Hoofdstuk 13

DE WAPENEN VAN ONZE OORLOGVOERING

Voor ons als geestelijke strijders van de eindtijd heeft God gewild dat wij volledig toegerust zouden zijn voor de strijd en Hij heeft elk oorlogswapen verschaft, dat wij nodig hebben om te overwinnen. Het zijn dezelfde machtige wapens, die Jezus gebruikte om de vijand te verslaan, toen Hij op aarde wandelde.

"Als ratelende wagens op de toppen der bergen springen zij; als het geknetter van een vuurvlam, die stoppelen verteert; als een machtig volk, in slagorde geschaard tot de strijd." Joel 2:5

WIJ STRIJDEN, MAAR NIET MET VLESELIJKE WAPENS.

God heeft voor u, als geestelijke strijder van de eindtijd, gewild dat u ten volle toegerust zou zijn om DE OORLOG TE WINNEN.

U bent geroepen: om sterk te zijn, om te vechten, om te volharden, om vol te houden, om te overwinnen, om pal te staan tegenover de legermacht van de vijand.

God wil, dat u dezelfde machtige geestelijke strijder wordt als Christus. Net als Hij Jezus de strijd instuurde met een volledige uitrusting om satan te vernietigen, net zo heeft Hij u voorzien van dezelfde machtige wapens!

Wanneer u satans bolwerken binnendringt en de boze overheden en machten, die aan het werk zijn, aanspreekt, kunt u beschikken over dezelfde machtige wapens, die Jezus gebruikte, toen Hij de onreine geesten aansprak en hen commandeerde:"Ga!"

Als u voor de zieken bidt, voor uw vrienden of geliefden, heeft u toegang tot dezelfde wapens, die Jezus had, om de macht van de vijand te breken. God heeft wapens klaarliggen, die u tegen satan kunt gebruiken, wapens die u absoluut onkwetsbaar maken, als de vijand u aanvalt. Desondanks zal hij zijn pijlen op u afvuren, maar u kunt onmogelijk de nederlaag lijden!

Paulus zei tegen de Korintiers:"Want al leven wij in het vlees, wij trekken niet ten strijde naar het vlees, want de wapenen van onze veldtocht zijn niet vleselijk, maar krachtig voor God tot het slechten van bolwerken." (2 Korintiers 10:3-4)

Wij leven in een zichtbare wereld, die beheerst wordt door de vijf natuurlijke zintuigen. De problemen, de tegenzittende omstandigheden in ons leven zijn dingen, die wij met onze natuurlijke zintuigen kunnen voelen en zien. Pijn, ziekte, onbetaalde rekeningen, onverwachte uitgaven, problemen met de auto, gezinsproblemen, zijn allemaal omstandigheden, die ons tegenstaan in het zichtbare.

Wij leven in het vlees - in de natuurlijke wereld. Maar daar ligt onze strijd niet. Onze strijd is in de geest. Wij worstelen of vechten niet tegen natuurlijke krachten, die wij kunnen zien of aanraken met onze natuurlijke zintuigen. Het zijn onzichtbare machten. Onze strijd is een tweekamp (een tegen een) met boze geesten, overheden, machten, wereldbeheersers der duisternis en legerscharen van geestelijke boosheid in de atmosfeer, die deze aarde omringt.

De wapens, die God ons gegeven heeft, zijn geen 'vleselijke' wapens. Het zijn geen door de mens ontworpen, fysieke wapens, die uit materie bestaan. Het zijn geen wapens, die men met de natuurlijke zintuigen kan zien of voelen.

In de natuurlijke wereld heeft men vandaag de dag een grote keuze aan hoog ontwikkeld wapentuig. Men heeft luchtafweergeschut en -raketten, anti-tank projectielen, atoom- en waterstofbommen, geleide projectielen, torpedo's en kernkoppen. Er bestaan hoog-ontwikkelde vliegtuigraketten, die naar hun doel geleid worden door electronische signalen die uitgezonden worden door het doel. Er zijn anti-onderzeeer raketten en intercontinentale projectielen en de gevreesde kernbom.

Al deze wapens zijn, hoe krachtig ook, onderhevig aan menselijke fouten. Zij kunnen haperen of hun doel missen. En hoe krachtig zij ook zijn, zij kunnen niet vergeleken worden met de wapens die God voor ons heeft voorbereid.

De wapens, die wij hebben, zijn ontworpen en geschapen door God. Zij zijn altijd 100 procent, absoluut nauwkeurig. Zij kunnen, wat geen ander wapen op aarde kan. Het zijn de enige wapens, die de bolwerken van satan kunnen neerhalen en de problemen, die wij tegenkomen, kunnen oplossen.

"Voorts, weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht. Doet de wapenrusting Gods aan, om te kunnen standhouden tegen de verleidingen des duivels; want wij hebben niet te worstelen tegen bloed en vlees, maar tegen de overheden, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers dezer duisternis, tegen de boze geesten in de hemelse gewesten. Neemt daarom de wapenrusting Gods, om weerstand te kunnen bieden in de boze dag en om, uw taak geheel vervuld hebbende, stand te houden.

Efeziers 6:10-13

WORDT BEKLEED MET DE GEHELE WAPENRUSTING GODS.

Stop ermee te vertrouwen op uw eigen kracht!

God wil helemaal niet, dat u uw financiele lasten, uw lichamelijke kwalen, uw gezinsproblemen tracht op te lossen met uw eigen beperkte verstand of uw eigen kracht. Hij wil en het is Zijn plan altijd geweest, dat u elk probleem, elke omstandigheid, elke aanval van de vijand het hoofd biedt in ZIJN ONBEPERKTE, ONOVERTROFFEN KRACHT!

Wij moeten GODS volledige wapenrusting gaan aandoen!

Paulus zei de Efeziers:" ... weest krachtig in de Here en in de sterkte zijner macht." (Efeziers 6:10)

Alles wat Jezus deed, deed Hij in de kracht en sterkte van de Almachtige God. Hij vertrouwde niet op Zijn eigen macht. Toen Hij de zieken genas, demonen uitdreef, blinde ogen opende en doden opwekte, putte Hij uit de almachtige kracht van God, die in Hem was. Jezus zei:" ... de Vader, die in Mij blijft, doet zijn werken." (Johannes 14:10)

Jezus wist, dat de Grote IK BEN aan Zijn kant stond ... in Hem woonde en door Hem heen werkte. Hij zei:"Ik en de Vader zijn een." (Johannes 10:30); " ... de Vader is in Mij en Ik in de Vader." (Johannes 10:38)

Toen Hij tegenover satan en alle krachten en machten der hel stond, putte Hij uit de kracht van de Almachtige God. Aan het kruis vertrouwde Hij niet op Zijn eigen kracht, maar op de kracht van de Almachtige God. Aan het kruis was Hij niet afhankelijk van Zijn eigen kracht om Hem uit de dood op te wekken. Hij zag de dood onder ogen in de wetenschap dat een machtige Bron, de Geest van de levende God in Hem, Hem uit de dood zou opwekken.

Diezelfde MACHTIGE KRACHT die in Jezus werkte, die de banden van de dood verbrak en Hem uit de dood opwekte, werkt op dit moment in u!

Paulus bad dat de Efeziers de ONMETELIJKE, ONBEPERKTE en ONOVERTROFFEN GROOTHEID van Zijn kracht en macht IN ONS en VOOR ONS zouden kennen en verstaan!

Toen u wederomgeboren werd door de Geest van God, trad u binnen in een geestelijke eenheid met Christus, waarin u EEN werd met Hem. God de Vader is in Jezus, Jezus is in u en u bent in Hem. In deze geestelijke eenheid met Hem woont heel de volheid van de Godheid in u.

En gij zijt in Hem volmaakt, Die het Hoofd is van alle overheid en macht. (Kolossenzen 2:10)

U heeft toegang tot alles wat Christus heeft en is. U kunt beschikken over dezelfde kracht van de Almachtige God die in Hem aan het werk was! Net als Jezus niet vertrouwde op Zijn eigen kracht - maar uit de kracht van God in Hem putte toen Hij tegen satan aantrad en diens macht vernietigde - zo moet ook u niet langer vertrouwen op uw beperkte menselijke kracht, maar moet u putten uit diezelfde ONMETELIJKE, ONBEPERKTE kracht van God die in u is!

Naarmate u put uit dezelfde almachtige kracht van God die in Jezus is, kunt u zien hoe het mogelijk is ONKWETSBAAR te zijn voor satans aanvallen.

Ten tijde dat Paulus zijn brief naar de Efeziers schreef, zat hij in de gevangenis aan een Romeinse soldaat vastgeketend. Dag na dag keek hij naar de Romeinse soldaat die in zijn volle wapenrusting naast hem zat, en Paulus begon een gelijkenis te zien tussen de Romeinse soldaat die klaar was om een natuurlijke vijand aan te vallen en de christen, die satan aanviel.

Hij zag, hoe noodzakelijk het voor de Romeinse soldaat was een zware wapenrusting aan te trekken, die hem van het hoofd tot de voeten beschermde, en dat hij zich moest bewapenen voor hij de strijd introk; en dat het voor de christen, die zich in de onzichtbare wereld beweegt, net zo noodzakelijk is een geestelijke wapenrusting aan te doen om zich te beschermen, en dat hij zich ook met geestelijke wapens moet bewapenen voor hij satan tegemoet treedt.

Paulus vertelde de Efeziers dat zij de 'gehele' wapenrusting, de 'volledige' bewapening Gods moesten aandoen. Deze geestelijke wapenrusting, die ons beschermt en ons tot MACHTIGE, en ONWRIKBARE geestelijke soldaten maakt, die ONGEVOELIG zijn voor satans aanvallen, is niet van de mens afkomstig. Het is GODS wapenrusting! Zij is door de Almachtige God ontworpen. Wij kunnen haar niet in eigen kracht produceren, zij is de geestelijke wapenrusting die God schenkt!

Het is niet voldoende, dat wij slechts naar elk onderdeel van de wapenrusting kijken en besluiten, dat wij het zullen aantrekken. Wij worden 'bekleed' met de GEHELE wapenrusting Gods als wij worden 'bekleed' met Christus. Paulus zei tegen de Galaten:"Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed." (Galaten 3:27)

Als wij elk onderdeel van de geestelijke wapenrusting nauwkeurig bekijken, zien wij dat het eigenschappen of kenmerken van Christus betreft, waar wij toegang toe hebben door onze geestelijke eenheid - onze relatie en gemeenschap - met Hem, waarbij wij onze kracht putten uit Hem. Als wij worden 'bekleed' met Christus, zijn wij in staat dezelfde geestelijke wapenrusting 'aan te trekken' en daarmee 'bekleed' te worden als Hij droeg. Het is Zijn gordel der waarheid, Zijn pantser der gerechtigheid, Zijn bereidvaardigheid met het evangelie des vredes, Zijn schild des geloofs, Zijn helm der redding en Zijn zwaard des Geestes.

Als wij bekleed worden met de gehele wapenrusting Gods zijn wij door onze geestelijke eenheid met Christus in staat elke vurige pijl van de vijand te weerstaan; wij zijn dan in staat 'de verleidingen des duivels' te weerstaan (Efeziers 6:11); wij kunnen dan lijden, vervolging, verzoekingen, beproevingen en verleiding doorstaan en staan voor de volle 100 procent in de overwinning!

(plaatje pagina 398 N.T.)

"Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid, de voeten geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes; neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij alle brandende pijlen van de boze zult kunnen doven; en neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes, dat is het woord van God." Efeziers 6:14-17

GOD HEEFT ONS WAPENS GEGEVEN WAARMEE WIJ VOOR NEDERLAAG

ONBEREIKBAAR ZIJN!

In dit Schriftgedeelte stelt God ons de machtige wapens, die Hij voor ons ontworpen heeft, voor ogen, die ons niet alleen zullen beschermen en ongevoelig maken voor satans aanvallen, maar die ons ook VOLMAAKT zullen maken en een VOLLEDIGE TOERUSTING zullen geven. Zij zullen ons in staat stellen te groeien en volwassen te worden tot wij de VOLLE MAAT van de wasdom van Jezus Christus zullen bereiken, en als Hem te worden: dezelfde sterke geestelijke strijder, die Hij was! En dan beveelt Hij ons ze aan te trekken - ermee bekleed te worden.

Als u eens van dichtbij naar deze onderdelen van de wapenrusting kijkt, ziet u dat elk ervan een eigenschap of kenmerk van Jezus Christus is, iets wat in Hem vervuld of werkelijkheid is.

DE GORDEL DER WAARHEID. Jezus heeft gezegd:"Ik ben de weg en de waarheid en het leven." (Johannes 14:6)

HET PANTSER DER GERECHTIGHEID. Hij is rechtvaardig; Hij draagt het pantser der gerechtigheid (Jesaja 59:17); Hij is onze gerechtigheid geworden (1 Korintiers 1:30); en wij zijn gerechtvaardigd in Hem (2 Korintiers 5:21).

DE BEREIDVAARDIGHEID (de bereidheid om te verkondigen) VAN HET EVANGELIE DES VREDES. Jezus bracht het Koninkrijk naderbij door te prediken:"Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen." (Matteus 4:17)

HET SCHILD DES GELOOFS. Jezus is de "Leidsman en Voleinder des geloofs." (Hebreeen 12:2)

DE HELM DER HEILS. Als de beloofde Messias draagt Hij de helm des heils (Jesaja 59:17). Er is onder de hemel geen andere Naam gegeven, waardoor wij moeten behouden worden (Handelingen 4:12).

HET ZWAARD DES GEESTES - HET WOORD VAN GOD. Jezus is het Levende Woord. "In den beginne was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God ... Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond ..." (Johannes 1:1, 14).

Paulus gebruikte, terwijl hij in de gevangenis aan de Romeinse soldaat vastgeketend zat en de brief aan de Efeziers schreef, de verschillende onderdelen van de wapenrusting om de verschillende eigenschappen van Christus te beschrijven, die hem tot de sterke, volwassen, onwrikbare en onoverwinnelijke geestelijke strijder maakten, die hij was.

Toen Paulus tegen de Efeziers zei dat zij de gehele wapenrusting Gods moesten aandoen, of ermee 'bekleed' moesten worden, zei hij eigenlijk dat zij 'bekleed moesten worden met Christus', of 'de Here Jezus Christus moesten aandoen'. Hij zei tegen de Galaten:"Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed." (Galaten 3:27)

Pas wanneer wij de geestelijk eenheid met Christus aangaan, zo dat wij werkelijk een worden met Hem - waardoor wij weten, dat wij weten, dat wij weten dat Christus in ons is en wij in Hem - dan pas staan wij VOLMAAKT voor de vijand, en VOLLEDIG TOEGERUST in de volle maat van de wasdom van Jezus Christus!

Als wij worden bekleed met Hem: zijn wij rechtvaardig, weten en spreken wij de waarheid die de mens vrijmaakt, hebben wij Zijn geloof, zijn wij gered, gereinigd, gerechtvaardigd, hebben wij het geschreven en Levende Woord in ons wonend, en zijn wij klaar en bereid om te allen tijde het Evangelie van Jezus Christus aan een verloren en stervende wereld te verkondigen.

Als wij worden bekleed met Hem door deze geestelijke eenheid binnen te treden, kunnen wij elke vurige pijl van de vijand weerstaan. Dan kunnen wij lijden doorstaan, vervolging, verleiding, verzoekingen, beproevingen en zijn wij voor 100 procent overwinnaar.

Jezus zei:"Ik en de Vader zijn een." (Johannes 10:30) Toen Filippus Hem vroeg hem de Vader te tonen, zei Jezus:"Kijk naar Mij, Filippus, als je Mij hebt gezien, heb je de Vader gezien." Dat is Gods doel met de Gemeente: dat wij groeien en rijpen tot wij EEN worden - een in geloof, een in liefde, een van streven. Wij zullen het nooit eens worden over elke leerstelling en alle methodes, die wij gebruiken om de wereld te bereiken met het evangelie, maar het is Gods doel en plan dat wij EEN worden in Hem!

Christus' gebed voor u is, dat, zoals God de Vader IN HEM was, Hij IN U zou zijn - u zou IN HEM zijn en u zou VOLMAAKT zijn tot EEN! (Johannes 17:23) Jezus wil, dat u op dezelfde wijze een relatie met de Vader aangaat, als Hij heeft met de Vader, waarbij Hij in u woont, waarbij u onafscheidelijk bent met Hem, waarbij mensen naar u kunnen kijken en het enige, wat zij zien, Jezus is.

Buiten uw wapenrusting om - zonder 'bekleed' te zijn met Christus - is er geen enkele voorziening voor u. U mag nooit zonder Hem komen te staan. Op het moment dat u Hem verlaat - niet meer in Hem blijft - en Zijn Woord, wordt u kwetsbaar voor satans aanvallen.

Dit soort geestelijke eenheid met Christus, dit voortdurend blijven in Hem, is een VOLWASSEN relatie. U krijgt dit soort relatie niet met Hem alleen door iedere keer naar de gemeente te komen, wanneer de deur openstaat. U verkrijgt het ook niet door een gedisciplineerde studie van het Woord. Om deze geestelijke eenheid met Christus te kunnen ontwikkelen, moet Hij uw eerste en hoogste liefde zijn. Uw grootste begeerte moet zijn bij Hem te zijn - met Hem om te gaan - Hem lief te hebben en te aanbidden. Uw grootste begeerte moet zijn elk moment van uw leven in gemeenschap met Hem door te brengen, waarin u in volledige gehoorzaamheid wandelt, waarin u uw kracht put uit Hem, waarin Hij Zich openbaart door u heen aan uw gezin en familie, uw vrienden, uw collega's en aan al degenen waar u mee in contact komt.

Om deze geestelijke eenheid met Christus binnen te gaan, moet Zijn Woord voortdurend in u zijn. Het moet altijd in uw hart en uw denken zijn. Het Woord moet letterlijk tot leven komen in u, tot u zover komt dat het net zozeer deel uitmaakt van uw leven als uw ademhaling.

"En Saul zeide tot David: Ga, en de HERE zal met u zijn. Toen kleedde Saul David in zijn wapenrok, zette hem een koperen helm op het hoofd en deed hem een pantser aan. En David gordde zijn zwaard aan, over zijn wapenrok, en hij deed moeite om te lopen, want hij had het nog nooit beproefd. Toen zeide David tot Saul: Ik kan hierin niet lopen, want ik heb het nog nooit beproefd. Daarop ontdeed David zich ervan, nam zijn staf in de hand, zocht zich vijf gladde stenen uit de beekbedding en deed ze in de herderstas, die hij bij zich had, in de tas voor de slingerstenen, maar zijn slinger hield hij in de hand. Zo naderde hij de Filistijn. De Filistijn kwam al dichter bij David; voor hem uit ging de schilddrager. Toen de Filistijn David in het oog kreeg en hem bezag, verachtte hij hem, omdat hij nog jong was; rossig, schoon van gestalte. De Filistijn zeide tot David: Ben ik een hond, dat gij met een stok op mij afkomt? En de Filistijn vervloekte David bij zijn goden. Ook zeide de Filistijn tot David: Kom maar eens hier, dan zal ik uw vlees aan het gevogelte des hemels en aan het gedierte des velds geven. Maar David zeide tot de Filistijn: Gij treedt mij tegemoet met zwaard en speer en werpspies, maar ik treed u tegemoet in de naam van de HERE der heerscharen, de God der slagorden van Israel, die gij getart hebt. Deze dag zal de HERE u in mijn macht overleveren en ik zal u verslaan en u het hoofd afhouwen; op deze dag zal ik de lijken van het leger der Filistijnen aan het gevogelte des hemels en aan het gedierte des velds geven, opdat de gehele aarde wete, dat Israel een God heeft, en deze gehele menigte wete, dat de HERE niet verlost door zwaard en speer. want de strijd is des HEREN en Hij geeft u in onze macht. 1 Samuel 17:38-47

HET IS GODS PLAN VOOR U, DAT U TEN VOLLE TOEGERUST OP DE

VIJAND KUNT AANSTORMEN.

Als wij ons naar het slagveld begeven, moeten wij op de eerste plaats weten wat onze wapens zijn en hoe wij ze moeten gebruiken.

Als wij spreken over de wapens van onze strijd, hebben wij het niet over iets mystieks wat wij niet kunnen vatten of verkrijgen. Als wij spreken over het opnemen van onze wapens, wordt daarmee geen beeldspraak bedoeld. Hoewel onze wapens niet tastbaar of zichtbaar zijn met onze vijf natuurlijke zintuigen, toch zijn ze echt.

Onder de wapens, die God ons gegeven heeft, zijn zowel verdedigings- als aanvalswapens. Hij heeft ons een 'geestelijk harnas' gegeven als verdedigingswapen om ons te beschermen en beschutten tegen de aanvallen van de vijand. En Hij heeft ons aanvalswapens gegeven om de vijand tegemoet te treden en gezag en macht over satan te oefenen.

Toen hij naar de Efeziers schreef, beschreef Paulus een geestelijke 'wapenrusting', die zij moesten dragen en die hun totaal onkwetsbaar zou maken voor de aanvallen van de vijand. Hij instrueerde de Efeziers Gods wapenrusting 'aan te trekken', die hun door God verstrekt werd.

Wij weten, dat wij vechten en worstelen tegen onzichtbare krachten, en dat onze wapens geen zichtbare, vleselijke wapens zijn. Onze vijanden zijn ook onzichtbaar. Hoe moeten wij nu onze strijd in het zichtbare aanpakken - de aanvallen van de vijand: pijn, ziekte, onbetaalde rekeningen, autopech, relatieproblemen, allemaal dingen die wij kunnen waarnemen met onze zintuigen - met wapens die wij niet kunnen zien?

Dit is voor veel christenen een groot probleem. Als zij oog in oog met de vijand komen te staan of aangevallen worden in het zichtbare, nemen zij zichtbare, vleselijke wapens op bij het bestrijden van de vijand in plaats dat zij de machtige, onzichtbare wapens opnemen, die God geschapen heeft. Zij gebruiken de verkeerde wapens. Zij hebben niet de 'volle' wapenrusting van God aan. Zij proberen satan en de onzichtbare krachten van het kwaad te verslaan met de zwakke (ondeugdelijke, prutsige), vleselijke wapens die gebaseerd zijn op menselijke wijsheid en menselijk verstand, beperkte menselijke kracht, psychologie, menselijke leringen en de kracht van positief denken.

Deze vleselijke, zichtbare wapens zijn bedrieglijk. Ogenschijnlijk lijken zij hun doel te raken en zij brengen tijdelijke resultaten voort. Maar deze vleselijke wapens kunnen niet doordringen tot in het gebied van de geest. Zij kunnen niet de onzichtbare krachten lokaliseren, die aan de wortel van het probleem liggen. Zij zijn niet in staat de bijl aan de wortel van het probleem leggen, die geestelijke krachten te binden en uit te drijven. De enige wapens die dat kunnen, zijn de wapens die God voor ons geschapen en ons verschaft heeft.

Een perfekt voorbeeld om te illustreren hoe belangrijk het is geestelijke wapens te gebruiken in plaats van vleselijke, is het verhaal van een van de grootste strijders in Gods leger - Koning David. Toen hij ten strijde trok tegen de vijand, deed Saul (die toen koning van Israel was) David zijn wapenrusting aan, gaf hem zijn zwaard en hij stuurde hem op Goliat af (1 Samuel 17:38-47).

David hechtte geen geloof aan en stelde geen vertrouwen in vleselijke, zichtbare wapens. Hij vertrouwde niet op Sauls zwaard en wapenrusting. Hij vertrouwde niet op zijn eigen beperkte kracht. Toen hij oog in oog met deze reus stond, die de God van Israel uitgedaagd had, nam hij zijn geestelijke wapens op. David zei tegen Goliat:"Gij treedt mij tegemoet met zwaard en speer en werpspies, maar ik treed u tegemoet in de naam van de HERE der heerscharen, de God der slagorden van Israel, die gij getart hebt." (1 Samuel 17:45)

De reus bezat vleselijke, zichtbare wapens die hij ongetwijfeld bij vele eerdere gelegenheden met succes gebruikt had. David daarentegen stond daar met vijf kleine stenen en een slinger. In de ogen van de wereld kon David deze strijd onmogelijk overleven. Ogenschijnlijk leek het wel alsof hij onmogelijk tegenover deze geduchte vijand kon standhouden.

Maar David streed deze strijd niet met vleselijke, zichtbare wapens; hij stond daar gekleed in de sterkte van de Almachtige God. Zijn vertrouwen was gevestigd op Gods sterkte. Voor hij de strijd inging, zei hij tegen Saul:"De HERE, die mij gered heeft uit de klauwen van leeuw en beer, Hij zal mij ook redden uit de hand van deze Filistijn." (vers 37) Niet het zwaard was zijn wapen maar de al-vermogende Naam van de Here God Almachtig.

Deze grote strijd legt getuigenis af van de kracht en macht van Gods wapens tegenover menselijke, vleselijke wapens. Onze geestelijke wapens van gebed en vasten, het Woord en de Naam van Jezus mogen in de ogen van de wereld onbeduidend en nietig lijken, zoals ook de vijf gladde stenen in Davids handen; maar zij zijn in staat elke boze macht die tegen ons opstaat te vernietigen.

"Maar gij, geliefden, bewaart uzelf in de liefde Gods, door uzelf op te bouwen in uw allerheiligst geloof en door te bidden in de heilige Geest, verwachtende de ontferming van onze Here Jezus Christus ten eeuwigen leven." Judas 20-21

HET OPWEKKEN VAN GEESTELIJKE ENERGIE

Als wij spreken van de geestelijke activiteiten die Jezus ontwikkelde, denken wij meestal aan de wonderen en goede werken, die Jezus tijdens Zijn bediening deed.

Eigenlijk moeten wij twee soorten geestelijke activiteiten onderscheiden. Er is een bepaalde geestelijke activiteit die geestelijke energie OPWEKT, en een andere soort VERBRUIKT de geestelijke energie.

Gebed, vasten, aanbidding en studie van Gods Woord zijn alle geestelijke bedieningen die geestelijke energie OPWEKKEN. Genezing, het uitwerpen van demonen, getuigen en andere bedieningen VERBRUIKEN de geestelijke energie die door gebed, vasten, aanbidding en studie van Gods Woord is opgewekt.

Christenen worden vaak zo in beslag genomen door geestelijke activiteiten waarin zij anderen bedienen, dat zij niet toekomen aan geestelijke activiteiten die GEESTELIJKE ENERGIE PRODUCEREN. Lang nadat hun geestelijke energie opgebruikt is, gaan zij nog door met het bedienen van anderen zonder 'bij te tanken', met als gevolg dat zij vanuit hun vlees beginnen te bedienen.

Op een keer keerden de 12 discipelen terug van een succesvolle evangelisatie-campagne, waarbij zij het Evangelie hadden gepreekt en zieken in diverse steden in het gehele land hadden genezen, en vertelden zij Jezus wat zij allemaal gedaan hadden (Marcus 6:31). Hij zei hun toen wat uit te rusten om hun geestelijke accu weer op te laden.

Jezus wist, dat zij in de bediening gestaan hadden, en Hij wist, dat zij tijd moesten nemen om te bidden, te vasten en aanwijzingen van Hem te ontvangen, voor zij er weer op uit te trokken.

Teksten voor verdere studie:

Leviticus 23:27;

1 Kronieken 16:11; 16:35;

2 Kronieken 20:15;

Ester 9:30;

Psalm 1:5; 3:8; 4:8; 18:2; 37:11;

Jesaja 35:4; 61:3;

Jeremia 23:5;

Ezechiel 34:25;

Haggai 2:9;

Zacharia 13:9;

Maleachi 3:18;

Johannes 5:24; 14:6; 16:33;

Romeinen 8:3; 12:18;

1 Korintiers 1:30;

2 Korintiers 10:4

Efeziers 6:10-13;

1 Timoteus 6:12

Hebreeen 12:14

DE GORDEL DER WAARHEID

"Omgordt dus de lendenen van uw verstand, weest nuchter, en vestigt uw hoop volkomen op de genade, die u gebracht wordt door de openbaring van Jezus Christus." 1 Petrus 1:13

JEZUS OVERWON SATAN DOOR DE GORDEL DER WAARHEID TE

DRAGEN.

Het allereerste stuk van zijn wapenrusting, dat de Romeinse soldaat als voorbereiding om ten strijde te trekken aantrok, was zijn gordel. Het was er niet voor de sier. Het was een heel belangrijk onderdeel van de wapenrusting, strak aangegord om zijn middel, en diende om de tunica (=een onderkleed, een soort hemd met of zonder mouwen) tegen het lichaam te drukken. Het hielp onder andere mee bij het op de plaats houden van het borstschild en het zwaard hing eraan.

De gordel diende als steun voor de lendenen en stelde hem in staat zijn wapenrusting tegen zich aan te drukken, zodat hij gesterkt werd en beter kon vechten. De gordel strakker aan te trekken hield in, dat de soldaat klaar was voor de strijd. De gordel losser te stellen wilde zeggen, dat hij geen dienst meer had.

Voor ons als geestelijke strijders is het eerste onderdeel van onze wapenrusting, dat wij voor de strijd aan moeten trekken, de riem of gordel der waarheid. Paulus zei dat onze 'lendenen' omgord moeten zijn met waarheid.

Wat zijn de lendenen waar Paulus over sprak en hoe moeten wij ze omgorden met waarheid? De lendenen zijn het belangrijkste centrum van lichamelijke kracht. De lendenen zitten in het midden van het lichaam. Als de 'lendenen' falen, faalt het hele lichaam. De 'lendenen' die wij moeten omgorden met waarheid zijn ons denken en onze geest.

De apostel Petrus die schreef aan gelovigen, die in erge nood verkeerden vanwege de enorme beproevingen die zij moesten doorstaan, zei:"... omgordt de lendenen van uw verstand ..." (1 Petrus 1:13). Wat hij hun zei, komt hierop neer, dat zij hun denken moesten voorbereiden op de strijd - hun denken versterken en schrap zetten voor de strijd die hun wachtte.

Ons denken en onze geest zijn de belangrijkste bron voor onze kracht. Als ons denken en onze geest sterk zijn, wij een duidelijk begrip hebben van de waarheid, onze wil vastbesloten is de waarheid na te volgen en volgens de waarheid te handelen, zullen wij ook sterk zijn en vast op koers liggen, zelfs tijdens de grootste beproeving, verzoeking of aanval van de vijand.

Maar als onze geest en ons denken zwak zijn, als wij geen duidelijk begrip hebben van de waarheid en onze wil om naar die waarheid te wandelen zwak is, zullen wij zwak en onzeker en bevreesd zijn tijdens de strijd.

Uw denken en uw geest zijn het gevechtsterrein of strijdperk waar satan u aanvalt. Uw denken en uw geest is de plaats waar de strijd wordt gewonnen of verloren. Daarom moet u als geestelijke strijder uw denken 'omgorden' of 'bekleden' met de waarheid om sterk te staan tegenover al satans strategieen en verleidingen.

"Pilatus dan zeide tot Hem: Zijt Gij dus toch een koning? Jezus antwoordde: Gij zegt, dat Ik koning ben. Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen; een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem." Johannes 18:37

JEZUS' DENKEN WAS OMGORD MET DE WAARHEID.

Jezus was vol waarheid! Zijn gehele leven, Zijn daden, Zijn woorden waren een volle uitdrukking van de waarheid. Jezus zei:"... Ik ben de weg en de waarheid en het leven ..." (Johannes 14:6). Voor Zijn kruisiging zei Hij tegen Pilatus:"Hiertoe ben Ik geboren en hiertoe ben Ik in de wereld gekomen, opdat Ik voor de waarheid zou getuigen. Een ieder, die uit de waarheid is, hoort naar mijn stem." (Johannes 18:37)

Jezus kwam naar de aarde om 'te getuigen van de waarheid'. Hij bedoelde niet, dat Hij gekomen was om de waarheid over God te vertellen, maar dat Hij een volle uitdrukking was van Gods waarheid aan en voor de wereld. De waarheid die in en door Zijn leven geopenbaard werd omvatte Gods gehele plan voor en doel met de mens - verlossing, zoonschap, genezing, bevrijding. In Zijn leven openbaarde Hij de waarheid omtrent de goddelijke natuur van God. Hij openbaarde de waarheid aangaande de wetten en oordelen van God. Hij openbaarde de waarheid over het Koninkrijk van God. Hij openbaarde de waarheid over Zichzelf, Zijn leven, dood en opstanding. Hij was en is nu nog steeds de Bron van alle waarheid.

Met Zijn denken omgord met de waarheid was Jezus onkwetsbaar, ook al viel satan aan. In de woestijn probeerde satan Jezus te verslaan door de waarheid te verdraaien en te vervalsen:"Indien gij Gods Zoon zijt, zeg dan tot deze steen, dat hij brood worde ... Indien gij Gods Zoon zijt, werp Uzelf dan vanhier naar beneden ..." (Zie Lucas 4:3-14).

Jezus was op Zijn ontmoeting met satan voorbereid. Hij was er klaar voor en volledig toegerust. Hij had de gehele wapenrusting Gods aan. De leugens en de misleidingen van de vijand konden niet in Zijn denken doordringen. De aanvallen van satan konden Hem NIET KWETSEN. Zijn denken was omgord met de waarheid. Hij kende de waarheid over Zichzelf. Hij kende de waarheid omtrent Gods wil en doel voor Zijn leven. Hij kende de waarheid omtrent Zijn macht over de vijand - dat Hij was geroepen en gezalfd, en met kracht en autoriteit uitgezonden was naar de aarde om de werken van de duivel te vernietigen.

Toen de Farizeeen naar Jezus kwamen en Zijn god-zijn in twijfel trokken, was Jezus daar niet ondersteboven van of beangstigd. Zijn denken was omgord met de waarheid. Toen zij Hem vroegen Wie Hij was, zei Hij:"... die Mij gezonden heeft, is waar, en wat Ik van Hem gehoord heb, dat spreek Ik tot de wereld." (Johannes 8:26) Jezus kwam van en werd in de wereld uitgezonden door de Almachtige God, Die WAARHEID is. Hij 'getuigde van de waarheid'. De woorden die Hij sprak waren WAARHEID. Toen Hij sprak geloofden vele Joden in Hem en Hij zei:

... Als gij in mijn woord blijft, zijt gij waarlijk discipelen van Mij en gij zult de waarheid verstaan, en de waarheid zal u vrijmaken."

Johannes 8:31-32

Jezus openbaarde een machtige kracht, nl. dat het de WAARHEID is, die mensen vrijmaakt van slavernij aan satan; het is de WAARHEID die het denken van de mens verlicht en hem zijn eigen zonde en Gods gerechtigheid openbaart; het is de WAARHEID die de sluier der duisternis van zijn ogen wegneemt en Gods plan en doel met de mens openbaart.

Jezus - de weg, de WAARHEID, en het leven - stond voor hen als een volle uitdrukking (een zichtbare manifestatie van alle waarheid) van God, maar zij herkenden Hem niet. Jezus sprak de waarheid uit, maar zij 'hoorden' of verstonden Zijn woorden niet.

Hij stond verwonderd over hun onvermogen de waarheid te horen en te ontvangen. Hij zei tegen hun:"Waarom begrijpt gij niet wat Ik zeg? Omdat gij Mijn woorden niet kunt horen. Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen. Maar omdat Ik u de waarheid zeg - Mij gelooft gij niet. Wie van u overtuigt Mij van zonde? Als Ik waarheid spreek, waarom gelooft gij Mij niet? Wie uit God is, hoort de woorden Gods; daarom hoort gij niet, omdat gij uit God niet zijt." (Johannes 8:43-47)

Zoals Jezus de volle uitdrukking was en is van Gods waarheid voor de wereld, was en is satan de volle uitdrukking en belichaming van alles wat verkeerd en onrechtvaardig is. Zoals Christus de bron is van alle waarheid, is satan de bron, de vader, van alle leugens.

