Hoofdstuk 2

WAT IS EEN ECHTE DIENAAR?

Een ware dienaar is iemand, die bereid is zichzelf te geven in elk onderdeel van zijn leven, net zoals Jezus Zich ontledigde door Zijn goddelijke gedaante af te leggen en Zijn leven te geven als een offer voor de wereld.

"... dienende de Here met alle ootmoed, onder tranen en beproevingen, die mij overkwamen door de aanslagen der Joden; hoe ik niets nagelaten heb van hetgeen nuttig was om u te verkondigen en te leren in het openbaar en binnenshuis, Joden en Grieken betuigende zich te bekeren en te geloven in onze Here Jezus." Handelingen 20:19-21

WIE MAG ZICH EEN DIENAAR NOEMEN?

Waar wij in onze tijd het meest behoefte aan hebben, is opnieuw te bezien en te overdenken, wat een dienaar eigenlijk is. De ware betekenis van het woord 'dienaar' komt opnieuw in beeld in de bovenstaande tekst en de nadruk ligt daar op het belang van ware nederigheid in het leven van diegene die wil dienen.

Het Griekse woord, dat hier in de grondtekst wordt gebruikt, betekent ook heel eenvoudig 'dienen'. Een ware dienstknecht moet bereid zijn zijn leven uit te gieten en zich te geven in elk onderdeel van zijn leven: zijn tijd, zijn talenten, zijn geld, en alles wat hij heeft, net zoals Jezus zijn goddelijkheid aflegde en Zichzelf uitgoot en Zijn leven gaf als een zoenoffer voor de wereld.

Deze bediening van het werken der werken Gods is meer dan het werk dat gedaan wordt door beroepspredikers vanuit hun preekstoel. Elk lid van het Lichaam van Christus heeft, als het de Heilige Geest heeft ontvangen, geestelijke gaven gekregen, waarmee het een functionerend en produktief lid van dat lichaam kan zijn. Ieder van ons die Jezus als Heer heeft, kan een dienaar zijn in de ware betekenis van het woord en de werken Gods werken.

"Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken. Mattheus 5:14-16

GOD WIL, DAT UW LEVEN SCHIJNT ALS EEN LICHT IN DEZE DONKERE WERELD.

God heeft u nodig als Zijn vertegenwoordiger en dienstknecht. De duisternis van de zonde omringt u en uw licht moet, omwille van Hem, schijnen als een helder lichtbaken. Hij heeft u een plaats gegeven, die alleen u kunt innemen. God wil niet, dat wij ons uit de wereld afzonderen. Hij heeft dienstknechten uit elke sector van de maatschappij nodig, die, ieder in hun eigen omgeving, het licht van het Evangelie verspreiden, daar waar zij zich bevinden.

De eerste Gemeente heeft op 200 jaar tijd de wereld met het Evangelie kunnen bereiken, enkel en alleen omdat elk lid van het Lichaam van Christus bereid was zijn verantwoordelijkheid als dienstknecht te aanvaarden. U en ik hebben dezelfde verantwoordelijkheid, en tezamen met deze verantwoordelijkheid heeft Hij ons ook de kracht en het vermogen gegeven om daarmee te overwinnen en als lichten in deze wereld te schijnen en mannen en vrouwen tot Christus te leiden. Het is van groot belang, dat u vaststelt, waar u als dienstknecht in het Lichaam van Christus past.

"Wij hebben nu gaven, onderscheiden naar de genade, die ons gegeven is: profetie, naar gelang van ons geloof; wie dient, in het dienen; wie onderwijst, in het onderwijzen; wie vermaant, in het vermanen; wie mededeelt, in

eenvoud; wie leiding geeft, in ijver; wie barmhartigheid bewijst, in blijmoedigheid." Romeinen 12:6-8

ONZE DIENST TEGENOVER HET LICHAAM VAN CHRISTUS

Wij hebben als dienstknechten een tweevoudige verantwoordelijkheid: onze dienst tegenover het Lichaam van Christus en onze dienst aan de verlorenen. Naast de apostelen, profeten, evangelisten, herders en leraars, die God in het Lichaam van Christus heeft aangesteld voor de 'toerusting tot dienst- betoon' (Efeziers 4:11), zijn er nog vele andere bedieningen, zoals wij in de bovenstaande tekst kunnen zien. Hier zien wij acht bedieningen, die met name genoemd worden, en wij worden ertoe aangespoord deze en elke andere bediening, die God geeft, uit te oefenen.

Iedereen in de eerste Gemeente werd een dienstknecht, ook al preekten zij of onderwezen zij niet, zoals Petrus of Paulus. De vrouwen die met Christus en Zijn discipelen meereisden, dienden door maaltijden te koken, of door kleren te herstellen en uit te delen aan hen die dat nodig hadden, zoals Dorcas (Handelingen 9:36-39). Het waren ook vrouwen die als eersten het nieuws over de opstanding van onze Heer aan de andere discipelen overbrachten.

