Hoofdstuk 15

GODS ZALVINGEN ONDER HET NIEUWE VERBOND

Het verbond tussen God en de mens door het offer van het bloed van Jezus Christus is het eigendomsbewijs van onze goddelijke erfenis - een openbaring van Gods doel, plan, ontwerp en objectiviteit voor elk onderdeel van ons leven. Gods zalving voorziet in Zijn goddelijke bepaling dat onze verbondsbeloftes beschikbaar (of opvraagbaar) zijn voor elk gebied van ons leven en dat Zijn wonder-werkende macht in elke behoefte en nood zal functioneren.

"En de HERE zeide tot Abram, nadat Lot zich van hem gescheiden had: Sla toch uw ogen op, en zie van de plaats, waar gij zijt, naar het noorden, zuiden, oosten en westen, want het gehele land, dat gij ziet, zal Ik u en uw nageslacht voor altoos geven. En Ik zal uw nageslacht maken als het stof der aarde, zodat, indien iemand het stof der aarde zou kunnen tellen, ook uw nageslacht te tellen zou zijn." Genesis 13:14-16

ABRAM GELOOFDE EN ONTVING GODS VERBONDSBELOFTEN.

Bij tal van gelegenheden had God Abram beloofd hem te zegenen en tot een groot volk te maken. Voordat hij het huis van zijn vader in Haran verliet, had God tegen hem gezegd:"Ik zal u tot een groot volk maken, en u zegenen, en uw naam groot maken, en gij zult tot een zegen zijn. Ik zal zegenen wie u zegenen, en wie u vervloekt, zal Ik vervloeken, en met u zullen alle geslachten des aardbodems gezegend worden." (Genesis 12:2-3)

Het Bijbelgedeelte hierboven toont ons dat God, nadat Lot en Abram bij Betel ieder huns weegs gegaan waren, tegen Abram zei, dat hij naar het noorden, zuiden, oosten en westen moest kijken. Al het land dat hij zag zou van hem worden. Niet alleen zijn eigen land, maar ook het land voor zijn zaad. En toen hij in het land Kanaan was, verscheen de Heer aan hem en zei:"Aan uw nageslacht zal ik dit land geven ..." (Genesis 12:7).

Abram had Gods beloftes gehoord, dat Hij hem zou zegenen en het land Kanaan aan hem en zijn zaad ter erfenis zou geven. De jaren waren verstreken en zijn vrouw Sarai was nog steeds onvruchtbaar. Het bewijs dat deze beloftes vervuld zouden worden was er eenvoudig niet. Hier op de vlakte van Mamre, herinnerde Abram God aan Zijn belofte, dat Hij zijn zaad zou vermenigvuldigen. Hij zei:"Zie, mij hebt gij geen nakroost gegeven, en nu moet een onderhorige mijn erfgenaam zijn." (Genesis 15:3)

Met zijn natuurlijke denken zag Abram het bewijs van zijn hoge ouderdom en die van Sarai, die nog steeds niet gebaard had. Maar met zijn 'oog des geloofs' begon Abram Gods belofte te zien, terwijl God het hem uitlegde.

God verzekerde hem opnieuw van Zijn belofte:"Deze zal uw erfgenaam niet zijn, maar uw lijfelijke zoon, die zal uw erfgenaam zijn." (Genesis 15:4)

Om Abram te tonen hoe groot deze belofte wel was, nam God hem mee naar buiten en toonde hem het enorme uitspansel van de sterrenhemel dat de lucht verlichtte. Hij zei:"Zie toch op naar de hemel en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt." (Genesis 15:5)

Kunt u zich indenken hoe ontzagwekkend dat moment voor Abram geweest moet zijn, toen hij naar boven keek?!

Ik zie het in gedachten voor mij terwijl Abram zijn ogen inspant en naar het oosten kijkt. Zover het menselijke oog reikt, zijn er miljoenen maal miljoenen sterren!

Langzaam draaien zijn ogen naar het noorden, en weer ziet hij ontelbare sterren. Dan draait zijn hoofd naar het westen en weer ziet hij sterren die met hun glinsterende licht de hemel vullen. Dan staart hij naar het zuiden ... en heft zijn hoofd op naar de hemel boven hem. Het licht van het oneindige aantal sterren omringt en overweldigt hem!

Dan zegt God:"Zo zal uw nageslacht zijn." (Genesis 15:5)

Op dit moment is Abrams geest letterlijk verzadigd met Gods belofte. Ofschoon hij en Sarai nu op hoge leeftijd zijn en zij nog steeds kinderloos is, ontving Abram Gods belofte en geloofde hij dat God precies zou doen wat Hij beloofd had.

Abram bezat een kinderlijk geloof ... trouw aan God. Hij weigerde naar zijn omstandigheden te kijken en koos ervoor God te geloven ... Hem te vertrouwen.

Abram geloofde Gods belofte en God rekende het hem tot gerechtigheid.

"En hij heeft tegen hoop op hoop geloofd, dat hij een vader van vele volken zou worden, volgens hetgeen gezegd was: Zo zal uw nageslacht zijn. En zonder te verflauwen in het geloof heeft hij opgemerkt, dat zijn eigen lichaam verstorven was, daar hij ongeveer honderd jaar oud was, en dat Sara's moederschoot was gestorven; maar aan de belofte Gods heeft hij niet getwijfeld door ongeloof, doch hij werd versterkt in zijn geloof en gaf Gode eer, in de volle zekerheid, dat Hij bij machte was hetgeen Hij beloofd had ook te volbrengen. Daarom (ook) werd het hem gerekend tot gerechtigheid.

Echter niet om zijnentwil alleen werd geschreven: het werd hem toegerekend, maar ook om onzentwil, wie het zal worden toegerekend, ons, die ons geloof vestigen op Hem, die Jezus, onze Here, uit de doden opgewekt heeft." Romeinen 4:18-24

De beste omschrijving hiervan (het woord: 'hoop') is 'de begeerte tezamen met de verwachting, dat het vervuld zal worden'. Abraham 'geloofde in hope'. Hij had een begeerte die diep in hem zich bewoog. Hij had een levende verwachting, dat hij de zoon die God hem beloofde, zou krijgen. Door deze hoop geloofde hij ... hij was er ten volle van overtuigd ... dat God de macht had te doen wat Hij beloofde!

Hier in dit verbond tussen God en Abraham vinden wij het sleutel-principe waar het Nieuwe Verbond op gebaseerd is. Het is door het geloof ... een eenvoudige trouw aan God, dat Hij zal doen wat Hij beloofd heeft ... dat wij gerechtvaardigd zijn en rechtvaardig heten voor God, niet door onze werken. "Want door genade zijt gij behouden, door het geloof, en dat niet uit uzelf: het is een gave van God; niet uit werken, opdat niemand roeme." (Efeziers 2:8-9)

Door ons geloof in Christus en het werk dat Hij voltooide aan het kruis en de kracht van de Geest die in ons werkt, zijn wij gered, gereinigd, gerechtvaardigd en hervormd naar Zijn beeld.

Het is zelfs niet eens ons eigen geloof dat ons redt! Geloof is geen voortbrengsel van het natuurlijke verstand, het is een geschenk van God. Als wij ons overgeven ... onze wil, ons hele wezen ... aan God, plant Hij een zaadje van geloof in ons hart. Hij geeft ons de macht een kind van God te worden (Johannes 1:12). Hoezeer een mens zich ook inspant, hij kan geen geloof produceren ... het is een geschenk van God!

Dit is de sleutel tot het opeisen van uw verbondsrechten en -voorrechten onder het Nieuwe Verbond! Elke verbondszegen en -belofte die in het verbond staat, behoort u OP DIT MOMENT toe! Als kind van God heeft u ze geërfd.

Wilt u deze verbondszegeningen opeisen, dan moet uw geest zo vol en verzadigd worden met Gods beloften dat u vervuld wordt met HOOP ... 'een begeerte tezamen met de verwachting dat het vervult wordt'. U moet vervuld worden van de verwachting dat u gaat ontvangen wat u begeerd heeft. En dan moet u, zoals Abraham, geloven ... dat God precies datgene gaat doen wat Hij beloofd heeft.

"Hierna kwam het woord des HEREN tot Abram in een gezicht: Vrees niet, Abram, Ik ben uw schild; uw loon zal zeer groot zijn. En Abram zeide: Here HERE, wat zult Gij mij geven, daar ik kinderloos heenga en de bezitter van mijn huis, dat zal deze Damascener Eliezer zijn. En Abram zeide: Zie, mij hebt Gij geen nakroost gegeven, en nu moet een onderhorige mijn erfgenaam zijn. En zie, het woord des HEREN kwam tot hem: Deze zal uw erfgenaam niet zijn, maar uw lijfelijke zoon, die zal uw erfgenaam zijn. Toen leidde Hij hem naar buiten, en zeide: Zie toch op naar de hemel en tel de sterren, indien gij ze tellen kunt; en Hij zeide tot hem: Zo zal uw nageslacht zijn. En hij geloofde in de HERE, en Hij rekende het hem toe als gerechtigheid.

En Hij zeide tot hem: Ik ben de HERE, die u uit Ur der Chaldeeen heb geleid om u dit land in bezit te geven. En hij zeide: Here HERE, waaraan zal ik weten, dat ik het bezitten zal? En Hij zeide tot hem: Haal Mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge duif. Hij haalde die alle voor Hem, deelde ze middendoor en legde de stukken tegenover elkander, maar het gevogelte deelde hij niet. Toen de roofvogels op de dode dieren neerstreken, joeg Abram ze weg. Toen de zon op het punt stond onder te gaan, viel een diepe slaap op Abram. En zie, hem overviel een angstwekkende, dikke duisternis. En Hij zeide tot Abram: Weet voorzeker, dat uw nakomelingen vreemdelingen zullen zijn in een land, dat het hunne niet is, en dat zij hen dienen zullen, en dat die hen zullen verdrukken, vierhonderd jaar. Doch ook het volk, dat zij zullen dienen, zal Ik richten, en daarna zullen zij met grote have uittrekken. Maar gij zult in vrede tot uw vaderen gaan; gij zult in hoge ouderdom begraven worden. Het vierde geslacht echter zal hierheen wederkeren, want eerder is de maat van de ongerechtigheid der Amorieten niet vol. Toen de zon was ondergegaan, en er dikke duisternis was, zie, een rokende oven met een vurige fakkel, welke tussen die stukken doorging. Te dien dage sloot de HERE een verbond met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat: de Keniet, de Kenizziet, de Kadmoniet, de Hethiet, de Perizziet, de Refaieten, de Amoriet, de Kanaaniet, de Girgasiet en de Jebusiet." Genesis 15:1-21

GOD GING EEN BLOEDVERBOND AAN MET ABRAM.

Tijdens deze ontmoeting tussen God en Abram, maakte God bekend wie Hij is. Hij wilde dat Abram wist, Wie deze beloften deed. Hij zei:"Ik ben de(zelfde) Heer Die u uit Ur der Chaldeeen gebracht heeft om u dit land als een erfenis te geven." (Genesis 15:7; De Uitgebreide Bijbelvertaling). "Here HERE, waaraan zal ik weten, dat ik het bezitten zal?", vroeg Abram (Genesis 15:8). Abram geloofde, dat God de belofte die Hij hem gaf, zou vervullen. Nu vroeg hij om een nadere bevestiging van deze belofte. Hij wilde iets om zich aan vast te houden, als een anker voor zijn geloof. Hij wilde een tastbare bevestiging.

Kunt u hem begrijpen? Heel vaak ontvangen wij Gods beloftes en geloven wij, maar als het moeilijk wordt en de vijand komt om ons van die verbondsbeloften te beroven, dan hebben wij iets nodig om ons aan vast te houden.

Als bevestiging van Zijn beloften aan Abram, ging God een bloed-verbondsrelatie met hem aan. Het bloedverbond tussen God en Abram voldoet aan alle voorwaarden van een bloedverbond en wordt er ten volle in gerealiseerd.

Het bloed-verbond was een vorm van wederzijdse overeenkomst tussen twee personen, die als de duurzaamste en heiligste eenheid gold en beschouwd werd als een nauwere band dan die van broederschap (het geboren zijn uit dezelfde moeder).

Door deze relatie als 'verbondsvriend' of 'bloedbroeder' waren de twee betrokkenen bereid hun leven af te leggen om de ander te verdedigen ... of in de plaats van de ander te sterven. Hun vijanden werden hun gemeenschappelijke vijanden. Als een verbondsvriend door een vijand achtervolgd werd of in oorlog was, zou de andere verbondsvriend zij aan zij met hem tegen diens vijanden strijden. Hun bezittingen werden hun gemeenschappelijk eigendom. Als zij iets hadden wat de ander begeerde of nodig had, moesten zij het zonder aarzelen aan de ander afstaan.

Dit bloedverbond kon niet ontbonden worden. Het kon slechts door de dood van de ander verbroken worden.

Het bloedverbond bestond uit een verklaring met daarin de voorwaarden en beloften van de overeenkomst, een verbintenis van beide personen dat zij de voorwaarden van de overeenkomst zouden eerbiedigen, een vervloeking over elk van de betrokkenen in het geval van verbondsbreuk, en de bezegeling van het verbond door een of andere daad zoals een bloedig offer.

In een bloedverbond tussen twee families of volksstammen bestond de ceremonie voor een deel uit een bloedig offer, waarbij het dier aan de ruggegraat gespleten werd en de twee helften tegenover elkaar geplaatst werden, waardoor een met bloed besmeurd pad ontstond. Beide vertegenwoordigers van de twee families liepen tweemaal over dit pad heen en weer, wat inhield dat zij elkaar zouden steunen, ook al zou hun dit het leven kosten.

Daaropvolgend werden de voorwaarden van het verbond plechtig beloofd en elke vertegenwoordiger zwoer een eed het verbond te eerbiedigen. Het verbond werd dan bezegeld met de 'verbondssnee', waarbij de polsen van de vertegenwoordigers werden aangesneden en met elkaar verbonden om hun bloed te laten samenvloeien. Deze verbondssnee op de pols was een herinnering aan het bloedverbond dat zij gesloten hadden.

Nadat zij het verbond met bloed bezegeld hadden, namen de families elkaars naam aan en kwamen zij bijeen om de offermaaltijd te gebruiken, wat een symbolische voorstelling was van de nieuwe relatie die zij door het bloedverbond waren aangegaan.

Dit is het soort bloedverbond dat God instelde tussen Zichzelf en Abram. Als antwoord op Abrams vraag hoe hij zou weten dat hij zijn erfenis, het land dat God hem beloofd had, in bezit zou nemen, sneed God een verbond met hem.

God zei tegen Abram:"Haal Mij een driejarige jonge koe, een driejarige geit, een driejarige ram, een tortelduif en een jonge duif." (Genesis 15:9)

Abram haalde deze dieren, sneed ze doormidden en legde de helften tegenover elkaar (behalve de vogels, die deelde hij niet). Roofvogels streken op de dieren neer maar Abram verjoeg ze.

Toen de zon onderging viel Abram in een bovennatuurlijke, diepe slaap en een diepe duisternis overdekte hem. God sprak tot hem vanuit deze duisternis en openbaarde hem wat de natie Israel overkomen zou, dat zij voor een periode van 400 jaar in gevangenschap gevoerd zouden worden naar een vreemd land, dat zij met vele bezittingen naar Israel terug zouden keren, en dat hij op hoge ouderdom begraven zou worden (Genesis 15:12-15).

Terwijl Abram deze openbaringen overdacht, ging de zon onder en duisternis daalde neer over hem en de bloed-offers. Plotseling lichtte de duisternis op. Daar, temidden van de offers, verscheen "een rokende oven met een vurige fakkel." (Genesis 15:17) Niets minder dan de Tegenwoordigheid en Glorie van de Almachtige God verscheen hem daar!

Terwijl Abram, toekeek bewoog de rokende oven met de vurige fakkel ... de Tegenwoordigheid van God ... Zich over het pad van bloed dat daar door de bloedige offers ontstaan was.

Op die dag gingen Abram en God een bloed-verbondsrelatie met elkaar aan. De Almachtige daalde neer en liep tussen de offers door, wat betekende dat Hij een heilige eenheid met Abram als 'verbondsvriend' ging vormen. Vanaf deze dag werd Abram bekend als de Vriend van God en sindsdien ook zo genoemd (Jakobus 2:23, 2 Kronieken 20:7).

In deze relatie als de 'verbondsvriend' van God behoorde heel Gods bezit Abram toe, en alles wat Abram bezat was van God. God beloofde plechtig dat Hij tegenover Abrams vijanden aan diens zijde zou staan en Hij sloot een onverbrekelijk verbond met hem.

Op die dag deed God een verbondsbelofte aan Abram:"Te dien dage sloot de HERE een verbond (d.w.z. deed Hij een plechtige belofte) met Abram, zeggende: Aan uw nageslacht zal Ik dit land geven, van de rivier van Egypte tot de grote rivier, de rivier de Eufraat." (Genesis 15:18)

Deze verbondsrelatie tussen God en Abram is dezelfde verbondsrelatie als wij met God moeten hebben onder het Nieuwe Verbond!

Onder de voorwaarden en condities van het Nieuwe Verbond, heeft God Zich plechtig aan ons verbonden ... Zich als EEN met ons samengebonden. Al het Zijne is het onze, en alles wat wij bezitten of ooit nog zullen bezitten is van Hem.

Hij heeft beloofd om zelfs in de dood nog aan onze zijde te staan:"Wanneer gij door het water trekt, ben Ik met u; gaat gij door rivieren, zij zullen u niet wegspoelen; als gij door het vuur gaat, zult gij niet verteren en zal de vlam u niet verbranden. Want Ik, de HERE, ben uw God, de Heilige Israëls,..." (Jesaja 43:2-3)

"Zij zullen Mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een God zijn; Ik zal hun een hart en een weg geven, zodat zij Mij vrezen al de dagen, hun en hun kinderen na hen ten goede; ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal en dat Ik hun wel zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken; Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel mijn ziel.

Want zo zegt de HERE: Zoals Ik al deze zware rampspoed over dit volk gebracht heb, zo breng Ik over hen al het heil, dat Ik over hen verkondig." Jeremia 32:38-42

GODS VERBOND OPENBAART ZIJN DOEL EN WIL VOOR ZIJN VOLK.

Gods verbond met de mens is een openbaring ... een onthulling van Zijn doel ... een openbaring over Zijn goddelijke wil ... het diepste verlangen dat Hij heeft en van plan is te verwezenlijken in het leven van degenen die een verbond met Hem gesloten hebben.

God is een God met een plan, doel, ontwerp en Hij neemt de persoon niet aan. Zijn doel met Zijn verbond met ons is dat Hij ons tot Zich wil trekken; Hij wil ons ermee leren Hem te vertrouwen en geheel van Hem afhankelijk te zijn; Hij wil ons in een relatie met Hem brengen waarbij wij EEN met Hem zullen zijn om ons zodoende te kunnen vullen met Hemzelf, Zijn liefde, Zijn wil, Zijn zegeningen.

In deze verbondsrelatie begeert Hij dat wij ons in Hem verlustigen, dat wij Hem met ons hele wezen zullen liefhebben ... naar geest, ziel en lichaam! ... dat wij zullen wandelen in 100 procent gehoorzaamheid aan Hem ... en dat wij Hem in Geest en waarheid zullen dienen.

God heeft beloofd:"Zij zullen Mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een God zijn; Ik zal hun een hart en een weg geven, zodat zij Mij vrezen al de dagen, hun en hun kinderen na hen ten goede; ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal en dat Ik hun wel zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken; Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel mijn ziel.

Want zo zegt de HERE: Zoals Ik al deze zware rampspoed over dit volk gebracht heb, zo breng Ik over hen al het heil, dat Ik over hen verkondig." (Jeremia 32:38-42)

Deze beloften zijn ons eigendom. Wij zijn Gods geestelijke Israel. Hij heeft ons uitverkoren. Wij zijn Zijn volk ... wij behoren Hem toe. En Hij is onze God ... Hij behoort ons ook toe. Door onze verbondsrelatie heeft Hij ons EEN gemaakt met Hem.

In deze verzen wordt Zijn doel voor het vestigen van een altijddurend verbond met ons geopenbaard. Hij heeft in Zijn volk een enkel hart geplaatst om Hem te vrezen en te dienen, opdat zij zich niet van Hem zouden afkeren.

God beloofde door Ezechiel:"Ik zal hun een hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste, en Ik zal het hart van steen uit hun lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven, opdat zij naar mijn inzettingen zullen wandelen en naarstig mijn verordeningen onderhouden; zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn." (Ezechiel 11:19-20)

God zal een volk hebben! Het is Gods plan dat Zijn uitverkoren volk een bloed-verbondsrelatie met Hem aangaat dat zo STERK is ... zo ZEKER ... zo MACHTIG dat wij in onze wandel een ononderbroken gehoorzaamheid aan Hem aan de dag zullen leggen, en ons nooit van het volgen van Hem zullen afwenden. God is vandaag een volk op de been aan het brengen; Hij is een nieuw hart en een nieuwe geest in hen aan het plaatsen, waardoor zij Hem zullen kennen, liefhebben en gehoorzamen en Hem alle dagen van hun leven zullen volgen.

Aan dit VERBONDSVOLK heeft Hij beloofd:"Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal en dat Ik hun wel zal doen." Het doel dat Hij nastreeft bij het stichten van een altoosdurend verbond met Zijn volk is, dat Hij ons goed wil kunnen doen! God heeft gezegd:"Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen."; "Ik breng over hen al het heil, dat Ik over hen verkondig." God verheugt Zich erin en het is Hem een grote lust Zijn beloofde zegeningen over Zijn volk te kunnen uitgieten. Hij schept er groot behagen in en geniet van de voorspoed van Zijn dienaren (Psalm 35:27).

Zijn verbond met ons is de garantie dat elke belofte die Hij ons geschonken heeft, vervuld zal worden. Het is het "EIGENDOMSBEWIJS" van onze erfenis en van de rijkdommen die wij NU in bezit moeten nemen ... hier op aarde!

"Mijn verbond zal Ik niet ontwijden, noch veranderen wat over mijn lippen gekomen is." Psalm 89:35

GODS VERBOND MET ONS IS ONVERBREEKBAAR EN EEUWIG.

De Almachtige God ... de Schepper ... de Alfa en Omega heeft een EEUWIG verbond met ons gesloten. Alles wat wij nodig hebben ... onze verlossing, onze kracht, onze groei, onze gezondheid, onze voorspoed ... is vastgelegd, er is in alles voorzien en het is verzekerd in dit MACHTIGE, ONVERBREEKBARE verbond.

Om een duidelijk begrip te hebben van dit machtige verbond, moet u ten volle begrijpen wat voor verbond God met ons gesloten heeft en wat het inhoudt een verbond te sluiten.

Het Hebreeuwse woord voor 'verbond' is afgeleid van het grondwoord 'brith', wat 'binden' betekent. Een woord dat ook gebruikt wordt aangaande het sluiten van een verbond is 'karath', wat 'snijden' betekent. Dit heeft betrekking op de ceremoniële snede van de offerdieren die benodigd zijn bij het sluiten van het verbond. Dit was van kracht bij het bloedoffer ... de verzoening in het Oude Testament.

Het Griekse woord voor 'verbond' betekent 'een contract, een testament'. In het Nieuwe Testament betekent het woord, dat gebruikt wordt voor 'verbond', ook 'testament'. Heel eenvoudig gezegd is ons verbond met God het "EIGENDOMSBEWIJS" van onze erfenis. Het is een contract ... een wettig bindende overeenkomst ... tussen ons en God.

Er zijn in de oudheid verschillende vormen van het 'snijden van een verbond' of de ritus van het bloedverbond tussen mensen onderling beoefend, en in sommige delen van de wereld wordt is het nog steeds in gebruik. Terwijl deze verschillende vormen en methodes om een verbond te snijden verbasterde vormen zijn van hetgeen God oorspronkelijk voor ogen stond, geven zij ons toch een dieper inzicht in de draagwijdte van Gods verbond met ons.

Het verbond tussen God en de mens en dat tussen mensen onderling bevatte in principe de volgende elementen:

1. Een verklaring met daarin de voorwaarden en beloften van de overeenkomst,

2. De eedzwering van beide partijen om de voorwaarden te eerbiedigen,

3. Een vervloeking die ieder over zichzelf uitsprak, mocht hij de overeenkomst schenden,

4. De 'verzegeling' van het verbond door een uitwendige daad, zoals een bloedig offer, het sprenkelen van bloed op de twee betrokken partijen, of een offermaaltijd.

Om met volle autoriteit en macht uw plaats tegenover de vijand in te kunnen nemen is het belangrijk, dat u uw verbondsrechten kent.

God sprak door Jesaja:"Want bergen mogen wijken en heuvelen wankelen, maar mijn goedertierenheid zal van u niet wijken en mijn vredesverbond zal niet wankelen, zegt uw Ontfermer, de HERE." (Jesaja 54:10)

"Terstond, nadat David opgehouden had tot Saul te spreken, werd de ziel van Jonatan verknocht aan die van David; en Jonatan had hem lief als zichzelf. Saul nam hem die dag met zich mee en stond hem niet toe naar zijns vaders huis terug te keren. Jonatan sloot een verbond met David, omdat hij hem liefhad als zichzelf. Jonatan trok de mantel uit, die hij droeg, en gaf die aan David, ook zijn wapenrok, zelfs zijn zwaard, zijn boog en zijn gordel." 1 Samuel 18:1-4

EEN BLOEDVERBOND VERENIGT MENSEN TOT EEN EENHEID.

De oudste primitieve ritussen van bloedverbonden tussen mensen waren vormen van wederzijdse verbondssluiting tussen twee personen door de vermenging van hun bloed, door middel van wederzijds proeven of onderlinge overdracht. Deze ritus werd beschouwd als de duurzaamste, heiligste eenheid die er bestond en hield in dat er een nauwere band was dan door geboorte. Het kon niet ontbonden worden.

Een persoon die deze verbondsvorm met iemand anders aanging, beschouwde zichzelf als bestaande uit twee levens omdat zijn vriend of 'bloedbroeder', die zijn bloed met hem gedeeld had, bereid was zijn leven in de waagschaal te stellen om hem te verdedigen of in zijn plaats te sterven.

In oosterse landen, in afgelegen gebieden van Afrika en in andere delen van de wereld, is deze ritus van het bloedverbond nog steeds in zwang. In Syrië is het gebruikelijk dat als twee mannen deze verbondsvorm aangaan, hun familie en buren erbij worden gehaald om getuige te zijn van de bezegeling van het verbond. Zij maken het doel waartoe zij dit bloedverbond sluiten bekend, maken een kopie met hun verklaringen in tweevoud op ... voor elk een kopie. Deze verklaring wordt door beide mannen en verschillende getuigen ondertekend.

Een van de twee verbondssluiters neemt een scherp mes en opent een ader in de arm van de ander. Hij steekt dan een ganzepen in de opening waar hij bloed door opzuigt. Het lemmet van het gebruikte mes wordt dan afgeveegd op de papieren van het verbond. De andere verbondssluiter neemt het mes, maakt een insnede in de arm van de ander, steekt de ganzepen in de wond en zuigt het bloed op, veegt het lemmet van het mes aan de verbondspapieren af, en zo bezegelen beide het verbond met bloed.

De twee vrienden zweren een eed ten overstaan van alle getuigen met de woorden:"Wij zijn broeders in een verbond dat wij voor Gods aangezicht gesloten hebben; wie de ander bedriegt, die zal God bedriegen." Elk met bloed besmeurd verbondsverslag wordt opgevouwen en in een klein doosje gelegd, ongeveer 3 centimeter in het vierkant, en wordt om de hals of op de arm vastgebonden gedragen als teken van hun verbondsrelatie.

In Bijbelse tijden werd het bloedverbond ook beoefend tussen twee families of stammen. Een familie die op een bepaald gebied zwak stond en sterk op een ander, ging dan een bloedverbond aan met een familie die sterk was, daar wij zijzelf zwak waren. Die twee families legden bepalingen voor het verbond vast, die uitvoerig besproken werden. Nadat de bepalingen waren overeengekomen, werden er twee verbondsvertegenwoordigers uitgekozen en werd er een plaats bepaald waar de twee families de bezegeling van het verbond konden bijwonen.

De verbondssnee werd gemaakt over de lengte van de ruggegraat van het dier dat als bloedig offer was uitgekozen. De twee helften werden tegenover elkaar geplaatst om zo een pad te vormen waar men tussendoor kon lopen.

Elke vertegenwoordiger deed in het bijzijn van de twee families zijn jas uit en gaf hem aan de ander. Hun jas vertegenwoordigde hun gezag en wie zij waren. Met deze uitwisseling van jassen zeiden zij:"Ik geef u alles wat ik heb en mijn autoriteit." Dan namen zij hun wapengordel af en wisselden hun wapens uit. Door dit te doen gaven zij te kennen:"Ik geef u mijn kracht. Uw vijanden zijn mijn vijanden. Ik zal aan uw zijde staan tot in de dood."

Op dat moment in de ceremonie liep elke vertegenwoordiger over het pad dat met bloed bedekt was tweemaal heen en weer, stopte in het midden en zei hardop:"Zoals dit dier gestorven is, zo zal ik aan uw zijde staan ook al heeft dat de dood tot gevolg." Dan werden alle voorwaarden van het verbond beloofd door elke vertegenwoordiger.

Na deze eedaflegging dat men de voorwaarden van het verbond zou eerbiedigen, werd de verbondssnee in de pols van elk der vertegenwoordigers gemaakt. De twee polsen werden met een touw vastgebonden om hun bloed te doen samenvloeien. Hun armen werden opgeheven zodat iedereen het bloed er langs af kon zien lopen. Dan deden zij elkaar geloften en zwoeren bij God:"Wij zweren dat wij de voorwaarden van dit verbond zullen respecteren, van generatie op generatie, zo helpe ons God Almachtig."

Op dit moment in de ceremonie nam iedere familie de naam van de andere aan. Hun naam vertegenwoordigde wie en wat zij waren. Door dit te doen zeiden zij:"Uw familie is nu mijn familie. Uw wegen zijn mijn wegen. Mijn kracht is uw kracht."

Nadat het verbond bezegeld was met bloed, kwamen de beide families samen om deel te nemen aan een maaltijd. Tijdens deze maaltijd werd er een beker wijn en brood gebracht. Ieder braken zij het brood en gaven elkaar ervan met de woorden:"Wij zijn verbondsbroeders, eet mijn lichaam. Mijn eigen lichaam zal sterven eer ik u laat verhongeren." Bij het drinken van de wijn zeiden zij:"Drink mijn bloed. Dit is mijn leven. Ik geef u het mijne. Ik ben voor altijd de uwe."

Dit type bloedverbond tussen twee families of twee mensen was dieper en veelbetekenender als was men uit dezelfde moeder geboren. Het moest tenminste acht generaties van kracht blijven. Alleen de dood kon dit verbond verbreken. De twee families waren voor eeuwig aan elkaar verbonden.

Dit was het soort bloedverbond waarmee David en Jonatan verbonden waren. Toen David voor Saul verscheen, "werd de ziel van Jonatan verknocht aan die van David."

"Terstond, nadat David opgehouden had tot Saul te spreken, werd de ziel van Jonatan verknocht aan die van David; en Jonatan had hem lief als zichzelf. Saul nam hem die dag met zich mee en stond hem niet toe naar zijns vaders huis terug te keren. Jonatan sloot een verbond met David, omdat hij hem liefhad als zichzelf. Jonatan trok de mantel uit, die hij droeg, en gaf die aan David, ook zijn wapenrok, zelfs zijn zwaard, zijn boog en zijn gordel." 1 Samuel 18:1-4

Vanaf die dag waren Jonatan en David als een aan elkaar verbonden. Toen Saul bij een andere gelegenheid dreigde David te doden, sloot Jonatan opnieuw een verbond met David om hem te verzekeren van zijn blijvende gunst jegens zijn huis. Jonatan zei:" ... De HERE moge met u zijn, zoals Hij met mijn vader geweest is. Zult gij mij niet, indien ik dan nog in leven ben, de goedgunstigheid des HEREN betonen, zodat ik niet sterf? Gij zult mijn huis ook nimmer uw trouw onttrekken, ook dan niet, als de HERE alle vijanden van David van de aardbodem uitroeit. Toen sloot Jonatan dit verbond met het huis van David: De HERE zal het eisen van de hand van de vijanden van David. En Jonatan liet David opnieuw zweren bij zijn liefde voor hem, want hij had hem lief als zichzelf." 1 Samuel 20: 13-17

Door deze verbonden waren David en Jonatan voor eeuwig als verbondsbroeders aan elkaar verbonden. Zij hadden nu een bloedverbondsrelatie waardoor zij een waren. Zij waren bereid hun leven voor elkaar te geven!

"Toen Abram negenennegentig jaar oud was, verscheen de HERE aan Abram en zeide tot hem: Ik ben God, de Almachtige, wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk; Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken. Toen wierp Abram zich op zijn aangezicht en God sprak tot hem: Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden; en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanaan, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn." Genesis 17:1-8

GOD WIL ZIJN VERBONDSBELOFTEN AAN ONS BEVESTIGEN.