De Joden waren door satan verblind in hun denken. Zij konden de waarheid niet verstaan of ontvangen. Jezus kwam naar de aarde om te 'getuigen van de waarheid', om Gods waarheid aan de wereld te openbaren. Zij konden de waarheid niet horen en ontvangen, omdat satan hun denken had vervuld met leugens.

"Doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid; want Hij zal niet uit Zichzelf spreken, maar al wat Hij hoort, zal Hij spreken en de toekomst zal Hij u verkondigen. Johannes 16:13

UW KRACHT ALS GEESTELIJKE EINDTIJD-SOLDAAT HANGT AF VAN UW

KENNIS VAN DE WAARHEID.

Al de aanvallen van satan konden Jezus niet kwetsen, omdat Zijn denken omgord was met de waarheid. Hij was onoverwinnelijk - Hij kon niet verslagen worden, omdat Zijn denken omgord was met de waarheid. Hij versloeg satan op Golgotha, omdat Zijn denken omgord was met de waarheid.

Jezus wist, dat Hij de Zoon van God was. Hij kende de waarheid omtrent Gods wil. Hij kende de waarheid omtrent Zijn dood en opstanding. Hij wist, dat Hij zou teruggaan naar de Vader met grote kracht en overwinning. Hij wist, dat satan verslagen zou worden!

Om dezelfde sterke strijder te zijn die Jezus was, moet uw denken omgord zijn met de waarheid. Het is onze plicht de 'lendenen' van ons denken te omgorden met de waarheid, de waarheid te kennen en voortdurend de waarheid te zoeken, wat voor gevolgen dat ook voor ons mag hebben. Zoals Jezus naar de aarde kwam 'om van de waarheid te getuigen', Gods waarheid aan de wereld te openbaren, moeten ook wij bereid zijn dat te doen. Waarheid is kracht!

Uw kracht als GEESTELIJKE EINDTIJD-SOLDAAT hangt af van uw kennis van de waarheid. Om ondanks satans aanvallen pal te staan moet u de waarheid kennen en tot een volledige en nauwkeurige kennis komen van de Zoon van God (Efeziers 4:13).

U moet de waarheid kennen omtrent wie u als zoon van de levende God bent. U moet de waarheid kennen over Gods eindtijdsplan, de dingen die staan te gebeuren voor Christus' wederkomst.

Toen Jezus op aarde was, was Hij een volle manifestatie van de waarheid. De woorden die Hij sprak, waren waarheid. Hij was de WAARHEID. Toen Hij Zich klaarmaakte om Zijn discipelen te achter te laten, beloofde Hij de Heilige Geest te zenden, ook wel bekend als de Geest van de waarheid. Hij zei:"Wanneer de Trooster komt, die Ik u zenden zal van de Vader, de Geest der waarheid, die van de Vader uitgaat, zal deze van Mij getuigen ..." (Johannes 15:26). Hij zei:"Doch wanneer Hij komt, de Geest der waarheid, zal Hij u de weg wijzen tot de volle waarheid ..." (Johannes 16:13).

De Heilige Geest, de Geest der waarheid, die van de Vader uitgaat, is vandaag de dag op aarde aan het werk om mensen op de waarheid te wijzen. Hij is aan het werk in u en mij om ons om te vormen en gelijkvormig te maken aan het beeld van Christus. Hij is aan het werk om mensen van zonde te overtuigen en hen tot God te trekken. Daarom is het ook, dat christenen kunnen getuigen van een enorme oogst aan zielen, die zij in heel de wereld binnenhalen. Hij is vandaag de dag aan het werk om het Lichaam van Christus voor te bereiden op Christus' wederkomst.

"Want er komt een tijd, dat (de mensen) de gezonde leer niet (meer) zullen verdragen, maar omdat hun gehoor verwend is, naar hun eigen begeerte zich (tal van) leraars zullen bijeenhalen, dat zij hun oor van de waarheid zullen afkeren en zich naar de verdichtsels zullen keren." 2 Timoteus 4:3-4

ALS CHRISTENEN DE GORDEL DER WAARHEID NIET OMDOEN, WORDT

DE GEMEENTE AANGEVALLEN DOOR DE GEEST DER DWALING.

De geest der dwaling, die uitgaat van satan, de vader der leugen, is aan het werk om de waarheid te vervormen en verdraaien. Dit is een van zijn sterkste strategieen om Gods volk te hinderen. Hij werkt op subtiele wijze door valse leraars en vermengt de waarheid met ketterijen en leugens. Het doel, dat hij nastreeft, is christenen afhouden van het kennen van en handelen naar de waarheid. Wij zijn gewaarschuwd, dat er in de laatste dagen mensen zullen zijn "die zich te allen tijde laten leren, zonder ooit tot erkentenis der waarheid te kunnen komen." (2 Timoteus 3:7) En wij weten, dat er zullen zijn die "de waarheid zullen tegenstaan." (2 Timoteus 3:8)

Die dag is nu gekomen! Er is een geest van dwaling bezig de gemeente binnen te sluipen. Er zijn veel christenen, die de waarheid niet willen horen. Zij gaan van lering naar lering, van leraar naar leraar om een leer te vinden, die aansluit bij hun denkwijze en hun begeerten, en deze bevredigt.

Er zijn valse leraren, die de Schrift uit haar verband rukken en vermengen met hun eigen door de mens bedachte theorieën. Zij scheppen leringen die het hart en het denken van Gods volk verderven, en hen afbrengen van het zoeken naar God en Zijn wil, en hen keren naar hun eigen wil en het bevredigen van hun eigen vleselijke begeertes.

Christenen die hun denken niet omgord hebben met de waarheid worden "worden op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt ..." (Efeziers 4:14). En onbekend met de waarheid, raken zij verward en zijn zij bereid alles aan te nemen, wat zij ook horen. Hoe zij de waarheid zien, is afhankelijk van wat hun favoriete leraar of predikant erover gezegd heeft. Als men hen vraagt wat zij geloven, citeren zij wat mensen hebben gezegd in plaats van het zuivere, onvervalste Woord van God. En toch is Gods waarheid kracht! (1 Korintiers 13:11)

Het is Gods plan, dat wij opgroeien tot de volle wasdom van Jezus Christus! Het wordt tijd, dat wij gaan denken en handelen als Jezus. Wij moeten ons kinderlijke denken gaan 'wegdoen' en opgroeien tot een VOLLEDIG BEGRIP van de waarheid. Pas wanneer wij opgegroeid zijn tot een alomvattend begrip van de waarheid, zullen wij in staat zijn STERK en ONBEWEEGLIJK te staan als geestelijke eindtijd-soldaten, naar Gods plan met ons leven. Het wordt tijd, dat wij OPSTAAN in de Geest en de gordel der waarheid aandoen. De 'gordel der waarheid' maakt deel uit van de geestelijke wapenrusting die God schenkt. Met onze eigen menselijke inspanningen kunnen wij de waarheid niet voortbrengen ... kunnen wij niet tot een vol begrip van de waarheid komen. De mens kan de waarheid niet kennen dan door Christus. Hij is de weg, de waarheid en het leven!

"Indien gij in Mij blijft en mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt, en het zal u geworden." Johannes 15:7

BEKLEED UW DENKEN MET DE WAARHEID.

Jezus is de volle belichaming van de waarheid, in Hem is alle waarheid. De Heilige Geest ... de Geest der waarheid ... leidt en stuurt ons in alle waarheid en getuigt van Hem.

U bent EEN met Christus. Hij is in u en u bent in Hem. In deze geestelijke eenheid met Christus heeft u toegang tot alles wat Hij is en alles wat Hij heeft. Aangezien Hij de waarheid is, komt u door met Hem gemeenschap te hebben en met Hem om te gaan, tot de kennis van de waarheid.

Om uw denken met de waarheid te bekleden, moet u in het Woord blijven en Zijn Woord moet in u blijven. Jezus bad:"Indien gij in mijn woord blijft - vasthoudt aan Mijn onderwijs en ermee in overeenstemming leeft - zijt gij werkelijk mijn discipelen. En gij zult de waarheid kennen en de waarheid zal u vrijmaken." (Johannes 8:31-32, De Uitgebreide Vertaling) Om de waarheid te kennen, moet u het Woord kennen.

Wees niet kinderlijk in uw begrip van het Woord. Een kind neemt alles wat het hoort, zonder na te denken, direkt aan. Als u het Woord hoort, overweeg dan wat u hoort en vergelijk het dan met het Woord. Paulus schreef over de christenen te Berea:"Zij namen het Woord met alle bereidwilligheid aan en gingen dagelijks de Schriften na, of deze dingen zo waren." (Handelingen 17:11) Neem niet alles wat u hoort voor waarheid aan, wie het ook zegt. Onderzoek het Woord om te zien of wat u hoort overeenstemt met het Woord.

Om uw denken met de waarheid te bekleden moet u alle huichelarij afleggen. Wees oprecht en waarachtig in al uw relaties. Heb oprecht lief, spreek oprecht en handel oprecht ... "laat ons leven in alle dingen op liefdevolle wijze waarheid uitdrukken - de waarheid sprekend, waarachtig handelend en waarachtig levend. Laten wij, gehuld in liefde, in alle opzichten en in alle dingen in Hem opgroeien, Die het hoofd is, Christus, de Messias, de Gezalfde." (Efeziers 4:15, De Uitgebreide Vertaling)

Wees oprecht in uw relatie met God. Hij zoekt mensen die Hem 'in geest en waarheid' willen aanbidden (Johannes 4:23). Dien God 'in oprechtheid en in trouw' (Jozua 24:14) Wees geen huichelaar door Hem uit plichtsgevoel te dienen. Wees oprecht in uw liefde voor Hem. Wees geen huichelaar in uw gaven, geef met een oprecht hart en in vreugde. Wees geen huichelaar in uw dienst voor Hem - wees oprecht.

Om uw denken met de waarheid te bekleden, moet u waarachtig zijn in al uw relaties ... met uw gezin en familie, uw vrienden en buren. "En de nieuwe mens aandoet, die naar (de wil van) God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid. Legt daarom de leugen af en spreekt waarheid, ieder met zijn naaste." (Efeziers 4:24-25)

In uw zakenrelaties moet u eerlijk en billijk zijn in uw handelen. Wees er zeker van, dat alles wat u doet, het daglicht kan verdragen:"Maar wie de waarheid doet, gaat tot het licht, opdat van zijn werken blijke, dat zij in God verricht zijn." (Johannes 3:21)

Net als Jezus satan tegemoet trad met een volle toerusting en bereid de oorlog te winnen ... met de gehele wapenrusting Gods aan ... moet u hetzelfde doen. Als u ten strijde trekt ... en uw problemen en zorgen onder ogen ziet ... omgord dan uw denken met de waarheid en u zult ONKWETSBAAR zijn en ONOVERWINNELIJK!

Teksten voor verdere studie:

Jozua 24:14;

Psalm 15:2; 45:4; 119:160; 146:6;

Spreuken 12:19; 23:23;

Jesaja 65:16;

Zacharia 8:16;

Maleachi 2:6.

HET PANTSER DER GERECHTIGHEID

"Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem." 2 Korintiers 5:21

GODS GAVE AAN DE MENS WAS HEILIG EN ZONDER SCHULD TE STAAN

VOOR ZIJN AANGEZICHT.

In overeenstemming met Gods plan een volk te hebben - kinderen die geschapen zouden worden naar Zijn eigen beeld, die Zijn gerechtigheid en heiligheid zouden weerspiegelen - zond Hij Jezus.

"Want wat de wet niet vermocht, omdat zij zwak was door het vlees - God heeft, door zijn eigen Zoon te zenden in een vlees, aan dat der zonde gelijk, en wel om de zonde, de zonde veroordeeld in het vlees, opdat de eis der wet vervuld zou worden in ons, die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest. Romeinen 8:3-4

Jezus kwam naar de aarde en 'veroordeelde' de zonde. Hij brak haar macht over ons. Hij maakte het mogelijk dat de 'gerechtigheid der wet in ons vervuld kon worden', opdat wij het vermogen zouden hebben heilig en in gehoorzaamheid aan God te wandelen.

Jezus ontledigde Zich - legde Zijn heerlijkheid af - van Zijn goddelijke vermogens en kwam naar deze aarde in een menselijke gedaante. Hij werd in alle dingen aan ons gelijk gemaakt:

"Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham. Daarom moest Hij in alle opzichten aan Zijn broeders worden, opdat Hij een barmhartig en getrouw hogepriester zou worden bij God, om de zonden van het volk te verzoenen." Hebreeen 2:16-17

Jezus kwam in menselijke gedaante om de werken van de duivel te verbreken, om de macht van de zonde over de mens te breken, om de mens terug te brengen tot zijn oorspronkelijke staat van heiligheid en gerechtigheid.

Omdat Hij geboren was uit de Geest, bezat Jezus een volmaakte, zondeloze natuur. Hij was heilig, rechtvaardig en rein. Jeremia profeteerde over Hem:"Zie, de dagen komen, luidt het Woord des HEREN, dat Ik aan David een rechtvaardige Spruit zal verwekken; die zal als koning regeren en verstandig handelen, die zal recht en gerechtigheid doen in het land. In zijn dagen zal Juda behouden worden en Israel veilig wonen; en dit is zijn naam, waarmede men hem zal noemen: de HERE onze gerechtigheid." (Jeremia 23:5-6)

In Zijn menselijke gedaante leefde Jezus Zijn leven op aarde vrij van elke zonde. Hij "heeft geen zonde gedaan en in Zijn mond is geen bedrog gevonden". (1 Petrus 2:22) Hij was "onberispelijk en vlekkeloos." (1 Petrus 1:19)

Gekleed in het pantser der gerechtigheid onderging Hij elke verzoeking van satan met 100 % procent overwinning. In Zijn menselijke gedaante werd Jezus "in alle dingen op gelijke wijze (als wij) verzocht, doch zonder te zondigen." (Hebreeen 4:15) "Hij heeft in verzoekingen geleden." (Hebreeen 2:18)

Gekleed in het pantser der gerechtigheid vervulde Jezus alle eisen der wet. Hij leefde Zijn leven in een volmaakte onderwerping aan Gods wil. Al Zijn gedachten, doelstellingen en daden waren erop gericht Gods wil te doen. Hij zei:"Mijn spijze is de wil te doen desgenen, die Mij gezonden heeft." (Johannes 4:34); "Ik zoek niet mijn wil, doch de wil van Hem, die Mij gezonden heeft." (Johannes 5:30) "Zie, hier ben Ik ... om uw wil, o God, te doen." (Hebreeen 10:7).

Al Zijn gedachten waren rein en heilig. Zijn woorden waren rein en heilig. Hij sprak alleen die dingen, die de Vader Hem gezegd had te spreken (Johannes 12:50). Zijn daden tegenover al degenen met wie Hij in contact kwam, waren heilig en rechtvaardig - onberispelijk. Hij was puur en onbesmet in alles.

Gekleed in het pantser der gerechtigheid was Hij 100 procent gehoorzaam aan de Vader, en door die gehoorzaamheid werd Hij "een oorzaak van eeuwig heil" (Hebreeen 5:9). Hij was gehoorzaam tot de dood. Hij offerde Zich als het heilige, zondeloze Lam van God, zonder vlek of blaam, en vergoot Zijn bloed opdat u en ik met de Vader verzoend zouden worden, opdat wij hersteld mochten worden in een staat van heiligheid en gerechtigheid. Hij gaf Zijn leven opdat wij heilig en schuldeloos konden wandelen voor Hem in liefde.

Zoals Adams zondige natuur de staat van gerechtigheid verloren had en verontreinigd was met de zonde; net zo werd de mens door Jezus' gerechtigheid gereinigd en rechtvaardig gemaakt!

"En door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met Zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is. Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend, in het lichaam zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zich te stellen." Kolossenzen 1:20-22

BEKLEED MET CHRISTUS' GERECHTIGHEID, KUNT U LEVEN IN EEN

TOTALE OVERWINNING OVER DE ZONDE!

Gekleed in het pantser der gerechtigheid, versloeg Jezus satan, brak Hij de macht der zonde en maakte Hij het door Zijn bloed mogelijk dat de mens in een totale overwinning over de zonde kon leven!

God gaat een volk hebben! Het is altijd Zijn bedoeling geweest, dat u in Zijn gerechtigheid gekleed zou zijn.

Op het moment dat u Christus door het geloof aannam, werd u gereinigd van alle zonde en werd u bekleed met Christus' gerechtigheid - niet uw eigen gerechtigheid, maar die van Christus. Door het geloof 'deed' u het pantser der gerechtigheid 'aan'. Toen u Christus aannam, werd u niet alleen gereinigd van alle zonde - vrijgesproken van alle misstappen - maar ook beschouwd als rechtvaardig en schuldeloos voor God.

Paulus zei tegen de Kolossenzen:"Ook u, die eertijds vervreemd en vijandig gezind waart blijkens uw boze werken, heeft Hij thans weder verzoend, in het lichaam zijns vlezes, door de dood, om u heilig en onbesmet en onberispelijk voor Zich te stellen." (Kolossenzen 1:21-22)

Aan de Korintiers schreef hij hierover:"Zodat gij ten aanzien van geen enkele genadegave te kort komt, terwijl gij uitziet naar de openbaring van onze Here Jezus Christus. Hij zal u ook bevestigen ten einde toe, zodat gij onberispelijk zult zijn op de dag van onze Here Jezus (Christus). God is getrouw, door wie gij zijt geroepen tot gemeenschap met zijn Zoon Jezus Christus, onze Here." (1 Korintiers 1:7-9)

Door Zijn gerechtigheid, Zijn dood en Zijn opstanding heeft Jezus het mogelijk gemaakt, dat u bij Zijn wederkomst op de Dag des Heren HEILIG EN ONBERISPELIJK voor Hem kunt staan.

Het Griekse woord 'amomos' dat hier vertaald is met 'onberispelijk', betekent 'datgene, wat niet ter verantwoording geroepen kan worden ... waar nergens van beschuldigd kan worden'. Dat betekent, dat u niet alleen vrijgesproken en gerechtvaardigd bent in Zijn ogen, maar het betekent ook dat zelfs de aanklacht of beschuldiging tegen u ontbreekt!

Toen u Christus door het geloof aannam en het pantser der gerechtigheid 'aantrok', werd u hersteld tot de staat van heiligheid en gerechtigheid, die God voor de mens bedoeld had. U werd uit God geboren en kreeg een spiksplinternieuwe natuur, die geschapen werd in gerechtigheid en waarachtige heiligheid. God plantte de Geest van Zijn Zoon in u (Ezechiel 36:27). De macht der zonde is gebroken in uw leven!

Paulus zei tegen de Romeinen:"Dit weten wij immers, dat onze oude mens medegekruisigd is, opdat aan het lichaam der zonde zijn kracht zou ontnomen worden en wij niet langer slaven der zonde zouden zijn." (Romeinen 6:6)

"Immers, de zonde zal over u geen heerschappij voeren ..." Romeinen 6:14

Door Christus heeft u macht over de zonde. U wordt niet langer beheerst door de zondige natuur, maar door de Heilige Geest in u. Door Zijn Geest die in u is, bent u nu bij machte heilig en onberispelijk voor Gods aangezicht te wandelen.

"Daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor hem gerechtvaardigd zal worden, want wet doet zonde kennen. Thans is echter buiten de wet om gerechtigheid Gods openbaar geworden, waarvan de wet en de profeten getuigen, en wel gerechtigheid Gods door het geloof in (Jezus) Christus, voor allen, die geloven; want er is geen onderscheid." Romeinen 3:20-22

BESTRIJDT DE VIJAND, GEKLEED IN CHRISTUS' GERECHTIGHEID

Toen u Christus in het geloof aannam en het pantser der gerechtigheid 'aantrok', ontving u Christus' gerechtigheid. Paulus zei:"... opdat ik Christus moge winnen, en in Hem moge blijken niet een eigen gerechtigheid, uit de wet, te bezitten, maar de gerechtigheid door het geloof in Christus, welke uit God is op de grond van het geloof." (Filippenzen 3:8-9)

In dit vers erkende Paulus, dat de bron van ware gerechtigheid IN Christus is. Door onze geestelijke eenheid met Hem, zijn wij EEN met Hem. Hij is in ons en wij zijn in Hem. In deze relatie "hebben wij deel aan de goddelijke natuur"

(2 Petrus 1:4). Wij zijn "in Christus Jezus ..., die ons van God is geworden: wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging en verlossing." (1 Korintiers 1:30)

Gekleed in Zijn gerechtigheid, heeft u het vermogen een leven te leiden, zoals Hij dat leidde, in een complete overwinning over de zonde! Het is mogelijk! Door Zijn Geest die in u is, kunt u heilig en onberispelijk zijn. U kunt rechtvaardig zijn zoals Jezus rechtvaardig was.

Een van de redenen waarom er vandaag de dag zoveel zwakke, aan bloedarmoede lijdende christenen zijn is, omdat zij gekleed in hun eigen gerechtigheid tegen satan strijden. Als zij geconfronteerd worden met verzoeking, vertrouwen zij op hun eigen kracht om satan te weerstaan, in plaats dat zij putten uit de kracht van Christus die in hen woont.

Er zijn vandaag de dag christenen die belijden, dat zij heilig zijn. Zij lijken van buiten vol 'godsvrucht' ... zij zijn bezig met goede werken, en toch geven zij toe aan hun vleselijke natuur. In de gemeente of op speciale bijeenkomsten lijken zij rechtvaardig. Zij verblijden zich, zingen, prijzen God en zijn vol liefde. Maar buiten de gemeente (thuis; op het werk; in het restaurant; in de winkel, waar zij door de vijand onder druk gezet worden; onder de aanvallen van de vijand; als niet alles naar wens verloopt) geven zij toe aan hun vleselijke natuur. Zij halen uit met hun tong, raken verbitterd en boos, roddelen en spreken kwaad, verliezen hun geduld, maken ruzie, en vechten.

Er zijn andere christenen, die beweren 'de gerechtigheid Gods in Christus Jezus' te bezitten, terwijl zij tegelijkertijd wandelen naar hun eigen goddeloze begeertes en de lusten van het vlees najagen. Zij zijn wereldser dan sommigen die niet beweren christenen te zijn. Uiterlijk lijken zij heilig en rechtvaardig, het lijkt erop alsof zij volgens het Woord wandelen. Maar zij geven zich over aan hun vleselijke natuur. Hun hart is vol begeerte, hebzucht, haat, nijd en jaloezie.

God gaat een volk hebben! God heeft al sinds de grondlegging der wereld een volk gewild, dat heilig en onberispelijk en boven schuld verheven zou zijn.

Jezus, de HEER ONZE GERECHTIGHEID, kwam naar de aarde, vernietigde de werken van de duivel, bevrijdde de mens van de zonde en heeft ons IN STAAT GESTELD rechtvaardig te zijn zoals Hij rechtvaardig is. Maar dat gaat niet vanzelf. Wij moeten ons Zijn gerechtigheid toeëigenen door voortdurend kracht te putten uit Zijn sterkte om voortdurend de boze begeertes van het vlees te kruisigen of te 'doden'.

Paulus zei:"... laten wij ons reinigen van alle bezoedeling des vlezes en des geestes, en zo onze heiligheid volmaken in de vreze Gods." (2 Korintiers 7:1) Petrus zei:"... beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberispelijk te blijken voor Hem in vrede ..." (2 Petrus 3:14) Er wordt ons gezegd 'de leden die op de aarde zijn' te 'doden' (Kolossenzen 3:5), 'de nieuwe mens aan te doen' (Efeziers 4:24). Voor dit alles is er ACTIVITEIT van onze kant nodig. U kunt het wel! God heeft er u het vermogen toe gegeven.

"Als gij weet, dat Hij rechtvaardig is, erkent dan ook, dat een ieder, die de rechtvaardigheid doet, uit Hem geboren is." 1 Johannes 2:29

TREK HET PANTSER DER GERECHTIGHEID AAN EN LEEF EEN

RECHTVAARDIG LEVEN.

Toen u Christus door het geloof ontving, ontving u Christus' rechtvaardigheid, het pantser der gerechtigheid. Maar voor u heilig en onberispelijk kunt zijn, moet u in het geloof handelen.

"Kinderkens, laat niemand u misleiden. Wie de rechtvaardigheid doet, is rechtvaardig, gelijk Hij rechtvaardig is; wie de zonde doet, is uit de duivel, want de duivel zondigt van den beginne. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, opdat Hij de werken des duivels verbreken zou. Een ieder, die uit God geboren is, doet geen zonde; want het zaad (Gods) blijft in Hem en hij kan niet zondigen, want hij is uit God geboren. Hieraan zijn de kinderen Gods en de kinderen des duivels kenbaar: een ieder, die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, ..." (1 Johannes 3:7-10)

De macht der zonde is in uw leven gebroken. Gekleed in Christus' gerechtigheid heeft u macht over elke zonde. Nu moet u de leden van uw lichaam overgeven - uw denken, uw wil, uw gedachten - als slaven aan de gerechtigheid. "Laat dan de zonde niet langer als koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt gehoorzamen ..." (Romeinen 6:12).

Het ligt binnen uw bereik! God heeft het mogelijk gemaakt. Jezus heeft Zijn bloed vergoten opdat u heilig en onberispelijk voor God zou kunnen leven. Hij heeft Zijn Geest in u geplaatst om u de macht te geven vrij van zonde te leven.

"En stelt uw leden niet langer als wapenen der ongerechtigheid ten dienste van de zonde, maar stelt u ten dienste van God, als mensen, die dood zijn geweest, maar thans leven, en stelt uw leden als wapenen der gerechtigheid ten dienste van God. ... en, vrijgemaakt van de zonde, zijt gij in dienst gekomen van de gerechtigheid. Ik zeg dit van menselijk standpunt om de zwakheid van uw vlees. Want gelijk gij uw leden gesteld hebt ten dienste van de onreinheid en van de wetteloosheid tot wetteloosheid, zo stelt nu uw leden ten dienste van de gerechtigheid tot heiliging."

(Romeinen 6:13, 18-19)

Als u gekleed wordt in het pantser der gerechtigheid, wordt u onkwetsbaar voor satans aanvallen. En als u weet, dat u bekleed bent met Christus' gerechtigheid, kunt u elke verzoeking weerstaan. Als u weet, dat u verlost bent van de macht der zonde en dat Christus in u is en dat u in Hem bent, kunt u elke verzoeking, die satan op uw weg brengt, afwijzen. Als satan u aanvalt door oude zonden boven te halen, kunt u ONWANKELBAAR vaststaan, als u weet dat u bekleed bent met Christus' gerechtigheid en niet in die van uzelf.

Bekleed met het pantser der gerechtigheid, kunt u zich met vrijmoedigheid en onbevreesd verheugen op Christus' wederkomst, omdat u weet, dat u heilig en onberispelijk voor Hem kunt staan. U zult vol vertrouwen zijn, omdat u weet dat, als u zich overgeeft aan Zijn ONBEGRENSDE, ONOVERTROFFEN macht die in u is, Hij u voor vallen zal behoeden en u ZONDER SCHULD voor God zal stellen.

"Hem nu, die u voor struikelen kan behoeden en onberispelijk doen staan voor zijn heerlijkheid in grote vreugde ..." (Judas 24)

Bekleed met het pantser der gerechtigheid, zult u de woeste aanvallen van satan ZONDER VREES onder ogen kunnen zien, omdat u weet dat ...

"Want hij zal nimmer wankelen, tot eeuwige gedachtenis zal de rechtvaardige zijn. Voor een kwaad gerucht zal hij niet vrezen, zijn hart is gerust, vol vertrouwen op de HERE; zijn hart is standvastig, hij vreest niet, terwijl hij met vreugde op zijn vijanden ziet." Psalm 112:6-8

Voer de strijd met de HELE wapenrusting Gods aan, en draag uw pantser der gerechtigheid!

"Hij bekleedde Zich met gerechtigheid als met een pantser en de helm des heils was op zijn hoofd; Hij bekleedde Zich met wraak als met een gewaad en Hij hulde Zich in ijver als in een mantel. Jesaja 59:17

JEZUS BEREIDT EEN GEMEENTE VOOR ZONDER VLEK OF RIMPEL

Bekleed met het borstwapen der gerechtigheid kwam Jezus naar de aarde, weerstond Hij elke verzoeking van satan en leefde Hij Zijn leven voor 100 procent vrij van elke zonde. Gekleed in het pantser der gerechtigheid versloeg Hij satan en vernietigde Hij de macht der zonde, ziekte en dood. Gekleed in het pantser der gerechtigheid bood Jezus Zich aan als een offer, als het Lam Gods 'zonder smet en zonder vlek' (1 Petrus 1:19), voor de zonden der wereld. Bekleed met het borstwapen der gerechtigheid herstelde Jezus de mens in zijn oorspronkelijke staat bij God, verloste hem van de macht der zonde, en maakte Hij het de mens mogelijk vrij van zonde te leven!

Als u bekleed wordt met hetzelfde pantser der gerechtigheid, wordt u krachtig door de heilige Geest en ONKWETSBAAR voor satans aanvallen; u kunt dan elke verzoeking weerstaan. U wordt dan bevrijd om rechtvaardig voor God te leven; u bent dan rechtvaardig zoals Christus rechtvaardig is.

Het tweede onderdeel van de wapenrusting, dat de Romeinse soldaat aandeed, voor hij de strijd inging, was zijn pantser. Het bedekte het lichaam van de hals tot de dijen. De voorkant was het eigenlijke pantser, maar er hoorde ook nog een achterstuk bij, dat ook altijd gedragen werd.

Het pantser was een onmisbaar onderdeel, omdat het het belangrijkste gedeelte van het lichaam beschermde (en tevens het kwetsbaarste), waar de levensdelen van het lichaam zich bevinden. Het werd ook de 'hartbeschermer' genoemd. Een soldaat kon de meeste wonden aan armen of benen wel overleven, maar wonden aan het hart of andere organen waren meestal fataal.

Door het pantser, dat zijn vitale en kwetsbare organen beschermde, kon de soldaat moedig en onverschrokken de strijd tegemoet gaan.

Als eindtijd-soldaat moet u de gehele wapenrusting Gods aan hebben. U moet met volledige uitrusting en ten volle klaar staan voor de strijd, sterk en onbeweeglijk tegen de legermacht van de vijand. Nadat u uw denken met de waarheid omgord heeft, moet u de vijand tegemoet treden met het pantser der gerechtigheid aan.

"Stelt u dan op, uw lendenen omgord met de waarheid, bekleed met het pantser der gerechtigheid." (Efeziers 6:14)

Het pantser der gerechtigheid, dat behoort tot de wapenrusting die God schenkt, stelt christenen in staat sterk te staan in de strijd. Het beschermt en schenkt vertrouwen en moed om de aanvallen van de vijand te weerstaan - terwijl u van aangezicht tot aangezicht tegenover satan staat en niet terugdeinst en u hem weerstaat - en om al zijn aanvallen te overwinnen.

Het pantser der gerechtigheid doelt op de natuur van de 'nieuwe mens', die wij ontvangen als wij wederomgeboren worden uit de Geest. Paulus zei tegen de Efeziers:"... en (dat gij) de nieuwe mens aandoet, die naar (de wil van) God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid." (Efeziers 4:24)

In het Nieuwe Testament wordt het woord 'gerechtigheid' vaak gebruikt voor de oprechtheid van diegenen wier leven verzoend is met God. Het Griekse woord voor heiligheid, 'hosiotes', is niet het woord dat meestal gebruikt wordt, maar hier in dit vers betekent het 'vrij van verontreiniging (vervuiling)'.

Deze nieuwe natuur die wij ontvangen, is niet onze vleselijke natuur, die opnieuw geboren wordt. Het is een nieuwe natuur. Als gevolg van deze nieuwe natuur worden wij hersteld in een rechtvaardige positie ten opzichte van God. Wij worden bevrijd van de macht der zonde, die ons ooit overheerste. Wij worden gemaakt tot de gerechtigheid Gods in Christus (2 Korintiers 5:21).

Deze nieuwe natuur, die in ons geschapen wordt door de kracht van de Heilige Geest, maakt het ons mogelijk rechtvaardig te zijn - om onszelf gelijkvormig te maken aan Gods wil in ons gedachteleven, onze doelstellingen en al onze daden. Wij ontvangen kracht om te leven naar Gods geboden.

Als wij bekleed worden met het pantser der gerechtigheid, kunnen wij een leven leiden, zoals Jezus dat deed, met de volle honderd procent overwinning over de zonde!

Er zijn vandaag de dag veel christenen die dit niet voor mogelijk houden. Zij geloven niet dat zij een leven kunnen leiden vrij van zonde. Zij geven toe aan hun vleselijke natuur en komen dan met excuses, zo van:"Ja, wij zijn toch ook maar mensen ... een beetje zonde, zo nu en dan, kan geen kwaad."

De Gemeente luistert nu al lang genoeg naar de leugens van de duivel! Het is wel mogelijk een leven op aarde te leiden dat voor 100 procent overwinning over de zonde heeft. Het is wel mogelijk een leven te leiden dat heilig is en apart gezet voor God, temidden van en omringd door een verdraaid en verkeerd geslacht.

Nog voor de aarde gegrondvest werd verlangde God ernaar een volk te hebben dat RECHTVAARDIG, HEILIG en AFGESCHEIDEN was, dat Hem zou liefhebben en dienen.

"Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren voor de grondlegging der wereld, opdat wij heilig en onberispelijk zouden zijn voor zijn aangezicht." (Efeziers 1:4)

Het Griekse woord voor 'heilig' is 'hagios', wat betekent: apart gezet voor God om Zijn reinheid te weerspiegelen. God begeerde een volk bestaande uit zonen die geschapen zouden zijn naar Zijn beeld, die Zijn reinheid, Zijn heerlijkheid en alles wat Hij heeft en is zouden weerspiegelen. Deze heiligheid moest niet hun eigen heiligheid zijn. Gods plan was de mens te vormen naar Zijn eigen beeld van gerechtigheid en heiligheid.

Het Griekse woord voor 'onberispelijk' is 'amomos', wat betekent 'vrij van smetten of vlekken' (net als de offerdieren, die als offers op het altaar werden gebracht).

Paulus zei tegen de Filippenzen:"Doet alles zonder morren of bedenkingen, opdat gij onberispelijk en onbesmet moogt zijn, onbesproken kinderen Gods te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, waaronder gij schijnt als lichtende sterren in de wereld" (Filippenzen 2:14-15).

Het woord dat hier gebruikt wordt voor 'onberispelijk' en betrekking heeft op de Gemeente - u en ik, dus - in deze twee verzen, is hetzelfde woord dat gebruikt wordt om Jezus te beschrijven "als ... een onberispelijk en vlekkeloos lam"

(1 Petrus 1:19). God wil, dat u heilig en onberispelijk bent, zoals Jezus heilig en onberispelijk was!

Vanaf de grondlegging der wereld was het Gods plan en doel een volk te hebben - zonen die HEILIG, APART GEZET en ONBERISPELIJK zouden zijn - vrij van elke smet, zoals Zijn Zoon, Jezus, 'zonder vlek of smet' was!

Het is Zijn plan, dat u gelijkvormig wordt aan het beeld van Zijn Zoon. Het is Zijn plan dat u opgroeit tot de volle status (de volle maat van de wasdom) van Jezus Christus, en al Zijn eigenschappen bezit - Zijn liefde, Zijn vrede, Zijn vreugde, Zijn gerechtigheid!

