De Gordel der Waarheid

Het schild des geloofs werkt niet als ik de gordel der waarheid niet om heb!

U weet misschien dat het Woord van God, de Bijbel, essentieel is voor elke Christen. Dat Woord met mijn hart geloven en met mijn mond belijden is zo mogelijk nog essentiëler! Dat Woord staat boordevol met feiten die voor mij als Christen en de overwinning in mijn leven van belang zijn. Door het uit te spreken dringt het diep door in mijn wezen en ontvangt mijn hart leiding en overwinning.

Daarom heb ik een aantal feiten verzameld uit dat Woord die u kunt belijden. Dan hoeft u niet eindeloos te zoeken naar welke Bijbelteksten nuttig zijn om uit te spreken.

Aan dat woord ‘feiten’ koppel ik een andere naam vast: ‘wapenfeiten’. Jezus’ krijgsverrichtingen, ten behoeve van mij als kind van God, zijn mijn wapenfeiten, de feiten waarmee ik mijn leven, mijn wandel, mijn problemen, mijn vijand te lijf ga. Let wel: het zijn feiten! Ik hoef niet meer met de vijand op de vuist te gaan, Jezus heeft dat al voor mij gedaan. Ik hoef alleen de duivel Gods wapenfeiten voor te houden en die met mijn hart te geloven. De vijand MOET wijken. Hij MOET het veld ruimen, als ik maar vast op dat Woord blijf staan.

Dan volgen hieronder de uitspraken in het Woord die u kunt uitspreken, belijden. Het Griekse woord voor ‘belijden’ is ομολογεω (homologeo), wat betekent: hetzelfde zeggen of spreken (Bron: https://christipedia.miraheze.org/wiki/Belijden). Wat denkt u dat er gebeurt als u hetzelfde zegt als wat God zegt?

Al deze feiten samen zijn de Waarheid over mij als wedergeboren Christen,
en als ik die waarheden overdenk, vormt zich de Gordel der Waarheid in mijn innerlijk.

(Lees ook de uitleg onderaan de lijst!)