Jaren nadat God met Abraham een verbond gesloten, toen hij al de leeftijd van 99 jaar bereikt had, verscheen God aan Abram om Zijn verbond met hem te bevestigen. God zei:"Ik ben God, de Almachtige (El Shaddai), wandel voor mijn aangezicht, en wees onberispelijk. Ik zal mijn verbond tussen Mij en u stellen, en u uitermate talrijk maken." (Genesis 17:1-2)

Abram viel in eerbiedige vreze en aanbidding voor God op zijn aangezicht. Toen legde God de voorwaarden en beloftes vast van het verbond tussen hen. God zei:Wat Mij aangaat, zie, mijn verbond is met u, en gij zult de vader van een menigte volken worden; en gij zult niet meer Abram genoemd worden, maar uw naam zal zijn Abraham, omdat Ik u tot een vader van een menigte volken gesteld heb. Ik zal u uitermate vruchtbaar maken en u tot volken stellen, en koningen zullen uit u voortkomen. Ik zal mijn verbond oprichten tussen Mij en u en uw nageslacht in hun geslachten, tot een eeuwig verbond, om u en uw nageslacht tot een God te zijn. Ik zal aan u en uw nageslacht het land, waarin gij als vreemdeling vertoeft, het ganse land Kanaan, tot een altoosdurende bezitting geven, en Ik zal hun tot een God zijn." Genesis 17:4-8

In deze verzen bevestigde God drie bijzondere verbondsbeloften aan Abram:

1. Abram zou de vader van vele natien worden, een bevestiging van Gods belofte dat Hij zijn zaad zou vermenigvuldigen als het 'stof der aarde' (Genesis 13:16), en als de sterren aan de hemel (Genesis 15:5).

2. God beloofde Abrams God te zijn en de God van zijn nakomelingen.

3. God beloofde Abram en zijn 'zaad' het land Kanaan te geven als een eeuwig bezit.

Als twee families een bloedverbond sloten, namen zij elkaars naam aan ten teken dat zij voor altijd een waren. In deze verbondsrelatie beloofde God niet alleen Abrams God en de God van diens nakomelingen te zijn, ook nam Hij Abrams naam aan als teken van de verbondsrelatie met hem. Vele malen noemt God Zichzelf de "God van Abraham, Isaak en Jakob" (Exodus 2:24, Leviticus 26:42).

Door dit te doen gaf God te kennen dat Hij een verbondspartner geworden was van Abram en dat Abrams familie ... zijn nakomelingen ... Zijn familie geworden was. God gaf zo aan dat Zijn kracht, Zijn macht, en Zijn heerlijkheid van Abram geworden was.

God gaf Abram en Sarai nieuwe namen, die een uitdrukking waren van hun nieuwe relatie onder dit bloedverbond (Genesis 17: 5, 15).

In het verbond dat God met Abraham sloot, was ook zijn 'zaad' opgenomen. De verbondsbeloften sloegen niet op Abrahams natuurlijke nakomelingen maar op zijn geestelijke afstammelingen.

Paulus zei tegen de Galaten:"Nu waren de beloften (het verbond, de afspraken) bepaald en geschonken aan Abraham en zijn Zaad (zijn Nakomeling, zijn Erfgenaam). Hij (God) zegt niet: aan zaden (afstammelingen, erfgenamen), alsof Hij vele personen bedoelt; maar, aan uw Zaad (uw Nakomeling, uw Erfgenaam), duidelijk dus aan een persoon, Iemand Die (niemand anders dan) de Christus, de Messias is ... En als u Christus toebehoort (in Hem bent, Die Abrahams Zaad is), dan bent u Abrahams afstammeling en (geestelijke) erfgenamen volgens de belofte" (Galaten 3:16, 29; de Uitgebreide Bijbelvertaling).

Wij hebben alle beloften geërfd, die onder het Oude Verbond aan Abraham gedaan zijn! En onder het Nieuwe Verbond hebben wij de toegang tot deze verbondsbeloften door het geloof.

Om uw verbondsbeloften op te eisen moet u een doorbraak ontvangen zodat u God niet meer beperkt. Er zijn vandaag de dag zoveel christenen die Gods verbondsbeloften kunnen geloven voor redding en vergeving van zonden, maar zij brengen het niet op Gods verbondsbeloften te geloven voor genezing. Anderen geloven wel Gods verbondsbeloften voor genezing, maar hebben weer geen geloof voor Gods verbondsbeloften voor goddelijke voorziening in hun lichamelijke en materiële behoeften.

De tijd is nu gekomen dat Gods volk gaat wandelen onder de 'verbondszalving', waarmee zij zich door het geloof ALLE beloftes van God toeëigenen, die Hij ons gegeven heeft in het eeuwige verbond dat Hij met ons gesloten heeft.

"Voorts zeide God tot Abraham: En wat u aangaat, gij zult mijn verbond houden, gij en uw nageslacht, in hun geslachten. Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde; gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u. Wie acht dagen oud is, zal bij u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw huis geboren is als wie van enige vreemdeling voor geld is gekocht, doch niet van uw nageslacht is. Wie in uw huis geboren is en wie door u voor geld gekocht is, moet voorzeker besneden worden; zo zal mijn verbond in uw vlees zijn tot een eeuwig verbond. En de onbesnedene, de man namelijk, die het vlees van zijn voorhuid niet laat besnijden, die mens zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten: hij heeft mijn verbond verbroken." Genesis 17:9-14

ABRAHAM VERKREEG ZIJN VERBONDSBELOFTEN DOOR GEHOORZAAMHEID.

Nadat God de verbondszegeningen uiteengezet had, evenals de voorwaarden van dit verbond, zei Hij tot Abraham:"Voorts zeide God tot Abraham: En wat u aangaat, gij zult mijn verbond houden, gij en uw nageslacht, in hun geslachten. Dit is mijn verbond, dat gij zult houden tussen Mij en u en uw nageslacht: dat bij u al wat mannelijk is besneden worde; gij zult het vlees van uw voorhuid laten besnijden, en dat zal tot een teken van het verbond zijn tussen Mij en u. Wie acht dagen oud is, zal bij u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: zowel wie in uw huis geboren is als wie van enige vreemdeling voor geld is gekocht, doch niet van uw nageslacht is. Wie in uw huis geboren is en wie door u voor geld gekocht is, moet voorzeker besneden worden; zo zal mijn verbond in uw vlees zijn tot een eeuwig verbond. En de onbesnedene, de man namelijk, die het vlees van zijn voorhuid niet laat besnijden, die mens zal uitgeroeid worden uit zijn volksgenoten: hij heeft mijn verbond verbroken." (Genesis 17:9-14)

De belangrijkste vereiste of conditie die God stelde opdat Abraham en zijn zaad de verbondszegeningen zou erven, was GEHOORZAAMHEID. De besnijdenis zou een uiterlijk teken zijn van het verbond tussen God en Abraham. Degenen die niet gehoorzaamden en zich niet lieten besnijden, waren schuldig aan verbondsbreuk en moesten uitgeworpen en afgesneden worden van hun volk.

De besnijdenis van het vlees onder het Oude Verbond was een schaduw van de besnijdenis die onder het Nieuwe Verbond plaatsvindt in het hart en de geest van het 'zaad' van Abraham. Het was door het geloof in Gods belofte dat Abraham in Gods ogen als rechtvaardig beschouwd werd. De besnijdenis van zijn vlees was slechts een uiterlijk teken van zijn gerechtigheid bij en zijn verbondsrelatie met God.

Paulus schreef aan de Romeinen:" ... Wij zeggen immers: Het geloof werd Abraham tot gerechtigheid gerekend. Hoe werd het hem dan toegerekend? Was hij toen besneden of onbesneden? Niet besneden, maar onbesneden. En het teken der besnijdenis ontving hij als het zegel der gerechtigheid van dat geloof, dat hij in zijn onbesneden staat bezat. Zo kon hij een vader zijn van alle onbesneden gelovigen, opdat hun (de) gerechtigheid zou worden toegerekend." (Romeinen 4:9-11)

De besnijdenis zou het teken zijn om degenen die de bloedverbondsrelatie met God gesloten hadden, aan te duiden en te herkennen. Degenen die niet besneden werden hadden het verbond verbroken en werden afgesneden.

Abrahams gerechtigheid bestond erin dat hij geloofde, niet in de uiterlijke besnijdenis van zijn vlees. Door het geloof trad Abraham toe tot de verbondsrelatie met God. Op zijn geloof in Gods beloften volgde gehoorzaamheid aan de voorwaarden van het verbond.

Onder het Nieuwe Verbond eist God nog steeds besnijdenis. Wij, die Abrahams zaad zijn, gaan een verbondsrelatie aan door het geloof in de opgestane Christus en in Zijn macht om te redden. Wij worden als rechtvaardig beschouwd en zijn gerechtvaardigd en ontvangen onze rechtschapenheid tegenover God door ons geloof.

Wanneer, en in de mate dat, wij in het geloof tot Christus komen, wordt ons hart besneden. God schrijft Zijn inzettingen en geboden in ons hart en plaatst een begeerte en een wil in ons om Hem te kennen, lief te hebben en te gehoorzamen. Ons vlees ... onze vleselijke natuur ... is dan gekruisigd. Wij worden gereinigd, onze zonden worden vergeven en wij zijn rechtschapen tegenover God.

Het teken van onze bloedverbondsrelatie met God is niet de uiterlijke besnijdenis van het vlees, maar de besnijdenis van het hart.

Paulus schreef aan de Romeinen:"Want niet hij is een Jood, die het uiterlijk is, en niet dat is besnijdenis, wat uiterlijk, aan het vlees, geschiedt, maar hij is een Jood, die het in het verborgen is, en de (ware) besnijdenis is die van het hart, naar de Geest, niet naar de letter ... " (Romeinen 2:28-29)

Hij zei tot de Kolossenzen:"In Hem zijt gij ook met een besnijdenis, die geen werk van mensenhanden is, besneden door het afleggen van het lichaam des vlezes, in de besnijdenis van Christus, daar gij met Hem begraven zijt in de doop. In Hem zijt gij ook mede opgewekt door het geloof aan de werking Gods, die Hem uit de doden heeft opgewekt." (Kolossenzen 2:11-12)

Zonder deze geestelijke besnijdenis van het hart kan er geen verbondsrelatie met God zijn! Door het geloof en door de Geest van God Die in ons werkt, wordt ons hart besneden, niet door onze eigen vergeefse pogingen ons vlees zelf proberen te kruisigen. Onze gerechtigheid is door het geloof, niet door werken. Wij moeten niet op onszelf vertrouwen ... of op ons eigen vermogen iets voor onszelf te doen ... om een heilig leven in gehoorzaamheid aan God te leven, maar op de Geest die God in ons geplaatst heeft met als doel dat Zijn gerechtigheid in ons uitgewerkt wordt.

In gehoorzaamheid aan Gods bevel het verbond door de besnijdenis te eerbiedigen nam Abraham Ismael en al wat mannelijk was onder zijn huisgenoten en besneed hen op die dag! (Genesis 17:23)

Het bloedverbond tussen Abraham en God werd bezegeld door Abrahams daad van gehoorzaamheid, toen hij zijn gewilligheid toonde en zijn enige zoon Isaak wilde offeren.

Om Gods verbondszegeningen te erven moet u zich aan het verbond houden door in gehoorzaamheid aan God te wandelen.

God eist gehoorzaamheid onder het Nieuwe Verbond, zo goed als Hij dat deed onder het Oude. Laat niemand u vertellen dat gehoorzaamheid aan Gods geboden onder het Nieuwe Verbond niet meer nodig is. Dat is het wel! Er ligt een verschil in het feit, dat het de Israelieten onder het Oude Verbond door hun zondige staat niet mogelijk was de Wet te gehoorzamen. Onder het Nieuwe Verbond heeft God ons het VERLANGEN, de WIL en de MACHT gegeven in 100 procent gehoorzaamheid aan God te wandelen!

"Hierna gebeurde het, dat God Abraham op de proef stelde. Hij zeide: Hier ben ik. En Hij zeide: Neem toch uw zoon, uw enige, die gij liefhebt, Isaak, en ga naar het land Moria, en offer hem daar tot een brandoffer op een der bergen, die Ik u noemen zal. Toen stond Abraham des morgens vroeg op, zadelde zijn ezel, en nam twee van zijn knechten met zich, benevens zijn zoon Isaak; hij kloofde hout voor het brandoffer, begaf zich op weg en ging naar de plaats, die God hem genoemd had. Toen Abraham op de derde dag zijn ogen opsloeg, zag hij die plaats in de verte. En Abraham zeide tot zijn knechten: Blijft gij hier met de ezel, terwijl ik en de jongen daarginds heengaan; wanneer we hebben aangebeden, zullen wij tot u terugkeren. Toen nam Abraham het hout voor het brandoffer, legde het op zijn zoon Isaak, en nam vuur en een mes met zich mede. Zo gingen die beiden tezamen. Toen sprak Isaak tot zijn vader Abraham en zeide: Mijn vader, en deze zeide: Hier ben ik, mijn zoon. En hij zeide: Hier is het vuur en het hout, maar waar is het lam ten brandoffer? En Abraham zeide: God zal Zichzelf voorzien van een lam ten brandoffer, mijn zoon. Zo gingen die beiden tezamen.

Toen zij aan de plaats die God hem genoemd had, gekomen waren, bouwde Abraham daar een altaar, schikte het hout, bond zijn zoon Isaak en legde hem op het altaar boven op het hout. Daarop strekte Abraham zijn hand uit en nam het mes om zijn zoon te slachten. Maar de Engel des HEREN riep tot hem van de hemel en zeide: Abraham, Abraham! En hij zeide: Hier ben ik. En Hij zeide: Strek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik, dat gij godvrezend zijt, en uw zoon, uw enige, Mij niet hebt onthouden. Toen sloeg Abraham zijn ogen op en daar zag hij een ram achter zich, met zijn horens verward in het struikgewas. En Abraham ging en nam de ram en offerde hem ten brandoffer in plaats van zijn zoon. En Abraham noemde die plaats: De HERE zal erin voorzien; waarom nog heden gezegd wordt: Op de berg des HEREN zal erin voorzien worden. Toen riep de Engel des HEREN ten tweeden male van de hemel tot Abraham en zeide: Ik zweer bij Mijzelf, luidt het Woord des HEREN: omdat gij dit gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, Mij niet onthouden hebt, zal Ik u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt." Genesis 22:1-18

ABRAHAM WEIGERDE AFSTAND TE DOEN VAN ZIJN VERBONDSBELOFTEN.

Abraham had een bloedverbond met God gesloten. Hij was verbonden met God in een heilige eenheid, die sterker was dan enige menselijke band. Alles wat Abraham bezat, behoorde God toe. Hij had Gods verbondsbeloften geloofd en ontvangen, en dat werd hem tot gerechtigheid gerekend. Hij had Gods verbond gerespecteerd door zijn vlees en dat van zijn huisgenoten te laten besnijden. En God had hem de beloofde zoon gegeven.

Voordat het verbond nu bezegeld werd, stelde God Abraham op de proef. Hij wilde Abraham zelf laten bewijzen dat hij Hem zou gehoorzamen. God vroeg hem zijn eigen zoon ... zijn allerhoogste bezit ... de zoon waar hij naar verlangd had en op gewacht had, te offeren. God wist dat als Abraham bereid was zijn zoon, in een daad van gehoorzaamheid en totale overgave aan God, te geven, Hij het verbond dat zij hadden gesloten trouw zou blijven.

En op een dag riep God hem:"Abraham!"

En Abraham antwoordde:"Hier ben ik."

"Neem toch uw zoon, uw enige, die gij liefhebt, Isaak, en ga naar het land Moria, en offer hem daar tot een brandoffer op een der bergen, die Ik u noemen zal." (Genesis 22:2)

God zei hem niet waarom, Hij gaf hem alleen een bevel dat gehoorzaamd moest worden. Abraham probeerde God niet op andere gedachten te brengen of zich er onderuit te praten. Hij probeerde niet erachter te komen of hij God wel goed verstaan had. Hij vroeg ook niet om een teken als bevestiging van Gods instructie.

Door het geloof ... zijn trouw aan God, en de zekerheid dat God zou doen wat Hij beloofd had ... GEHOORZAAMDE Abraham.

Vroeg op de morgen stond hij op, hakte hout voor het brandoffer, laadde zijn ezel op, nam twee van zijn knechten met Isaak en vertrok naar de plaats die God hem had aangewezen. Na drie dagreizen zag hij de plek in de verte. Hij zei tegen zijn knechten:"Blijft gij hier met de ezel, terwijl ik en de jongen daarginds heengaan; wanneer we hebben aangebeden, zullen wij tot u terugkeren." (Genesis 22:5)

Abrahams geloof wankelde niet. Hij hield zijn verbondsbelofte vast. Hoewel hij zich, in gehoorzaamheid aan God, klaarmaakte om zijn zoon te offeren, door welke God beloofd had hem de vader van vele naties te maken, liet Abraham de belofte niet los. In het geloof zei hij tot zijn knechten:"Wanneer we hebben aangebeden, zullen wij tot u terugkeren."

Abraham legde het hout voor het brandoffer op Isaaks rug en zelf droeg hij het mes en het vuur. Onderweg sprak Isaak tot Abraham.

"Mijn vader ... "

"Hier ben ik, mijn zoon." antwoordde Abraham.

"Hier is het vuur en het hout," zei Isaak, "maar waar is het lam ten brandoffer?"

Abraham antwoordde:"God zal Zichzelf voorzien van een lam ten brandoffer, mijn zoon." (Genesis 22:6-8)

En weer wankelde Abrahams geloof niet. Hij liet zijn verbondsbelofte niet los. Hij beperkte God niet. Hij bleef vertrouwen op Hem Die zijn onvruchtbare vrouw vruchtbaar had gemaakt, en dat lang nadat zij beide, normaal gezien, nog kinderen hadden kunnen krijgen. Abraham wist niet hoe of wanneer, maar hij wist dat God hem een verbondsbelofte had gegeven en dat Hij Zijn gegeven woord niet zou breken. Hij wist dat God zou voorzien!

Toen zij aan de plaats kwamen die God hem had aangewezen, bouwde Abraham een altaar, legde hout erop, bond Isaak en legde hem op het altaar. Hij nam het mes in de hand en hief het op om het in zijn geliefde zoon te steken, maar de Engel des HEREN hield hem tegen.

"Abraham, Abraham!"

"Hier ben ik," antwoordde hij.

"Strek uw hand niet uit naar de jongen," zei Deze, "en doe hem niets, want nu weet Ik, dat gij godvrezend zijt, en uw zoon, uw enige, Mij niet hebt onthouden." (Genesis 22:11-12)

God zag dat Abraham Hem werkelijk toebehoorde. God zag dat hij niets achterhield. Hij had alles wat hij bezat totaal en onvoorwaardelijk aan God overgegeven. Alles wat Abraham was en alles wat hij bezat, behoorde God voor 100 procent toe. Abraham had Isaak niet met tegenzin of zelfs uit plichtsbesef geofferd. Abraham had God lief met heel zijn geest, ziel, verstand en kracht en zijn totale overgave van alles wat hij bezat en zijn gehoorzaamheid aan God kwamen voort uit dit hart, dat brandde van liefde en dat vol was van eerbiedige vreze voor Hem.

Wilt u bezit nemen van de verbondszegeningen die God u beloofd heeft en wilt u ze in uw leven in vervulling zien gaan, dan moet u ditzelfde offeraltaar bereiken als Abraham.

God eist gehoorzaamheid, en een christen kan onmogelijk in gehoorzaamheid aan God wandelen zonder een complete en totale overgave van zijn of haar wil en alles wat hij of zij bezit. Onmogelijk! Het is alles of niets!

Abraham richtte zich op van het altaar en zag dat een ram met zijn horens in het struikgewas vastzat. Kunt zich misschien voorstellen wat een vreugde Abraham en Isaak voelden toen de vader de zoon kon losmaken, zij elkaar omhelsden en samen de ram als brandoffer aan de Heer offerden?

Terwijl zij aanbaden sprak de Heer door de Engel:

"Ik zweer bij Mijzelf, luidt het Woord des HEREN: omdat gij dit gedaan hebt, en uw zoon, uw enige, Mij niet onthouden hebt, zal Ik u rijkelijk zegenen, en uw nageslacht zeer talrijk maken, als de sterren des hemels en als het zand aan de oever der zee, en uw nageslacht zal de poort zijner vijanden in bezit nemen. En met uw nageslacht zullen alle volken der aarde gezegend worden, omdat gij naar mijn stem gehoord hebt." (Genesis 22:16-18)

Abraham sloot het verbond met God door het geloof. Hij geloofde en ontving Gods verbondsbeloften, maar hij erfde ze ... nam bezit ervan ... door zijn gehoorzaamheid.

Het bloedverbond dat God met Abraham en zijn zaad sloot, is bezegeld met en gewaarborgd door Zijn eedzwering.

Toen hij naar de Hebreeen schreef, zei Paulus:"Want toen God aan Abraham zijn belofte deed, zwoer Hij, omdat Hij bij niemand hoger kon zweren, bij Zichzelf, zeggende: Voorzeker zal Ik u zegenen en zekerlijk u vermeerderen. En zo, door geduld te oefenen, heeft deze het beloofde verkregen. Want mensen zweren bij wie hoger is, en de eed dient hun tot bekrachtiging, als einde van alle tegenspraak. Daarom heeft God, toen Hij des te nadrukkelijker aan de erfgenamen zijn raad wilde doen blijken, Zich onder ede verbonden, opdat door twee onveranderlijke dingen, waarbij het onmogelijk is, dat God liegen zou, wij, die (tot Hem de) toevlucht genomen hebben, een krachtige aansporing zouden hebben om de hoop te grijpen, die voor ons ligt. Haar hebben wij als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en dat reikt tot binnen het voorhangsel." (Hebreeen 6:13-19).

Abraham 'geloofde in hope' de verbondsbelofte die God hem gegeven had. Hij bezat de levendige verwachting dat hij de vervulling van de belofte zou ontvangen. Hij liet zijn verbondsbelofte niet los, maar door het geloof gehoorzaamde hij en de belofte werd vervuld!

Het verbond dat God ons, als Abrahams zaad, geschonken heeft, en waarin al Zijn verbondsbeloften zijn opgenomen, is bekrachtigd met Gods eed. Aangezien het voor God onmogelijk is te liegen of ons te bedriegen, wordt dit verbond onze HOOP ... d.w.z. de begeerte, tezamen met de verwachting, dat het vervuld wordt.

"En God hoorde hun klacht en God gedacht aan zijn verbond met Abraham, Isaak en Jakob. Zo zag God de Israelieten aan en God had bemoeienis met hen." Exodus 2:24-25

GOD SLOOT EEN BLOEDVERBOND MET ISRAËL, MET MOZES ALS MIDDELAAR.

Bij ons onderzoek van het Oude Verbond, en de beloften en voorwaarden die erin staan, moet u Gods doel ermee voor ogen houden, namelijk:

* God wilde openbaren hoe zondig de mens is en zijn onmacht demonstreren zichzelf te redden.

* God wilde de mens voorbereiden op een beter en blijvend Nieuw Verbond.

Het Oude Verbond was voor Gods plan, namelijk het instellen van een Nieuw Verbond, van het allerhoogste belang. Eerst wanneer de mens tot de erkenning gebracht werd dat hij zondig was en een Verlosser nodig had, kon er verlossing zijn.

Het Oude Verbond heeft haar doel vervuld. In zijn zondige staat kon de mens onmogelijk in gehoorzaamheid aan God wandelen en Zijn geboden bewaren. Het Oude Verbond bleef van kracht "tot het Zaad (de Afstammeling, de Erfgenaam) kwam aan Wie de belofte gedaan was en op Wie de belofte sloeg" (Galaten 3:19; de Uitgebreide Bijbelvertaling).

Christus was het Zaad, de Erfgenaam, door wie God een nieuw en beter verbond instelde waardoor de mens de volle verlossing kon ontvangen en genieten. Door onze bloedverbondsrelatie met Hem zijn wij mede-erfgenamen onder het Nieuwe Verbond geworden!

God sloot een bloedverbond met Abraham en bezegelde het met de eed dat Hij het nooit zou verbreken. In dat verbond beloofde Hij, dat Hij Abraham zou maken tot een vader van vele naties, dat Hij zijn zaad zou vermenigvuldigen als de sterren aan de hemel, dat Hij zijn God en de God van zijn zaad zou zijn, en dat zijn zaad het land Kanaan zou erven. Hij openbaarde aan Abraham tevens dat zijn nakomelingen 400 jaar in gevangenschap zouden doorbrengen, maar ook dat zij met vele bezittingen naar Kanaan zouden terugkeren.

Zoals wij in het boven aangehaalde Bijbelgedeelte kunnen zien, vergat God Zijn verbond met Abraham niet. Nadat de kinderen Israëls in slavernij in Egypte waren terechtgekomen, waar zij onderdrukt en gekweld werden, herinnerde God Zich, zoals deze verzen duidelijk maken, Zijn verbond.

God dacht aan Zijn verbond en, als onderdeel van Zijn plan, riep Hij Mozes om middelaar te zijn van Zijn verbond met Israel. God verscheen op de berg Sinaï in de brandende braambos aan Mozes. Lies hiervoor het boek Exodus, hoofdstuk drie, de verzen 1 tot en met 12.

Neem in het bijzonder de verzen 7 en 8 van dit hoofdstuk. God zei:"Ik heb terdege gezien de ellende van mijn volk, dat in Egypte is, en hun gejammer over hun drijvers gehoord, ja, Ik ken hun smarten. Daarom ben Ik nedergedaald om hen uit dit land te voeren naar een goed en wijd land, een land vloeiende van melk en honing, naar een woonplaats van de Kanaanieten, Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten." (Exodus 3:7-8)

Kijk nu nauwkeurig naar vers 12. God zei tegen Mozes:"Ik ben immers met u! En dit zal het teken zijn, dat Ik u gezonden heb: wanneer gij het volk uit Egypte geleid hebt, zult gij God dienen op deze berg (dat is: Horeb of Sinaï)." (Exodus 3:12)

God zei Mozes dat het volk, nadat hij hen uit Egypte geleid had, God zou aanbidden of dienen op de berg Sinaï. In Zijn grote en tedere liefde en in OVEREENSTEMMING met Zijn verbond met Abraham, verloste God Zijn volk, dat Hij Zich uitverkoren had, uit de Egyptische slavernij en bracht Hij hen naar de berg Sinaï om Hem daar van aangezicht tot aangezicht te ontmoeten!

Aangezien hij wist dat God hen daar gebracht had om Hem te ontmoeten, ging Mozes de berg op om persoonlijk met God te spreken, om verdere openbaring te ontvangen aangaande Zijn wil, Zijn plan en Zijn doel. God sprak tot hem vanaf de berg:"Zo zult gij zeggen tot het huis van Jakob en meedelen aan de Israelieten: gij hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan, en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en tot Mij gebracht heb. Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk." (Exodus 19:3-6)

Wij kunnen ons als mensen de volle betekenis van dit moment moeilijk indenken. De heilige, onfeilbare, rechtvaardige God ... Jehova, El Shaddai ... wachtte daar op de berg Sinaï om een bloedverbondsrelatie aan te gaan met de mens in zijn zondige vlees! Hij had ze daar gebracht met al hun menselijke zwakheden en tekortkomingen om Zijn verbondszegeningen over hen uit te gieten.

Voor Hij het verbond met hen sloot, wilde Hij weten of zij wel bereid waren Hem tot hun God te maken en in gehoorzaamheid aan Hem te wandelen. Hij herinnerde ze eraan Wie Hij was en aan hetgeen Hij reeds voor ze gedaan had.

Nadat Hij Zich zo aan hen bekend gemaakt had als de al-vermogende God, onthulde Hij Zijn verbondsbeloften voor hen. Hij beloofde dat:

1. Zij een 'bijzonder eigendom' voor Hem zouden zijn.

Boven alle volken op aarde zouden zij het voorrecht hebben Gods geliefde volk te zijn, dat hoog geschat was en met jaloezie beschermd werd. Geen enkele andere natie op aarde zou op gelijke voet met hen mogen delen in dit voorrecht of dit eerbewijs.

2. Zij zouden een 'koninkrijk van priesters' zijn.

Het was God verlangen dat zij op aarde als een koninklijk en priesterlijk volk zouden worden erkend, zowel 'koningen' als 'priesters'. Als 'koningen' zouden zij niet overheerst worden door aardse koninkrijken, maar zij zouden wel heersen over de heidenen. Als 'priesters' zouden zij in het gebed tot God kunnen naderen, doch niet door het offeren van slachtoffers.

Zij zouden de volken dienen en hen in Zijn Tegenwoordigheid brengen door hen in Zijn wil en in Zijn wegen te onderwijzen.

3. Zij zouden 'een heilig volk' zijn.

Onder alle volken die op aarde waren, moesten zij een heilig, rechtvaardig volk zijn. Zoals God volkomen heilig en rein is, zo had Hij gepland dat Hij een volk zou hebben dat 'heilig en onberispelijk' zou zijn voor Hem (Kolossenzen 1:21-22).

Zij moesten een volk zijn dat afgescheiden was en geheiligd tot Gods dienst, met het uiterlijke merkteken in het symbool van de besnijdenis.

Wij hebben al deze beloften geërfd onder het Nieuwe Verbond!

"Gij echter zijt EEN UITVERKOREN GESLACHT, EEN KONINKLIJK PRIESTERSCHAP, EEN HEILIGE NATIE, EEN VOLK Gode TEN EIGENDOM, om de grote daden te verkondigen van Hem, die u uit de duisternis geroepen heeft tot zijn wonderbaar licht: u, eens NIET ZIJN VOLK, nu echter GODS VOLK, EENS ZONDER ONTFERMING, nu IN ZIJN ONTFERMING AANGENOMEN."

1 Petrus 2:9-10

Wij zijn Gods eigendom! Hij is onze God en wij zijn Zijn uitverkoren volk.

God heeft een bloedverbond met ons gesloten en als lid van Gods geestelijk Israel zijn wij een van Zijn hoogst geschatte bezittingen. Als Zijn geliefde bezit, heeft Hij ons lief en koestert Hij ons, en verlangt Hij al onze noden op te lossen.

Onder het Nieuwe Verbond zijn wij tot koningen en priesters gemaakt ... en wel NU, hier op aarde! (Openbaring 1:6) God heeft ons als koningen macht gegeven over de dood, de hel en het graf. Hij heeft ons macht gegeven over de gehele legermacht van de vijand. Het is Zijn plan en doel voor ons leven dat wij heersen en regeren met Hem tot in alle eeuwigheid.

God heeft ons als heilig priestervolk verwekt om geestelijke offers aan Hem te brengen. Hij heeft ons geroepen en uitverkoren om de volken der aarde te dienen ... om te onderwijzen en discipelen uit alle volken te maken (Matteus 28:19-20).

Nadat hij deze beloften had ontvangen, keerde Mozes terug naar de kinderen Israëls en bracht hun over al wat God hem bevolen had. Hij werd de middelaar ... de tussen-persoon of bemiddelaar tussen God en de mens.

Als middelaar van het Oude Verbond is Mozes een afschaduwing van Jezus, Die de Middelaar en Borg is van Het Nieuwe Verbond. Jezus is zowel de Grote Hogepriester als het Offer waar het Nieuwe Verbond mee bezegeld is en Die het ook bekrachtigd heeft.

"Hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen? En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden." (Hebreeen 9:14-15)

Het Nieuwe Verbond werd ingesteld door het kostbare bloed van Jezus, Hijzelf dient het toe aan en brengt het in ons hart, en wij gaan enkel door het geloof in Hem een bloedverbondsrelatie met God aan.

Door Jezus, de Middelaar van het Nieuwe Verbond, ontvangen wij de vervulling van onze beloofde eeuwige erfenis. Wij ontvangen onze erfenis tezamen met ALLE verbondsbeloften op het moment dat wij deze bloedverbondsrelatie met God aangaan.

"Zie, de HERE, onze God, heeft ons zijn heerlijkheid en zijn grootheid getoond, en zijn stem hebben wij gehoord uit het midden van het vuur; op deze dag hebben wij gezien, dat God spreekt met een mens, en dat deze toch in leven blijft. Maar nu, waarom zouden wij sterven? Want dit grote vuur zal ons verteren; als wij nog langer de stem van de HERE onze God, horen, zullen wij sterven. Want welke sterveling is er, die de stem van de levende God heeft horen spreken uit het midden van vuur, zoals wij, en die in leven is gebleven? Nader gij en hoor alles wat de HERE, onze God, zegt, en breng gij dan alles aan ons over wat de HERE, onze God, tot u spreekt; dan zullen wij het horen en doen.

Toen de HERE uw woorden hoorde, terwijl gij tot mij spraakt, zeide de HERE tot mij: Ik heb de woorden van dit volk gehoord, die zij tot u spraken; het is goed alles wat zij gezegd hebben. Och, hadden zij steeds zulk een hart om Mij te vrezen en om al mijn geboden te onderhouden, opdat het hun en hun kinderen voor altoos wel mocht gaan! Ga, zeg tot hen: Keert naar uw tenten terug. Maar sta gij hier bij Mij, opdat Ik u mededele heel het gebod, al de inzettingen en verordeningen, die gij hun moet leren, opdat zij die nakomen in het land, dat Ik hun geven zal om het in bezit te nemen." Deuteronomium 5:24-31

GODS VERBONDEN WORDEN ALTIJD VERVULD DOOR GEHOORZAAMHEID.

Nadat het volk Gods verbondsbeloften had gehoord, antwoordden zij gewillig:"Alles wat de HERE gesproken heeft, zullen wij doen." (Exodus 19:8) God had hun de vereisten genoemd, wilden zij deze beloften beerven:"... indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart ..." (Exodus 19:5) In hun opwinding en verlangen deze relatie met God aan te gaan, waren zij direkt bereid te gehoorzamen. Zij hadden er vertrouwen in dat zij in eigen kracht de geboden van God wel konden houden. Zij zagen hun eigen volslagen hulpeloosheid en zondige natuur niet, waardoor het hun onmogelijk was Zijn geboden te onderhouden. Bedenk, dat het doel waarmee God dit verbond nu juist met hun sloot was om hun te tonen, hoe zondig zij waren, en dat zij zichzelf niet konden redden.