Toen Hij Zichzelf voor ons gaf, was Jezus' hoogste doel met de Gemeente dat bij 'de voleinding der eeuwen', Hij ons kon tonen als een "stralende Gemeente, zonder vlek of rimpel of iets dergelijks, zo dat zij heilig is en onbesmet." (Efeziers 5:27)

Jezus komt terug voor hen die heilig, apart gezet, onberispelijk en zonder vlek of rimpel zijn. Laat u niet door satans leugens misleiden. Wij weten, dat God wil, dat wij heilig zijn, zoals Hij heilig is (1 Petrus 1:16); en dat "... zonder heiliging niemand de Here zal zien." (Hebreeen 12:14)

Om bestand te zijn tegen de beproevingen en verzoekingen van satan en klaar te zijn voor Christus' verschijning, moeten wij het pantser der gerechtigheid aan hebben!

"Toen zeide de HERE tot de satan: Hebt gij ook acht geslagen op mijn knecht Job? Want niemand op aarde is als hij, zo vroom en oprecht, godvrezend en wijkend van het kwaad." Job 1:8

DE SATAN HEEFT NIETS IN TE BRENGEN TEGEN DE RECHTVAARDIGEN.

Elk ongeluk, elk verdriet, dat ooit over deze aarde of over de mensheid gekomen is, is veroorzaakt door de ongehoorzaamheid van de mens tegen God. De relatie die de mens heeft met God, ligt onder de vloek van zijn eigen ongehoorzaamheid tegen God.

Maar de zonde en de ongehoorzaamheid hebben niets veranderd aan Gods houding tegenover de mens. God houdt nog steeds van de mens, zorgt nog steeds voor hem en voorziet nog steeds in zijn noden.

Als Gods houding tegenover de mens er een van liefde is, en onze houding tegenover Hem bestaat uit gehoorzaamheid en vertrouwen - en er toch beproevingen, verzoekingen, pijn, lijden en tragedie in ons leven hun intrede doen - dan moeten wij achter de schermen zoeken naar een oorzaak, naar iets dat wij niet met onze natuurlijke ogen kunnen zien. Het Bijbelverhaal over de vele beproevingen die Job treffen, geeft ons niet alleen een dramatisch antwoord op onze vragen, maar verschaft ons tevens een parallel, die dat antwoord actueel maakt voor de vuurproef waar wij in ons eigen leven doorheen gaan.

Het geval van Job geeft een prachtig antwoord op de vraag waarom de rechtvaardigen lijden. Als wij hem beschouwen als onze parallel van de waarheid, is hij voor ons een sleutel tot een van de grootste mysteries in de wereld.

Op de eerste plaats was Job geen gewone man. Hij genoot als persoon een hoge eer. Hij bezat rijkdom, kende voorspoed, had vele bezittingen en een fijn gezin. En wat nog het belangrijkste was, Job was godvruchtig. Hij vreesde de Heer.

Job werd beproefd met de omstandigheden van zijn eigen leven, net als u en ik. Wij worden allemaal beproefd met de omstandigheden van ons eigen leven. Achter elke situatie, elke omstandigheid, elke beproeving ligt er een duidelijke, zinvolle reden. Vaak kunnen wij die reden niet zien of vatten met onze natuurlijke vermogens.

De mens leeft niet in een, maar in twee werelden en wel tegelijkertijd. Hij leeft in een natuurlijke wereld ... een stoffelijke, menselijke, vlezen, been- en bloedwereld. Die is heel reëel. Maar de mens leeft ook in een geest- of geestelijke wereld. Die is net zo reëel als ... in zekere zin, nog reëler dan ... de natuurlijke wereld. Jobs beproevingen in de omstandigheden van zijn leven vonden plaats in beide werelden, net als bij ons, overigens.

Hij werd beproefd in de natuurlijke wereld in zijn lichaam, in de stoffelijke wereld, maar zijn grootste beproeving lag in de geestelijke wereld, op het vlak van zijn geloof.

Jobs beproevingen volgden elkaar zo snel op en waren zo demonisch, dat er een nieuwe kwam, nog voor hij van de vorige bekomen was. Het was duizelingwekkend. Alleen in het natuurlijke gezien, zouden de gebeurtenissen hem verpletterd hebben. Maar te midden van dit alles behield Job altijd een ding: ZIJN GELOOF IN GOD WANKELDE NOOIT.

"In dit alles zondigde Job niet en schreef Gode niets ongerijmds toe." (Job 1:22)

Job wist, dat dit leven bestaat uit meer dan wat wij zien of bezitten. Hij had vertrouwen in God. "Ik kan God niet zien," zei hij op zeker moment,"Ik kan Hem niet voelen, maar dat is niet erg, want:

Hij weet hoe mijn wandel is; toetste Hij mij, ik kwam als goud tevoorschijn." (Job 23:10)

Job heeft voor ons in zekere zin de weg gebaand. Toentertijd zag hij nog niet de redenen achter de kwellingen van satan, maar het heeft God behaagd door de Schrift de sluier op te lichten en ons te laten zien wat er in de hemelse gewesten plaatsvond tijdens de beproevingen van deze rechtvaardige. Job had zijn strijd in het natuurlijke te doorstaan, maar eigenlijk was het een geestelijke strijd. Wat er achter de schermen plaatsvond was een frontale botsing tussen God en satan en Job was het slagveld.

Job is ons voorbeeld. Toen hij het schild des geloofs ophief onder de woeste aanvallen van satan, zag hij de overwinning:"En de HERE zegende het verdere leven van Job meer dan het vroegere ..." (Job 42:12-17). Als wij ons vertrouwen volkomen stellen in God, onze Verlosser, kunnen wij, als de gerechtigheid Gods in Christus, ook Gods hand van herstel en zegen in onze omstandigheden zien binnenkomen.

"Daarom, geliefden, beijvert u in deze verwachting, onbevlekt en onberispelijk te blijken voor Hem in vrede."

(2 Petrus 3:14)

GOD GAF DE MENS HET VERMOGEN HEILIG EN ONBERISPELIJK TE ZIJN

VOOR HEM.

Naarmate wij uitzien naar de dag des Heren, wanneer Christus zal terugkeren om de bozen van de rechtvaardigen te scheiden en Zijn heiligen bijeen te vergaderen in de lucht, moeten wij ons BEIJVEREN om VLEKKELOOS en ONBERISPELIJK in Hem bevonden te worden. Het Griekse woord dat gebruikt wordt voor 'beijveren' betekent 'intense poging'. Wij moeten voortdurend ernaar streven - onze pogingen concentreren - om rechtvaardig te zijn zoals Jezus rechtvaardig is.

Gods Woord verklaart:"Niemand is rechtvaardig, ook niet een." (Romeinen 3:10); en:"Al onze gerechtigheden zijn geworden als een bezoedeld kleed" (Jesaja 64:6). Paulus schreef aan de Romeinen:"Daarom, dat uit werken der wet geen vlees voor Hem gerechtvaardigd zal worden ..." (Romeinen 3:20).

Hoe moeten wij nu dat pantser der gerechtigheid 'aantrekken'? God heeft, in overeenstemming met Zijn eigen plan en voornemen om een apart gezet, heilig en onberispelijk volk te hebben, Adam en Eva geschapen naar Zijn eigen beeld, in gerechtigheid en heiligheid. Adam en Eva waren volmaakt. Zij waren heilig en rechtvaardig omdat zij geschapen waren naar Gods beeld en gelijkenis. Hun natuur was rein, vrij van smetten, zonder verontreiniging. Heiligheid en gerechtigheid waren voor Adam en Eva even natuurlijk als nu de zonde voor de mens. Toen Adam en Eva zondigden, vervielen zij van deze staat van gerechtigheid. Hun Goddelijke natuur werd bezoedeld, verontreinigd. De mens werd een slaaf van de duivel, de zonde en de ongerechtigheid. Hij werd vervreemd van God.

Om de mens met Zichzelf te verzoenen, sloot God een verbond met de mens. Hij stelde de wet in door Mozes en eiste, dat de mens zou wandelen in gehoorzaamheid aan al Zijn geboden. Als men een gebod overtrad, was men schuldig aan alle geboden. Als de mens de Wet gehoorzaamde, ontving hij zegen van God. Als hij niet gehoorzaamde, werd hij vervloekt. In zijn gevallen, zondige natuur was de mens niet in staat te voldoen aan de eisen der wet.

God, Die geheel en al heilig, rechtvaardig en rein is - de Bron van alle gerechtigheid - zag de zondige staat van het volk dat Hij had uitverkoren en voor Zich geheiligd (apart gezet) had om heilig en onberispelijk voor Hem te wandelen, Hij zag hun boosheid, hoe zij Hem voortdurend verlieten, hoe zij hun afgoden navolgden en voortdurend Zijn wet overtraden en loslieten. Hij zag, dat het voor de mens onmogelijk was in zijn gevallen staat heilig en rechtvaardig voor Hem te wandelen en aan de eisen der wet te voldoen.

God had in Zijn eindeloze liefde en genade medelijden met Zijn volk. Hij beloofde hen te reinigen, hun zondige natuur weg te nemen en Zijn Geest in hen te schenken, opdat zij in staat zouden zijn heilig en onberispelijk voor Hem te wandelen in gehoorzaamheid aan Zijn geboden.

"Een nieuw hart zal Ik u geven en een nieuwe geest in uw binnenste; het hart van steen zal Ik uit uw lichaam verwijderen en Ik zal u een hart van vlees geven. Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt.

(Ezechiel 36:26-27)

Het was niet alleen Gods plan dat de mens heilig en onberispelijk zou zijn. Hij maakte het ook mogelijk. Wat zou u vinden van een God Die van Zijn volk eiste wat zou onmogelijk konden doen? God gaf de mens de mogelijkheid heilig te zijn. Wat Hij zei, kwam hierop neer:"Ik ga de oude, zondige natuur uit jullie verwijderen. Ik zal Mijn Geest in jullie plaatsen, en die zal jullie in staat stellen heilig te zijn - in gehoorzaamheid aan Mij te wandelen." God zei:"Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden, en hun zonden zal Ik niet meer gedenken." (Hebreeen 8:12)

In overeenstemming met Zijn plan en voornemen een volk te hebben - kinderen, die naar Zijn eigen beeld geschapen zouden zijn, die Zijn gerechtigheid en heiligheid zouden weerspiegelen - zond Hij Jezus.

Teksten voor verdere studie:

Genesis 7:1; 18:26;

Leviticus 19:15;

Deuteronomium 6:25;

1 Koningen 3:6;

Job 27:6; 36:7;

Psalm 5:12; 34:14-15; 37:39; 92:12; 132:9;

Spreuken 3:32; 4:18; 11:4; 12:13; 12:28; 20:7; 29:6;

Jesaja 3:10; 11:5; 32:17; 45:24; 61:10;

Hosea 10:12;

Sefanja 2:3;

Lucas 1:75;

Romeinen 14:17;

Efeziers 4:24; 6:14;

Hebreeen 11:4;

1 Johannes 3:7.

Het evangelie des vredes

"Weest in geen ding bezorgd, maar laten bij alles uw wensen door gebed en smeking met dankzegging bekend worden bij God. En de vrede Gods, die alle verstand te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten behoeden in Christus Jezus."

Filippenzen 4:6-7

BEDEK UW HART EN UW GEDACHTEN MET HET EVANGELIE DES VREDES.

Als het pantser eenmaal goed op zijn plaats bevestigd was, trok de Romeinse soldaat zijn schoeisel aan. Het waren schoenen die van onderen beslagen waren met spijkers, waardoor de soldaat 'VAST STOND' tijdens de strijd. Tijdens het gevecht plaatste de soldaat zijn voeten vast in de grond, zodat zijn voeten niet zouden uitglijden.

De schoenen waren een heel belangrijk onderdeel van de wapenrusting van de soldaat. Zij bedekten en beschermden de voeten die de voorname taak hadden het gehele lichaam te dragen. Zonder schoenen zou de soldaat gehandicapt zijn - niet in staat de strijd in te gaan - onmachtig over zwaar of ruw terrein te lopen. Daarentegen, een soldaat met goed schoeisel was paraat en in staat grote afstanden af te leggen over elk soort terrein.

Om volledig toegerust te zijn en de oorlog te winnen moet u uw voeten geschoeid hebben. Met de voeten 'geschoeid met de bereidvaardigheid van het evangelie des vredes' bent u niet alleen ONKWETSBAAR en ONOVERWINNELIJK, maar ook klaar om onbevreesd en vrijmoedig voorwaarts te gaan tot de strijd - welke hindernissen of gevaren er ook zijn - zelfs met de dood voor ogen!

Bij de hevigste strijd, met om u heen alle mogelijke tegenzittende omstandigheden - satan valt uw lichaam aan, uw gezin, uw financiën - en uw denken wordt bestookt met angst, twijfel en ongeloof, toch zult u STERK staan en ONBEWEEGLIJK. Uw voeten staan vast in de grond, zodat u niet aan het wankelen wordt gebracht, als tenminste uw voeten geschoeid zijn met de 'bereidvaardigheid van het evangelie des vredes'.

De 'bereidvaardigheid van het evangelie des vredes' vervult twee belangrijke functies bij de versterking voor en voorbereiding op de strijd:

1. De 'bereidvaardigheid van het evangelie des vredes' versterkt ons om letterlijk elke beproeving en elke ontbering die op ons afkomt, te trotseren. In de strijd schraagt het ons en geeft het kracht.

2. De 'bereidvaardigheid van het evangelie des vredes' maakt ons bereid op ieder moment de boodschap van redding en vrede door het kruis te verkondigen.

Paulus vergeleek de 'bereidvaardigheid van het evangelie des vredes' met de sterke schoenen die de soldaten droegen om hun voeten te beschermen. God heeft u, als geestelijke soldaat van de eindtijd, voorzien van de 'bereidvaardigheid van het evangelie des vredes'. Het is een onderdeel van de HELE wapenrusting, die God schenkt. Dit kan niet gefabriceerd worden of geproduceerd door menselijke inspanning. God heeft haar voor ons vervaardigd, maar wij moeten haar opnemen en aantrekken.

De schoenen die de Romeinse soldaten droegen, bedekten de voeten. De 'bereidvaardigheid van het evangelie des vredes' bedekt het hart en de gedachten. Net als de soldaten hun schoenen opraapten en aantrokken om hun voeten ermee te bedekken, moeten wij de 'bereidvaardigheid van het evangelie des vredes', welke God verschaft, nemen en ons hart en gedachten ermee bekleden.

Jesaja zei het volgende:"Standvastige zin bewaart Gij in volkomen vrede, omdat men op U vertrouwt." (Jesaja 26:3)

Paulus had het niet over een oppervlakkige vrede, die standhoudt als alles voor de wind gaat. Hij sprak over Gods vrede - een bovennatuurlijke vrede - die ons eigen beperkte bevattingsvermogen te boven gaat!

Hij sprak over een vrede die onafgebroken aanwezig is om ons denken te bewaken en te beschermen, om ons te versterken, zodat wij niet struikelen! Hij sprak over Gods vrede, die nooit faalt en nooit varieert! Hij sprak over een vrede die nooit vertroebelt door zonde of een schuldig geweten, of verstoord wordt door angst voor de dood!

God heeft nooit gewild dat Zijn volk angstig, bezorgd of bekommerd zou zijn. Hij wil niet, dat u 's nachts opzit uit zorg om uw kinderen. Hij wil ook niet, dat uw denken in beroering is door uw financiele noden - bezorgd over hoe u de noodzakelijke reparaties aan huis of auto gaat bekostigen - bezorgd over wat er zal gebeuren als u uw baan verliest, bezorgd over hoe u uw rekeningen moet betalen. Hij wil ook niet, dat u bezorgd raakt over de ziekte of kwaal, waar satan u mee aanvalt.

God heeft het allemaal zo gepland, dat uw hart en gedachten bekleed kunnen worden met ZIJN VREDE!

Het doel, dat satan heeft met zijn aanvallen op uw omstandigheden, is u angstig te maken. Hij wil, dat u twijfelt aan Gods beloften, en bekommerd bent. Hij heeft het liefste, dat uw denken en hart voortdurend in beroering zijn, zodat u zich niet in het geloof naar God kunt uitstrekken en het antwoord of het wonder, dat u nodig heeft, kunt ontvangen. Zijn uiteindelijke doel is uw omstandigheden zo te gebruiken, dat u uw vertrouwen in God verliest. Hij wil, dat u God de rug toekeert.

Als uw hart en uw gedachten Gods vrede als bedekking moeten missen, zult u verzwakt worden en niet bereid zijn satans aanvallen het hoofd te bieden. Als uw denken in beroering is, neem dan vastberaden de vrede, die God u beloofd heeft, ter hand en bekleed uw denken ermee!

"Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de HERE zal dit doen. Jesaja 9:5-6

JEZUS KOCHT ONZE VREDE MET ZIJN BLOED.

Vanaf het allereerste begin is het Gods plan geweest, dat de mens vrede zou hebben. Adam en Eva's hele omgeving ademde vrede. Er was een volmaakte harmonie tussen God en de mens, waaraan niets ontbrak. De gehele aarde genoot deze vrede. De mens leefde in vrede met de natuur en alle dieren. De dieren hadden vrede onderling. Er heerste op de gehele aarde geen enkele vorm van geweld.

Toen Adam en Eva ongehoorzaam werden en zondigden tegen God, werd die volmaakte harmonie en vrede verbrijzeld. Zij verloren de vrede die zij met God hadden. Adam en Eva werden bang en trachtten zich te verbergen. Er ontstond een muur - een breuk - tussen God en de mens, die hen van elkaar scheidde. En de zonde bracht jaloezie, haat en geweld in de wereld.

Gods plan behelsde vrede te herstellen in de wereld, de breuk, die de mens van Hem scheidde, te herstellen, vrede terug te brengen in de harten van de mensen, en alle dingen in de hemel en op de aarde terug te brengen in een volmaakte eenheid met Christus (Efeziers 1:9-10). Bij monde van de profeet Jesaja beloofde Hij een Messias te zenden om vrede op aarde te brengen.

Jezus kwam naar de aarde om de werken van duivel te verbreken en de vrede te herstellen. Hij kwam niet zomaar met een vredesboodschap, Hij was de Vredevorst. Hij was een vredestichter. Hij was de bron van Gods vrede met de mens. Toen Hij geboren werd, proclameerden de engelen:"Ere zij God in den hoge, en vrede op aarde bij mensen des welbehagens." (Lucas 2:14)

Jezus kwam om onze vrede aan het kruis voor ons te verwerven. Hij kwam de macht der zonde breken en de mens met God verzoenen. Hij droeg onze zonden, ziektes en verdriet naar het kruis. Hij verdroeg de spot, de pijn, de geseling om ons vrede te brengen.

"Nochtans, onze ziekten heeft hij op zich genomen en onze smarten gedragen; wij echter hielden hem voor een geplaagde, een door God geslagene en verdrukte. Maar om onze overtredingen werd hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede aanbrengt, was op hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden." Jesaja 53:4-5

Jezus kocht onze vrede met Zijn bloed!

Door onze straf op Zich te nemen versloeg Jezus satan, brak Hij de macht der zonde en stichtte Hij een koninkrijk waardoor eens de vrede op aarde hersteld zal worden. Door het vergieten van Zijn bloed heeft Hij een vrede gesticht die alle dingen met God verzoend.

"Want het heeft de ganse volheid behaagd in Hem woning te maken, en door Hem, vrede gemaakt hebbende door het bloed zijns kruises, alle dingen weder met zich te verzoenen, door Hem, hetzij wat op de aarde, hetzij wat in de hemelen is.

Kolossenzen 1:19-20

Door het geloof in Jezus' leven, dood en opstanding wordt de mens verzoend - hersteld - tot een goede relatie met God. Hij wordt vrijgesproken van alle aanklachten tegen zijn persoon. Hij heeft vrede omdat hij weet, dat het bloed van Jezus hem gereinigd heeft van alle zonde en dat hij gered wordt van de komende toorn en het oordeel van God op aarde.

Paulus zei tegen de Romeinen:"Wij dan, gerechtvaardigd uit het geloof, hebben vrede met God door onze Here Jezus Christus" (Romeinen 5:1), "... thans door zijn bloed gerechtvaardigd, zullen wij door Hem behouden worden van de toorn." (Romeinen 5:9) Dit is het 'evangelie des vredes'!

Jezus heeft de muur neergehaald - de vijandschap afgebroken die er was tussen God en de mens en die ons scheidde van gemeenschap met God.

Christus heeft ons niet alleen verzoend met God en ons vrede met God gegeven, Hij heeft het ook mogelijk gemaakt, dat de mensen vrede onderling kunnen hebben. Zijn aan het kruis vergoten Bloed heeft ook de vijandschap vernietigd die er tussen de mensen bestond, en het herstelt de vrede en verenigd hen tot een eenheid in Hem!

"Vrede laat Ik u, mijn vrede geef Ik u; niet gelijk de wereld die geeft, geef Ik hem u." Johannes 14:27

GEKLEED IN DE VREDE VAN JEZUS ZIJN CHRISTENEN

ONOVERWINNELIJK!

Aangezien onze vrede gekocht is met het kostbare bloed van Jezus, mogen wij die niet terzijde leggen. Het is een cruciaal onderdeel van onze geestelijke wapenrusting, waardoor wij sterk staan in de strijd. Wij moeten in het geloof deze vrede, die Hij ons geschonken heeft, nemen en ons hart en denken ermee bekleden.

Net als het sterke schoeisel de Romeinse soldaten een vaste greep op de grond onder hun voeten gaf en zij erdoor vast op de grond stonden, zal het 'evangelie des vredes', waar God voor gezorgd heeft, u sterken en u tijdens de strijd staande houden.

Voor Jezus ten hemel steeg, verzamelde Hij Zijn discipelen om ze voor te bereiden op de veldslag die hen wachtte. De discipelen waren verward en angstig. Hun hart was verdrietig. Jezus ging hun verlaten, en zij waren bang en wisten niet, wat de toekomst zou brengen. Jezus zei hun, dat zij uit de synagoge geworpen en gedood zouden worden. Ongetwijfeld vroegen vele van hen zich af, hoe en of zij het wel zouden overleven.

Jezus kende hun hart en denken en wist, dat het in beroering was, en Hij wist, dat zij iets nodig hadden waarmee zij de macht van de vijand konden weerstaan, en daarom gaf Hij hun Zijn vrede.

"Dit heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld lijdt gij verdrukking, maar houdt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen." Johannes 16:33

"Toen antwoordde Paulus: Wat doet gij, dat gij weent en mijn hart week maakt? Want ik voor mij ben bereid, niet alleen gebonden te worden, maar ook te sterven te Jeruzalem voor de naam van de Here Jezus." Handelingen 21:13

ALS UW DENKEN BEKLEED IS MET CHRISTUS' VREDE, KUNT U ELKE

AANVAL VAN DE VIJAND AAN.

Het hart en denken van Paulus waren bedekt met Christus' vrede. Hij zei, dat hij niet alleen bereid was gebonden te worden, maar zelfs te sterven voor de naam van de Here Jezus (Handelingen 21:13). Hij zei tegen Timoteus:"Want wat mij aangaat, reeds word ik als plengoffer geofferd en het tijdstip van mijn verscheiden staat voor de deur." (2 Timoteus 4:6)

Paulus wist, wat voor dood hij zou sterven. Hij wist, dat hij onthoofd zou worden, maar hij was niet bang. Hij had de vrede van Christus, die hem onkwetsbaar maakte voor satans aanvallen. Hij kon zonder vrees de dood in de ogen zien in de wetenschap dat Jezus de werken van de duivel - zonde, ziekte en de dood - verbroken had, en dat hij door het bloed van Jezus vrede had, verzoend was met God, vrij van alle aanklachten tegen zich. Hij kon in volmaakte vrede het hoofd neerleggen op het schavot, omdat hij wist, dat de dood hem niet kon vasthouden, dat het lichaam te verlaten, betekende, dat hij bij de Heer zou zijn (2 Korintiers 5:8). Hij wist, dat een 'krans der rechtvaardigheid' hem wachtte (2 Timoteus 4:8).

Veel van de eerste christenen die gemarteld, voor de leeuwen gegooid, of op de brandstapel gezet werden, stierven zingend en lofprijzingen tot God roepend, omdat hun denken bekleed was met de bovennatuurlijke vrede van God, die hun door Jezus Christus toebehoorde.

Als uw denken eenmaal bekleed is met de 'bereidvaardigheid van het evangelie des vredes', zult u, als geestelijke eindtijd-soldaat, KLAAR zijn om onbevreesd en vrijmoedig voorwaarts te marcheren de strijd tegemoet, over elke barrière en door elk gevaar heen, om het 'evangelie des vredes' aan een verloren en stervende wereld te prediken.

Het 'evangelie des vredes', dat ons door Jezus Christus gebracht wordt, is het machtige wapen dat God uitgekozen heeft om satans werk van vandaag te vernietigen en mensen vrij te maken van de zonde. Het is "... een kracht Gods tot behoud voor een ieder die gelooft ..." (Romeinen 1:16). Het 'evangelie des vredes' - verzoening met God - is het enige dat de mens vrede kan brengen. God heeft ons met Zich verzoend door het Evangelie en Hij gebruikt het ook om mensen met elkaar en alle dingen met Zichzelf te verzoenen.

De eerste christenen waren onoverwinnelijk! Zij gingen onbevreesd met het 'evangelie des vredes' van stad naar stad. Als men hen bedreigde en beval niet meer te prediken of te onderwijzen in de Naam van Jezus, zeiden Petrus en Johannes:"Want wij kunnen niet nalaten te spreken van wat wij gezien en gehoord hebben" (Handelingen 4:20).

Als geestelijke eindtijd-soldaten moeten wij ons VOORBEREIDEN om boodschappers te zijn van het 'evangelie des vredes'. Dit betekent niet, dat God verwacht, dat iedereen zijn boeltje pakt en naar het zendingsveld vertrekt, of reizend evangelist wordt en van stad naar stad trekt om het Woord te prediken. Wij moeten te allen tijde KLAAR en BEREID zijn het 'evangelie des vredes' te delen met mensen die wij ontmoeten. Wij moeten het Woord onbevreesd en vrijmoedig delen met onze vrienden, buren, familie, collega's en iedereen die wij tegenkomen.

"En de vrede van Christus, tot welke gij immers in een lichaam geroepen zijt, regere in uw harten; en weest dankbaar."

Kolossenzen 3:15

EIGEN U CHRISTUS' VREDE IN UW LEVEN TOE!

Het is Gods plan dat u Zijn vrede hebt, die is in en door Jezus Christus. Jezus heeft de allerhoogste prijs betaald opdat u Zijn vrede zou kunnen hebben. Hij behoort u toe. Maar u moet het in uw leven toeëigenen. Net als de Romeinse soldaten hun schoeisel moesten oprapen en aantrekken voor zij ten strijde konden trekken, moet ook u zich in het geloof uitstrekken en de vrede, die Christus u aanreikt, pakken.

Als uw denken en hart bekleed zijn met Zijn vrede, bent u beschermd en behoed voor al satans aanvallen. Wat voor strijd u ook te voeren heeft, u zult ONWRIKBAAR en ONOVERWINNELIJK zijn! De satan zal trachten uw vrede te stelen om u te verzwakken en u uw doel te doen missen. Sta dat niet toe!

Hij zal komen met de zonden uit het verleden en uw rechtschapenheid tegenover God in twijfel trekken. Hij zal proberen elke zonde uit het verleden boven te brengen en u zwaar aanklagen en schuldgevoelens aanpraten, om u uw vrijheid om God te dienen af te nemen. Hij wil, dat u zich ontmoedigd en verslagen voelt. Laat uw vrede niet stelen! "Zo is er dan nu geen veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn, ... die niet naar het vlees wandelen, doch naar de Geest." (Romeinen 8:1, 4).

Als satan probeert u te kwellen met uw verleden - uw oude mislukkingen, uw oude zonden, uw oude zwakheden - laat de gedachten daaraan dan zelfs niet toe te blijven naklinken! Zodra satan uw denken aanvalt, oefen dan gezag over hem uit en werp die gedachten dan uit. Zeg hem:"Ga achter mij, satan. Al mijn zonden zijn onder het bloed van Jezus!" Geschoeid met het 'evangelie des vredes' zult u 100 procent overwinning hebben!

Teksten voor verdere studie:

Job 22:21;

Psalm 29:11; 119:165

Spreuken 3:17;

Jesaja 26:3; 27:5; 40:8; 54:13;

Jeremia 33:6;

Nahum 1:15;

Matteus 24:14;

Marcus 13:10;

Lucas 1:79;

Handelingen 17:11;

Efeziers 2:14.

Het Schild des geloofs,

de Helm der Redding, en

het Zwaard des Geestes

"Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof."

1 Johannes 5:4

HET SCHILD DES GELOOFS IS HET OVERWINNENDE GELOOF.

Als u gekleed wordt in de hele wapenrusting Gods, wordt u niet alleen ONKWETSBAAR voor satans aanvallen en ONOVERWINNELIJK, u wordt ook een MACHTIGE VEROVERAAR! Als u gekleed wordt in de hele wapenrusting Gods, hoeft u niet meer in de verdediging te gaan, maar kunt u altijd aanvallen. U zult het slagveld optrekken in de kracht van de Almachtige God om de legermacht van de vijand terug te dringen en zijn bolwerken in uw gezin, uw woonplaats en het land waar u woont neer te halen.

Paulus zei tegen de Efeziers:"Neemt bij dit alles het schild des geloofs ter hand, waarmede gij al de brandende pijlen van de boze zult kunnen doven; en neemt de helm des heils aan en het zwaard des Geestes, dat is het Woord van God." (Efeziers 6:16-17)

Behalve dat zij de gordel der waarheid, het pantser der gerechtigheid en het schoeisel van de 'bereidvaardigheid van het evangelie des vredes' moesten nemen en aandoen, moesten zij het schild des geloofs, de helm der redding en het zwaard des Geestes AANNEMEN. Het woord 'neemt' in de bovenstaande Bijbeltekst betekent 'ontvang of accepteer'.

Nadat de Romeinse soldaat de onderdelen van zijn wapenrusting had aangedaan en zijn schild stevig in de hand had genomen, werd hem zijn helm en zwaard door een bediende of wapendrager aangereikt. Als geestelijke eindtijd-soldaten moeten wij deze machtige onderdelen van de geestelijke wapenrusting, die God ons gegeven heeft, 'TER HAND NEMEN of OPNEMEN' - aanvaarden of accepteren - en ze gebruiken om in ons leven 100 procent overwinning over heel de macht van de vijand te behalen.

Het schild dat de Romeinse soldaat meenam het slagveld op was een groot rechthoekig of ovaal stuk hout, bedekt met linnen en dierehuid en omwonden of beslagen met ijzer. Het was zo groot dat het het hele lichaam bedekte. Geen enkel deel van het lichaam bleef ongedekt. Het schild diende niet om een bepaald onderdeel van het lichaam te verdedigen, zoals de andere onderdelen van de wapenrusting. De soldaat gebruikte het schild om zijn hele lichaam te beschermen en te beschutten. In de opmars naar de vijand hield hij het schild omhoog om zich te beschermen. Het was vaak zo dat twee soldaten zij aan zij vochten en hun twee schilden vormden te samen een sterke verdediging.

Het schild was het meest gewaardeerde en op prijs gestelde onderdeel van de wapenrusting dat de soldaat had. Voor de soldaten gold het als een grotere schande als zij hun schild in de strijd verloren, dan wanneer zij hun stellingen op het slagveld aan de vijand moesten laten. Zij lieten het nooit achter.

Paulus drong er bij christenen op aan dat zij in hun worsteling en strijd tegen de overheden en wereldbeheersers - de machtige strijdkrachten der boosheid - boven alles (of bij dit alles) het schild des geloofs moesten NEMEN.

Het geloof waar Paulus in dit vers over sprak, was sterk genoeg om 'alle brandende pijlen van de boze mee te doven' (Efeziers 6:16), en het was geen passief geloof, dat gebaseerd was op leerstellingen. Het was geen 'dood' geloof, dat de gelovige op non-actief hield en niet tot actie prikkelde. Het was geen geloof dat voortkwam uit het natuurlijke denken. Het schild des geloofs waar Paulus over sprak, was een bovennatuurlijk geloof, een overwinnend geloof, een geloof dat handelend optrad!

Gewapend met dit bovennatuurlijk geloof, dat God geeft, bent u onkwetsbaar voor satans aanvallen. U kunt daarmee niet alleen ALLE brandende pijlen, die satan op u afschiet, weerstaan en afketsen, maar u kunt zelfs de vlammen doven om te voorkomen, dat zij om zich heen grijpen.

In de oudheid gebruikten legers dikwijls vurige pijlen als projectielen. Deze pijlen waren gemaakt van riet, waarvan de top gedoopt was in brandbaar materiaal. Ze werden aangestoken en afgeschoten naar het leger van de vijand. De geschiedenis verhaalt, dat er eens een soldaat is geweest die maar liefst 220 brandende pijlen telde, die in zijn schild vastzaten.

De 'vurige pijlen', die satan op christenen afschiet, zijn gericht op hun denken. Begeerte, hebzucht, verzoekingen van het vlees, trots, hoogmoed, haat, angst, en ongeloof, waarmee hij ons denken probeert aan te vallen, zijn als vurige pijlen. Om al deze 'vurige pijlen' te doven moeten wij ons geloof inschakelen. Wij moeten ons geloof in God tonen en verwachten dat Hij ons zal verlossen.

Veel christenen zijn zwak, omdat zij zich verlaten op hun eigen geloof om de vijand te bestrijden en te weerstaan. Het geloof dat van ons VEROVERENDE soldaten maakt, is het geloof van Jezus Christus, dat wij van God krijgen. De mens is in zijn eigen beperkte vermogen en zijn gevallen menselijke natuur niet in staat het geloof dat voor zijn redding nodig is, te produceren. Geloof is het geschenk van God, dat Hij plaatst in het hart van hen die Christus als de Zoon van God erkennen en hun wil aan Hem overgeven. "Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God." (Efeziers 2:8)

Geloof is een bovennatuurlijke kracht van God, die in het hart van de mens ontstaat, als hij het geschreven Woord hoort en het Levende Woord, Jezus Christus, in zijn leven ontvangt. Jezus en het Woord kunnen niet gescheiden worden. Jezus is het Woord. Als iemand het Woord 'hoort' - ontvangt (of het vindt ingang) - in zijn geest, ontvangt hij geloof. "Zo is dan het geloof uit het horen, en het horen door het Woord van Christus." (Romeinen 10:17)

De Apostel Paulus roemde niet in zijn eigen geloof. Hij zei:"... voor zover ik nu (nog) in het vlees leef, leef ik door het geloof in (Statenvertaling: van) de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en Zich voor mij heeft overgegeven." (Galaten 2:20) Het is door Christus' geloof in ons dat wij sterk en onwrikbaar kunnen staan, als er beproevingen en verdrukking komen. Het is Christus' geloof in ons dat een machtig schild vormt, ons beschermt en alle brandende pijlen van satan dooft. Het is Christus' geloof in ons dat ons niet alleen onkwetsbaar maakt tegenover satans aanvallen, maar ons ook de kracht heeft gegeven om de wereld te overwinnen.

In de Griekse grondtekst staat het werkwoord in de verleden tijd. Ons geloof in de Here Jezus Christus is de overwinning die de wereld reeds overwonnen HEEFT. De overwinning is reeds behaald.