Stefanus was een van de zeven mannen, die de apostelen uitkozen om de dagelijkse aangelegenheden van de snel groeiende gemeente te behartigen. Bovendien was hij zo vol van de Heilige Geest, aldus het Woord, dat hij 'wonderen en grote tekenen' deed onder het volk (Handelingen 6:5-8).

Iedereen die door wedergeboorte lid is van Gods gezin, heeft een eigen plaats of 'bediening' in het Lichaam van Christus te vervullen.

"Maar richt u op en sta op uw voeten; want hiertoe ben ik u verschenen om u aan te wijzen als dienaar en getuige daarvan, dat gij Mij gezien hebt en dat Ik aan u verschijnen zal, u verkiezende uit dit volk en de heidenen, waarheen Ik u zend, om hun ogen te openen ter bekering uit de duisternis tot het licht en van de macht van de satan tot God, opdat zij vergeving van zonden en een erfdeel onder de geheiligden zouden ontvangen door het geloof in Mij. Handelingen 26:16-18

UW DIENST TEGENOVER DE WERELD

Wij zijn allemaal Gods dienstknechten, die door Hem zijn aangesteld om dit evangelie aan ieder schepsel te verkondigen. Het Woord zegt ons, dat dit evangelie van het Koninkrijk in heel de wereld gepredikt moet worden als teken en als getuigenis, en dan zal het einde komen (Mattheus 24:14). En wij zijn degenen die Hij deze taak heeft opgedragen en die Hij met Zijn kracht wil aangorden, doordrenken en toerusten.

Er zijn vijf heel belangrijke aspecten, die u moet bedenken, wanneer u begint met uw bediening tegenover de wereld: Naar wie bent u gezonden? Jezus gaf ons de opdracht naar de zieke, eenzame en stervende mensheid, waar wij mee in contact komen, te gaan, en ons hele wezen voor hen in te zetten. Net zoals Hij deed, moeten wij gaan naar hen die om hulp roepen, naar hen die alle hoop hebben opgegeven en niemand hebben, waar zij naartoe kunnen voor hulp (Lukas 4:18).

Het tweede aspect is: Wat gaat u uitdelen? Wij moeten redding brengen aan de verlorenen; door hen te voeden en te kleden, te voorzien in hun lichamelijke behoeften, en hun zielen te voeden met het Woord van God, dat leven, bevrijding en waarheid bevat en de mensen zal vrijmaken van elke soort van zonde, slechte gewoonte en ziekte. Wij moeten kanalen zijn, waar Gods genezende kracht doorheen kan stromen. Wij moeten het bewijs leveren! (Markus 16:17-18)

Het derde aspect is: Waar gaat u dienen? Meestal zult u de zondaars niet op de kerkbanken aantreffen of bij de voordeur van de kerk. Wel zult u ze, onder andere, vinden waar u werkt, op school, op straat, in de cafes en de gevangenissen. God wil u daar gebruiken waar u bent, en Hij wil u zien uitgaan en deze mensen naar de Gemeente zien brengen, zodat de Gemeentes vol worden (Lukas 14:23).

Het vierde aspect is: Wanneer begint u met uw dienst? Vandaag is het de dag des heils, dat wil zeggen, van redding en verlossing (2 Korinthiers 6:2). De tijd dringt. Er komt een tijd, dat geen mens zal kunnen werken of dienen (Johannes 9:4). Jezus komt spoedig en wat u doen kunt, moet u nu doen.

Het vijfde aspect is: Hoe gaat u dienen? Het antwoord op deze vraag is, dat wij voorwaarts moeten gaan en de werken Gods moeten werken en daarin Gods KRACHT EN MACHT van de Heilige Geest moeten tonen. De wereld wil het bewijs zien, dat wat wij zeggen over Jezus, meer is dan alleen maar mooie woorden, die als zoethoudertje moeten dienen. Zij willen in ons leven de realiteit zien van het leven van en met Jezus. Door de kracht van de Heilige Geest zult u zieken de handen opleggen en hen zien genezen, u zult de vijand binden die mensen gebonden houdt en u zult hen verlossen, en u zult getuigen dat Jezus leeft en u zult mensen wederomgeboren zien worden

(Handelingen 1:8, Lukas 10:19).

Als u Hem wilt dienen, heeft God een Nieuwe Zalving voor u, waarmee Hij u in Zijn dienst stelt, en daarmee kunt u overal mannen en vrouwen bevrijden van alles waarmee de wrede vijand, de duivel, ze gevangen heeft en in slavernij houdt. Dat is het werk Gods. De toekomst van Gods werk ligt in uw handen. Nu is het de tijd de wereld te winnen voor Jezus. Maar om vast te stellen, waar uw plaats is in het Lichaam van Christus, moet u in staat zijn Gods stem te horen en te onderscheiden.

"Voor hem doet de deurwachter open en de scharen horen naar zijn stem en hij roept zijn schapen bij name en voert ze naar buiten. Wanneer hij zijn schapen alle naar buiten gebracht heeft, gaat hij voor ze uit en de schapen volgen hem, omdat zij zijn stem kennen; maar een vreemde zullen zij voorzeker niet volgen, doch zij zullen van hem weglopen, omdat zij de stem der vreemden niet kennen." Johannes 10:3-5

U MOET GODS STEM ONDERSCHEIDEN, VERSTAAN EN GEHOORZAMEN.

