden.

God wil niet, dat u verslagen wordt. Hij heeft u Zijn Woord gegeven en als u het spreekt zult u overwinnen, in de mate dat u het spreekt. Gods Woord is niet krachteloos. In het Woord bevindt zich de kracht om u te genezen. In het Woord bevindt zich de kracht om u in uw nood tegemoet te komen. Terwijl u het geschreven Woord van God in u opneemt, strek u dan uit in het geloof en neem dat Woord, grijp het vast en neem eruit, wat u nodig heeft. Er staat geschreven:"Hij zond zijn woord, Hij genas hen ..." (Psalm 107:20).

Teksten voor verdere studie:

Psalm 107:20; 119:9

Jesaja 55:11

Matteus 8:16; 8:26; 8:32

Marcus 5:8; 7:34; 9:25

Lucas 4:4; 4:32, 36; 7:14; 8:24

Johannes 5:8; 11:43

Handelingen 16:18

Jezus kende satans karakter

"Hij was bezig te leren in een der synagogen op sabbat. En zie, er was een vrouw, die reeds achttien jaren een geest van zwakheid had en verkromd was en zich in het geheel niet kon oprichten. Toen Jezus haar zag, sprak Hij haar toe en zeide tot haar: Vrouw, gij zijt verlost van uw zwakheid; en Hij legde haar de handen op, en terstond richtte zij zich op en zij verheerlijkte God. Maar de overste der synagoge, het kwalijk nemende, dat Jezus op sabbat genas, antwoordde en zeide tot de schare: Zes dagen zijn er, waarop gewerkt moet worden, komt dan om u te laten genezen en niet op de sabbatdag. Maar de Here antwoordde hem en zeide: Huichelaars, maakt ieder van u niet op de sabbat zijn os of zijn ezel van de kribbe los en leidt hem weg om hem te laten drinken? Moest deze vrouw, die een dochter van Abraham is, welke satan, zie, achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band op de sabbatdag?" Lucas 13:10-16

ALS WIJ DOEN OF SATAN ER NIET IS, NODIGEN WIJ HEM UIT OM TE

WERKEN.

De satan wil niet ontmaskerd worden ... hij heeft niet graag, dat wij over hem praten ... hij wil niet, dat wij de waarheid over hem weten. Maar wij moeten niet bang zijn over hem te praten. In feite behoren wij zoveel mogelijk over hem te weten. Gods volk heeft in de nederlaag geleefd, omdat velen niet begrijpen, hoe satan werkt.

De satan kan alleen zijn doel bereiken, als hij in het geheim werkt.

Als wij satan het masker afrukken ... als wij openlijk en onbevreesd over hem spreken en zijn strategieen onthullen, dan leggen wij het fundament om hem te overwinnen.

De satan verbergt zich op het ogenblik nog. Als wij het werk van de vijand zien ... ziekte, pijn, zonde, geweld, sexuele perversie ... dan willen wij er per se een mooi theologisch of psychologisch sausje overheen gieten en het een andere naam geven.

Het wordt tijd dat wij satans kenmerken leren kennen ... hem aan de kaak stellen ... hem recht in het gezicht zien zoals Jezus deed en hem te zeggen:"Maak dat je wegkomt!"

De satan kon zich voor Jezus niet verstoppen, omdat Jezus zijn kenmerken kende. Jezus wist, dat satan een verdelger is.

Toen Hij op een dag in de synagoge zaten te leren, keek Hij over de hoofden van de menigte heen en zag Hij een vrouw, die totaal hulpeloos was. Haar rug was zo krom, dat zij zich helemaal niet kon oprichten. En dat was al 18 jaar zo!

Jezus onderbrak Zijn onderricht en riep haar naar voren. Hij herkende in deze vrouw het werk van satan.

Jezus twijfelde er in het geheel niet aan dat deze ziekte van satan was. Hij vroeg Zich niet af, of het Gods wil was haar te genezen, Hij ondernam direkt iets. Hij maakte haar los uit de greep van satan en liet haar bevrijd heengaan.

De overste van de synagoge werd boos, omdat Jezus deze vrouw op de sabbat genezen had, en hij vertelde het volk, dat zij op de sabbat niet mochten komen voor genezing.

Jezus stelde de overste de vraag:"Moest deze vrouw, die een dochter van Abraham is, welke de satan, zie, achttien jaar gebonden had, niet losgemaakt worden van deze band ... ?" (Lucas 13:16)

In uw eigen leven en uw bediening aan anderen, moet u ook in staat zijn die ziekte, kwaal en pijn te herkennen als het werk van satan en boze geesten, die bezig zijn te vernietigen.

U moet ook afrekenen met satan en de boze geesten, zoals Jezus met hun afrekende. Het zal u opvallen, dat Jezus nooit voor een zieke gebeden heeft. Niet een keer heeft Hij gesmeekt en gebeden:"Als het Uw wil is, genees dan deze man." Hij WIST, dat Hij met de Heilige Geest gezalfd was en Hij WIST, dat het Gods wil was.

Hij sprak eenvoudig het woord in de kracht en autoriteit van de Heilige Geest. Hij zei tot de vrouw die reeds achttien jaar krom liep:"Vrouw, gij zijt verlost van uw zwakheid." (Lucas 13:12) Hij sprak het woord en het geschiedde!

Tot de melaatse zei Hij:"Ik wil het, word rein." (Lucas 5:13)

Tot de overleden zoon van de weduwe zei Hij:"Jongeling, Ik zeg u, sta op!" (Lucas 7:14)

Tegen Lazarus in het graf zei Hij:"... kom naar buiten!" (Johannes 11:43)

Tegen de blinde zei Hij:"Wordt ziende." (Lucas 18:42)

Wanneer Hij zag, dat de persoon gebonden was door een geest van zwakheid, sprak Hij die geest direkt aan en gelastte Hij hem uit te varen.

Dit is de dimensie van kracht en autoriteit, die God voor u gewild heeft dat u daarin wandelt. Wij moeten satan herkennen als de vernietiger en het woord van genezing en verlossing in de Naam van Jezus uitspreken.

Teksten voor verdere studie:

Lucas 4:35; 4:39, 41; 8:29; 9:42.