Voor Hij naar het kruis ging, zei Jezus tegen Zijn discipelen:"... houdt goede moed; Ik heb de wereld reeds overwonnen." (Johannes 16:33) Hij zei niet:'Nog een paar dagen en dan zal Ik de wereld overwinnen', of 'Ik zal de wereld overwinnen'. Hij zei:"Ik heb de wereld overwonnen." Hij stelde Zijn geloof in het feit dat de Almachtige God, Die Hem naar de aarde gezonden had om de werken van de duivel te verbreken, zou doen wat Hij beloofd had.

Met het geloof als een schild voor zich uit trok Jezus ten strijde. Hij onderging de pijn en het lijden van het kruis vol geloof in de wetenschap dat God met Hem was (Johannes 13:3). Hij onderging de dood en het graf vol geloof, wetende, dat het graf Hem niet kon vasthouden. Hij wist, dat de Vader Hem op de derde dag zou opwekken (Johannes 2:19). Hij stond oog in oog met satan en versloeg hem vol geloof, wetende, dat satan buitengeworpen zou worden en dat Hij als overwinnaar over de dood, de hel en het graf zou opstaan (Johannes 12:31). Hij stond tegenover satan en versloeg hem vol geloof, wetende, dat Hij zou terugkeren naar de Vader (Johannes 13:3), waar Hij uitermate verhoogd zou worden en de Naam zou ontvangen die is boven alle namen.

"Met Christus ben ik gekruisigd, en toch leef ik, (dat is), niet meer mijn ik, maar Christus leeft in mij. En voor zover ik nu nog in het vlees leef, leef ik door het geloof in de Zoon van God."

"Die door het geloof koninkrijken onderworpen, gerechtigheid geoefend, de vervulling der belofte verkregen hebben, muilen van leeuwen dichtgesnoerd, de kracht van het vuur gedoofd hebben. Zij zijn aan scherpe zwaarden ontkomen, in zwakheid hebben zij kracht ontvangen, zij zijn in de oorlog sterk geworden en hebben vijandige legers doen afdeinzen."

Hebreeen 11:33-34

ZIE UW STRIJD ONDER OGEN MET HETZELFDE SCHILD DES GELOOFS

ALS JEZUS GEBRUIKTE OM SATAN TE VERSLAAN.

Wanneer u het schild des geloofs - wat Christus' geloof is, dat Hij u geeft - opneemt en ten strijde draagt, zult u ook kunnen zeggen: 'ik heb de wereld overwonnen!'. U zult al uw omstandigheden vol geloof tegemoet kunnen treden en weten, dat God u de overwinning reeds heeft geschonken in Jezus. Al satans vurige pijlen zullen u niet kunnen deren, omdat u bedekt en beschermd zult zijn door dit machtige schild.

Als satan uw lichaam met ziekte of pijn aanvalt, zult u uw schild des geloofs kunnen opheffen, wetende, dat satan verslagen is en dat u door de striemen die Jezus op Zich genomen heeft, reeds genezen en verlost bent uit diens hand. Met dit schild in de hand zult u niet alleen onkwetsbaar zijn tegenover satans aanvallen, u zult ook ten strijde kunnen trekken en gebieden van uw leven en het leven van uw vrienden en geliefden, waar satan bolwerken heeft opgezet, kunnen veroveren.

De Bijbelse 'geloofshelden' waren gewone mensen als u en ik. Wanneer u hun leven bestudeert, zult u zwakheden en mislukkingen ontdekken. U zult voorbeelden vinden van hun angst en hun falen. Maar door het geloof werden zij sterk gemaakt! Door het geloof werden zij moedig, dapper en sterk in de strijd! Door het geloof versloegen zij hun vijanden en dreven zij hen het land uit!

Het is Gods plan voor u dat u ditzelfde machtige, VEROVERENDE geloof bezit! Er zijn tegenwoordig in de wereld vele grote mannen en vrouwen des geloofs. Misschien heeft u naar hun leven gekeken en gedacht:'Zo'n groot geloof kan ik toch nooit hebben.' Of misschien heeft u gezegd:'Ik wou dat ik zo'n groot geloof had.' In uw eigen ogen lijkt uw geloof misschien zwak en klein in vergelijking met deze grote mannen en vrouwen van God.

"Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke voor Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods." Hebreeen 12:2

Als de problemen en zorgen van dit leven u lijken te overstelpen, denkt u misschien:'Als mijn geloof nu maar sterker was, zou ik deze strijd kunnen winnen!' U uit misschien dezelfde schreeuw als de discipelen, die riepen:"Here, geef ons meer geloof" (Lucas 17:5). Als u het machtige OVERWINNENDE geloof wilt hebben waarmee u uw vlees, de wereld en satan overwinnen kunt, moet u het niet verwachten van de mens of menselijke methodes om geloof te produceren. U moet het niet verwachten van positief denken, of het van buiten leren en telkens herhalen van Bijbelteksten of een positieve 'belijdenis'.

U moet aan alles voorbijzien en slechts zien op Jezus, Die de bron van geloof is ... Die de 'leidsman en voleinder' van uw geloof is. Nadat hij al deze grote mannen en vrouwen had opgenoemd en wat zij door het geloof bereikt hadden, zei Paulus:"... ons oog daarbij (alleen) gericht op, de leidsman en voleinder des geloofs ..." (Hebreeen 12:2). Als u VEROVEREND geloof wilt, waarmee u alle brandende pijlen van satan kunt doven, moet u zien op Jezus.

Van alle grote mannen en vrouwen van geloof - Henoch, Noach, Sara, Mozes - die Paulus opnoemde, wees hij toen op Jezus als het allergrootste voorbeeld van een volmaakt geloof. Jezus leefde in Zijn vlees een leven van geloof. Hij bezat een sterk, onvoorwaardelijk vertrouwen en geloof in de Vader. Hij stelde geloof in het feit dat de Vader in Hem was. Zijn geloof was erop gebaseerd dat Hij wist, dat God in Hem was en Zijn werken door Hem heen aan het doen was.

Door het geloof in het Woord versloeg Jezus satan in de woestijn. Door het geloof deed Hij wonderen - genas Hij blinden en doven en wekte Hij doden op. Door het geloof verkondigde Hij de woorden des levens. Door het geloof vertrouwde Hij Zich aan God toe in de Hof van Eden. Door het geloof verdroeg Hij de helse pijn aan het kruis. Door het geloof versloeg Hij satan. Hij steeg als overwinnaar over satan en al zijn boze overheden en machten op uit het graf, en zit nu aan de rechterhand van de Vader in een positie van allerhoogste macht en autoriteit!

Het pleit is beslecht. Jezus heeft de wereld overwonnen! Door Zijn overwinning over satan is Hij de 'Leidsman' - de bron - van uw geloof geworden. In Hem heeft u geloof. Het is door Hem en door Zijn aanwezigheid in u, dat uw geloof groeit. Door te 'blijven' in Hem door voortdurende gemeenschap en omgang, en doordat Zijn woorden in u blijven, die u kneden en omvormen naar Zijn beeld, heeft u toegang tot Zijn geloof zodat kunt 'vragen wat u maar wilt en het zal u geworden' (Johannes 15:7).

In Hem heeft u toegang tot hetzelfde VEROVERENDE geloof waar Hij satan mee kon verslaan - om de zieken mee te genezen, blinde ogen en dove oren te openen, het 'evangelie des vredes' mee te verkondigen, uw lichaam te stellen als een levend, heilig en welgevallig offer, elke beproeving en verzoeking te ondergaan en te verdragen, en zelfs de dood te ondergaan, omdat u weet, dat Hij zal opwekken!

Jezus is niet alleen de 'Leidsman' van ons geloof, Hij is ook de 'Voleinder' van ons geloof. Het Griekse woord dat Zijn werk als 'voleinder' beschrijft, betekent: 'tot volle wasdom brengen, volwassen worden'.

Uw overwinning over de wereld, het vlees en de duivel is niet afhankelijk van een geloof dat u op een of andere wijze zelf kunt produceren. Wel is het afhankelijk van Christus' geloof, dat reeds in u is. Jezus heeft Zijn geloof in u geplaatst en Hij is het ook die ervoor zal zorgen, dat uw geloof groeit. Als u ermee doorgaat het geloof in Zijn beloften, dat Hij u gegeven heeft, te gebruiken, zal Hij uw geloof versterken en ontwikkelen, tot het volmaakt is en tot volle wasdom komt.

Gods plan is dat u "opgroeit in Hem (of: naar Hem (=Christus) toe) in alle dingen" (Efeziers 4:15). Zijn plan is, dat u al uw strijd voert met hetzelfde machtige 'schild des geloofs' in de hand als Jezus gebruikte om satan te verslaan!

"Maar laten wij, die de dag toebehoren, nuchter zijn, toegerust met het harnas van geloof en liefde en met de helm van de hoop der zaligheid; want God heeft ons niet gesteld tot toorn, maar tot het verkrijgen van zaligheid door onze Here Jezus Christus." 1 Tessalonicenzen 5:8-9

ZET DE HELM DER REDDING OP.

Er is nog een machtig onderdeel van de geestelijke wapenrusting, waar God voor u in voorzien heeft om u onoverwinnelijk te maken - de helm der redding.

De helm moet altijd gedragen worden. Hij verdedigde het hoofd van de soldaat, wat het makkelijkste getroffen kan worden van het hele lichaam. Met de helm op het hoofd om het te beschermen tegen dodelijke wonden, kon de soldaat het hoofd overeind houden en kalm rondkijken om de bewegingen van de vijand te observeren. Met de zekerheid dat zijn hoofd beschermd was, kon hij zich concentreren op alles, wat binnen zijn vermogen lag, om de strijd te winnen. De helm maakte hem moedig en onbevreesd in de strijd, al laaide deze ook nog zo hoog op.

Maar de soldaat die met een onbedekt hoofd de strijd inging, zonder helm als bescherming, was zwak en laf. Hij kon zich niet concentreren op het winnen van de strijd, omdat hij voortdurend bevreesd was gewond te raken of gedood te worden.

De helm waar God in voorzien heeft en die ons beschermt en sterkt tegen satans aanvallen op onze geest, is de 'hoop der redding'.

Het doel van satan met al zijn misleidingen, verzoekingen en aanvallen op ons geloof, is dat wij God de rug zouden toekeren en tenslotte ook nog onze rechtschapenheid tegenover God zouden kwijtraken. Hij probeert ons te verzwakken door twijfel aangaande onze redding in ons hart te zaaien, waardoor wij onze hoop op eeuwig leven zouden verliezen.

Als wij zekerheid hebben over onze uiteindelijke overwinning over satan door Christus, Die in ons is, kunnen wij moedig vechten, hoe fel satan ook aanvalt (Psalm 60:14). In het vertrouwen op God, dat Hij hem zou verlossen, kon David triomfantelijk zeggen:"En nu heft mijn hoofd zich op boven mijn vijanden rondom mij ..." (Psalm 27:6) Met de 'hoop der redding' als helm op het hoofd om onze geest mee te beschermen, kunnen wij onbevreesd en moedig ons hoofd tijdens de strijd opheffen, wetende, dat onze verlossing genaakt (Lucas 21:28). Dan kunnen wij al onze energie concentreren op het winnen van de oorlog.

Jesaja profeteerde over de komende Messias:"Hij zag, dat er niemand was, en Hij ontzette Zich, omdat niemand tussenbeide trad. Toen bracht zijn arm Hem hulp en zijn gerechtigheid ondersteunde Hem. Hij bekleedde Zich met gerechtigheid als met een pantser en de helm des heils was op zijn hoofd ..." (Jesaja 59:16-17).

Christus kwam naar de aarde en droeg de helm des heils. Hij is onze hoop op redding (1 Timoteus 1:1). Door Hem hebben wij hoop - een gunstige verwachting met vertrouwen - om alles te ontvangen wat in de beloften van God staat over onze redding.

Het is een bovennatuurlijke hoop, die ons gebracht wordt door de Heilige Geest. Paulus' gebed voor de Romeinen was:"De God nu der hope vervulle u met louter vreugde en vrede in uw geloof, om overvloedig te zijn in de hoop, door de kracht des heiligen Geestes." (Romeinen 15:13) Als wij de 'hoop der redding', die God ons door de Heilige Geest geeft, nemen als een helm, sterkt God onze geest en de hoop wordt dan een anker, dat ons sterk en standvastig houdt door de stormen, beproevingen en verzoekingen heen.

"Daarom heeft God, toen Hij des te nadrukkelijker aan de erfgenamen der belofte het onveranderlijke van zijn raad wilde doen blijken, Zich onder ede verbonden, opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die (tot Hem de) toevlucht genomen hebben, een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt. Haar hebben wij als een anker der ziel, dat veilig en vast, en dat reikt tot binnen het voorhangsel."

(Hebreeen 6:17-19)

De 'hoop der redding' is geen natuurlijke hoop met daarbij de mogelijkheid niet te ontvangen wat men begeert. Het is een bovennatuurlijke hoop, die wij ontvangen van de Heilige Geest, waarbij wij ons niet alleen met een grote verwachting kunnen verheugen op alles wat onze redding inhoudt, maar deze hoop sluit tevens de verzekering in, dat Gods plan en doel niet zullen veranderen en dat wij alles zullen ontvangen waar wij op gehoopt hebben.

Redding houdt meer in dan de onmiddellijke vergeving van onze zonden. Er hoort ook rechtvaardiging bij, heiliging, verlossing uit de macht der zonde en bevrijding van ziekte. Bovendien alle zegeningen die God de mens door de Heilige Geest gegeven heeft.

Behalve deze zegeningen van redding, die ons nu toebehoren, hebben wij als onderdeel van onze hoop op redding ook nog:

* De HOOP van Zijn roeping (het vooruitzicht voor al degenen die ingaan op Gods roepstem) - Efeziers 1:18

* De HOOP der gerechtigheid (rechtschapenheid tegenover God bij de komst van de Heer) - Galaten 5:5

* De HOOP van het Evangelie (de vervulling van alle beloften in het Woord) - Kolossenzen 1:23

* De HOOP op de 'heerlijkheid' Gods, de 'Doxa', op alles wat God heeft en is - Romeinen 5:17, Kolossenzen 1:27

* De gezegende HOOP van Christus' verschijning - Titus 2:13

* De HOOP der opstanding en bijeenroeping van de heiligen in de lucht bij Christus' wederkomst -

1 Tessalonicenzen 4:16

* De HOOP op ontkoming aan de toorn Gods, die op de aarde zal worden uitgegoten - 1 Tessalonicenzen 1:10

* De HOOP op het eeuwige leven - Titus 3:7

Het was door de hoop der redding dat de eerste christenen niet versaagden of het opgaven, terwijl zij vervolgd, gemarteld en gedood werden. Gods plan is ons standvastig en sterk te maken tijdens en door de strijd, door ons 'hoop op redding' te schenken, als noodzakelijk en wezenlijk onderdeel van onze geestelijke wapenrusting, die ons ONKWETSBAAR maakt tegenover satans aanvallen.

Als geestelijke eindtijd-soldaat moet u de GEHELE wapenrusting Gods aan hebben, met inbegrip van de helm der redding. Om u te bedekken met de 'hoop der redding', moet u zichzelf onderwerpen aan discipline om het Woord te kennen, om het geschreven Woord in uw geest te ontvangen, om het Woord te overpeinzen en in geloof op de beloften van God te handelen.

Paulus zei tegen de Romeinen:"Al wat namelijk tevoren geschreven is, werd tot ons onderricht geschreven, opdat wij in de weg der volharding en van de vertroosting der Schriften de hoop zouden vasthouden." (Romeinen 15:4)

Als een goede soldaat moet u altijd bereid zijn te vertellen over de hoop die in u is ... "... altijd bereid tot verantwoording aan al wie u rekenschap vraagt van de hoop, die in u is, doch met zachtmoedigheid en vreze ..." (1 Petrus 3:15).

Als een goede soldaat moet u uw hoop 'vasthouden' tot het einde ... "... Christus als Zoon over zijn huis. Zijn huis zijn wij, indien wij de vrijmoedigheid en de hoop, waarin wij roemen, (tot het einde onverwrikt) vasthouden." (Hebreeen 3:6)

"Want het Woord Gods is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard en het dringt door, zo diep, dat het vaneenscheidt ziel en geest, gewrichten en merg, en het schift overleggingen en gedachten des harten." Hebreeen 4:12

WIJ MOETEN HET ZWAARD DES GEESTES NEMEN EN SATAN TEGEMOET TREDEN.

Het onderdeel van de wapenrusting dat de soldaat tenslotte nog nodig had, voordat hij volledig uitgerust was voor de strijd, was het zwaard. Nadat hij zijn wapenrusting aangedaan had als bescherming en verdediging, reikte zijn wapendrager hem zijn zwaard aan, waarmee hij de vijand zou verslaan.

Het Romeinse zwaard waar Paulus over sprak, was het korte, tweesnijdende, steek- en slagwapen, dat gebruikt werd door de zwaar bewapende soldaat. Als hij sprak over het 'Woord van God', had hij het niet over de hele Bijbel, hij sprak van het 'Rhema', een woord of Bijbeltekst, tot uw hart en denken gesproken door de Heilige Geest. En dit Rhema, een woord door God rechtstreeks tot u gesproken, wordt een machtig wapen in uw mond. Het geloof dat u nodig heeft, komt erbij en als u het uitspreekt, zal het de bolwerken van de vijanden vernietigen.

Het zwaard, het 'Rhema' Woord, is een machtig, sterk wapen waar God in voorzien heeft, en maakt ons niet alleen ONKWETSBAAR voor satans aanvallen, maar bovendien maakt het ons mogelijk een vijand te overwinnen die reeds verslagen is. Het is het zwaard dat de Geest hanteert!

Het Woord wordt een tweesnijdend zwaard, door de Geest gebruikt om satans misleidingen en de zonde in ons leven aan de kaak te stellen. Wij kunnen niet vertrouwen op ons hart en denken. Heel vaak kunnen wij de haarden van zonde - zaad van ongeloof, bitterheid, haat, jaloezie - niet zien; zij zitten verborgen in ons hart. Het is veel gemakkelijker de zonden in andermans leven te zien. "Arglistig is het hart en uitermate slecht: wie kan het kennen (waarnemen, verstaan, bekend zijn met zijn eigen hart en denken)?" (Jeremia 17:9; De Uitgebreide Vertaling)

De Heilige Geest spreekt door het Woord, snijdt diep in en dringt door tot diep in het hart en legt de zonde die daar ligt bloot. U ontvangt het Woord en heeft berouw, en de Geest snijdt en verwijdert die zondige gedachten, begeerten van het vlees en verborgen zonden uit uw hart. Met het 'Rhema' Woord is de Heilige Geest bezig in het leven van Gods volk te werken om het te reinigen en alle zonde uit te zuiveren en teniet te doen.

Als geestelijke eindtijd-soldaat moet u het zwaard oprapen en de Heilige Geest toestaan alle zonde en de dode werken uit uw leven weg te snijden. Dat kan alleen door het geschreven Woord in uw geest te ontvangen. Lees het Woord niet alleen, leer het niet alleen maar van buiten. Voor u uw Bijbel opent en begint te lezen, vraagt u de Heilige Geest u de waarheid te openbaren, en elke zonde in uw leven bloot te leggen. Sta open voor wat de Geest openbaart en wees gehoorzaam. Heb berouw en put uit de Heilige Geest om in de overwinning te wandelen.

Als een machtige strijder, volledig toegerust voor de strijd, trad Jezus op satan toe en versloeg hem door het zwaard des Geestes te gebruiken. Jesaja profeteerde over Hem:"Want hij zal de geringen in gerechtigheid richten en over de ootmoedigen des lands in billijkheid rechtspreken, maar hij zal de aarde slaan met de roede zijns monds en met de adem zijner lippen de goddeloze doden." (Jesaja 11:4)

Johannes zag Jezus' wederkomst in een visioen. De hemelen waren geopend en hij zag Christus neerdalen op een wit paard. "En Hij was bekleed met een kleed, dat in bloed geverfd was, en zijn naam is genoemd: het Woord Gods." (Openbaring 19:13) De hemelse legerscharen volgden Hem op witte paarden. "En uit zijn mond kwam een scherp zwaard, om daarmede de heidenen te slaan. En Hijzelf zal hen hoeden met een ijzeren staf ..." (Openbaring 19:15).

Het is Gods plan, dat Zijn Woord de hoogste autoriteit op aarde zal zijn. Het is Gods Woord dat zondaars zal oordelen, wanneer zij voor Christus staan. Bij Zijn tweede komst zal Jezus de bozen doden door de kracht van Zijn woorden!

Tijdens Zijn leven op aarde ging Jezus, als een machtige strijder die het zwaard in de strijd hanteerde, de confrontatie met satan aan en versloeg Hij hem. Aangezien Hij wist, dat Hij aangesteld, uitgezonden en gezalfd was door God om de werken van de duivel te VERBREKEN, ging Hij deze confrontatie aan, waar Hij de werken van de duivel ook maar tegenkwam, en oefende Hij autoriteit over hem uit door het Woord te spreken. De woorden die uit Zijn mond kwamen, waren krachtige, dodelijke wapens, die doel troffen en satan uitdreven. Boze geesten stonden machteloos tegenover Hem. Met slechts een woord uit zijn mond wierp Jezus ze uit! Overal waar Jezus ging, bood Hij de macht van de vijand het hoofd, sprak Hij het Woord en vernietigde Hij satans bolwerken in het leven van de mensen.

Jezus GING DE CONFRONTATIE AAN en versloeg satan door het Woord te spreken. Het is Gods plan, dat u hetzelfde zult kunnen doen. Zijn plan is, dat u DE CONFRONTATIE kunt AANGAAN, waar u de vijand ook tegenkomt, en door het Woord te spreken zijn bolwerken VERNIETIGT en hem OVERWINT in de kracht en autoriteit van de Heilige Geest!

God heeft Zijn Woord op aarde gezonden en het zal niet ledig tot Hem wederkeren. Het is Zijn plan, dat Zijn Woord IN u is, en als u het uitspreekt, zal het een machtig wapen worden, dat de vijand uit uw leven en omstandigheden uitdrijft.

Zoals een soldaat nooit ongewapend ten strijde trok - zonder zwaard of geweer - mag u nooit de vijand tegemoet treden zonder het sterke, almachtige Woord van de levende God op te rapen, dat de hoogste autoriteit op aarde is.

"En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus, zodat ook zweetdoeken of gordeldoeken van zijn lichaam aan de zieken gebracht werden en hun kwalen van hen weken en de boze geesten uitvoeren." Handelingen 19:11-12

DOOR GELOOF IS ER ALTIJD EEN WONDER MOGELIJK.

In deze Bijbeltekst zien wij het bewijs van een 'speciaal wonder', dat God gebruikte om zieken te genezen die niet naar een samenkomst konden komen voor gebed. Er werden doeken van Paulus genomen ... doeken die hij gedragen had of bij zich had ... doeken die hij aangeraakt had of waar hij de handen op had gelegd ... en deze werden dan naar de zieken gebracht. Gods kracht werd zo sterk van Paulus op de doeken en vervolgens op de zieken overgedragen dat er onmiddellijk genezing was ... ziekten weken en demonen voeren uit ... er gebeurde een wonder!

Degenen die de doeken naar de zieken brachten, gebruikten hun geloof, als zij zoiets buitengewoons deden. Dit was een nieuwe ervaring ... een nieuw gebruik ... een nieuwe toebedeling. Er was een groot geloof nodig om de gewenste genezing te bewerken. Er was een sterk GELOOF nodig. DOOR GELOOF IS ER ALTIJD EEN WONDER MOGELIJK.

Misschien vraagt u zich af, of zo'n wonder nog steeds mogelijk is. Misschien kent u iemand die gebed nodig heeft ... iemand die te ver weg is om te bezoeken ... iemand die u kent en die een machtige aanraking van God nodig heeft in zijn of haar lichaam, of emoties, of in een geestelijke nood hulp behoeft. Maar tegelijkertijd vraagt u zich af, of u het geloof heeft van een Paulus of van degenen die de doeken van hem naar anderen brachten.

Soms gebeurt het, dat God iemand een extra hoeveelheid geloof geeft, meer dan het gewone geloof, om God te geloven voor een groot wonder van genezing of bevrijding ... en er geschiedt een wonder. Waar geloof is, hoe klein ook, kan er altijd een wonder gebeuren! Als er werkelijk geloof in ons hart woont en blijft, hoe weinig ook, zal God dat geloof naar gelang de nood vermenigvuldigen ... en dan IS ER NIETS ONMOGELIJK.

U hoeft niet te worstelen om het geloof om God te bereiken voor het wonder, dat u nodig hebt. Zie maar in Zijn Woord dat het zo is. Weet, dat, toen u Christus in uw leven ontving, u geloof ontving als een geschenk van God (Efeziers 2:8). Dat is al het geloof dat u nodig hebt. Gebruik dat geloof ... verwacht, dat, als u bidt met een stuk stof of een zakdoek ... net als in de bovenaangehaalde Bijbeltekst ... Gods genezende kracht door u heen en in dat stuk stof zal stromen. En als de persoon die Gods genezende aanraking nodig heeft, dat stuk stof aanraakt, geloof dat het dan geschiedt.

Alles wat er nodig is, is dat u beschikbaar bent ... dat u gehoorzaam bent ... en u zult de wondervolle ervaringen uit het boek Handelingen (de Gemeente uit het Nieuwe Testament) zien gebeuren, en net zo werkelijk zien plaatsvinden in uw leven ... in uw dagen ... als tweeduizend jaar geleden.

"Toen zeide Mozes tot God: Ik ben, die Ik ben. En Hij zeide: Aldus zult gij tot de Israelieten zeggen: Ik ben heeft mij tot u gezonden." Exodus 3:14

ER GEBEUREN WONDEREN, OMDAT GOD IS!

Als u opgewassen wilt zijn tegen de beproevingen en verzoekingen van het leven van alle dag, moet u geloven, dat God een God van wonderen is. U moet zo'n vertrouwen in een God van wonderen kunnen hebben, dat zelfs de 'onmogelijke' omstandigheden van het leven u niet zullen ontmoedigen en u tot wanhoop en moedeloosheid zullen brengen. U moet zo sterk zijn in uw geloof, dat u zonder ook maar de minste twijfel weet, dat God een ontsnappingsplan met wonderen en overwinning heeft voor elke situatie die satan tegen u probeert te gebruiken.

Toen God Mozes uitzond om de kinderen Israels uit de slavernij van Egypte uit te leiden, vreesde Mozes, dat de Israelieten hem niet zouden geloven. Hij vroeg God:"Wie zal ik zeggen dat mij gezonden heeft?" Gods antwoord was diepzinnig: Zeg hun ... IK BEN heeft u gezonden!

Er zijn zoveel mensen die geloof en vertrouwen hebben in wat Jezus kon, toen Hij hier op aarde was, en in wat Hij in de toekomst zal kunnen doen. En toch zien zij Hem niet als het NU TEGENWOORDIGE Levende Woord ... de IK BEN God die Hij werkelijk is.

Marta had hetzelfde probleem, zelfs toen Jezus nog hier op aarde was. Toen, volgens het elfde hoofdstuk van het Johannes evangelie, Jezus naar Betanie kwam, waar Zijn vriend Lazarus gestorven was, verweet Marta Jezus:"Here, indien Gij hier geweest waart, zou mijn broeder niet gestorven zijn." (Johannes 11:21) Jezus verzekerde de diep-bedroefde zuster van Lazarus, dat deze opgewekt zou worden. Marta zei:"Ik weet, dat hij zal opstaan bij de opstanding ten jongsten dage," (vers 23), maar dat bedoelde Jezus niet. Jezus, het Levende Woord, was NU ter plekke.

"Jezus zeide tot haar: Ik ben de opstanding en het leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al is hij gestorven." Johannes 11:25

Marta zei tegen Jezus, dat Hij Lazarus vroeger had kunnen genezen of hem in de toekomst kon opwekken. Maar Jezus zei tegen haar:"Marta, IK BEN op dit moment hier om de nood op te lossen. Weet je nog ... IK BEN!"

Jezus zei tegen Marta, dat er geen dag van wonderen bestond ... geen dag van wonderen IN HET VERLEDEN, en geen dag van wonderen IN DE TOEKOMST, maar dat er alleen een GOD VAN WONDEREN was, elke dag en in elk tijdperk, Die de macht bezat wonderen te doen en de nood van mensen die een wonder nodig hebben, op te lossen. GOD IS. Zijn Woord IS. God heeft nooit een begin gehad en zal nooit een einde hebben. Hij was nooit; Hij zal nooit zijn; Hij IS ALTIJD. Waar wij in geloven ... ons vertrouwen in stellen ... is een God Die een wonder-werkende macht bezit, Die leeft, elke dag en in elke tijd. De dagen van wonderen zijn nooit opgehouden, omdat de God van wonderen nooit gestorven is. Strek u nu naar Hem uit voor het wonder dat u nodig hebt. Stel uw vertrouwen op God, de IK BEN!

(plaatje pag. 356 O.T.)

"En Jerubbaal - dat is Gideon - stond in de vroegte op met al het volk dat bij hem was, en zij legerden zich bij de bron Charod; de legerplaats van Midjan lag ten noorden van hem, gezien van de heuvel More, in de vlakte. En de HERE zeide tot Gideon: Er is te veel krijgsvolk bij u dan dat Ik Midjan in hun macht zou geven; anders zou Israel zich tegen Mij kunnen beroemen, zeggende: mijn eigen hand heeft mij verlost. Nu dan, roep ten aanhoren van het volk: wie bang is en beeft, kere terug en sluipe weg van het gebergte Gilead. Toen keerden er tweeëntwintigduizend van het krijgsvolk terug en er bleven tienduizend over. Maar de HERE zeide tot Gideon: Nog is er te veel krijgsvolk; doe het afdalen naar het water, dan zal Ik hen daar voor u schiften. Ieder van wie Ik u zeggen zal: deze zal met u gaan, die zal met u gaan, maar ieder van wie Ik u zeggen zal: deze zal niet met u gaan, die zal niet gaan. Toen deed Gideon het volk afdalen naar het water, en de HERE zeide tot hem: Al wie met zijn tong het water opslurpt als een hond, die zult gij afzonderen van al degenen, die op hun knieen gaan liggen om te drinken. Het getal nu van hen die slurpten met de hand aan de mond, bedroeg driehonderd man, maar al het overige volk ging op de knieen liggen om water te drinken.

Toen zeide de HERE tot Gideon: Door de driehonderd mannen, die geslurpt hebben, zal Ik u verlossen: Ik zal Midjan in uw macht geven; maar al het overige volk kan heengaan, ieder naar zijn woonplaats. Daarop namen zij de teerkost en de horens van dit volk met zich mee; en alle mannen van Israel liet hij heengaan ieder naar zijn tent, maar die driehonderd mannen hield hij bij zich. De legerplaats nu van Midjan lag beneden hem in de vlakte.

In die nacht zeide de HERE tot hem: Sta op, val de legerplaats binnen, want Ik heb die in uw macht gegeven. Indien gij echter bevreesd zijt om die binnen te vallen, daal dan met uw dienaar Pura af naar de legerplaats; dan zult gij horen wat zij zeggen; daarna zullen uw handen gesterkt worden en zult gij de legerplaats binnenvallen. Toen daalde hij met zijn dienaar Pura af tot aan de voorposten van de strijdmacht in de legerplaats. Midjan nu en Amalek en al de stammen van het Oosten lagen in de vlakte, talrijk als sprinkhanen, en hun kamelen waren ontelbaar, talrijk als het zand aan de oever der zee. Toen Gideon aankwam, vertelde juist een man een droom aan zijn makker en zeide: Ik heb een droom gehad; zie, een gerstebroodkoek rolde de legerplaats van Midjan binnen, kwam tot aan de tent, stootte hem om, zodat ze neerviel, en keerde ze onderstboven, en daar lag de tent. Toen antwoordde zijn makker en zeide: dit is niet anders dan het zwaard van Gideon, de zoon van Joas, de Israeliet; God heeft Midjan en de gehele legerplaats in zijn macht gegeven.

Zodra Gideon het verhaal van de droom en de uitlegging daarvan gehoord had, boog hij zich in aanbidding neder; daarop keerde hij terug naar de legerplaats van Israel en zeide: Staat op, want de HERE heeft de legerplaats van Midjan in uw macht gegeven. Toen verdeelde hij de driehonderd man in drie groepen en gaf hun allen horens en ledige kruiken in de hand met fakkels binnen in de kruiken. En hij zeide tot hen: Gij moet op mij letten en doen als ik. Zie, wanneer ik aan de buitenrand van de legerplaats gekomen ben, doet dan als ik: wanneer ik op de hoorn blaas met allen die bij mij zijn, dan moet ook gij op de horens blazen rondom de gehele legerplaats, en roepen: Voor de HERE en voor Gideon!

Gideon nu en de honderd mannen die bij hem waren, kwamen aan de buitenrand van de legerplaats bij het begin van de middelste nachtwake, toen men juist de wachtposten had uitgezet. Toen bliezen zij op de horens, terwijl zij de kruiken stuksloegen, die zij in de hand hadden. Zo bliezen de drie groepen op de horens, braken de kruiken stuk en hielden in de linkerhand de fakkels en in de rechterhand de horens om te blazen en riepen: Het zwaard van de HERE en van Gideon! Daarbij bleven zij staan, ieder op zijn plaats, rondom de legerplaats, maar het gehele leger ging op de loop en vluchtte al schreeuwend. Terwijl nu de driehonderd op de horens bliezen, richtte de HERE in de gehele legerplaats het zwaard van de een tegen de ander, en het leger vluchtte tot Bet-Hassitta, in de richting van Serera tot aan de oever van Abel-Mechola boven Tabbat.

Toen werden de mannen van Israel bijeengeroepen uit Naftali en uit Aser en uit geheel Manasse en zij achtervolgden Midjan. Ook zond Gideon boden uit in het gehele gebergte van Efraim met de boodschap: Daalt af de Midjanieten tegemoet, en snijdt hun tot aan Bet-Bara de overtocht af over het water, over de Jordaan. Toen werden alle mannen van Efraim bijeengeroepen en sneden hun tot aan Bet-bara de overtocht af over het water, over de Jordaan, en zij namen twee vorsten van Midjan gevangen, Oreb en Zeeb. Oreb doodden zij op de rots Oreb en Zeeb doodden zij in de perskuip Zeeb; en zij vervolgden Midjan; de hoofden van Oreb en Zeeb brachten zij Gideon aan de overzijde van de Jordaan.

Toen zeiden de mannen van Efraim tot hem: Wat is dit voor een handelwijze jegens ons, dat gij ons niet hebt opgeroepen, toen gij ten strijde trokt tegen Midjan? En zij maakten hem hevige verwijten. Maar hij antwoordde hun: Wat heb ik nu gedaan in vergelijking met u? Is de nalezing van Efraim niet beter dan de wijnoogst van Abiezer? In uw macht heeft God gegeven Oreb en Zeeb, de vorsten van Midjan; wat heb ik kunnen doen in vergelijking met u? Toen hij zo sprak, bedaarde hun toorn tegen hem.

Toen Gideon aan de Jordaan gekomen was, stak hij over met zijn driehonderd mannen, die ondanks hun vermoeidheid de vervolging voortzetten. En hij zeide tot de inwoners van Sukkot: Geeft toch enige broden voor de manschappen, die mij volgen, want zij zijn vermoeid, en ik achtervolg Zebach en Salmunna, de koningen van Midjan. Maar de vorsten van Sukkot zeiden: Hebt gij de handpalm van Zebach en Salmunna reeds in uw hand, dat wij brood aan uw leger zouden geven? Toen zeide Gideon: Hierom zal ik, wanneer de HERE Zebach en Salmunna in mijn macht geeft, uw lichamen met woestijndorens en distels dorsen. Vandaar nu trok hij naar Penuel, en hij zeide tot de inwoners van Penuel hetzelfde, maar dezen antwoordden hem, zoals de lieden van Sukkot gedaan hadden. Toen zeide hij tot de inwoners van Penuel: Wanneer ik behouden terugkeer, zal ik deze toren afbreken.