Naarmate het verlangen in uw hart begint te groeien en u zich in geloof aan God overgeeft om Zijn werk te doen, zult u stemmen gaan horen. En voordat u werkelijk echt iets voor Gods werk kunt gaan betekenen, moet u in staat zijn Gods stem te HOREN, te ONDERSCHEIDEN en te GEHOORZAMEN, en u moet in staat zijn de stem van een vreemde te negeren.

Als God Zijn Leger voor de strijd traint en toerust en ze het sein tot de aanval wil kunnen geven, zal Hij hen ook duidelijke en precieze aanwijzingen geven omtrent het doel dat zij moeten najagen en bereiken. Naarmate u steeds volwassener en rijper wordt in de Heer, zult u steeds beter in staat zijn Zijn stem te onderscheiden en zijn opdrachten te ontvangen. U moet tijd opzij zetten om u van de buitenwereld af te sluiten en alleen te zijn met God in een tijd van vasten en gebed. Hoe meer tijd u alleen met God doorbrengt om Hem te leren kennen, hoe beter u ook Zijn stem zult herkennen, als Hij tot u spreekt. Of Hij nu tot u spreekt met dat 'bescheiden, zachte stemmetje', of door het geschreven Woord, of door middel van de omstandigheden in uw leven: u zult in staat zijn Zijn stem te onderscheiden van elke andere.

Bij het ontwikkelen van dit vermogen Gods stem te horen zult u misschien fouten maken. Laat u daardoor niet ontmoedigen. Sommige van de grote profeten hebben ook fouten gemaakt. Maar God zal u stap voor stap leiden, als u een oprecht verlangen heeft door Zijn Geest geleid te worden en U Hem met uw hele hart zoekt.

Er is zoveel te doen en er is zo weinig tijd voor. Het wordt tijd, dat Gods Overwinnend Leger oprukt met een grotere demonstratie van Gods kracht dan ooit eerder is gebeurd. Geef u over in geloof en God zal u naar de overwinning leiden, als u gaat op Zijn tijd.

"Gij zult opstaan, U over Sion erbarmen, want het is tijd haar genadig te zijn." Psalm 102:14

U MOET IN ACTIE KOMEN OP GODS TIJD.

Wanneer u begint u in geloof over te geven aan God om Zijn werk te doen, is het belangrijk, dat u wacht op de Heer, gevoelig bent voor Zijn leiding en in actie komt op Zijn tijd.

Wij leven in de laatste dagen, vlak voor de wederkomst van Jezus Christus. Het is belangrijk, dat u deze waarheid diep in uw geest laat doordringen, omdat u Zijn tijd moet kennen om op het juiste moment op de juiste plaats bezig te kunnen zijn met Gods werk. Als de oogst van Gods eindtijd binnen is, is alles voorbij. Dus moet u Gods tijd leren kennen en weten, wanneer Gods volk een bovennatuurlijke doorbraak van God ontvangt, zodat niets u kan afhouden van alles wat God voor u heeft.

Er zal een duidelijke scheidslijn getrokken worden tussen de middenweg-zoekers en degenen die in de kracht van de Heilige Geest werken. God openbaart Zich aan Zijn Lichaam ... en Hij is Zich een volk aan het bereiden. Het zou vreselijk zijn te horen, wat God voor u heeft en er dan niets van te ontvangen. Of te zien, hoe Hij zich openbaart in het leven van anderen, maar zelf geen deel te hebben aan dit grote werk van God. Als u Gods tijd kent, kunt u een nieuwe dimensie van Gods kracht binnengaan, waardoor u een deelnemer wordt en Gods werken kunt werken.

Als u mij vraagt naar een voorbeeld uit mijn eigen leven van het wachten op Gods tijd: ik heb tweeentwintig jaar gewacht op Gods tijd om te oogsten. Vanaf de tijd dat ik nog maar vijftien jaar was en God mij, als door een wonder, uitleidde uit het Joods Orthodoxe weeshuis, is er een verlangen in mijn hart geweest naar mijn volksgenoten. God openbaarde mij, dat er een bepaalde tijd zou komen in mijn leven, wanneer Hij mij naar de Joden zou leiden om hen te dienen met het evangelie. Maar ik heb er tweeentwintig jaar op gewacht. Toen, op een dag, kwam de roep en de opdracht waar ik op gewacht had, maar niet op de manier, die ik verwacht had.

Wij schreven het jaar 1967 en ik had net een succesvolle campagne in Argentinie afgesloten en er een grote overwinning behaald voor de zaak van de Heer, en wij waren op weg naar de luchthaven van Buenos Aires. Ik zat in een vuile, oude en hete autobus en wij hadden ongeveer een uur gereden over slechte wegen, samen met wat voorgangers, die met mij waren meegegaan. Ik zat voorin de bus en probeerde wat te rusten, toen de Heer plotseling tot mij sprak. Hij zei tegen mij:'Jongen, richt je oog op het Midden-Oosten, want de tijd is gekomen, dat je voor mijn volk Israel gaat werken.'