Het volk had een verlangen om te gehoorzamen, maar zij hadden nog geen 'hart' om te gehoorzamen, waarmee zij het verbond konden houden. Nog voordat Mozes met de tafelen met daarop de tien geboden van de berg Sinaï afdaalde, waren zij begonnen een afgod te aanbidden ... het gouden kalf.

Mozes ging terug de berg op en bracht verslag uit over wat het volk gezegd had. De Heer hoorde hun woorden, maar Hij wist dat zij Hem de rug zouden toekeren en Zijn verbond zouden breken.

Gods grote begeerte was, dat het volk dat Hij Zich uitgekozen had, Hem zou liefhebben en gehoorzamen, om zodoende de beloofde zegeningen over hen te kunnen uitgieten. Toch wist Hij dat zij niet zouden gehoorzamen.

God zei tot Mozes dat Hij, gehuld in een dikke wolk, van de berg zouden nederdalen, ten aanschouwen van heel het volk, "opdat het volk kan horen wanneer Ik met u spreek, en zij ook voor altoos in u geloven." (Exodus 19:9) God, Die volkomen heilig is, zou in al Zijn glorie en majesteit afdalen om Zijn volk te ontmoeten ... om met hun een bloedverbondsrelatie aan te gaan zoals Hij met Abraham gedaan had!

Wilde Hij dit doen, dan moest God het volk beschermen voor de glorieuze glans van Zijn Tegenwoordigheid. Zondig vlees kan niet in de Tegenwoordigheid van een heilig God staan ... het wordt verteerd. God is "een verterend vuur" (Deuteronomium 4:24). Daarom verscheen God gehuld in een dikke wolk. Hij wilde Zijn volk laten weten dat zij een verbond met Hem sloten. Hij wilde dat zij overtuigd waren dat Mozes de woorden Gods sprak, dat zij ook voor altoos in hem zouden geloven.

De Israelieten hadden Gods voorwaarden gehoord en nu was het moment gekomen dat God Zijn verbond met hun in al haar volheid zou openbaren. Eer de heilige en rechtvaardige God kon afdalen om hen te ontmoeten, moesten zij geheiligd worden. Als uitwendig symbool van deze reiniging kreeg Mozes de opdracht af te dalen en heel het volk te heiligen en toe te wijden. God zei tot Mozes:"Ga tot het volk; heilig hen heden en morgen, en laten zij hun klederen wassen. En tegen de derde dag zullen zij gereed zijn, want op de derde dag zal de HERE nederdalen voor de ogen van het gehele volk op de berg Sinaï. Daarom zult gij het volk buiten een bepaalde kring houden en zeggen: Wacht er u voor de berg te bestijgen, of maar de voet ervan aan te raken; ieder die de berg aanraakt, zal zeker ter dood gebracht worden. Geen hand zal hem aanraken, want dan zal men zeker gestenigd of met pijlen doorschoten worden; hetzij dier hetzij mens, hij zal niet blijven leven. Eerst bij de langgerekte toon van de hoorn mogen zij de berg bestijgen. (Exodus 19:10-13)

Mozes gehoorzaamde. Hij daalde naar het volk af en heiligde hen. Hun heiliging bestond erin dat zij zichzelf en hun kleren wasten.

Als voorbereiding op de dag dat zij God zouden ontmoeten, beval Mozes de mannen ook dat zij zich moesten onthouden van gemeenschap met hun vrouw. Deze uitwendige reiniging was slechts symbolisch en stond voor de innerlijke reiniging of reinheid die onder het Nieuwe Verbond zou komen.

Tevens, en in overeenstemming met hetgeen God hem gezegd had, liet Mozes het volk een muur bouwen aan de voet van de berg om te voorkomen dat zij zich uit de gelederen zouden losmaken en de berg zouden aanraken. Als iemand de berg aanraakte, moest hij gedood worden.

Toen alle voorbereidingen getroffen waren, het volk geheiligd en de muur voltooid was, wachtte het volk. Stelt u zich de opwinding eens voor, de angst, het gevoel van spanning, dat toenam terwijl zich klaarmaakten God te ontmoeten?

De derde dag brak aan. De stilte van het vroege morgenuur werd verbroken door het machtige rollen van de donder!

Bliksemschichten schoten door de lucht.

De berg Sinaï beefde hevig toen de Grote IK BEN ... de Almachtige God ... in vlammend vuur neerdaalde.

De hele berg was gehuld in rookdampen toen de rook opsteeg als uit een reusachtige oven.

Het volk sidderde van angst toen de trompet over de vlakte weerklonk in een oproep God te ontmoeten. Mozes bracht hen samen aan de voet van de berg. Het trompetgeschal werd luider. Tenslotte sprak Mozes en God antwoordde hem met een hoorbare stem en riep toe hem de berg op te klimmen.

God zei tegen Mozes naar beneden te gaan en de mensen te waarschuwen dat zij niet door de muur moesten breken in een poging om Hem te zien. Toen werd hem gezegd Aaron te gaan halen en terug te keren op de berg.

Mozes keerde naar het volk terug.

Toen sprak God TEN AANHOREN van het volk en middenuit het vuur, en zette Hij de voorwaarden uiteen van het verbond dat Hij die dag met hun sloot. Terwijl de hemelen ervan weerklonken, begon God de eerste tien geboden van de Wet te verklaren (Exodus 20:1-17).

Te beginnen bij het eerste gebod ... "Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben." deelde God de wetten mee, die zij in hun verbondsrelatie moesten bewaren.

God manifesteerde Zich op bovennatuurlijke wijze aan Zijn volk, opdat zij zouden WETEN dat Hij God was en dat er geen andere buiten Hem is (Deuteronomium 4:35-36).

Toen zij deze bovennatuurlijke manifestatie van God zagen ... de bliksem, het vuur, de rook ... en de luide donder, het geschal van Gods bazuin, en Gods stem hoorden, beefde het volk van angst en bleef het van verre staan (Exodus 20:18).

God openbaarde Zijn macht en majesteit aan Zijn volk. Zij wisten, dat Hij de ware, levende God was omdat Hij met een hoorbare stem tot hun gesproken had. Toch waren zij bang en dachten zij dat zij zouden sterven. Zij stuurden Mozes de berg op met de opdracht te horen wat God hun te zeggen had. Opnieuw beloofden zij, dat zij al wat God van hun vroeg, zouden gehoorzamen (Deuteronomium 5:24-27).

Wilde het verbond dat God met Israel sloot wettig bindend zijn, dan moest het met bloed ingewijd worden.

Mozes keerde terug naar de dikke wolk waar God hem zei:"Ga, zeg tot hen: Keert naar uw tenten terug. Maar sta gij hier bij Mij, opdat Ik u mededele heel het gebod, al de inzettingen en verordeningen, die gij hun moet leren, opdat zij die nakomen in het land, dat Ik hun geven zal om het in bezit te nemen." (Deuteronomium 5:30-31)

Daar op de berg Sinaï gaf God Mozes nog eens 70 extra wetten voor de aanbidding, de altaren, de persoonlijke rechten, het eigendomsrecht en allerlei andere wetten, die ook deel uitmaakten van het verbond dat Hij met hun sloot.

God gaf Mozes toen de opdracht Aaron, Nadab en Abihu en 70 van de oudsten van Israel mee de berg op te nemen om Hem te aanbidden (Exodus 24:1-2).

Nadat hij de wetten die hun gedrag zouden bepalen had gekregen, keerde Mozes weer naar het volk terug en deelde hun al de wetten mee die God hem gegeven had. En weer was hun antwoord:"Al de woorden, die de HERE gesproken heeft, zullen wij doen." (Exodus 24:3)

Toen schreef Mozes al de woorden des Heren (bestaande uit de tien gebonden die God met hoorbare stem tot hun gesproken had, en de 70 extra wetten) op in een boek, dat getiteld was het BOEK DES VERBONDS.

Dit 'Boek des Verbonds' was een geschreven verslag van alle voorwaarden en beloften van het verbond dat God met Israel gesloten had. Het doel ervan was de kinderen Israëls aan het verbond ... de overeenkomst, het verdrag ... te herinneren, dat zij met God gesloten hadden.

Mozes stond de volgende ochtend vroeg op, bouwde een altaar aan de voet van de berg en richtte 12 zuilen op, voor elk van de twaalf stammen een. Toen zond hij jonge mannen om ossen als brandoffers en vredeoffers te offeren, en verzamelde het bloed in kommen.

Stel u eens voor hoe dat er moet hebben uitgezien, toen de Almachtige God een bloedverbond sloot met het volk, dat Hij Zich verkoren had. De scherpe reuk van bloed en brandoffers was overal aanwezig. Er stonden wel bijna zeker plassen bloed op de plekken waar het dierebloed in de kommen was gegoten. De lucht was doordrongen van een doodsgeur.

Bij deze plechtige gelegenheid was heel het volk, wel twee miljoen Israelieten, opgeroepen om samen te verschijnen voor deze definitieve bezegeling van het verbond. Verspreid over de Sinaï-vlakte, zover het oog reikte, stond het volk terwijl Mozes de helft van het bloed nam en op het altaar sprenkelde.

Vervolgens nam hij het Boek des Verbonds, waarin alle wetten en verbondsbeloften stonden, en las het ten aanhoren van het volk voor. God wilde dat het volk van Israel deze bloedverbondsrelatie met Hem aanging met kennis van de voorwaarden en beloften van het verbond, en dat het zich ertoe verbond te gehoorzamen.

Het volk aanvaardde de voorwaarden van het verbond en beloofde plechtig:"Alles wat de HERE gesproken heeft, zullen wij doen en wij zullen gehoorzaam zijn." (Exodus 24:7; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

Mozes nam een bundel hysop, doopte die in het bloed, sprenkelde dat op het Boek des Verbonds en vervolgens op het volk. Terwijl hij dit deed, zei hij:"Zie, het bloed van het verbond dat de HERE met u sluit, op grond van al deze woorden." (Exodus 24:8)

Door de sprenkeling van het bloed op het Boek des Verbonds en op het volk was het verbond voor immer bezegeld! God was een bloedverbondsrelatie met Israel aangegaan.

Op die dag werd God hun God en zij werden Zijn volk!

Op die dag werden zij Zijn uitverkoren KOSTBARE BEZIT ... KONINGEN EN PRIESTERS ... EEN HEILIGE NATIE!

Op die dag erfden zij de verbondsbeloften van God!

"En Mozes klom op met Aaron, Nadab en Abihu en zeventig van de oudsten van Israel. En zij zagen de God van Israel en het was alsof onder zijn voeten een plaveisel lag van lazuur, als de hemel zelf in klaarheid. Maar tot de vooraanstaanden der Israelieten strekte Hij zijn hand niet uit; zij aanschouwden God en zij aten en dronken." Exodus 24:9-11

DE VIERINGEN VAN GODS VERBONDSFEEST

De Israelieten waren geheiligd ...

De voorwaarden van het verbond waren helemaal doorgesproken ...

De verbondswetten waren in het Boek des Verbonds opgeschreven ...

De Israelieten hadden plechtig beloofd het verbond dat God met hun gemaakt had te eerbiedigen ...

Het verbond was voor altijd bezegeld met bloed ...

Nu was het tijd voor het gebruikelijke offermaal om het bloedverbond te vieren ...

Op Gods aanwijzing gingen Mozes, Aaron, Nadab, Abihu en 70 van de oudsten des volks de berg Sinaï op om het verbondsfeest te vieren ... het sluiten van het bloedverbond met God.

Op de berg Sinaï daalde de heilige, rechtvaardige Almachtige God neer in hun midden ... bij het volk dat Hij Zich verkoren en voor Zich geheiligd had, en samen vierden zij het verbondsfeest!

"En Mozes klom op met Aaron, Nadab en Abihu en zeventig van de oudsten van Israel. En zij zagen de God van Israel en het was alsof onder zijn voeten een plaveisel lag van lazuur, als de hemel zelf in klaarheid. Maar tot de vooraanstaanden der Israelieten strekte Hij zijn hand niet uit; zij aanschouwden God en zij aten en dronken." Exodus 24:9-11

Terwijl zij het slachtoffer, dat een schaduw was van Christus' offer van Zijn Lichaam, samen gebruikten, daalde God Zelf in hun midden neder. Zij zagen Hem! Hij vierde het verbondsfeest met hun! Mozes, de leiders en de oudsten aten met God het vlees van de offerdieren en dronken van de vrucht van de wijnstok met Hem.

Op die dag gingen Mozes, de leiders, de zeventig oudsten en de kinderen Israëls een bloedverbondsrelatie met God aan.

Net zoals God een bloedverbondsrelatie met Abraham aanging en Abraham de 'verbondsvriend' van God werd, werden nu de Israelieten de 'verbondsvrienden' van God. Zij werden als EEN met elkaar verbonden.

God had plechtig beloofd dat Hij hun God zou zijn, hen zou beschermen, voorspoed schenken ... ze te verheffen boven de volken der aarde. Hun vijanden waren Zijn vijanden. Alles wat Hij bezat behoorde hun toe.

De Israelieten hadden plechtig beloofd Zijn volk te zijn. Zij beloofden dat zij geen andere goden zouden hebben ... Hem lief te hebben en te aanbidden met heel hun geest, ziel en lichaam.

Samen verbonden in deze bloedverbondsrelatie, die een sterkere band inhield dan die bij natuurlijke afstamming, verbond God ... de Heilige en Rechtvaardige ... Zich met de mens tot een eenheid die nooit verbroken zal worden. Later verbraken de kinderen Israëls door hun ongehoorzaamheid dat bloedverbond dat God op de berg Sinaï met hun gesloten had, maar God voorzag in een nieuwe en betere manier onder het Nieuwe Verbond waarop de mens toch in een bloedverwantsrelatie met Hem kon komen te staan. Hij zou dan met hen verenigd worden in een EEUWIG verbond dat NOOIT verbroken zou worden.

Het eerste verbondsfeest tussen God en Israel, dat een viering was van de bloedverbondsrelatie die zij waren aangegaan, is een schaduw van het gezegende verbondsmaal onder het Nieuwe Verbond.

"En terwijl zij aten, nam Jezus een brood, sprak in een lofprijzing de zegen uit en vroeg Hem het voor hun te zegenen, brak het en gaf het aan zijn discipelen en zeide: Neemt, eet, dit is mijn lichaam. En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zeide: Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van mijn verbond (dat de overeenkomst of het verdrag bekrachtigd), dat voor velen vergoten wordt tot vergeving. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw en van hogere kwaliteit zal drinken in het Koninkrijk mijns Vaders." (Matteus 26:26-29; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

Toen Hij Zich daar in de bovenzaal erop voorbereidde Zijn leven af te leggen voor zijn 'vrienden', vierde Jezus ... de Zoon van de levende God in menselijke gedaante ... het verbondsmaal met Zijn discipelen. Hij vierde Zijn eigen dood met Zijn discipelen ... het afleggen van Zijn leven als slachtoffer dat voor eeuwig de bloedverbondsrelatie met de mens zou bezegelen ... op gelijke wijze als de Almachtige God het gemeenschapsmaal met Israel had gevierd in de wetenschap dat Hij Zijn eniggeboren Zoon zou geven als bloedoffer om voor Zich een uitverkoren volk te verlossen.

Het verbondsmaal dat wij tegenwoordig onder het Nieuwe Verbond gebruiken dient om ons te herinneren aan het EEUWIGE VERBOND ... de relatie door het bloedverbond ... dat wij door het bloed van Jezus met God hebben gesloten.

Toen Hij het verbondsmaal met Zijn discipelen vierde, zei Jezus hun:"Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw en van hogere kwaliteit zal drinken in het Koninkrijk mijns Vaders." (Matteus 26:29; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

Het eerste verbondsmaal dat God met Israel vierde bij de instelling van het verbond met hun ...

Het verbondsmaal dat Jezus met Zijn discipelen vierde bij de instelling van het Nieuwe Verbond ...

Het verbondsmaal dat wij vieren om onze bloedverbondsrelatie met God te gedenken ...

zijn een schaduw van het 'Bruiloftsmaal van het Lam', ter gelegenheid waarvan wij een verbondsmaaltijd zullen vieren samen met God, de Vader, Zoon en Heilige Geest! Wij zullen God van aangezicht tot aangezicht zien en wij zullen samen het offermaal vieren dat voor immer het eeuwige verbond bezegeld heeft, waardoor wij in een bloedverbondsrelatie met God zijn verbonden dat ons voor altijd EEN heeft gemaakt!

Op voorwaarde dat wij het eeuwige verbond dat God met ons gesloten heeft trouw bewaren, zullen wij eens opgeroepen worden om op het bruiloftsfeest van het Lam te verschijnen. Op die grote dag zal Christus Zich omgorden zoals Hij in de bovenzaal gedaan heeft. Wij zullen gaan zitten en Hij zal ons komen bedienen. Hij zal ons de voeten wassen zoals bij de discipelen en Hij zal ons bedienen met het hemelse manna en van de nieuwe wijnstok!

"Gezegend - gelukkig, fortuinlijk en te benijden - zijn die slaven die de meester wakende en oplettend aantreft terwijl zij op hem wachten. Waarlijk, Ik zeg u, hij zal zich omgorden en hen doen aanliggen aan tafel en hij zal ze komen bedienen!" (Lucas 12:37; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

"Maar Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, houdt stand, dan zult gij de verlossing des HEREN zien, die Hij u heden bereiden zal; want de Egyptenaren, die gij heden gezien hebt, zult gij nimmermeer zien. De HERE zal voor u strijden, en gij zult stil zijn." Exodus 14:13-14

GODS BELOOFDE OVERWINNING IS WERKELIJK EEN ECHTE OVERWINNING.

De eerste onderdrukking van de Joden zou ongeveer 500 jaar na Abraham beginnen. Zij begon in Egypte waar een Farao de Hebreeen tot slavernij bracht.

Egypte, land van de piramiden en de Nijl ... dat een symbool werd voor een wereldsysteem gebaseerd op hebzucht, wreedheid, eerzucht en geweld ... en onderdeel van satans plan Gods uitverkoren volk te onderdrukken. De Farao van Egypte zag het Hebreeuwse volk als een bedreiging voor hun eigen zelfzuchtige vooruitgang.

Maar God had een plan!

Terwijl de Hebreeen onder ondraaglijke omstandigheden arbeidden ... was de Heer bezig Mozes voor te bereiden op zijn rol in de eerste verlossing van Israel. Mozes werd nota bene aan Farao's hof getraind! 40 jaar bracht hij door omringd door koninklijk gezelschap, daarna 40 jaar in de woestijn van Midjan als eenvoudige herder ... en vervolgens 40 jaar als Gods uitverkoren leider om het Hebreeuwse volk naar het Beloofde Land te leiden.

Toen Mozes en zijn 83-jarige broer Aaron Farao benaderden met de eis de Israelieten te laten vertrekken ... weigerde Farao!

Dit was het begin van drie series met drie plagen elk. Tenslotte zou de tiende plaag Farao op de knieen dwingen: de eerstgeborenen in het land Egypte zouden sterven (Exodus 11:4-7).

Farao stelde een compromis voor. Als ambassadeur van satan op aarde trachtte Farao op listige wijze de Israelieten ervan te overtuigen dat er meer redding lag in een tijdelijk verblijf in het wereldse Egypte. Ongetwijfeld heeft het aroma van de prei en de knoflook sommigen in verleiding gebracht. Maar Gods plan won het en Mozes en zijn Hebreeuwse volgelingen trokken in overwinning de Rode Zee over. Satan had verloren!

Mozes stond voor een keuze.

Er lagen twee verschillende routes open naar het Beloofde Land. Die langs de Middellandse Zee, welke in 10 dagen afgelegd kon worden. Deze weg leidde langs dichtbevolkte gebieden en was zowel vlug als veilig.

Maar de Heer leidde de Israelieten de Woestijn in, in zuidoostelijke richting, naar de Rode Zee! De Israelieten moesten een belangrijke les leren ... een les die ons ook goed zou doen: de mens leert God zelden kennen in dagen van voorspoed. Hoe donkerder de nacht ... hoe helderder de sterren!

Toen zij de Rode Zee bereikten, lag daar geen brug! Kunt u het zich voor de geest halen? Miljoenen Israelieten samengepakt aan de oever van de Rode Zee. Met Farao en zijn 600 strijdwagens vlak op hun hielen!

Mozes wist dat God een plan had. Hij beval hen:"Vreest niet, houdt stand, dan zult gij de verlossing des HEREN zien, die Hij u heden bereiden zal; want de Egyptenaren, die gij heden gezien hebt, zult gij nimmermeer zien. De HERE zal voor u strijden, en gij zult stil zijn." (Exodus 14:13-14)

Op de achtergrond weerklonk het oorverdovende gekletter van de wielen en waaide een angstaanjagende stofwolk op. En toch zei Mozes tegen het volk dat zij moesten stilstaan ... God zou voor hen vechten. En dat deed Hij!

Wat kunnen wij gelovigen hier vandaag de dag veel van leren! Wat een geloof! Wat een moed! Wat een overwinning!

Het was nu de derde maand van hun tocht door de Woestijn. God had Mozes in de Sinaï geroepen de berg te beklimmen, en hem deze belofte gegeven:"Gij hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan, en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en tot Mij gebracht heb. Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk." (Exodus 19:3-6)

Kunt u de volle inhoud van deze belofte vatten?

De Israelieten zouden een bijzonder eigendom van God worden. Alles wat van hun gevraagd werd was " ... hoort naar mijn stem".

Maar kort daarna achtte een volk dat gedurende een periode van drie maanden: verlost werd van vernietiging, gevoed werd met manna uit de hemel, en het voorrecht had water te drinken dat uit een rots was 'geslagen', het wijzer God de rug toe te keren en terug te keren naar de zonden van begeerte en genot!

Ongeduld is een van satans meest doeltreffende werktuigen. Abraham kon niet wachten op Gods zegen en nam Hagar tot vrouw. Uit deze relatie kwam Ismael voort. Dit ongeduld van Abraham heeft voor Israel de eeuwen door rampzalige gevolgen gehad. Op dit moment is dat Israëls grootste plaag!

Om de zonde met het gouden kalf werden door de Levieten 3000 mannen gedood.

Kort daarna werden vele Israelieten ontevreden over het Manna dat zij moesten eten. Zij dachten terug aan het sappige vlees in Egypte, de heerlijke vis, de prachtige komkommers, meloenen, prei, uien en knoflook!

Toch had God Mozes beloofd dat Hij de kinderen Israëls in een land vloeiende van melk en honing zou brengen (Exodus 3:8).

Het enige wat zij moesten doen was het in bezit nemen!

Een speurteam van 12 mannen ... een voor elke stam van Israel ... werd uitgekozen om het land dat God beloofd had te bespieden.

40 dagen lang bespiedden zij het land!

Ja, zeiden ze ... het voldeed aan alle kenmerken die God genoemd had. Het was inderdaad een land vloeiende van melk en honing. Om dit te bewijzen kwamen zij zelfs terug met een enorme druiventros!

Maar tien van de twaalf mannen hadden last van het 'sprinkhanen-complex'.

" ... alle mensen die wij daar zagen, waren mannen van grote lengte ... en wij waren als sprinkhanen in onze eigen ogen en ook in hun ogen." (Numeri 13:32-33)

Wat zij zeiden kwam hierop neer, dat de God Die hen uit Egypte bevrijd had, niet groot genoeg was hen veilig in Kanaan te brengen!

Wij zijn vandaag de dag in de gemeente net als de kinderen Israëls ... ongeduldig ... ontrouw ... wantrouwig ... vergeetachtig als het gaat om Gods beloften ... met als gevolg dat wij er niet naar handelen.

God wil ons beloften geven die net zo reëel zijn als die welke Hij gaf aan de kinderen Israëls ... beloften over bescherming ... verlossing ... genezing ... voorziening. Toch kiezen wij onze eigen weg en missen wij Gods zegeningen.

De ervaringen van de kinderen Israëls zijn opgetekend om ons eraan te herinneren dat wij moeten zien op onze God als de Grote IK BEN, Die ons nooit verlaat of begeeft ... Die niet kan liegen ... Die altijd Zijn Woord houdt. Gods verlossing van Israel uit Egypte is een beeld en schaduw van onze verlossing die ons vandaag kan toebehoren door het vergoten bloed van Zijn Zoon Jezus Christus. Het enige wat wij moeten doen is handelen naar Zijn beloften ... en zij worden ons eigendom.

"En uw zonen zullen veertig jaar lang in de woestijn rondzwerven en uw overspelig gedrag boeten, totdat uw lijken alle in de woestijn liggen. Overeenkomstig het aantal dagen, gedurende welke gij het land verspied hebt, veertig dagen, zult gij uw ongerechtigheden veertig jaar lang boeten, voor elke dag een jaar, opdat gij weet wat het betekent, als Ik Mij afkeer." Numeri 14:33-34

DE GEMEENTE HEEFT DOOR EEN GEESTELIJKE WOESTIJN GEZWORVEN.

Mozes gehoorzaamde. Hij daalde naar het volk af en heiligde hen. Hun heiliging bestond erin dat zij zichzelf en hun kleren wasten.

Als voorbereiding op de dag dat zij God zouden ontmoeten, beval Mozes de mannen ook dat zij zich moesten onthouden van gemeenschap met hun vrouw. Deze uitwendige reiniging was slechts symbolisch en stond voor de innerlijke reiniging of reinheid die onder het Nieuwe Verbond zou komen.

Tevens, en in overeenstemming met hetgeen God hem gezegd had, liet Mozes het volk een muur bouwen aan de voet van de berg om te voorkomen dat zij zich uit de gelederen zouden losmaken en de berg zouden aanraken. Als iemand de berg aanraakte, moest hij gedood worden.

Toen alle voorbereidingen getroffen waren, het volk geheiligd en de muur voltooid was, wachtte het volk. Stelt u zich de opwinding eens voor, de angst, het gevoel van spanning, dat toenam terwijl zich klaarmaakten God te ontmoeten?

De derde dag brak aan. De stilte van het vroege morgenuur werd verbroken door het machtige rollen van de donder!

Bliksemschichten schoten door de lucht.

De berg Sinaï beefde hevig toen de Grote IK BEN ... de Almachtige God ... in vlammend vuur neerdaalde.

De hele berg was gehuld in rookdampen toen de rook opsteeg als uit een reusachtige oven.

Het volk sidderde van angst toen de trompet over de vlakte weerklonk in een oproep God te ontmoeten. Mozes bracht hen samen aan de voet van de berg. Het trompetgeschal werd luider. Tenslotte sprak Mozes en God antwoordde hem met een hoorbare stem en riep toe hem de berg op te klimmen.

God zei tegen Mozes naar beneden te gaan en de mensen te waarschuwen dat zij niet door de muur moesten breken in een poging om Hem te zien. Toen werd hem gezegd Aaron te gaan halen en terug te keren op de berg.

Mozes keerde naar het volk terug.

Toen sprak God TEN AANHOREN van het volk en middenuit het vuur, en zette Hij de voorwaarden uiteen van het verbond dat Hij die dag met hun sloot. Terwijl de hemelen ervan weerklonken, begon God de eerste tien geboden van de Wet te verklaren (Exodus 20:1-17).

Te beginnen bij het eerste gebod ... "Ik ben de HERE, uw God, die u uit het land Egypte, uit het diensthuis, geleid heb. Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben." deelde God de wetten mee, die zij in hun verbondsrelatie moesten bewaren.

God manifesteerde Zich op bovennatuurlijke wijze aan Zijn volk, opdat zij zouden WETEN dat Hij God was en dat er geen andere buiten Hem is (Deuteronomium 4:35-36).

Toen zij deze bovennatuurlijke manifestatie van God zagen ... de bliksem, het vuur, de rook ... en de luide donder, het geschal van Gods bazuin, en Gods stem hoorden, beefde het volk van angst en bleef het van verre staan (Exodus 20:18).

God openbaarde Zijn macht en majesteit aan Zijn volk. Zij wisten, dat Hij de ware, levende God was omdat Hij met een hoorbare stem tot hun gesproken had. Toch waren zij bang en dachten zij dat zij zouden sterven. Zij stuurden Mozes de berg op met de opdracht te horen wat God hun te zeggen had. Opnieuw beloofden zij, dat zij al wat God van hun vroeg, zouden gehoorzamen (Deuteronomium 5:24-27).

Wilde het verbond dat God met Israel sloot wettig bindend zijn, dan moest het met bloed ingewijd worden.

Mozes keerde terug naar de dikke wolk waar God hem zei:"Ga, zeg tot hen: Keert naar uw tenten terug. Maar sta gij hier bij Mij, opdat Ik u mededele heel het gebod, al de inzettingen en verordeningen, die gij hun moet leren, opdat zij die nakomen in het land, dat Ik hun geven zal om het in bezit te nemen." (Deuteronomium 5:30-31)

Daar op de berg Sinaï gaf God Mozes nog eens 70 extra wetten voor de aanbidding, de altaren, de persoonlijke rechten, het eigendomsrecht en allerlei andere wetten, die ook deel uitmaakten van het verbond dat Hij met hun sloot.

God gaf Mozes toen de opdracht Aaron, Nadab en Abihu en 70 van de oudsten van Israel mee de berg op te nemen om Hem te aanbidden (Exodus 24:1-2).

Nadat hij de wetten die hun gedrag zouden bepalen had gekregen, keerde Mozes weer naar het volk terug en deelde hun al de wetten mee die God hem gegeven had. En weer was hun antwoord:"Al de woorden, die de HERE gesproken heeft, zullen wij doen." (Exodus 24:3)

Toen schreef Mozes al de woorden des Heren (bestaande uit de tien gebonden die God met hoorbare stem tot hun gesproken had, en de 70 extra wetten) op in een boek, dat getiteld was het BOEK DES VERBONDS.

Dit 'Boek des Verbonds' was een geschreven verslag van alle voorwaarden en beloften van het verbond dat God met Israel gesloten had. Het doel ervan was de kinderen Israëls aan het verbond ... de overeenkomst, het verdrag ... te herinneren, dat zij met God gesloten hadden.

Mozes stond de volgende ochtend vroeg op, bouwde een altaar aan de voet van de berg en richtte 12 zuilen op, voor elk van de twaalf stammen een. Toen zond hij jonge mannen om ossen als brandoffers en vredeoffers te offeren, en verzamelde het bloed in kommen.

Stel u eens voor hoe dat er moet hebben uitgezien, toen de Almachtige God een bloedverbond sloot met het volk, dat Hij Zich verkoren had. De scherpe reuk van bloed en brandoffers was overal aanwezig. Er stonden wel bijna zeker plassen bloed op de plekken waar het dierenbloed in de kommen was gegoten. De lucht was doordrongen van een doodsgeur.

Bij deze plechtige gelegenheid was heel het volk, wel twee miljoen Israelieten, opgeroepen om samen te verschijnen voor deze definitieve bezegeling van het verbond. Verspreid over de Sinaï-vlakte, zover het oog reikte, stond het volk terwijl Mozes de helft van het bloed nam en op het altaar sprenkelde.

Vervolgens nam hij het Boek des Verbonds, waarin alle wetten en verbondsbeloften stonden, en las het ten aanhoren van het volk voor. God wilde dat het volk van Israel deze bloedverbondsrelatie met Hem aanging met kennis van de voorwaarden en beloften van het verbond, en dat het zich ertoe verbond te gehoorzamen.

Het volk aanvaardde de voorwaarden van het verbond en beloofde plechtig:"Alles wat de HERE gesproken heeft, zullen wij doen en wij zullen gehoorzaam zijn." (Exodus 24:7; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

Mozes nam een bundel hysop, doopte die in het bloed, sprenkelde dat op het Boek des Verbonds en vervolgens op het volk. Terwijl hij dit deed, zei hij:"Zie, het bloed van het verbond dat de HERE met u sluit, op grond van al deze woorden." (Exodus 24:8)

Door de sprenkeling van het bloed op het Boek des Verbonds en op het volk was het verbond voor immer bezegeld! God was een bloedverbondsrelatie met Israel aangegaan.

Op die dag werd God hun God en zij werden Zijn volk!

Op die dag werden zij Zijn uitverkoren KOSTBARE BEZIT ... KONINGEN EN PRIESTERS ... EEN HEILIGE NATIE!

Op die dag erfden zij de verbondsbeloften van God!

"En Mozes klom op met Aaron, Nadab en Abihu en zeventig van de oudsten van Israel. En zij zagen de God van Israel en het was alsof onder zijn voeten een plaveisel lag van lazuur, als de hemel zelf in klaarheid. Maar tot de vooraanstaanden der Israelieten strekte Hij zijn hand niet uit; zij aanschouwden God en zij aten en dronken." Exodus 24:9-11

DE VIERINGEN VAN GODS VERBONDSFEEST

De Israelieten waren geheiligd ...

De voorwaarden van het verbond waren helemaal doorgesproken ...

De verbondswetten waren in het Boek des Verbonds opgeschreven ...

De Israelieten hadden plechtig beloofd het verbond dat God met hun gemaakt had te eerbiedigen ...

Het verbond was voor altijd bezegeld met bloed ...

Nu was het tijd voor het gebruikelijke offermaal om het bloedverbond te vieren ...