Intussen waren Zebach en Salmunna te Karkor met hun leger, ongeveer vijftienduizend man, alles wat van heel het leger van de stammen uit het Oosten overgebleven was; de gevallenen bedroegen honderdtwintigduizend mannen, die het zwaard konden voeren. Gideon nu trok op langs de weg der tentbewoners ten oosten van Nobach en Jogbeha en versloeg dit leger, terwijl het zich veilig waande. Zebach en Salmunna gingen op de vlucht, maar hij achtervolgde ze en nam de beide koningen van Midjan, Zebach en Salmunna, gevangen, terwijl hij het leger uiteenjoeg. Daarop keerde Gideon, de zoon van Joas, terug uit de strijd, langs de pas van Cheres; hij kreeg een jongeman in handen uit de inwoners van Sukkot, ondervroeg hem en deze schreef de vorsten en de oudsten van Sukkot voor hem op, zevenenzeventig mannen. Toen ging hij naar de inwoners van Sukkot en zeide: Zie, hier zijn nu Zebach en Salmunna, om wie gij mij gehoond hebt met de woorden: hebt gij de handpalm van Zebach en Salmunna reeds in uw hand, dat wij brood aan uw vermoeide mannen zouden geven? En hij nam de oudsten der stad en woestijndorens en distels, en gaf daarmee de inwoners der stad een gevoelige les; de toren van Penuel brak hij af en hij doodde de mannen der stad.

Voorts zeide hij tot Zebach en Salmunna: Waar zijn de mannen, die gij op Tabor gedood hebt? En zij antwoordden: Zij waren aan u gelijk, van gestalte ieder als een koningszoon. Toen zeide hij: Mijn broeders waren het, zonen mijner moeder! Zowaar de HERE leeft, indien gij hen in leven gelaten had, zou ik u niet doden. En hij zeide tot Jeter, zijn eerstgeborene: Sta op, dood hen. Maar de knaap trok zijn zwaard niet, omdat hij bang was, want hij was nog jong. Toen zeiden Zebach en Salmunna: Sta gij zelf op en stoot ons neer, want zoals de man is, is zijn kracht. Dus stond Gideon op, doodde Zebach en Salmunna en nam de maantjes, die hun kamelen aan de hals droegen.

De mannen van Israel nu zeiden tot Gideon: Heers over ons, zowel gij als uw zoon en uw kleinzoon, want gij hebt ons uit de macht van Midjan verlost. Doch Gideon antwoordde hun: Ik zal over u niet heersen en ook mijn zoon zal over u niet heersen, de HERE zal over u heersen. Voorst zeide Gideon tot hen: Een verzoek wil ik u doen. Ieder van u geve mij een ring uit zijn buit - omdat het Ismaelieten waren, hadden zij namelijk gouden ringen gedragen. Zij zeiden: Wij willen ze gaarne geven. En nadat men een mantel uitgespreid had, wierp ieder daarop een ring uit zijn buit. Het gewicht nu der gouden ringen, die hij gevraagd had, bedroeg zeventienhonderd gouden sikkels, afgezien van de maantjes, de oorhangers en de roodpurperen klederen, die de koningen van Midjan gedragen hadden, en afgezien van de kettinkjes, die hun kamelen aan de hals droegen. Gideon dan maakte daarvan een efod en plaatste die in zijn stad Ofra. Daar bedreef geheel Israel er overspelig afgoderij mee; hij werd voor Gideon en zijn huis tot een valstrik. Zo moest Midjan voor de Israelieten bukken en stak het hoofd niet weder op; toen had het land ten tijde van Gideon veertig jaar rust." Richteren 7:1-25, 8:1-28

WIJ KUNNEN ONZE WAPENRUSTING NOOIT AAN DE KANT LEGGEN.

Alvorens wij een studie maken van Gideons strategieen voor de strijd, is het goed als u bovenstaande Bijbelgedeelte helemaal en aandachtig doorleest. U moet, met het oog op de geestelijke strijd, een totaalbeeld hebben van de strijd die Gideon voerde; helaas kunnen wij echter door plaatsgebrek slechts een paar ter zake dienende gedeeltes behandelen.

Wij zien, dat in hoofdstuk 7, de verzen 2 en 3, de HERE zei tegen Gideon:"Er zijn te veel mannen bij u dan dat Ik Midjan in uw hand zou geven. Anders zou het volk tegen Mij kunnen roemen dat haar eigen kracht haar gered heeft, zeg tegen haar nu: Al wie beeft en bang is mag terugkeren ... .

Toen leidde de Heer het zo, dat het aantal van Gideons leger van tweeentigduizend gereduceerd werd tot driehonderd.

Toen Gideon de opdracht kreeg zijn leger te besnoeien, was de eerste richtlijn heel simpel. "Iedereen die beeft van angst mag zich omkeren en weggaan ..." (vers 3). Daarna vertrok meer dan twee-derde van het leger, 10.000 mannen bleven. De les die hierin ligt, is duidelijk: God kan geen angst aan de frontlinies gebruiken.

Maar de tweede richtlijn voor het kiezen van de soldaten was geraffineerder. Toen de 10.000 bij het water kwamen, moest Gideon allen die met het gezicht tot aan het water knielden om te drinken, naar huis sturen. Degenen die knielden en "slurpten met de hand aan de mond" werden uitgelezen. Waarom?

Als wij dit nauwkeurig onderzoeken, zien wij een opmerkelijk feit: wie knielde en het water aan de mond bracht KONDEN VIJANDELIJKE ACTIVITEIT AAN DE HORIZON WAARNEMEN. Degenen die met het hoofd bukten tot aan het water, konden op geen enkele manier iets zien, behalve datgene wat hun eigen behoeften bevredigde.

Jezus heeft ons opgedragen:"Waakt." (Matteus 24:42)

Paulus beveelt ons:"BLIJFT WAAKZAAM ..." (1 Korintiers 16:13).

HEEL VAAK KRIJGEN WIJ DE OPDRACHT VOORTDUREND WAAKZAAM TE ZIJN! Moed en de bereidheid te vechten alleen zijn niet genoeg. De front-soldaten van de Heer moeten ook kunnen 'waken en bidden'.

Laten wij nu eens kijken naar iets wat ons zal verbazen aan deze Gideon.

Toegegeven, Gideon was een man die met zijn hele hart God wilde volgen, Hem wilde vertrouwen en gehoorzamen. En in de grond was hij een moedig man. Maar diep in zijn hart zag God een verborgen angst om aan te vallen, daar waar alleen Hij en Gideon het konden zien.

Verborgen angsten zijn interessant. Vaak kunnen zij onopgemerkt blijven TOT DE EIGENLIJKE STRIJD BEGINT. En dan komen zij met volle kracht aan het licht, en verwoesten zij het kind van God. Maar God zal alles in het werk stellen om te voorkomen dat wij angst mee naar het front nemen. Het geval van Gideon is een onbegrijpelijk groot voorbeeld voor hoe ver God bereid is te gaan om dit te voorkomen.

In Zijn rijke genade voorzag God in een manier die Gideon zou verlossen van zijn angsten - en nog wel een manier waarbij hij vijandelijke soldaten gebruikte! God zei tegen Gideon:"Als je bang bent om aan te vallen, ga dan naar het Midjanitische kamp met je dienaar Pura en luister naar wat zij te zeggen hebben. Daarna zul je de moed hebben het kamp aan te allen." (vers 10)

Dus Gideon ging. Maar merk een heel belangrijk ding op: GIDEON WAS BEREID VOOR ZIJN ANGST UIT TE KOMEN. Hij loochende zijn angst niet. Hij nam Gods aanbod om ervan bevrijd te worden aan. Dat moeten wij ook doen. Wij mogen niet voorwenden moediger te zijn als wij in werkelijkheid zijn. God wil ons van alle angsten en twijfels bevrijden VOOR de strijd ... als wij maar willen.

Toen Gideon en Pura naar het vijandige kamp slopen, hoorden zij iets waar zij van opkeken. Een soldaat beschreef een kwalijke droom aan zijn vriend, en zijn vriend had de uitleg:"God heeft de Midjanieten en het hele kamp in zijn (Gideons) hand gegeven." (vers 14)

Gideon was zo ondersteboven, dat hij alleen nog maar kon neerknielen en God aanbidden! God had hem een wonderbaarlijke bevestiging gezonden om hem te verlossen van alle verborgen angsten. Nu was Gideon klaar om te gaan. Nu WIST HIJ dat hij klaar was!

Toen de tijd kwam dat Gideon inderdaad naar het vijandige kamp ging met zijn schamele 300 mannen, gebeurde er iets wat ons verbaast. In plaats van zijn mannen gewone wapens te geven, 'bewapende' hij hen met fakkels (die in kruiken gestoken waren) en trompetten. Als hij het sein ervoor gaf, moesten zij allemaal hun kruik breken en op de trompetten blazen en roepen:"Het zwaard van de HERE en van Gideon!"

Maar merk op dat God Gideon niet met zoveel woorden opdracht voor gaf. Onder invloed van Gods Geest kon Gideon zelf begrijpen WAT GOD DACHT en vatte zo het idee op.

Denk u eens in wat een verbazingwekkende gedachte dit was voor een man die nooit eerder in zijn leven iets anders gehanteerd had als een 'gewoon' wapen.

Toen het Midjanitische leger vluchtte, riepen zij Israelieten uit de stammen Naftali, Aser en geheel Manasse, en zij achtervolgden hen. Gideon stuurde koeriers uit in geheel het heuvelland van Efraim en liet zeggen:"Daalt af de Midjanieten tegemoet, en snijdt hun tot aan Bet-Bara de overtocht af over het water, over de Jordaan." (Richteren 7:23-24)

Hoewel vermoeid van de achtervolging, maar desondanks toch de achtervolging doorzettend, kwamen Gideon en zijn driehonderd mannen aan de Jordaan en staken over. Hij zei tegen de mannen van Sukkot:"Geeft toch enige broden voor de manschappen, die mij volgen, want zij zijn vermoeid, en ik achtervolg Zebach en Salmunna, de koningen van Midjan." (Richteren 8:4-5)

Nu lagen Zebach en Salmunna met een troepenmacht van ongeveer vijftienduizend man in Karkor, allen overgeblevenen van de troepen der oostelijke volken; honderdtwintigduizend zwaardvechters waren gesneuveld. Gideon trok op langs de weg der tentbewoners ... en overviel het leger onverwachts. Zebach en Salmunna, de twee koningen van Midjan, vluchtten, maar hij zette de achtervolging in en nam ze gevangen en dreef hun leger op de vlucht (Richteren 8:10-12).

Gideon moest strijden tegen machten van egoïsme en hoogmoed want de Efraimieten waren beledigd omdat zij niet uitgenodigd waren voor de eerste slag ... "Wat is dit voor een handelwijze jegens ons, dat gij ons niet hebt opgeroepen, toen gij ten strijde trokt tegen Midjan?" (Richteren 8:1)

Nu moest Gideon afrekenen met sterke geestelijke machten van zelfzucht, ontrouw en ongeloof tegenover dit kleine legertje van God. De mannen van Sukkot (en later ook van Penuel) weigerden zijn leger brood, want stel dat het vijandige leger de gelederen zou sluiten en winnen. Zij zeiden:"Hebt gij de handpalm van Zebach en Salmunna reeds in uw hand, dat wij brood aan uw leger zouden geven?" (Richteren 8:6)

Dikwijls pas NADAT DE OVERWINNING BEHAALD IS, zet satan zijn grootste aanval in op de soldaat van God. In dit geval was de nederlaag van Midjan nog maar het begin van Gideons geestelijke strijd.

Toen de grote overwinning behaald was, kwam Gideon oog in oog te staan met een grote verzoeking, waar wij allemaal voor komen te staan na ons eerste succes. Als wij vermoeid zijn en denken dat wij de vijand 'liggen' hebben, is onze eerste reactie onderuit te gaan zitten, op onze lauweren te gaan rusten en te zeggen:"Goed, ik denk dat ik maar eens naar huis ga."

Maar Gideon wist, dat de overgebleven troepen die erin slagen te ontkomen, de akelige gewoonte hebben naar huis terug te keren, zich opnieuw te groeperen en terug te komen met een ongenadigere aanval dan ooit. Daarom vroeg hij vier stammen van Israel hem te komen helpen in de achtervolging.

Alle vier de stammen gaven gevolg ... met enorm succes. De stam Efraim nam zelfs twee van de belangrijkste leiders van de Midjanieten gevangen, Oreb en Zeeb. Maar de leiders van Efraim waren ontzettend boos op Gideon omdat hun niet gevraagd was mee te doen aan wat zij zagen als de grootste slag, oftewel de eerste overwinning.

Ziet u, dat zij zich nooit afvroegen, wat GOD wilde? Hun woede, aangewakkerd door trots en egoïsme, drong elke overweging van de plannen van de Almachtige op de achtergrond. Ook erkenden zij niet het grote wonder, dat God door Gideon had verricht, en waren zij er niet blij over. Als een stelletje zuurpruimen zaten zij te kniezen, omdat ZIJ niet uitgenodigd waren.

Wanneer God Zijn Geest uitgiet en in deze laatste dagen 'tekenen en wonderen' doet door Zijn Gemeente, moeten wij speuren naar diegenen onder ons, die het gevoel hebben er niet bij te horen omdat God hen niet gebruikt. Wij moeten met heel veel liefde en tact met deze mensen omgaan. Als wij dat niet doen (en Gideons fout maken), kunnen zij een bron van grote twist en boosheid gaan vormen in het Lichaam.

En hoe pakte Gideon dat nu aan met degenen die door gekrenkte trots en egoïsme verblind waren? MET DE WAARHEID! Hij gebruikte het 'zwaard' van de waarheid om hun een wet in de geestelijke oorlogvoering duidelijk te maken, waar zij nooit eerder over nagedacht hadden. Hij zei:"In uw macht heeft God gegeven Oreb en Zeeb, de vorsten van Midjan; wat heb ik kunnen doen in vergelijking met u? JULLIE DADEN WAREN AAN HET EIND VAN DE STRIJD BELANGRIJKER DAN DIE VAN ONS AAN HET BEGIN!" (Richteren 8:2-3; De Uitgebreide Vertaling) En toen kalmeerden zij.

Bedenk dat eens! Uw daden aan het EIND van de strijd zijn belangrijker dan die in het begin. Dit is een heel belangrijke waarheid om te onthouden, want, als de eerste vruchten van de overwinning binnen zijn, verleidt satan ons om onze strijd lichter op te vatten of te verflauwen, nog voordat het werk echt af is. Het maakt ons ook nederig als wij weten, dat degenen die het werk 'afmaken' in Gods Leger net zo belangrijk zijn als (zo niet belangrijker dan) de helden.

Denk u nu eens in Gideons plaats. Hij en zijn 300 mannen waren totaal uitgeput en hadden honger ... en toch zagen zij niet van de achtervolging van de vijand af. Zij hadden DISCIPLINE EN ZELFBEHEERSING genoeg om hun eigen onbehagen te OVERWINNEN. Zelfs toen de mannen van Sukkot en Penuel hun brood weigerden, kon de bitterheid over deze afwijzing door hun eigen volksgenoten hen niet tegenhouden.

Hoe wanhopig of teleurgesteld wij ons ook voelen, wij moeten ons SCHILD DES GELOOFS opheffen, onze gevoelens onderwerpen en verdergaan, IN DE WETENSCHAP DAT HET GOD IS, NIET DE MENS, DIE ONS ER DOORHEEN ZAL SLEPEN!

Toen Gideon Zebach en Salmunna gevangennam, vroeg hij zijn oudste zoon Jeter hen te doden. Maar Jeter trok zijn zwaard niet, omdat hij nog maar een jongen was en bang was. Toen zeiden de twee koningen:"Kom, doe het zelf, "want zoals de man is, is zijn kracht", en dus trad Gideon toe en doodde hen (Richteren 8:20-21).

Met andere woorden, je kunt een karwei waar een man voor nodig is niet laten opknappen door een jongen, want hij mist de fysieke kracht en tevens de mentale of emotionele volwassenheid om het te doen.

Zo is het ook in ons geestelijk leven. Onze groei en onze geestelijke rijpheid zijn nauw verbonden met het karwei dat wij aankunnen. De verleiding is altijd groot te gaan rennen nog voordat wij kunnen lopen. Maar wij moeten ons gehoor afstemmen op de aanwijzingen van de Heer. HIJ bepaalt hoeveel wij met succes in een keer kunnen afhandelen.

Wij moeten ook oog hebben voor de groei en rijpheid van anderen, en niet proberen onze wil aan hun op te dringen, voordat zij ergens klaar voor zijn.

Tenslotte, toen de laatste vijand verslagen was, richtte satan zijn grote aanval op Gideon zelf. De duivel denkt vaak, dat, als hij het kind van God niet kan afhouden van de overwinning, hij hem DAARNA wel kan pakken.

In dit geval gebruikte satan egoïsme, hoogmoed en zelf-verheerlijking in zijn pogen Gideon ten val te brengen. De Israelieten zeiden tegen Gideon:"Heers over ons, zowel gij als uw zoon en uw kleinzoon, want gij hebt ons uit de macht van Midjan verlost." (Richteren 8:22)

Maar Gideon ontweek de klauwen van satan door te weigeren verhoogd te worden boven de Heer. Gideon antwoordde:"Ik zal over u niet heersen en ook mijn zoon zal over u niet heersen, de HERE zal over u heersen." (Richteren 8:23)

Weer een geestelijke overwinning voor Gideon? Ja, althans voorlopig. Maar satan had nog een troef in handen ... en op dit punt deed hij Gideon struikelen, met slechte gevolgen.

Zonder God te raadplegen, zamelde Gideon gouden oorhangers van de vijandige buit in en maakte er een efod voor zijn stad van. Het gevolg was dat:"Geheel Israel er overspelig afgoderij mee bedreef; hij werd voor Gideon en zijn huis tot een valstrik." (Richteren 8:27)

Met slechts een fout bracht deze held, die God zo gehoorzaam en trouw was geweest, het gehele volk tot AFGODERIJ!

Wat een les! Zij toont ons, dat wij NOOIT MOGEN VERFLAUWEN in de strijd. Wij kunnen onze wapenrusting nooit aan de kant leggen!

(plaatje pagina 405 O.T.)

"Jonatan nu zeide tot zijn wapendrager: Kom, laten wij oversteken naar de wachtpost van deze onbesnedenen. Misschien zal de HERE voor ons handelen, want de HERE kan evengoed verlossen door weinigen als door velen. Toen zeide zijn wapendrager tot hem: Doe al wat uw hart begeert; ga uw gang, ik ben met u wat ook uw hart begeert. Jonatan zeide: Zie, wij steken naar die mannen over en vertonen ons aan hen. Indien zij tot ons zeggen: Blijft staan, tot wij bij u komen - dan blijven wij staan waar wij zijn en klimmen niet tot hen op; maar indien zij zeggen: klimt tot ons op - dan zullen wij opklimmen, want dan heeft de HERE hen in onze macht gegeven. Dit zal voor ons het teken zijn.

Toen zij beiden zich aan de wachtpost der Filistijnen vertoonden, zeiden de Filistijnen: Zie, Hebreeen komen te voorschijn uit de holen waarin zij zich verborgen hadden. De mannen van de wachtpost riepen Jonatan en zijn wapendrager toe: Klimt tot ons op, dan zullen wij u leren. Hierop zeide Jonatan tot zijn wapendrager: Klim achter mij op, want de HERE heeft hen in de macht van Israel gegeven. Toen klom Jonatan op handen en voeten naar boven, met zijn wapendrager achter zich aan. En zij werden door Jonatan neergeveld; zijn wapendrager maakte hen af achter hem. Deze eerste nederlaag nu, die Jonatan en zijn wapendrager hun toebrachten, kostte hun ongeveer een halve vore van een juk land. 1 Samuel 14:6-14

JONATANS MOED EN GELOOF IN GOD BEZORGEN HEM DE OVERWINNING.

Op een dag zei Jonatan, de zoon van Saul, tegen zijn wapendrager:"Kom, laten wij naar de voorpost van de Filistijnen gaan aan de andere zijde." Maar hij zei niets tegen zijn vader.

"Saul nu zat aan de grens van Gibea ... het krijgsvolk dat bij hem was, telde ongeveer zeshonderd man. Het volk nu wist niet, dat Jonatan weggegaan was." (1 Samuel 14:1-3)

Dikwijls maakt ons werk voor God deel uit van een gezamenlijk groepswerk; maar soms niet. In dit geval werd Jonatan afgezonderd van het volk om alleen de 'doorbraak' tot in het vijandelijk gebied te forceren, met alleen assistentie van zijn wapendrager.

Hoe pakte Jonatan deze uitdaging voor zijn innerlijke mens het leger te verlaten aan (waar zijn veiligheid verzekerd was door de massa!) en door te dringen in de verdedigingslinie van de vijand? STILLETJES. HIJ ZEI HET TEGEN NIEMAND!

Hoe dikwijls door de hele Bijbel heen zien wij dat succesvolle mensen van God, die een hoge plaats bekleedden, STIL HIELDEN WAT ZIJ AAN HET DOEN WAREN, totdat God aangaf, dat het tijd was om erover te spreken.

Vaak verkwisten wij onze energie en raken wij verward nog voordat wij BEGINNEN te strijden door te vroeg over onze plannen te spreken. Wij raken verzeild in een kruisvuur van tegenstrijdig 'advies', meningen en nutteloos gepraat, waardoor onze energie alleen maar uitgeput raakt en wij te zwak worden om het werk te verrichten.

Als God ons soms vraagt 'hogere sferen op te zoeken', moeten wij alleen Hem in vertrouwen nemen en er alleen met Hem over spreken!

Aan weerszij van de pas, waar Jonatan wilde oversteken om bij de Filistijnse wachtpost te komen, bevond zich een steile rotswand ... (vers 4).

Hiervan leren wij, dat, om BIJ de plek te KOMEN waar de strijd gevoerd moest worden, Jonatan een paar gevaarlijke, nauwe doorgangen moest passeren. Hoe gemakkelijk zien wij de beproevingen, die wij moeten ondergaan om ons voor te bereiden op de eigenlijke strijd, aan voor de strijd zelf! Terwijl hij het niet is.

Heel dikwijls ontlenen wij aan de VERZOEKINGEN DIE aan de eigenlijke veldslag VOORAFGAAN, de extra hoeveelheid kracht en geloof, die nodig is om de strijd waar het eigenlijk om gaat, het hoofd te bieden. Jonatan is hier een voorbeeld voor. Toen hij door dit vijandig gebied trok, bleek zijn geloof sterker dan ooit. Hij aarzelde niet en zag niet op de omstandigheden. Niets daarvan. Zijn vastbeslotenheid wankelde niet toen hij tegen zijn wapendrager zei:"Kom, laten wij oversteken naar de wachtpost van deze onbesnedenen. Misschien zal de HERE voor ons handelen, WANT DE HERE KAN EVENGOED VERLOSSEN DOOR WEINIGEN ALS DOOR VELEN." (vers 6)

Maar Jonatan was ook weer niet roekeloos. Hij vroeg de Heer om bevestiging, voordat zij met zijn tweeen het Filistijnse leger aanpakten. Jonatan zei:"Zie, wij steken naar die mannen over en vertonen ons aan hen. Indien zij tot ons zeggen: Blijft staan, tot wij bij u komen - dan blijven wij staan waar wij zijn en klimmen niet tot hen op; maar indien zij zeggen: klimt tot ons op - dan zullen wij opklimmen, want dan heeft de HERE hen in onze macht gegeven. Dit zal voor ons het teken zijn." (de verzen 8-10)

En de Filistijnen spraken het gewenste woord, en dus klommen Jonatan en zijn wapendrager naar hen op. En in hun eerste aanval "doodden zij ongeveer twintig man, over een lengte van ongeveer een halve vore van een juk land." (vers 14)

De doorbraak was er ... niet alleen zichtbaar tot in vijandelijk gebied, maar ook onzichtbaar in het denken van de Filistijnen! Alleen al door het zien van deze eerste overwinning sloeg Het Filistijnse leger de schrik om het hart en vluchtten zij in paniek.

Toen zond God, om hun zenuwen nog meer op de proef te stellen, een klein aardbevinkje en "de aarde beefde" (vers 15). Wonderlijk! Door DEZE DOORBRAAK ALLEEN, werden de Filistijnen verslagen, nog voor de veldslag begonnen was.

Toen zij het vreselijke kabaal in het Filistijnse kamp hoorden en ontdekten, dat Jonatan en zijn wapendrager weg waren:

verzamelden Saul en al zijn mannen zich en trokken ten strijde. Zij troffen de Filistijnen aan in de grootste verwarring, terwijl zij elkaar onderling met het zwaard te lijf gingen (vers 20).

Plotseling zagen Jonatan en zijn dienstknecht, die dachten dat zij er alleen voor stonden, zich omringd met hulp, NIET ALLEEN VAN DE ZIJDE VAN SAUL, maar nog van drie andere ONVERWACHTE KANTEN:

1) De Filistijnen keerden zich tegen elkaar en begonnen elkaar uit te moorden.

2) Hebreeen, die zich bij het Filistijnse leger hadden aangesloten, schaarden zich aan de zijde van de Israelieten.

3) Israelieten, die voorheen uit het leger gedeserteerd waren en zich in de grotten verborgen hadden, zetten met hen de achtervolging van de Filistijnen in, toen zij zagen welke kant ging winnen.

Toegegeven, deze drie groepen 'strijders' zijn misschien niet de betrouwbaarste soldaten om een oorlog mee te voeren. Maar zij waren toch maar daar, toen hun hulp dringend gewenst was om de strijd definitief te beslechten.

God zal u nooit verlaten. Ook al gaat u in geloof, maar alleen, met Hem op weg, toch zal Hij ervoor zorgen, dat u, als de nood hoog is, voldoende hulp heeft.

(PLAATJE PAGINA 412 O.T.)

"De Filistijnen nu verzamelden hun leger tot de strijd en trokken zich samen te Soko, dat tot Juda behoort. Zij legerden zich te Efes-Dammim tussen Soko en Azeka. Saul en de mannen van Israel verzamelden zich ook en legerden zich in het Terebintendal; en zij stelden zich op in slagorde tegenover de Filistijnen. En de Filistijnen stonden aan de ene zijde op een berghelling, en Israel aan de andere zijde op een berghelling, met het dal tussen hen in. Toen trad een kampvechter uit het leger der Filistijnen naar voren. Hij heette Goliat, uit Gat. Hij was zes el en een span lang. Een koperen helm had hij op zijn hoofd, en hij was gekleed met een geschubd pantser; het gewicht van dit pantser was vijfduizend sikkels koper. Aan zijn benen had hij koperen scheenplaten en op zijn schouder droeg hij een koperen werpspies. De schacht van zijn lans was als een weversboom, en de punt van zijn lans was van zeshonderd sikkels ijzer. En een schilddrager ging voor hem uit.

Hij stond daar en riep de slagorden van Israel toe: Waarom trekt gij uit om u in slagorde te scharen? Ben ik geen Filistijn, en zijt gij geen knechten van Saul? Kiest u een man, en laat hij naar mij toe komen. Indien hij met mij vermag te strijden en mij verslaat, dan zullen wij u tot knechten zijn; maar indien ik hem overwin en versla, dan zult gij ons tot knechten zijn en ons dienen. Ook zeide de Filistijn: Ik tart heden de slagorden van Israel: geeft mij een man, dat wij samen strijden. Toen Saul en geheel Israel deze woorden van de Filistijn hoorden, werden zij verschrikt en vreesden zeer.

David nu was de zoon van die Efratiet uit Betlehem in Juda, wiens naam was Isai, deze had acht zonen. In Sauls tijd was deze man reeds oud en hoogbejaard. De drie oudste zonen van Isai waren Saul in de strijd gevolgd. Zijn drie zonen, die ten strijde waren getrokken, heetten: de eerstgeborene Eliab, de tweede Abinadab, en de derde Samma. En David was de jongste. De drie oudsten waren dus Saul gevolgd. Maar David keerde telkens van Saul terug om te Betlehem de schapen van zijn vader te weiden. De Filistijn nu kwam des morgens en des avonds naar voren en stelde zich op, veertien dagen lang.

Isai zeide tot zijn zoon David: Neem toch voor uw broeders een efa van dit geroosterd koren en deze tien broden en breng ze vlug naar de legerplaats, naar uw broeders. En deze tien melkkazen moet gij aan de overste over duizend brengen; en gij moet gaan zien hoe uw broeders het maken en breng van hen een pand mee. Saul en zij en alle mannen van Israel zijn in het Terebintendal in strijd gewikkeld met de Filistijnen.

Toen stond David des morgens vroeg op, liet de schapen achter bij een wachter, laadde op en ging heen, zoals Isai hem bevolen had. Hij kwam bij de wagenburg, juist toen het leger uittrok om zich in slagorde te scharen en de strijdkreet aanhief. De Israelieten en de Filistijnen stelden zich op, slagorde tegenover slagorde. Toen liet David zijn bagage achter onder de hoede van de bewaker van de tros en liep haastig naar de slagorde; daar aangekomen, vroeg hij zijn broeders naar hun welstand. Terwijl hij met hen sprak, zie, daar kwam de kampvechter; hij heette Goliat, de Filistijn uit Gat, uit de slagorde der Filistijnen. Hij sprak dezelfde woorden als altijd, en David hoorde ze. Toen alle mannen van Israel de man zagen, sloegen zij voor hem op de vlucht en vreesden zeer.

De Israelieten zeiden tot elkander: Hebt gij deze man wel gezien, die daar aankomt? Ja, hij komt om Israel te tarten! Wie hem verslaat, die zal de koning rijkdom schenken, hij zal hem zijn dochter geven en zijn familie vrijstellen van lasten in Israel. Toen zeide David tot de mannen die bij hem stonden: Wat zal men de man doen, die de Filistijn daar verslaat en de smaad van Israel afwentelt? Wie toch is deze onbesneden Filistijn, dat hij de slagorden van de levende God tart? En het volk gaf hem hetzelfde antwoord: Aldus zal men de man doen, die hem verslaat.

Toen Eliab, zijn oudste broeder, David met de mannen hoorde spreken, werd hij toornig op hem en hij zeide: Waarom zijt gij eigenlijk gekomen? En bij wie hebt gij die paar schapen daarginds in de woestijn achtergelaten? Ik ken uw overmoed en de boosheid van uw hart: gij zijt gekomen om de strijd te zien. Maar David zeide: Wat heb ik nu misdaan? Het was maar een vraag. Daarop wendde hij zich van hem af naar een ander en stelde dezelfde vraag. En het volk gaf hem hetzelfde antwoord als de eerste keer.

De woorden die David gesproken had, werden opgemerkt en men bracht ze aan Saul over. Deze liet hem halen. En David zeide tot Saul: Laat niemand om hem de moed verliezen; uw knecht zal gaan en met deze Filistijn strijden. Maar Saul zeide tot David: Gij zult met deze Filistijn de strijd niet kunnen aanbinden, want gij zijt nog jong en hij is een krijgsman van zijn jeugd aan. David echter zeide tot Saul: Uw knecht was gewoon voor zijn vader de schapen te hoeden. Kwam er een leeuw of een beer, die een schaap uit de kudde wegroofde, dan liep ik hem na, sloeg hem en redde het uit zijn muil. Als hij zich dan tegen mij keerde, greep ik hem bij zijn baard en sloeg hem dood. Zowel leeuw als beer heeft uw knecht verslagen. En deze onbesneden Filistijn zal het vergaan als een van dezen, omdat hij de slagorden van de levende God getart heeft. Ook zeide David: De HERE, die mij gered heeft uit de klauwen van leeuw en beer, Hij zal mij ook redden uit de hand van deze Filistijn. En Saul zeide tot David: Ga, en de HERE zal met u zijn. Toen kleedde Saul David in zijn wapenrok, en zette hem een koperen helm op het hoofd en deed hem een pantser aan. En David gordde zijn zwaard aan, over zijn wapenrok, en hij deed moeite om te lopen, want hij had het nog nooit beproefd. Toen zeide David tot Saul: Ik kan hierin niet lopen, want ik heb het nog nooit beproefd. Daarop ontdeed David zich ervan, nam zijn staf in de hand, zocht zich vijf gladde stenen uit de beekbedding en deed ze in de herderstas, die hij bij zich had, in de tas voor de slingerstenen, maar de slinger hield hij in de hand. Zo naderde hij de Filistijn. De Filistijn kwam al dichter bij David; voor hem uit ging de schilddrager. Toen de Filistijn David in het oog kreeg en hem bezag, verachtte hij hem, omdat hij nog jong was; rossig, schoon van gestalte. De Filistijn zeide tot David: Ben ik een hond, dat gij met een stok op mij afkomt? En de Filistijn vervloekte David bij zijn goden. Ook zeide de Filistijn tot David: Kom maar eens hier, dan zal ik uw vlees aan het gevogelte des hemels en aan het gedierte des velds geven.

Maar David zeide tot de Filistijn: Gij treedt mij tegemoet met zwaard en speer en werpspies, maar ik treed u tegemoet in de naam van de HERE der heerscharen, de God der slagorden van Israel, die gij getart hebt. Deze dag zal de HERE u in mijn macht overleveren en ik zal u verslaan en u het hoofd afhouwen; op deze dag zal ik de lijken van het leger der Filistijnen aan het gevogelte des hemels en aan het gedierte des velds geven, opdat de gehele aarde wete, dat Israel een God heeft, en deze gehele menigte wete, dat de HERE niet verlost door zwaard en speer. Want de strijd is des HEREN en Hij geeft u in onze macht. Toen de Filistijn tot de aanval overging en al nader kwam, David tegemoet, haastte David zich en snelde op de slagorde toe, de Filistijn tegemoet, stak zijn hand in de tas, nam er een steen uit, slingerde die weg en trof de Filistijn tegen zijn voorhoofd, zodat de steen in zijn voorhoofd drong, en hij voorover ter aarde viel. Zo overwon David de Filistijn met een slinger en een steen; hij versloeg de Filistijn en doodde hem; en David had geen zwaard in zijn hand. David snelde toe, bleef bij de Filistijn staan, greep diens zwaard, trok het uit de schede en doodde hem. Hij hieuw hem het hoofd ermee af. Toen de Filistijnen zagen, dat hun held dood was, sloegen zij op de vlucht. De mannen van Israel en Juda sprongen op, hieven een krijgsgeschreeuw aan en vervolgden de Filistijnen in de richting van Gat en tot aan de poorten van Ekron. En de verslagenen der Filistijnen lagen op de weg naar Saaraim, tot Gat en tot Ekron. 1 Samuel 17:1-52

DAVIDS OVERWINNINGSSTRATEGIE: EEN GLADDE STEEN VAN GELOOF

Dit Bijbelgedeelte illustreert heel duidelijk:"Zie niet op uw omstandigheden. Zie op de grootheid van uw God." Omdat zij dit ene niet deden, ging het hele leger van Israel bijna ten onder in een nederlaag. Na een blik op Goliat "werden Saul en alle Israelieten verschrikt en zeer bevreesd" (vers 11) en "Toen alle mannen van Israel de man zagen, sloegen zij voor hem op de vlucht en vreesden zeer." (vers 24)

De satan behaalde bijna, enkel en alleen door angst en intimidatie, de overwinning! Maar God had een plan voor bevrijding. Hij had David voorbereid - een jong ventje zonder enige naam of reputatie, de minste onder zijn broers en door hen veracht, een gewone herder - om grote dingen te doen.