  1. (Hij is) overgeleverd (om onze overtredingen), Rom.4:25;
  2. (Hij is) opgewekt (om onze rechtvaardiging), Rom.4:25;
  3. (wij zijn uit het geloof) gerechtvaardigd, Rom.5:1;
  4. (wij) hebben (vrede met God door Jezus Christus), Rom.5:1;
  5. (wij hebben de toegang) verkregen (tot deze genade), Rom.5:2;
  6. (wij zijn door zijn bloed) gerechtvaardigd, Rom.5:9;
  7. (wij zijn met God) verzoend (door de dood Zijns Zoons), Rom.5:10;
  8. (wij hebben de verzoening) ontvangen, Rom.5:11;
  9. (wij zijn der zonde) gestorven, Rom.6:2;
  10. (wij zijn in zijn dood) ingedoopt, Rom.6:3;
  11. (wij zijn met Hem) begraven, Rom.6:4;
  12. (onze oude mens is mede) gekruisigd, Rom.6:6;
  13. (wij zijn) gerechtvaardigd of rechtens vrij (van de zonde), Rom.6:7;
  14. (wij) waren (slaven der zonde), Rom.6:18;
  15. (wij zijn) vrijgemaakt (van de zonde), Rom.6:18;
  16. (wij zijn in dienst) gekomen (van de gerechtigheid), Rom.6:18;
  17. (wij zijn in de dienst van God) gekomen, Rom.6:22;
  18. (wij zijn van de wet) ontslagen, Rom.7:6;
  19. (wij) zijn (dood voor de wet), Rom.7:6;
  20. (er) is (geen veroordeling voor hen die in Christus Jezus zijn), Rom.8:1;
  21. (wij zijn) vrijgemaakt (van de wet der zonde), Rom.8:2;
  22. (onze geest) is (leven vanwege de gerechtigheid), Rom.8:10;
  23. (wij hebben) ontvangen (de geest van het zoonschap), Rom.8:15;
  24. (Hij heeft ons tevoren) gekend, Rom.8:29;
  25. (Hij heeft ons) bestemd (tot gelijkvormigheid aan het beeld Zijns Zoons), Rom.8:29;
  26. (Hij heeft ons) geroepen, Rom.8:30;
  27. (Hij heeft ons) gerechtvaardigd, Rom.8:30;
  28. (Hij heeft ons) verheerlijkt, Rom.8:30;
  29. (Hij heeft ons tot heerlijkheid) voorbereid, Rom.9:23;
  30. (Hij is ons) geworden (wijsheid, rechtvaardigheid, heiliging, verlossing), 1 Kor.1:30;
  31. (wij zijn) gerechtvaardigd (door de Naam van onze Here Jezus Christus), 1Kor.6:11;
  32. (wij hebben ons) laten afwassen, 1 Kor.6:11;
  33. (wij zijn) geheiligd, 1 Kor.6:11;
  34. (God heeft ons) bereid (om overkleed te worden), 2 Kor.5:5;
  35. (God heeft ons de Geest tot onderpand) gegeven, 2 Kor.5:5;
  36. (het oude is) voorbijgegaan, 2 Kor.5:17;
  37. (het nieuwe is) gekomen, 2 Kor.5:17;
  38. (God heeft ons het Woord der verzoening) toevertrouwd, 2 Kor.5:19;
  39. (de Vader heeft Hem voor ons tot zonde) gemaakt, 2 Kor.5:21;
  40. (wij) zijn (de gerechtigheid Gods in Hem), 2 Kor.5:21;
  41. (wij zijn) gekocht en betaald, 2 Kor.6:20;
  42. (ik ben met Christus) gekruisigd, Gal.2:20;
  43. (Hij heeft Zich voor mij) overgegeven, Gal.2:20;
  44. (Hij heeft ons) vrijgekocht (van de vloek der wet), Gal.3:13;
  45. (Hij is voor ons een vloek) geworden, Gal.3:13;
  46. (de zegen van Abraham is tot de heidenen) gekomen (in Christus), Gal.3:14;
  47. (wij hebben ons met Christus) bekleed, Gal.3:27;
  48. (wij hebben het recht van zonen) verkregen, Gal.4:5;
  49. (Christus heeft ons) vrijgemaakt, Gal.5:1;
  50. (wij zijn door God) gekend, Gal.5:9;
  51. (ik heb mijn hartstochten en begeerten) gekruisigd, Gal.5:24;
  52. (de wereld is mij) gekruisigd, Gal.6:14;
  53. (wij zijn der wereld) gekruisigd, Gal.6:14;
  54. (Hij heeft ons in Christus) gezegend (met elke geestelijke zegen), Ef.1:3;
  55. (Hij heeft ons in Hem) uitverkoren, Ef.1:4;
  56. (Hij heeft ons) bestemd (als zonen van Hem te worden aangenomen), Ef.1:5, 11;
  57. (Hij heeft ons) begenadigd (in de Geliefde), Ef.1:6;
  58. (wij) hebben (de verlossing), Ef.1:7;
  59. (Hij heeft ons overvloedig genade) bewezen, Ef.1:8;
  60. (wij hebben het erfdeel) ontvangen (in Hem), Ef.1:11;
  61. (wij zijn) verzegeld (met de Heilige Geest der belofte), Ef.1:13, 4:30;
  62. (Hij heeft Zich een volk) verworven, Ef.1:14;
  63. (Hij heeft alles onder zijn voeten) gesteld, Ef.1:22;
  64. (Hij heeft het lichaam) vervuld (met Hem), Ef.1:23;
  65. (Hij heeft ons levend) gemaakt (met Hem), Ef.2:5;
  66. (Hij heeft ons mede) opgewekt (in Christus), Ef.2:6;
  67. (Hij heeft ons een plaats) gegeven (in Hem), Ef.2:6;