Tweeentwintig jaar was ik naar alle landen van de wereld gegaan, en ik had trouw mijn leven afgelegd en gewacht, tot ik naar mijn volk Israel gezonden zou worden om daar te dienen. Toen kwam eindelijk, in een bus in Argentinie, vier maanden voor de Zesdaagse Oorlog in het Midden-Oosten, de boodschap klaar en duidelijk tot mij.

Ik twijfelde er niet aan, of wat ik gehoord had, wel waar of echt was, maar toen ik thuis aankwam, sloot ik me op op een plaats, waar ik kon bidden om een bevestiging vanuit Gods Woord. Hij leidde mij naar de bovenstaande Bijbeltekst. Onmiddellijk na deze bevestiging reageerde ik door regelingen te treffen om Gods roeping te vervullen, en ik ging naar Israel om onze Joodse bediening aldaar op te zetten. God had Zijn tijd bevestigd door Zijn geschreven Woord, en ik had gereageerd door mijn geloof in werking te zetten.

Als u zich aan God overgeeft om voor Hem te werken, al lijkt het nog zoiets kleins wat u doen wilt, stel dan vast of u door God geleid wordt of dat u naar de stem van uw eigen 'ik' luistert. Hoezeer iemand misschien ook zijn best doet God te behagen in het doen van Zijn werken, het is onmogelijk God welbehaaglijk te zijn als men de stem van het eigen 'ik' volgt. Wij mogen niet op ons eigen inzicht steunen en onze eigen wegen volgen (Spreuken 3:5). Wij moeten echter door de Geest van God geleid worden en naar Zijn stem luisteren. Wij kunnen het bewijs niet leveren, tenzij wij God en Zijn stem echt kennen en vervolgens wandelen in overeenstemming met Zijn tijd.

Nadat u Gods stem heeft gehoord aangaande een bijzonder werk, dat Hij u opdraagt te doen, wacht dan in gebed op Hem om Zijn tijd vast te stellen. Denk eraan, dat een van de grootste sleutels tot een succesvolle oogst is: wachten tot de tijd geestelijk rijp is. Dus: WACHTEN ... BEVESTIGEN ... en dan pas REAGEREN.

Als u overtuigd bent, dat u op Gods tijd in actie bent gekomen en u toch verwarring, tegenstand of lichamelijke uitputting ervaart, ga dan opnieuw tot God in gebed. Noem uw noden en problemen bij name. Geloof dan en ontvang nieuwe kracht van Hem, en denk eraan, dat Hij beloofd heeft u stap voor stap te leiden. Gehoorzaam God dan door te reageren en weet dan, dat Hij u voor zal gaan, als het Zijn tijd is. Bestraf en weersta de geest van angst. Wees gevoelig voor en geef u over aan de stem van God. Gehoorzaam de leiding van de Geest van God en God zal u dan de grootste overwinningen geven, terwijl u voortgaat als een actief lid van het Lichaam van Christus, een levende dienstknecht in Gods Overwinningsleger.

"En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging van haar heen." Lukas 1:38

GODS VOLLE KRACHT EN OVERWINNING WERKT DOOR OVERGEGEVEN VATEN.

Een van de grootste daden van onderwerping aan Gods wil, die in de Bijbel opgetekend staat en die tevens van zo'n enorm belang is geweest, was die van een jonge maagd, die Maria heette. Haar antwoord op de belofte van God, die de engel haar meedeelde, betekende een keerpunt in de geschiedenis van de mensheid.

Maria was een jong Joods meisje, dat verloofd was met en man, die Jozef heette. Terwijl zij nog verloofd was, stuurde God een engel met een bijzonder woord, dat een belofte inhield van God Zelf:"Wees niet bevreesd, Maria; want gij hebt genade gevonden bij God. En zie, gij zult zwanger worden en een zoon baren, en gij zult Hem de naam Jezus geven. Deze zal groot zijn en Zoon des Allerhoogsten genoemd worden, en de Here God zal Hem de troon van Zijn vader geven, en Hij zal als Koning over het huis van Jakob heersen tot in eeuwigheid, en Zijn koningschap zal geen einde nemen." (Lukas 1:30-33)

De woorden die de engel tot haar sprak, gingen haar begrip verre te boven. Door de mond van deze engel vertelde God haar, dat zij de beloofde Messias ... de Zoon van God ... zou ontvangen en baren. Wat moet Maria gevoeld hebben op dat moment: een stortvloed aan emoties ... een overweldigende vreugde ... Wat een ontzag moet zij gevoeld hebben bij de gedachte, dat op haar de heilige verantwoordelijkheid zou rusten de moeder van de Zoon van God te worden!