God gebruikte de nederige taken van een herder om David te trainen om veel grotere vijanden te overwinnen dan leeuwen en beren! Tijdens de gehele periode van zijn 'geheime' training door God, deed David ervaringen op, die het fundament zouden leggen voor zijn geloof en vertrouwen in Zijn Almachtige Heer.

Geliefden, hoe nederig of ogenschijnlijk onbeduidend uw positie van dit moment ook is, God bereid u voor op grote overwinningen in Hem! De relatie die u nu met Hem opbouwt, zal het fundament zijn van uw gemeenschap met Hem voor de gehele eeuwigheid!

David had de overwinning, omdat hij de relatie had. Toen hij de Filistijn het hoofd moest bieden, nam David een belangrijk besluit. Hij weigerde Sauls wereldse wapenrusting, want hij zei:'Ik kan hier niet aan wennen.'

In plaats daarvan koos hij voor iets wat hij wel GEWEND WAS ... Gods wapenrusting.

Laten wij nu eens bekijken hoe Davids geestelijke wapenrusting te vergelijken valt met Gods wapenrusting, die Paulus ons aanprijst volgens Efeziers 6:0-18.

... STELT U DAN OP, UW LENDENEN OMGORD MET DE WAARHEID ...

David was ten volle omgord en innerlijk gesteund door de waarheid over en zekerheid van WIE GOD WAS. Hij wist, dat God een God met macht was; hij wist, dat Hij een Verlosser was; hij wist, dat Hij getrouw was aan diegenen die onwrikbaar aan zijn kant stonden. Als gevolg van zijn overwinningen op leeuwen en beren, wist David, dat zijn God hem zou verlossen van deze afschuwelijke vijand van Gods legers.

... BEKLEED MET HET PANTSER DER GERECHTIGHEID ...

David was een voorbeeld van gerechtigheid, omdat hij Gods zaak voorrang gaf. Toen Goliat zijn dreigementen uitte, was Davids reactie:"Wie toch is deze onbesneden Filistijn, dat hij de slagorden van de levende God tart?" (vers 26)

... DE VOETEN GESCHOEID MET DE BEREIDVAARDIGHEID VAN HET EVANGELIE DES VREDES ...

Ondanks de pogingen van zijn broers, en Saul, en Goliat om hem te beledigen, te ontmoedigen en bang te maken, bestond er in Davids hart en denken GEEN TWIJFEL over de strijd met deze vijand. Zoals hij tegen Saul zei:"Laat niemand om hem de moed verliezen; uw knecht zal gaan en met deze Filistijn strijden." (vers 32)

Davids hele wezen had vrede met deze zaak. Hij werd niet verscheurd door innerlijke conflicten. Hij was bereid, omdat hij VAST STOND in de waarheid.

... EN NEEMT BIJ DIT ALLES, HET SCHILD DES GELOOFS ...

Geen 'vurige pijlen' konden David treffen, omdat hij BOVEN ALLES GELOOF had, gebaseerd op zijn ervaringen met de levende God. Zodoende kon hij met het volste vertrouwen tegen Saul zeggen:"De HERE, die mij gered heeft uit de klauwen van leeuw en beer, Hij zal mij ook redden uit de hand van deze Filistijn." (vers 37)

... DE HELM DES HEILS ...

Een helm beschermt het denken. Door de Tegenwoordigheid van God Zelf in zijn denken kon David zeggen:"Ik treed u tegemoet in de naam van de HERE der heerscharen ..." (vers 45). Zijn gedachten waren gericht en geconcentreerd op hetzelfde als waar God ze op gericht had. Hij zou hem verlossen!

Ook al haalde hij niet de Schrift aan, toch waren het woorden geïnspireerd door de Heilige Geest waarmee hij tegenover de vijand verklaarde:" ... en deze gehele menigte wete, dat de HERE niet verlost door zwaard en speer. Want de strijd is des HEREN en Hij geeft u in onze macht." (vers 47)

Nadat hij die woorden gesproken had, "snelde David op de slagorde toe ..." Goliat tegemoet, en hij doodde hem met een steen. Vervolgens maakte hij het werk af door hem te onthoofden. Daarmee opende hij voor het gehele Israelitische leger de weg om naar voren te stormen en de Filistijnen te vervolgen (vers 52).

Gekleed in Gods wapenrusting en vast gegrond in Hem en in de sterkte Zijner macht, overwon David alle omstandigheden van de vijand. Israel overwon!

"Daarna verzamelde Benhadad, de koning van Aram, zijn gehele leger, trok op en sloeg het beleg voor Samaria. En er ontstond een zware honger in Samaria; want zij belegerden het zo lang, dat een ezelskop tachtig zilverstukken kostte en een vierde maat duivemest vijf zilverstukken. Toen de koning eens over de muur voorbijging, riep een vrouw tot hem om hulp: Help toch, mijn heer de koning! Maar hij zeide: Indien de HERE u niet helpt, vanwaar moet ik u dan hulp halen? Van de dorsvloer of van de perskuip? Verder vroeg de koning haar: Wat hebt gij? Zij antwoordde: Deze vrouw heeft tot mij gezegd: geef uw zoon, dat wij hem vandaag eten; dan zullen wij mijn zoon morgen eten. Wij hebben dus mijn zoon gekookt en hem opgegeten. Maar toen ik de volgende dag tot haar zeide: Geef nu uw zoon, dat wij hem eten, had zij haar zoon verborgen. Zodra nu de koning de woorden van de vrouw hoorde, scheurde hij zijn klederen; en - terwijl hij op de muur voorbijging, zag het volk, dat hij zowaar daaronder een rouwgewaad op het blote lichaam droeg. En hij zeide: Zo moge God mij doen, ja nog erger, indien het hoofd van Elisa, de zoon van Safat, heden op hem blijft staan. - Elisa nu zat in zijn huis en de oudsten zaten bij hem. - En hij zond een man voor zich uit.

- terwijl hij op de muur voorbijging, zag het volk, dat hij zowaar daaronder een rouwgewaad op het blote lichaam droeg. En hij zeide: Zo moge God mij doen, ja nog erger, indien het hoofd van Elisa, de zoon van Safat, heden op hem blijft staan. - Elisa nu zat in zijn huis en de oudsten zaten bij hem. - En hij zond een man voor hem uit. Voordat die bode bij (Elisa) gekomen was, had deze tot de oudsten gezegd: Hebt gij wel gezien, dat deze moordenaarszoon iemand gezonden heeft om mij te onthoofden? Ziet, zodra de bode komt, moet gij de deur sluiten en hem bij de deur terugdringen. Is niet het geluid van de voetstappen van zijn heer achter hem? Terwijl hij nog met hen sprak, zie, daar kwam de bode op hem af. En (de koning) zeide: Zie, welk een onheil, door de HERE gezonden! Wat zou ik nog op de HERE hopen?

Toen zeide Elisa: Hoort het woord des HEREN. Zo zegt de HERE: Morgen omtrent deze tijd zal een maat fijn meel een sikkel kosten, en twee maten gerst een sikkel, bij de poort van Samaria. Daarop antwoordde de hoofdman op wiens arm de koning leunde, de man Gods: Ook al zou de HERE sluizen in de hemel maken, zou dit dan kunnen geschieden? Maar hij zeide: Zie, gij zult het met eigen ogen aanschouwen, doch daarvan niet eten. Er waren vier melaatse mannen buiten voor de poort; zij zeiden tot elkander: Waarom blijven wij hier, totdat wij sterven? Indien wij zeggen: Wij zullen de stad binnengaan - in de stad is hongersnood, zodat wij daar zullen sterven; en indien wij hier blijven, dan zullen wij ook sterven. Welaan dan, laten wij overlopen naar de legerplaats der Arameeers. Indien zij ons in leven laten, zullen wij leven; en indien zij ons doden, zullen wij sterven. In de avondschemering stonden zij op om naar de legerplaats der Arameeers te gaan. Maar toen zij bij de buitenrand van de legerplaats der Arameeers kwamen, zie, daar was niemand. Want de HERE had het leger der Arameeers een geluid doen horen van wagens en paarden, het geluid van een grote legermacht, zodat zij tot elkander zeiden: Zie, de koning van Israel heeft tegen ons de koningen der Hethieten en van Misraim gehuurd om ons te overvallen. Daarom waren zij opgesprongen en in de avondschemering gevlucht en hadden hun tenten achtergelaten, ook hun paarden, hun ezels, de hele legerplaats zoals die was; zij waren gevlucht om hun leven te redden.

Toen deze melaatse mannen aan de buitenrand van de legerplaats gekomen waren, gingen zij een tent binnen, aten en dronken, namen zilver, goud en klederen eruit weg, en gingen heen en verborgen het. Daarna gingen zij weer een andere tent binnen, namen er (allerlei) uit weg, gingen heen en verborgen het. Toen zeiden zij tot elkander: Wij doen niet goed; deze dag is een dag van blijde boodschap, en wij houden ons stil. Indien wij wachten tot het morgenlicht, dan zal ons straf treffen. Welaan dan, laten wij heengaan en het in het koninklijk paleis melden.

Daarop kwamen zij en riepen de poortwacht van de stad aan en meldden hun: Wij kwamen bij de legerplaats der Arameeers, en zie, daar was niemand, zelfs geen menselijk geluid; maar de paarden waren vastgebonden en de ezels vastgebonden; en de tenten stonden er als tevoren. De poortwachters riepen en meldden het binnen in het koninklijk paleis.

De koning stond in de nacht op en zeide tot zijn dienaren: Ik wil u vertellen wat de Arameeers ons gedaan hebben. Zij weten, dat wij honger lijden; nu zijn zij uit de legerplaats weggetrokken om zich in het veld te verbergen, denkende: Wanneer zij de stad uitgaan, zullen wij hen levend grijpen en de stad binnenkomen. Toen antwoordde een van zijn dienaren en zeide: Laat men toch vijf van de hier nog overgebleven paarden nemen; hetzij het hun gaat als de gehele menigte van Israel, die hier nog over is, hetzij het hun gaat als de gehele menigte van Israel, die omgekomen is, laten wij ze maar uitzenden en zien.

Daarop namen zij twee wagens met paarden, en de koning zond die het leger der Arameeers achterna met de opdracht: Gaat en ziet. Deze gingen hen achterna tot aan de Jordaan, en zie, de gehele weg lag vol klederen en wapens, die de Arameeers bij hun angstige vlucht hadden weggeworpen. De boden kwamen terug en meldden het de koning; toen ging het volk naar buiten en zij plunderden de legerplaats der Arameeers. En een maat fijn meel kostte een sikkel en twee maten gerst een sikkel, volgens het woord des HEREN. En de koning had de hoofdman op wiens arm hij leunde, aangesteld over de poort, maar het volk vertrad hem in de poort, zodat hij stierf, zoals de man Gods gesproken had, juist toen de koning tot hem gekomen was. Aldus is het geschied, zoals de man Gods tot de koning gesproken had: Twee maten gerst zullen morgen om deze tijd een sikkel kosten en een maat fijn meel een sikkel, bij de poort van Samaria. En de hoofdman had toen de man Gods geantwoord: Ook al zou de HERE sluizen in de hemel maken, zou dan zo iets kunnen geschieden? Maar hij had gezegd: Zie, gij zult het met eigen ogen aanschouwen, doch daarvan niet eten. Aldus is hem geschied: het volk vertrad hem in de poort, zodat hij stierf." 2 Koningen 6:24-7:20

ZIE UW PROBLEMEN ALS KANSEN VOOR EEN WONDER.

Gods Woord staat vol beloften voor u, die een wonder vergen ... een goddelijk ingrijpen ... iets wat niet door menselijke tussenkomst bewerkt kan worden. God zou ons nooit zoveel beloften hebben gegeven waar een wonder voor nodig was, als het niet Zijn plan was, dat wij met de regelmaat van de klok wonderen zouden ervaren. Onthoud ... Er bestaat geen dag van wonderen, wij dienen een God van wonderen!

De gebeurtenissen die zich in Elisa's leven en dat van Israel en vier arme, ten dode opgeschreven melaatsen, voordeden (zoals beschreven in het bovenaangehaalde Bijbelgedeelte), zijn een illustratie van een God van wonderen. Het was een hopeloze tijd ... of een wondervolle tijd. Geen enkel menselijk middel was opgewassen tegen deze situatie. Zij hadden een wonder van God nodig, omdat de overmacht te groot was.

De koning van Syrie kwam naar Samaria en belegerde de stad, waardoor er een grote hongersnood ontstond. Er begonnen zich vreemde dingen voor te doen. De mensen begonnen dingen te doen, die zij anders nooit zouden doen, en uit wanhoop dingen te eten, die zij anders nooit zouden eten. Hun honger en angst, frustratie en hopeloosheid dreven hen tot onmenselijke praktijken, alleen maar om te overleven.

De koning van Israel hoorde dat moeders hun kinderen kookten en opaten, en dat anderen verhongerden. Hij werd zo razend, dat hij God en Gods profeet Elisa de schuld begon te geven. De nood was zo nijpend dat hij alle wonderen vergat, die God gedaan had, toen Hij het volk Israel uit de Egyptische slavernij geleid had. Zijn ogen waren gericht op de verschrikkelijke omstandigheden ... de grote nood van het land ... in plaats van op de GROOTHEID VAN HUN BOVENNATUURLIJKE GOD! En hoe langer zijn ogen gericht waren op de tragische omstandigheden, hoe razender hij werd op Gods profeet. Hij begon Elisa te beschuldigen en God de hongersnood te verwijten; hij stuurde zijn bode om Elisa te doden.

Voordat deze zijn huis bereikte, openbaarde God op bovennatuurlijke wijze aan Elisa, dat de koning iemand gestuurd had om hem te doden (2 Koningen 6:32). Niet alleen werd hij met de dood bedreigd door de honger in Samaria, maar bovendien dreigde de bode des konings hem om te brengen.

Hoe reageerde Elisa op deze bedreigingen? Zijn ogen waren niet gericht op de omstandigheden ... maar op een bovennatuurlijke God van wonderen, die hij zo vaak eerder had zien gebeuren. Hij wist, dat God weer een wonder zou zenden om hem te redden.

Hij wees niet met de vinger naar God met de vraag waarom Hij deze omstandigheden in zijn leven toegelaten had. Hij sprak het woord uit en God zette de gebeurtenissen in gang, waardoor het wonder, dat hij nodig had, zou geschieden:"Hoort het woord des HEREN. Zo zegt de HERE: Morgen omtrent deze tijd zal een maat fijn meel een sikkel kosten, en twee maten gerst een sikkel, bij de poort van Samaria." (2 Koningen 7:1)

Elisa raakte niet in paniek. Hij was niet bang, omdat hij een wonder-werkende God kende en zijn ogen waren op Hem gericht en op het woord dat God door hem zond. De profetie voorzei een zegen voor Gods volk ... binnen 24 uur zou God bovennatuurlijk ingrijpen in hun omstandigheden. Het was tijd voor een wonder!

Vreemd genoeg werd dit woord van profetie, dat er een wonder voor het volk te Samaria zou geschieden, onthaald met ongeloof en spot.

De hoofdman des konings antwoordde Elisa met de woorden:"Ook al zou de HERE sluizen in de hemel maken, zou dit dan kunnen geschieden?" (2 Koningen 7:2) Hij bespotte hem en twijfelde, omdat de stad reeds lange tijd door Syrie belegerd was. Menselijk gesproken kon dit onmogelijk gebeuren.

Elisa echter was niet onder de indruk van de spot van deze man. Hij ging er niet tegenin. Hij zei gewoon:"Goed. Je zult het met eigen ogen zien, maar je zult er niet van eten. Wat ik gesproken heb, zal geschieden. God zal de eer krijgen, maar jij zult er niet van eten."

Elisa kon de dood vrijmoedig in de ogen zien en het woord, dat God hem gegeven had, moedig uitspreken. Hij wist, dat satan zijn omstandigheden tegen hem wilde gebruiken om hem te verslaan, maar wat belangrijker was, Elisa wist, dat God die omstandigheden zou omkeren en in Zijn voordeel zou gebruiken. De tragische omstandigheden waren eenvoudig een kans voor God om een wonder te doen!

God beloonde Elisa's geloof. Hij kwam Elisa tegemoet in zijn nood. De al-wetende, al-vermogende God van Elisa wist, dat het woord dat Hij gegeven had de omstandigheden zou omkeren ... Elisa's leven zou redden en dat van vele anderen, die tijdens deze grote hongersnood in Samaria leefden.

Onthoud: Gods Woord wordt altijd uitgezonden om onze omstandigheden te bestrijden. Eenvoudige trouw aan Gods Woord zal altijd, en onder elke omstandigheid, elk probleem veranderen. Het beleg van Samaria en de hongersnood die Israel doormaakte, waren voor God een goddelijke kans om op te treden ... om Zich, als Jehova, de Sterke te betonen en te voorzien in hun noden. Met andere woorden, Hij verheerlijkte Zichzelf door middel van de omstandigheden in hun leven.

De woorden die God door Elisa zond, bestreden de heersende omstandigheden. Ze waren niet gebaseerd op arrogantie, een vurig hopen, Elisa's intuïtie of menselijk vernuft. De boodschap was niet gebaseerd op iets wat Elisa ooit met zijn natuurlijke ogen aanschouwd had. De omstandigheden waren nog steeds dezelfde: er stierven nog steeds mensen.

Elisa sprak het woord uit op grond van zijn vertrouwen in een wonder-werkende God. Hij wist, dat alles wat God beloofde, zou geschieden. Geen twijfel, geen aarzeling, alleen een eenvoudig geloof in God. Het woord bezat in zichzelf voldoende kracht om het benodigde wonder te verrichten ... het waren Gods woorden.

Maar ... GELOOF IS EEN FEIT, MAAR HET IS OOK EEN DAAD! De sleutel van de deur tot het wonder, was niet het grote geloof van Elisa. De sleutel was het woord zelf ... ondersteund door Elisa's daad van het uitspreken van het woord. Van Elisa's kant was een daad vereist ... de beloften uit te spreken, VOORDAT er iets van zichtbaar werd.

Juist zoals God beloofd had, kostte reeds de dag erna "een maat fijn meel een sikkel en twee maten gerst een sikkel, volgens het woord des HEREN." (2 Koningen 7:16)

Net als Gods woord kwam om het volk van Samaria uit de nood te halen, net zo is Zijn Woord vol beloften van Hem voor u. Hoe ellendig of onmogelijk uw situatie er ook uitziet, er is een woord van God dat uw nood oplost.

"Is niet mijn woord zo: als een vuur, luidt het woord des HEREN, of als een hamer, die een steenrots vermorzelt?" Jeremia 23:29

BELIJDT GODS BELOFTEN!

Toen ik op een dag in gebed was voor de noden van mijn medestrijders en, zoals altijd mijn gewoonte is geweest, voor elk verzoek om gebed aan het bidden was, sprak God tot mij:"Deze mensen hebben naar jou geschreven; en zij hopen op jou, dat jij voor de noden in hun leven zult bidden. Zoon, zeg hun ... waarschuw ze ... dat zij nauwelijks het begin gezien hebben van hetgeen over de aarde zal komen voordat de Gemeente opgenomen wordt. Alles wat geschud kan worden, zal geschud worden ... op politiek gebied, op religieus en op economisch vlak en in de kerkgenootschappen ... alles in deze wereld zal geschud worden. Zeg de mensen, dat zij als nooit tevoren hun geloof vast moeten maken, want als hun geloof in deze tijd van schudden niet vastgemaakt wordt, zij niet staande zullen blijven."

Toen God dit beschreef, gebruikte Hij twee adjectieven, twee verschillende woorden. Hij zei:"Zeg Mijn volk, dat zij hun geloof vestigen op wat onfeilbaar is en wat onaantastbaar is."

Het woord 'onfeilbaar' betekent eenvoudig iets wat niet in twijfel getrokken kan worden. Het woord 'onaantastbaar' betekent datgene wat niet betwist of aangevallen kan worden.

Welke macht ter wereld is totaal ontwijfelbaar ... totaal onaantastbaar? De macht van de politiek? De macht van de mens? De macht van religieuze organisaties?

Er is maar een macht in de gehele wereld waar Gods beschrijving op van toepassing is. Het is de absolute macht die onder alle omstandigheden het laatste woord heeft ... het laatste woord in alle regeringszaken ... over alle politiek ... over alle mensen.

Het enige onfeilbare, onneembare waar wij ons geloof op kunnen bouwen ... datgene waarmee wij grotere dingen voor God zullen aandurven en aankunnen in de dagen die voor ons liggen ... is het Woord van de levende God.

Iemand heeft eens gezegd, dat wij zijn wat wij belijden. Wij zijn, wat God zegt, dat wij zijn. Hij is, wat Hij zegt, dat Zijn Woord is. Hij zal doen, wat Hij beloofd heeft te doen, zoals wij in het bovenaangehaalde Bijbelgedeelte kunnen zien.

De macht van Gods woorden vinden wij geïllustreerd in het scheppingsverhaal uit het boek Genesis, hoofdstuk 1, waar wij zien, dat God Zijn Woord gebruikte om deze werelden tot bestaan te brengen. Hij schiep de werelden in feite door Zijn Woord, niet door verbranding, niet door kernfusie, niet door een of ander mystiek, wetenschappelijk proces:"En God zeide ... en God zeide ... en God zeide ... ." En toen God het zei, was het zo!

Gods kracht was in het Woord. Denk u eens voor een moment in wat de kracht van Zijn Woord in onze mond is: de kracht van Zijn eeuwige Woorden. Zij hebben niets uit te staan met de zwakheid van de menselijke vaten waar zij doorheen stromen. Het is nooit Gods bedoeling geweest, dat Zijn beloften kwetsbaar zouden zijn.

Heel de Schrift is ontstaan door inspiratie; zij komt van God. Zij is door God ingegeven, ingeblazen. Heel de Schrift is ontstaan doordat de Heilige Geest kwam over menselijke, zwakke, zondige vaten en hen inspireerde te schrijven. Dat maakt het Woord niet zwak; het Woord is niet zwak.

Het Woord is eeuwig ... het Woord is leven ... het Woord is scheppend. Het gaat van God uit om te doen, wat Hem behaagt. Het kan niet worden aangetast door het vat waar het door komt. Het vat is zondig, maar het Woord is rein en heilig. Het vat mag misschien vol zwakheid en tegenstrijdigheid zitten, maar het Woord is standvastig, zeker, onneembaar.

Ik geloof, dat, op het moment dat wij Gods beloften belijden, Hij ons zal horen en beginnen met ons te antwoorden. Gods Woord ligt in de hemel voor eeuwig vast. Wees niet ongeduldig ... bedenk, dat Gods Woord niet het produkt is van de tijd, maar van de eeuwigheid. Grijp Gods beloften vast; weet in uw hart, dat zij vol kracht zitten, wanneer u ze met uw mond belijdt. Ik daag u in de Naam van Jezus uit op te staan en te spreken tot de berg van uw nood ... belijdt Gods beloften ... en zie het wonder, dat u nodig heeft, gebeuren.

Teksten voor verdere studie:

2 Samuel 22:3; 22:36;

Psalm 13:5; 18:35; 27:1;

Jesaja 12:2; 25:9;

Habakuk 2:4;

Johannes 6:63;

Romeinen 5:1;

1 Korintiers 1:21;

2 Korintiers 1:24; 5:7;

Galaten 3:7;

Efeziers 2:8.

Het machtige Aanvalswapen van het Gebed

"En het geschiedde, terwijl al het volk gedoopt werd, dat, toen ook Jezus gedoopt werd en in het gebed was, de hemel zich opende, en de Heilige Geest in lichamelijke gedaante als een duif op Hem nederdaalde, en dat er een stem kwam uit de hemel: Gij zijt mijn Zoon, de geliefde, in U heb Ik mijn welbehagen." Lucas 3:21-22

DOOR HET GEBED KENDE JEZUS GOD TEN VOLLE.

Jezus trad de arena van geestelijke oorlogvoering binnen en stond oog in oog met de macht van satan, met de machtige wapens van GEBED en VASTEN in de hand.

In het allereerste verslag dat wij hebben uit de tijd van voor Jezus' aardse bediening, zien wij Hem deze twee wapens opnemen en gebruiken om Zich geestelijk voor te bereiden op de strijd.

Toen Hij vlak na Zijn doop opsteeg uit het modderige water van de Jordaan, begon Hij te BIDDEN. Terwijl Hij daar stond en het water Hem langs het gezicht en het lichaam afliep, begon Jezus te bidden - met God gemeenschap te zoeken - om Zich totaal over te geven aan het plan en doel dat God met Zijn leven had.

Zowel aan het begin van Zijn bediening als tijdens Zijn gehele leven, was het gebed een sterke en machtige kracht. Hij had een van leven bruisende relatie met de Vader door het gebed. Hij leefde in voortdurende gemeenschap met God. Vaak stond Hij vroeg op en ging Hij naar een eenzame plaats om te bidden. Na een tijd van ingespannen onderwijzing en bediening van mensen, zocht Hij vaak een plek op waar Hij met de Vader alleen kon zijn. En als Hij dan alleen was en tot Zijn Vader aan het bidden was, leerde Jezus de Vader heel persoonlijk kennen, zozeer dat Hij kon zeggen:"Gelijk Mij de Vader kent en Ik de Vader ken ..." (Johannes 10:15).

Hij was wel de Zoon van God, maar toch was Zijn kennis van en relatie met de Vader niet automatisch. Hij had een menselijke gedaante aangenomen en Hij moest leren, wat Zijn Vader wilde dat Hij zei en deed. Hij moest kracht putten uit Zijn Vader.

Jezus zei:"Dat Ik ... niets uit mijzelf doe, doch dat Ik dit spreek, gelijk de Vader Mij geleerd heeft." (Johannes 8:28); "Wat Ik gezien heb bij de Vader, spreek Ik ..." (Johannes 8:38). Hij zei tegen de Joden:"Voorwaar, voorwaar, Ik zeg U, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen; want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo. Want de Vader heeft de Zoon lief en toont Hem al wat Hij zelf doet ..." (Johannes 5:19-20).

Jezus deed niets los of onafhankelijk van Zijn Vader. Alles wat Hij deed, deed Hij, omdat God het Hem geopenbaard had. Jezus zei, dat Hij alleen die dingen kon doen, die Hij de Vader had 'zien' doen en dat de Vader Hem alles toonde wat Hij deed, omdat de Vader Hem liefhad.

DOOR HET GEBED vormde Jezus een eenheid met God, die van levensbelang was, en waarin Hij en de Vader EEN waren. Hij kon zeggen:"... de Vader is in Mij, en Ik in de Vader." (Johannes 10:38); "Ik en de Vader zijn een." (Johannes 10:30), omdat Hij DOOR HET GEBED een machtige dimensie van de Geest was binnengegaan, waarin de Vader Zichzelf en Zijn wil ten volle aan Hem openbaarde.

DOOR HET GEBED kon Jezus in de Geest "ZIEN", wat de Vader wilde, dat Hij deed. DOOR HET GEBED kon Jezus in de Geest "HOREN" welke woorden de Vader wilde, dat Hij uitsprak.

Wanneer Jezus bad en met de Vader sprak, openbaarde de Vader Zich aan Hem in al Zijn volheid. Hij openbaarde Zijn karakter ... Zijn liefde, Zijn genade, Zijn macht en kracht! Hij openbaarde Zijn wil om mensen te redden, te genezen, te verlossen en ze te bevrijden uit de macht van satan.

Zoals Jezus deze dingen in en door de Geest 'zag', deed Hij ze door het gebed. Hij en de Vader waren EEN. Wat Jezus de Vader ook zag doen - wat het ook was, dat Hij zag, dat de Vader wilde - deed Hij.

Het was ook door het gebed dat Jezus kon doordringen in het domein van de Geest. Door het gebed kon Jezus God KENNEN - kon Hij een geestelijke eenheid met Hem gaan vormen, waarin Zij EEN waren. Ook was het door het gebed, dat de Vader Zichzelf en Zijn wil aan Hem openbaarde. En deze kennis van de Vader, die Jezus Zich eigen maakte door het gebed - deze eenheid met de Vader - was de bron (het eigenlijke fundament) van Jezus' grote kracht als geestelijke strijder.

Hij wist, dat God met Hem was en was daardoor tegen elke situatie, elk obstakel, elke aanval van de vijand opgewassen.

Als u dezelfde machtige geestelijke strijder als Jezus wilt worden, moet u uw machtige wapen van gebed OPNEMEN en het eerst gebruiken om in dezelfde machtige positie terecht te komen zodat u een bent met Hem - zodat u in de Geest kunt 'zien' en 'horen' wat Hij wil, dat u doet en zegt.

Er is maar een manier om dat te bereiken - DOOR HET GEBED! De enige manier waarop u in staat zult zijn Christus werkelijk in al Zijn volheid te KENNEN, is door tijd alleen met Hem in het gebed door te brengen. De enige manier om Zijn wil voor uw leven te kennen, is door het gebed.

Er is maar een manier om te kunnen doordringen in het rijk van de Geest, zodat u kunt 'zien' en 'horen' wat Hij wil, dat u doet en zegt, en dat is door gebed. Jezus had een menselijke gestalte aangenomen en Hij was genoodzaakt God ten volle te leren kennen door het gebed, net zo moet u het gebed gebruiken om 'volledige en nauwkeurige kennis' van Christus te verkrijgen.

"Jezus dan antwoordde en zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen; want wat deze doet, dat doet de Zoon evenzo." Johannes 5:19

CHRISTUS IN ZIJN VOLHEID KENNEN DOOR HET GEBED

Uw kennis van Christus, uw relatie, uw eenheid met Hem door het gebed is de bron van uw kracht (de grond waarop u staat). Als u niet bereid bent uzelf discipline op te leggen, zoals Jezus dat deed, en zeer regelmatig tijd te nemen voor gebed, waardoor u Hem gelegenheid geeft Zichzelf en Zijn wil aan u te openbaren, zult u niet standhouden.

Een van de grote strategieen die Jezus gebruikte om satan te verslaan, was, dat Hij VOORBEREID was - te allen tijde klaar om de vijand aan te pakken. De vijand kon Hem niet verrassen!

Toen satan Hem kwam verzoeken in de woestijn, was Jezus klaar om te strijden. Toen satan onderweg naar Jeruzalem door Petrus sprak om Hem de weg naar het kruis uit het hoofd te praten, kwam dit voor Jezus niet als een verrassing, Hij was klaar. Toen de soldaten en priesters Hem in de Hof van Getsemane kwamen arresteren, was Jezus niet verrast - Hij was klaar de woeste aanval van de vijand te trotseren.

Hij was op de hoogte van alle dingen die Hem zouden overkomen en Hij was klaar. Hij wist, dat satan al het mogelijke in het werk zou stellen om Hem te verslaan - om Hem van het doel waarvoor God Hem gezonden had af te houden - maar Hij was klaar. Toen de vijand probeerde Hem te bewegen van het kruis af te komen, was Jezus klaar. Hij wankelde niet - Hij hield vol!

Jezus was te allen tijde voorbereid en klaar tegen de vijand ten strijde te trekken en de overwinning te behalen, omdat Hij Zich door VASTEN en GEBED op de strijd had voorbereid!

Aan de Jordaan werd Jezus gedoopt in de Heilige Geest. Hij 'was vol van en werd geleid en beheerst door de Heilige Geest'. Hij was VOLLEDIG TOEGERUST - met macht en kracht bekleed - om het werk dat God Hem had opgedragen - het vernietigen van de werken van de boze - te beginnen.

Na deze ervaring aan de Jordaan werd Jezus door de Geest de woestijn in geleid:"Jezus nu, vol van de Heilige Geest, keerde terug van de Jordaan en werd door de Geest geleid in de woestijn, waar Hij veertig dagen verzocht werd door de duivel. En Hij at niets in die dagen en toen zij voorbij waren, kreeg Hij honger." (Lucas 4:1-2)

Er staat in het Woord heel weinig over de 40 dagen die Jezus in de woestijn doorbracht. Wij weten, dat er een geestelijke confrontatie plaatsvond, dat satan tot Jezus in de woestijn kwam om Hem te verzoeken en te vernietigen, nog voordat Hij Zijn bediening begon.

Wij weten, dat Jezus niet overrompeld was, dat Hij het machtige geschreven Woord gebruikte om satan te verslaan. Wij weten, dat Hij dit geestelijke slagveld niet afgepeigerd, oververmoeid en uitgeput verliet. Hij "keerde in de kracht des Geestes terug naar Galilea." (Lucas 4:14)

Als wij deze strijd nog eens nauwkeurig bezien, zien wij in Jezus' leven een machtige kracht aan het werk, die Hem sterkte en deed overwinnen nog terwijl de strijd woedde. In die 40 dagen in de woestijn "at" Jezus "niets". Hij vastte en bad. Het was niet zo, dat Jezus besloot, dat Hij niets zou eten, of dat er gewoon geen eten was. Het was een tijd waarin Hij Zich voor God vernederde, om zo ver te komen dat Hij van God kon 'horen' en leiding ontvangen.

Toen Mozes de berg Horeb opging om de stenen tafelen met de geboden Gods te ontvangen, vastte Hij 40 dagen en nachten (Deuteronomium 9:9). Elia's tocht naar Horeb om van God te horen was een vasten van 40 dagen en nachten (1 Koningen 19:8).

Jezus sloot daar in de woestijn de wereld buiten. Met heel Zijn innerlijk wezen wilde Hij God zoeken. Hij richtte al Zijn energie - lichamelijk, verstandelijk, geestelijk - op slechts een ding: van God horen.

Door die tijd van vasten en gebed in de woestijn, kwam er geestelijke energie in Jezus' leven vrij, waardoor Hij elke verzoeking van de vijand kon weerstaan. (Zie ook hierna, in het hoofdstuk "Het machtige wapen van het vasten".) Jezus gebruikte gebed en vasten als AANVALSWAPENS tegen satan om hem te verslaan.

"En toen Hij aan die plaats gekomen was, zeide Hij tot hen: Bidt, dat gij niet in verzoeking komt. En Hij zonderde zich van hen af, ongeveer een steenworp ver, knielde neder en bad deze woorden: Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg; doch niet Mijn wil, maar de uwe geschiede! En Hem verscheen een engel uit de hemel om Hem kracht te geven. En Hij werd dodelijk beangst en bad des te vuriger. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen. En Hij stond op van het gebed en ging tot zijn discipelen en Hij vond hen slapende van droefheid. En Hij zeide tot hen: Waarom slaapt gij? Staat op, bidt, dat gij niet in verzoeking komt." (Lucas 22:40-46)

In de Hof van Getsemane voerde Jezus de grootste strijd van Zijn leven. Hij wist, dat Hij gearresteerd zou worden en dat Zijn discipelen Hem zouden verlaten. Hij wist, dat Hij bespot, bespuugd en geslagen zou worden. Hij wist, dat Hij de vreselijke pijn en kwelling en dood aan het kruis zou ondergaan.

Hij bad. Hij zwoegde. Hij worstelde voor Gods aangezicht en Zijn zweet werd als grote bloeddruppels. Daar in de Hof van Getsemane gebruikte Jezus Zijn wapen van gebed om satan AAN TE VALLEN VOORDAT de laatste strijd kwam.

De discipelen hadden ook een grote geestelijke strijd te voeren. Jezus had hun in die nacht gewaarschuwd, dat zij verstrooid zouden worden, dat zij hem allemaal, zonder uitzondering, zouden achterlaten en in de steek laten (Johannes 16:32). Jezus had Petrus gewaarschuwd met de woorden:"Simon, Simon, zie, de satan heeft verlangd ulieden te ziften als de tarwe." (Lucas 22:31) Jezus zei Petrus, dat hij Hem, nog voor het einde van de nacht, driemaal zou verloochenen.