Op Gods aanwijzing gingen Mozes, Aaron, Nadab, Abihu en 70 van de oudsten des volks de berg Sinaï op om het verbondsfeest te vieren ... het sluiten van het bloedverbond met God.

Op de berg Sinaï daalde de heilige, rechtvaardige Almachtige God neer in hun midden ... bij het volk dat Hij Zich verkoren en voor Zich geheiligd had, en samen vierden zij het verbondsfeest!

"En Mozes klom op met Aaron, Nadab en Abihu en zeventig van de oudsten van Israel. En zij zagen de God van Israel en het was alsof onder zijn voeten een plaveisel lag van lazuur, als de hemel zelf in klaarheid. Maar tot de vooraanstaanden der Israelieten strekte Hij zijn hand niet uit; zij aanschouwden God en zij aten en dronken." Exodus 24:9-11

Terwijl zij het slachtoffer, dat een schaduw was van Christus' offer van Zijn Lichaam, samen gebruikten, daalde God Zelf in hun midden neder. Zij zagen Hem! Hij vierde het verbondsfeest met hun! Mozes, de leiders en de oudsten aten met God het vlees van de offerdieren en dronken van de vrucht van de wijnstok met Hem.

Op die dag gingen Mozes, de leiders, de zeventig oudsten en de kinderen Israëls een bloedverbondsrelatie met God aan.

Net zoals God een bloedverbondsrelatie met Abraham aanging en Abraham de 'verbondsvriend' van God werd, werden nu de Israelieten de 'verbondsvrienden' van God. Zij werden als EEN met elkaar verbonden.

God had plechtig beloofd dat Hij hun God zou zijn, hen zou beschermen, voorspoed schenken ... ze te verheffen boven de volken der aarde. Hun vijanden waren Zijn vijanden. Alles wat Hij bezat behoorde hun toe.

De Israelieten hadden plechtig beloofd Zijn volk te zijn. Zij beloofden dat zij geen andere goden zouden hebben ... Hem lief te hebben en te aanbidden met heel hun geest, ziel en lichaam.

Samen verbonden in deze bloedverbondsrelatie, die een sterkere band inhield dan die bij natuurlijke afstamming, verbond God ... de Heilige en Rechtvaardige ... Zich met de mens tot een eenheid die nooit verbroken zal worden. Later verbraken de kinderen Israëls door hun ongehoorzaamheid dat bloedverbond dat God op de berg Sinaï met hun gesloten had, maar God voorzag in een nieuwe en betere manier onder het Nieuwe Verbond waarop de mens toch in een bloedverwantsrelatie met Hem kon komen te staan. Hij zou dan met hen verenigd worden in een EEUWIG verbond dat NOOIT verbroken zou worden.

Het eerste verbondsfeest tussen God en Israel, dat een viering was van de bloedverbondsrelatie die zij waren aangegaan, is een schaduw van het gezegende verbondsmaal onder het Nieuwe Verbond.

"En terwijl zij aten, nam Jezus een brood, sprak in een lofprijzing de zegen uit en vroeg Hem het voor hun te zegenen, brak het en gaf het aan zijn discipelen en zeide: Neemt, eet, dit is mijn lichaam. En Hij nam een beker, sprak de dankzegging uit en gaf hun die en zeide: Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van mijn verbond (dat de overeenkomst of het verdrag bekrachtigd), dat voor velen vergoten wordt tot vergeving. Doch Ik zeg u, Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw en van hogere kwaliteit zal drinken in het Koninkrijk mijns Vaders." (Matteus 26:26-29; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

Toen Hij Zich daar in de bovenzaal erop voorbereidde Zijn leven af te leggen voor zijn 'vrienden', vierde Jezus ... de Zoon van de levende God in menselijke gedaante ... het verbondsmaal met Zijn discipelen. Hij vierde Zijn eigen dood met Zijn discipelen ... het afleggen van Zijn leven als slachtoffer dat voor eeuwig de bloedverbondsrelatie met de mens zou bezegelen ... op gelijke wijze als de Almachtige God het gemeenschapsmaal met Israel had gevierd in de wetenschap dat Hij Zijn eniggeboren Zoon zou geven als bloedoffer om voor Zich een uitverkoren volk te verlossen.

Het verbondsmaal dat wij tegenwoordig onder het Nieuwe Verbond gebruiken dient om ons te herinneren aan het EEUWIGE VERBOND ... de relatie door het bloedverbond ... dat wij door het bloed van Jezus met God hebben gesloten.

Toen Hij het verbondsmaal met Zijn discipelen vierde, zei Jezus hun:"Ik zal van nu aan voorzeker niet meer van deze vrucht van de wijnstok drinken, tot op die dag, dat Ik haar met u nieuw en van hogere kwaliteit zal drinken in het Koninkrijk mijns Vaders." (Matteus 26:29; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

Het eerste verbondsmaal dat God met Israel vierde bij de instelling van het verbond met hun ...

Het verbondsmaal dat Jezus met Zijn discipelen vierde bij de instelling van het Nieuwe Verbond ...

Het verbondsmaal dat wij vieren om onze bloedverbondsrelatie met God te gedenken ...

zijn een schaduw van het 'Bruiloftsmaal van het Lam', ter gelegenheid waarvan wij een verbondsmaaltijd zullen vieren samen met God, de Vader, Zoon en Heilige Geest! Wij zullen God van aangezicht tot aangezicht zien en wij zullen samen het offermaal vieren dat voor immer het eeuwige verbond bezegeld heeft, waardoor wij in een bloedverbondsrelatie met God zijn verbonden dat ons voor altijd EEN heeft gemaakt!

Op voorwaarde dat wij het eeuwige verbond dat God met ons gesloten heeft trouw bewaren, zullen wij eens opgeroepen worden om op het bruiloftsfeest van het Lam te verschijnen. Op die grote dag zal Christus Zich omgorden zoals Hij in de bovenzaal gedaan heeft. Wij zullen gaan zitten en Hij zal ons komen bedienen. Hij zal ons de voeten wassen zoals bij de discipelen en Hij zal ons bedienen met het hemelse manna en van de nieuwe wijnstok!

"Gezegend - gelukkig, fortuinlijk en te benijden - zijn die slaven die de meester wakende en oplettend aantreft terwijl zij op hem wachten. Waarlijk, Ik zeg u, hij zal zich omgorden en hen doen aanliggen aan tafel en hij zal ze komen bedienen!" (Lucas 12:37; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

"Maar Mozes zeide tot het volk: Vreest niet, houdt stand, dan zult gij de verlossing des HEREN zien, die Hij u heden bereiden zal; want de Egyptenaren, die gij heden gezien hebt, zult gij nimmermeer zien. De HERE zal voor u strijden, en gij zult stil zijn." Exodus 14:13-14

GODS BELOOFDE OVERWINNING IS WERKELIJK EEN ECHTE OVERWINNING.

De eerste onderdrukking van de Joden zou ongeveer 500 jaar na Abraham beginnen. Zij begon in Egypte waar een Farao de Hebreeen tot slavernij bracht.

Egypte, land van de pyramiden en de Nijl ... dat een symbool werd voor een wereldsysteem gebaseerd op hebzucht, wreedheid, eerzucht en geweld ... en onderdeel van satans plan Gods uitverkoren volk te onderdrukken. De Farao van Egypte zag het Hebreeuwse volk als een bedreiging voor hun eigen zelfzuchtige vooruitgang.

Maar God had een plan!

Terwijl de Hebreeen onder ondraaglijke omstandigheden arbeidden ... was de Heer bezig Mozes voor te bereiden op zijn rol in de eerste verlossing van Israel. Mozes werd nota bene aan Farao's hof getraind! 40 jaar bracht hij door omringd door koninklijk gezelschap, daarna 40 jaar in de woestijn van Midjan als eenvoudige herder ... en vervolgens 40 jaar als Gods uitverkoren leider om het Hebreeuwse volk naar het Beloofde Land te leiden.

Toen Mozes en zijn 83-jarige broer Aaron Farao benaderden met de eis de Israelieten te laten vertrekken ... weigerde Farao!

Dit was het begin van drie series met drie plagen elk. Tenslotte zou de tiende plaag Farao op de knieen dwingen: de eerstgeborenen in het land Egypte zouden sterven (Exodus 11:4-7).

Farao stelde een compromis voor. Als ambassadeur van satan op aarde trachtte Farao op listige wijze de Israelieten ervan te overtuigen dat er meer redding lag in een tijdelijk verblijf in het wereldse Egypte. Ongetwijfeld heeft het aroma van de prei en de knoflook sommigen in verleiding gebracht. Maar Gods plan won het en Mozes en zijn Hebreeuwse volgelingen trokken in overwinning de Rode Zee over. Satan had verloren!

Mozes stond voor een keuze.

Er lagen twee verschillende routes open naar het Beloofde Land. Die langs de Middellandse Zee, welke in 10 dagen afgelegd kon worden. Deze weg leidde langs dichtbevolkte gebieden en was zowel vlug als veilig.

Maar de Heer leidde de Israelieten de Woestijn in, in zuidoostelijke richting, naar de Rode Zee! De Israelieten moesten een belangrijke les leren ... een les die ons ook goed zou doen: de mens leert God zelden kennen in dagen van voorspoed. Hoe donkerder de nacht ... hoe helderder de sterren!

Toen zij de Rode Zee bereikten, lag daar geen brug! Kunt u het zich voor de geest halen? Miljoenen Israelieten samengepakt aan de oever van de Rode Zee. Met Farao en zijn 600 strijdwagens vlak op hun hielen!

Mozes wist dat God een plan had. Hij beval hen:"Vreest niet, houdt stand, dan zult gij de verlossing des HEREN zien, die Hij u heden bereiden zal; want de Egyptenaren, die gij heden gezien hebt, zult gij nimmermeer zien. De HERE zal voor u strijden, en gij zult stil zijn." (Exodus 14:13-14)

Op de achtergrond weerklonk het oorverdovende gekletter van de wielen en waaide een angstaanjagende stofwolk op. En toch zei Mozes tegen het volk dat zij moesten stilstaan ... God zou voor hen vechten. En dat deed Hij!

Wat kunnen wij gelovigen hier vandaag de dag veel van leren! Wat een geloof! Wat een moed! Wat een overwinning!

Het was nu de derde maand van hun tocht door de Woestijn. God had Mozes in de Sinaï geroepen de berg te beklimmen, en hem deze belofte gegeven:"Gij hebt gezien, wat Ik de Egyptenaren heb aangedaan, en dat Ik u op arendsvleugelen gedragen en tot Mij gebracht heb. Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij. En gij zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een heilig volk." (Exodus 19:3-6)

Kunt u de volle inhoud van deze belofte vatten?

De Israelieten zouden een bijzonder eigendom van God worden. Alles wat van hun gevraagd werd was " ... hoort naar mijn stem".

Maar kort daarna achtte een volk dat gedurende een periode van drie maanden: verlost werd van vernietiging, gevoed werd met manna uit de hemel, en het voorrecht had water te drinken dat uit een rots was 'geslagen', het wijzer God de rug toe te keren en terug te keren naar de zonden van begeerte en genot!

Ongeduld is een van satans meest doeltreffende werktuigen. Abraham kon niet wachten op Gods zegen en nam Hagar tot vrouw. Uit deze relatie kwam Ismael voort. Dit ongeduld van Abraham heeft voor Israel de eeuwen door rampzalige gevolgen gehad. Op dit moment is dat Israëls grootste plaag!

Om de zonde met het gouden kalf werden door de Levieten 3000 mannen gedood.

Kort daarna werden vele Israelieten ontevreden over het Manna dat zij moesten eten. Zij dachten terug aan het sappige vlees in Egypte, de heerlijke vis, de prachtige komkommers, meloenen, prei, uien en knoflook!

Toch had God Mozes beloofd dat Hij de kinderen Israëls in een land vloeiende van melk en honing zou brengen (Exodus 3:8).

Het enige wat zij moesten doen was het in bezit nemen!

Een speurteam van 12 mannen ... een voor elke stam van Israel ... werd uitgekozen om het land dat God beloofd had te bespieden.

40 dagen lang bespiedden zij het land!

Ja, zeiden ze ... het voldeed aan alle kenmerken die God genoemd had. Het was inderdaad een land vloeiende van melk en honing. Om dit te bewijzen kwamen zij zelfs terug met een enorme druiventros!

Maar tien van de twaalf mannen hadden last van het 'sprinkhanen-complex'.

" ... alle mensen die wij daar zagen, waren mannen van grote lengte ... en wij waren als sprinkhanen in onze eigen ogen en ook in hun ogen." (Numeri 13:32-33)

Wat zij zeiden kwam hierop neer, dat de God Die hen uit Egypte bevrijd had, niet groot genoeg was hen veilig in Kanaan te brengen!

Wij zijn vandaag de dag in de gemeente net als de kinderen Israëls ... ongeduldig ... ontrouw ... wantrouwig ... vergeetachtig als het gaat om Gods beloften ... met als gevolg dat wij er niet naar handelen.

God wil ons beloften geven die net zo reëel zijn als die welke Hij gaf aan de kinderen Israëls ... beloften over bescherming ... verlossing ... genezing ... voorziening. Toch kiezen wij onze eigen weg en missen wij Gods zegeningen.

De ervaringen van de kinderen Israëls zijn opgetekend om ons eraan te herinneren dat wij moeten zien op onze God als de Grote IK BEN, Die ons nooit verlaat of begeeft ... Die niet kan liegen ... Die altijd Zijn Woord houdt. Gods verlossing van Israel uit Egypte is een beeld en schaduw van onze verlossing die ons vandaag kan toebehoren door het vergoten bloed van Zijn Zoon Jezus Christus. Het enige wat wij moeten doen is handelen naar Zijn beloften ... en zij worden ons eigendom.

"En uw zonen zullen veertig jaar lang in de woestijn rondzwerven en uw overspelig gedrag boeten, totdat uw lijken alle in de woestijn liggen. Overeenkomstig het aantal dagen, gedurende welke gij het land verspied hebt, veertig dagen, zult gij uw ongerechtigheden veertig jaar lang boeten, voor elke dag een jaar, opdat gij weet wat het betekent, als Ik Mij afkeer." Numeri 14:33-34

DE GEMEENTE HEEFT DOOR EEN GEESTELIJKE WOESTIJN GEZWORVEN.

Door hun vrees en ongeloof, was Israel ongehoorzaam en namen zij hun erfenis niet in bezit. Zij verspeelden hun verbondsbeloften en waren gedwongen 40 jaar door de woestijn te zwerven.

Dit is precies waar veel christenen vandaag de dag zich bevinden! Zij zijn een bloedverbondsrelatie met God aangegaan en hebben hun erfenis en alle verbondsbeloften van God ontvangen. Zij zijn mede-erfgenamen van het Koninkrijk van God geworden, maar ZIJ HEBBEN HUN ERFENIS NIET IN BEZIT GENOMEN!

Honderden jaren heeft de Gemeente ... Gods geestelijk Israel ... nu reeds door een 'geestelijke woestijn' gezworven zonder de erfenis die God hun onder het Nieuwe Verbond geschonken heeft in bezit te nemen. Zij hebben niet geluisterd naar Gods Geest, hebben zich niet aan Hem onderworpen, zijn hun eigen wil gevolgd en hebben hun eigen wegen bewandeld.

Veel christenen hebben alle verbondsbeloften die hun toebehoren niet gekend of ten volle begrepen. Omdat zij niet weten wat hun wettig toebehoort, hebben zij hun verbondsrechten en -voorrechten verspeeld.

Tegenwoordig zijn er in de zichtbare wereld mensen die op straat leven, die grote landgoederen of sommen geld hebben geërfd. Maar toch veranderen zij hun levensstijl niet ... blijven arm ... hebben het koud ... en lijden gebrek, omdat niemand hun over hun erfenis verteld heeft. Omdat zij niet weten wat zij geërfd hebben, leven zij hun leven in armoede. Elke dag van hun leven is hun enige bezigheid het zoeken naar eten en een warme slaapplaats.

Zo zijn er tegenwoordig ook christenen die een bloedverbond met God gesloten hebben en zij hebben hun erfenis ontvangen: en toch, als gevolg van vrees en ongeloof, hebben zij haar niet in bezit genomen.

Hoe staat het met uw leven? Zwerft u ook als de kinderen Israëls rond in een geestelijke woestijn zonder uw erfenis ook echt te bezitten?

Neemt u uw verbondsbeloften niet in bezit omdat u niet weet wat u wettig toebehoort, waardoor uw noden en verlangens onbeantwoord blijven?

Heeft u zich door vrees en ongeloof laten afhouden van het in bezit nemen van uw erfenis?

God spreekt vandaag tot Zijn volk, dat zij met hun HELE hart tot Hem moeten terugkeren. Hij heeft beloofd dat Hij "in ons lot een keer zal brengen" (Deuteronomium 30:3), dat Hij ons zal verlossen uit de hand van de vijand ... ziekte ... financiele gebondenheid. Hij heeft beloofd ons barmhartig te zijn.

Mozes heeft geprofeteerd:"De Here, uw God, zal u brengen naar het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het bezitten en Hij zal u weldoen en u talrijker maken dan uw vaderen." (Deuteronomium 30:5)

Het wordt tijd dat wij onze erfenis in bezit nemen!

Als Gods volk van vandaag, tijdens Gods oogstperiode van de eindtijd, zich afkeert van het volgen van hun eigen wegen en het genot van deze wereld en beginnen met hun hele wezen God te dienen en te gehoorzamen ... naar geest, ziel en lichaam ... dan zal God HERSTEL gaan geven.

Als wij met ons HELE hart tot Hem terugkeren, zullen al deze verbondsbeloften ons inhalen en zullen wij onze erfenis in bezit nemen!

"De HERE, uw God, zal u in overvloed het goede schenken bij al het werk uwer handen, in de vrucht van uw schoot, in de vrucht van uw vee, in de vrucht van uw bodem, want de HERE zal weer behagen in u hebben, u ten goede, zoals Hij behagen had in uw vaderen." (Deuteronomium 30:9)

Deze belofte is voor de Gemeente van vandaag!

Het is nu de tijd dat Gods volk moet ophouden met door de 'woestijn' te zwerven!

Het is nu tijd dat wij gaan erkennen wie wij zijn als mede-erfgenamen in het Koninkrijk van God!

Het wordt tijd dat wij onze verbondsrechten en -voorrechten leren kennen!

Het wordt tijd dat wij gaan wandelen in de verbondsrelatie met God, zodat wij ons dagelijks de verbondsbeloften toeëigenen om de noden in ons leven op te lossen!

Het wordt tijd dat wij de 'Eigendomsakte' van onze erfenis 'beetpakken' en opeisen wat wettig van ons is!

God is het verbond dat Hij met Abraham, Isaak en Jakob gesloten heeft niet vergeten. Hij heeft een eeuwig verbond met ons ingesteld, dat Hij bezegeld heeft met Zijn eed, die Hij nooit zal breken.

Het doel dat God had, toen Hij dat eeuwige verbond met ons sloot, is niet veranderd! God verlangt ernaar ons, als Gods geestelijk Israel, te zegenen boven de natien der aarde. Binnen de bepalingen van Zijn verbond heeft Hij ervoor gezorgd dat aan al onze noden en behoeften NU tegemoet gekomen wordt, hier op aarde!

Als Abrahams zaad hebben wij AL de beloften die onder het Oude Verbond aan Israel gedaan waren, geërfd, en zelfs nog grotere beloften.

AL Gods beloften zijn ja en amen, d.w.z. bevestigd en vervuld, in en door Christus (2 Korintiers 1:20).

ALLE verbondsbeloften zijn voor eeuwig bezegeld en in werking getreden door het AL-VERMOGENDE bloed van Jezus!

Zeg het hardop:"Als lid van Gods geestelijk Israel heb ik ALLE verbondsbeloften van God geërfd!"

Voordat u uw erfenis ten volle in bezit kunt nemen, moet u WETEN wat u rechtmatig toekomt. U moet de verbondsbeloften, die u toebehoren, KENNEN eer u ze in uw leven kunt toepassen.

Hoor wat de Geest van God zegt. Ontvang dat in uw geest. Dit is het uur dat Gods volk in Zijn volheid moet gaan wandelen en Zijn heerlijkheid ... alles wat Hij heeft en is ... aan de wereld moet gaan manifesteren. Voor u dit kunt doen, moet u uw erfenis in bezit nemen.

"Want de HERE, uw God, heeft u gezegend in al het werk uwer handen; Hij heeft uw tocht door deze grote woestijn gekend; deze veertig jaar was de HERE, uw God, met u, gij hebt aan niets gebrek gehad." Deuteronomium 2:7

TIJDENS HUN TOCHT DOOR DE WOESTIJN BETOONDE GOD ZICH EEN VADER VOOR ISRAËL.

Tijdens hun omzwervingen door de woestijn vergat God Zijn verbond dat Hij met Abraham, Isaak en Jakob gesloten had niet.

Hoewel zij voortdurend tegen Hem rebelleerden, bleef de Heer Zelf hun voorgaan en de weg wijzen. Zoals een vader die voor zijn zonen zorgt, voorzag Hij voortdurend in hun behoeften. Hij gaf hun manna te eten en deed in de woestijn van Sin water uit de rots stromen. Hun kleren versleten niet en er was niemand die het ook maar aan iets ontbrak. In al hun behoeften werd voorzien! (Deuteronomium 2:7; 29:5)

Nadat de Heer hen in de woestijn op de proef gesteld had om te zien of zij Hem zouden gehoorzamen, bracht Hij ze opnieuw naar het Beloofde Land.

Maar voordat zij hun erfenis in bezit konden nemen, wilde God dat de kinderen Israëls het verbond dat hij op de berg Sinaï met hen gesloten had, opnieuw bevestigden.

Op de velden van Moab riep Mozes de gehele natie Israel samen ... de oudsten, ambtsdragers, vrouwen, kinderen, knechten en alle vreemdelingen onder hen. Hij bracht hun ongehoorzaamheid en rebellie tegen God in herinnering ... evenals de grote tekenen en wonderen die God gedaan had toen Hij ze uit Egypte bevrijd had ... en het verbond dat God op de berg Sinaï met hun gesloten had, toen Hij hun van aangezicht tot aangezicht ontmoet had.

Hij las alle wetten en verordeningen waarvan God hun geboden had dat zij ze moesten gehoorzamen voor en herinnerde hen toen aan de verbondsbeloften, die God hun op de berg Sinaï gegeven had. Hij zei:"Onderhoud dus het gebod, de inzettingen en verordeningen, die Ik u heden gebied na te komen. Het zal geschieden, omdat gij aan deze verordeningen gehoor geeft en ze naarstig onderhoudt, dat de HERE, uw God, jegens u het verbond en de goedertierenheid zal bevestigen, die Hij aan uw vaderen met een eed bekrachtigd heeft; Hij zal u liefhebben, zegenen en talrijk maken; Hij zal zegenen de vrucht van uw schoot en de vrucht van uw bodem, uw koren, most en olie, de worp van uw runderen en de dracht van uw kleinvee, in het land, waarvan Hij uw vaderen gezworen heeft, dat Hij het u geven zou. Gezegend zult gij zijn boven alle volken; er zal geen onvruchtbare zijn onder uw mannen of vrouwen, noch onder uw vee. De HERE zal alle ziekten van u afwenden, en geen van de boze kwalen van Egypte, die gij kent, zal Hij u opleggen, maar Hij zal die brengen over allen die u haten." (Deuteronomium 7:11-15)

Bovendien hield Mozes hun de zegeningen voor, die hen in het land dat God hun gegeven had zouden INHALEN vanwege hun gehoorzaamheid. Sla Deuteronomium 28 op en lees het hele hoofdstuk.

Mozes waarschuwde hen ook voor alle verschrikkelijke vervloekingen die over hen zouden komen als zij God niet gehoorzaamden en zich niet hielden aan het verbond dat Hij met hun gesloten had (Deuteronomium 28:15-68).

Nadat Mozes de wetten, voorwaarden, zegeningen en vervloekingen van Gods verbond met hen aan hen had voorgelegd, zei Mozes:"Onderhoudt dan naarstig de woorden van dit verbond, opdat gij voorspoedig alles volbrengen moogt wat gij doet. Allen staat gij heden voor het aangezicht van de HERE, uw God, uw aanvoerders, uw stamhoofden, uw oudsten en uw opzieners, alle mannen van Israel; uw kinderen, uw vrouwen en de vreemdelingen in uw legerplaats, zelfs de houthakkers en waterputters, om toe te treden tot het verbond van de HERE, uw God, tot dit met een vervloeking bekrachtigd verdrag, dat de HERE, uw God, heden met u sluit, opdat Hij u heden als zijn volk bevestige en u tot een God zij, zoals Hij u toegezegd heeft, en uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft. Niet met u alleen sluit Ik dit verbond en dit met een vervloeking bekrachtigd verdrag, maar zowel met ieder, die zich hier bij ons bevindt en heden staat voor het aangezicht van de HERE, onze God, als met ieder, die heden hier niet bij ons is. (Deuteronomium 29:9-15)

De kinderen Israëls hadden het verbond dat God op de berg Sinaï met hun gesloten had, verbroken, zij hadden geweigerd zijn stem te gehoorzamen, zij hadden hun verbondsbeloften verspeeld, en degenen die tegen God gerebelleerd hadden, waren in de woestijn gestorven. Toch liet God hen niet in de steek en ook vergat Hij Zijn verbond met Abraham, Isaak en Jakob niet!

Hier op de vlakten van Moab had God ooit, toen zij het land dat God hun vaderen had beloofd gingen innemen, Zijn hand uitgestrekt en de Israelieten verzameld om hen als Zijn volk aan te nemen. Hij bevestigde Zijn verbondsbeloften aan hen opnieuw en vroeg van hen dat zij zouden beloven dat zij Hem zouden liefhebben en gehoorzamen.

Op die dag werden zij voor de keuze gesteld. Mozes zei tegen het volk:"Ik neem heden de hemel en de aarde tegen u tot getuigen; het leven en de dood stel ik u voor, de zegen en de vloek; kies dan het leven, opdat gij leeft, gij en uw nageslacht, door de HERE, uw God, lief te hebben, naar zijn stem te luisteren en Hem aan te hangen, want dat is uw leven en waarborg voor een langdurig wonen in het land, waarvan de HERE uw vaderen, Abraham, Isaak en Jakob, gezworen heeft, dat Hij het hun geven zou." (Deuteronomium 30:19-20)

De natie Israel bevestigde op de berg Sinaï opnieuw het verbond dat God met hun vaderen gesloten had. Op die dag gingen zij een bloedverbondsrelatie met God aan. Net zoals God een bloedverbondsrelatie met Abraham als 'verbondsvriend' was aangegaan , werd Hij de 'verbondsvriend' van Zijn uitverkoren volk Israel. Die dag kregen zij met God een verbondsrelatie, die de allerbelangrijkste band van eenheid vormde, die een nauwere band schiep dan mogelijk was door natuurlijke afstamming, en die Hij onder ede beloofde te onderhouden.

In deze relatie werd alles wat God had, Israëls eigendom. Hij werd hun God. Hij werd voor hun alles wat zij nodig hadden of ooit nodig zouden hebben. Hij werd de vijand voor hun vijanden. De kinderen Israëls werden Zijn volk ... een heilige natie ... Gods eigen hooggeschatte bezit. Zij erfden alle verbondsbeloften die God hun gegeven had.

Jozua en de kinderen Israëls staken de Jordaan over en namen hun erfenis in bezit. Als uiterlijk teken van hun verbond met God, beval God dat alle mannen en jongens die in de woestijn geboren waren, besneden moesten worden (Jozua 5:2-7).

Zij gingen het Beloofde Land binnen. God dreef hun vijanden op de vlucht. Hij maakte hen sterk en machtig. Hij vermenigvuldigde en zegende hen boven alle naties op aarde. Hij deed hun alles gelukken en gaf hun de buit van hun vijanden. Hij vestigde hen als een heilig volk. Zij genoten een overvloed aan eten, zilver en goud, vee, huizen en land.

Toch vergaten zij God. Zij braken het verbond dat God met hun gesloten had.

Zij werden opstandig en weigerden God te gehoorzamen. Zij keerden Hem de rug toe en liepen hun afgoden achterna. Zij bedroefden Gods hart. Hij smeekte en waarschuwde hen telkens weer, toch weigerden zij te luisteren.

God sprak tot Israel door Jeremia:"Hoort de woorden van dit verbond en doet ze. Want nadrukkelijk heb Ik uw vaderen betuigd ten dage dat Ik hen uit het land Egypte voerde tot op deze dag, vroeg en laat: Hoort naar mijn stem. Maar zij hoorden niet, noch neigden hun oor, doch zij wandelden allen in de verstoktheid van hun boos hart: dus bracht Ik over hen al de woorden van dit verbond, dat Ik geboden had te houden, maar dat zij niet hebben gehouden. ... Er wordt een samenzwering gevonden onder de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem. Zij zijn teruggekeerd tot de ongerechtigheden van hun voorvaderen, die weigerden naar mijn woorden te horen, en zij zijn andere goden achternagelopen om die te dienen; het huis van Israel en het huis van Juda hebben het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten had verbroken. (Jeremia 11:6-10)

Het enige wat God in Zijn verbond met Israel geeist had was dat zij Hem zouden liefhebben, dienen en gehoorzamen met heel hun hart, ziel, verstand en kracht. Door hun ongehoorzaamheid verspeelden zij hun erfenis. Alle vervloekingen die God in Zijn verbond genoemd had, daalden op de natie Israel neer en rusten nog steeds op hen, als herinnering aan het feit dat zij het verbond dat God met hun gesloten had, verbroken hebben.

Hoewel Gods toorn ontstoken werd tegen Israel en Hij de vervloekingen van het verbond over hen bracht, toch vergat Hij niet het verbond dat Hij met Abraham, Isaak en Jakob gesloten had!

"Ik zal de gunstbewijzen des HEREN vermelden, de roemrijke daden des HEREN, naar alles wat de HERE ons heeft gedaan en naar de grote goedheid jegens het huis Israëls, welke Hij het betoond heeft naar zijn barmhartigheid en naar zijn vele gunstbewijzen. Hij zeide: Zij zijn toch mijn volk, kinderen, die niet trouweloos worden, en Hij werd hun tot een Verlosser. In al hun benauwdheid was ook Hij benauwd, en de Engel zijns aangezichts heeft hen gered. In zijn liefde en in zijn mededogen heeft Hij zelf hen verlost en Hij hief hen op en droeg hen al de dagen van ouds." Jesaja 63:7-9

GOD ZOND EEN ENGEL OM ISRAËL NAAR HET BELOOFDE LAND TE LEIDEN.

Van alle naties van de aarde koos Hij Israel uit. Hij maakte Zich aan hun bekend door grote tekenen en wonderen, toen Hij hen met sterke en machtige arm uit de Egyptische slavernij verloste.

Hij bracht ze uit Egypte naar de berg Sinaï, waar Hij neerdaalde en hen persoonlijk ontmoette. In Zijn grote macht openbaarde Hij Zich aan hen, toen Hij in rook en vlammend vuur op de berg neerdaalde. Hij sprak hoorbaar tot hen vanuit het vuur.

Hij sloot Zijn verbond met hun. In Zijn verbond met hun stelde Hij ze apart als Zijn eigen hooggeschat bezit. Hij vestigde hen als een heilige natie ... als koningen en priesters op aarde. Hij gaf hun specifieke verbondsbeloften, met inbegrip van het land Kanaan als erfenis.

Deze verbondsbeloften werden tezamen met de voorwaarden en bepalingen van het verbond opgeschreven in het 'Boek des Verbonds', dat besprenkeld werd met het bloed van het offerdier. Deze besprenkeling met het bloed bezegelde het en maakte het wettig bindend (Hebreeen 9:19-20).

Dit Boek des Verbonds werd de 'eigendomsakte' van hun erfenis. Het was het 'bewijs van hun wettig eigendomsrecht'.

God beloofde Israel:

1. Zich een vijand te tonen tegenover hun vijanden,

2. hun vijanden voor hen op de vlucht te jagen,

3. hun dagelijkse voorraden te zegenen,

4. ziekte van hen af te nemen,

5. alle miskramen en onvruchtbaarheid af te wenden,

6. hun dagen op aarde te verlengen,

7. hun 'een land vloeiende van melk en honing' te geven ... het hele land dat zich uitstrekte van de Rode Zee en de Middellandse Zee enerzijds, tot aan de woestijn en de Eufraat anderzijds.

Al deze verbondsbeloften die God Israel gaf, waren gebaseerd op hun bereidheid te gehoorzamen en Zijn verbond met hun te bewaren.

God gaf hun een SPECIALE GELEIDE mee om hen te leiden tot aan de plaats die Hij voor hen bereid had. Hij beloofde ze:"Zie, Ik zend een engel voor uw aangezicht, om u te bewaren op de weg en om u te brengen naar de plaats, die Ik bereid heb. Neem u voor hem in acht en luister naar hem, wees tegen hem niet wederspannig, want hij zal uw overtredingen niet vergeven, want mijn naam is in hem. Maar indien gij aandachtig naar hem luistert, en alles doet, wat Ik zeg, zal Ik uw vijanden vijandig bejegenen, en benauwen die u benauwen. Want mijn engel zal voor uw aangezicht gaan en u brengen naar de Amoriet, de Hethiet, de Perizziet, de Kanaaniet, de Chiwwiet en de Jebusiet, en Ik zal hen vernietigen." (Exodus 23:20-23)

God beloofde een 'Engel' voor hen uit te zenden om hen te bewaren, te bewaken en te leiden. Deze 'Engel' was geen gewone engel. Door het gehele Oude Testament heen, wordt Hij 'de Engel des Heren' genoemd, of 'de Engel Zijns aangezichts'. De profeet Jesaja schreef over hem in de begeleidende Bijbeltekst boven dit hoofdstuk.