Maar tegelijkertijd moet zij wel verward en angstig geweest zijn. Zij vroeg de engel:"Hoe zal dat geschieden, daar ik geen omgang met een man heb?" (Lukas 1:34)

De engel verklaarde haar toen, dat zij zwanger zou worden door de bovennatuurlijke kracht van de Heilige Geest ... "omdat het heilige dat verwekt zou worden, Zoon Gods genoemd zou worden" (Lukas 1:35). "Want geen woord, dat van God komt, zal krachteloos wezen" (Lukas 1:37)

De engel bracht haar een Woord van God en door dat gesproken woord van God kwam het geloof. Er was geen geloof voor nodig dat Maria op een of andere manier kon ontwikkelen of betonen. Het geloof ... de kracht ... zat al in het woord dat gesproken werd. God zocht alleen een vat dat overgegeven was.

Maria heeft niet in eigen kracht geprobeerd het geloof op te brengen om de belofte te geloven. Zij heeft zich alleen overgegeven in gehoorzaamheid aan Gods wil en verlangen haar te gebruiken voor Zijn goddelijk doel, door te zeggen:"Mij geschiede naar uw woord." (Lukas 1:38)

Maria ontving eerst het Woord ... de belofte van God ... in haar geest, voordat de belofte zichtbaar werd in haar lichaam. Die belofte bevatte reeds het geloof en het onverderfelijke zaad van Jezus Christus werd in haar schoot verwekt, waar het groeide tot de vastgestelde tijd, toen zij de Zoon van God baarde.

Door Maria's gehoorzaamheid aan Gods Woord, en omdat zij zich aan Gods wil onderwierp en omdat zij maagd bleef tot de geboorte, werd satan verslagen. En omdat voor de duivel de doodsklok geluid werd door de geboorte van Jezus, werd voor ons de deur geopend tot alle macht en autoriteit, die wij hebben als erfgenamen van God door Jezus Christus (Galaten 4:7)

Net zoals God verlangde Maria te gebruiken om Zijn werk op aarde te doen, zo kiest Hij zich vandaag de dag een volk uit, dat openstaat voor Zijn plan. Hij verlangt ernaar menselijke vaten te vinden, die bereid zijn Gods werken te doen. Mensen die zich voor Hem hebben ontledigd ... die Zijn Woord hebben leren kennen en die Zijn stem verstaan. Zij moeten een volk zijn dat dan wandelt in gehoorzaamheid aan die stem, hoe zwaar zij dan ook vervolgd worden en hoe groot de offers dan ook zijn. Dat zijn dan niet alleen overgegeven vaten, maar ook TOEGEWIJDE vaten.

Als God in uw hart dezelfde honger naar meer van Hem kan vinden ... dezelfde honger, die er ook in Maria's hart was ... de honger in het hart, die erom schreeuwt door Hem gebruikt te worden ... Hem te dienen ... dan zal Hij in actie komen en u gebruiken in een machtige zalving, die uw stoutste verwachtingen zal overtreffen. Hij zal dan weten, dat u vol van Gods Geest wilt zijn ... door de Geest geleid wilt worden ... gezalfd wilt zijn met Gods Geest, en Hij zal door u heen de heldendaden verrichten naar Zijn wil om een wereld in nood te bereiken.

God heeft van Zijn kant al alles gedaan. Jezus heeft Gods plan voor u vervuld. Hij heeft u aangenomen en u Zijn macht en autoriteit over de satan gegeven. Nu is het aan u om u gewillig over te geven en op Zijn tijd in beweging te komen ... u gewillig over te geven om de kracht te ontvangen, die van Zijn troon uitgaat ... en gewillig Zijn leiding te gehoorzamen. Geef u over, mijn vriend, en maak u op voor een ervaring als dienstknecht van God, die uw leven zal omkeren en tevens dat van al degenen, die u in Jezus' Naam wilt bereiken.

"Toen formeerde de Here God de mens van stof uit de aardbodem en blies de levensadem in zijn neus; alzo werd de mens tot een levend wezen." Genesis 2:7

DE MENS WERD GESCHAPEN OM GOD EN MENS TE DIENEN.

Vanaf de allereerste dag dat hij naar Gods beeld geschapen was, was de mens bestemd een dienaar te zijn. Gods plan en doel met de mens was, dat hij gemeenschap met God zou hebben ... dat hij op de allereerste plaats God zou dienen.

God wilde iemand om Zich aan te geven, toen Hij de mens schiep:"Laat Ons mensen maken naar ons beeld, als onze gelijkenis ..." (Genesis 1:26) Toen Hij de mens schiep, werd deze een levende ziel, die vervuld was van Gods volmaaktheid en gerechtigheid. God blies Zijn eigen scheppende leven en macht in de mens.

De mens werd niet geschapen om in conflict te leven met God of Zijn schepselen, maar om in eenheid en harmonie op aarde te leven. Daarom stelde God Zich open voor een volledige gemeenschap met de mens, opdat de mens waarlijk samen met God kon heersen en besturen, als Gods vertegenwoordiger op aarde. De mens was vervuld met Gods gezag, Zijn heerschappij en Zijn liefde om vanaf de dag dat hij geschapen werd tot in alle eeuwigheid een dienaar te zijn. De rol die de mens door God was toebedacht, was vanaf het begin die van priester ... dienaar van God.