In plaats van zich op de strijd voor te bereiden, sliepen de discipelen. Voor Jezus als voorbereiding op de grote strijd begon te bidden, zei Hij tegen de discipelen:"Bidt, dat gij niet in verzoeking komt." (Lucas 22:40) Jezus zei eigenlijk tegen de discipelen: VAL satan AAN, voordat de strijd begint. Hij zei hun dat zij hun wapen van gebed moesten OPNEMEN en tegen satan gebruiken om hem te verslaan.

De discipelen namen Christus' waarschuwing niet ter harte. Overmand door verdriet en oververmoeid, sliepen zij.

Wij weten niet, hoe lang Jezus in het gebed in de Geest gevochten heeft. Wel weten wij, dat op zeker moment, tijdens Zijn arbeid en weeën in de Geest, Hem een engel verscheen en deze sterkte Hem (Lucas 22:43). Na dit gebed was Hij klaar om de oorlog te winnen. Hij stond op wetende, dat God met Hem was en dat de overwinning voor Hem was!

Toen Hij bij Zijn discipelen kwam en hen slapende aantrof, vroeg Hij hun:"Waarom slaapt gij? Staat op, bidt, dat gij niet in verzoeking komt." (Lucas 22:46) Nog terwijl Jezus sprak, kwam er een schare Romeinse soldaten en priesters met Judas aan het hoofd aangelopen en barstte de strijd los. De discipelen werden onvoorbereid 'in het midden' van de strijd geplaatst. En omdat zij niet voorbereid waren, konden zij niet staande blijven en werden zij verslagen.

Net als Jezus Zijn wapen van gebed gebruikte om satan aan te vallen, nog voordat de strijd begon, moet u ook uw wapen van gebed OPNEMEN en het in werking stellen. Gebruik het tegen hem om u op de strijd voor te bereiden.

De meeste christenen van vandaag is geleerd, hoe belangrijk het gebed is. Zij erkennen, dat bidden een van hun christelijke 'plichten' is. Vele kennen de kracht en macht van het gebed en hebben die ervaren. Zij hebben gezien, hoe God hun gebeden voor genezing en verlossing heeft verhoord. Zij erkennen het gebed als middel om omgang met God te hebben door lofprijzing en aanbidding.

Maar slechts heel weinig christenen zijn binnengegaan in het rijk van de geest, waarin zij zien, dat het gebed het MACHTIGE WAPEN is dat God voor hun ontworpen heeft om voor de volle honderd procent overwinning te hebben over heel de legermacht van de vijand. De meeste christenen bidden nog steeds enkel om zich te verdedigen. Zij wachten tot de vijand hun lichaam, hun gezin of hun financiën aanvalt, of tot zij zo in het nauw gedreven worden dat er geen uitweg en geen hoop meer lijkt te zijn, voor zij tot God roepen om hen te bevrijden.

Toch moeten christenen niet meer vanuit een verdedigende, maar vanuit een AANVALLENDE houding bidden, en zij moeten leren het gebed als een AANVALSWAPEN te gebruiken om satan uit de omstandigheden van hun leven - hun gezin, hun steden en dorpen, hun land - te verdrijven.

"Hij sprak een gelijkenis tot hen met het oog daarop, dat zij altijd moesten bidden en niet verslappen. En Hij zeide: Er was in een stad een rechter, die zich om God niet bekommerde en zich aan geen mens stoorde. En er was een weduwe in die stad, die telkens tot hem kwam en zeide: Verschaf mij recht tegenover mijn tegenpartij. En een tijdlang wilde hij niet, maar daarna sprak hij bij zichzelf: Al bekommer ik mij niet om God en al stoor ik mij aan geen mens, toch zal ik, omdat deze weduwe het mij moeilijk maakt, haar recht verschaffen; anders komt zij mij ten slotte nog in het gezicht slaan.

En de Here zeide: Hoort wat de onrechtvaardige rechter zegt. Zal God dan zijn uitverkorenen geen recht verschaffen, die dag en nacht tot Hem roepen, en laat Hij hen wachten? Ik zeg u, dat Hij hun spoedig recht zal verschaffen. Doch, als de Zoon des mensen komt, zal Hij dan het geloof vinden op aarde?" Lucas 18:1-8

GEBRUIK UW MACHTIGE WAPEN VAN GEBED OM SATAN TE BINDEN EN UIT TE DRIJVEN!

De enige wapens op aarde die machtig genoeg zijn om door te dringen in de geest, in het vijandige gebied binnen te dringen, de macht van de vijand te binden en satans bolwerken te vernietigen zijn de twee machtige wapens van HET GEBED en HET VASTEN!

Er bestaan georganiseerde hordes demonen, geestelijke machten en heersers der duisternis - geweldgeesten, geesten van verwarring, hebzucht, haat, moord, opstandigheid, angst, begeerte, ontaarding - die boven onze steden, dorpen en landen zweven. Zij bevinden zich overal - op straat, op het werk - overal.

Hun doel: alles wat heilig en rein is, alles wat moreel goed is, alle gevoel voor fatsoen afbreken en vernietigen. Hun doel: regeringen omverwerpen en afbreken; de rechtspraak aantasten en atheistische, immorele leiders aan de macht helpen. Hun doel: de democratie ondermijnen en het communisme op aarde vestigen als de heersende macht. Hun doel: christelijke leiders in hun goede naam aantasten, hun godvruchtige invloed op onze steden en landen verzwakken, en hen tot zwijgen brengen.

Hun doel: het lichaam van Christus in verdeeldheid brengen; scheiding en twist in gemeentes kweken; de Gemeente afleiden van haar eigenlijke doel, nl. zielen te winnen voor het Koninkrijk van God.

Hun doel: gezinnen te gronde richten; echtgenotes tegen elkaar opzetten; het zaad van rebellie in de harten van tieners zaaien; gevoelens van verwerping, wantrouwen, bitterheid en haat verwekken.

Hun doel: alle christenen vernietigen - hun vreugde roven, hun vertrouwen in God vernietigen, hen verleiden God de rug toe te keren en tegen Hem te zondigen. Hun doel: u hinderen bij uw groei tot de volle maat van de wasdom van Christus, u van het gebed weerhouden, u afhouden van het toepassen van het Woord in uw leven, u HINDEREN bij het doen van Gods wil.

Deze boze machten en wereldbeheersers hebben bolwerken in onze steden, dorpen en landen opgericht, die geen atoombom, geen kernwapen, geen enkel ander zichtbaar wapen kan vernietigen. De enige macht die sterk genoeg is om tot deze boze machten DOOR TE DRINGEN en deze bolwerken in de landen van de wereld af te breken, is het gebed van Gods volk!

Denk eens even na over de bolwerken die satan in uw leven, in uw gezin, in uw stad of dorp, in uw land heeft opgebouwd. Veel christenen hebben te maken met situaties en problemen die hen verwarren en bang maken. Zij weten zelfs niet, hoe zij ervoor moeten bidden.

Velen zijn aangevallen in hun lichaam of verstand. Hun kracht lijkt uitgeput; ontmoediging en twijfel doen hun intrede. Weer anderen hebben God gezocht voor leiding, om Zijn stem te horen, om Zijn wil te kennen omtrent belangrijke beslissingen die zij moeten nemen.

Velen hebben alles gedaan wat zij wisten. Zij hebben geweend. Zij hebben gesmeekt. Zij hebben tot God geroepen. En toch lijkt de hemel wel van koper te zijn; dat hun gebeden door een of andere oorzaak niet tot de troon van God doordringen.

Net als de grote strijder Koning David roepen zij vanuit het diepst van hun geest:"Hoelang HERE? Zult Gij mij voortdurend vergeten? Hoelang zult Gij uw aangezicht voor mij verbergen?" (Psalm 13:1)

God heeft hen niet verlaten. Hij is ze niet vergeten. Christenen strijden tegen machten en overheden die een sterke verdedigingslinie hebben aangelegd - een barrière die de antwoorden op onze gebeden tegenhoudt. God onttrekt Zich niet aan ons.

Voordat iemand de doorbraken, die hij of zij in zijn leven nodig heeft, kan beleven, eer een natie of stad de geestelijke doorbraken kan ervaren die zo dringend nodig zijn, moeten wij diep in de Geest doordringen en de hindernis, die de vijand heeft opgezet, doorbreken en gebruik maken van de machtige wapens die God ons gegeven heeft.

(PLAATJE PAGINA 202 N.T.)

"Zij namen dan de steen weg. En Jezus sloeg de ogen opwaarts en zeide: Vader, Ik dank U, dat Gij Mij verhoord hebt. Zelf wist ik, dat Gij Mij altijd verhoort, maar ter wille van de schare, die rondom Mij staat, heb Ik gesproken, opdat zij geloven, dat Gij Mij gezonden hebt." Johannes 11:41-42

JEZUS DRONG DOOR IN SATANS TERRITORIUM EN PAKTE DE OVERWINNING.

Als men wil doordringen achter de 'vijandelijke linies', waar de boze machten staan opgesteld, en de vijand wil lokaliseren en binden, moet men gebruik maken van het wapen van het gebed om onder het oppervlak te gaan, tot in het geestelijke rijk.

Het woord 'binnendringen' betekent: doorprikken; binnengaan door tegenstand te overwinnen. Door het gebed drong Jezus door tot achter de vijandelijke linies en brak Hij de bolwerken van satan - zonde, ziekte en de dood - in het leven van de mensen af.

Met gebruikmaking van het machtige wapen van het gebed opende Jezus blinde ogen en dove oren, genas Hij kreupele ledematen, reinigde Hij melaatsen, deed Hij stomme tongen jubelen, wierp Hij demonen uit en wekte Hij doden op! Het is interessant op te merken, dat Jezus nooit voor de zieken gebeden heeft; Hij beval de ziekte de persoon te verlaten, Hij sprak het Woord met macht en autoriteit en het geschiedde. Aan de 'frontlinies', als Hij onder de mensen was, bad Hij niet een keer voor de zieken! Hij heeft niet een keer de Vader gevraagd iemand te genezen. En er is maar een geval bekend waarin Jezus Zich eerst tot de Vader richtte voor Hij iemand genas. Jezus hoefde de Vader niet te vragen Lazarus uit de dood op te wekken, Hij dankte Hem omdat Hij Hem reeds verhoord had. De overwinning was reeds behaald door het gebed! Als een veroveraar brak Jezus door de vijandelijke verdedigingslinies heen, drong door tot in satans territorium en oefende autoriteit over hem uit. Aan de 'frontlinies' bad Hij niet dat demonen zouden uitgaan; Hij gelastte ze te gaan. Als Hij mensen zag die doof, blind of stom waren, bad Hij niet tot God dat Hij hun ogen of oren moest openen of hun tong moest losmaken; Hij beval hen te zien, te horen of te spreken.

Hij was in staat de boze geesten die aan het werk waren te onderscheiden en ze bij name te roepen en uit te werpen. Toen Hij de bezeten jongeman zag, bad Hij niet. Hij sprak de boze geest direkt aan met de woorden:"Gij, stomme en dove geest, Ik beveel u: ga van hem uit en kom niet meer in hem." (Marcus 9:25) Als Jezus het woord van genezing en verlossing uitsprak, was er geen twijfel mogelijk of hetgeen Hij sprak, wel zou gebeuren. Jezus wist, dat, nog terwijl Hij sprak, het werk zou geschieden.

De grote overwinningen die Jezus beleefde aan de 'frontlinies' tijdens Zijn bediening van de mensen - onderwijzen, blinde ogen en dove oren openen, alle soort van kwaal genezen, doden opwekken - gebeurden niet automatisch. De strijd werd gewonnen, nog voordat Hij naar het 'front' trok, DOOR HET GEBED!

Hoewel Hij de Zoon van God was, behaalde Jezus deze overwinningen niet in eigen kracht. Hij had Zich ontdaan van Zijn goddelijke vermogens en was onderhevig aan dezelfde menselijke beperkingen als u en ik. Hij deed absoluut niets zonder Zijn Vader. Geen enkele van de geweldige wonderen en genezingen die Hij deed, gebeurden zomaar vanzelf.

Jezus zei:"Ik kan van Mijzelf niets doen ..." (Johannes 5:30); "De Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij moet het de Vader zien doen; want wat deze doet, dat doet ook de Zoon evenzo." (Johannes 5:19) Hij was totaal afhankelijk van Zijn Vader. Hij erkende waar iedereen bij was, dat Hij niets kon doen, behalve wat de Vader Hem openbaarde door het gebed, in Zijn Tegenwoordigheid. Hij zei tegen de Joden:"Wat Ik gezien heb bij de Vader, spreek Ik ..." (Johannes 8:38). ALLES wat Jezus deed was een gevolg van hetgeen de Vader Hem openbaarde, terwijl Hij in Zijn Tegenwoordigheid was IN HET GEBED!

Toen Jezus in de Jordaan gedoopt werd, werd Hij vol van de Heilige Geest, tot overvloeiens toe. Hij werd door God gezalfd en ontving macht en autoriteit door de Heilige Geest om de bolwerken van satan te vernietigen - om zieken te genezen, demonen uit te werpen en doden op te wekken.

De sleutel tot het vrijkomen van die macht en autoriteit was HET GEBED!

Voordat Hij naar het 'front' trok, bracht Jezus tijd door in Zijn Vaders Tegenwoordigheid, waar de Vader Zijn wil aan Hem openbaarde. Door het gebed drong Hij door tot achter de vijandelijke linies, vocht het uit en overwon!

* VOOR Hij Zijn bediening begon, bracht Hij 40 dagen in vasten en gebed door en "keerde in de kracht des Geestes terug naar Galilea." (Lucas 4:14).

* VOOR Hij de vijfduizend voedde door vijf broden en twee vissen te vermenigvuldigen, ging Hij met de boot naar een eenzame plaats EN BAD ALDAAR (Matteus 14:13).

* VOOR Hij in Gennesaret een grote genezingscampagne hield, waar de mensen Hem de zieken brachten, ging Jezus alleen een berg op, waar HIJ BAD (Matteus 14:22-23).

* VOOR Hij de twaalf uitkoos, ging Jezus "naar het gebergte om te bidden, en Hij bracht de nacht door in het gebed tot God." (Lucas 6:12)

* VOOR Hij Zijn bediening in heel Galilea aanving, waar Hij predikte en demonen uitwierp, BAD Jezus. "En vroeg, nog diep in de nacht, stond Hij op en ging naar buiten en Hij ging heen naar een eenzame plaats en bad aldaar." (Marcus 1:35)

* VOOR Hij naar het kruis ging, op weg naar Jeruzalem, ging Jezus, omdat Hij wist, dat Hij gevangen genomen en gekruisigd zou worden, een berg op waar Hij BAD. (Lucas 9:28)

* VOOR Hij gearresteerd, geslagen, bespot en gekruisigd werd, ging Jezus de Hof van Getsemane binnen waar Hij BAD (Matteus 26:36-46).

Voor een christen stappen onderneemt voor iets dat voor zijn eigen leven of gezin van groot belang is, behoort hij of zij dan niet eerst een geestelijke strijd te voeren door het gebed, door de vijandelijke linies heen te breken en de strijd te winnen?

(plaatje pagina 616 O.T.)

"Daarna geschiedde het, dat de Moabieten, de Ammonieten en met hen een deel van de Meunieten tegen Josafat ten strijde trokken. Men kwam Josafat melden: Een grote menigte is tegen u opgetrokken van de overkant der zee, uit Aram; zie, zij zijn in Chaseson-Tamar - dat is Engedi -. Toen werd Josafat bevreesd en besloot de HERE te raadplegen; hij riep voor geheel Juda een vasten uit, en Juda kwam bijeen om hulp te zoeken bij de HERE; ja, men kwam uit al de steden van Juda om de HERE te zoeken. Josafat ging te midden van de gemeente van Juda en Jeruzalem staan, in het huis des HEREN voor de nieuwe voorhof, en zeide: HERE, God onzer vaderen, zijt Gij niet de God in de hemel, heerst Gij niet over al de koninkrijken der volken? In uw hand is kracht en sterkte, niemand kan standhouden tegen U. Zijt Gij niet onze God, die voor het aangezicht van uw volk Israel verdreven hebt de inwoners van dit land en dit voor altijd hebt gegeven aan het nakroost van Abraham, uw vriend? Zij woonden daarin, bouwden U daarin voor uw naam een heiligdom en zeiden: Indien ons een onheil overkomt: zwaard, gericht, pest of honger, dan zullen wij ons voor dit huis en voor uw aangezicht stellen, want uw naam is in dit huis; wanneer wij in onze benauwdheid tot U roepen, zult Gij horen en helpen. Nu dan, zie, de Ammonieten, de Moabieten en de lieden van het gebergte Seir, tegen wie Gij Israel niet toestondt op te rukken, toen het uit het land Egypte kwam - want het trok langs hen heen en verdelgde hen niet - zie toch, zij vergelden het ons door op te trekken om ons uit uw bezitting die Gij ons ten erve hebt gegeven, te verdrijven. Onze God, zult Gij over hen niet gericht houden? Wij immers zijn niet opgewassen tegen deze grote menigte die tegen ons is opgerukt, en wij weten niet, wat wij doen moeten, maar op U zijn onze ogen gevestigd.

Geheel Juda stond voor het aangezicht des HEREN, zelfs hun kleine kinderen, hun vrouwen en hun zonen. Toen kwam in het midden der gemeente de Geest des HEREN op de Leviet Jachaziel, de zoon van Zekarja, de zoon van Benaja, de zoon van Jeiel, de zoon van Mattanja, uit de zonen van Asaf, en hij zeide: Luistert, geheel Juda en inwoners van Jeruzalem en koning Josafat! Zo zegt de HERE tot u: weest niet bevreesd en wordt niet verschrikt voor deze grote menigte, want het is geen strijd van u, maar van God. Morgen moet gij tegen hen oprukken; wanneer zij de helling van Sis bestegen hebben, zult gij hen aantreffen aan het einde van het beekdal voor de woestijn van Jeruel. Niet gij zult hierbij behoeven te strijden: stelt u op, blijft staan, dan zult gij zien, dat de HERE u de overwinning geeft. Juda en Jeruzalem, weest niet bevreesd en wordt niet verschrikt; morgen moet gij tegen hen uittrekken, de HERE is met u. Toen boog Josafat zich neer met het aangezicht ter aarde, en geheel Juda en de inwoners van Jeruzalem wierpen zich neer voor het aangezicht des HEREN, om de HERE te aanbidden. En de Levieten, behorende tot de Kehatieten en de Korachieten, stonden op om de HERE, de God van Israel, met zeer krachtige stem te loven.

De volgende morgen vroeg trokken zij uit naar de woestijn van Tekoa. En terwijl zij uittrokken, trad Josafat naar voren en zeide: Luistert naar mij, Juda en inwoners van Jeruzalem, gelooft in de HERE, uw God, en gij zult bevestigd worden, gelooft in zijn profeten en gij zult voorspoedig zijn. Na het volk te hebben geraadpleegd, stelde hij mannen op, die de HERE een lied zongen, en Hem loofden in heilige feestdos, terwijl zij voor de gewapenden uittrokken en zeiden: Looft de HERE, want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid. Op het ogenblik, dat zij de jubel en de lof aanhieven, liet de HERE de Ammonieten, de Moabieten en de lieden van het gebergte Seir, die tegen Juda waren opgerukt, uit hinderlagen overvallen, en zij werden verslagen. Daarop keerden de Ammonieten en de Moabieten zich tegen de bewoners van het gebergte Seir, om hen met de ban te slaan en te verdelgen. Zodra zij met de bewoners van Seir hadden afgerekend, hielpen zij elkander in het verderf. Toen Juda gekomen was bij de wachttoren in de woestijn keerden zij zich naar het krijgsvolk, en zie, het waren slechts lijken, ter aarde nedergevallen: niemand was ontkomen. Daarna kwamen Josafat en zijn volk hun buit roven en vonden bij hen in overvloed zowel have als klederen en kostbaarheden; zij plunderden zoveel, dat het niet te dragen was; gedurende drie dagen waren zij bezig met het roven van de buit, zo groot was deze. Op de vierde dag kwamen zij samen in het Dal der Lofprijzing: daar prezen zij de HERE, hierom noemt men die plaats tot op heden Dal der Lofprijzing. Toen keerden al de mannen van Juda en van Jeruzalem om, met Josafat aan het hoofd, en gingen naar Jeruzalem terug met blijdschap, want de HERE had hen verblijd over hun vijanden. Zij kwamen te Jeruzalem, naar het huis des HEREN, met harpen, citers en trompetten. En de schrik Gods viel op al de koninkrijken der landen, toen zij hoorden, dat de HERE tegen Israëls vijanden gestreden had, maar het koninkrijk van Josafat had rust, want zijn God gaf hem vrede aan alle kanten." 2 Kronieken 20:1-30

OVERWINNING OVER HET ONMOGELIJKE DOOR HET GEBED

Als wij van dag tot dag problemen ontmoeten in ons leven, mogen wij wandelen in de wetenschap, dat God wil, dat wij een totale overwinning over onze problemen hebben. En toch worden zoveel mensen, die iets meemaken waardoor zij hun overwinning kwijtraken, verteerd door de gedachte dat dat Gods wil is, en dat het gewoon niet hun tijd is om in de kracht van de Heilige Geest te leven en overwinning in hun leven te hebben.

Dit is gewoonweg niet waar, hoe verschrikkelijk of onmogelijk onze situatie om ons heen ook mag lijken. God heeft Zijn Zoon in de wereld gezonden om de werken van de duivel te verbreken (1 Johannes 3:8).

Ons bijgaand Schriftgedeelte is een voorbeeld van de moeilijkheden die men geneigd zou kunnen te betitelen als 'onmogelijk op te lossen'. Maar het is ook een voorbeeld van Gods verlossende macht voor hen die met hun hele hart naar Hem opzien in vurig en doeltreffend gebed.

Men zou dit verhaal uit het Oude Testament 'Het Grote Machtsspel' kunnen noemen, want Gods vijanden wilden door eendrachtig machtsvertoon proberen de Israelieten vrees aan te jagen. Wij zien hier, dat de drie naties Ammon, Moab en Seir een samenzwering smeedden om tegen Juda op te staan en het van de kaart te vegen. Josafat, koning van Juda, ontving van zijn inlichtingendienst bericht over de plannen van een massale aanval op Juda. Het eerste dat hem overkwam was, dat angst zich van zijn hart meester maakte, want hij wist, dat normaal gezien zijn leger niet opgewassen was tegen de grote aantallen die zich tegen hem geschaard hadden.

Op dit moment had vrees de natie Juda volslagen kunnen verlammen, en zij hadden volledig vernietigd kunnen worden.

De onmiddellijke resultaten van angst zijn bepalend voor leven of dood, verlamming of overwinning, zowel voor een land als een individu.

ALLE WAARHEID HEEFT HAAR TEGENBEELD ... elke waarheid heeft haar negatieve, maar ook haar positie kant. Zelfs angst heeft haar positieve kant. Als angst ons op de knieen brengt, waardoor wij beginnen te bidden en geboorte-weeën te doorstaan in het gebed en Gods hand komt daardoor in beweging, of de wereld gaat veranderen, dan is die vrees omgezet in een positieve invloed in ons leven. Wij zijn dan erdoor gedwongen tot een nauwere relatie en diepere gemeenschap met God, en de angst heeft meegewerkt ten goede. Als angst ons drijft tot het lezen van het Woord van God om er antwoorden te vinden, dan heeft angst iets groots in ons leven uitgewerkt.

Josafat werd zo door angst aangegrepen dat hij een vasten uitriep. De Schrift zegt:"Toen werd Josafat bevreesd" (vers 3), en toen hij bevreesd werd, nam hij zich voor Gods aangezicht te zoeken. De angst was een positieve aansporing om de Heer te zoeken.

De eerste stap die Josafat zette, die tot de oplossing van zijn probleem leidde, was dat hij ten volle erkende Wie het was dat hij aanriep ... de God des hemels en van heel de schepping (vers 6). Hij herinnerde zich de woorden van koning David, die zei:"De hemelen vertellen Gods eer, en het uitspansel verkondigt het werk zijner handen" (Psalm 19:1).

Vreemd genoeg noemt hij zijn problemen aan het begin van zijn gebed niet op, zoals wij misschien in zijn plaats zouden doen. Hij lijkt een geheime strategie te hebben bij het naderen tot de God van de Schepping. Hij begint er zelfs mee eerst de macht en de glorie van zijn Hemelse Vader op te sommen. In feite begint hij ermee God boven alles te erkennen. In plaats van gebukt onder de last van al die vijandige naties tot God te komen, doet hij iets heel anders! Hij gaat een relatie aan!

Josafat zegt:"God, ik weet, dat U het probleem voor ons kunt oplossen. God, ik weet, dat u het zult doen. God, ik weet, dat U Uw volk zult verlossen! Ik weet, dat het antwoord om deze ramp af te wenden, ligt in UW MACHT OM TE VERLOSSEN, niet in onze eigen kracht." Hij wendde zijn oog af van zijn omstandigheden en richtte het op zijn Bron!

Als Josafat op zo een intieme wijze over de Here God kon spreken, en hij Hem alleen door Zijn daden kende en door de Tempel en het priesterschap en de schaduwen van de wet van Mozes, hoeveel te meer moeten wij dan ons geloof kunnen opheffen om God te geloven voor het onmogelijke. En onze relatie met God loopt niet via een tussenpersoon zoals dat bij Josafat het geval was, maar via het offer van Zijn Zoon, Jezus Christus. Als Josafat Gods hart kon raken met zo een gebed, kunnen wij, door Christus, veel grotere overwinningen voor het Koninkrijk van God behalen.

Josafat bidt verder:"Zijt Gij niet onze God, die voor het aangezicht van uw volk Israel verdreven hebt de inwoners van dit land en dit voor altijd hebt gegeven aan het nakroost van Abraham, uw vriend?" (vers 7) Dit is een keerpunt in dit prachtige gebed. Hier zien wij een overgang van louter het feit, Wie God werkelijk was, naar hetgeen de Here God werkelijk gedaan had. Wij gaan nu over van de aanbidding naar de daad ... van de wens naar de positieve actie. Wachten is een ding, maar in beweging komen is nog iets anders. GELOOF IS EEN FEIT, MAAR GELOOF IS OOK EEN DAAD!

Josafat verklaarde exact, tot Wie hij aan het bidden was, en erkende, wat God voor hem in het verleden gedaan had, waarna hij enige voorbeelden van Gods macht opnoemde (vers 9). Hij ging staan op het Woord!

Hoe dikwijls hebben wij de uitspraak gehoord:"God verhoort gebed." Wij zouden er beter aan doen te zeggen:"God verhoort vurig gebed ... God verhoort gebed dat gebaseerd is op Zijn Woord." Wij moeten zijn beloftes noemen om ze in ons gebedsleven te activeren:"Zou Hij zeggen en niet doen, of spreken en niet volbrengen?" (Numeri 23:19)

Verneder u voor God en erken dat u tekort schiet bij het aanpakken van uw omstandigheden. Dit deed Josafat ook (vers 12). Zie de grootheid van deze man. Hij was koning en de leider van een groot volk, toch vernederde hij zich voor God. Zoals koning David zei:"Het geroep der ellendigen vergeet Hij niet." (Psalm 9:12) Josafat onderwierp zijn eigen tekorten aan de bovennatuurlijke vermogens van God ... de goddelijke Verlosser van Zijn volk Israel. Dit is diepe, diepe afhankelijkheid ... een wijsheid waaraan niets ontbreekt. Hij was aan het eind gekomen van zijn eigen kunnen. Nu kon God het van hem overnemen en het onmogelijke bewerken!

Als volgende zien wij het begin van Gods antwoord ... de gezegende zekerheid ... Gods boodschap door Zijn profeet aan de koning en het volk Juda:"Ik heb uw gebed gehoord. Het is geen strijd van u, maar van God." (de verzen 14 en 15)

Ja, God zou in hun plaats voor hen strijden, maar dat wilde niet zeggen dat zij konden gaan zitten 'niksen' en de vijand niet zelf onder ogen hoefden te zien. Nu kwam het er op aan te vertrouwen. God zegt dus, dat de eigenlijke oorlog niet uitgevochten wordt met zwaarden en schilden en stalen speren, maar met geestelijke wapens (de verzen 16 en 17).

Toen de koning nederig werd en van zijn troon afkwam en in feite zei:"Heer, verlost U ons maar, want ik kan het niet," toen toonde de Geest van God hun precies, waar de vijand was (vers 16). U kunt uw probleem pas aanpakken, als u precies weet wat het probleem is: u moet bereid zijn en gewillig uw probleem recht in de ogen te kijken. Het element vertrouwen krijgt in uw leven een kans, wanneer u bereid bent uw vijand onder ogen te zien zonder daarbij eigen vermeende wapens of kracht te gebruiken ... en u bereid bent het helemaal door God te laten doen.

"De volgende morgen vroeg trokken zij uit ..." (vers 20). Gods verlossing vergt actie van onze kant ... actie gebaseerd op geloof in het Woord dat Hij uitgezonden heeft ... de redding die Hij beloofd heeft (vers 17). En de actie moet gebaseerd zijn op Gods volmaakte tijd ... Juda moest de gemakken van Jeruzalem achterlaten om oog in oog met de vijand te kunnen gaan staan. Als zij gewacht hadden tot de vijand de poorten van de stad had bereikt, was het te laat geweest om op te treden. Zij moesten hun verdedigende houding omzetten in een aanvallende, wilden zij de overwinning behalen.

De laatste en krachtigste stap was lofprijs en aanbidding van de Heer (vers 21). Het is gemakkelijk God na afloop te prijzen, maar dat is niet, wat men hier deed. Direkt nadat zij het Woord van de Heer van de profeet Jachaziel ontvangen hadden, waarin hun verteld werd wat hun te doen stond, geloofden zij en handelden zij ernaar (de verzen 20 en 21). Zij begonnen God te danken voor de overwinning, toen hun een ogenschijnlijk onmogelijke taak werd opgedragen ... de vijand te ontmoeten zonder de normale voorbereiding op de strijd.

Op dat moment had Juda niets om de Heer voor te prijzen, wat betreft hun verlossing van de vijand. Maar toen zij de Heer gehoorzaamden en prezen, legde Hij 'hinderlagen' voor de vijand (vers 22). Een andere vertaling van dit vers luidt:"Op het moment dat zij de Heer begonnen te prijzen, werd hun vijand verslagen."

U ziet dat onze overwinning erin ligt te leren een vijand te overwinnen die reeds verslagen is!

Toen Israel de Heer begon te prijzen, keerden hun vijanden zich tegen elkaar en vernietigden zij elkaar volkomen. De stam Juda hoefde er geen vinger naar uit te steken. De vijand vernietigde zichzelf!

Wilt u ermee doorgaan uw strijd zelf uit te vechten, nu eens hier een slag winnend en er daar weer twee verliezend ... of wilt u Gods formule volgen en opzij kunnen gaan staan, zoals Juda, en de verlossing des Heren zien?

Lees opnieuw 2 Kronieken 20:1-22.

DE NIEUWE ZALVING: GOD GAAT UW ANGST VERANDEREN IN ZEKERHEID!

Heeft u al eens ooit in een situatie gezeten dat u gewoon niet wist, wat u moest doen? De vijand lijkt het net om u heen te sluiten en u ziet geen uitweg?

Precies zo voelde Josafat, de koning van Juda, zich toen de kinderen van Moab en de kinderen van Ammon tegen Juda optrokken.

Let op zijn eerste reactie toen hij de woorden van de koerier hoorde:"Toen werd Josafat bevreesd ..." (vers 3). Reageren niet velen van Gods volk ook zo, als zij in het nauw gedreven worden? Als wij onze baan kwijtraken, worden wij onmiddellijk bevreesd en zeggen:"Wat moet ik nu beginnen? Hoe kom ik nu aan het geld om de rekeningen te betalen ... om eten op tafel te zetten ... om voor mijn kinderen te zorgen?

Of als ons kind plotseling door een virus of ziekte 40° koorts en stuipen krijgt, of als een geliefd familielid kanker krijgt of een zware operatie moet ondergaan ... hoe reageren wij meestal? Met ANGST.

Maar, prijst God, ik profeteer u, dat er een nieuwe kracht over Gods volk komt ... ook over u. De Nieuwe Zalving, die God over Zijn volk aan het uitgieten is in deze laatste dagen, zal die angst veranderen in ZEKERHEID.

Aan God zij de glorie dat, als de strijd of de storm om u heen woedt, er zo een weten zal zijn ... een vertrouwen dat God alles in handen heeft ... dat angst, ongeacht de omstandigheden waar u in zit, geen vat op u zal hebben en u zult staan als een overwinnaar!

Josafat had geen idee, HOE hij hun vijanden het hoofd moest bieden, maar hij had wel een machtige strategie, die resultaat had. Hij wist, waar hij het antwoord moest zoeken. Hij riep een vasten uit onder het volk en het Woord zegt, dat de mensen uit alle steden in Juda (de vrouwen en kinderen inbegrepen) kwamen om de Heer te zoeken.

Gods volk is beroofd van vele overwinningen, omdat het zo door vrees gebonden is geweest, dat het niet is gaan vasten en bidden ... om het aangezicht van de Heer te zoeken ... om verlossing te ontvangen.

Josafat bekende in zijn gebed, dat hij van God afhankelijk was en op Hem vertrouwde:"Wij immers zijn niet opgewassen tegen deze grote menigte die tegen ons is opgerukt, en wij weten niet, wat wij doen moeten, maar op U zijn onze ogen gevestigd." (2 Kronieken 20:12)

Josafats strijd was gewonnen, nog voordat hij het slagveld opliep. De Heer sprak tot hem door Jachaziel en zei hem, dat Hij met hem zou optrekken en dat zij niet eens hoefden te vechten om de slag te winnen.

God is niet veranderd ... Hij verandert nooit (Maleachi 3:6). Hij wil onze God der legerscharen zijn ... Hij wil, dat wij dezelfde overwinningen zullen hebben als de kinderen Israëls hadden, als zij eraan dachten Hem aan te roepen. Wij moeten bereid zijn dezelfde strategieen te gebruiken als Josafat: bidden en vasten.

Er is nog een strategie die in deze slag een belangrijke rol speelde. Nadat Josafat het Woord des Heren ontving, begon hij de Heer te aanbidden en te prijzen. De volgende dag stelde hij zangers aan die, voor het leger uitlopend, God zouden toezingen en Hem prijzen voor de schoonheid van Zijn heiligheid.

Denk u dat eens in! In plaats dat hij Juda's sterkste soldaten voorop de strijd instuurde, zond Josafat zangers en muzikanten uit om God te prijzen voor de overwinning, VOORDAT die behaald was. Over geloof in actie gesproken ... Josafat geloofde het Woord van de Heer en zette zijn geloof om in werken.

"Op het ogenblik, dat zij de jubel en de lof aanhieven, liet de HERE de Ammonieten, de Moabieten en de lieden van het gebergte Seir, die tegen Juda waren uitgerukt, uit hinderlagen overvallen, en zij werden verslagen." (2 Kronieken 20:22)

Bidden, vasten, het Woord van de Heer horen en geloven, en prijzen (nog voor de strijd is gewonnen), zijn strategieen die God in uw leven wil zien.

Als u de volgende keer een strijd heeft te voeren en er lijkt geen uitweg te zijn, steun dan niet op uw eigen verstand en wordt niet gebonden door angst. Pas deze strategieen toe en u zult niet verslagen worden.