  68. (door genade zijn wij) behouden, Ef.2:8;
  69. (wij zijn in Hem) geschapen (om goede werken te doen), Ef.2:10;
  70. (Hij heeft tevoren werken) bereid (opdat wij daarin zouden wandelen), Ef.2:10;
  71. (wij zijn dichtbij) gekomen (door het bloed), Ef.2:13;
  72. (Hij heeft de tussenmuur) weggebroken, Ef.2:14;
  73. (Hij heeft de wet buiten werking) gesteld, Ef.2:15;
  74. (Hij heeft de vijandschap) gedood, Ef.2:16;
  75. (Hij heeft ons) gebouwd (op het fundament van apostelen en profeten), Ef.2:20;
  76. (Hij heeft het eeuwige voornemen in Christus) uitgevoerd, Ef.3:11;
  77. (gij waart vroeger duisternis, maar thans) zijt (gij licht in de Here), Ef.5:8;
  78. (Hij heeft ons) toebereid (voor het erfdeel der heiligen in het licht), Kol.1:12;
  79. (Hij heeft ons) verlost (uit de macht der duisternis), Kol.1:13;
  80. (Hij heeft ons) overgebracht (in het Koninkrijk van de Zoon), Kol.1:13;
  81. (wij) hebben (de verlossing, de vergeving der overtredingen), Kol.1:14;
  82. (Hij heeft vrede) gemaakt (door het bloed), Kol.1:20;
  83. (alle schatten van wijsheid en kennis zijn) verborgen (in Christus), Kol.2:3;
  84. (wij hebben de volheid) verkregen (in Hem), Kol.2:10;
  85. (gij) zijt (compleet—volmaakt—in Hem; Statenvertaling), Kol.2:10, Heb.10:14;
  86. (wij zijn) besneden (met de besnijdenis van Christus), Kol.2:11;
  87. (wij zijn met Hem) begraven (door de doop in de dood), Kol.2:12, Rom.6:3;
  88. (wij zijn) opgewekt (door het geloof aan de werking Gods), Kol.2:12;
  89. (Hij heeft ons onze overtredingen) kwijtgescholden, Kol.2:13;
  90. (Hij heeft ons mede levend) gemaakt (met Hem), Kol.2:13;
  91. (Hij heeft het bewijsstuk) weggedaan (dat tegen ons getuigde), Kol.2:14;
  92. (Hij heeft de machten) ontwapend, Kol.2:15;
  93. (Hij heeft de machten openlijk) tentoongesteld, Kol.2:15;
  94. (Hij heeft over de machten) gezegevierd, Kol.2:15;
  95. (wij zijn) gestorven, Kol.3:3;
  96. (wij hebben de oude mens) afgelegd, Kol.3:9;
  97. (wij hebben de nieuwe mens) aangedaan, Kol.3:9;
  98. (Hij heeft ons) vergeven, Kol.3:13;
  99. (God heeft ons) behouden, 2 Tim.1:9;
  100. (God heeft ons) geroepen, 2 Tim.1:9;
  101. (Hij heeft ons genade) gegeven, 2 Tim.1:9;
  102. (Hij heeft de dood van kracht) beroofd, 2 Tim.1:10;
  103. (Zijn werken) zijn (gereed vanaf de grondlegging der wereld), Heb.4:3;
  104. (Hij heeft het vroegere voorschrift) afgeschaft, Heb.7:18;
  105. (Hij heeft het oude verbond voor verouderd) verklaard, Heb.8:13;
  106. (Hij is eens en voor altijd) binnengegaan (in het heiligdom), Heb.9:12;
  107. (Hij heeft een eeuwige verlossing) verworven, Heb.9:12;
  108. (Christus heeft Zich door de eeuwige Geest als een smetteloos offer) gebracht, Heb.9:14;
  109. (Hij heeft ons) bevrijd (van de overtredingen onder het eerste verbond), Heb.9:15;
  110. (de hemelse dingen zelf zijn) gereinigd (met betere offeranden), Heb.9:23;
  111. (Christus is de hemel zelf) binnengegaan, Heb.9:24;
  112. (Hij heeft de zonde) weggedaan, Heb.9:26;
  113. (Hij heeft ons eens en voor altijd) geheiligd (door het offer van het lichaam van Jezus Christus), Heb.10:10;
  114. (Hij heeft hen) volmaakt (die geheiligd worden), Heb.10:14;
  115. (wij) bezitten (door het bloed volle vrijmoedigheid om in te gaan in het heiligdom), Heb.10:19;
  116. (Hij heeft ons een weg) ingewijd, Heb.10:20;
  117. (Hij heeft ons door de opstanding van Jezus Christus) wedergeboren (doen worden), 1 Pet.1:3;
  118. (wij zijn aan de zonden) afgestorven, 1 Pet.2:24;
  119. (wij zijn door zijn striemen) genezen, 1 Pet.2:24;
  120. (Hij heeft ons) begiftigd (met alles wat tot leven en godsvrucht strekt), 2 Pet.1:3;
  121. (Hij heeft ons met kostbare en zeer grote beloften) begiftigd (door de kennis van Hem), 2 Pet.1:4;
  122. (God heeft ons eeuwig leven) gegeven, 1 Joh,.5:11;
  123. (Christus is het Lam) geslacht (vanaf de grondlegging der wereld), Openb.13:8;
  124. (het is) volbracht, Joh.19:30.