De mens verbrak door zijn eigen wilsdaad de gemeenschap met God, toen hij in satans val van dood en vernietiging terechtkwam (Genesis 3). Door zijn zonde rebelleerde de mens bewust tegen God en Zijn plan van vervolmaking. God ontwierp een nieuw plan:"Want, indien door de overtreding van de ene de dood als koning is gaan heersen door die ene, veel meer zullen zij, die de overvloed van genade en van de gave der gerechtigheid ontvangen, leven en als koningen heersen door de ene, Jezus Christus ... Want, gelijk door de ongehoorzaamheid van een mens zeer velen zondaren geworden zijn, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van een zeer velen rechtvaardigen worden." (Romeinen 5:17, 19)

GOD IS EEN GOD MET EEN DOEL, EEN PLAN, EEN ONTWERP EN HIJ IS EEN GOD VAN OBJEKTIVITEIT. Door de zonde bracht Adam de dood in de wereld; maar door de dood en opstanding van de laatste ADAM, Jezus Christus, werd de mens hersteld en kon hij weer eeuwige gemeenschap met God hebben. Langs de weg van het bloed van Jezus kon de mens weer Gods oorspronkelijke plan zichtbaar maken, met inbegrip van de gave van het eeuwige leven.

Door Jezus Christus worden wij herschapen naar Gods beeld ... volmaakt en bekrachtigd om Zijn dienaren en priesters te zijn. Door Jezus Christus ontvangen wij hetzelfde gezag en dezelfde zalving, die in Adam werd ingeblazen, die ons in staat stelt stand te houden tegen satan en al zijn demonische legers. Wij hebben de macht en heerschappij van de eerste Adam om Gods Koninkrijk te verdedigen tegen alle verleidingen van satan ... tegen al zijn aanvallen.

Als kinderen van de allerhoogste God moeten wij onze rechtmatige plaats innemen als Zijn zonen en dochters en Gods gedelegeerde autoriteit gebruiken om de bewijs leverende dienaren te worden naar Gods oorspronkelijke plan.

"Gaat dan henen, maakt al de volken tot mijn discipelen en doopt hen in de naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes en leert hen onderhouden al wat Ik u geboden heb. En zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der

wereld." Mattheus 28:19-20

NIET WAT U BENT, MAAR WAT GOD VAN U MAKEN KAN.

In deze verzen zijn wij iets heel belangrijks als antwoord op de vraag: Wie is een dienaar? Misschien vraagt u zich af, hoe God u ooit zou kunnen gebruiken ... wat u Hem te bieden heeft ... wat u voor Hem zou kunnen doen. Maar laten wij eens kijken naar deze groep mensen, die Jezus hier toespreekt, en dan zult u leren hoe enorm belangrijk u als dienaar voor God toch bent.

Wij zien hier een groep mannen en vrouwen, welke Jezus in het openbaar terecht moest wijzen om hun twijfel en kleingeloof. Dit zijn de mensen die sliepen, toen Jezus in gebed was; die Hem verloochenden, toen Hij aan het kruis hing; die zich verstopten, terwijl Hij bloedde; die wegliepen van het graf, nadat Hij opgewekt was; die geweigerd hadden te geloven in Zijn opstanding, hoewel Hij hun vantevoren gezegd had, dat het zou gebeuren, en de Heer Zelf en twee engelen hadden er nu getuigenis over afgelegd.

Deze mensen lijken op het eerste gezicht niet erg geschikte kandidaten om in een gemeente of Christelijke organisatie opgenomen te worden.

Maar toen gebeurde er iets geweldigs. Jezus deed wat alleen God zou doen, en wat opzieners en diakenen nooit zouden doen.

Nadat Hij de discipelen had terechtgewezen, wachtte Hij niet. Hij probeerde niet de terechtwijzing aan te dikken. In een adem ging Hij door met hun een bevel te geven, zonder ook maar enig blijk van wantrouwen jegens hen:"Gaat dan henen en predik het evangelie."

Wat u nu moet begrijpen, is de reden waarom Jezus deze mannen en vrouwen deze grote taak opdroeg, ondanks hun menselijke natuur, ondanks hun zwakheden en hun mislukkingen. De reden was, dat, als Hij naar hen keek, HIJ NIET ZAG WAT ZIJ WAREN ... MAAR WAT HIJ VAN HEN MAKEN KON.

God kijkt niet naar uw wandel uit het verleden ... niet naar uw mislukkingen of uw twijfels of uw ongeloof ... Hij ziet, wat Hij van u maken kan.

Niet wat wij zijn. Niet wat wij bezitten. Maar wat God van ons maken kan, is de sleutel.

De Gemeente is niet geboren door prachtige preken. Zij werd geboren door een openbaring van apostolische kracht, die zichtbaar werd in en door het leven en de bediening van mannen en vrouwen, die net zo menselijk waren als u en ik. Met een verschil: zij zagen niet op hun eigen zwakheden en mislukkingen maar op de kracht van Gods genade en Zijn Woord. Als wij de Bijbel lezen, begrijpen wij niet, dat de grote geloofshelden, die koninkrijken onderworpen hebben, mensen waren, die in hetzelfde 'schuitje zitten' als wij. Zij hadden dezelfde mislukkingen ... dezelfde tekortkomingen ... dezelfde zwakheden ... dezelfde twijfels ... dezelfde problemen ... dezelfde strijd ... dezelfde verleidingen als u en ik.