"Waakt en bidt, dat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vlees is zwak." Marcus 14:38

WEES OPMERKZAAM EN GEDISCIPLINEERD.

Een van de belangrijkste dingen die een soldaat in zijn opleiding leert, is opmerkzaam te zijn. Hij moet voortdurend op de uitkijk staan en op zijn hoede zijn voor elke aanval van de vijand. Als hij er niet in slaagt deze eerste doelstelling te verwezenlijken, kan dat een grote nederlaag of zelfs de dood tot gevolg hebben.

Als christenen moeten wij altijd ALERT zijn. Wij kunnen het ons niet veroorloven dat de vijand een verrassingsaanval op ons kan uitvoeren. Jezus heeft u bevolen te WAKEN en te BIDDEN (Matteus 26:41). Petrus onderwees de christenen uit de eerste eeuw hetzelfde.

Ons wordt niet alleen bevolen te WAKEN en te BIDDEN, dus het gebed te gebruiken als een aanvalswapen met het oog op de strijd die wij nog zullen tegenkomen, maar ook voor al onze broeders en zusters, waar ook ter wereld in het Lichaam van Christus.

Nadat hij de Efeziers vermaande de wapenrusting Gods aan te doen, somde de apostel Paulus de verschillende onderdelen van de wapenrusting op en eindigde met te zeggen:"En bidt daarbij met aanhoudend bidden en smeken bij elke gelegenheid in de Geest, daartoe wakende met alle volharding en smeking voor alle heiligen." (Efeziers 6:18)

U moet uw wapen van gebed benutten en gebruiken als een AANVALSWAPEN om oplettend te zijn - biddend zonder ophouden (1 Tessalonicenzen 5:17) - en te volharden in het gebed voor uw mede-soldaten in de Verenigde Staten, Canada, Engeland, Brazilie, Trinidad, de Filippijnen, Zuid-Afrika en de andere landen van de wereld. U mag deze verantwoordelijkheid niet licht opvatten. Als soldaat wordt u niet de vrije keuze aangeboden wel of niet te bidden voor uw mede-soldaten - het is een noodzaak.

Het leven van andere christenen hangt af van uw gebeden: zij zetten hun baan, hun gezin, hun leven op het spel voor het Evangelie. Er zijn soldaten 'gewond' geraakt, die moe zijn en op het punt staan op te geven, en zij hebben uw gebed nodig om kracht te ontvangen. Er zijn soldaten die hun leven wagen in landen die achtervolgd worden door politieke onrust en strijd.

Er zijn nieuwe broeders en zusters die de Heer gevonden hebben en nog steeds achter de tralies zitten. Deze mannen en vrouwen worden omringd door de bolwerken van de vijand - angst, haat, en sexuele perversie. Zij hebben de kracht van uw gebeden nodig om staande te blijven.

Misschien roept God u wel op een geestelijke 'wachter' te worden, die zijn leven wijdt aan het gebed, en die voor Gods aangezicht op de knieen blijft in vasten en gebed om, nog voordat hij aanvalt, in de Geest te kunnen onderscheiden hoe, wanneer en waar de vijand weer gaat aanvallen. Dan, als God het u openbaart, gaat u Gods volk waarschuwen, dat zij zich moeten voorbereiden op de strijd!

Als geestelijke wachter verschijnt u voortdurend voor Gods aangezicht om voor Zijn volk te pleiten, en u herinnert Hem aan Zijn beloften aan ons, tot zij alle vervuld zijn.

God sprak door Jesaja:"Op uw muren, o Jeruzalem, heb Ik wachters aangesteld, die de ganse dag en de ganse nacht nimmer zullen zwijgen. Gij, die de HERE indachtig maakt, gunt u geen rust. En laat Hem geen rust, totdat Hij Jeruzalem grondvest en het stelt tot een lof op aarde." (Jesaja 62:6-7)

De Geest van God wekt vandaag christenen op die hun machtige wapen van gebed als een aanvalswapen weten te gebruiken om satans bolwerken af te breken en de kracht Gods te ontketenen in alle landen van de wereld.

God heeft u dit machtig wapen gegeven, maar u moet tijd nemen om te bouwen aan uw relatie met Christus: om een geestelijke eenheid met Hem te gaan vormen, om Hem helemaal en goed te leren kennen, om Hem toe te staan Zichzelf en Zijn wil aan u te openbaren, en om in de Geest te 'zien' en te 'horen', wat Hij wil dat u zegt en doet. Ook moet u zich op de strijd voorbereiden. Begin 'aanvallend' te bidden. Treedt in het gebed aanvallend tegen satan op, nog voordat hij u 'in het heetst' van de strijd kan werpen. Verneder u door vasten en gebed.

Tot slot moet u Hem toestaan uw sterkte te zijn, in plaats dat u vertrouwt op uw eigen kracht. Waakt en bidt voor uw mede-soldaten. Volhardt in het gebed. Bidt voortdurend in de Geest voor uw broeders en zusters in de landen van de wereld. Onderscheidt in de Geest de strategie van de vijand, voordat hij aanvalt. Bindt de macht van de vijand en zorg dat de kracht Gods vrijkomt.

"En hij zeide tot mij: Vrees niet, Daniel, want van de eerste dag af, dat gij uw hart erop gezet hadt om inzicht te verkrijgen en om u voor uw God te verootmoedigen, zijn uw woorden gehoord, en ik ben gekomen op uw woorden. Maar de vorst van het koninkrijk der Perzen stond eenentwintig dagen tegenover mij; doch zie, Michael, een der voornaamste vorsten, kwam mij te hulp, zodat ik daar, bij de koningen der Perzen, de overhand behield." Daniel 10:12-13

VOORBEDE: DE ONZICHTBARE OORLOG

Daniels eerste verdedigingslinie in de onzichtbare oorlog in de geest was altijd HET GEBED. Wij vinden dit geïllustreerd in Daniel 6:1 en 9:3, evenals in ons hierboven aangehaald Bijbelgedeelte, dat het beste beeld geeft van de oorlog van de voorbede.

In deze verzen ontdekken wij dat Daniels smekingen tot God door Hem werden gehoord vanaf de allereerste dag dat Daniel zijn hart erop gezet had inzicht te krijgen en zijn gebeden uitsprak. Maar toen kwam de onzichtbare oorlog op gang. De 'vorst van het koninkrijk van Perzie', de duivel of satan, hield Gods gezant tegen, die gestuurd was om het antwoord over te brengen. Eenentwintig dagen vond er een grote worsteling plaats in de hemelse gewesten, tussen de strijdmacht van God en die van satan, eer Daniel zijn eindoverwinning zag.

In het Nieuwe Testament is het beste voorbeeld van een leven van toegewijd, doeltreffend gebed en voorbede dat van Jezus Zelf.

Onze Here Jezus Christus was de allergrootste BRESSENDICHTER - de grootste Voorbidder Die er ooit geweest is.

Luttele uren voor Hij Zichzelf offerde en verraden, verloochend, bespot, geslagen, gemarteld en gekruisigd werd, won Hij ... door voorbede ... en ontving Hij doorbraken, en dichtte Hij bressen, die Zijn Gemeente voor eeuwig zouden beschermen, vormen en een maken!

Als soldaat in Gods Leger weet u nu, dat er geen overwinningen zijn zonder strijd te leveren. Maar wie kan zich ook maar enigszins de omvang voorstellen van de brute aanval van satan op Jezus, toen de wreedste machten en overheden van het rijk der duisternis samenkwamen om te proberen te verhinderen, dat deze voorbede plaatsvond?

Wie van ons zou werkelijk kunnen vatten, hoe intens deze onzichtbare oorlog was, toen Jezus op de bres stond en grote overwinningen voor ons behaalde door te bidden:

"Ik bid voor hen; niet voor de wereld bid Ik U, maar voor hen, die Gij Mij gegeven hebt, want zij zijn van U ... Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij een zijn zoals Wij. Zolang Ik bij hen was, bewaarde Ik hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, en Ik heb over hen gewaakt en niemand uit hen is verloren gegaan, dan de zoon des verderfs, opdat de Schrift vervuld werd. Maar nu kom Ik tot U en Ik spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle mijn blijdschap in zichzelf mogen hebben. Ik heb hun uw woord gegeven en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet uit de wereld zijn, gelijk Ik niet uit de wereld ben. Ik bid niet, dat Gij hen uit de wereld wegneemt, maar dat Gij hen bewaart voor de boze. Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet uit de wereld ben. Heilig hen in uw waarheid; uw woord is de waarheid. Gelijk Gij Mij gezonden hebt in de wereld, heb ook Ik hen gezonden in de wereld; en Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd mogen zijn in waarheid.

En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen; die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen een zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U,; dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij een zijn, gelijk Wij een zijn: Ik in hen en Gij in Mij,; dat zij volmaakt zijn tot een, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.

Vader, hetgeen Gij Mij gegeven hebt - Ik wil, dat, waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn, om mijn heerlijkheid te aanschouwen, die Gij Mij gegeven hebt, want Gij hebt Mij liefgehad voor de grondlegging der wereld. Rechtvaardige Vader; de wereld kent U niet, maar Ik ken U, en dezen weten, dat Gij Mij gezonden hebt." (Johannes 17:9, 11-25)

Geliefden, waardoor kon Jezus deze onzichtbare oorlog winnen?

Hij was OPMERKZAAM, ALERT.

Hij HIELD EEN VASTE KOERS AAN.

Hij was GEHOORZAAM.

Hij was GEDISCIPLINEERD.

De doorbraken kwamen er niet door strategie alleen, maar door de karaktereigenschappen van Christus Zelf, die in ons eigen leven kunnen werken door toewijding aan het gebed. Deze eigenschappen zijn:

* Hij had een oprecht VERLANGEN onze Voorspraak te zijn, ook als Hem dat Zijn leven kostte.

* Hij GAF ZIJN WIL VOLLEDIG OVER aan de Vader.

* Hij eigende Zich GODS GEDACHTEN volledig toe.

* Hij leidde een leven van DANKZEGGING EN LOFPRIJS.

Door het gebed brak Jezus door de verdedigingslinie van satan heen om voor altijd de eenheid, de bescherming, de heiliging, de liefde en de heerlijkheid voor Zijn Gemeente te verwerven.

"En Filippus daalde af naar de stad van Samaria en predikte hun de Christus. En toen de scharen Filippus hoorden en de tekenen zagen, die hij deed, hielden zij zich eenparig aan hetgeen door hem gezegd werd. Want van velen, die onreine geesten hadden, gingen deze onder luid geroep uit en vele verlamden en kreupelen werden genezen; en er kwam grote blijdschap in die stad. Handelingen 8:5-8

GEBED ZET GODS KRACHT ERTOE AAN TE BEWEGEN DOOR TEKENEN EN WONDEREN.

De discipel Filippus was een man Gods die niet veel verschilde van u en mij, en toch werd hij door God zo machtig gebruikt. Onreine geesten verlieten de bezetenen en deden dat onder luid geroep. De kreupelen werden in groten getale genezen wanneer Filippus het Woord predikte. De mensen geloofden en grote vreugde was het gevolg.

In het hele boek Handelingen zien wij machtige wonderen van redding ... genezings- en bevrijdingswonderen ... enorme aantallen mensen ontvingen de Heilige Geest als Filippus en andere discipelen hun de handen oplegden, voor hen baden en het Woord spraken. Hele drommen mensen hoorden het Woord en geloofden in de Here Jezus.

Wat was het geheim van de KRACHT van de eerste Gemeente? Hoe kunnen wij ervoor zorgen dat het vandaag de dag net zo wordt in onze gemeentes ... in onze eigen bediening?

Het geheim is toegewijd, compromis-loos en zelf-opofferend gebed:"Maar wij zullen ons houden aan het gebed en de bediening van het woord." (Handelingen 6:4) Gebed dat gebaseerd is op het Woord van God ... "En zij bleven volharden bij het onderwijs der apostelen en de gemeenschap, het breken van het brood en de gebeden." (Handelingen 2:42)

Elke machtige beweging van God is altijd voorafgegaan door voorbede. Een van de beste voorbeelden uit onze eigen tijd is een man die bergen voor God verzette ... een man die nu overleden is en Charles Finney heette. Hij begreep heel goed de kracht achter de voorbede die hij deed, voor elk van zijn historische campagnes. Charles Finney was advocaat. God redde hem, en hij leerde de dingen Gods toen hij al wat ouder was, maar hij leerde ze zo goed dat hij een onvergetelijke indruk achterliet door een bediening die doet denken aan de bedieningen uit het boek Handelingen.

Op veel plaatsen waar hij kwam, werden hele steden of dorpen voor Jezus Christus gewonnen. Ieder café, elke schouwburg of revue of bioscoop werd gesloten. Mensen waren aan het werk en kwamen onder de kracht van God als Deze door de stad heen blies in een opwekking.

De voorman kwam langs en vroeg:"Wat is hier gaande?" En de mensen zeiden dan:"Heb je het nog niet gehoord? Charles Finney is drie dagen geleden een samenkomst begonnen in het kleine rode schoolgebouwtje."

Mensen werden aangeraakt door de kracht van God, als zij alleen maar door de straat liepen. Dan moesten zij Finney erbij halen. Zij brachten hem de fabriek binnen en de mensen werden getroffen door de kracht des Geestes; dan stopten ze met werken en Finney predikte hun Jezus Christus, en de hele fabriek bekeerde zich.

Wat was zijn geheim? GEBED! Hij zei:"Ik liep met een zware gebedslast het bos in ... om voorbede te doen. Soms kon ik niet eens bidden waar de mensen bij waren, omdat zij gedacht zouden hebben dat ik gek was. Ik rolde letterlijk voor Gods aangezicht over de grond." (Ik wil hiermee niet zeggen, dat wij nu ook voor Gods aangezicht moeten gaan rollen. Ik vertel u alleen wat Finney beleefde.) Hij zei:"De gutsende stromen van voorbede ... als ik de verlorenen in de steden en dorpen rondom mij zag ... het kreunen, het geklaag, de barensweeën die ik doormaakte ... ."

Nu was deze man geen geëmotioneerd mens. Hij was een intelligente advocaat met een graad ... een man die rector werd op een van de grootste universiteiten in de V.S. En toch schaamde hij zich er niet voor over de grond te rollen ... dieper af te dalen en de dingen te grijpen in het rijk van de geest bij de eigenlijke oorzaak, en de bijl aan de wortel van het probleem te leggen. Het enige wat telde was de verloren zielen ... de lichamen die gekweld werden door pijn en ziekte ... het aangetaste denken dat gekweld werd door demonen. Niets telde dan alleen de voorbede, waarvan hij wist, dat die moest voorafgaan aan de kracht van God, die in beweging kwam ten behoeve van de noden van de mensen ... de voorbede, die de greep van de vijand, waardoor de zegeningen en wonderen van God tegengehouden werden, zou binden en breken.

Dit was een voorbede die zo krachtig was, dat, als Finney voor de mensen stond, de overtuiging door de Heilige Geest op de mensen viel dat zij, wenend en roepend om genade, op hun aangezicht voor God neervielen.

Filippus was ook zo een man ... net als Stefanus (Handelingen 6:8) ... evenals Petrus en Johannes (Handelingen 2:38-41, 4:13) ... en u kunt dat ook zijn. De gemeentes vandaag de dag roepen om mannen en vrouwen met zo'n geestelijke relatie met hun God. Mannen en vrouwen die door voorbede naar de wortel van het probleem gaan, de vijand binden en satans bolwerken afbreken.

Begin er nu mee uw hart voor te bereiden, zodat u klaar bent om deze door God gegeven strategie van gebed in uw leven te ontvangen, in u op te nemen en toe te passen. Weidt u opnieuw toe aan Gods goddelijke leiding. Neem dagelijks tijd voor gebed en studie van Gods Woord, waar u zich niet van laat afleiden en waar u niet vanaf gaat. Geef uzelf helemaal over aan Gods wil in plaats van uw eigen wil, laat u door Hem leiden in het gebed en bidt volgens Zijn aanwijzingen. En verwacht dan gebruikt te worden op een nieuwe en machtige wijze, wanneer het gebed de kracht van God aanzet te bewegen door tekenen en wonderen voor u tot Zijn eer.

Teksten voor verdere studie:

Genesis 20:17;

Deuteronomium 9:26;

1 Samuel 1:10;

2 Koningen 20:2;

Ezra 10:1;

Psalm 65:2;

Spreuken 15:8;

Daniel 9:3;

Jona 2:1;

Matteus 6:5-6; 17:21;

Marcus 9:29; 13:33;

Lucas 1:10; 5:16; 11:9; 21:36;

Handelingen 4:24; 6:4; 12:5; 12:12; 14:23; 16:13; 16:25; 20:36;

Romeinen 8:26;

Efeziers 6:18;

Kolossenzen 4:2;

1 Tessalonicenzen 5:17;

1 Timoteus 2:8;

Jakobus 5:13; 5:16;

1 Petrus 3:12; 4:7.

Het Machtige Aanvalswapen van het Vasten

"Maar ook nu nog luidt het woord des HEREN: Bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en met vasten en met geween en met rouwklacht. Scheurt uw hart en niet uw klederen en bekeert u tot de HERE, uw God. Want genadig en barmhartig is Hij, lankmoedig en groot van goedertierenheid, berouw hebbende over het onheil." Joel 2:12-13

ZONDER DIT WAPEN BENT U NIET TEN VOLLE TOEGERUST VOOR DE STRIJD.

Van alle sterke wapens die God Zijn volk gegeven heeft, is het meest verwaarloosde en vaakst vergeten wapen in de Gemeente van vandaag het MACHTIGE WAPEN VAN HET VASTEN. Heel weinig christenen beseffen welk een enorme invloed het vasten heeft op de onzichtbare wereld. Anderen zien niet in hoe noodzakelijk het is en weigeren hun leven onder tucht te stellen en de begeerten van het lichaam totaal te onderwerpen aan God in tijden van gebed en vasten.

Als geestelijke eindtijd-soldaat moet u uw wapen van het vasten OPNEMEN en GEBRUIKEN. Het is een uiterst belangrijk onderdeel van uw uitrusting als soldaat ... zonder het vasten bent u niet volledig toegerust en klaar voor de strijd.

Door het gebruik van het vasten zijn hele landen bevrijd uit de handen van de vijand, hebben naties zich bekeerd tot God, en hebben mensen God van gedachten doen veranderen en een goddelijk gericht afgewend!

Jezus erkende de enorme kracht van het vasten. Voordat Hij Zijn bediening begon, werd Hij in de woestijn geleid door de Geest, waar Hij 40 dagen niets at. Door middel van het vasten tijdens die veertig dagen wijdde Jezus Zich toe en heiligde Hij Zichzelf om het werk dat God Hem opgedragen had te doen.

Het was voor Hem een manier om Zich te vernederen en Zijn totale afhankelijkheid van God te erkennen, als de Bron van Zijn kracht. Het was het middel waardoor Hij leiding en openbaring van God ontving omtrent Zijn wil en doel met Jezus' leven. Het was het middel om Zich voor te bereiden op de confrontatie met de vijand en om deze te verslaan. Dit is de enige keer dat Jezus' vasten tijdens Zijn bediening in de Schrift genoemd wordt.

De wet eiste van de Joden, dat zij tijdens de Grote Verzoendag vastten (Leviticus 23:27), en dat zij vier maal per jaar vastten om de vier grote gebeurtenissen aangaande de vernietiging van Jeruzalem te gedenken (Zacharia 8:19): in de tiende maand om het begin van het beleg te herdenken (2 Koningen 25:1), in de vierde maand om de val van de stad te gedenken (Jeremia 39:2), in de vijfde maand om de verwoesting van de stad en de tempel te gedenken (2 Koningen 25:8-9), en in de zevende maand ter herdenking van de moord op Gedalja (2 Koningen 25:25).

Op zekere dag stelden de discipelen van Johannes de Doper Jezus een vraag over het vasten:"Waarom vasten wij en de Farizeeen wel, maar uw discipelen niet?" Jezus' antwoord was:"Kunnen soms de bruiloftsgasten treuren, zolang de bruidegom bij hen is? Er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is, en dan zullen zij vasten." (Matteus 9:14-15). Het antwoord dat Jezus in dit vers op deze vraag gaf, is voor de Gemeente van vandaag zeer belangrijk. Jezus sprak over Zichzelf als de 'bruidegom' en over de discipelen als de 'bruiloftsgasten'. Wat Hij zei, komt erop neer, dat het niet de tijd was om te vasten, zolang Hij bij Zijn discipelen was.

Het vasten was altijd een tijd van rouw ... van verdriet ... van wenen. Zolang Jezus bij hen was, was het niet de tijd om te vasten maar om zich te verheugen. Het Koninkrijk van God was gekomen en zolang Hij bij hen was, was dat een tijd van vreugde.

Maar Hij sprak over een tijd die komen zou, wanneer Hij, de bruidegom, er niet meer zou zijn en dan zou het de tijd van rouw zijn, een tijd om te vasten! NU is het de tijd waar Jezus in dit vers over sprak! De 'bruidegom' is van ons weggenomen. Jezus is naar de hemel opgestegen en nu is het de bepaalde tijd wanneer de Gemeente zich door te vasten moet voorbereiden op Zijn wederkomst, de komende Dag des Heren. Wij behoren in deze eindtijd-oogst op ons aangezicht voor God te liggen - wenende, al worstelende voorbede verrichtende. Door Zijn Geest roept God Zijn volk op de eerste plaats op tot berouw en vervolgens tot voorbede voor de verlorenen.

Wanneer wij ons wapen van het gebed opnemen, moeten wij ook het wapen van het vasten opnemen en in de strijd inzetten. Deze twee wapens werken samen en dringen door - breken door - in de weerstand die de vijand heeft opgebouwd.

Het vasten versterkt uw gebeden en maakt ze intenser. Er zullen tijden zijn wanneer het, zelfs na dagen van gebed, lijkt alsof de hemel van koper is en het wel lijkt alsof u niet doorgebroken bent en het antwoord dat u zocht, niet heeft ontvangen. Maar als u uw wapen van het vasten begint te gebruiken, als u zich begint te vernederen door vasten en gebed voor Gods aangezicht, zult u kunnen doorbreken en de overwinning kunnen opeisen.

Door Zijn Geest roept God Zijn volk op en zegt:"Blaast de bazuin op Sion, heiligt een vasten, roept een plechtige samenkomst bijeen." (Joel 2:15) 'Heiligen' betekent 'apart zetten voor God'. Wij moeten om te beginnen een vasten apart zetten: tot God naderen, onszelf toewijden aan het werk dat Hij ons opgedragen heeft, ons voor God vernederen, en over elke zonde en ongehoorzaamheid in ons leven berouw hebben.

Het soort vasten dat door God geëerd wordt, begint met de houding of ingesteldheid van ons hart. Als de Joden in het Oude Testament hun kleren scheurden, was dat een teken van smart en overmatig verdriet. Degenen die vastten, hadden de gewoonte hun kleding te scheuren, een rouwkleed aan te trekken en as op het hoofd te sprenkelen als uiterlijk teken van verdriet en rouw. Zij konden zelfs deze uiterlijke tekenen van het vasten verrichten zonder echt berouw te hebben.

God wil dat Zijn volk zich vandaag de dag met heel hun hart EN MET VASTEN tot Hem wendt. Vasten is niet alleen maar een bepaalde tijd geen voedsel eten. Het zich vernederen voor God hoort erbij. Er hoort ook een echt verdriet bij over onze zonden en een berouwvol hart. Ook een bereidheid ons te bekeren van onze wegen - van elke verkeerde houding, iedere verkeerde gedachte, elke slechte begeerte - van alles wat God niet behaagt.

Als wij ons voorbereiden op Zijn komst, moeten wij allereerst ons in ons denken en hart voornemen tijd apart te zetten voor vasten - tijd waarin wij wenen voor Hem - waarin wij Hem vragen elke zonde in ons leven te openbaren, belijdend en bekennend wat onze zonden zijn en erover rouwend.

Vervolgens wil God dat wij verder gaan dan het vasten en rouwen over onze eigen zonden, en dat de Geest ons ertoe kan bewegen te vasten - wenen en rouwen - voor de zonden die de Gemeente, onze steden en dorpen, ons land en in de gehele wereld zijn binnengedrongen.

"En de mannen van Nineve geloofden God en riepen een vasten uit en bekleedden zich, van groot tot klein, met rouwgewaden." Jona 3:5

DOOR HET WAPEN VAN HET VASTEN KUNNEN WIJ GOD VAN GEDACHTE DOEN VERANDEREN.

Het vasten is een MACHTIG wapen dat God ons gegeven heeft en dat in staat is Gods hart te vermurwen. Het is een wapen dat ons tot voor de troon van God brengt, zo dat Hij ons hoort en zo dat wij Hem kunnen bewegen of overhalen.

God had het oordeel over Nineve uitgesproken en Hij zond Jona, Zijn profeet, om hen te waarschuwen. "Nog veertig dagen en Nineve wordt ondersteboven gekeerd!" riep Jona uit toen hij de stad inliep (vers 4). De stad Nineve werd met vernietiging bedreigd. Zij riepen niet het stadsbestuur bijeen om erover te redeneren, of hun legers om een taktiek te bedenken, om zich uit de nood te redden. Zij gebruikten geen zichtbare wapens.

De koning van Nineve hoorde de waarschuwing van Gods profeet en geloofde God. Hij stond op van zijn troon, trok zijn koninklijk gewaad uit, trok een rouwgewaad aan en zette zich neder in de as. Hij riep een vasten voor het gehele land uit dat mens noch beest mocht eten of drinken. Hij zei:"Zij moeten gehuld zijn in rouwgewaden, mens en dier, en met kracht tot God roepen en zich bekeren, een ieder van zijn boze weg, en van het onrecht dat aan hun handen kleeft. Wie weet, God mocht Zich omkeren en berouw krijgen en zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet te gronde gaan." (Jona 3:8-9)

Het volk van Nineve bekeerde zich. Zij rouwden en vastten voor God. En God verhoorde hen:"Toen God zag wat zij deden, hoe zij zich bekeerden van hun boze weg, berouwde het God over het kwaad dat Hij gedreigd had hun te zullen aandoen, en Hij deed het niet." (Jona 3:10)

Door het vasten en het berouw voor Gods aangezicht vermurwden de Ninevieten Gods hart, Hij voerde Zijn gericht, dat Hij over de stad had besloten, niet uit.

Gods wegen zijn rechtvaardig en volmaakt. Als Hij een vonnis over een volk of natie uitspreekt, dan heeft Hij beloofd:"Het ene ogenblik doe Ik over een volk en een koninkrijk de uitspraak, dat Ik het zal uitrukken, afbreken en verdelgen; maar bekeert zich dit volk waarover Ik een uitspraak deed, van zijn boosheid, dan zal Ik berouw hebben over het kwaad dat Ik hun dacht aan te doen." (Jeremia 18:7-8)

Het geheim is berouw door middel van het vasten!

Als wij ons machtig wapen van het vasten gebruiken, kunnen wij de vijand terugdringen, de strijd in ons voordeel omkeren en de loop van hele naties veranderen!

Daniel, een groot geestelijk strijder, besefte door studie van Gods beloftes aan Israel door Jeremia, dat de tijd van 70 jaar voorbij was en dat God Zijn volk zou doen terugkeren van de ballingschap naar Jeruzalem. Hij gebruikte geen vleselijke, zichtbare wapens om dit tot stand te brengen. Hij riep de mensen niet bijeen om plannen te smeden waardoor Cyrus, de koning van Perzië, hen noodgedwongen uit de ballingschap moest laten gaan.

Hij zocht geen ontsnappingsweg. Daniel nam zijn machtige wapens van vasten en gebed ter hand. Hij richtte zich erop de Heer te zoeken. Hij hulde zich in zak en as. Hij deed voorbede. Hij vereenzelvigde zich met de mensen en beleed hun zonden:"Wij hebben gezondigd en misdreven, wij hebben goddeloos gehandeld en zijn wederspannig geweest; wij zijn afgeweken van uw geboden en van uw verordeningen." (Daniel 9:5)

Daniel riep tot God om genade:"Here, mogen naar al uw gerechtigheid uw toorn en uw grimmigheid zich toch afwenden van uw stad Jeruzalem, uw heilige berg ..." (Daniel 9:16). Hij smeekte God om vergeving:"O Here, hoor! O Here, vergeef! O Here, merk op! Treed handelend op; toef niet om uwszelfswil, mijn God, want uw naam is uitgeroepen over uw stad en over uw volk." (Daniel 9:19)

Daniels vasten en gebed keerden Gods hand! God eerde zijn gebed en vasten. Hij sprak tot Cyrus, een heidense koning, dat deze Hem een huis in Jeruzalem moest bouwen. Cyrus kondigde aan dat God hem had opgedragen de Tempel te bouwen, en dat het volk hem moest helpen door zilver en goud, goederen en vee en vrijwillige offers voor het huis van God te geven (Ezra 1:4).

Daniels vasten en gebed waren MACHTIGE wapens die de hand van God bewogen ten behoeve van Israel.

Als er ooit een tijd is geweest waarin Gods volk moest VASTEN, is het nu wel! Jezus zei:"... er zullen echter dagen komen, dat de bruidegom van hen weggenomen is, en dan zullen zij vasten." (Matteus 9:15)

De zonden van Sodom en Gomorra zijn in onze dagen niet alleen duidelijk te zien, men pronkt ermee voor het oog van Gods volk en in sommige gevallen worden zij zelfs door de kerk geaccepteerd!

De moord op ontelbare ongeboren kinderen onder de abortus-wetgeving is een ondraaglijke stank voor de Almachtige God! Toch wordt het vandaag de dag getolereerd omdat er een geest van ontucht is uitgestort, die jonge meisjes en vrouwen zo in hun denken aantast, dat zij geloven dat zij onschuldige babies moeten kunnen vermoorden - hun eigen vlees en bloed - alleen maar om te kunnen toegeven aan de lusten van hun vlees.

Homosexualiteit begint een alternatieve levensstijl te worden. God heeft reeds een oordeel over deze zonde gebracht door de ongeneeslijke ziekte die AIDS heet. Maar in plaats dat zij berouw hebben en zich bekeren van hun slechte wegen, zoeken homosexuelen naar een genezing voor AIDS, zodat zij hun zonde kunnen voortzetten. Maar de genezing voor AIDS is niet gelegen in menselijke methodes. De genezing voor AIDS ligt in berouw, rouw om hun zonden en bekering van hun boze wegen.

Er zal een oordeel over de wereld gaan. Het zal geschieden zoals het is voorzegd. Maar God heeft MACHTIGE wapens van het VASTEN en het gebed in onze hand gedrukt, waarmee wij de hand van God kunnen keren.

Als zij deze machtige wapens gebruikt, kan de Gemeente van de Levende God de koers van hele natien veranderen, wanneer wij ons voorbereiden op de komst van de Heer, wanneer Christus zal wederkomen en het oordeel op de aarde zal komen. Wij kunnen door God gebruikt worden om ontelbare duizenden te bewaren voor de vernietiging die zal komen.

God blaast alarm door Zijn Geest. Hij zoekt mannen en vrouwen, zoals Daniel en Ezechiel, die bereid zijn te VASTEN, te wenen en te rouwen en berouw te hebben over de zonden van het volk. Hij zoekt degenen die in de bres willen staan, die willen 'zuchten en ... roepen om al de gruwelen die er geschieden.'

Het wordt tijd dat Gods volk de bazuin laat weerklinken en EEN VASTEN HEILIGT!

"... en mijn volk waarover mijn naam is uitgeroepen, verootmoedigt zich en zij bidden en zoeken mijn aangezicht en bekeren zich van hun boze wegen, dan zal Ik uit de hemel horen, en hun zonde vergeven en hun land herstellen." 2 Kronieken 14

HET HERSTEL MOET VOORAFGEGAAN WORDEN DOOR BEROUW SAMEN MET GEBED EN VASTEN.

Gebed en vasten openen de weg voor VERGEVING, ZEGEN en HERSTEL. Als wij de beloftes en zegeningen van God willen opeisen voor herstel en een uitstorting van Zijn Geest, moeten wij eerst voldoen aan de voorwaarden die God gesteld heeft. Er moet eerst een verbrokenheid - een zich vernederen - een breken van onze geestelijke hoogmoed en eigengerechtigheid in ons gevonden worden, door vasten en gebed.

Veel christenen vandaag de dag kijken nog steeds naar het uiterlijke - naar de uiterlijke tekenen van Gods kracht - als een aanwijzing of teken van de grote uitstorting die God beloofd heeft. Maar het echte kenmerk zal zijn dat Gods volk overal ter wereld op hun aangezicht voor God zal vallen uit berouw - om hun zonden te belijden tegenover God en elkaar - en zich van de zonden beginnen te bekeren, die zij in de Gemeente hebben toegelaten.

Een ander groot bewijs van de grote uitstorting van de Heilige Geest in de eindtijd zal zijn, dat een groot aantal christenen van allerlei richtingen een zal worden in de Geest. Als u ziet dat christelijke leiders in een nieuwe eenheid beginnen samen te komen, zult u weten dat dat een teken is van de grote uitstorting die God voor de eindtijd beloofd heeft.

Nadat Gods volk begint met vasten en bidden, DAN zal God horen en "het opnemen voor zijn land en medelijden krijgen met zijn volk." (Joel 2:18) NADAT Gods volk is begonnen met wenen, rouwen en berouwen, zal er een tijd van grote vreugde komen, "want de HERE zal grote dingen doen." (Joel 2:21) NADAT Gods volk is gaan vasten en bidden en berouw heeft, DAN zal de Hemel geopend worden en God zal de vroege en late regen geven ... de Heilige Geest zal worden uitgestort op alle vlees (Joel 2:23, 28). NADAT Gods volk zich verootmoedigd heeft in tijden van vasten en gebed, DAN zal het beloofde herstel komen - God zal alle dingen die satan gestolen heeft herstellen; DAN zal er een overvloed zijn - DAN zal Gods volk verzadigd worden! (Joel 2:24-27)

Wat zijn uw omstandigheden van dit moment? Zijn er situaties in uw leven waarvoor u een antwoord van God moet hebben, situaties waar u gewoon geen uitweg voor heeft of niet eens voor weet te bidden? Gebruik geen vleselijke, zichtbare wapens - neem uw wapen van gebed en vasten op en gebruik ze!

Bent u op een punt in uw leven gekomen dat de hemel van koper lijkt, of het lijkt alsof God u vergeten is, of Hij lijkt uw hulpgeroep niet gehoord te hebben? Geef niet op, luister niet naar satans leugens. Neem uw wapen van gebed en vasten op en gebruik ze!

Heeft u een groeiende honger in uw hart Christus in al Zijn volheid te kennen, gelijkvormig gemaakt te worden aan Zijn beeld, of een diepere relatie met Hem te krijgen? Neem uw wapens van gebed en vasten op en gebruik ze!

BIDDEN en VASTEN zijn MACHTIGE wapens die God u gegeven heeft, en die te allen tijde voor de volle 100 procent doeltreffend werken. Wat de omstandigheden ook zijn, hoe groot uw nood ook is, of die van uw geliefden of in uw land, u zult niet verslagen worden, wanneer u deze twee machtige wapens opneemt en ze gebruikt!

Teksten voor verdere studie:

Exodus 34:28;

Deuteronomium 9:9;

1 Samuel 7:6;

2 Samuel 12:16;

Ezra 8:21; 10:6;

Nehemia 9:1;

Ester 4:16;

Psalm 35:13; 69:10;

Daniel 6:18; 10:3;

Joel 1:14;

Zacharia 8:19;

Matteus 4:2; 6:17; 9:15;

Handelingen 10:30; 13:2.