In deze verzen spreekt Jesaja over de 'Engel Zijns aangezichts', die met Israel was in al hun rampen ... hen leidde en voor hen zorgde tijdens de 40 jaar in de woestijn.

Deze Engel des Verbonds was van goddelijke oorsprong. God zei:"Mijn naam is in hem" (vers 21). Als Gods Naam in deze Engel was, wilde dat zeggen dat Zijn goddelijke natuur in Hem was. Hij was EEN met Hem.

Deze Engel des Verbonds Die God zond om hen te leiden en de weg te wijzen naar het Beloofde Land was niemand anders dan Jezus Christus, de Zoon van God voor Hij in het vlees kwam!

Sta daar eens even bij stil.

Niet alleen koos God van alle naties op aarde Israel uit om Zijn verbondsvolk te zijn ...

Niet alleen verloste Hij ze op wonderbare wijze uit Egypte ...

Niet alleen bracht Hij ze naar de berg Sinaï, waar Hij een ontmoeting met ze had van aangezicht tot aangezicht ...

Niet alleen sloot Hij een bloedverbond met hun ...

Niet alleen gaf Hij hun als erfenis verbondsbeloften en een land 'vloeiende van melk en honing' ...

De Here Jezus Christus ... de eeuwige Zoon van God Die vanaf de schepping bij God was geweest ... werd uitgezonden om ze te leiden, te onderwijzen, te beschermen en de weg te wijzen naar het land dat God hun beloofd had!

Wilden zij de verbondsbeloften beerven en het Beloofde Land in bezit nemen, dan moesten zij gehoorzamen: dit was Gods eis. Hij zei Mozes en de kinderen Israëls dat zij de stem van de Engel ... de Zoon van God voor Zijn menswording ... moesten gehoorzamen, en alles doen wat Hij sprak (vers 22). In de mate dat zij gehoorzaamden, zouden zij de beloofde zegeningen erven.

De Heer Zelf leidde de kinderen Israëls overdag door een wolkkolom en 's nachts door een vuurkolom naar het land dat God hun als erfenis gegeven had. Hij bracht hen naar Kades-Barnea, waar Hij hun het land toonde en hun zei binnen te trekken en het in bezit te nemen.

God had beloofd hun vijanden voor hen uit weg te drijven. Hij had hun Kanaan als onderdeel van hun erfenis gegeven. Het was wettig hun eigendom. Maar omdat hun hart vol vrees en ongeloof was, weigerden zij te gehoorzamen. Zij kwamen tegen God in opstand en BRAKEN HET VERBOND dat Hij met hun gesloten had.

Als gevolg van hun ongehoorzaamheid ... hun vrees en ongeloof ... namen zij hun erfenis niet in bezit. Zij verspeelden Gods verbondsbeloften en werden gedwongen 40 jaar door de woestijn te zwerven. Allen die 20 jaar waren en ouder, die tegen God gerebelleerd hadden, stierven in de woestijn (Numeri 14:29-30).

"Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt." Ezechiel 36:27

GOD HEEFT ONS EEN BIJZONDERE BEGELEIDER GEGEVEN ... DE HEILIGE GEEST.

God zond de 'Engel Zijns aangezichts' ... de Here Jezus Christus, de eeuwige Zoon van God ... voor de kinderen Israëls uit om hun vijanden te verdrijven, en om henzelf te beschermen, begeleiden en de weg te wijzen naar het Beloofde Land. Overdag leidde Hij hen met een wolkkolom en 's nachts door een vuurkolom. Al naar gelang hun gehoorzaamheid aan Hem zouden zij de beloofde zegeningen beerven.

Onder het Nieuwe Verbond heeft God ons een BIJZONDERE BEGELEIDER geschonken ... de Heilige Geest ... om ons de geboden van God te leren en ons te leren ernaar handelen, en om ons te begeleiden en de weg te wijzen naar de plaats die Hij ons bereid heeft. Hij heeft Zijn Geest binnen in ons geplaatst om ons Zijn wegen te leren.

God zei tegen Israel:"Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt." (Ezechiel 36:27)

Jezus zei:"En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn. ... maar de Trooster, de Heilige Geest, die de Vader zenden zal in mijn naam, die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb." (Johannes 14:16-17, 26)

Wij hebben de Heilige Geest niet alleen om ons te onderwijzen, te leiden en begeleiden naar het beloofde land ... die hemelse stad, het Nieuwe Jeruzalem ... wij hebben Hem ook opdat Hij in ons werkt om ons de wil en de kracht te schenken om het verbond dat God met ons gesloten heeft te bewaren ... om in gehoorzaamheid aan Hem te wandelen.

Een van de redenen waarom zo velen van Gods volk tegenwoordig hun erfenis niet in bezit hebben genomen, is dat zij niet door de Heilige Geest geleid worden. Zij streven ernaar Gods geboden in (de kracht van) hun eigen vlees te bewaren en in gehoorzaamheid aan Hem te wandelen, in plaats van te vertrouwen op de Heilige Geest in hen om hun daartoe de kracht te geven.

Het is Gods plan dat christenen alles voor God doen in de kracht van de Heilige Geest, maar velen vertrouwen op hun eigen vlees om dat te volbrengen. Dit heeft tot gevolg dat zij in slavernij leven onder het Oude Verbond, in plaats dat zij de vrijheid in de Geest onder het Nieuwe Verbond ervaren.

"Wanneer dan al deze dingen over u komen, de zegen en de vloek, die ik u voorgehouden heb, en gij dit ter harte neemt te midden van al de volken, naar wier gebied de HERE, uw God, u verdreven heeft, en wanneer gij u dan tot de HERE, uw God, bekeert en naar zijn stem luistert overeenkomstig alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel - dan zal de HERE, uw God, in uw lot een keer brengen en Zich over u erbarmen; Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken, naar wier gebied de HERE, uw God, u verstrooid heeft." Deuteronomium 30:1-3

GOD IS EEN GOD VAN HERSTEL.

Toen zij zich erop voorbereidden de Jordaan over te steken en het Beloofde Land in bezit te nemen, wist Mozes dat Israel het verbond zou breken en dat God hen onder de volken der aarde zou verstrooien. Sla uw Bijbel open en lees het hele hoofdstuk 30 van Deuteronomium.

Deze profetie was voor Israëls ZAAD. Zie de verzen 1-3:"Wanneer dan al deze dingen over u komen, de zegen en de vloek, die ik u voorgehouden heb, en gij dit ter harte neemt te midden van al de volken, naar wier gebied de HERE, uw God, u verdreven heeft, en wanneer gij u dan tot de HERE, uw God, bekeert en naar zijn stem luistert overeenkomstig alles wat ik u heden gebied, gij en uw kinderen, met geheel uw hart en met geheel uw ziel - dan zal de HERE, uw God, in uw lot een keer brengen en Zich over u erbarmen; Hij zal u weer bijeenbrengen uit al de volken, naar wier gebied de HERE, uw God, u verstrooid heeft." Deuteronomium 30:1-3

Mozes profeteerde hun HERSTEL! De kinderen Israëls braken het verbond met God. Zij raakten hun verbondsbeloften kwijt. Alle vervloekingen van het verbond daalden op hen neer. In Zijn toorn keerde God Zijn aangezicht van hen af. Maar Hij vergat Zijn verbond met Abraham, Isaak en Jakob niet. Hij veranderde het plan, dat Hij een volk wilde hebben, niet!

Wanneer in de komende tijd de 'volheid der heidenen' is binnengegaan (Romeinen 11:24-25), zal er een grote herleving komen onder het Joodse volk. Dan komt er een dag van redding voor Israel. Zij zullen zien op Hem Die zij doorstoken hebben (Zacharia 12:10). Dan zal hun hart besneden worden.

Wanneer zij met hun hele hart tot God terugkeren en in gehoorzaamheid gaan wandelen, zal Hij ze samen brengen. Zij zullen met de heidenen tot EEN lichaam verenigd worden. Jezus heeft gezegd:"Het zal worden een kudde, een herder." (Johannes 10:16) Wij zullen God samen dienen als mede-erfgenamen van een nieuwe natie ... Gods geestelijk Israel ... het Koninkrijk van God!

Kijk eens naar Deuteronomium 30:6-9:"En de HERE, uw God, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, zodat gij de HERE, uw God, liefhebt met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leeft. De HERE, uw God, zal al deze vervloekingen op uw vijanden en uw haters leggen, die u vervolgd hebben. Gij zult weer naar de stem des HEREN luisteren en al zijn geboden volbrengen, die ik u heden opleg. De HERE, uw God, zal u in overvloed het goede schenken bij al het werk uwer handen, in de vrucht van uw schoot, in de vrucht van uw vee, in de vrucht van uw bodem, want de HERE zal weer behagen hebben, u ten goede, zoals hij behagen had in uw vaderen."

In deze verzen sprak Mozes over de zegeningen die eens over Zijn volk zouden komen als gevolg van hun intrede in het Nieuwe Verbond, waarbij hun hart besneden zou worden zodat zij God met hun hele hart zouden liefhebben en gehoorzamen. Wij beleven NU die dag. Er komt herstel voor de Joodse natie en de Gemeente ... Gods geestelijk Israel.

Wanneer heel Gods volk van vandaag met HEEL hun hart naar God terugkeert en in gehoorzaamheid aan Hem gaat wandelen ... het verbond dat Hij met hun gesloten heeft bewaart ... gaat Hij het werk van onze handen OVERVLOEDIG ZEGENEN! Onze kinderen en al wat wij bezitten zal gezegend worden! De Heer zal er behagen in scheppen ons voorspoed te schenken zoals Hij deed bij de kinderen Israëls.

"Opdat gij zoudt weten, dat de HERE, uw God, de enige God is, de trouwe God, die het verbond en de goedertierenheid houdt jegens wie Hem liefhebben en zijn geboden onderhouden, tot in duizend geslachten." Deuteronomium 7:9

WIJ ZIJN GODS VERBONDSVOLK.

Er komt een bovennatuurlijke, goddelijke zalving van God op het Lichaam van Christus!

In 1964 sprak God tot mij:"Mijn zoon, Ik zal een nieuwe zalving van Mijn goddelijke genezingskracht naar Noord-Amerika zenden.

In 1975 heb ik met al mijn partners gedeeld wat God mij geopenbaard had, en wat u kunt lezen in mijn boek 'De Nieuwe Zalving'. Sinds die tijd zijn wij getuige geweest van Gods goddelijke genezingskracht zoals die zich geopenbaard heeft in het leven van duizenden en nog eens duizenden mensen toen blinde ogen geopend zijn, dove oren gingen horen, kreupelen en lammen zijn gaan lopen en alle soorten ziekte en kwaal genezen zijn!

Maar vooral een genezing van de hele mens ... de geestelijke (innerlijke) mens ... is in het Lichaam van Christus op de voorgrond getreden.

Eens te meer heeft God mij geopenbaard dat een nieuwe, frisse ZALVING op de ware Gemeente zal komen, die ons in staat zal stellen op te staan in de Geest en het werk te volbrengen dat Hij ons in deze oogst van de eindtijd te doen gegeven heeft.

Een zalving is een specifieke, goddelijke bekrachtiging die God aan iemand geeft om een specifieke taak uit te voeren. In deze oogstperiode van de eindtijd geeft God Zijn volk een specifieke zalving ... een VERBONDSZALVING:

... die ons in staat zal stellen in Zijn 'dunamis'-kracht te wandelen ... d.w.z. het wonderwerkende vermogen van God,

... die ons in staat zal stellen onze verbondsrelatie, die wij met Hem en met elkaar hebben, te verstaan en te KENNEN

... die ons in staat zal stellen deel te hebben aan onze verbondsrechten en -voorrechten

... die de banden van de geestelijke slavernij zal verbreken en ons in staat zal stellen te wandelen in de vrijheid en de kracht van de Geest

... die zal voorzien in al onze behoeften in Christus Jezus!

Te lang reeds heeft Gods volk satan toegestaan hun meest gewaardeerde bezit te stelen ... hun GEESTELIJKE ERFENIS die hun toekomt als zonen van de levende God. Nu is het zover! Het wordt tijd dat wij satan een halt toeroepen ... om hem naar zijn kant van de streep te dwingen en terug te nemen wat wettig van ons is!

De meerderheid van de christenen vandaag heeft de 'EIGENDOMSAKTE' van hun erfenis niet in bezit genomen. Deze erfenis is gekocht en betaald. Als wettige erfgenamen in het Koninkrijk van God behoort zij hun toe. Maar door een gebrek aan kennis hebben zij haar niet vastgegrepen en leven zij als geestelijke 'misdeelden', terwijl Gods plan voor hun is dat zij priesters en koningen zouden zijn!

Onbekend met hun wettige rechten volgens het verbond dat God door Christus met hun gesloten heeft, zijn zij door satan in een hoek gedreven door lichamelijk lijden, financiele nood en gezinsproblemen, en berusten zij in de gedachte dat er niets aan te doen is.

Omdat zij niet ten volle de betekenis kennen of verstaan van het bloedverbond dat zij door Christus zijn aangegaan, leiden veel christenen een leven van zwakte.

Paulus herkende dezelfde zwakte in de gelovigen in Korinte. Over de viering van het avondmaal zei hij:"Want wie eet en drinkt, eet en drinkt tot zijn eigen oordeel, als hij het lichaam niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u velen zwak en ziekelijk en er ontslapen niet weinigen." (1 Korintiers 11:29-30)

Er waren in Korinte veel gelovigen die meededen aan het avondmaal ... die de beker van het nieuwe verbond dronken en het brood aten ... die zwak en ziekelijk waren en sommigen waren gestorven omdat ZIJ HET LICHAAM VAN DE HEER NIET ONDERSCHEIDDEN.

Paulus had het niet over hun nalatigheid in de deelname aan het avondmaal. Wel doelde hij op het feit dat veel christenen niet alles begrepen waarin Christus door het bloedverbond voorzien had, waardoor zij het zich ook niet in het geloof toeeigenden!

Aangezien zij de volle betekenis van het bloedverbond niet gevat hadden en hun bloedverbondsrelatie met Christus niet erkenden, hadden zij geen deel aan de verbondszegeningen die God hun geschonken had.

Hier zien wij dezelfde verzwakte positie die veel christenen tegenwoordig innemen!

Niet alleen leven veel christenen beneden de stand van hun geestelijke erfenis en wandelen zij niet in hun ware verbondsrelatie met God, die zij eigenlijk door Christus bezitten, zodat al hun noden opgelost worden; er zijn er zelfs die onder de slavernij van het Oude Verbond leven, en trachten God te dienen met de werken van hun vlees. Velen zijn ermee tevreden de helft van de tijd in het vlees te leven en de andere helft in de Geest.

Er zijn er die niet weten wat het betekent bevrijd van de Wet te leven, en zij hebben niet de heerlijke vrijheid ervaren die Christus schenkt door de kracht van de Heilige Geest om een heilig, toegewijd leven voor Gods aangezicht te leven.

Onze God is een God van het Verbond. Hij heeft een bloedverbond met ons gesloten dat een EEUWIG VERBOND is, dat nooit verbroken zal worden!

"Maar dit gebod heb Ik hun gegeven: Hoort naar mijn stem, dan zal Ik u tot een God en zult gij mij tot een volk zijn, en wandelt op de ganse weg die Ik u gebied, opdat het u welga." Jeremia 7:23

GODS PLAN IS, DAT WIJ EEN RELATIE MET HEM KRIJGEN ALS ZIJN VERBONDSVOLK.

Toen Hij een EEUWIG verbond met Zijn volk sloot, ontwierp Hij twee verschillende verbonden om de mens als Zijn VERBONDSVOLK in een relatie tot Hem te plaatsen:

1. Het Oude Verbond dat Hij met Israel op de berg Sinaï sloot,

2. Het Nieuwe Verbond dat Hij op Golgota sloot en vervulde op de Pinksterdag.

Elk van deze verbonden vervulde een specifiek doel in Gods plan. God heeft Zich niet vergist toen Hij het Oude Verbond instelde. Het was absoluut onmisbaar voor de uitwerking van Zijn doel.

Paulus geeft ons een beschrijving van deze twee verbonden in zijn brief aan de gemeente te Galatie:"Er staat immers geschreven, dat Abraham twee zonen had, een bij de slavin en een bij de vrije. Maar die van de slavin was naar het vlees verwekt, doch die van de vrije door de belofte. Dit is iets, waarin een diepere zin ligt. Want dit zijn twee bedelingen: de ene van de berg Sinaï, die slaven baart, dit is Hagar. Het (woord) Hagar betekent de berg Sinaï in Arabië. Het staat op een lijn met het tegenwoordige Jeruzalem, want dat is met zijn kinderen in slavernij. Maar het hemelse jeruzalem is vrij; en dat is onze moeder. ... Daarom, broeders, zijn wij geen kinderen ener slavin, maar van de vrije." (Galaten 4:22-26, 31)

In het huis van Abraham, de vader der getrouwen, werden twee zonen geboren ... Ismael, die geboren werd uit Hagar, de slavin, en Isaak, geboren uit Sara, de vrije vrouw. Ismael werd geboren naar het vlees en de wil van de man, Isaak werd geboren door de belofte en de kracht Gods.

Paulus vergeleek het Oude Verbond met Ismael, dat afhankelijk was van het vlees en de wil van de mens. Het Nieuwe Verbond vergeleek hij met Isaak, omdat het gebaseerd is op geloof en de leven-gevende kracht van de Heilige Geest.

Bij elk verbond zijn er twee partijen betrokken. Het verbond staat of valt met de trouw van elk van de partijen om zich te houden aan de afgesproken voorwaarden ervan.

Het Oude Verbond dat God met Israel sloot, was geheel afhankelijk van de gehoorzaamheid van de mens aan de Wet. Hij openbaarde de Wet en Zijn geboden door Mozes, en toen zei Hij tegen het volk:"Maar dit gebod heb Ik hun gegeven: Hoort naar mijn stem, dan zal Ik u tot een God en zult gij mij tot een volk zijn, en wandelt op de ganse weg die Ik u gebied, opdat het u welga." (Jeremia 7:23)

Het was de mens onmogelijk in zijn zondige staat de Wet te houden en alle geboden die God hun gegeven had te gehoorzamen. Nog voordat Mozes met de stenen tafelen met daarop de tien geboden van de berg Sinaï afdaalde, hadden de Israelieten zich van God afgekeerd. Zij hadden de Almachtige God, Jehova, de rug toegekeerd en waren begonnen een gouden kalf te aanbidden dat zij met hun eigen handen gemaakt hadden.

Israel was ongehoorzaam en Gods verbond werd gebroken! Door hun ongehoorzaamheid verspeelden zij de beloofde voorrechten van het Oude Verbond en oogstten zij de vervloekingen die over de ongehoorzamen uitgesproken waren. Door hun ongehoorzaamheid "krenkten zij de Heilige Israëls" (Psalm 78:41).

Misschien vraagt u zich af:"Waarom vroeg God iets van de Israelieten wat zij onmogelijk konden? Waarom sloot God een verbond met hun in de wetenschap, dat zij het niet konden houden en dat zij het zouden blijven breken? Waarom sloot God een verbond met hun dat totaal ontoereikend was om hen van de slavernij aan de zonde te bevrijden?"

God stelde de Wet onder het Oude Verbond in met als doel om de mens te overtuigen van het afschuwelijke van de zonde ... de ellende ervan ... haar gebondenheid aan slavernij. De Wet werd de mens gegeven om hem te openbaren, dat hij zichzelf niet redden kon en dat hij een Verlosser nodig had. Paulus schreef aan de Galaten:"Waartoe dient dan de wet? Om de overtredingen te doen blijken is zij erbij gevoegd, totdat het zaad zou komen, waarop de belofte sloeg, en zij is op last van (God) door engelen in de hand van een middelaar gegeven. Een middelaar is niet (de vertegenwoordiger) van een: God echter is een." (Galaten 3:19-20)

Het Oude Verbond was slechts een voorbereiding op ... een schaduw van het Nieuwe Verbond dat God zou instellen als een EEUWIG verbond, dat niet gebroken zou worden.

(Pagina 971 Oude Testament)

"Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israel en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des HEREN. Maar dit is het verbond, dat en Ik met het huis van Israel sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des HEREN: Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn." Jeremia 31:31-33

GOD STELDE EEN NIEUW VERBOND IN DAT GEBASEERD IS OP BETERE BELOFTEN.

Onder het Oude Verbond was het de Israelieten onmogelijk in gehoorzaamheid aan God te wandelen en zij leefden onder vloek der wet. Terwijl zij niet in staat waren de Wet te vervullen en in gehoorzaamheid aan God te wandelen, werden zij geplaagd door de vervloekingen die waren uitgesproken over de ongehoorzamen. Dit was alles bedoeld om hun te brengen tot het einde van hun eigen kunnen ... om hun te tonen dat zichzelf totaal niet konden redden ... om hun te tonen dat zij een Verlosser nodig hadden.

God vergat niet het verbond dat Hij met Abraham, Isaak en Jakob gesloten had.

Op de vastgestelde tijd stelde Hij, zoals Hij beloofd had, een NIEUW, BETER verbond in en heiligde Hij een NIEUWE NATIE ... Zijn geestelijk Israel ... en zette Hij hen apart, die de zonen van de levende God genoemd worden!

God beloofde door de profeet Jeremia:"Zie, de dagen komen, luidt het woord des HEREN, dat Ik met het huis van Israel en het huis van Juda een nieuw verbond sluiten zal. Niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen gesloten heb ten dage dat Ik hen bij de hand nam, om hen uit het land Egypte te leiden: mijn verbond, dat zij verbroken hebben, hoewel Ik heer over hen ben, luidt het woord des HEREN. Maar dit is het verbond, dat en Ik met het huis van Israel sluiten zal na deze dagen, luidt het woord des HEREN: Ik zal hun tot een God zijn en zij zullen Mij tot een volk zijn." Jeremia 31:31-33

Onder dit Nieuwe Verbond heeft God ons uitverkoren uit alle volken en naties op aarde. Hij is in een bloedverbondsrelatie tot ons komen te staan. Hij heeft ons door het machtige bloed van Jezus verlost en bevrijd uit satans handen ... uit de slavernij aan de zonde. Hij heeft ons hart besneden, ons van zonde gereinigd, Zijn wetten in ons hart geschreven, en Hij heeft ons de WIL en de MACHT gegeven om Hem lief te hebben en te gehoorzamen.

Hij heeft ons apart gezet als Zijn heel persoonlijk hoog geschat bezit. Hij heeft Zijn Geest in ons hart geplaatst en wij zijn Zijn kinderen geworden. Hij heeft ons gevestigd als een heilige natie ... koningen en priesters op deze aarde. Hij heeft ons tot mede-erfgenamen met Jezus gemaakt en Hij heeft ons een erfenis gegeven die nooit zal verbleken of haar kracht zal verliezen!

Onder het Nieuwe Verbond zijn wij, als Gods geestelijk Israel, in een verbond met God gekomen, dat is gegrondvest op betere beloften!

"Want de ziel van het vlees is in het bloed en Ik heb het u op het altaar gegeven om verzoening over uw zielen te doen, want het bloed bewerkt verzoening door middel van de ziel." Leviticus 17:11

GODS EEUWIGE BLOEDVERBOND

Door het bloed van Jezus is ELKE verbondsbelofte van kracht geworden. De verbondsbeloften zijn niet er afhankelijk van of wij genoeg geloof hebben of niet. De verbondsbeloften van God zijn vandaag waarachtig en net zo krachtig als de dag dat God ze tot bestaan gesproken heeft. Zij zijn krachtig door de kracht van het bloed dat Jezus voor ons vergoten heeft. Hun werking hangt af van het volmaakte offer van een leven dat in 100 procent gehoorzaamheid aan God geleid werd.

Veel christenen vandaag de dag genieten niet de verbondszegeningen die God hun geschonken heeft, omdat zij denken dat zij een groot geloof moeten hebben om genezen te worden ... om het geld dat zij nodig hebben te ontvangen ... om deel te hebben aan alle rijkdommen die God voor hun bereid heeft. Met als gevolg dat zij het grootste deel van hun tijd bezig zijn met hun geloof zo op te bouwen dat zij kunnen ontvangen wat zij nodig hebben.

Gods verbondsbeloften zijn niet afhankelijk van ons, maar van Gods trouw en de kracht van Jezus' bloed. Wilt u de kracht van de verbondsbeloften ten volle gaan begrijpen, dan moet u eerst gaan verstaan wat de betekenis en de kracht van het bloed is, dat ze bezegeld heeft en dat de verbondsbeloften in werking heeft gezet.

Het eeuwige verbond dat God met de mens gesloten heeft, is geen alledaags verbond of gewone overeenkomst, het is de intiemste en heiligste vorm van het verbond dat er ooit bestaan heeft. Het is een bloedverbond.

In het geval van het bloedverbond in de primitieve wereld was er sprake van twee personen die een verbond sloten en een werden als 'verbondsvrienden' doordat zij deel hadden aan hetzelfde bloed.

Er is leven in het bloed. God zei tegen Mozes:"Want de ziel van het vlees is in het bloed en Ik heb het u op het altaar gegeven om verzoening over uw zielen te doen, want het bloed bewerkt verzoening door middel van de ziel." (Leviticus 17:11)

Bloed is een levende stroom van leven, het brengt voeding en zuurstof naar de andere delen van het lichaam. Bij een gemiddelde volwassene circuleert het bloed tweemaal per minuut door het lichaam. Geen enkel deel van het lichaam kan leven zonder deze stroom van het bloed.

De meeste volwassenen hebben om en nabij de zes liter bloed. Elke kubieke millimeter bloed ter grootte van een speldeknop bevat ongeveer 5.500.000 levende cellen. De levensduur van de cellen varieert van 110 tot 120 dagen. Het lichaam produceert iedere seconde bijna twee miljoen nieuwe cellen om het verlies aan te vullen!

Bij de Israelieten gold het bloed als heilig. Wanneer zij aan God offerden, werd dat niet gedaan met een onverschillige en slordige houding tegenover het leven. Het bloed vertegenwoordigde het leven van het offerdier. Als het dier gedood werd, werd het bloed in een kom opgevangen.

Toen de kinderen Israëls uit Egypte bevrijd werden, werd hun opgedragen een lam te slachten, het bloed te nemen en dat op de deurposten en de drempel van het huis te sprenkelen. Dan moesten zij in het huis binnengaan en er tot de volgende ochtend te blijven. Niets kon hun deren onder de bescherming van het bloed. Wie het huis binnenkwam mocht geen voet op de drempel zetten, omdat het bloed heilig geacht werd.

In de wetten die God Israel gaf zei Hij hun:"Gij zult van generlei vlees bloed eten, want de ziel van alle vlees is het bloed. Ieder die het eet, zal uitgeroeid worden." (Leviticus 17:14)

Aangezien het bloed het leven zelf is, stond het geven van het bloed gelijk met het geven van het leven; het ontvangen van het bloed stond gelijk met het ontvangen van het leven. Als twee mensen een bloedverbond sloten waarbij hun bloed vermengd werd, stelde dat een eenwording voor ... een vereniging (of vermenging) van hun beider leven. Het bloed vertegenwoordigde een binding (of toewijding) tot de dood en 'bezegelde' het verbond. Het hield in dat het verbond nooit verbroken zou worden.

In het geval van het bloedverbond dat God met Abraham sloot, werd het verbond tussen hen beide bezegeld en bekrachtigd door het bloed. God gebood Abraham drie dieren te nemen, ze te klieven tot aan de ruggegraat en elke helft tegenover de andere te leggen, om zo een pad van bloed te vormen waarover hij kon lopen. Nadat de zon ondergegaan was, openbaarde God Zichzelf in de vorm van een rokende oven en een brandende lamp en bewoog Hij Zich over het pad van bloed.

Als teken van hun bloedverbondsrelatie eiste God van Abraham en zijn zaad dat zij zich lieten besnijden. Abraham gaf van zijn eigen bloed en droeg het teken van zijn bloedverbondsrelatie met God in zijn eigen lichaam.

In het geval van het bloedverbond met Israel, werd het verbond tussen hen en God bezegeld en bekrachtigd door het bloed. Nadat hij brandoffers en vredeoffers op het altaar geofferd had, nam Mozes de helft van het bloed en bracht dat op het altaar. Dit werd gedaan om verzoening te doen ... om een reiniging van de zonden van het volk te bewerken.

Israel was zondig. Zij sloten dit verbond niet met een heilig en rechtvaardig God omdat zij zelf rechtvaardig waren. Het was omwille van Gods trouw aan Zijn verbond met Abraham, en Zijn grote liefde voor hun dat zij tot dit verbond toetraden.

Na de voorlezing van het 'Boek des Verbonds', waarin de voorwaarden en beloften van het verbond stonden, besprenkelde Mozes zowel het 'Boek des Verbonds' als het volk en sprak daarbij deze woorden:"Zie, het bloed van het verbond dat de HERE met u sluit, op grond van al deze woorden." (Exodus 24:8)

Door de besprenkeling met het bloed werd het 'Boek des Verbonds' van kracht en wettig bindend.

Het bloed dat op het altaar gesprenkeld werd, werd ook gesprenkeld op het 'Boek des Verbonds' en op het volk. Maar niet eerder dan dat het aangeboden en aanvaard was bij het altaar.

De besprenkeling van het volk met het bloed betekende dat zij gereinigd werden van hun zonden en voor God als een heilig volk geheiligd en apart gezet werden. Het volk en God werden door het bloed van het offer samengebonden.

Niet de dood van het offer of het gebroken lichaam van het dier, maar het bloed reinigde en zuiverde voor eeuwig het volk en bezegelde het verbond ... de overeenkomst tussen God en Israel. "(In feite) wordt onder de Wet bijna alles gereinigd door middel van bloed, en zonder bloedstorting is er noch bevrijding van zonde en schuld, noch kwijtschelding van de verdiende en rechtvaardige straf voor de zonden" (Hebreeen 9:22; de Uitgebreide Bijbelvertaling).

God eiste het offer en de bloedsprenkeling op het altaar, omdat dat sprak van een beter offer dat nog zou komen. Alle bloedoffers onder het Oude Verbond waren noodzakelijk om het volk te tonen dat het bloed van stieren en bokken hun zonden nooit kon wegnemen, en waren een schaduw van het ENE volmaakte Offer ... de Messias ... hun verlosser die zou komen.

Op de tijd die God bepaald had werd er een nieuw verbond ingesteld en bezegeld; niet met het bloed van dieren, maar met het reine en zondeloze 'lam zonder vlek of smet' ... de Zoon van de levende God!

Jezus kwam gewillig naar de aarde om Zich als het volmaakte Offer aan te bieden, om Zijn bloed te geven opdat wij tot een bloedverbondsrelatie met God zouden kunnen toetreden, zodat wij voor eeuwig als EEN samengebonden zouden worden ... en wij alles zouden erven wat God heeft en is.

Toen Christus de wereld binnenkwam, zei Hij:"Slachtoffer en offergave hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij een lichaam bereid; in brandoffers en zondoffer hebt Gij geen welbehagen gehad. Toen zeide Ik: zie, hier ben Ik - in de boekrol staat van Mij geschreven - om uw wil, o God, te doen." (Hebreeen 10:5-7)

Niet Zijn dood, zelfs niet Zijn kostbare gebroken lichaam, bezegelde het Nieuwe Verbond. Het was Zijn bloed.

Onder het Oude Testament was gehoorzaamheid Gods enige eis. Met zijn zondige natuur was de mens niet in staat in gehoorzaamheid te wandelen en het bloedverbond dat God met hem gesloten had, te bewaren, en daardoor verspeelde hij zijn erfenis. Jezus kwam en voldeed aan die eis. Hij werd het volmaakte Offer voor de zonde van de mens omdat Hij in menselijke gedaante naar de aarde gekomen was en 100 procent GEHOORZAAM aan God geweest was. Jezus vervulde de Wet!

Daarom is er kracht in Jezus' bloed om ons te reinigen van onze zonden en ons eeuwig leven te schenken. Door de eeuwen heen zijn er velen geweest die hun leven hebben gegeven voor hun geliefden en voor hun land. Maar slechts een Man ... de Zoon van de levende God ... leidde een zondeloos leven van 100 procent gehoorzaamheid aan God. Door Zijn gehoorzaamheid "is Hij een oorzaak van eeuwig heil geworden" (Hebreeen 5:9). Juist door Zijn gehoorzaamheid werd Zijn bloed eens en voor altijd aanvaard als het volmaakte en enige offer voor de zonden der wereld.

Er is KRACHT in Zijn bloed! Er zijn vandaag de dag mensen in de kerken die niet willen dat het bloed van Jezus nog genoemd wordt in hun liederen. Ik heb nieuws voor ze waar ze van zullen opkijken! Zonder Jezus' bloed is er geen vergeving ... is er geen hoop ... is er geen leven.

Als onze grote hogepriester heeft Jezus Zijn bloed aangeboden in het Heilige der heiligen:"Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping, en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed, eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf. Want als (reeds) het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen." (Hebreeen 9:12-14)

Jezus werd de Middelaar van het Nieuwe Verbond. DOOR ZIJN BLOED zijn wij in een bloedverbondsrelatie met God gekomen, waarbij wij EEN met Hem zijn geworden. Jezus bloed is vermengd met het onze!

Door Zijn bloed hebben wij de vergeving en ontvangen wij macht over de zonde!

Door Zijn bloed hebben wij deel gekregen aan Zijn goddelijke natuur!