Maar ... ALS GOD VANAF ZIJN TROON OP DE MENS NEERZIET, ZIET HIJ NIET WAT DE MENS IN ZICHZELF IS ... MAAR HIJ ZIET WAT HIJ VAN DAT LEVEN MAKEN KAN!

Toen God neerzag op een Joods orthodox weeshuis en mijn leven begon te vormen, was ik een klein jongetje van 14 jaar. En sindsdien heb ik mij vaak afgevraagd:"God, wat heeft U ooit in Morris Cerullo gezien?"

Maar God was niet afhankelijk van de aangeboren eigenschappen die ik, Morris Cerullo, had. Toen God dat kleine jongetje zag en twee engelen naar beneden zond om mij uit dat weeshuis te leiden, toen ik 14 1/2 was, vertrouwde Hij op wat Hij van dat kleine jongetje maken kon ... en niet op wat hij op dat moment was!

God helpe ons te voelen, wat er in Jezus omging, toen Hij die kamer binnenstapte, waar de elf discipelen bijeen waren na Zijn opstanding. Nadat Jezus hun een kleine terechtwijzing gegeven had om hun hardheid van hart en hun ongeloof, werd Hij weer een en al liefde. Toen keek Hij naar deze groep twijfelende, ongelovige, angstige discipelen en stelde Hij hun aan om in Zijn Naam en met Zijn autoriteit en macht in de bediening te gaan staan.

De discipelen waren menselijk, maar God gaf hun een opdracht ... en die voerden zij uit.

De Heilige Geest zegt ons vandaag:"Niet wat u bent, is van belang, maar wat u in Gods handen zijn kunt." God bouwt niet op het niveau van uw geloof, of op hoe geestelijk u bent. Hij bouwt slechts op wat Hij van u maken kan, naarmate u gewillig bent u met uw hele wezen en volledig in Zijn handen over te geven - alles wat u bent, en zoals u bent. Dan zult u uitgaan in Zijn kracht om Zijn opdracht uit te voeren:"Gaat heen in de gehele wereld, verkondigt het evangelie ... en als tekenen zullen deze dingen de gelovigen volgen ..." (Markus 16: 15, 17)

"En zij kwamen te Jeruzalem. En Hij ging de tempel binnen en begon hen, die in de tempel verkochten en kochten, uit te drijven en de tafels der wisselaars en de stoelen van hen, die de duiven verkochten, keerde Hij om, en Hij liet niet toe, dat iemand enig voorwerp door de tempel droeg; en Hij leerde en sprak tot hen: Staat er niet geschreven, dat Mijn huis een bedehuis zal heten voor alle volken?" Markus 11:15-17

DE GEMEENTE, GODS CENTRUM VOOR GENEZING

God heeft ons de sleutels in handen gegeven om met resultaat voor Hem te getuigen. Hij heeft het verlangen, dat ieder van Zijn kinderen een bovennatuurlijke, door de Heilige Geest bekrachtigde bediening zal hebben om de noden van anderen op te lossen. Maar Hij heeft nooit gewild, dat wij individualisten zouden worden, die ieder voor zich met hun eigen koninkrijkje bezig zouden zijn ... m.a.w. duizenden onafhankelijke personen, die zitten te studeren op de vraag, hoe ze 'hun eigen zaakjes' moeten behartigen.

Het is inderdaad zo, dat christenen allemaal op hun eigen niveau van geestelijkheid en op hun eigen niveau van motivatie aan het werk zijn ... dat sommigen sneller zijn in het begrijpen en toepassen van Gods waarheden, en dat God een bijzondere zalving of bijzondere gaven geeft, en speciale roepingen in de Gemeente plaatst.

MAAR ... en dit is een belangrijke waarheid ... GOD WIL, DAT DE GEMEENTE VAN JEZUS CHRISTUS EEN CENTRUM VOOR GENEZING WORDT ... NIET INDIVIDUEN, NIET SLECHTS BIJZONDERE BEDIENINGEN ... MAAR DE GEMEENTE, HET LICHAAM VAN CHRISTUS IN HAAR TOTALITEIT!

In de Bijbeltekst van hierboven zien wij, dat Jezus op een dag de tempel in Jeruzalem binnenging en Hij zag iets, wat heel veel leek op onze vorm en manier van een aanbiddingsdienst houden. Hij trof er mensen aan die "met een schijn van godsvrucht de kracht daarvan verloochend hebben" (2 Timotheus 3:5)

Jezus had een zeer bepaalde en juiste mening over wat het werk Gods was en over welk doel Gods huis moest dienen. Wat Jezus daar zag, stemde bepaald niet overeen met het eigenlijke doel, en dus pakte Hij het probleem krachtig en bij de wortel aan.