Deze lijst bevat waarheden over wat in Christus aan ons gedaan is. In het verleden dus, waar niemand  meer iets aan kan veranderen. En God Zelf zal daar niets meer aan veranderen.

De woordspeling Zijn krijgsverrichtingen zijn mijn wapenfeiten: het woord ‘krijgsverrichtingen’ slaat op wat Christus voor mij gedaan heeft, want Hij heeft voor mij gestreden tot in de dood. Volgens het woordenboek is een ‘krijgsverrichting’ een ‘wapenfeit’. En in dit tweede woord zit dan weer het woord ‘feit’, met andere woorden, de feiten waarmee ik de tegenstander te lijf ga en mijn eigen vlees in de dood houd, om de overwinning te behalen.

Ik heb de waarde van deze feiten ontdekt, toen ik over deze lijst had gemediteerd, en plotseling verzoekingen, waar ik nooit eerder verweer tegen had gehad, op een ‘onzichtbaar’ schild zag afketsen en voor mij op de grond vallen. De verklaring leek voor de hand te liggen: ik had tot dan toe als het ware het borstschild der gerechtigheid met mijn bovenarmen en ellebogen op zijn plaats gehouden, waardoor mijn armen niet vrij waren om het schild des geloofs op te heffen en het Zwaard des Geestes te hanteren. Maar toen ik eenmaal aangegord was met de gordel der waarheid (Efeziërs 6:14, 1 Petrus 1:13, Romeinen 7:26), kon ik het Schild opheffen en de pijlen van verzoeking afweren!

In Efeziërs 6:14 staat:”Stelt u dan op uw lendenen omgord met de waarheid …”. Terwijl we in 1 Petrus 1:13 lezen:”Omgord dus de lendenen van uw verstand …”, en in Romeinen 7:26 staat: ”Derhalve ben ik met mijn verstand dienstbaar aan de wet Gods …” Het verstand wordt hier een heel belangrijke rol toegekend! Met ons verstand besluiten we wat de waarheid is die in ons hart leeft, om zo vast te staan.

Voor het overgrote deel van deze teksten geldt, dat de mens niet in de vergelijking voorkomt. Alles is immers gebouwd op het fundament dat God gelegd heeft, Jezus Christus, en alles wat de mens doet of kan, is gebaseerd op wat God voor hem voorbereid heeft (Efeze 2:10).

Wat wij in feite doen, wanneer wij over deze teksten mediteren, is onze wapenrusting in orde brengen. Zonder een volledige wapenrusting kunnen wij niet met succes de ‘testudo’ (=schildpad) vormen, want wanneer wij opgerukt zijn naar de poorten van de vijand, moet er altijd nog van man tot man geworsteld, gevochten worden tegen machten der duisternis (Efeziërs 6:12).

Bovendien is het zo, dat alle andere onderdelen van de wapenrusting hun werkzaamheid krijgen via en vanuit deze ‘gordel der waarheid’. Maar dat moet ieder voor zichzelf ontdekken, precies zoals het eerste effect van het mediteren over bovenstaande teksten: de Gordel der Waarheid.