Door Zijn bloed hebben wij een erfenis die nooit aan kracht zal inboeten.

Door Zijn bloed hebben wij alle verbondsbeloften van God geërfd!

Jezus heeft Zijn bloed niet alleen op het Heilige der heiligen 'gesprenkeld' voor onze zonden, Hij heeft het ook 'gesprenkeld' op het 'Boek des Verbonds' ... de Heilige Schrift , waardoor Zijn bloedverbond met ons voor eeuwig bezegeld en bekrachtigd is.

ELKE verbondsbelofte is voor eeuwig bezegeld en in werking getreden door het AL-VERMOGENDE bloed van Jezus! Er is absoluut geen enkele manier waarop ongeacht welke verbondsbelofte van God ooit kan falen ... GEEN ENKELE!

Nu u dit weet, moet u ... net als Abraham ... deze verbondsbeloften in het geloof vastgrijpen en ze u dagelijks voor de noden en behoeften in uw leven toeëigenen.

"Zie, Ik zend mijn bode, die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal; plotseling zal tot zijn tempel komen de Here, die gij zoekt, namelijk de Engel des verbonds, die gij begeert. Zie, Hij komt, zegt de HERE der heerscharen." Maleachi 3:1

JEZUS WAS DE ENGEL VAN HET NIEUWE VERBOND.

Jezus was gekomen om het Oude Verbond, dat gebaseerd was op het offeren van dieren, te vervangen en eens voor altijd het Nieuwe Verbond in te stellen, dat gebaseerd is op een enkel Offer ... Zijn eigen leven ..., zodat de mens voor altijd bevrijd zou worden van zijn zonden. Daarna was er geen ander offer meer nodig!

Maleachi had over deze dag geprofeteerd:"Zie, Ik zend mijn bode, die voor mijn aangezicht de weg bereiden zal; plotseling zal tot zijn tempel komen de Here, die gij zoekt, namelijk de Engel des verbonds, die gij begeert. Zie, Hij komt, zegt de HERE der heerscharen." (Maleachi 3:1)

Jezus is de ENGEL van het verbond, omdat Hij het kwam instellen en afkondigen!

Toen zij samen het Pascha vierden, zette Jezus aan het eind van de maaltijd het Nieuwe Verbond uiteen. Hij nam het ongezuurde brood, zegende het, brak het en gaf hun ervan te eten. Toen nam Hij de beker wijn ... 'de beker der dankzegging' ... dankte en zei tegen Zijn discipelen:"Want dit is het bloed van mijn verbond, dat (de overeenkomst bekrachtigd en) voor velen vergoten wordt tot vergeving van zonden." (Matteus 26:28; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

Het ongezuurde brood stelde Jezus' lichaam voor ... Zijn vlees ... dat aan het kruis gebroken zou worden. De beker wijn vertegenwoordigde Zijn bloed. Zijn lichaam en Zijn bloed vertegenwoordigden Zijn hele Wezen, dat Hij gewillig aan God offerde om de vergeving van zonden en om de mens volledig te verlossen van de macht der zonde.

Er was slechts een manier waarop het Nieuwe Verbond verklaard kon worden van kracht te zijn en wettig bindend kon worden. Lees van Hebreeen hoofdstuk 9, de verzen 11 tot en met 28, hardop.

Kijk nu aandachtig naar de verzen 16 tot en met 18:"Want waar een testament is, moet noodzakelijk van de dood van de erflater melding gemaakt worden; een testament toch wordt alleen van kracht, indien er iemand gestorven is, daar het nog geen gevolg heeft, zolang de erflater leeft. Daarom is ook het eerste (verbond) niet zonder bloed ingewijd." (Hebreeen 9:16-8) Wilde het Nieuwe Verbond ingesteld kunnen worden, dan moest Christus Zichzelf als het volmaakte Offer aanbieden, dat als enige voldoende was om de mens van de zonde te verlossen en de werken van de duivel te verbreken. Door Adams ongehoorzaamheid kwamen de zonde en de dood in de wereld. Om de mens voor Zichzelf terug te winnen zond God Jezus ... Zijn eniggeboren Zoon. Door de kracht van de Heilige Geest leefde Jezus (in Zijn menselijke gedaante) een volmaakt en zondeloos leven en wandelde Hij in 100 procent gehoorzaamheid aan God.

Het was door Zijn gehoorzaamheid dat Hij het volmaakte Offer en de Oorzaak van eeuwig heil werd. Door Zijn gehoorzaamheid tot de dood werd Zijn bloed aanvaard als het Offer dat als enige genoegzaam was om de zonden van de mens weg te nemen en hem voor God terug te winnen. "Want, gelijk door de ongehoorzaamheid van een mens zeer velen zondaren geworden zijn, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van een zeer velen rechtvaardigen worden." (Romeinen 5:19)

Door Zijn dood, Zijn verbroken lichaam en de storting van Zijn bloed, werd het Nieuwe Verbond van kracht. Jezus werd de MIDDELAAR van het Nieuwe Verbond. "En daarom is Hij de middelaar van een nieuw verbond, opdat, nu Hij de dood had ondergaan om te bevrijden van de overtredingen onder het eerste verbond, de geroepenen de belofte der eeuwige erfenis ontvangen zouden." (Hebreeen 9:15)

Er is maar een manier om in een bloedverbondsrelatie met God te komen ... door Jezus Christus, Die de Middelaar van het Nieuwe Verbond is. Door Hem en Hem alleen ontvangen wij de belofte van onze eeuwige erfenis.

Toen Jezus in de bovenzaal Zijn discipelen het ongezuurde brood en de beker wijn aanreikte, stelde Hij niet zomaar een nieuw religieuze ceremonie in die de Kerk moest invoeren. Hij bood hun LEVEN aan. Het ongezuurde brood en de beker wijn waren een symbolische voorstelling van Hemzelf, Die de Bron van leven was en is!

Wat een heilig en glorieus ogenblik was dat toen zij het Pascha samen vierden! Het heilige Lam van God, geslacht vanaf de grondlegging der wereld, kreeg deel aan een bloedverbondsrelatie ... de heiligste, duurzaamste eenheid die mogelijk was ... met hun. Deze eenheid was sterker dan door natuurlijke afstamming mogelijk was. De beker die zij samen dronken vertegenwoordigde Zijn bloed, dat Hij zou vergieten, opdat zij als EEN samengebonden zouden kunnen worden met Hem en met elkaar.

Net zoals God neergedaald was, tussen de offerdieren was doorgegaan en een bloedverbondsrelatie had gesloten met Abraham als Zijn 'verbondsvriend' ...

Net zoals God was neergedaald, Israel van aangezicht tot aangezicht ontmoet had op de berg Sinaï, en een bloedverbondsrelatie was aangegaan met Israel als Zijn 'verbondsvriend' ...

Net zo kwam Jezus, de Zoon van de levende God, (in menselijke gedaante) naar de aarde en ging Hij een bloedverbondsrelatie aan met de discipelen als Zijn 'verbondsvriend'.

Jezus zei hun:"Niemand heeft grotere liefde, dan dat hij zijn leven inzet voor zijn vrienden. Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied. Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet, wat zijn heer doet; maar u heb Ik vrienden genoemd, omdat Ik alles, wat Ik van mijn Vader gehoord heb, u heb bekend gemaakt." (Johannes 15:13-15)

In deze relatie als 'verbondsvrienden' was alles wat Christus bezat van hun. Zijn leven werd hun leven. Hij nam hun zwakheden op Zich en Zijn kracht werd hun kracht. Hun vijanden werden Zijn vijanden. Hij beloofde plechtig hen nooit te verlaten of te begeven. Hij zei:"Zie, Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld." (Matteus 28:20) Wat Hij zei, kwam hierop neer:"Ik ben voor altijd de uwe. Dit is mijn bloed ... mijn leven ... het is van u!"

Hij gaf hun Zijn Naam, die alles vertegenwoordigde wat Hij was ... Zijn macht en autoriteit. Hij zei:"Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en u aangewezen - Ik heb u aangesteld en u geplant - opdat gij zoudt heengaan en vrucht dragen en uw vrucht zou blijven, opdat de Vader u alles geve, wat gij Hem bidt in mijn naam (als vertegenwoordiging van alles wat IK BEN)." (Johannes 15:16; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

Toen Jezus dit bloedverbond met Zijn discipelen sloot, zette Hij de voorwaarden van dit Nieuwe Verbond uiteen. Net zoals Gods bloedverbond met Abraham en Israel 100 procent gehoorzaamheid eiste, net zo eist het Nieuwe Verbond 100 procent gehoorzaamheid. Jezus heeft gezegd:"Gij zijt mijn vrienden, indien gij doet, wat Ik u gebied." (Johannes 15:14)

Hij zei:"Indien gij mijn geboden bewaart, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik de geboden mijns Vaders bewaard heb en blijf in zijn liefde." (Johannes 15:10)

Onder het Nieuwe Verbond moeten wij GEHOORZAMEN ... in 100 procent gehoorzaamheid aan God wandelen ... net zoals Christus een leven van 100 procent gehoorzaamheid aan God leidde en gehoorzaam was tot de dood. Wij moeten DEZELFDE toewijding aan en DEZELFDE verbintenis met de gehoorzaamheid hebben als Christus had!

Er zijn vandaag de dag christenen die zeggen dat het niet langer nodig is de geboden te gehoorzamen ... dat Christus de Wet weggedaan heeft ... dat wij onder de genade leven en dus de geboden niet meer hoeven te gehoorzamen. Jezus is de Wet niet komen ontbinden of vernietigen, maar om haar te vervullen (Matteus 5:17). Hij kwam in menselijke gedaante en leidde in de kracht van de Heilige Geest een volmaakt leven van 100 procent gehoorzaamheid aan de Vader.

Er zijn vandaag de dag christenen die zeggen dat het niet mogelijk is in 100 procent gehoorzaamheid aan God te leven. Maar dat is wel mogelijk! Jezus heeft bewezen dat het mogelijk is en Hij heeft het u mogelijk gemaakt hetzelfde te doen. Hij heeft DEZELFDE Heilige Geest in u geplaatst, Die het u mogelijk maakt!

Net zoals God van Abraham en Israel eiste dat zij gehoorzaam waren voor zij hun erfenis in bezit konden nemen, net zo moet Gods volk van vandaag gehoorzaam zijn, wil het de verbondsbeloften onder het Nieuwe Verbond kunnen opeisen.

Onder het Nieuwe Verbond worden al Gods geboden samengevat in een groot gebod. Jezus zei:"Een nieuw gebod geef Ik u, dat gij elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat gij ook elkander liefhebt. Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander." (Johannes 13:34-35)

Hij zei tegen Zijn discipelen:"Gelijk de Vader Mij heeft liefgehad, heb ook Ik u liefgehad; blijft in mijn liefde - ga voort met Mij in Zijn liefde. ... dit is mijn gebod, dat gij elkander liefhebt, gelijk Ik u heb liefgehad. ... Dit gebied Ik u, dat gij elkander liefhebt." (Johannes 15:9, 12, 17; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

Willen wij in een bloedverbondsrelatie met God kunnen wandelen, waarbij wij ons dagelijks de verbondsbeloften die Hij ons gegeven heeft, toeëigenen, dan moeten wij gehoorzaam zijn ... dan moeten wij elkaar liefhebben met DEZELFDE liefde die de Vader had voor Zijn Zoon, en DEZELFDE liefde die Christus voor ons had, waardoor Hij bereid was voor ons te sterven.

De voorwaarde die aan ons gesteld wordt, is, dat wij Gods liefde manifesteren, willen wij Zijn verbondsbeloften kunnen opeisen. Wij moeten de andere leden van Christus' lichaam vurig liefhebben, met een liefde die ons niet alleen gewillig maakt, indien nodig, ons leven tot in de dood voor ze in te zetten; maar ook dat wij in een liefdevolle dienst aan anderen ons leven onzelfzuchtig afleggen, zoals Jezus een dienstknecht voor ons is geworden.

Hoe kan dit mogelijk worden? De natuurlijke mens bezit niet deze eigenschap van liefde. Onze liefde wisselt net zozeer als onze emoties. Hoe wij het ook proberen, wij kunnen dit soort liefde niet produceren. Hoe gaan wij deze liefde aan elkaar en aan de wereld tentoonspreiden? Hoe gaan wij aan dit grote gebod voldoen?

In Zijn gebed voor de Gemeente voordat Hij aan het kruis ging, verschaft Hij ons het antwoord. Hij zei:"En Ik heb hun uw naam bekend gemaakt en Ik zal hem bekend maken, opdat de liefde, waarmede Gij mij liefgehad hebt, in hen zij en Ik in hen." (Johannes 17:26)

Onder het Nieuwe Verbond heeft God dezelfde liefde, die Hij voor Jezus had ... dezelfde liefde die Jezus voor ons had ... in ons geplaatst, waardoor het ons mogelijk is elkaar lief te hebben met Zijn 'agape' liefde!

Wat wij vandaag de dag in het Lichaam van Christus nodig hebben is een nieuwe openbaring van Zijn liefde, die Hij in ons geplaatst heeft, opdat er een nieuwe manifestatie van die liefde kan zijn, die uitgaat naar elkaar en naar de wereld.

Gods liefde in ons is het aanwijzende kenmerk ... de uiterlijke tentoonspreiding ... het bewijs, dat wij in een bloedverbondsrelatie met God zijn gekomen! Jezus heeft gezegd:"Hieraan zullen allen weten, dat gij discipelen van Mij zijt, indien gij liefde hebt onder elkander." (Johannes 13:35)

De wereld zal de grootste manifestatie van kracht zien, die zij ooit ervaren heeft, wanneer wij toestaan, dat Zijn liefde door ons heen tentoongespreid wordt.

"Ja, Ik zal een eeuwig verbond met hen sluiten, dat Ik Mij niet van achter hen afwenden zal en dat Ik hun wel zal doen, en mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken; Ik zal Mij over hen verblijden en hen weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel mijn ziel. Want zo zegt de HERE: Zoals Ik al deze zware rampspoed over dit volk gebracht heb, zo breng Ik over hen al het heil, dat Ik over hen verkondig." Jeremia 32:40-42

JEZUS VERKLAARDE DE BELOFTEN VAN HET NIEUWE VERBOND.

Als Boodschapper of Engel van het verbond kondigde Jezus de voorwaarden van het Nieuwe Verbond, af dat Hij kwam instellen. Hij gaf de discipelen ook specifieke verbondsbeloften die voor hun waren als zij gehoorzaam waren.

1. Zij zouden EEN worden met Hem.

Jezus zei:"Als iemand Mij (werkelijk) liefheeft, zal Hij Mijn Woord bewaren - Mijn onderricht gehoorzamen; en Mijn Vader zal hem liefhebben, en Wij zullen tot hem komen en Onze intrek nemen (onze verblijfplaats, speciale woning hebben) bij hem." (Johannes 14:23; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

God heeft Zijn Geest in ons geplaatst. Hij heeft ons tot Zijn eigen zonen en dochters gemaakt! Onder het Nieuwe Verbond woont Hij binnenin ons. Wij zijn een geworden met Hem. "Maar die zich aan de Here hecht, is een geest (met Hem)." (1 Korintiers 6:17) Jezus zei:"Te dien dage zult gij weten, dat Ik in mijn Vader ben en gij in Mij en Ik in u." (Johannes 14:20)

2. Hij zou de Heilige Geest zenden Die IN hen zou zijn.

Jezus zei hun:"En Ik zal de Vader bidden en Hij zal u een andere Trooster geven om tot in eeuwigheid bij u te zijn, de Geest der waarheid, die de wereld niet kan ontvangen, want zij ziet Hem niet en kent Hem niet; maar gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn." (Johannes 14:16-17)

Onder het Nieuwe Verbond heeft God Zijn Geest binnen in ons geplaatst om ons te leiden in alle waarheid, om Gods wil aan ons te openbaren, om alle dingen die Hij voor ons bereid heeft aan ons te openbaren en om ons alle dingen te leren.

Hij heeft Zijn Geest binnen in ons geplaatst om ons de wil, de kracht en het vermogen te geven om in gehoorzaamheid aan God te wandelen.

Hij heeft Zijn Geest binnen in ons geplaatst om ons de 'dunamis' wondermacht van God te geven.

Hij heeft Zijn Geest binnen in ons geplaatst om ons macht te geven over heel de legermacht van de vijand.

Hij heeft Zijn Geest binnen in ons geplaatst om ons macht over de zonde te geven.

Hij heeft Zijn Geest binnen in ons geplaatst om ons te hervormen naar het beeld van Jezus.

Hij heeft Zijn Geest binnen in ons geplaatst om ons de macht en autoriteit te geven nog grotere werken te doen dan Hij gedaan heeft.

Hij heeft Zijn Geest binnen in ons geplaatst om ons de bovennatuurlijke gaven van de Geest te schenken om de wereld genezing en verlossing te kunnen toebedelen.

3. Zij zouden nog grotere werken kunnen doen dan Hij gedaan heeft.

Jezus zei hun:"Ik verzeker u, Ik verklaar u plechtig, als iemand standvastig in Mij gelooft, zal hij zelf ook de dingen kunnen doen die Ik doe; en hij zal nog grotere dingen doen dan deze, omdat Ik naar de Vader ga." (Johannes 14:12; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

4. Zij zouden macht en autoriteit hebben in Zijn Naam.

Jezus zei:"En Ik zal doen - Ik Zelf zal toestaan - wat gij ook in Mijn naam vraagt (en aanbieden alles wat IK BEN), opdat de Vader in (door) de Zoon verheerlijkt en verhoogd zal worden. (Ja) Ik zal toestaan - voor u doen - wat gij Mij ook in Mijn Naam vraagt (en u aanbieden alles wat IK BEN)." (Johannes 14:13-14; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

"... Ik verzeker u, verklaar allerplechtigst, dat Mijn Vader u zal verlenen wat gij ook in Mijn Naam vraagt (Hij zal aanbieden al wat IK BEN). Tot nu toe hebt gij nog helemaal niets in Mijn Naam gevraagd, (dat wil zeggen, aanbiedende alles wat IK BEN) maar vraag nu en blijf vragen en u zult ontvangen, dan zal uw vreugde (blijdschap, verrukking) volledig en compleet zijn." (Johannes 16:23-24)

Onder het Oude Verbond hadden de Israelieten geen directe toegang tot God. Zij moesten door de hogepriester tot God gaan. Onder het Nieuwe Verbond hebben wij niet alleen directe toegang tot de Vader ... tot het Heilige der heiligen ... Jezus heeft ons Zijn Naam gegeven. Hij heeft ons beloofd dat Hij ALLES, WAT HET OOK IS, voor ons zal doen, als wij het vragen in Zijn Naam.

In deze verzen heeft Jezus geen beperkingen genoemd voor wat wij kunnen vragen. Hij heeft niet gezegd dat wij wel voor onze geestelijke noden kunnen bidden, maar niet voor onze lichamelijke. Hij heeft niet gezegd dat wij niet voor onze financiele noden mogen bidden. Eigenlijk zei Jezus:"Ik geef u Mijn Naam. Wat het ook is dat u nodig heeft in uw leven ... welke ook de problemen zijn die opgelost moeten worden ... wat u ook begeert dat gedaan moet worden ... VRAAG het IN MIJN NAAM en blijf vragen en u zult het ontvangen." Deze ene verbondsbelofte voorziet in al uw noden!

5. Hij zou hun een plaats bereiden waar zij bij Hem konden zijn.

Jezus zei hun:"In het huis mijns Vaders zijn vele woningen - anders zou Ik het u gezegd hebben - want Ik ga heen om u plaats te bereiden." (Johannes 14:2)

Onder het Oude Verbond gaf God de Israelieten het land Kanaan als erfenis. Onder het Nieuwe Verbond heeft God ons de hemelse stad, het 'Nieuwe Jeruzalem', gegeven, waar wij Hem van aangezicht tot aangezicht zullen zien en voor eeuwig met Hem zullen leven!

6. Hij zou wederkomen.

Hij zei:" ... en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat ook gij zijn moogt, waar Ik ben." (Johannes 14:3)

Jezus heeft beloofd:"Ik kom weder." Onder het Oude Verbond zagen de Israelieten uit naar een Messias die hen uit de handen van hun vijanden zou verlossen en hun natie in de oude glorie zou herstellen. Hun ogen waren verblind en zij hebben Hem bij Zijn eerste komst niet ontvangen. Onder het Nieuwe Verbond hebben wij de belofte dat Hij wederkomt om ons tot Zich te nemen.

Al deze verbondsbeloften en nog meer behoort ons NU toe onder het Nieuwe Verbond! Gods doel met het instellen van Zijn eeuwige verbond met ons is niet veranderd. Hij heeft beloofd: "... Ik zal Mij niet van achter hen afwenden, Ik zal hen wel doen ... Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen ... Ik breng over hen al het heil, dat Ik over hen verkondig." (Jeremia 32:40-42)

"En de priester zal met zijn vinger een deel van het bloed van het zondoffer nemen en dat strijken aan de horens van het brandofferaltaar; het overige bloed zal hij aan de voet van het brandofferaltaar uitgieten. Maar al het vet zal hij op het altaar in rook doen opgaan, zoals het vet van het vredeoffer. Zo zal de priester over hem verzoening doen voor zijn zonde, en het zal hem vergeven worden." Leviticus 4:25-26

JEZUS WERD AANGESTELD ALS DE HOGEPRIESTER VAN HET NIEUWE VERBOND.

Nadat Hij de voorwaarden en de verbondsbeloften uiteengezet had, hief Jezus, de Grote Hogepriester van het Nieuwe Verbond, Zijn ogen ten hemel en bad Hij voor Zijn discipelen en voor al degenen die dit bloedverbond met Hem zouden sluiten.

Onder het Oude Verbond had God Aaron, zijn zonen en de stam Levi aangesteld om als priesters te dienen. Als iemand niet van de stam Levi was, mocht hij niet als priester dienen. Het volk mocht niet rechtstreeks met haar vragen en noden naar God gaan. Zij moesten tot God naderen door de priesters en alleen de priesters hadden toegang tot het Heilige der heiligen.

Eenmaal per jaar, op de Grote Verzoendag, ging de priester het Heilige der heiligen binnen, waar deze eerst voor zichzelf een offer voor de zonden bracht en dan voor de zonden van het volk. Hij sprenkelde het bloed van de stieren en bokken op de genadetroon en op het altaar om de zonden van het volk te verzoenen.

God stelde dit priesterschap onder het Oude Verbond in als een schaduw van de ene Grote Hogepriester, Die zou komen om de zonden weg te nemen. Toen Jezus Zijn positie als Hogepriester van het Nieuwe Verbond innam, was deze oude orde van priesters niet meer nodig.

Onder het Oude Verbond moesten degenen die priesters wilden worden van de stam Levi zijn. Jezus werd Hogepriester van het Nieuwe Verbond "... niet ... krachtens een wet met een voorschrift betreffende vleselijke (afkomst), maar krachtens een onvernietigbaar leven." (Hebreeen 7:16)

Wij hebben op dit moment een Hogepriester die niet sterft ... Een Die altijd leeft ... Een Die een blijvend priesterschap heeft!

In tegenstelling tot de aardse priesters, heeft God door met een eed Jezus AANGESTELD als onze Hogepriester. "... genen zijn zonder eed priester geworden, maar deze met een eed bij monde van Hem, die tot Hem sprak: De Here heeft gezworen en het zal Hem niet berouwen: Gij zijt priester in eeuwigheid - in zoverre is Jezus ook van een beter verbond borg geworden. En zij zijn in groter getale priester geworden, omdat zij door de dood verhinderd werden het te blijven, doch Hij heeft, juist doordat Hij in eeuwigheid blijf, een priesterschap, dat op geen ander kan overgaan. Daarom kan Hij ook volkomen behouden, wie door hem tot God gaan, daar Hij altijd leeft om voor hen te pleiten." (Hebreeen 7:20-25)

God zwoer een eed ... een eed die Hij onmogelijk kan breken ... en stelde daarmee Jezus aan als blijvende Hogepriester van Zijn verbond met ons. Zijn eed staat voor eeuwig vast. Hij is onveranderlijk! Die eed wordt onze zekerheid. Hij wordt onze kracht!

Omdat wij weten dat Jezus een blijvend priesterschap heeft, weten wij dat Hij op dit moment voor ons tussenbeide treedt. Hij leeft ervoor om voor ons voorbede te doen. Hij doet voortdurend voorbede voor ons.

Aangezien Hij een blijvend priesterschap heeft, is Jezus de 'Borg' ... de GARANTIE ... van Gods Nieuwe Verbond met ons. Hij staat er BORG voor dat God alles zal doen wat Hij beloofd heeft. Hij staat er ook borg voor dat wij Gods verbond trouw zullen bewaren.

Daar in de bovenzaal bad Jezus, als onze Grote Hogepriester, toen Hij bezig was Zich voor te bereiden om Zich als het Offer voor onze zonden te offeren. Hij pleitte bij God voor ons. Hij wist, dat Hij terugging naar de Vader. Hij wist dat Hij tegenover de legermacht van de vijand zou komen te staan. Hij wist, dat Hij beproefd en verzocht zou worden. Hij wist, dat Zijn verbondsvolk iets nodig had, waarmee zij een sterke en machtige legermacht op aarde zouden kunnen worden, zoals Hij Zich voor ons voorgenomen had.

Kunt u zich voorstellen hoe Hij daar Zijn ogen ten hemel hief? "... Heilige Vader, bewaar hen in uw naam, welke Gij Mij gegeven hebt, dat zij een zijn zoals Wij." (Johannes 17:11)

Jezus zei:"Vader, bewaar hen ... maak hen een." Hij bad toen de volmaakte wil van de Vader voor ons! Toen God heel in het begin al Zijn verbond met Abraham sloot, was het Zijn doel de mens tot een relatie met Hem te brengen waarin wij EEN met Hem zouden zijn; zodat Hij ze kon vervullen met Zijn glorie ... alles wat Hij heeft en is ... Zijn liefde, Zijn wil, Zijn zegeningen!

Jezus' verbondsgebed, dat wij een met Hem en met elkaar zouden zijn, is in het Nieuwe Verbond vervuld! God verhoorde Jezus' gebed en toen de tijd daartoe gekomen was, plaatste Hij BINNEN IN Zijn volk een goddelijke Persoon om hen EEN te maken.

(Plaatje Pagina 96 O.T.)

"Spreekt tot de gehele vergadering van Israel als volgt: op de tiende van deze maand zal ieder voor zich een stuk kleinvee nemen, familiesgewijs, een stuk kleinvee per gezin. Maar indien een gezin te klein is voor een stuk kleinvee, dan zullen hij en de naaste buurman van zijn gezin er een nemen, naar het aantal personen; gij zult bij het stuk kleinvee rekenen met ieders behoefte. Een gaaf, mannelijk, eenjarig stuk kleinvee moet gij nemen; gij kunt dit nemen van de schapen of van de geiten. En gij zult het bewaren tot de veertiende dag van deze maand; dan zal de gehele vergadering der gemeente van Israel het slachten in de avondschemering. Vervolgens zal men van het bloed nemen en dit strijken aan de beide deurposten en de bovendorpel, aan die huizen, waarin men het eet. Het vlees zullen zij dezelfde nacht eten; zij zullen het eten op het vuur gebraden, met ongezuurde broden, benevens bittere kruiden. Rauw of gaar gekookt in water zult gij het niet eten; slechts op het vuur gebraden met kop, schenkels en ingewanden. Gij zult daarvan niets overlaten tot de morgen; wat ervan overblijft tot de morgen, dat zult gij met vuur verbranden. En aldus zult gij het eten: uw lendenen omgord, uw schoenen aan uw voeten en uw staf in uw hand; overhaast zult gij het eten; het is een Pascha voor de HERE."

Exodus 12:3-11

JEZUS, GODS PAASLAM

"Neemt, eet; dit is Mijn lichaam."

Jezus brak het brood, zegende het en gaf het aan Zijn discipelen.

Toen nam Hij een beker, vulde hem met de vrucht van de wijnstok, zegende die en gaf het hun met de woorden:"... Drinkt allen daaruit. Want dit is het bloed van mijn verbond, dat voor velen vergoten wordt, tot vergeving van zonden." (Matteus 26:27-28)

Wat een heerlijk moment in het plan en doel van God!

Daar in die bovenzaal vierde Jezus, ter voorbereiding van het afleggen van Zijn leven ... om door het vergieten van Zijn bloed Zichzelf te geven als offer voor de zonden der wereld ... een verbondsmaal met Zijn discipelen, dat het einde betekende van het Oude Verbond en de instelling van een NIEUW en BETER verbond.

Dit was het uur dat God vanaf de grondlegging der wereld bepaald had!

Dit was de dag waarop Hij zou toetreden tot een bloedverbondsrelatie met de mens, een relatie die bezegeld was met het bloed van Zijn eniggeboren Zoon!

Op deze dag zou het enige volmaakte Offer op het altaar van de Almachtige God aangeboden worden!

Het offeren van lammeren en de bloedbesprenkeling van de mensen en het altaar onder het Oude Verbond zouden niet meer nodig zijn. Er waren meer dan 1400 jaar verstreken sinds de instelling van het verbond op de berg Sinaï. Alle bloedoffers die vanaf die tijd gebracht waren, hadden vooruitgewezen naar deze dag, waarop Jezus Christus ... het vlekkeloze en smetteloze Lam ...eens voor altijd als offer zou worden aangeboden om de mens te bevrijden uit satans macht en de slavernij der zonde.

Dit was een dag van BEVRIJDING ... een dag van VRIJHEID voor de gehele mensheid!

Het Oude Verbond had haar doel vervuld. Het had de mens oog in oog geplaatst met het afschuwelijke van de zonde, zijn slavernij en herendienst aan de zonde, en hem zijn nood aan verlossing getoond. Het bloed van stieren en bokken was ontoereikend gebleken bij het wegnemen van 's mensen zonde. Nu was de door God vastgestelde tijd gekomen, dat de mens zou worden bevrijd van zonde en tot een nieuwe bloedverbondsrelatie met God zou toetreden.

Jeruzalem weerklonk van de grote vreugdekreten en lofprijzingen. Honderdduizenden zich verblijdende mensen waren naar de heilige stad gekomen om het Pascha te vieren, wat de viering was van Israëls wonderbaarlijke bevrijding uit de slavernij aan Egypte. Toen hij het Beloofde Land introk, instrueerde God Mozes en de kinderen Israëls dat zij elk jaar het Pascha-feest moesten vieren (Exodus 12).

Op dit feest moest ieder huisgezin een 'vlekkeloos' lam slachten. Op de middag voor de avond van het Pascha werden de lammeren in de tempel geslacht en hun bloed werd op het altaar aan God aangeboden. Het lamsvlees werd gebraden en aan de gezinstafel opgegeten.

Tijdens dit Paasmaal werd de wijnbeker rondgereikt, gevolgd door de bittere kruiden die gedoopt waren in een rode saus van amandelen, noten, vijgen en andere vruchten. Nadat er een tweede beker met wijn was rondgegaan, verklaarde de vader van het gezin de betekenis van het offerlam en sprak hij ter overdenking over Israëls verlossing uit Egypte. Hij herinnerde hen aan de hoop op de komende Messias, Die hen van hun zonden zou verlossen en bevrijden. De laatste handeling was het rondgaan van de derde wijnbeker, de 'beker der dankzegging'.

Toen Hij Jeruzalem binnentrok, had Jezus Zijn discipelen uitgezonden om de nodige voorbereidingen te treffen zodat zij samen het Paasmaal konden vieren. Toen alles gereed was, kwamen Jezus en Zijn discipelen de bovenzaal binnen en gingen zij zitten.

Jezus zei hun:"Ik heb vurig begeerd dit Pascha met u te eten, eer Ik lijd." (Lucas 22:15) Jezus had ongetwijfeld het Pascha reeds eerder met Zijn discipelen gevierd. Maar het Pascha dat zij nu vierden was het hoogtepunt van alle Pascha's die zij ooit gevierd hadden. Het zou niet alleen hun laatste maaltijd samen zijn, het zou tevens de vervulling zijn van het Pascha. De volgende dag zou Hij het Offerlam worden ... het vlekkeloze en smetteloze 'Lam van God' ... om Zijn volk te verlossen van de slavernij aan de zonde.

Kunt u zich de emotie voorstellen die in Jezus opwelde, toen Hij het vlees van het offerlam at ... dat duidde op Zijn eigen offerdood ... en dronk van de vrucht van de wijnstok, die Zijn bloed vertegenwoordigde? Eigenlijk zei Jezus:"Ik heb vurig begeerd dit Pascha met u te eten. Dit is de dag waar Ik naar verlangd heb. Dit is de dag waar Ik voor geboren ben!"

Dit was het uur waar Hij op gewacht had, de dag waarop het doel van Zijn komst naar de aarde vervuld zou worden. Toen Hij naar de aarde kwam zei Hij:"... Slachtoffer en offergave hebt Gij niet gewild, maar Gij hebt Mij een lichaam bereid (om dat te offeren); in brandoffers en zondoffers hebt Gij geen welbehagen gehad. Toen zeide Ik: zie, hier ben Ik - (om te vervullen hetgeen) in de boekrol van Mij staat geschreven - om uw wil, o God, te doen." (Hebreeen 10:5-7; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

"Maar Christus, opgetreden als hogepriester der goederen, die gekomen zijn, is door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met handen gemaakt, dat is, niet van deze schepping, en dat niet met het bloed van bokken en kalveren, maar met zijn eigen bloed, eens voor altijd binnengegaan in het heiligdom, waardoor Hij een eeuwige verlossing verwierf. Want als (reeds) het bloed van bokken en stieren en de besprenging met de as der vaars hen, die verontreinigd zijn, heiligt, zodat zij naar het vlees gereinigd worden, hoeveel te meer zal het bloed van Christus, die door de eeuwige Geest Zichzelf als een smetteloos offer aan God gebracht heeft, ons bewustzijn reinigen van dode werken, om de levende God te dienen? Hebreeen 9:11-14

JEZUS BEZEGELDE HET NIEUWE VERBOND MET ZIJN EIGEN BLOED.

