In Hem geloven?

Jezus zegt in Johannes 8:30 e.v.: Toen Hij deze dingen sprak, geloofden velen in Hem. 31Jezus dan zei tegen de Joden die in Hem geloofden: Als u in Mijn woord blijft, bent u werkelijk Mijn discipelen, 32en u zult de waarheid kennen, en de waarheid zal u vrijmaken. Zij antwoordden Hem: Wij zijn Abrahams nageslacht en zijn nooit slaaf van iemand geweest; hoe kunt U dan zeggen: U zult vrij worden? 34Jezus antwoordde hun: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Ieder die de zonde doet, is een slaaf van de zonde35En de slaaf blijft niet eeuwig in het huis; de zoon blijft er eeuwig. 36Als dan de Zoon u vrijgemaakt heeft, zult u werkelijk vrij zijn.

Als u ooit is voorgehouden dat het voldoende is om in Jezus te geloven, dan is u iets voorgelogen! Of toch als u in Hem gelooft om vrij te worden van zonde. En dat is toch uiteindelijk het doel waar Hij voor kwam, niet? Hij kwam om ons vrij te maken van zonde, zodat wij in Gods Tegenwoordigheid konden naderen en voor eeuwig bij onze hemelse Vader zijn.

Men zegt: ‘Geloof in de Here Jezus en u zult vrij worden!’ Klopt niet, volgens Zijn eigen woorden!!

Hij sprak tegen ‘de Joden die in Hem geloofden.’ Veel Christenen vandaag de dag ‘geloven in Hem.’ Dat is hun zo geleerd. Maar Hij zegt Zelf dat je, om vrij te worden, bevrijd te worden van zonde, in Zijn Woord moet blijven. Het is dus niet voldoende om alleen maar in Hem te geloven.

En toch is dat de vaste uitdrukking die men gebruikt als het om God gaat, of Jezus.

De apostel Paulus spreekt over het geloof van de Zoon van God en dat hij leeft door dat geloof, Jezus’ eigen geloof (Galaten 2:20; in een goede vertaling dan wel.)

Maar we kunnen weer naar de Bron Zelf gaan: Jezus zegt nadat de vijgenboom door de discipelen verdord is aangetroffen (Jezus heeft ertegen gesproken dat er nooit meer een vrucht aan zal komen): ‘Heb geloof van God.’ Markus 11:22, maar wel weer in een correcte vertaling (zie ook https://www.hopefaithprayer.com/word-of-faith/the-faith-of-god-god-kind-of-faith-smythe/).

Dat geloof kan alleen in je komen, als het Woord van God in je komt. En daar regeert en heerst.

Op biblehub.com is het commentaar bij Johannes 8:37 het volgende:

Because my word hath no place in you.–Better, makes no progress in you, “does not advance, does not gain ground in you.” That meaning is established by undoubted examples, and is in exact agreement with the thought of the context. In John 8:31 the test was, “If ye abide in My word.” Their question proves that their faith was momentary. The word had but penetrated the surface of their thoughts, but they had not so received it as to allow it to advance into the mind and influence their conduct.”

Vertaling:

“Omdat mijn woord geen plaats in u heeft.–Beter, maakt geen vorderingen in u, “rukt niet op, wint geen grond in u.” Die betekenis wordt bevestigd door niet te betwijfelen voorbeelden, en is exact in overeenstemming met de gedachte in de context. In Johannes 8:31 was de test: “Als u in mijn woord blijft.” Hun vraag bewijst dat hun geloof was voor een moment. Het woord was slechts tot net onder de oppervlakte van hun denken doorgedrongen, maar zij hadden het niet zo aangenomen dat het vorderde tot in hun denken en hun gedrag beïnvloedde.”

M.a.w. het Woord moet tot diep in ons doordringen en ons gedrag beïnvloeden, het moet in ons hart (op)geborgen worden (Psalm 119:11).

Op deze blogpost (blog.biblesforamerica.org) wordt nog een verdere stap over ‘geloven in’ besproken.

Daar vind ik de volgende uitleg:

Two ways of believing

To believe in Christ is to believe that He exists, to believe that He is true and real. You don’t have to be born again, or regenerated, to acknowledge that Christ is real. We can see from Matthew 8:29 and Acts 11:15 that even the demons know that Jesus exists and believe He is the Son of God. So, while believing in Jesus is important, the New Testament uses the Greek word for “into” for a reason.

To believe into Christ is to receive Him and be joined to Him or united with Him. John 1:12 says, “But as many as received Him, to them He gave the authority to become children of God, to those who believe into His name.” This verse equates believing into His name with receiving Him. So believing into involves something more than a mental knowing or acknowledging; it involves a spiritual receiving. Let’s look a little further at what this means.

Vertaling:

Twee manieren om te geloven

In Christus geloven betekent dat je gelooft dat Hij bestaat, dat Hij de waarheid is en er echt is. Je hoeft niet wedergeboren te zijn om te erkennen dat Christus echt bestaat. We kunnen opmaken uit Mattheüs 8:29 en Handelingen 11:15 dat zelfs de demonen weten dat Jezus bestaat, en dat zij geloven dat Hij de Zoon van God is. Dus terwijl in Jezus geloven belangrijk is, gebruikt het Nieuwe Testament het Griekse woord ‘εις’ (in het Engels het best vertaald met ‘into’; denk aan ‘go into a room’ = een kamer binnengaan, een beweging dus, en ‘be in a room’ = in een kamer zijn) met een goede reden.

Into Christus geloven wil zeggen dat je Hem ontvangt en verenigd of één gemaakt wordt met Hem. In Johannes 1:12 staat: “Maar allen die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven kinderen van God te worden, namelijk die ‘into’ Zijn Naam geloven; … .” Dit vers stelt geloven in Hem gelijk aan Hem ontvangen. Dus geloven ‘into’ betekent méér dan een mentaal kennen of erkennen; het betekent een geestelijk ontvangen.

Inderdaad héél interessant is de tekst die waarschijnlijk iedereen van buiten kent, en wel Johannes 3:16: “Want zo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft.”

Het Grieks voor in Hem gelooft is … maar kijk zelf wat biblehub.com erover zegt:

Dus zelfs dáár, in Johannes 3:16, wordt bevestigd dat simpelweg beweren dat je in Hem gelooft, zoals die uitdrukking zo vaak gebruikt wordt, in de betekenis van: geloven dat Hij bestaat, dat Hij echt is, dat Hij er is en luistert, niet voldoende is!!!

Je moet je leven met Hem delen, voor Hem léven, Hij moet de motivatie zijn voor elke ademteug die je neemt.