Als wij dat vergelijken met wat er vandaag de dag in onze Gemeentes gebeurt, zouden wij het op vele manieren kunnen vergeestelijken. Wat God wil dat de Gemeente is en datgene wat de Gemeente in feite vaak is, verschillen heel veel van elkaar. Het eigenlijke doel wordt vaak volledig over het hoofd gezien en er komen veel onbelangrijke of minder belangrijke dingen voor in de plaats.

De Gemeente is te vaak het sociale centrum geworden, of het recreatiecentrum, of het centrum voor de soepkeuken, enz. Deze activiteiten kunnen soms heel goed op hun plaats zijn, gezien de omstandigheden ... maar dit is niet het plan dat God met de Gemeente had. Het is niet de taak, die Hij het Lichaam van Christus, wat de Gemeente is, heeft toebedacht.

De Gemeente kan zelfs de plaats voor Bijbelstudie en gebed zijn ... en toch nog mijlenver Gods doel missen, terwijl diepe noden onder mensen ... noden door zonden, ziektes of geestelijke dood ... onopgelost blijven, zelfs niet veel verder als de voordeur van de Gemeente.

In deze verzen was de tempel, die Jezus bezocht, een verkoopcentrum geworden, maar Jezus had andere plannen. En het reinigen en verwijderen van al het kwaad was maar een deel van dat plan. Er was meer.

Jezus reinigde de tempel, maar daar liet Hij het niet bij. Hij deed iets wat van het grootste belang was. Hij stuurde Zijn discipelen erop uit met een opdracht.

Hij zei:'Ik zal hier wachten. Gaan jullie naar de straten en de stegen en de achterbuurten. Ga overal heen. Breng Mij de zieken, de kreupelen en de lammen. Breng de doven en de stommen en de blinden tot Mij. Ga de noden van de mensen halen en breng ze de tempel binnen.'

Met de tempel moet wel de Gemeente bedoeld zijn, het Lichaam van Christus. Jezus zei dus:'Doe alle vormen en alle rituelen weg, en haal alle andere dingen, die alleen maar tijd verknoeien, weg uit Mijn Vaders huis. Dit is geen rovershol. Het is een huis van gebed, een plaats voor voorbede, een plaats, waar de noden van de mensen opgelost moeten worden door de bovennatuurlijke kracht van de levende God'.

Hij liet de mensen die diepe noden hadden tot Zich brengen, en Hij genas hen daar ... in de tempel, in Gods huis. HIJ LIET ZIEN DAT DE GEMEENTE GODS CENTRUM VOOR GENEZING IS.

Het doel van onze studie en opleiding is niet individuele bedieningen te bevorderen, die zelf 'hun eigen koninkrijkje bouwen'. Het gaat erom, dat de ware positie van de Gemeente ... het Lichaam van Christus, de Bruid van Christus ... zichtbaar wordt in onze huidige wereld.

De Gemeente van Jezus Christus is zelf het genezingscentrum van onze gezegende Heer. Niet de glas-in-lood ramen, niet de deftig geklede koren, niet de orgels, maar de Gemeente van Jezus Christus, het Lichaam van Christus, is het genezingscentrum van onze Heer.

Telkens wanneer wij onze kerkdeuren openen, moet er een bediening zijn voor de noden binnen de Gemeente. De Gemeente moet het huis van God zijn, waar de zieken, de mensen met noden, en de verlorenen binnengebracht kunnen worden en waar hun noden opgelost kunnen worden. De bediening van redding en genezing moet plaatsvinden binnen de deuren van het heiligdom. Er moeten zielen gered worden. Zieke lichamen moeten er genezen worden. De gebondenheden van de mensen moeten er verbroken worden. Er moet verlossing zijn. Er moeten uit de aard der zaak wonderen gebeuren, die voortvloeien uit het LICHAAM VAN CHRISTUS naar de lijdende, door zonde verziekte en verloren mensheid toe!

Als wij de sleutels in handen hebben om de werken Gods te werken, bezitten wij die niet alleen om onze eigen bediening te laten schitteren ... wij hebben ze om de Gemeente, het Lichaam van Christus, terug te brengen naar de plaats die God altijd voor de Gemeente gewild heeft ... namelijk om het genezingscentrum te zijn, waar gebroken harten, gebroken levens en gebroken lichamen bediend worden en door Gods kracht genezen worden.

Teksten voor verdere studie:

Exodus 19:19; 28:35; 30:30;

Leviticus 10:11;

Deuteronomium 11:19; 18:5;

Jozua 6:10;

1 Samuel 2:18; 3:1; 12:23; 15:17;

2 Koningen 5:10;

2 Kronieken 24:20; 28:15;

Ezra 10:10;

Spreuken 14:31; 31:20;

Jesaja 42:7; 49:9; 52:7; 61:1;

Jeremia 22:16; 33:21; 42:4;

Ezechiel 3:17; 33:7; 44:11;

Hosea 12:10;

Joel 2:17;

Markus 6:13;

2 Korintiers 6:4;

Filippenzen 2:5.