Jezus had, als Boodschapper of Engel van het Nieuwe Verbond, de voorwaarden en beloften van het verbond uiteengezet.

Als Hogepriester van het Nieuwe Verbond was Hij tussenbeide getreden voor al diegenen die door de eeuwen heen zouden geloven en het verbond met Hem zouden sluiten.

Nu was Zijn uur ... de tijd die de Vader vastgesteld had ... gekomen. Hij zou het Nieuwe Verbond voor eeuwig met Zijn eigen bloed bezegelen.

Hij zou Zichzelf offeren als het enige, VOLMAAKTE Offer, dat nodig was om het Nieuwe Verbond te bekrachtigen en wettig bindend te maken.

Na het zingen van een laatste lied met Zijn discipelen ging Jezus naar de Olijfberg, waar Hij Zich overgaf aan de Romeinse soldaten. De Zoon van God ... het Lam dat geslacht is vanaf de grondlegging der wereld ... werd als een lam ter slachting geleid (Jesaja 53:7).

Zij bespotten Hem. Zij plukten Zijn baard van Zijn gezicht. Het bloed stroomde. Zij sloegen op Zijn rug zodat hij niet meer op menselijk vlees leek. Het bloed stroomde. Zij duwden Hem een doornen kroon op het hoofd. Het bloed stroomde. Zij nagelden Zijn handen en voeten vast op het kruis. Het bloed stroomde. Zij hingen Hem in schande en schaamte aan het kruis. Zij hoonden en lachten en bespotten Hem.

Duisternis viel over de aarde. Drie lange uren hing Hij daar in onbeschrijflijke kwelling. Niemand nam Hem Zijn leven af. Hij hing aan dat kruis omdat Hij het zelf wilde. Tenslotte beval Hij met luider stem zijn geest in de handen van Zijn Vader en stierf.

Een Romeinse soldaat doorstak Zijn zijde. Het bloed stroomde.

Op die dag stichtte God een eeuwig verbond met de mens en bezegelde dat met Zijn eigen bloed ... het bloed van Zijn eniggeboren Zoon!

Reeds meer dan duizend jaar had Israel de paaslammeren geofferd en het bloed aangeboden op het altaar. Op die dag werd Jezus, toen Hij aan dat kruis hing, het Paaslam. Zijn bloed, dat uit Zijn wonden stroomde, werd een reinigende stroom ... een stroom van leven! Zijn bloed, dat stroomde, verbrak de ketenen ... de slavernij aan de zonde, die de mens gevangen had gehouden sinds Adam! Zijn bloed, dat stroomde, bevrijdde de mens en bracht hem in een heerlijke vrijheid! Zijn bloed, dat stroomde, bezegelde en bekrachtigde voor eeuwig elke verbondsbelofte!

Terwijl het bloed van het Lam van God stroomde, werden in de Tempel de paaslammeren geofferd ... voor elk huisgezin een. Volgens een telling die in die tijd voor de hogepriester gedaan werd, werden er tijdens die Paasviering ten tijde van Jezus' dood 250.000 lammeren gedood.

Stel u eens voor wat er die dag in de Tempel plaatsvond. De lucht was doortrokken van de scherpe geur van bloed. Het blaten van de angstige lammeren die erop wachtten geslacht te worden, vermengde zich met de stemmen van het volk, terwijl de Levitische priesters hen voorgingen met lofliederen.

De priesters stonden in hun witte gewaden in twee rijen voor het altaar met zilveren of gouden kommen in de hand. Wanneer het gezinshoofd de keel van het offerlam doorsneed, stond een van de priesters klaar om het bloed in een kom op te vangen. De kom werd dan doorgegeven naar de priester die het dichtst bij het altaar stond, die hem snel leeggoot op het altaar. Het bloed werd tot kleine stroompjes aan het eind van het altaar en verdween onder de Tempel.

Denk u eens in: al het bloed van meer dan 250.000 lammeren die op die dag gedood werden. God had tot Mozes gezegd:"Want de ziel van het vlees is in het bloed, en Ik heb het u op het altaar gegeven om verzoening over uw zielen te doen, want het bloed bewerkt verzoening door middel van de ziel." (Leviticus 17:11)

Denk eens aan het bloed dat op het altaar uitgegoten werd ... dat over het altaar op de marmeren vloer neerstroomde. Het bloed van die paaslammeren vertegenwoordigde het bloed ... het leven zelf ... van de Messias Die God zou zenden om hen van hun zonden te bevrijden.

Het was een vreugdevolle gelegenheid ... een feestdag ... toen zij God lofzongen om hun verlossing uit Egypte en vooruitkeken naar die heerlijke dag van vrijheid en verlossing, die komen zou.

Het bloed van de 250.000 lammeren, dat die dag op het altaar gestort was en alle bloedoffers, die sinds de dag van Mozes uitgegoten waren, waren niet voldoende om hen van de slavernij aan de zonde te bevrijden. En toch werd er op diezelfde dag, buiten de poorten van de stad, het ENE volmaakte, algenoegzame Offer aan God gebracht!

Jezus, de Hogepriester en Middelaar van het Nieuwe Verbond, was het Heilige der heiligen binnengegaan en had Zijn bloed op Gods altaar uitgegoten.

"Maar (die vastgestelde tijd kwam toen) Christus, de Messias, verscheen als Hogepriester van de betere dingen die gekomen zijn en zullen komen. (Toen) ging Hij door de grotere en meer volmaakte tabernakel, niet met (mensen)hand gemaakt, dat wil zeggen, niet van deze stoffelijke schepping, eens voor altijd het (Heilige der) heiligen (in de hemel) binnen, niet met (de kracht van) het bloed van bokken en kalveren (om daarmee verzoening tussen God en de mens te bewerken), maar met Zijn eigen bloed, nadat Hij een volledige verlossing - een eeuwige bevrijding (voor ons) - had gevonden en verzekerd." (Hebreeen 9:11-12; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

Duisternis overdekte de aarde. De aarde beefde hevig en het grote voorhangsel in de Tempel dat het heilige der heiligen afscheidde spleet in tweeen en viel neer.

Door het ENE Offer ... Zijn gebroken lichaam ... verwijderde Hij de sluier die God en de mens van elkaar scheidde, en gaf Hij ons rechtstreeks toegang tot het Heilige der heiligen zodat wij tot in de Tegenwoordigheid van God Zelf kunnen komen!

Door dat ENE Offer zijn alle zonden van de mensheid voor altoos uitgewist. Er is absoluut NIETS te doen overgebleven om Zijn eeuwige verbond met ons zeker te stellen. Er is geen offer meer nodig. Het werk is gedaan!

"Daarentegen deze Ene (Christus) is gezeten aan de rechterhand Gods, nadat Hij een enkel Offer voor onze zonden had gebracht (dat eeuwig haar kracht zal behouden). Sindsdien wacht Hij tot Zijn vijanden tot een voetbank voor Zijn voeten gemaakt zullen worden. Want door een enkel offer heeft Hij voor altijd volledig gereinigd en volmaakt hen, die toegewijd en heilig gemaakt worden." (Hebreeen 10:12-14; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

Het bloed dat die dag uit Jezus' lichaam vloeide schafte het Oude Verbond volledig af en zette het Nieuwe Verbond in werking met al haar voorzieningen van vergeving, verlossing, vrijheid, genezing tezamen met alle verbondsbeloften!

Daar in de Tempel nam het volk deel aan de ceremoniële Paasoffers. Zij prezen God voor hun op handen zijnde verlossing. En toch zagen zij niet het gebroken, bloedende lichaam van het Lam van God als het volmaakte Offer, waarin God voorzien had om hen te verlossen van hun zonden en van de vloek der Wet.

Zij begrepen niet dat hun dag van verlossing gekomen was. Zij zagen niet in dat zij bevrijd waren! Zij zagen niet wat God hun allemaal in het Nieuwe Verbond verschaft had.

U vraagt zich misschien af:"Hoe konden zij zo blind zijn? Hoe konden zij dat gebroken lichaam van Jezus zien en Hem niet herkennen als het Lam van God ... hun Verlosser ... hun Bevrijder?" Het is ook moeilijk te begrijpen hoe zij zo blind konden zijn; toch is er ook in de Kerk van vandaag een geestelijke blindheid die de ogen van vele christenen bedekt. Zij hebben (ook) Jezus niet herkend als de Middelaar van het Nieuwe Verbond.

Als de Joden die het Pascha vieren, zien zij Zijn gebroken en bloedende lichaam, maar zij zien niet in dat Zijn offer voldoende is om al hun noden op te lossen.

Onbekend met alles wat Christus onder het Nieuwe Verbond voor hun gebracht heeft, gaan zij niet die bloedverbondsrelatie met Hem aan, waardoor zij deel zouden kunnen hebben aan al Zijn zegeningen. Misschien aanvaarden zij Zijn offer als voldoende voor de vergeving van hun zonden, maar zij nemen het niet aan voor de andere noden van hun leven.

Met Zijn handen uitgestrekt zegt Christus vandaag tegen ons:"Neem, eet. Dit is Mijn Lichaam dat voor u verbroken wordt. Neem, drink Mijn bloed dat voor u vergoten wordt."

Hij heeft ons een verbondsmaal bereid en nodigt ons met Hem aan tafel te komen. Als u aan dit verbondsmaal deelneemt, is dat niet zomaar een uiterlijke ceremonie, zoals het Pascha dat de Joden gebruikten. Het betekent een bloedverbondsrelatie waarin wij ons dagelijks de beloften toeëigenen, die Hij door het offer van het gebroken, bloedende lichaam van Christus mogelijk heeft gemaakt.

Dit bedoelde Jezus ook, toen Hij tegen de Joden zei:"... Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij gij het vlees van de Zoon des mensen eet en zijn bloed drinkt, hebt gij geen leven in uzelf. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongsten dage. Want mijn vlees is ware spijs en mijn bloed is ware drank. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Gelijk de levende Vader Mij gezonden heeft en Ik leef door de Vader, zo zal ook hij, die Mij eet, leven door Mij. Dit is het brood dat uit de hemel nedergedaald is; niet gelijk de vaderen gegeten hebben en gestorven zijn; wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven." (Johannes 6:53-58)

Jezus offerde Zichzelf als een bloedoffer opdat wij een bloedverbondsrelatie met Hem zouden krijgen. Zijn bloed ... Zijn leven ... stroomt door ons! En door voortdurend deel te nemen aan Zijn vlees en Zijn bloed ... Zijn leven ... hebben wij leven, leven in overvloed.

"Daarna zal het geschieden, dat Ik mijn Geest zal uitstorten op al wat leeft, en uw zonen en uw dochters zullen profeteren; uw ouden zullen dromen dromen; uw jongelingen zullen gezichten zien. Ook op de dienstknechten en op de dienstmaagden zal Ik in die dagen mijn Geest uitstorten."

Joel 2:28-29

OP DE PINKSTERDAG STELDE GOD EEN NIEUW EEUWIG VERBOND IN.

Het Oude Verbond werd ingesteld op de berg Sinaï. God verloste de Israelieten op wonderbaarlijke wijze uit de Egyptische slavernij. In gehoorzaamheid aan God doodden zij de Paaslammeren, streken het bloed op de deurposten van hun huis en aten het Paasmaal.

Vijftig dagen later sloot God op de berg Sinaï een verbond met hun. In een machtige demonstratie van Zijn macht daalde Hij in vuur en rookwolken op de berg Sinaï neder. De berg beefde. Bliksemschichten deden de hemel oplichten. Gods bazuin weerklonk. God sprak hoorbaar tot hun en gaf hun de Wet. Ieder jaar vierden de Israelieten het Pinksterfeest (50 dagen na Pasen), als herinnering aan de dag waarop God een verbond met hun sloot en zij de Wet ontvingen.

Het Nieuwe Verbond werd gesloten te Jeruzalem ... op de berg Sion! Meer dan 1400 jaar later, op de Pinksterdag (50 dagen na Pasen), vervulde God Zijn belofte dat Hij een Nieuw Verbond met Israel zou sluiten.

In de bovenzaal zette Jezus de voorwaarden, condities en beloften van het verbond uiteen. Hij had de volmaakte wil van de Vader gebeden, dat iedereen, die dit verbond met Hem zou sluiten, een zou worden met Hem.

Aan het kruis had Hij Zich als het volmaakte Offer voor de zonde van de mens geofferd en, toen Zijn bloed vloeide, had Hij het Nieuwe Verbond voor eeuwig met Zijn bloed bezegeld. Hij vervulde het Pascha. Hij werd het Paasoffer.

Hij stond op in overwinning over de dood, de hel en het graf. Hij verscheen aan Zijn discipelen en zei hun in Jeruzalem te wachten tot de 'belofte des Vaders' vervuld zou worden.

Vijftig dagen na het Pascha ... nadat Jezus het Nieuwe Verbond met Zijn bloed bezegeld had ... toen de Pinksterdag aangebroken was, sloot God een NIEUW EEUWIG verbond met ons, dat niet gebroken kan worden. In een machtige demonstratie van Zijn macht en kracht, manifesteerde Hij Zijn Tegenwoordigheid in vurige tongen en het geluid van een machtig sterke wind.

"En toen de Pinksterdag aanbrak, waren allen tezamen bijeen." Handelingen 2:1

Honderdtwintig waren er die met slechts een doel bijeen waren gekomen ... om de 'belofte des Vaders' te ONTVANGEN. Zij waren in het geloof bijeen en GELOOFDEN en VERWACHTTEN dat zij zouden ontvangen!

"En eensklaps kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en vulde het gehele huis, waar zij gezeten waren." Handelingen 2:2

De dag waar de profeten op gewacht en naar verlangd hadden, was gekomen! De belofte des Vaders werd vervuld! Terwijl zij wachtten, hoorden zij plotseling een hemels geluid. Het luide geraas van een sterke, geweldige wind vulde de zaal! De Heilige Geest was naar Gods plan van de hemel uitgezonden.

"En er vertoonden zich aan hen tongen als van vuur, die zich verdeelden, en het zette zich op ieder van hen." Handelingen 2:3

De 'vurige tongen' die op hen rustten waren een uiterlijke manifestatie van het innerlijke werk dat de Heilige Geest op dat moment in hen verrichtte.

"En zij werden allen vervuld met de heilige Geest en begonnen met andere tongen te spreken, zoals de Geest het hun gaf uit te spreken." Handelingen 2:4

Zij ONTVINGEN de belofte des Vaders! God had Israel beloofd:"Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt." (Ezechiel 36:27) God plaatste Zijn Geest in hen. Zij werden 'gedoopt' ... totaal doordrenkt ... met de Heilige Geest.

Zij ontvingen KRACHT! Jezus had hun gezegd:"Gij zult kracht ontvangen, wanneer de Heilige Geest over u komt ..." (Handelingen 1:8). Zij ontvingen dezelfde 'dunamis' wonderwerkende kracht van God die Jezus had.

Op die dag werd het Nieuwe Verbond gesloten in een demonstratie van KRACHT van de Heilige Geest!

Jarenlang heeft de Gemeente de nadruk gelegd op de uiterlijke manifestatie van kracht, die vrijkwam als gevolg van de vervulling met de Heilige Geest ... het spreken in tongen en Gods wondermacht die in de discipelen vrijkwam. Deze zichtbare manifestaties van kracht waren het gevolg van het innerlijke werk van de Heilige Geest in het leven van de mensen.

Het doel dat God nastreefde, toen Hij de Heilige Geest zond om in Zijn volk te leven, was niet alleen maar dat zij kracht zouden bezitten om wonderen te doen.

Als wij dieper in de Geest gaan, zult u zien dat, wat er die dag in de bovenzaal in feite plaatsvond, een TRANSFORMATIE (een HERVORMING, of OMVORMING) was van al degenen, die daar bijeen waren. Niet alleen ontvingen zij de 'dunamis' wonderwerkende kracht van God om zieken te genezen en demonen uit te werpen, zij ontvingen de kracht van een OVERWINNEND leven!

Toen zij die bovenzaal verlieten, waren zij niet meer dezelfden, zij waren veranderd. Uiterlijk waren zij dezelfden, maar zijzelf waren totaal hervormd door de kracht Gods. Zij waren de bovenzaal binnengegaan als zwakke, onzekere, angstige discipelen. Zij kwamen er vol van de kracht en glorie van God weer uit!

Gods doel met het eeuwige verbond met de mens was dat Hij een volk wilde, dat Hem met hun hele wezen zou liefhebben ... naar geest, ziel en lichaam! Hij wilde een volk dat EEN zou zijn met Hem ... met verlangens en een wil die in volstrekte harmonie en eenheid zouden zijn met Zijn verlangen en wil ... die hun wil erop gezet hadden Hem te gehoorzamen.

"Ik zal hun één hart geven en een nieuwe geest in hun binnenste, en Ik zal het hart van steen uit hun lichaam verwijderen en hun een hart van vlees geven, opdat zij naar mijn inzettingen zullen wandelen en naarstig mijn verordeningen onderhouden; zij zullen Mij tot een volk en Ik zal hun tot een God zijn. Ezechiel 11:19-20

HET NIEUWE VERBOND MAAKTE HET ONMOGELIJKE MOGELIJK!

Toen God het Nieuwe Verbond instelde, deed Hij dat met als doel de mens te bevrijden van slavernij aan de zonde en aan zijn vlees ... om een nieuw hart en een nieuwe geest in zijn binnenste te scheppen en te plaatsen, om hem daarmee de wil en de macht te schenken Zijn wil te gehoorzamen en te doen!

"Want indien dat eerste (verbond) onberispelijk ware geweest, zou er geen plaats gezocht zijn voor een tweede. Want Hij berispt hen, als Hij zegt:

Zie, er komen dagen, spreekt de Here, dat Ik voor het huis Israëls en het huis Juda een nieuw verbond tot stand zal brengen.

niet zoals het verbond, dat Ik met hun vaderen maakte

ten dage, dat Ik hen bij de hand nam om hen uit het land Egypte te leiden, want zij hebben zich niet gehouden aan mijn verbond

en Ik heb Mij niet meer om hen bekommerd, spreekt de Here.

Want dit is het verbond, waarmede Ik Mij verbinden zal aan het huis Israëls na die dagen, spreekt de Here:

Ik zal mijn wetten in hun verstand leggen,

en Ik zal die in hun harten schrijven,

en Ik zal hun tot een God zijn

en zij zullen Mij tot een volk zijn.

En niet langer zullen zij een ieder zijn medeburger, en een ieder zijn broeder leren, zeggende:

Ken de Here,

want allen zullen zij Mij kennen,

van de kleinste tot de grootste onder hen.

Want Ik zal genadig zijn over hun ongerechtigheden,

en hun zonden zal Ik niet meer gedenken.

Als Hij spreekt van een nieuw (verbond), heeft Hij daarmede het eerste voor verouderd verklaard. En wat veroudert en verjaart, is niet ver van verdwijning." (Hebreeen 8:7-13)

Het enige wat God van de Israelieten onder het Oude Verbond vroeg was 100 procent GEHOORZAAMHEID. Maar het was hun onmogelijk te gehoorzamen en dus leefden zij onder de slavernij aan de Wet. Onder het Nieuwe Verbond vraagt God nog steeds dat Zijn volk voor 100 procent gehoorzaam aan Hem is. Met dit verschil, dat Hij het nu mogelijk heeft gemaakt.

Onder het Nieuwe Verbond is Gods volk niet alleen verlost van de zonde, zij zijn ook bevrijd van de slavernij aan de Wet. Door Jezus Christus, Die de Middelaar van een nog beter verbond is, ontvangen zij een nieuw hart om God lief te hebben met heel hun kracht, en om in een verbondsrelatie in 100 procent gehoorzaamheid aan Zijn wil met Hem te wandelen. In deze verbondsrelatie hebben zij ALLE beloften van het verbond geërfd.

Als u uw erfenis ... de rechten en voorrechten die u onder het Nieuwe Verbond geschonken zijn ... ten volle wilt gaan begrijpen en vastgrijpen, moet u eerst het Oude Verbond, de voorwaarden en beloften die God aan Israel gaf, verstaan.

God is in een bloedverbondsrelatie met u gekomen. Hij heeft Zich aan u verplicht met een verbond ... een wettig bindend verdrag ... dat niet verbroken kan worden. Door Zijn krachtig verbond is het Zijn grote begeerte "u goed te doen". Hij heeft alles wat u nodig heeft vastgelegd, verschaft en verzekerd in een EEUWIG verbond.

Geen enkele van de bloedverbonden die door de eeuwen heen tussen mensen gesloten zijn, is in de verste verte te vergelijken met het bloedverbond dat God met ons gesloten heeft. Hij heeft Zich aan ons verbonden met een verbond ... een wettig bindende overeenkomst ... een onverbreekbaar verdrag!

Hij heeft de voorwaarden, condities en zegeningen van Zijn verbond, dat in al onze noden voorziet, uiteengezet!

Hij heeft Zich onder ede verbonden Zich aan het verbond te houden en het te grondvesten als een altoosdurend ... eeuwig ... verbond!

Hij heeft voorzien in een bloedoffer en het verbond tussen Hem en ons bezegeld met het kostbare bloed van Jezus!

Hij heeft ons Zijn mantel van macht en autoriteit omgehangen en ons Zijn heerlijkheid ... alles wat Hij heeft en is ... geschonken!

Hij is in een bloedverbondsrelatie met ons gekomen, waarin Hij ons EEN met Hem gemaakt heeft en Hij heeft ons de al-vermogende Naam van Jezus gegeven!

Hij heeft beloofd al onze vijanden te verdrijven, aan onze zijde te staan, ook al worden wij door de dood omringd, en ons nooit de rug toe te keren of ons te verlaten!

Hij heeft ons een verbondsmaal bereid ... een gemeenschapstafel ... en heeft ons uitgenodigd in een innige VERBONDSRELATIE met Hem te komen wandelen!

Dit is de eigenlijke naleving (of: viering) van de Tafel des Heren! (Of: dit is wat de viering eigenlijk inhoudt, waar het eigenlijk om gaat!)

De Gemeenschap of het avondmaal is niet de uiterlijke ceremonie waar wij van tijd tot tijd in onze gemeentes aan deelnemen. De naleving, of viering, van de gemeenschap of de Tafel des Heren betekent te wandelen in een verbondsrelatie met God. Het is een dagelijkse omgang waarbij wij het lichaam van de Heer onderscheiden ... onze verbondsrelatie met God herkennen en erkennen ... en ons dagelijks door het geloof onze verbondsrechten en -voorrechten toeëigenen!

De kinderen Israëls erfden onder het Onder Verbond de beloften niet ... zij "krenkten de Heilige Israëls." Krenkt u, beperkt u de "Heilige Israëls"? Legt u een beperking op aan hetgeen God voor u doen wilt door het verbond dat Hij met u gesloten heeft?

Wandel in de openbaring, dat God in een machtige bloedverbondsrelatie met u gekomen is, waarin Hij u een gemaakt heeft met Hem. U heeft alles geërfd wat Hij heeft en is!

(Plaatje pagina 120 O.T.)

"Toen nam Mozes het bloed en sprengde het op het volk en hij zeide: Zie, het bloed van het verbond dat de HERE met u sluit, op grond van al deze woorden." Exodus 24:8

WIJ HEBBEN ALLE VERBONDSBELOFTEN VAN GOD GEËRFD.

Abraham weigerde de verbondsbelofte die God hem gegeven had, los te laten. Hij volhardde jaren achtereen, en hoopte tegen alle hoop in. Hij leek niet de minste kans te hebben, toch hield hij geduldig vol. Hij hield zijn verbondsbelofte vast tot het in zijn leven zichtbaar werd.

Wij zijn door Jezus' bloed in een bloedverbondsrelatie met God gekomen. Hij heeft Zijn verbondsbeloften in het Woord vastgelegd, die voorzien in alle dingen. Het is nu de tijd dat wij ONZE ERFENIS IN BEZIT moeten gaan NEMEN, door in het geloof onze verbondsbeloften op te eisen en ons toe te eigenen.

Als u in een verbondsrelatie met God wilt wandelen, waarin al uw noden opgelost worden, moet u de verbondsbeloften eerst in uw geest ontvangen. U moet WETEN welke de beloften en voorwaarden zijn van het bloedverbond, dat Hij ingesteld heeft.

Alle wetten, voorwaarden en beloften van het verbond tussen God en Israel werden door Mozes in het 'Boek des Verbonds' opgeschreven. Dit 'Boek des Verbonds' was de 'eigendomsakte' van hun erfenis.

Een 'eigendomsakte' is 'de akte die het bewijs vormt van iemands wettige eigenaarschap'. Onder het Nieuwe Verbond is Gods Woord ... zowel het Oude als het Nieuwe Testament ... het 'Boek des Verbonds'. Het bevat de wetten, voorwaarden en beloften van het bloedverbond dat God met ons gesloten heeft. Het is het bewijsstuk van onze wettige rechten!

Er zijn tegenwoordig christenen die hun volle erfenis niet in bezit nemen, omdat zij de beloften die God onder het Oude Verbond aan Israel gedaan heeft, niet aannemen. Wat zij niet begrijpen, is, dat de verbondsbeloften niet alleen aan Abraham en het volk Israel gedaan werden, maar (ook) aan Abrahams ZAAD.

Als wij door het bloed van Jezus in een bloedverbondsrelatie met God komen, worden wij Abrahams zaad ... Gods geestelijk Israel ... en worden wij geestelijke erfgenamen van alles wat God Zijn volk verschaft heeft!

Wij hebben al Gods verbondsbeloften geërfd!

Wij zijn vandaag Gods VERBONDSVOLK. Het doel dat Hij had met het eeuwige verbond met ons, is niet veranderd. Hij heeft beloofd:"Ik zal Mij nooit van hen afkeren, Ik zal hen weldoen."; "Ik zal hun al het goede doen dat Ik hun beloof."

God verandert niet. Zijn doel, Zijn plan en Zijn wil voor Zijn volk veranderen nooit!

Mijn hart doet zeer, als Ik zie dat Gods volk leeft onder het niveau, waarin God voor hun voorzien heeft. Velen leiden een leven dat nauwelijks een leven te noemen is ... zij lijden aan ziekten en kwalen in hun lichaam ... kunnen maar nauwelijks rondkomen met hun geld ... zitten vol zorgen ... en weten niet waar naartoe met hun lasten en zorgen.

Gods hart doet ook zeer. Hij heeft in alles wat wij nodig hebben voorzien door middel van Zijn verbond met ons. Hij verlangt ernaar en kan er nauwelijks op wachten Zijn zegeningen over ons uit te gieten. Toch wandelt de meerderheid van Zijn volk niet in een verbondsrelatie met Hem en zij nemen geen bezit van hun verbondsrechten en -voorrechten.

Zoveel christenen vandaag de dag zoeken wanhopig naar het antwoord op hun nood, en weten toch niet hoe het werkt. Zij zoeken naar andere bronnen om hun noden op te lossen. Zij vertrouwen op hun eigen vermogens ... hun eigen bronnen ... hun weekloon, om in hun nood te voorzien. Zij vertrouwen op artsen en medicijnen voor hun lichamelijke kwalen. Zij lopen van de ene voorganger naar de andere en denken dat die hun de geestelijke leiding zullen geven, die zij nodig hebben.

Als men christenen vandaag de dag in de gemeente vraagt, of zij Gods verbondsbeloften geloven, antwoorden zo velen van hen van ganser harte:"Ja." Maar als men dan naar hun leven kijkt, is daar niets te merken ... is er geen vervulling ... van Gods beloften in hun dagelijks leven.

Gods verbondsbeloften zijn voor VANDAAG. Gods doel met Zijn bloedverbond met ons is, dat Hij ons (Gods geestelijk Israel) kan zegenen boven alle volken op aarde. Wij zijn Zijn kostbaar bezit en Hij verheugt Zich erin ons goed te doen. Hij heeft ons verbondsbeloften gegeven om NU ... hier op aarde ... in al onze noden te voorzien. In het hemelse Jeruzalem hebben wij ze niet nodig!

Nu is de tijd gekomen dat Gods volk moet ophouden naar andere bronnen te zien en op God gaat zien als DE BRON voor de oplossing van al haar noden.

Sommige mensen denken:"Als ik nu eens het geloof van Abraham had, dan zouden mijn noden wel opgelost worden." Abraham had geen 'ingewikkeld' geloof. Hij hoefde geen geestelijke 'fitness-training' door te maken om het geloof te krijgen, dat hij nodig had, om Gods beloften in bezit te nemen. Hij ontving eenvoudig de belofte en geloofde in Gods trouw en integriteit, en dat Hij precies datgene zou doen wat Hij beloofd had.

"Tegen alle hoop in, geloofde Abraham in hope." (Romeinen 4:8, Nieuwe Internationale Vertaling) Hij bezat een begeerte die gepaard ging met de verwachting dat het vervuld zou worden. Door deze hoop geloofde hij ... hij was er ten volle van overtuigd ... dat God de macht had te doen wat Hij beloofd had!

Als u uw verbondsbeloften wilt opeisen, dan moet u:

* Gods verbondsbeloften in uw geest ontvangen in de wetenschap dat zij met Jezus' bloed bezegeld zijn en dat zij niet kunnen falen,

* vervuld zijn van hoop ... de verwachting dat u zult ontvangen wat u begeerd heeft ...,

* geloven ... het geloof hebben; dus, ten volle overtuigd zijn dat God precies zal gaan doen wat Hij beloofd heeft te doen.

Wilt u uw verbondsbeloften ook echt verkrijgen zodat zij in uw leven gemanifesteerd worden, dan moet u nog een belangrijk ingrediënt hebben, dat dikwijls over het hoofd gezien wordt. Veel christenen willen 'nu', dus onmiddellijke resultaten zien. Als zij niet meteen de verhoring van hun gebeden ontvangen, gaat hun geloof wankelen en verliezen zij de hoop.

Abraham ontving de belofte door geloof en GEDULD. "Want toen God aan Abraham zijn belofte deed, zwoer Hij, omdat Hij bij niemand hoger kon zweren, bij Zichzelf, zeggende: Voorzeker zal Ik u zegenen en zekerlijk u vermeerderen. En zo, door geduld te oefenen, heeft deze het beloofde verkregen." (Hebreeen 6:13-15)

God heeft u de 'EIGENDOMSAKTE' gegeven ... het bewijs van uw wettig eigenaarschap ... van uw geestelijke erfenis. Nu is het tijd dat u VOLLEDIG alles wat God u geschonken heeft IN BEZIT NEEMT!

God heeft een bloedverbond met ons gesloten dat voor eeuwig bezegeld is met het bloed van Jezus. Het is een eeuwig verbond dat nooit verbroken zal worden!

Hij sloot dit verbond met als doel een volk te hebben:

... een volk dat Hem toegewijd en geheiligd was

... een volk dat EEN zou zijn met Hem

... een volk dat Hem zou liefhebben met heel hun geest, ziel en lichaam

... een volk dat Hem zou gehoorzamen en Zijn verbond zou bewaren

... een volk dat zich nooit ervan zou afkeren Hem te dienen.

Op dit VERBONDSVOLK was Hij van plan Zijn zegeningen uit te gieten. Hij was van plan hen te zegenen boven alle volken op aarde ... Hij stelde hen apart als Zijn geheel eigen geliefd bezit ... om hen als koningen en priesters op aarde aan te stellen.

U EN IK BEHOREN VANDAAG TOT DAT VERBONDSVOLK. U EN IK MOGEN HANDELEN NAAR ONZE 'EIGENDOMSAKTE' DOOR MIDDEL VAN GODS VERBOND DOOR JEZUS' BLOED. NU IS HET TIJD OM TOT DADEN OVER TE GAAN!

"Opdat het huis Israëls niet meer van Mij afwijke, en zij zich niet meer verontreinigen met al hun overtredingen. Dan zullen zij Mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een God zijn, luidt het woord van de Here HERE." Ezechiel 14:11

DOOR HET NIEUWE VERBOND BENT U BEVRIJD!

Daar in die bovenzaal heeft God een eeuwig verbond met de mens gesloten en Hij heeft het bezegeld met de eed dat Hij het nooit zal (ver)breken. Hij ging een bloedverbondsrelatie met een nieuw volk aan ... Gods geestelijk Israel. Hij werd onze God en wij werden Zijn Verbondsvolk! God zei:"Dan zullen zij Mij tot een volk zijn en Ik zal hun tot een God zijn ..." (Ezechiel 14:11)

Door Zijn Geest in ons te plaatsen heeft God Zich aan ons bekend gemaakt.

Hij heeft, als onze God, bezit van ons genomen.

Door Zijn Geest heeft Hij ons hart besneden ... het stenen hart verwijderd ... en ons een nieuw hart gegeven dat vervuld is van Zijn liefde.

Hij heeft onze wil genezen en hem in overeenstemming gebracht met Zijn wil, waardoor wij nu de begeerte hebben Hem met ons hele hart lief te hebben en te gehoorzamen.

Hij heeft ons de macht gegeven Hem te gehoorzamen en Zijn geboden te bewaren.

Hij heeft al onze zonden vergeven, ze teniet gedaan en ons macht over de zonde gegeven. Als onze God heeft Hij ons een met Hem gemaakt. Hij heeft ons Zijn heerlijkheid gegeven ... 'doxa' ... alles wat Hij heeft en is.

In deze bloedverbondsrelatie heeft Hij ons begiftigd met "ALLES wat tot leven en godsvrucht strekt" (2 Petrus 1:3). Hij heeft ons met "kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat gij daardoor deel zoudt hebben aan de goddelijke natuur" (2 Petrus 1:4) Hij heeft ons als mede-erfgenamen van het Koninkrijk van God een erfenis geschonken.

Leeft u onder het Nieuwe Verbond en heeft u ook deel aan de zegeningen ervan, of leeft u nog in slavernij aan het Oude Verbond zonder de beloften van het Nieuwe Verbond vast te grijpen?

Het Nieuwe Verbond is uw 'Vrijheidsverklaring'!

Door Zijn Geest, Die Hij in u geplaatst heeft, bent u BEVRIJD van slavernij aan de Wet. Er zijn vandaag veel christenen die in hun vlees trachten God te gehoorzamen en Zijn wil te doen. Zij worstelen om hun eigen gerechtigheid op te bouwen met hun goede werken. Zij zijn door het geloof tot het Nieuwe Verbond toegetreden, maar zij zijn weer vervallen tot de slavernij aan het Oude Verbond.

Er zijn vandaag christenen die op hun eigen kracht vertrouwen om daarmee een aan God toegewijd en geheiligd leven te leiden. Zij vertrouwen op hun eigen kracht om daarmee autoriteit over de werken van het vlees te oefenen. Zij verwachten het van hun eigen kracht om daarmee hun gedachten krijgsgevangen te nemen ... hun begeerten te beheersen ... om van gewoonten af te komen die hun relatie met God in de weg staan.

De Galaten waren in deze val gelopen. Zij waren door het geloof in Christus tot het Nieuwe Verbond toegetreden, maar zij hadden naar valse leraars geluisterd en waren er weer mee begonnen hun eigen gerechtigheid op te bouwen door zich weer aan de ceremoniële wet te houden. Paulus zei:"Laat ik u deze ene vraag stellen: Heeft u de (Heilige) Geest ontvangen door de wet te gehoorzamen en haar werken te doen, of door (naar de boodschap van het Evangelie) te luisteren en (die) te geloven? Zijt gij zo dom en zo onverstandig en zo dwaas? Gij zijt (uw nieuwe leven geestelijk) begonnen en strekt gij u nu in het vlees (en uw vertrouwen daarop) uit naar de volmaaktheid? ... Weet toch en begrijp dat het (eigenlijk) de mensen zijn (die leven) door het geloof die (de ware) zonen van Abraham zijn." (Galaten 3:2-3, 7; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

Christus heeft uw VRIJHEID gekocht! Hij heeft u verlost van de vloek der Wet door aan het kruis voor ons een vloek te worden. U bent geroepen om VRIJ te zijn (Galaten 3:13).

Onder het Nieuwe Verbond bent u geroepen om in de VRIJHEID van de Geest te wandelen. Door het geloof in Christus' werk op Golgota bent u in een bloedverbondsrelatie met God gekomen. Door het geloof moet u ook vast staan in de vrijheid waarmee Christus u vrijgemaakt heeft, en niet weer een slavenjuk op uw schouder nemen (Galaten 5:1).

Als u in vrijheid wilt wandelen, dan moet u zich laten leiden door de Geest. U moet niet meer vertrouwen op uw eigen kracht, maar op de kracht van de Heilige Geest die God in u geplaatst heeft. Paulus zei tegen de Galaten:"Maar ik zeg u, maak er een gewoonte van te wandelen en te leven in de (Heilige) Geest - gehoor gevend aan en beheerst en geleid door de Geest; dan zult u zeker niet toegeven aan (of bevredigen) de hunkeringen en begeerten van het vlees ... Maar als u geleid wordt door de (Heilige) Geest, dan bent u niet afhankelijk van (staat u niet onder) de Wet." (Galaten 5:16, 18; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

U bent BEVRIJD om in 100 procent gehoorzaamheid aan God te wandelen. Wilt u de beloften onder het Nieuwe Verbond verkrijgen, dan moet u God gehoorzamen. U moet gehoor geven aan Zijn stem en aan de leiding van de Heilige Geest.

Luister niet naar hen die zeggen dat het onmogelijk is te wandelen in volmaakte gehoorzaamheid aan God. In onze eigen beperkte kracht (in ons vlees) is het onmogelijk in gehoorzaamheid aan God te wandelen; maar door de kracht van de Heilige Geest Die in ons woont is het wel mogelijk!

U mag niet vertrouwen op uw eigen kracht om in die gehoorzaamheid te wandelen. God heeft u door de kracht van de Heilige Geest een nieuw hart en een nieuwe wil gegeven, die tot een eenheid hersteld zijn met Hem. Hij heeft u de WIL, de BEGEERTE en de MACHT geschonken om te wandelen in gehoorzaamheid aan Hem. U moet vertrouwen op de kracht van de Geest, die God in u geplaatst heeft, om u in staat te stellen gehoorzaam te zijn. U moet zich aan de Geest overgeven en toevertrouwen en geloven dat God precies zal doen wat Hij beloofd heeft.

Onder het Nieuwe Verbond bent u BEVRIJD van de macht der zonde! Paulus schreef aan de Romeinen:"Want de zonde mag geen heerschappij (meer) over u voeren, aangezien gij nu niet (als slaven) onder de Wet staat, maar onder de genade - als onderdanen van Gods gunst en genade." (Romeinen 6:14; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

U bent BEVRIJD van de macht van het vlees! Paulus zei:"Want de wet van de Geest van het leven (dat is) in Christus Jezus (de wet van onze nieuwe natuur, of wezen), heeft mij bevrijd van de wet van zonde en de dood. Want God heeft gedaan wat de Wet niet kon doen, (omdat haar kracht) door het vlees (dat wil zeggen, de gehele menselijke natuur zonder de Heilige Geest) verzwakt (was). Door Zijn Zoon te zenden in het voorkomen van het zondige vlees en als een offer voor de zonde, heeft God de zonde veroordeeld in het vlees - heeft Hij het onderworpen, overwonnen, haar kracht (over allen die dat offer aannemen) geroofd. Opdat in ons aan de rechtvaardige en billijke eisen van de Wet voldaan zou worden, in ons die niet de wegen van het vlees bewandelen en erin leven, maar in de wegen van de Geest - ons leven beheerst, niet door de maatstaven van het vlees en volgens wat het vlees voorschrijft, maar beheerst door de (Heilige) Geest." (Romeinen 8:2-4; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

"Ik zal met hen een verbond des vredes sluiten, een eeuwig verbond met hen zal het zijn; Ik zal hun een plaats geven, hen vermeerderen en mijn heiligdom voor eeuwig te midden van hen stellen." Ezechiel 37:26

WEET WAT WETTIG UW EIGENDOM IS EN EIS OP, WAT U TOEKOMT.

God heeft een vredesverbond met ons gesloten ... een verbond met beloften die voor eeuwig met Jezus' bloed bezegeld zijn. Als wij VAN GANSER HARTE deze verbondsrelatie met God aangaan ... en ons denken en wil erop zetten God te gehoorzamen ... DAN wordt het ons mogelijk de verbondsbeloften die God ons gegeven heeft op te eisen. Net als Abraham door zijn gehoorzaamheid Gods verbondsbeloften in bezit nam, kunnen ook wij Gods verbondsbeloften vastgrijpen en opeisen voor de noden in ons leven.

U heeft alle verbondsbeloften van God geërfd, maar voor u ze kunt opeisen, moet u WETEN wat u wettig toekomt.

Toen Israel op de berg Sinaï een verbond met God sloot, droeg God Mozes op de wetten, voorwaarden en beloften van het verbond op te schrijven in het 'Boek des Verbonds'. Het bloedoffer werd gedeeltelijk op het 'Boek des Verbonds' gesprenkeld en gedeeltelijk op het volk, waardoor het van kracht werd en wettig bindend. Het 'Boek des Verbonds' was een wettig bindend contract, door God bezegeld met Zijn eed dat Hij het niet zou breken.

Onder het Nieuwe Verbond van vandaag behoren ALLE Bijbelteksten die in zowel het Oude als het Nieuwe Testament staan tot het 'Boek des Verbonds'. Zij vormen de 'Eigendomsakte' ... het bewijsstuk van ons wettig eigenaarschap. Het bevat alle voorwaarden, condities en beloften die deel uitmaken van het bloedverbond ... het contract ... dat wij met God hebben afgesloten.

Als Abrahams zaad heeft u AL de beloften geërfd die onder het Oude Verbond aan Israel gedaan zijn en zelfs nog grotere beloften onder het Nieuwe Verbond.

Deze verbondsbeloften zijn voor eeuwig bezegeld en bekrachtigd met het AL-VERMOGENDE bloed van Jezus! Zij kunnen niet falen!

Deze verbondsbeloften behoren u NU toe. U heeft ze als kind van God geërfd. Maar eer ze werkelijkheid kunnen worden in uw leven, moet u ze in uw geest ontvangen. God wacht erop deze verbondsbeloften te kunnen vervullen, Hij heeft ze voor u klaargelegd, maar Hij zal ze u niet opdringen.

U moet in het geloof uw hand uitstrekken en deze beloften in uw geest ontvangen. Vul uw hart en denken met deze verbondsbeloften, zozeer dat uw geest er letterlijk mee opgeladen is. Net als Abraham weigerde naar de uiterlijke omstandigheden te kijken ... de onvruchtbaarheid van Sara's schoot, haar hoge ouderdom ... net zo moet u ook weigeren te kijken naar uw omstandigheden.

Geloof is een feit, maar het is ook een daad.

Nadat u Gods verbondsbeloften heeft ontvangen en geloofd, moet u een stap verder gaan. U moet handelen naar hetgeen u gelooft.

Jezus gaf ons de sleutel tot het ontvangen, toen Hij de discipelen zei:"... Ik verzeker u, verklaar allerplechtigst, dat Mijn Vader u zal verlenen wat gij ook in Mijn Naam vraagt (Hij zal aanbieden al wat IK BEN). Tot nu toe hebt gij nog helemaal niets in Mijn Naam gevraagd, (dat wil zeggen, aanbiedende alles wat IK BEN) maar vraag nu en blijf vragen en u zult ontvangen, dan zal uw vreugde (blijdschap, verrukking) volledig en compleet zijn." (Johannes 16:23-24)

Deze ene belofte is voldoende voor al uw noden en voor alle noden die nog kunnen komen. In deze verzen zei Jezus eenvoudig:"Vraag." Dit woord betekent in het Grieks: "eisen wat u toekomt'.

Dit betekent niet dat wij maar voor alles wat willen of wensen God moeten gaan commanderen en afeisen. Wij moeten in Zijn Naam verzoeken wat wettig van ons is, als gevolg van de overwinning die Christus al behaald heeft.

In Jezus' Naam iets vragen is meer dan alleen maar de woorden 'in Jezus' Naam' herhalen. Als u weet waar de Naam voor staat ... het gezag dat u toebehoort, uw wettig recht die Naam te gebruiken, de KRACHT die schuilt in die Naam ... dan weet u dat u niet vraagt of smeekt als u bidt. U roept op ... stelt in werking ... de kracht om tot stand te brengen wat u begeert. Er is geen twijfel, of het zal gebeuren.

Toen Petrus sprak tot de lamme:"... wat ik heb geef ik u: in de naam van Jezus Christus, de Nazoreeer: Wandel!", bad hij niet, hij smeekte niet en vroeg ook niet. Petrus wist, dat Jezus de macht van satan en ziekte verslagen had. Toen hij de Naam van Jezus uitsprak, riep hij op ... stelde hij in werking ... de macht om de genezing te bewerken.

Petrus pakte deze ziekte niet aan in zijn eigen kracht of in zijn eigen naam. De man werd niet genezen door het grote geloof van Petrus. De lamme genas omdat Petrus de macht en autoriteit kende die hij in de Naam van Jezus had en omdat hij die gebruikte.

Sta hier eens even bij stil. Denk eens even na over Jezus en alles wat Hij is:

Hij is Yahweh, Jehova, de eeuwige God, de Alfa en Omega.

Hij is Jehova Elohim, de zelfstandig bestaande Schepper.

Hij is El Shaddai, de Almachtige, de algenoegzame God.

Hij is Jehova-Jireh, onze Voorziener.

Hij is Jehova-Repheka, onze Geneesheer.

Hij is Jehova-Nissi, onze Veroveraar.

Hij is onze Verlosser.

Hij is onze Doper.

Hij is onze Herder.

Hij is de Opstanding en het Leven.

Denk eens aan de macht die Hij heeft:

Hij staat boven alle heerschappij, autoriteit, heerschappij en elke naam die er is.

Alle dingen zijn aan Hem onderworpen.

Alles in de hemel en op aarde en onder de aarde moet Hem gehoorzamen.

En nu komt het beste!

Alles wat Jezus is en heel de macht en autoriteit die Hij bezit ligt opgesloten in Zijn Naam!

Heel de volheid van de Godheid zit in Zijn Naam.

Er is redding in Zijn Naam!

Er is scheppingsmacht in Zijn Naam!

Er is bevrijding in Zijn Naam!

Alles wat wij nodig hebben is te vinden in Zijn Naam!

Als u de Naam van Jezus aanroept, als u VRAAGT ... alles voorlegt, of God voor ogen schildert, wat Hij is ... dan roept u aan (zet u in werking) de macht en autoriteit die in Zijn Naam opgesloten ligt om de genezing, verlossing of wat het ook is dat u nodig heeft, te manifesteren.

Door het geloof in het ene volmaakte Offer dat Jezus aan het kruis bracht, bent u een bloedverbondsrelatie met God aangegaan.

Weet dat u Gods hooggeschatte bezit bent ... dat het Gods wil is u goed te doen ... u te verheffen boven de volken der aarde.

Keer terug tot Hem met uw HELE hart ... breng uw wil voor 100 procent in overeenstemming met God ... en zet uw denken erop Gods wil te doen.

Weet wat u rechtmatig toekomt ... de verbondsbeloften die God u gegeven heeft.

Ontvang en geloof Gods verbondsbeloften.

VRAAG ... eis op wat u wettig toebehoort ... in de Naam van Jezus en ONTVANG het.

God zendt een VERBONDSZALVING op ons, die ons in staat zal stellen in nieuwe kracht op te staan, wanneer wij in een verbondsrelatie met God beginnen te wandelen. Wanneer wij deze verbondsbeloften beginnen op te eisen en ze ons gaan toeëigenen, zullen niet alleen onze noden opgelost worden, maar wij zullen ook voorwaarts gaan in een machtige demonstratie van de wonderwerkende macht van God om het werk te voltooien dat Hij ons te doen gegeven heeft in deze oogst van de eindtijd!

"De HERE zal u onder de natien verstrooien en gij zult met een klein getal overblijven onder de volken, bij wie de HERE u brengen zal; dan zult gij daar goden dienen: werk van mensenhanden, hout en steen, die niet zien, noch horen noch eten noch ruiken. En dan zult gij daar de HERE, uw God, zoeken en Hem vinden, wanneer gij naar Hem vraagt met uw ganse hart en met uw ganse ziel." Deuteronomium 4:27-29

KEER NAAR GOD TERUG MET UW GEHELE HART.

Eer u in een verbondsrelatie met God kunt wandelen, zodat er een voortdurende stroom van Gods verbondsbeloften in uw leven vervuld wordt, moet u aan een voorwaarde voldoen.

Mozes profeteerde over het volk Israel over een dag van herstel die ging komen. God zou hun 'rijkdommen' HERSTELLEN.

"De HERE, uw God, zal u brengen naar het land, dat uw vaderen bezeten hebben, gij zult het bezitten en Hij zal u weldoen en u talrijker maken dan uw vaderen. En de HERE, uw God, zal uw hart en het hart van uw nakroost besnijden, zodat gij de HERE, uw God, liefhebt met geheel uw hart en met geheel uw ziel, opdat gij leeft. De HERE, uw God, zal al deze vervloekingen op uw vijanden en uw haters leggen, die u vervolgd hebben. Gij zult weer naar de stem des HEREN luisteren en al zijn geboden volbrengen, die ik u heden opleg. De HERE, uw God, zal u in overvloed het goede schenken bij al het werk uwer handen, in de vrucht van uw schoot, in de vrucht van uw vee, in de vrucht van uw bodem, want de HERE zal weer behagen in u hebben, u ten goede, zoals Hij behagen had in uw vaderen - wanneer gij naar de stem van de HERE, uw God, luistert door zijn geboden en inzettingen te onderhouden, die in dit wetboek geschreven staan; wanneer gij u tot de HERE, uw God, bekeert met geheel uw hart en met geheel uw ziel." (Deuteronomium 30:5-10)

Wij leven nu in die dag van HERSTEL! God heeft beloofd ons IN OVERVLOED HET GOEDE te SCHENKEN bij al het werk van onze handen (vers 9). Mozes profeteerde:"De HERE zal weer behagen in u hebben, u ten goede, zoals Hij behagen had in uw vaderen" (vers 9). God is van plan alle zegeningen, die Hij onder het Oude Verbond over Israel bracht, onder het Nieuwe Verbond over ons te brengen.

Er zijn vandaag de dag veel christenen die niet de vervulling van Gods verbondsbeloften in hun leven zien, omdat zij niet voldoen aan de voorwaarden van Gods verbond. Kijk opnieuw naar de verzen 9 en 10.

1. U moet GEHOORZAMEN!

Mozes profeteerde dat God Zijn volk overvloed zou schenken, "wanneer gij naar de stem van de HERE, uw God, luistert door zijn geboden en inzettingen te onderhouden".

2. U moet God dienen met uw HELE hart!

Mozes zei dat het beloofde herstel zou komen, "wanneer gij u tot de HERE, uw God, bekeert met geheel uw hart en met geheel uw ziel."

De reden waarom velen onder Gods volk van vandaag geen bezit nemen van hun erfenis, is omdat zij niet in gehoorzaamheid wandelen en God proberen te dienen met een 'verdeeld' hart. Zij dienen God wel, maar zij hebben een gedeelte van hun hart voor zichzelf, voor hun eigen 'IK', gereserveerd. Voor velen is de eerste prioriteit: het behagen van zichzelf, hun eigen 'IK'. Wat er dan nog aan tijd of inspanning overblijft, wordt aan God gegeven.

Onder het Nieuwe Verbond heeft God ons beloofd met Zijn hele hart en ziel wel te doen. Door Jeremia sprak Hij:"Ik zal Mij over hen verblijden en hun weldoen en Ik zal hen voorgoed in dit land planten met heel mijn hart en heel mijn ziel." (Jeremia 32:41)

Denk daar eens over na. In deze verbondsrelatie heeft de Almachtige God ons dit plechtig beloofd met Zijn HELE HART EN ZIEL ... Zijn hele wezen. Hij houdt van ons en zal ons zegenen met Zijn HELE WEZEN! Hij zal alles wat Hij heeft over ons uitgieten.

In ruil daarvoor vraagt Hij van ons, Zijn verbondsvolk, dat wij Hem dienen met ons HELE HART. Toen de schriftgeleerde aan Jezus vroeg wat het grootste gebod was, zei Hij:"... Hoor, Israel, de Here, onze God, de Here is één, en gij zult de Here, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en uit geheel uw ziel en uit geheel uw verstand en uit geheel uw kracht. Het tweede is dit: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelf. Een ander gebod, groter dan deze, bestaat niet." (Marcus 12:29-31)

Als u de verbondsbeloften wilt vastgrijpen, dan moet u met uw HELE HART ... met uw hele wezen ... een verbondsrelatie met God aangaan. Uw hele wezen ... uw denken, uw wil, uw geest ... moet worden toegewijd aan en geheiligd tot het doen van Gods wil. Net zoals Jezus' wil ... Zijn denken ... Zijn Geest ... Zijn kracht vervuld was van een alles verterend verlangen om de wil van Zijn Vader te doen, net zo moet onze wil voor 100 procent één zijn met God.

Gods hartekreet tot Zijn volk van vandaag is:

Keer tot Mij terug met uw HELE hart. Ik verlang ernaar u te zegenen, en al het Mijne over u uit te gieten. U kunt Mij niet dienen terwijl u tegelijkertijd nog uw eigen leven vasthoudt. Ik moet u helemaal bezitten. Wat weerhoudt u?

Uw hart is verdeeld. Uw liefde en begeertes gaan uit naar de genoegens van deze wereld. U wilt uw eigen wegen volgen. Uw hart is verdeeld omdat uw oog verdeeld is. U heeft uw oog niet enkel op Mij gericht. U heeft Mij niet tot uw enige begeerte gemaakt. U heeft uw oog niet met Mij vervuld. U heeft uw hart ervan afgewend Mij, Mijn wil en Mijn wegen te zoeken. Onderzoek uw hart om te weten waar het van Mij is afgeweken. Keer tot Mij terug.

Ik heb Mij onder ede aan u verbonden. Heb Ik niet beloofd voorspoed te zenden over al wat uw hand aanraakt? Ik heb u alles geschonken. Ik heb u tot erfgenaam van Mijn Koninkrijk gemaakt. Ik heb u tot koning en priester gemaakt.

Keer tot Mij terug met uw hele wezen en Ik zal waarlijk uw God zijn en gij zult Mijn volk zijn. U zult Mijn geliefden zijn. Ik zal u voeden en onderhouden en steunen. Ik zal u kleden. Ik zal u overvloedig zegenen. Ik zal Mijn zegeningen in uw leven zenden. Ik zal alle zegeningen die op uw voorvaderen rustten bij vernieuwing over u zenden, en meer nog, want Ik heb u liefgehad met een eeuwig liefde.

Ontvang het woord van de Heer!

Het herstel dat God beloofd heeft, waarbij Zijn zegeningen ons zullen achterna snellen en inhalen, zal pas komen wanneer wij met ons hele hart tot Hem terugkeren!

Er zijn vandaag de dag veel christenen die voor hun eigen genoegen en pleziertje leven, de begeerten van hun hart volgen, en toch de verbondsbeloften opeisen. Dat zal nooit lukken!

Hoe staat het met uw leven? Zijn er in uw hart plekken die u God onthouden heeft? Tracht u God te dienen met een hart dat verdeeld is ... met een gedeelte van uw hart en denken dat erop gericht is voor uw eigen genoegen te leven en uw eigen wil te doen?

Hij wil alles of niets!

"Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij." Exodus 19:5

GOD HEEFT ZIJN GEEST GEZONDEN, DIE ONS DE KRACHT GEEFT OM IN 100 PROCENT GEHOORZAAMHEID AAN HEM TE WANDELEN!

God zei:"Ik zal mijn wet in hun binnenste leggen en die in hun hart schrijven ..." (Jeremia 31:33). Op de berg Sinaï schreef God de voorwaarden en wetten van het verbond op stenen tafelen. Daar in de opperzaal schreef God Zijn wetten op de harten van de mensen.

Het hart van de mens ... zijn wil ... zijn begeerten en emoties beheersen zijn hele wezen. Onder het Oude Verbond was het hart van de mens van God vervreemd. Hij was niet in staat Gods wil te doen en Zijn geboden te bewaren. God moest zijn gehele hart in bezit nemen, wilde Hij de mens geheel bij Zich terugbrengen in een eenheid waarbij hij één met Hem zou zijn. Hij moest de wil van de mens in harmonie met de Zijne brengen.

God kende de zwakheid van de mens ... zijn totale onvermogen in gehoorzaamheid aan Hem te wandelen. Toen Hij het Nieuwe Verbond instelde, had Hij beloofd:"Ik zal het hart van steen uit uw lichaam verwijderen. Ik zal uw hart dat eraan verpand is tegen Mij te zondigen, verwijderen. Ik zal u een nieuw hart geven." (Ezechiel 11:19, 21)

God zei:"Ik zal hun een hart geven om Mij te kennen, dat Ik de HERE ben ..." (Jeremia 24:7) "... Mijn vrees zal Ik in hun hart leggen, zodat zij niet van Mij afwijken." (Jeremia 32:40)

Toen de vurige tongen zich op de 120 in de bovenzaal zetten, was de Heilige Geest aan het werk om hun 'stenen hart' te verwijderen, om hun hele wezen ... hun denken, wil, geest ... terug te brengen tot een eenheid met God.

Hun hart werd besneden "met een besnijdenis die niet met mensenhanden verricht wordt, maar een (geestelijke) besnijdenis (uitgevoerd door) Christus door het lichaam des vlezes uit te trekken (de hele corrupte, vleselijke natuur met zijn hartstochten en begeerten)" (Kolossenzen 2:11; de Uitgebreide Bijbelvertaling).

Zij werden BEVRIJD van elke slavernij aan het vlees.

Zij werden BEVRIJD van de begeerten die de mens ervan weerhouden God te dienen met hun gehele hart.

Hun denken werd BEVRIJD van de angst, de twijfel en het ongeloof!

Hun wil werd BEVRIJD van de slavernij aan het eigen 'IK'.

God beloofde niet alleen de mens onder het Nieuwe Verbond een nieuw hart te geven, maar ook dat Hij Zijn Geest IN ONS zou plaatsen! God zei:"Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt." (Ezechiel 36:27)

Die dag nam God in de bovenzaal hun stenen hart weg en zond Hij de Heilige Geest om in de 120 die daar bijeen waren te wonen. Hij deed dat niet met het doel hun 'kippevel' te bezorgen. Hij deed het niet alleen maar om hun in nieuwe tongen te laten spreken, te laten profeteren, de zieken te laten genezen en wonderen te laten doen. Dat waren alleen de gevolgen van het feit dat de Geest in hen woonde.

God plaatste Zijn Geest in de mens opdat hij EEN met Hem zou zijn. Die dag bad Jezus voor Zijn discipelen:"Opdat zij alleen één zijn, gelijk Gij, Vader, in Mij en Ik in U, dat ook zij in Ons zijn; opdat de wereld gelove, dat Gij Mij gezonden hebt. (Johannes 17:21) Dit werd toen vervuld!

God kwam in hen wonen. De Godheid ... Vader, Zoon en Heilige Geest ... kwam in hen wonen. "Want in Hem woont al de volheid der godheid lichamelijk." (Kolossenzen 2:9) De 120 die in de bovenzaal bijeen waren werden EEN in Hen. Door de Geest in hen werden zij EEN met God en EEN met elkaar!

God plaatste Zijn Geest in de mens om Zijn wil aan hem te openbaren en hem Zijn wegen te leren. Jezus zei Zijn discipelen dat de Geest hen zou "leiden in alle waarheid" (Johannes 16:13). Jezus zei hun:"Die zal u alles leren en u te binnen brengen al wat Ik u gezegd heb." (Johannes 14:26)

De Heilige Geest schrijft niet alleen Gods wetten in ons, Hij geeft ons ook de KRACHT ze te doen.

Onder het Oude Verbond eiste God gehoorzaamheid. Hij zei tegen Israel:"Nu dan, indien gij aandachtig naar Mij luistert en mijn verbond bewaart, dan zult gij uit alle volken Mij ten eigendom zijn, want de ganse aarde behoort Mij." (Exodus 19:5) De verbondszegeningen waren afhankelijk van gehoorzaamheid.

God is niet veranderd. Hij eist nog steeds gehoorzaamheid. Maar onder het Nieuwe Verbond heeft God, in plaats dat het verbond afhangt van het vermogen van de mens om te gehoorzamen, Zijn Geest in de mens geplaatst en hem daarmee de KRACHT geschonken het verbond te bewaren en in 100 procent gehoorzaamheid aan Hem te wandelen. God zei:"Mijn Geest zal Ik in uw binnenste geven en maken, dat gij naar mijn inzettingen wandelt en naarstig mijn verordeningen onderhoudt." (Ezechiel 36:27)

Dit is de belofte van het Nieuwe Verbond. God heeft Zijn wetten in ons hart geschreven en ons de KRACHT gegeven TE GEHOORZAMEN!

Toen zij daar in de bovenzaal de belofte des Vaders ... de Heilige Geest ... ontvingen, werden de 120 BEVRIJD van slavernij aan de Wet!

Zij werden ervan BEVRIJD op hun vlees te moeten vertrouwen om Gods wil te kunnen doen!

God zond de Heilige Geest om in de mens te wonen om hem MACHT te geven over de zonde. God zei:"Want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hun zonde niet meer gedenken." (Jeremia 31:34) Door de kracht van het bloed dat Jezus aan het kruis vergoot om Gods verbond met de mens te bezegelen, heeft God de zonden van de mens niet alleen vergeven, maar heeft Hij tevens elk spoor van zonde uitgewist en de mens bevrijd van de macht ervan.

De 120 werden BEVRIJD ... hun zonden werden vergeven!

Zij werden BEVRIJD van slavernij aan de zonde ... de schuld en veroordeling uit het verleden ... en ontvingen MACHT over de zonde!

"In zoverre is Jezus ook van een beter verbond borg geworden."

Hebreeen 7:22

WANDEL IN EEN DEMONSTRATIE VAN MACHT OVER DE ZONDE ... OVER HET VLEES ... EN OVER SATAN!

U heeft in het geloof een eeuwig verbond met God gesloten. Hij heeft dat verbond bezegeld met een eed. Hij heeft beloofd: "Mijn verbond zal Ik niet ontwijden, noch veranderen wat over mijn lippen gekomen is." (Psalm 89:35)

Het verbond is bezegeld en bekrachtigd door het bloed van Jezus.

Onder het Nieuwe Verbond heeft God Zich niet alleen aan u verbonden met een eed die Hij gezworen heeft nooit te zullen breken; Hij heeft u aan Zich verbonden door Zijn Geest en u de kracht gegeven het verbond met Hem te bewaren.

Hij heeft ons de GARANTIE gegeven dat Hij alles zal doen wat Hij beloofd heeft in ons en voor ons te doen. Christus is "Borg geworden van een beter verbond", omdat Hij een eeuwig priesterschap heeft (Hebreeen 7:22). Een 'borg' is 'iemand die voor een ander instaat, opdat hetgeen beloofd is nauwgezet uitgevoerd zal worden'. Jezus is de Borg van een Nieuw Verbond. Hij staat er, ten behoeve van ons, voor in dat God alles zal doen wat Hij in het verbond beloofd heeft; en omgekeerd zorgt Hij dat wij ons verbond met God zullen bewaren.

"... Jezus is Borg geworden van een betere (sterkere) overeenkomst - een voortreffelijker en gunstiger verbond ... Hij behoudt Zijn priesterschap onveranderd omdat Hij altijd leeft." (Hebreeen 7:22; de Uitgebreide Bijbelvertaling)

Jezus is onze GARANTIE dat God alle verbondsbeloften die Hij ons gegeven heeft, zal vervullen! En Jezus is onze GARANTIE dat wij, door Zijn Geest in ons, in staat zullen zijn ons verbond met God te bewaren!

God wil niet alleen in al uw behoeften voorzien en u vullen met Zijn zegeningen, Hij wil ook Zijn zegeningen onder het Nieuwe Verbond door u heen aan de wereld geven. Onder het Nieuwe Verbond bent u "een koninklijk priesterschap, een heilige natie" (1 Petrus 2:9). U is directe toegang tot de Tegenwoordigheid van God Zelf geschonken. Als onderdeel van het "koninklijk priesterschap" heeft God u gemaakt tot een dienaar onder het Nieuwe Verbond.

Paulus schreef aan de Korintiers:"Niet dat wij uit onszelf bekwaam zijn iets als ons werk in rekening te brengen, maar onze bekwaamheid is Gods werk, die ons ook bekwaam gemaakt heeft om dienaren te zijn van een nieuw verbond, niet der letter, maar des Geestes, want de letter doodt, maar de Geest maakt levend." (2 Korintiers 3:5-6)

Het is Gods plan dat u, in een DEMONSTRATIE van de Geest en van kracht, door de zegeningen van het Nieuwe Verbond voorbede doet, onderwijst, preekt, getuigt, dient, en de handen op zieken legt!

Zijn Geest Die in u woont, heeft u bekrachtigd. Paulus zei:"onze bekwaamheid is Gods werk". U hoeft niet te vertrouwen op uw eigen beperkte menselijke vermogens of talenten, God heeft u tot een BEDIENAAR DES GEEST gemaakt! Vertrouw op de bovennatuurlijke werking van de Heilige Geest in u.

God is niet van plan Zijn kracht, Zijn liefde en Zijn verbondszegeningen op u uit te gieten, zodat u ze allemaal voor uzelf kunt houden. Hij wil dat de wereld ziet hoe Zijn verbondsbeloften in uw leven zichtbaar worden. Hij wil dat Zijn zegeningen over u uitgegoten kunnen worden, zodat u op uw beurt naar anderen kunt gaan en hen ook weer in een verbondsrelatie met God kunt brengen.

Hij wil niet alleen uw lichaam genezen, maar Hij wil dat u ook anderen bedient met Zijn genezende kracht. Hij wil uw financiën vermenigvuldigen en zegenen, niet opdat u uw vleselijke begeerten kunt bevredigen, maar opdat u uw geld kunt gebruiken om de volken der aarde te zegenen ... het evangelie te brengen naar de wereld ... om de verlorenen te winnen!

Teksten voor verdere studie:

Genesis 12:2; 17:19;

Exodus 12:11; 14:13; 23:22;

Deuteronomium 4:37-40; 7:13; 28:2; 30:5;

Matteus 26:28;

Lucas 22:20;

Hebreeen 7:22; 8:6; 9:12, 15, 22; 10:16; 12:24; 13:20.